Inbreng verslag schriftelijk overleg : Inbreng verslag van een schriftelijk overleg over o.a. de geannoteerde agenda van de vergaderingen van de Eurogroep en Ecofinraad van 16 en 17 februari 2026 (Kamerstuk 21501-07-2163)
2026D06632 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
De vaste commissie voor Financiën heeft op 11 februari 2026 vragen en opmerkingen
aan de Minister van Financiën voorgelegd over twee brieven van 26 januari 2026 (Kamerstukken
21 501-07, nrs. 2158 en 2159) en een brief van 5 februari 2026 (Kamerstuk 21 501-07, nr. 2163). Met laatstgenoemde brief heeft de Minister de geannoteerde agenda van de vergaderingen
van de Eurogroep en Ecofinraad van 16 en 17 februari 2026 aangeboden.
De fungerend voorzitter van de commissie,
Van der Lee
De griffier van de commissie,
Weeber
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
De leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van het de stukken die zijn geagendeerd
voor dit schriftelijke overleg. Zij hebben een aantal vragen en opmerkingen.
De leden van de D66-fractie merken op dat het verslag van de Ecofinraad en Eurogroep
van januari 2026 laat zien hoe nauw economie, geopolitiek en Europese samenwerking
inmiddels met elkaar verweven zijn. Voor de leden van de D66-fractie staat één vraag
centraal: bouwen we aan een Europa dat weerbaar en toekomstgericht is, of laten we
ons telkens verrassen door crises van buitenaf? Hoe zorgen we voor een nog gerichtere
samenwerking om investeringen op gang te brengen en Europa op de toekomst voor te
bereiden?
De steun aan Oekraïne blijft voor de leden van de D66-fractie belangrijk. Hoe realistisch
is het dat de resterende financiering tijdig door andere internationale partners wordt
geleverd? Welke concrete toezeggingen zijn er inmiddels vanuit de G7 en andere IMF-leden?
En wat gebeurt er als die toezeggingen uitblijven?
De leden van de D66-fractie hebben een aantal vragen over de opvolging van de eurozoneaanbevelingen
voor 2026. Deze onderstrepen het belang van economische weerbaarheid, groei en stabiliteit.
De leden van de D66-fractie delen de analyse dat integratie van de Europese kapitaalmarkten
daarbij cruciaal is. Het kabinet zegt ambitieus te willen inzetten op de kapitaalmarktunie.
De leden van de D66-fractie steunen dat, maar zij willen weten welke concrete stappen
Nederland in 2026 gaat zetten om Europees toezicht daadwerkelijk te versterken. Kan
de Minister daarop ingaan?
Op welke punten is Nederland bereid nationale uitzonderingen los te laten ten gunste
van eenduidige Europese regels? En hoe voorkomen we dat de kapitaalmarktunie vooral
grote lidstaten en multinationals bevoordeelt, terwijl innovatieve mkb-bedrijven achterblijven?
Een ander onderwerp waar de leden van de D66-fractie meer over willen weten is het
Stabiliteits- en Groeipact. Deze leden staan voor een prudente begroting, maar wil
ook noodzakelijke ruimte voor investeringen in de toekomst. Hoe weegt de Minister
binnen de Ecofinraad het spanningsveld tussen strikte uitgavenpaden en noodzakelijke
publieke investeringen, bijvoorbeeld in defensie en de energietransitie? Ziet het
kabinet ruimte om het pact zo toe te passen, dat landen worden beloond voor hervormingen
en duurzame investeringen?
Tot slot hebben de leden van de D66-fractie een aantal vragen over een toekomstbestendig
Europa, aangaande een onderwerp waar zij eerder aandacht voor vroegen. In Nederland,
maar ook in Europa en in de rest van de wereld maken we steeds meer gebruik van digitale
betalingssystemen. Kan de Minister aangeven welke Nederlandse prioriteiten hij in
deze context de komende periode wil blijven verdedigen? Hoe wordt gewaarborgd dat
privacy en offline-gebruik daadwerkelijk gewaarborgd blijven? En hoe voorkomt het
kabinet dat de digitale euro een bureaucratische exercitie wordt, zonder echte toegevoegde
waarde voor burgers en ondernemers?
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de
Eurogroep en Ecofinraad van 16 en 17 februari 2026. Zij hebben hierover nog een aantal
vragen en opmerkingen.
Wereldeconomie in een geopolitieke context
De leden van de VVD-fractie constateren dat in de Eurogroep wordt gesproken over mondiale
onevenwichtigheden op de betalingsbalans, waarbij het IMF en de OESO ook kijken naar
de rol van industriebeleid. De leden van de VVD-fractie zijn van mening dat slim en
doelgericht industriebeleid kan bijdragen aan het versterken van het Europees verdienvermogen
en het verminderen van strategische afhankelijkheden, mits het marktgericht is en
geen nieuwe verstoringen veroorzaakt. Hoe zet het kabinet zich in de Eurogroep in
voor een industriebeleid dat investeringen, innovatie en concurrentiekracht versterkt,
afhankelijkheden verkleint en tegelijkertijd de open Europese economie beschermt?
Hoe wordt de samenhang gewaarborgd in het Nederlandse industriebeleid, zoals tussen
de vijf NLD-gebieden vanuit het Ministerie van Defensie, de Nationale Technologiestrategie
en het «industriebeleid met focus» vanuit het Ministerie van Economische Zaken, de
vier «domeinen» uit het rapport-Wennink, en sectoragenda’s als die voor de maritieme
maakindustrie?
Hoe is er in de EU gereageerd op het non-paper van Nederland, Estland, Letland, Litouwen,
Finland en Zweden, welke waarschuwt voor een voorrangsregel voor Europese bedrijven
bij openbare aanbestedingen?1
De leden van de VVD-fractie lezen dat Ministers van niet-eurolanden mogelijk deelnemen
aan de geplande discussie. Wordt hierbij ook nadrukkelijk aansluiting gezocht met
niet-EU-landen, zoals het Verenigd Koninkrijk?
Decharge EU-begroting
De leden van de VVD-fractie constateren dat in de Ecofinraad de Raadsaanbeveling voorligt
om het Europees Parlement te adviseren decharge te verlenen aan de Europese Commissie
over de EU-begroting 2024. De Europese Rekenkamer geeft opnieuw een afkeurend oordeel
over de uitgaven, met een foutenpercentage van 3,6%, ruim boven de materialiteitsgrens
van 2%. Het kabinet is voornemens tegen het positieve dechargeadvies te stemmen, conform
eerdere jaren en samen met gelijkgezinde lidstaten. Wat is de concrete inzet van het
kabinet om deze tegenstem meer gewicht te geven dan een principieel signaal, en hoe
wordt daadwerkelijk druk uitgeoefend om de rechtmatigheid, controle en uitvoering
van EU-uitgaven structureel te verbeteren?
Supplementary Pensions Package
De leden van de VVD-fractie merken op positief te staan tegenover de ambitie van de
Europese Commissie om aanvullend pensioensparen te stimuleren, zowel om het risico
op ouderdomsarmoede te verkleinen als om de houdbaarheid van de overheidsfinanciën
te versterken. Sterke en goed functionerende kapitaalmarkten zijn daarbij van groot
belang. Tegelijkertijd is pensioenbeleid bij uitstek nationaal en diep verankerd in
de sociale en maatschappelijke context van lidstaten. Europese regelgeving moet daarom
ruimte laten voor nationale keuzes en mag geen afbreuk doen aan goed werkende pensioenstelsels,
zoals het Nederlandse. Hoe borgt het kabinet dat het Supplementary Pensions Package
(SPP) bijdraagt aan meer pensioensparen en kapitaalmarktontwikkeling, zonder in te
grijpen in de nationale inrichting van solide pensioenstelsels?
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
De leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de voor het schriftelijk overleg
geagendeerde stukken. Zij zien af van het leveren van inbreng.
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie
De leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de stukken aangaande de Eurogroep
en Ecofinraad van 16 en 17 februari 2026. Hierover hebben de leden van de PVV-fractie
nog enkele vragen.
Oekraïne
Allereerst zijn de leden van de PVV-fractie verbaasd over het gegeven dat er een akkoord
is bereikt over een nieuwe lening van de EU aan Oekraïne van 90 miljard euro, de zogeheten
«Ukraine Support Loan» en dat Nederland hiermee instemt. Hoe groot is immers de kans
dat we dit geld ooit nog terugzien?
De leden van de PVV-fractie merken op dat 30 miljard van het bedrag van 90 miljard
bestemd is voor begrotingssteun. In hoeverre vindt de Minister het verstandig om 30
miljard te lenen aan één van de meest corrupte landen ter wereld?
Tevens merken de leden van de PVV-fractie op dat er ook een akkoord is bereikt over
een nieuw IMF-programma van 8,1 miljard dollar, waarvoor Nederland garant staat. De
leden van de PVV-fractie willen weten waarom Nederland hiermee in heeft gestemd. Wat
houdt de «financing assurance» in het IMF-programma in en voor welk bedrag staat Nederland
garant?
Voorts willen de leden van de PVV-fractie weten hoeveel Oekraïne inmiddels heeft ontvangen
aan leningen en giften van de verschillende stakeholders. Graag een compleet overzicht,
uitgesplitst per jaar. Kan de Minister tevens een overzicht maken van hoeveel andere
EU-lidstaten bilateraal aan militaire steun en opvang ontheemden besteden als het
gaat om de uitgaven aan Oekraïne (zonder te verwijzen naar het «Kiel Institute»)?
Hoe vindt de controle (audits) plaats over rechtmatige besteding van al deze uitgaven
aan Oekraïne?
Bni-afdrachten
Verder merken de leden van de PVV-fractie op dat onze BNI-afdracht aan de EU met 125%
is gestegen in twee jaar tijd, van 3,5 miljard euro in 2024 naar meer dan 8 miljard
euro dit jaar (bron: begroting BUZA 36 800-V, nr. 2, pag. 38) Kan de Minister hiervoor een verklaring geven?
Nationale ontsnappingsclausule voor defensiefinanciering voor 4 jaar
Vervolgens merken de leden van de PVV-fractie op dat 17 van de 27 lidstaten gebruik
willen maken van de nationale ontsnappingsclausule (SGP) als het gaat om de defensiefinanciering.
Waarom maakt Nederland hier geen gebruik van?
Douane
Voorts willen de leden van de PVV-fractie weten hoe het staat met de lobby om het
Europees Douaneagentschap naar Nederland te halen.
Wat zou dit gaan opleveren of gaan kosten?
De leden van de PVV-fractie vragen tevens of het klopt dat medio 2026 over elk Chinees
pakketje straks wel 3 euro importheffing (handling fee) betaald moet worden.
Mag Nederland deze heffing houden of moeten we die (deels) afdragen aan Brussel? Wat
betekent deze maatregel voor onze schatkist?
Digitale euro
De leden van de PVV-fractie vragen naar het standpunt ten aanzien van de digitale
euro van het nieuwe kabinet. Welke precieze voorwaarden stelt het nieuwe kabinet aan
het accepteren van de digitale euro en is hieraan volgens het kabinet voldaan? Graag
ontvangen zij een onderbouwing.
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda van de
Eurogroep/Ecofin en hebben daarbij enkele vragen.
De leden van de CDA-fractie ondersteunen de inzet van de commissie om de internationale
rol van de euro te versterken. Zij zien de voordelen zoals grotere monetaire autonomie,
lagere transactie en lagere transactie-, risicomanagement- en financieringskosten,
en een lagere gevoeligheid voor buitenlandse wisselkoersschokken. In deze roerige
internationale tijden gebeurt er veel, zo ook in de valutamarkt. Zo signaleert Het
FD dat de status van de dollar als wereldmunt onder druk staat.2 Door de inzet van de dollar als machtsmiddel proberen landen hun afhankelijkheid
van de dollar af te bouwen. Zo stimuleert China actief om betalingen niet in dollars
maar in de Chinese renminbi af te rekenen. Als het gaat om valuta en goudreserves
blijft de hegemonie van de dollar echter bestaan en blijft de euro sterk achter. Hoe
kijkt de Minister naar deze ontwikkelingen?
De leden van de CDA-fractie roepen de Minister op om de inzet van de commissie op
het versterken van internationale rol van de Euro proactief te blijven ondersteunen.
De leden van de CDA-fractie ondersteunen de kritische opstelling van het Kabinet met
betrekking tot de verantwoording van de EU-Begroting. Wederom geeft de Europese Rekenkamer
(ERK) een afkeurend oordeel over de verantwoording van de uitgaven in de EU-begroting.
Een dergelijk negatief advies is niet incidenteel, maar structureel. Deze leden vragen
of het klopt dat de grootste fouten worden gemaakt in verband met het EU-cohesiebeleid.
Kan de Minister toelichten wat daarvan volgens hem de oorzaken zijn en in welke landen
de hoogste foutenpercentages voorkomen?
Daarnaast constateren de leden van de CDA-fractie dat de Europese Commissie een andere
visie heeft met betrekking tot de methode voor het berekenen van het foutenpercentage
dan de ERK en daarmee Nederland. Kan de Minister aangeven waar het verschil in interpretatie
over de foutenpercentages tussen Nederland en o.a. de Europese Commissie vandaan komt?
De leden van de CDA-fractie staan, gegeven het bovenstaande, achter het besluit van
het kabinet om tegen het positieve dechargeadvies te stemmen. Wel vragen zij de Minister
om de aanbevelingen van de ERK kracht bij te zetten en aan te sturen op concrete verbeteringen.
Welke mogelijkheden ziet hij daartoe?
Ook vragen zij de Minister om te reflecteren op dit proces. De Minister lijkt zich
er in zijn brief bij neer te leggen dat er, ondanks de Nederlandse tegenstem, alsnog
een positief dechargeadvies komt. Om de financiële huishouding van de EU structureel
te verbeteren, roepen deze leden de Minister daarom op in het vervolg nog intensiever
op te trekken met gelijkgestemde landen.
De leden van de CDA-fractie steunen de inzet van de Commissie m.b.t. financiële steun
voor Oekraïne. Het besluit om de komende twee jaar met 90 miljard euro aan leningen
Oekraïne te steunen is een grote en moedige stap. Zij kijken uit naar de appreciatie
van de achterliggend wetsvoorstellen vanuit de Commissie. Wel vragen deze leden hoe
groot de Minister het risico acht dat de rentelasten hoger zijn dan de zogenoemde
headroom in de MFK-begroting, in welk geval er mogelijk naar een nieuw instrument
moet worden gekeken. Zij vragen hoe dit er volgens de Minister uit zou kunnen zien.
Ook merken deze leden op dat de IMF-berekening van de ongedekte financieringsnood
voor Oekraïne ervan uitgaat dat de oorlog nog dit jaar wordt beëindigd. Kan de Minister
een inschatting geven van de financieringsbehoefte van Oekraïne wanneer de oorlog
ook in en na 2027 voortduurt?
De leden van de CDA-fractie zien dat de Herstel- en veerkrachtplannen (HVP) worden
besproken en maken van deze gelegenheid gebruik om de voortgang op de Nederlandse
HVP aan te kaarten. De onderliggende Kamerbrief maakt melding dat de grootste uitdagingen
liggen bij 3 vertraagde wetstrajecten, te weten de Wet versterking regie volkshuisvesting
(Wet Regie), Wet Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (Vbar)
en Wet Basisverzekering Arbeidsongeschiktheid Zelfstandigen (BAZ). Tijdige Kamerbehandeling
is hierin cruciaal en dit is dan ook de inzet van de leden van de CDA-fractie. Toch
wordt er in de Kamerbrief een aanzienlijk risico genoemd dat de HVP-deadline niet
gehaald wordt. In de voorliggende agenda ligt een wijzing voor ten aanzien van het
HVP van Litouwen op basis van artikel 21 van de HVP-verordening. Kan de Minister aangeven
of een dergelijke wijzing voor de Nederlandse situatie meer ademruimte zou kunnen
geven? Kan de Minister daarnaast inzicht geven in de financiële consequenties van
het niet behalen van de Nederlandse HVP-doelstellingen?
Ten aanzien van defensie-investeringen lezen de leden van de CDA-fractie dat inmiddels
17 lidstaten zich hebben gemeld voor de ontsnappingsclausule voor defensiefinanciering
en dat 19 lidstaten een plan hebben ingediend voor het gebruik van SAFE leningen.
Deze leden vragen wat het volgens de Minister zegt dat zoveel lidstaten gebruik maken
van deze instrumenten, en wat dit voor gevolgen kan hebben voor de nationale begrotingen.
Ook vragen zij of het klopt dat er meer leningen zijn aangevraagd dan dat er geld
beschikbaar is binnen SAFE. Hoe staat de Minister tegenover uitbreiding van SAFE en
welke risico’s ziet de Minister hierin?
Vragen en opmerkingen van de leden van de JA21-fractie
De leden van de JA21-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor
de Eurogroep/Ecofinraad van 16 en 17 februari 2026. Zij hebben een aantal vragen en
opmerkingen.
Decharge EU-begroting
De leden van de JA21-fractie hebben kennisgenomen van de Raadsaanbeveling inzake de
dechargeverlening aan de Europese Commissie over de EU-begroting 2024 en van het jaarverslag
van de Europese Rekenkamer. Deze leden constateren dat het foutenpercentage weliswaar
is gedaald, maar nog altijd boven de materialiteitsgrens ligt en dat de Rekenkamer
opnieuw een afkeurend oordeel geeft. Deze leden steunen het kabinetsvoornemen om tegen
het dechargeadvies te stemmen. Kan de Minister aangeven met welke gelijkgezinde lidstaten
Nederland hierin optrekt en of hij bereid is deze kritische houding ook expliciet
te verbinden aan de bredere discussie over toekomstige EU-uitgaven, leningen en begrotingsdiscipline?
Deze leden wijzen daarbij in het bijzonder op de waarschuwing van de Europese Rekenkamer
over de toenemende last van EU-leningsverplichtingen en de gevolgen daarvan voor toekomstige EU-begrotingen met het oog
op de volgende MFK-periode vanaf 2028. Kan de Minister aangeven hoe het kabinet deze
risico’s weegt, en deelt de Minister de opvatting dat dit vraagt om striktere begrotingsdiscipline
en om het inperken van de vrije bestedingsruimte van de Commissie (de headroom) bij
de vormgeving van het nieuwe MFK?
Economische en financiële impact van de Russische agressie tegen Oekraïne
De leden van de JA21-fractie merken op dat de leningen alleen worden terugbetaald
indien Rusland herstelbetalingen verricht, een scenario waarvan het hoogst onzeker
is of en wanneer dit zich zal voordoen. Kan de Minister aangeven of het kabinet er
realistisch gezien van uitgaat dat deze leningen ooit volledig worden terugbetaald,
en hoe hiermee rekening wordt gehouden in de ramingen van toekomstige EU-uitgaven
en Nederlandse afdrachten?
Deze leden constateren dat voor 2027 de rentekosten worden geraamd op circa 1 miljard
euro, oplopend tot gemiddeld 3 miljard euro per jaar vanaf 2028, met in een ongunstig
scenario zelfs hogere bedragen. Kan de Minister toelichten wat deze scenario’s concreet
betekenen voor Nederland, met name indien de headroom van het MFK ontoereikend blijkt
en een aanvullend instrument noodzakelijk zou worden?
De leden van de JA21-fractie merken op dat Tsjechië, Hongarije en Slowakije hebben
bedongen niet bij te dragen aan deze leningconstructie. Kan de Minister toelichten
waarom Nederland hier niet voor heeft gekozen en of het kabinet heeft overwogen een
vergelijkbare uitzondering te bedingen gezien de potentiële budgettaire risico’s?
Daarnaast vragen deze leden wat de concrete budgettaire gevolgen zijn van deze opt-outs
voor de deelnemende lidstaten. Kan de Minister inzichtelijk maken in hoeverre de rentelasten
en eventuele aflossingsverplichtingen voor de deelnemende landen toenemen als gevolg
van het feit dat een deel van de lidstaten niet meebetaalt?
Economisch herstel in Europa: uitvoeringsbesluiten van de Raad onder de Herstel- en
Veerkrachtfaciliteit (HVF)
De leden van de JA21-fractie constateren dat Nederland het risico loopt om circa € 2,4 miljard
aan middelen uit het Herstel- en Veerkrachtplan mis te lopen indien niet tijdig aan
alle voorwaarden wordt voldaan.
Hoe schat de Minister de kans in dat Nederland alle resterende hervormingen tijdig
zal afronden? Kan de Minister per hervorming aangeven waar de grootste knelpunten
zitten en hoe groot het risico is dat (delen van) de middelen verloren gaan? Wat zijn
de budgettaire consequenties indien Nederland deze middelen niet ontvangt? Is de Minister
voornemens hier in de Voorjaarsnota op realistische wijze rekening mee te houden?
De leden van de JA21-fractie wijzen er voorts op dat Nederland per saldo een nettobetaler
is aan de Herstel- en Veerkrachtfaciliteit. Kan de Minister aangeven wat er gebeurt
met middelen die niet worden benut? En is de Minister bereid zich in te zetten voor
het uitgangspunt dat niet-benutte middelen terugvloeien naar nettobetalers?
Informatiepunt SAFE
De leden van de JA21-fractie constateren dat negentien lidstaten hebben ingetekend
op SAFE-leningen voor een bedrag van circa € 190 miljard, terwijl het afgesproken
plafond € 150 miljard bedraagt. Deze leden nemen kennis van berichtgeving dat wordt
gesproken over een mogelijke uitbreiding van SAFE of een nieuwe leenronde. Deze leden
zijn tegen een uitbreiding of nieuwe ronde van SAFE en vinden dat moet worden vastgehouden
aan het afgesproken plafond van € 150 miljard. Kan de Minister bevestigen dat Nederland
deze lijn hanteert en zich actief zal verzetten tegen voorstellen om SAFE te verruimen?
Deze leden wijzen er daarbij op dat de Kamer met de aangenomen motie 36 800-V, nr. 62 (Hoogeveen/Stoffer) de regering heeft verzocht zich actief te verzetten tegen iedere
stap richting structurele gezamenlijke EU-schulduitgifte. Kan de Minister toelichten
hoe hij deze motie concreet uitvoert in het kader van de discussie over een mogelijke
verruiming of nieuwe ronde van SAFE?
De leden van de fractie van JA21 hebben daarnaast kennisgenomen van de berichtgeving
van Politico, waarin de Franse president Macron een pleidooi houdt vóór eurobonds.
Hoe ziet de Minister de genoemde motie Hoogeveen/Stoffer in het licht van dit voorstel
van president Macron?
Kan toegezegd worden dat het kabinet de wens van de Kamer uitvoert en Nederlandse
steun uitsluit voor gezamenlijke EU-leningen voor investeringen in bijvoorbeeld de
duurzame transitie, zoals wordt betoogd door de Franse president?
Uitsluitend indien desondanks toch voorstellen tot uitbreiding of een nieuwe ronde
aan de orde komen, vragen deze leden of de Minister bereid is zich in te zetten voor
strengere voorwaarden. Kan de Minister toezeggen dat Nederland in dat geval zal pleiten
voor het uitgangspunt dat alleen lidstaten die voldoen aan het Stabiliteits- en Groeipact
in aanmerking komen voor SAFE-leningen, en dat lidstaten met een buitensporig begrotingstekort
of een onhoudbare schuldpositie worden uitgesloten?
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie
De leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de
Eurogroep/ecofinraad van 16 en 17 februari 2026. Deze leden hebben op dit moment geen
vragen aan het kabinet.
Vragen en opmerkingen van de leden van de Groep Markuszower
De leden van de Groep Markuszower hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda
van de vergaderingen van de Eurogroep en de Ecofinraad op 16 en 17 februari 2026.
Hier hebben deze leden enkele vragen over.
Eurozone aanbeveling 2026
De Minister geeft aan dat een van de Nederlandse prioriteiten de voortgang van de
kapitaalmarktunie is. Kan de Minister aangeven hoe hij waakt voor het (on)bedoeld
invoeren van Eurobonds in het kader de kapitaalmarktunie?
Decharge EU-begroting
Kan de Minister aangeven of de Europese Rekenkamer (ERK) ooit positief heeft geoordeeld
over een EU-begroting? Kan de Minister een tijdlijn verstrekken met de oordelen van
de ERK over de jaren heen? Hoe vaak is er door een gekwalificeerde meerderheid decharge
verleend, ondanks een negatief oordeel van de ERK?
Kan de Minister tevens aangeven hoe vaak er door een gekwalificeerde meerderheid van
de Raad geen decharge is verleend voor de EU-begroting?
Wat zijn de consequenties (juridisch, financieel, anderszins) voor Nederland, indien
er geen decharge wordt verleend?
De leden van de Groep Markuszower verzoeken de Minister om een overzicht te verstrekken
van de foutpercentages per land vanaf de eerste EU-begroting tot op heden. Kan de
Minister, in de loop van de tijd, een patroon ontwaren van landen met structureel
hoge foutpercentages?
De leden van de Groep Markuszower merken op dat de ERK een stijgende trend in de financiële
impact van onregelmatigheden ontwaart aangaande de Herstel- en Veerkrachtfaciliteit
(HVF). Voorts waarschuwen de auditors dat tegen 2027 de uitstaande EU-leningen meer
dan 900 miljard euro kunnen bedragen.
Kan de Minister aangeven welke risico’s hij signaleert aangaande de stijgende trend
en welke mitigerende maatregelen worden genomen om toekomstige onregelmatigheden tegen
te gaan? Kan de Minister een overzicht verstrekken van de toename van de gezamenlijke
schuld in de Europese Unie in de loop van de afgelopen dertig jaar?
Mondiale onevenwichtigheden en mogelijke herlancering in de context van geo-economische
risico’s
De leden van de Groep Markuszower constateren dat het kabinet overschotten en tekorten
ziet als een mogelijke uiting van binnenlandse onevenwichtigheden. Kan de Minister
aangeven hoe hij de lopende rekening van Nederland in dit licht beschouwt, deze kent
immers al decennia een overschot?
Implementatie van het Europees begrotingsraamwerk: defensiefinanciering
De leden van de Groep Markuszower constateren dat de Commissie op 19 maart 2025 heeft
voorgesteld om de nationale ontsnappingsclausule binnen de Europese begrotingsregels
tijdelijk en gericht te activeren, met als doel om nationale defensie-uitgaven op
korte termijn te verhogen.
Zeventien landen hebben een aanvraag ingediend voor activatie van de nationale ontsnappingsclausule,
voor zestien landen is het reeds goedgekeurd.
Kan de Minister aangeven welke overwegingen er voor Nederland zijn om al dan niet
een aanvraag voor activatie in te dienen, wat zijn de voordelen dan wel nadelen?
Herstel- en Veerkrachtplan (HVP)
De leden van de Groep Markuszower merken op dat op 31 augustus 2026 uiterlijk hervormingen
doorgevoerd moeten worden in het kader van het HVP. De Minister voorziet aangaande
drie wetgevingstrajecten een aanzienlijk risico op het missen van de deadline. Kan
de Minister per wetsvoorstel een concrete inschatting geven van de potentiële derving,
indien Nederland de deadline niet haalt?
Kan de Minister aangeven wat er gebeurt met niet uitbetaalde middelen?
Economische en financiële impact van de Russische agressie tegen Oekraïne
De leden van de Groep Markuszower vernemen graag welke «financing assurences» door
Nederland zijn afgegeven. Zijn er reeds concrete financiële toezeggingen gedaan?
Kan de Minister aangeven in hoeverre Nederland tot op heden Oekraïne (indirect) financieel
heeft gesteund (inclusief lopende toezeggingen en de Ukraine Support Loan (USL)? Oekraïne
hoeft de lening pas terug te betalen wanneer Rusland de agressieoorlog beëindigt en
Rusland herstelbetalingen aan Oekraïne voldoet. Kan de Minister nader toelichten wat
de financiële consequenties zijn indien Rusland nimmer overgaat tot herstelbetalingen?
Nieuwe eigen middelen
Kan de Minister onderbouwd aangeven waarom het volledig afwijzen van alle nieuwe middelen
potentieel zou leiden tot een hogere totale (netto) afdracht voor Nederland?
Update Eurotoetreding Bulgarije
Kan de Minister aangeven welke financiële risico’s, op de korte en de lange termijn,
kleven aan de toetreding van Bulgarije tot de muntunie?
Digitale euro
De leden van de Groep Markuszower vernemen dat er in december 2025 een akkoord is
bereikt over het pakket voor de gemeenschappelijke munt. Het is nu aan het Europees
Parlement (EP) om hierover een positie in te nemen, wanneer dit gebeurt is nog onduidelijk,
maar de rapporteur wenst het traject in mei af te ronden, zo constateren deze leden.
Kan de Minister een tijdlijn verstrekken met belangrijke ijkpunten of mijlpalen inzake
de invoering van de digitale euro? Op welk moment worden er onomkeerbare besluiten
genomen en hoe anticipeert de Minister hierop?
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
T.M.T. van der Lee, voorzitter van de vaste commissie voor Financiën -
Mede ondertekenaar
A.H.M. Weeber, griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.