Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Bikker over het bericht ‘Abortusarts kliniek in Enschede mist hartslag bij embryo, baby uiteindelijk alsnog geboren’
Vragen van het lid Bikker (ChristenUnie) aan de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over het bericht «Abortusarts kliniek in Enschede mist hartslag bij embryo, baby uiteindelijk alsnog geboren» (ingezonden 9 februari 2026).
Antwoord van Minister Hermans (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) (ontvangen 27 februari
2026).
Vraag 1
Hebt u kennisgenomen van het bericht «Abortusarts kliniek in Enschede mist hartslag
bij embryo, baby uiteindelijk alsnog geboren»?1
Antwoord 1
Ja, ik ben bekend met dit bericht.
Vraag 2
Is het gebruikelijk dat een abortusarts alleen een uitwendige echo doet voordat een
abortus wordt uitgevoerd? Welke richtlijnen zijn er bij een zwangerschap van minder
dan twaalf weken?
Antwoord 2
Ja. Abortusartsen maken meestal eerst een uitwendige (abdominale) echo. Als dit geen
goed beeld geeft, bijvoorbeeld omdat het om een zeer vroege zwangerschap gaat, kan
het nodig zijn om een inwendige (transvaginale) echo te maken.2
Vraag 3
Wat is de wetenschappelijke consensus over de kans op aangeboren afwijkingen als een
kindje na een mislukte abortus alsnog wordt geboren? Zijn alle abortusartsen van de
meest recente inzichten op de hoogte?
Antwoord 3
Bij een mislukte medicamenteuze zwangerschapsafbreking is er een aantoonbaar verhoogd
risico op aangeboren afwijkingen. Blootstelling aan misoprostol tijdens het eerste
trimester vermeerdert namelijk de kans op het syndroom van Möbius, amnionstrengsyndroom,
cerebrale en craniale afwijkingen en artrogrypose.3
Het is niet duidelijk welk effect een mislukte curettage (zonder voorbehandeling met
misoprostol) heeft op de foetus. Het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg
heeft in deze casus geconcludeerd dat er geen degelijke wetenschappelijke onderbouwing
was voor het ernstig afraden van het uitdragen van de zwangerschap.4
Abortusartsen zijn op de hoogte van de (beperkte) risico’s van abortusbehandelingen
en blijven op verschillende manieren geïnformeerd over de meest recente inzichten,
bijvoorbeeld via congressen en vakliteratuur. Het verhoogde risico op aangeboren afwijkingen
na blootstelling aan misoprostol is in meerdere wetenschappelijke studies, zowel oudere
als recentere, beschreven.5
Vraag 4
Welke ruimte wordt er aan de vrouw gelaten om anders dan het medisch advies toch te
kiezen voor een zeer vroege abortus die het risico heeft om niet te slagen, en daarna
het risico dat de nog levende foetus zich ontwikkelt met aangeboren afwijkingen?
Antwoord 4
De vrouw beslist altijd samen met haar arts welke behandeling het meest geschikt is,
nadat zij is geïnformeerd over de voor- en nadelen en risico’s. De kans op een doorgaande
zwangerschap na een abortus is klein. Bij ongeveer 1% van de vrouwen leidt een abortusbehandeling
niet tot een beëindiging van de zwangerschap.6 Na een abortus wordt aanbevolen om een zwangerschapstest te doen. Wanneer een doorgaande
zwangerschap wordt geconstateerd, bestaat in vrijwel alle gevallen nog steeds de wens
om deze af te breken. Er wordt dan een (extra) curettage verricht.
Vraag 5
Welke richtlijnen over advisering en informatie aan de vrouw zijn er voor de abortusarts
als een vrouw in de kliniek aangeeft toch niet te willen kiezen voor een abortus?
Op welke manier moet de arts zich ervan verzekeren dat de vrouw «in vrijwilligheid,
na zorgvuldige overweging en in het besef van haar verantwoordelijkheid voor het ongeboren
leven en van de gevolgen voor haarzelf en de haren» haar keuze maakt, zoals in artikel 5
Wet afbreking zwangerschap (Waz) staat?
Antwoord 5
De beroepsrichtlijn voor abortusartsen over keuzebegeleiding bevat uitgebreide instructies
voor zorgvuldige besluitvorming.7 De richtlijn bevat bijvoorbeeld aanbevelingen over hoe artsen twijfel kunnen herkennen
en welke vragen zij het beste kunnen stellen bij (een vermoeden van) twijfel. Ook
bevat de richtlijn adviezen over het bespreken van alternatieven voor abortus, zoals
adoptie, pleegzorg of zelf opvoeden. De richtlijn bevat tevens aanbevelingen voor
het toetsen van de vrijwilligheid, bijvoorbeeld de aanbeveling om elke vrouw minimaal
één keer alleen te spreken zonder (ex)partner, familie of naasten. Abortusartsen en
verpleegkundigen zijn getraind, deskundig en ervaren in het voeren van besluitvormingsgesprekken.
Mocht er enige twijfel of aarzeling bemerkt worden, verbaal of non-verbaal, dan wordt
dit benoemd en besproken.
Voor vrouwen die twijfels of vragen hebben, is er ook goede informatie en ondersteuning
beschikbaar via het Landelijk Informatiepunt Onbedoelde Zwangerschap en het landelijk
dekkend netwerk keuzehulp bij onbedoelde zwangerschap.8
Vraag 6
Welke richtlijnen zijn er over het delen van informatie aan derden voor een abortuskliniek?
Antwoord 6
Artsen mogen geen informatie over een patiënt aan derden verstrekken, tenzij het gaat
om informatieverstrekking aan personen die rechtstreeks betrokken zijn bij de uitvoering
van dezelfde behandelingsovereenkomst met een patiënt.9 Aan die personen mag de arts wel zonder toestemming informatie verstrekken als dit
noodzakelijk is voor de werkzaamheden binnen de behandelingsovereenkomst. Zo mag een
arts informatie over de patiënt delen met personen in het behandelteam, bijvoorbeeld
verpleegkundigen. Ook mogen artsen advies vragen aan collega’s en in dit kader informatie
over patiënten met elkaar delen.
Vraag 7 en 8
Klopt het dat artikel 296 Wetboek van Strafrecht (Sr) en artikel 5 Waz geen bepaling
bevatten die een onzorgvuldig uitgevoerde abortus strafbaar stelt, zoals wel het geval
is bij euthanasie, namelijk in artikel 1f van de Wet toetsing levensbeëindiging op
verzoek en hulp bij zelfdoding (Wtl)? Waarom niet?
Bent u bereid te onderzoeken wat de meerwaarde kan zijn om een dergelijke zorgvuldigheidseis
aan de Waz toe te voegen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 7 en 8
Euthanasie is strafbaar op grond van artikel 293 Sr (levensbeëindiging op verzoek)
en 294 Sr (hulp bij zelfdoding). Alleen voor artsen is een uitzondering gemaakt. In
artikel 293 Sr staat dat een arts niet strafbaar is als die zich houdt aan de zes
zorgvuldigheidseisen uit de Wtl en diens handelen meldt aan de gemeentelijke lijkschouwer.
De medisch zorgvuldige uitvoering van euthanasie is één van die zes zorgvuldigheidseisen
(artikel 2 lid 1 onder f Wtl).
Op grond van artikel 296 Sr is het strafbaar om iemands zwangerschap af te breken.
Net als bij euthanasie is een uitzondering gemaakt voor artsen.10 Anders dan artikel 293 Sr kent artikel 296 Sr echter géén directe verwijzing naar
zorgvuldigheidseisen. De strafbaarstelling van abortus verschilt in die zin dus van
die van euthanasie.
Zorgvuldige uitvoering van abortuszorg wordt (juridisch) op andere manieren geborgd.
Op abortuszorg is, in tegenstelling tot op euthanasie, de Wet kwaliteit, klachten
en geschillen zorg (Wkkgz) van toepassing. Daarin is de algemene plicht opgenomen
om goede zorg te verlenen. De Wafz en het Besluit afbreking zwangerschap (Bafz) bevatten
daarnaast specifieke waarborgen voor zorgvuldige abortuszorg. Bijvoorbeeld zorgvuldigheidseisen
die ertoe strekken dat vrouwen verantwoorde voorlichting krijgen en dat er voldoende
nazorg is. Artikel 16 van het Bafz schrijft voor dat een abortuskliniek ervoor moet
zorgen dat «medische en verpleegkundige hulpverlening aan de vrouw gewaarborgd is
voor de duur van haar verblijf in de kliniek». De beroepsgroep van abortusartsen is
verantwoordelijk voor medisch-inhoudelijke richtlijnen en voor visitaties aan klinieken,
de IGJ ziet toe op de kwaliteit van abortuszorg, en het medisch tuchtrecht biedt mogelijkheden
om artsen aan te spreken op onzorgvuldig medisch handelen.
Op bovengenoemde manieren wordt (medisch) zorgvuldige abortuszorg gewaarborgd. Het
juridisch kader functioneert goed, zo blijkt ook uit de laatste evaluatie van de Wafz.
Ik zie daarom geen aanleiding om te onderzoeken wat de meerwaarde is van een aanvullende
zorgvuldigheidseis in de Wafz.
Vanzelfsprekend blijf ik het functioneren van de Wafz en het Bafz nauwlettend volgen,
bijvoorbeeld middels de volgende wetsevaluatie die in 2027 start.
Vraag 9
Ziet u reden naar aanleiding van de uitspraak van het medisch tuchtcollege om bestaande
medische richtlijnen aan te scherpen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 9
Het is aan beroepsgroepen van artsen om hun professionele richtlijnen vorm te geven.
Bij het opstellen en herzien van richtlijnen kunnen zij naar eigen inzicht gebruikmaken
van actuele wetenschappelijke kennis, ontwikkelingen in de medische praktijk en eventuele
signalen uit tuchtrechtelijke procedures. Het is van groot belang dat artsen hierin
onafhankelijk te werk kunnen gaan. Als bewindspersoon past het mij niet om me te mengen
in de inhoudelijke invulling van medische richtlijnen, daarom zal ik geen stappen
zetten om de medische richtlijn aan te scherpen.
Vraag 10
Kunt u deze vragen beantwoorden voor de begrotingsbehandeling van het Ministerie van
VWS?
Antwoord 10
Ja.
Ondertekenaars
S.T.M. Hermans, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.