Verslag van een schriftelijk overleg : Verslag van een schriftelijk overleg over het kabinetsstandpunt t.a.v. EP-initiatiefvoorstel wijziging Europese Kiesakte inzake stemoverdracht (Kamerstuk 36104-10)
36 104 EU-voorstel: verkiezing van de leden van het Europees parlement door middel van rechtstreekse algemene verkiezingen
Nr. 11 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
Vastgesteld 3 februari 2026
De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken heeft een aantal vragen en opmerkingen
voorgelegd aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over de brief
van 16 januari 2026 over het kabinetsstandpunt t.a.v. EP-initiatiefvoorstel wijziging
Europese Kiesakte inzake stemoverdracht (Kamerstuk 36 104, nr. 10).
De vragen en opmerkingen zijn op 28 januari 2026 aan de Minister van Binnenlandse
Zaken en Koninkrijksrelaties voorgelegd. Bij brief van 3 februari 2026 zijn de vragen
beantwoord.
De fungerend voorzitter van de commissie, Van Eijk
Adjunct-griffier van de commissie, Van der Haas
I
Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
2
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
2
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
2
II
Antwoord / reactie van de Minister
3
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de brief inzake het kabinetsstandpunt
met betrekking tot het initiatiefvoorstel tot wijziging van de Europese Kiesakte inzake
stemoverdracht. Allereerst merken deze leden op dat zij het belang inzien van een
regeling voor zwanger- of moederschapsverlof voor leden van het Europees parlement
(EP), maar tegelijkertijd hebben zij vragen over de praktische uitwerking, staatsrechtelijke
implicaties en mogelijke precedentwerking van het voorgestelde instrument. Het betreft
hier een principieel punt, want het zou op gespannen voet met het basisprincipe van
de democratische vertegenwoordiging kunnen staan. Deze leden merken op dat het voorstel
met een grote meerderheid in het EP is aanvaard. Tegelijkertijd merken zij op dat
er een eerder voorstel uit 2022 ligt waarin wordt voorzien dat zieke of zwangere EP-leden
middels tijdelijke vervangers kunnen worden vervangen. Deze leden vinden dat er constructief
moet worden gekeken naar het voorstel inzake stemoverdracht.
De leden van de VVD-fractie merken op dat stemoverdracht raakt aan het persoonlijk
mandaat dat volksvertegenwoordigers hebben. Deze leden vragen of er ook sprake is
van stemoverdracht in nationale parlementen in andere EU-lidstaten. Tevens vragen
zij hoe wordt omgegaan met situaties waarin de stemoverdracht plaatsvindt aan een
lid van een andere delegatie of fractie en hoe kan worden uitgesloten dat de regeling
in de toekomst wordt uitgebreid naar andere omstandigheden.
De leden van de VVD-fractie vragen verder hoe ver stemoverdracht reikt. Betreft het
enkel plenaire stemmingen of bestaat er het gevaar dat het ook breder wordt ingezet
bij vergaderingen? Ook vragen deze leden hoe in de praktijk wordt vastgesteld of een
Europarlementariër in aanmerking komt voor stemoverdracht. Wie houdt hier toezicht
op? Ook vragen deze leden hoe de stemoverdracht zich verhoudt tot het fysiek aanwezig
moeten zijn bij stemmingen. Tevens vragen zij hoe het initiatiefvoorstel zich verhoudt
tot hoofdelijk stemmen. Hoe wordt voor EU-burgers inzichtelijk gemaakt dat er sprake
was van stemoverdracht? Wordt dit zichtbaar gemaakt in stemmingsuitslagen?
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
De leden van GroenLinks-PvdA-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de brief
van het kabinet inzake het kabinetsstandpunt over de regeling van vervanging van een
lid van het EP. Deze leden zijn het met het kabinet eens dat stemoverdracht niet hetzelfde
is als een tijdelijke volwaardige vervanging van een parlementslid. Zij zouden daarom
daar in principe de voorkeur aan geven. Dat zou het ook het meest aansluiten bij de
Nederlandse situatie, waarbij volksvertegenwoordigers volwaardig vervangen kunnen
worden gedurende zwangerschaps- en bevallingsverlof of verlof tijdens ziekte. Deze
leden vinden het echter van groot belang dat er na jarenlange inzet van Europarlementariërs
voor een passende verlofregeling nu eindelijk concrete stappen worden gezet. Daarom
zijn zij voorstander van een constructieve houding van de Nederlandse regering in
de Raad, zodat er spoedig een positief besluit kan worden genomen. Voor nu hebben
deze leden alleen nog de vraag wat de argumenten van andere lidstaten zijn om niet
in te kunnen stemmen met het voorstel van het EP uit 2022.
II Antwoord / reactie van de Minister
Graag dank ik de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
voor de schriftelijke vragen over brief inzake het kabinetsstandpunt ten aanzien van
het EP-initiatiefvoorstel wijziging Europese Kiesakte inzake stemoverdracht (Kamerstuk
36 104, nr. 10). Met veel belangstelling heb ik kennisgenomen van de door de leden van de fracties
van VVD en GroenLinks-PvdA gestelde vragen en gemaakte opmerkingen over dit voorstel.
De leden van de fractie van VVD vragen of er ook sprake is van stemoverdracht in nationale
parlementen in andere EU-lidstaten. De European Parliamentary Research Service heeft
in september 2025 een publicatie uitgebracht omtrent de verschillende regelingen in
EU-lidstaten voor parlementsleden die met zwangerschapsverlof zijn.1 Uit dit onderzoek volgt dat enkel Luxemburg de mogelijkheid biedt om de stem over
te dragen aan een ander parlementslid. In Spanje is het voor parlementsleden mogelijk
om tijdens hun zwangerschapsverlof alsnog op afstand deel te nemen aan de plenaire
stemming via een digitaal systeem. In Griekenland is het toegestaan om via briefstemmen
alsnog deel te nemen aan de stemming in het parlement.
Tevens vragen deze leden hoe wordt omgegaan met situaties waarin de stemoverdracht
plaatsvindt aan een lid van een andere delegatie of fractie en hoe kan worden uitgesloten
dat de regeling in de toekomst wordt uitgebreid naar andere omstandigheden. Het voorstel
verplicht parlementsleden niet om de stem over te dragen aan een lid van dezelfde fractie of delegatie.
Bovendien kunnen leden die niet onderdeel zijn van een fractie, in het Europees parlement
ook wel «niet-ingeschreven» leden genoemd, niet anders dan hun stem overdragen aan
een parlementslid van een andere fractie of een ander «niet-ingeschreven» parlementslid.
Het kabinet is het met de leden van de fractie van de VVD eens dat dit op gespannen
voet zou kunnen staan met het basisprincipe van de democratische vertegenwoordiging.
Dat is ook een van de redenen waarom het kabinet een voorkeur heeft voor een systeem
van tijdelijke vervanging. Een dergelijk systeem is nu echter niet aan de orde. Het
is denkbaar dat artikel 6 van de Europese Kiesakte in de toekomst opnieuw zal worden
gewijzigd en bijvoorbeeld ook parlementsleden die langdurig ziek zijn in staat worden
gesteld om hun stem over te dragen aan een parlementslid. Een dergelijke wijziging
zal dan opnieuw langs de nationale parlementen van de lidstaten moeten, waardoor ook
uw Kamer hier een oordeel over kan vormen.
De leden van de VVD-fractie vragen verder hoe ver stemoverdracht reikt. Betreft het
enkel plenaire stemmingen of bestaat er het gevaar dat het ook breder wordt ingezet
bij vergaderingen. Ook vragen deze leden hoe in de praktijk wordt vastgesteld of een
Europarlementariër in aanmerking komt voor stemoverdracht. Wie houdt hier toezicht
op? Ook vragen deze leden hoe de stemoverdracht zich verhoudt tot het fysiek aanwezig
moeten zijn bij stemmingen. Tevens vragen zij hoe het initiatiefvoorstel zich verhoudt
tot hoofdelijk stemmen. Hoe wordt voor EU-burgers inzichtelijk gemaakt dat er sprake
was van stemoverdracht? Wordt dit zichtbaar gemaakt in stemmingsuitslagen?
Het kabinet heeft, net als de leden van de fractie van VVD, een aantal vragen over
de praktische uitwerking van de stemoverdracht. Deze vragen zullen worden ingebracht
tijdens de besprekingen in de Raad. Veel lidstaten hebben vergelijkbare vragen over
het proces van stemoverdracht. Om die reden heeft het EU-voorzitterschap recent voorgesteld
om de algemene voorwaarden en modaliteiten aangaande stemoverdracht verder uit te
werken in het Statuut voor leden van het Europees parlement en in het Reglement van
het Europees parlement. Het kabinet kan deze aanpak in beginsel steunen, maar het
leidt wel tot verduidelijkende vragen, zoals welke wijziging van het Statuut wordt
voorgesteld en of dit proces parallel zal lopen met het initiatiefvoorstel. Deze vragen
zal het kabinet eveneens inbrengen bij de besprekingen in de Raad. Het kabinet ziet
stemoverdracht als opmaat naar een tijdelijke vervangingsregeling en/of uitbreiding
naar vaderschapsverlof en ziekteverlof, en zal dit via een nationale verklaring in
de Raad kenbaar maken, zoals ook vermeld in het kabinetsstandpunt.
De leden van de fractie van GroenLinks-PvdA vragen wat de argumenten van andere lidstaten
zijn om niet in te kunnen stemmen met het voorstel van het EP uit 2022. De wijziging
van de Europese Kiesakte uit 2022 staat nog als discussiepunt geagendeerd in de Raad.
Er is echter op korte termijn geen besluitvorming voorzien. Bezwaren van de lidstaten
tegen het 2022-voorstel zien onder andere op transnationale lijsten, stemmen per brief
en een vaste verkiezingsdag. Ook werd er bezwaar opgetekend met betrekking tot de
tijdelijke vervanging. De inhoudelijke motivering hiervan is niet bekend. De discussie
over het voorstel uit 2022 heeft zich tot op heden toegespitst op andere onderdelen
van het voorstel. Het kabinet neemt de vraag van de fractie van GroenLinks-PvdA mee
in de praktische uitwerking van het voorstel.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
W.P.J. van Eijk, voorzitter van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken -
Mede ondertekenaar
J.P. van der Haas, adjunct-griffier