Lijst van vragen en antwoorden : Lijst van vragen en antwoorden over de Kabinetsreactie op Initiatiefnota over een Nieuwe China-Strategie (Kamerstuk 36696-3)
36 696 Initiatiefnota van de leden Paternotte en Boswijk over een Nieuwe China-Strategie: voor realistische bescherming van onze vrijheid, veiligheid en economie
Nr. 4
LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN
Vastgesteld 12 februari 2026
De vaste commissie voor Buitenlandse Zaken heeft een aantal vragen voorgelegd aan
de Minister van Buitenlandse Zaken, de Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken en
de Minister van Economische Zaken over de brief van 3 oktober 2025 inzake de Kabinetsreactie
op Initiatiefnota over een Nieuwe China-Strategie (Kamerstuk 36 696, nr. 3).
De Ministers en Staatssecretaris hebben deze vragen beantwoord bij brief van 12 februari
2026. Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.
De fungerend voorzitter van de commissie, Klaver
Adjunct-griffier van de commissie, Dekker
1
Kunt u een nadere toelichting geven hoe deze initiatiefnota mogelijk effect kan hebben
op bestaand politiek/economisch beleid ten opzichte van China?
Zoals toegelicht in de kabinetsreactie op de initiatiefnota blijft China voor Nederland
een belangrijke economische partner. In 2024 bedroeg de bilaterale handelsrelatie
circa EUR 90 miljard en China blijft ook als samenwerkingspartner relevant voor het
Nederlandse verdienvermogen. Het kabinet onderschrijft de oproep uit de initiatiefnota
om risico’s rondom (economische) veiligheid te ondervangen, daar wordt bewust op ingezet
en dat zal ook de komende tijd een belangrijke prioriteit blijven. Tegelijkertijd
benadrukt het kabinet dat de EU-drieslag van China als partner, concurrent en systeemrivaal
onverkort blijft gelden. Een eenzijdig (economisch) beleid waarin China primair als
concurrent of systeemrivaal wordt gezien, zou op termijn ten koste kunnen gaan van
het Nederlandse verdienvermogen en technologische ontwikkeling. Gegeven de technologische
innovatie die plaatsvindt in China is het van belang om te blijven kijken waar samenwerking
mogelijk is – met inachtneming van de risico’s en zonder daarbij naïef te zijn. Dat
geldt bijvoorbeeld ook op het terrein van een deel van de duurzame (energie)oplossingen.
Daarom kiest het kabinet voor een gebalanceerde benadering, ook in Europees verband,
waarin beschermen van vitale belangen waar nodig en bevorderen van samenwerking hand
in hand gaan.
2
Is de afhankelijkheid van China sinds de strategie uit 2019 toe- of afgenomen?
In geval van risicovolle strategische afhankelijkheden, is er sprake van een onwenselijke
situatie. Of de risicovolle strategische afhankelijkheden van China zijn toe- of afgenomen
sinds 2019 is moeilijk te zeggen gezien de complexiteit van waardeketens, maar de
(mogelijke) consequenties die dit type afhankelijkheid met zich meebrengt is steeds
duidelijker. Zo is de toename van het aantal exportcontrolemaatregelen van China op
kritieke grondstoffen de afgelopen jaren zorgelijk.
Het kabinet erkent de zorgen over risicovolle strategische afhankelijkheden en zet
zich sinds 2019 actief in om deze te verminderen. Voorbeelden hiervan zijn de oprichting
van de Taskforce Strategische Afhankelijkheden (TFSA) om risicovolle afhankelijkheden
te identificeren en aan te pakken, de invoering van de Wet Vifo en de inzet op diversificatie
van handelspartners in het handelsbeleid.
3
Daar waar u in uw brief schrijft dat Nederland het nummer 1 investeringsland voor
China in de EU is, kunt u aangeven hoe deze positie zal worden beïnvloed door de initiatiefnota?
Zoals toegelicht in de kabinetsreactie op de initiatiefnota blijft China voor Nederland
een belangrijke economische partner. In 2024 bedroeg de bilaterale handelsrelatie
circa EUR 90 miljard en was Nederland de voornaamste bestemming voor Chinese investeringen
binnen de EU. Dit weerspiegelt de sterke economische banden tussen Nederland en China
en onderstreept tevens het aantrekkelijke Nederlandse investerings- en vestigingsklimaat.
Een aantrekkelijk investeringsklimaat versterkt de concurrentiekracht van Nederland
en levert een directe bijdrage aan economische groei en werkgelegenheid.
Een eenzijdige beleidsinzet waarin China primair als systeemrivaal wordt gezien zou
op termijn ten koste kunnen gaan van de bilaterale economische relatie, inclusief
de huidige positie en aantrekkelijkheid van Nederland als investeringsbestemming voor
Chinese ondernemingen. Daarom kiest het kabinet voor een gebalanceerde benadering
waarin beschermen en bevorderen van samenwerking hand in hand gaan.
4
Welke successen hebben Nederland en de EU geboekt omtrent het diversifiëren van grondstoffen,
medicijnen en andere vitale toeleveringsketens waar de afhankelijkheid van China te
groot is?
De afgelopen jaren is op EU-niveau de aandacht sterk toegenomen voor het versterken
van Europese economische weerbaarheid. Initiatieven zoals de Chips Act en de open-strategische autonomie-agenda richten zich op het verminderen van risicovolle
strategische afhankelijkheden en het vergroten van Europese capaciteit in vitale sectoren.
Ook onder de Clean Industrial Deal wordt gewerkt aan weerbaarheid door middel van verduurzaming, bijvoorbeeld met de
aankomende Circular Economy Act en door het identificeren van kritieke materialen onder de Critical Chemicals Alliance.
Nederland heeft ook significante stappen gezet in het identificeren en mitigeren van
risicovolle strategische afhankelijkheden. In lijn met kabinetsaanpak economische
veiligheid1 wordt ingezet op drie pijlers: promote, protect en partner. Nederland zet binnen de partnerpijler in op sterke Europese samenwerking en internationale
partnerschappen om economische veiligheidsrisico’s te verminderen en de weerbaarheid
van toeleveringsketens te vergroten. Deze inzet omvat onder meer een positieve grondhouding
tegenover handelsakkoorden en internationale partnerschappen die bijdragen aan de
diversificatie van toeleveringsketens. Zo is de interim-handelsovereenkomst tussen
de EU en Chili bijvoorbeeld in werking getreden in 2025.2
Voor kritieke grondstoffen wordt de leveringszekerheid vergroot door middel van uitvoering
van de Nationale Grondstoffenstrategie en op Europees niveau de Critical Raw Materials Act (CRMA).
Op het gebied van geneesmiddelen richt Nederland zich op het in kaart brengen van
kwetsbaarheden binnen productie- en leveringsketens, zowel op nationaal als Europees
niveau.3 Mogelijke maatregelen zijn het stimuleren van productie binnen Nederland en Europa
en het diversifiëren van toeleveringsketens. Onder het Important Projects of Common European Interest Med4Cure zijn subsidies verstrekt voor innovatieve productieprocessen van geneesmiddelen en
werkzame stoffen. Bovendien is het raadsmandaat voor de EU-Verordening Kritieke Geneesmiddelen
op 2 december 2025 bekrachtigd.4 Deze verordening heeft als doel de leveringszekerheid en beschikbaarheid van kritieke
geneesmiddelen te verbeteren en de open strategische autonomie van de EU te versterken.
Het kabinet erkent dat keuzes rondom toeleveringsketens primair bij bedrijven liggen,
en benadrukt het belang van samenwerking met de private sector om economische veiligheidsrisico’s
effectief aan te pakken.
5
Welke nieuwe afhankelijkheden zijn er op dit moment aan het ontstaan, doordat China
een steeds groter deel van de wereldwijde productie van chemicaliën, legacy chips
en andere essentiële input voor de industrie op zich neemt?
Het kabinet constateert dat China een duidelijke agenda voert gericht op economische
onafhankelijkheid, met initiatieven zoals de dual circulation strategie. Ook blijft de Chinese economie sterk export gedreven en speelt zij een
steeds dominantere rol in mondiale waardeketens. Nederland en de EU handelen steeds
bewuster in relatie tot China. Dit gebeurt onder meer door een robuuste inzet van
het handelsdefensief instrumentarium tegen oneerlijke marktpraktijken en door het
versterken van het Europees verdienvermogen. Naast de bestaande Europese economische
veiligheidsstrategie wordt uw Kamer binnenkort geïnformeerd over de kabinetspositie
met betrekking tot de mededeling Versterking Europese Economische Veiligheid5, die een proactievere en systematische koers voor het Europees economisch veiligheidsbeleid
aankondigt.
Het kabinet hanteert een aanpak die is toegespitst op risicovolle strategische afhankelijkheden.
In lijn met de Voortgang kabinetsaanpak risicovolle strategische afhankelijkheden
van 31 oktober 20246, zet het kabinet zich via de Taskforce Strategische Afhankelijkheden (TFSA) in om
de risico’s van strategische afhankelijkheden te identificeren en mitigeren. Dit is
een doorlopend proces. Departementen zijn hierbij zelf verantwoordelijk voor het mitigeren
van de risico’s van strategische afhankelijkheden binnen hun eigen beleidsterreinen.
Conform de motie van lid Lanschot stelt het kabinet een lijst op met kritieke entiteiten7,
welke vertrouwelijk met de Kamer zal worden gedeeld. Zoals ook toegelicht in de Kamerbrief
van 19 december 20238, moet waakzaam omgegaan worden met het openlijk communiceren over de kwetsbaarheden
van de Nederlandse economie. Daarom is uw Kamer op 29 mei 2024 per vertrouwelijke
technische briefing geïnformeerd over de voortgang van de identificatie van risicovolle
strategische afhankelijkheden. In reactie op het aandeel van China in de productie
van chemicaliën wordt dit jaar via de EU Critical Chemicals Alliance aangestuurd op wetgeving die de concurrentiepositie en het investeringsklimaat voor
de duurzame en innovatieve chemie moet versterken. Door in te zetten op circulaire
chemie en geavanceerde materialen draagt verduurzaming bij aan het terugdringen van
afhankelijkheden en vergroten van het verdienvermogen.
6
Gelet op het feit dat bedrijven als LyondellBasell/Covestro in de Rotterdamse haven
de deuren sluiten, ziet u de sluiting van belangrijke chemie en andere bedrijven als
een risico op nog grotere afhankelijkheid van China (en de VS)? En zo niet, waarom?
Nederland heeft een grote chemische industrie die veel levert aan andere Europese
landen. De chemische industrie levert basisproducten aan verschillende downstream
sectoren. De Europese positie verzwakt door sluiting van chemische industrie, waaronder
in Rotterdam; dit resulteert in een toegenomen afhankelijkheid van landen buiten Europa.
De sluiting van belangrijke chemie- en andere bedrijven kan problematisch zijn als
dergelijke sluitingen voortkomen uit oneerlijke concurrentie, bijvoorbeeld door dumping,
ongeoorloofde subsidies of fossiele producten die strengere EU-normen voor verduurzaming
omzeilen, of als ze leiden tot strategische afhankelijkheden die de risico’s voor
Nederland en de EU vergroten. In gevallen van dumping of ongeoorloofde subsidies kan
in Europees verband worden opgetreden met antidumping- of anti-subsidiemaatregelen
om een eerlijk speelveld te behouden. Sinds 2024 heeft de EU meerdere antidumpingmaatregelen
ingesteld op de import van producten uit de chemische sector afkomstig uit China.
Het is daarnaast van belang om bepaalde strategische delen van de chemische sector
te behouden, mede gelet op hun sleutelrol in andere industriële waardeketens. Het
kabinet zet via het industriebeleid, uiteengezet in de industriebrief, in op versterking
van zes strategische markten, waaronder de innovatie chemie. Ook is er een visie op
duurzame chemie vastgesteld.9 Op Europees niveau worden binnen de Critical Chemicals Alliance strategische chemicaliën en productiesites geïdentificeerd en gewerkt aan maatregelen
om de productie hiervan in Europa te behouden. Bovendien kennen chemiebedrijven een
sterke onderlinge afhankelijkheid in de industrieclusters. De sluiting van een fabriek
kan een kettingreactie van sluitingen tot gevolg hebben aangezien bedrijven in de
clusters gebruik maken van elkaars (rest)producten, warmte en grondstoffen. Het wegvallen
van een schakel in die geoptimaliseerde keten kan grote effecten hebben voor andere
bedrijven in het betreffende cluster. Bij geïdentificeerde risicovolle strategische
afhankelijkheden worden ook handelingsopties in kaart gebracht om dergelijke afhankelijkheden
te verminderen. Het kabinet let erop dat maatregelen uitvoerbaar en voorspelbaar zijn,
en geen onnodige regeldruk veroorzaken.
Het streven naar een meer weerbare en duurzame economie kan in sommige gevallen leiden
tot hogere kosten op korte termijn, maar kan op de lange termijn bijdragen aan kostenbeperking
door het verminderen van risicovolle strategische afhankelijkheden.
7
Is China’s constante verdere industrialisering (en Europa’s/Duitslands de-industrialisering)
volgens u een veiligheidsrisico, aangezien China nu al goed is voor meer dan 30 procent
van alle maakindustrie wereldwijd en dat aandeel zal doorgroeien tot 45 procent volgens
een rapport van de Verenigde Naties? Zo nee, waarom niet?
De industrialisatie van China vormt op zichzelf geen veiligheidsrisico. De industrialisatie
van een land is een logisch gevolg van economische groei en globalisering. Echter,
de concentratie van productiecapaciteit in één land kan wel kwetsbaarheden creëren
voor mondiale toeleveringsketens in strategische sectoren. Die kwetsbaarheid neemt
toe als het land in kwestie bereid is om deze afhankelijkheid geopolitiek te instrumentaliseren
en daarmee andere landen onder druk te zetten. Nederland blijft zich inzetten voor
een evenwichtige relatie met China en andere landen waarin wederzijdse voordelen en
strategische belangen zorgvuldig worden afgewogen.
8
Hoe kijkt u naar het ingestelde importverbod van de Verenigde Staten voor Xinjiang?
Het kabinet veroordeelt gedwongen arbeid dat in strijd is met mensenrechten waar ook
ter wereld. Het kabinet is van mening dat import- en productverboden zoals de Uyghur Forced Labor Prevention Act (UFLPA) van de VS en de Europese Anti-dwangarbeidverordening bijdragen aan het tegengaan van dwangarbeid in productieketens.
Beide wetten dragen daarnaast bij aan het bestrijden van oneerlijke concurrentie door
het verdienmodel om gebruik te maken van dwangarbeid bij bedrijven weg te nemen.
De Anti-dwangarbeidverordening is op 13 december 2024 in werking getreden. De verordening
bevat een verbod om producten gemaakt met dwangarbeid op de EU-markt aan te bieden
of daarvandaan uit te voeren. In tegenstelling tot de UFLPA is de Anti-dwangarbeidverordening
een landenneutraal instrument. Dit betekent dat producten gemaakt met dwangarbeid
van de EU-markt worden geweerd, ongeacht of deze in de EU of buiten de EU vervaardigd
zijn. Op deze manier wordt dwangarbeid wereldwijd tegengegaan. De Anti-dwangarbeidverordening gaat vanaf 14 december 2027 gelden voor bedrijven. Het kabinet werkt momenteel
aan de uitvoering van de verordening.
9
Aan welke organisaties geeft u prioriteit als het gaat om het pleiten in internationale
verband voor toegang voor Taiwan tot internationale organisaties?
Het kabinet is voorstander van betekenisvolle deelname van Taiwan aan internationale
bijeenkomsten waar dit in het belang is van de internationale gemeenschap. Bijvoorbeeld
op het gebied van veiligheid van de burgerluchtvaart, het tegengaan van klimaatverandering,
volksgezondheid en internationale criminaliteitsbestrijding. Organisaties die hieronder
vallen zijn onder andere de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), de Internationale
Burgerluchtvaartorganisatie (ICAO) en Interpol. Er zijn vaak restricties aan formele
deelname of waarnemersstatus zoals bijvoorbeeld vereiste status van VN-lidstaat. Het
kabinet probeert, met gelijkgestemde landen, om pragmatische mogelijkheden te vinden
om betekenisvolle deelname van Taiwan toch mogelijk te maken.
10
In geval van een conflict in Oost-Azië (bijvoorbeeld over Taiwan) verwacht u dat Nederland
en Europa toegang houden tot de grondstoffen die onze defensieproductie vereist? Zo
nee, hoe kunnen wij dan onze afschrikking in stand houden tegenover Rusland wanneer
China de levering van grondstoffen geheel stillegt (en die van Rusland wel in stand
houdt)?
Een groot deel van de verwerkte kritieke grondstoffen komt uit een klein aantal landen.
Deze afhankelijkheid is een risico voor de leveringszekerheid van kritieke grondstoffen.
Zoals genoemd in het antwoord op vraag twee is de toename van het aantal exportcontrolemaatregelen
van China op kritieke grondstoffen zorgelijk.
Los van een mogelijk conflict zet het kabinet daarom in op het afbouwen van risicovolle
strategische afhankelijkheden. Dit doet Nederland op het gebied van kritieke grondstoffen
in samenwerking met landen buiten de EU onder andere door in te zetten op diversificatie.
Nederland geeft invulling aan de EU-partnerschappen en heeft bilaterale partnerschappen
afgesloten op kritieke grondstoffen met Zuid-Korea, Vietnam en de Canadese provincie
Quebec. Het partnerschap met Vietnam richt zich bijvoorbeeld voornamelijk op het in
kaart brengen van grondstofreserves en het ondersteunen van de lange termijnontwikkeling
van een duurzame mijnbouwsector in Vietnam.
11
Kunt u nader toelichten waarom u onvoldoende draagvlak ziet binnen de EU voor het
instellen van nieuwe mensenrechtensancties tegen China?
Voor sancties is unanimiteit onder EU-lidstaten nodig en moet worden voldaan aan de
juridische en technische vereisten. Vanwege de vertrouwelijke aard van onderhandelingen
in EU-verband kan ik niet publiekelijk ingaan op details omtrent eventuele nieuwe
sancties en standpunten van specifieke lidstaten. In algemene zin is het krachtenveld
in de EU van dien aard dat niet alle lidstaten op dit moment een dergelijke inzet
zouden steunen.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
J.F. Klaver, voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken -
Mede ondertekenaar
S.L. Dekker, adjunct-griffier