Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op van de leden Moinat en Schilder over “ernstige privacyschendingen door het UWV bij fraudebestrijding”
Vragen van de leden Moinat en Schilder (beiden Groep Markuszower) aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over ernstige privacyschendingen door het UWV bij fraudebestrijding (ingezonden 5 februari 2026).
Antwoord van Minister Vijlbrief (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) (ontvangen 2 maart
2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht waaruit blijkt dat het UWV jarenlang onrechtmatig pasfoto’s
van burgers heeft opgevraagd bij gemeenten ten behoeve van fraudebestrijding, zoals
onder andere omschreven in het artikel van EenVandaag?1
Antwoord 1
Ja, dat ben ik.
Vraag 2
Erkent u dat het opvragen en gebruiken van pasfoto’s uit paspoort- en ID-administraties
door het UWV in strijd is met de Paspoortwet?
Antwoord 2
Nee. Ik erken wel dat het opvragen en gebruiken van een kopie van een foto op een
identiteitsbewijs bij gemeenten een vergaand middel is. UWV heeft de bevoegdheid tot
het opvragen en gebruiken van een kopie van foto’s op een identiteitsbewijs op basis
van artikel 54, derde lid, aanhef en onder a, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie
werk en inkomen (Wet SUWI). Proportionaliteit en de algemene beginselen van behoorlijk
bestuur zoals zorgvuldigheid staan bij het uitoefenen van deze bevoegdheid voorop.
UWV verstrekt jaarlijks meer dan één miljoen uitkeringen. Misbruik komt voor en dat
pakt UWV aan. Controle en toezicht op de rechtmatigheid zijn hiervoor belangrijke
onderdelen van het takenpakket van UWV. Per jaar ontvangt UWV ongeveer 6.000 signalen
van mogelijke regelovertreding. Medewerkers beoordelen of deze signalen moeten worden
onderzocht. UWV doet circa 2.000 toezichtonderzoeken op jaarbasis. Bij een klein aantal
hiervan, ongeveer 100 per jaar, moet er een kopie van een foto op een identiteitsbewijs
worden opgevraagd. Het gaat op jaarbasis om circa 5% van het totaal aantal toezichtonderzoeken.
Dat is nodig als tijdens het onderzoek blijkt dat het relevant is om te weten hoe
iemand eruit ziet. UWV zet hiervoor eerst lichte middelen in: mogelijk kan het op
het internet worden gevonden. Als de lichte middelen niet een (betrouwbaar) resultaat
opleveren, dan kan een zwaarder middel worden ingezet zoals het opvragen van een kopie
van een foto op een identiteitsbewijs. Dit gebeurt alleen bij een concreet vermoeden
van misbruik, waarbij het relevant is om te weten hoe iemand eruit ziet, en dat niet
op een minder ingrijpende manier kan worden onderzocht. Dit vergaande middel zet UWV
dan ook beperkt in.
Vraag 3
Hoe beoordeelt u het feit dat het UWV intern erkent dat deze werkwijze «strikt genomen
niet rechtmatig» is, maar medewerkers desondanks expliciet opdraagt hiermee door te
gaan?
Antwoord 3
In het verleden is een document met een persoonlijke opvatting van een medewerker
beschikbaar geweest voor andere medewerkers van UWV. De inhoud hiervan bevat niet
het juridische standpunt of de werkwijze van UWV. De tekst is inmiddels verwijderd
en de geldende werkinstructies, waaronder over het waarnemen, brengt UWV regelmatig
onder de aandacht van de UWV-medewerkers met toezichtsbevoegdheid.
Vraag 4
Deelt u de mening dat hier sprake is van bewust en structureel overtreden van privacywetgeving
door een overheidsinstantie die juist het goede voorbeeld zou moeten geven?
Antwoord 4
Nee, die mening deel ik niet. Ik vind het belangrijk om te benadrukken dat overheidsinstanties
zorgvuldig en terughoudend moeten omgaan met persoonsgegevens. Mensen moeten erop
kunnen vertrouwen dat hun privacy wordt gerespecteerd door de overheid. Ook UWV handelt
binnen dit kader. In de situatie die in het artikel wordt geschetst, gaat het om toezichtonderzoek
waarbij het mogelijk is voor UWV om een kopie van een foto op een identiteitsbewijs
op te vragen bij de gemeente voor identificatie van een uitkeringsgerechtigde waartegen
concrete vermoedens van misbruik zijn. UWV maakt beperkt gebruik van deze bevoegdheid
en pas nadat andere minder inbreukmakende middelen zijn ingezet. Het opvragen van
kopieën van identiteitsbewijzen bij gemeenten is proportioneel en toegestaan op grond
van artikel 54 van de Wet SUWI. Er is hier dus geen sprake van het bewust en structureel
overtreden van wet- en regelgeving.
Vraag 5
Vindt u het acceptabel dat het UWV pasfoto’s gebruikt voor het observeren en volgen
van uitkeringsgerechtigden, inclusief het vastleggen van kleding, uiterlijk en loopgedrag?
Antwoord 5
Ik begrijp dat het waarnemen van uitkeringsgerechtigden een vergaand middel is en
vragen oproept over privacy en proportionaliteit. Het uitgangspunt is vertrouwen in
mensen. Dit middel zet UWV daarom beperkt in. Toch zijn er ook mensen en organisaties
die zich doelbewust niet aan de regels houden. Het is een taak van UWV om deze situaties
te onderkennen en er gepast op te reageren.
Bij concrete vermoedens van misbruik moet UWV onderzoek doen. In sommige gevallen
kunnen kleding of loopgedrag daarbij relevant zijn in een toezichtonderzoek. Zo is
er een casus geweest waarbij iemand een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontving, omdat
diegene slecht ter been was. Na een tip startte UWV een onderzoek en bij de waarneming
die daar op volgde, bleek deze persoon een halve marathon te lopen. Dan is het inderdaad
relevant om de situatie en uitkeringsgerechtigde te beschrijven en vast te leggen.
Daarbij moet een toezichtmedewerker wel zorgvuldig vaststellen dat hij de juiste persoon
waarneemt, zoals beschreven in antwoord op vraag 2. Toezichtmedewerkers hebben verschillende
manieren om misbruik te onderzoeken. Daarbij worden altijd eerst de minst ingrijpende
onderzoeksmethoden ingezet.
Vraag 6
Hoe beoordeelt u het standpunt van het UWV dat de Wet structuur uitvoeringsorganisatie
werk en inkomen (SUWI) boven de Paspoortwet zou staan, terwijl meerdere privacy-experts
dit nadrukkelijk tegenspreken?
Antwoord 6
Wat betreft de Paspoortwet en de Wet SUWI het volgende. De Paspoortwet en de daarbij
behorende lagere regelgeving regelen specifieke zaken in verband met identiteitsbewijzen,
zoals de uitgifte en inname van identiteitsbewijzen, en de bescherming van de daarbij
gebruikte gegevens. Gemeenten vervullen een belangrijke rol in de uitvoering van de
Paspoortwet. In artikel 73 van de Paspoortuitvoeringsregeling Nederland 2001 is specifiek
ten aanzien van de gegevens in de reisdocumentenadministratie aangegeven aan wie gemeenten
deze gegevens mogen verstrekken. In de Wet SUWI zijn regels en bevoegdheden van onder
andere UWV vastgelegd in het kader van de wettelijke taken die UWV uitvoert. Daarbij
horen ook toezicht op en handhaving van de regels betreffende uitkeringen. In dat
kader heeft UWV op grond van artikel 54, derde lid, van de Wet SUWI de bevoegdheid
om gegevens en inlichtingen bij onder andere de colleges van burgemeester en wethouders
op te vragen. De bevoegdheid van UWV op grond van artikel 54, derde lid, van de Wet
SUWI ziet derhalve op veel meer situaties dan alleen het opvragen van gegevens uit
reisdocumenten bij gemeenten. De gegevens die UWV opvraagt moeten uiteraard noodzakelijk
zijn voor de taak van UWV en het gebruik van de bevoegdheid moet in verhouding staan
tot de ernst van de overtreding (proportionaliteit). Mogelijk is verwarring ontstaan
doordat in artikel 73 Paspoortuitvoeringsregeling Nederland 2001 UWV niet staat vermeld
als instantie aan wie gemeenten gegevens uit reisdocumenten mogen verstrekken. Dit
doet niet af aan de bevoegdheid die UWV heeft op grond van artikel 54 van de Wet SUWI.
Vraag 7
Hoe verklaart u dat gemeenten als Amsterdam en Rotterdam jaarlijks meerdere pasfoto’s
verstrekken aan het UWV, terwijl andere gemeenten verzoeken weigeren vanwege het ontbreken
van een wettelijke grondslag?
Antwoord 7
Ik begrijp dat verschillen in handelwijze tussen gemeenten vragen oproepen. Zoals
hiervoor toegelicht, geeft artikel 54, derde lid, aanhef en onder a, van de Wet SUWI
aan UWV de bevoegdheid om in het kader van de toezichttaak kopieën van een foto op
een identiteitsbewijs bij colleges van burgemeester en wethouders op te vragen. Dat
in de praktijk verschillend wordt gehandeld door gemeenten, doet niet af aan de wettelijke
grondslag waarop UWV handelt, maar beperkt wel de onderzoeksmogelijkheden van UWV.
Dit was mij niet eerder bekend en daarom ga ik hierover in gesprek met de betrokken
partijen om te komen tot een eenduidige toepassing.
Vraag 8
Heeft het UWV de Autoriteit Persoonsgegevens actief geïnformeerd over deze werkwijze,
en zo nee, waarom niet?
Antwoord 8
UWV handelt binnen het wettelijk kader van de Wet SUWI en met inachtneming van de
algemene beginselen van behoorlijk bestuur. UWV rapporteert daarom niet proactief
aan de Autoriteit Persoonsgegevens (AP).
Vraag 9
Welke maatregelen neemt u om per direct te stoppen met deze praktijk en om te voorkomen
dat het UWV in de toekomst opnieuw wettelijke grenzen overschrijdt bij fraudebestrijding?
Antwoord 9
UWV houdt toezicht conform de wettelijke kaders. Ik vind het van belang dat de geldende
werkwijze helder is vastgelegd en eenduidig wordt toegepast. UWV brengt de geldende
werkinstructies daarom regelmatig onder de aandacht van medewerkers met toezichtsbevoegdheid.
Vraag 10
Welke consequenties verbindt u aan deze handelwijze, zowel bestuurlijk als richting
het UWV-management?
Antwoord 10
UWV maakt in deze gevallen een zorgvuldige belangenafweging tussen privacy en het
onderzoeken van mogelijk misbruik. Ik zie dan ook geen reden om hieraan consequenties
te verbinden.
Ondertekenaars
J.A. Vijlbrief, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.