Nota n.a.v. het (nader/tweede nader/enz.) verslag : Nota naar aanleiding van het verslag
36 833 Wijziging van de Wet op het financieel toezicht ter implementatie van Richtlijn (EU) 2024/927 tot wijziging van de Richtlijnen 2011/61/EU en 2009/65/EG wat betreft delegatieregelingen, liquiditeitsrisicobeheer, toezichtrapportage, verlening van bewaar- en bewaarnemingsdiensten en leninginitiëring door alternatieve beleggingsfondsen (Implementatiewet gewijzigde AIFM-richtlijn en icbe-richtlijn)
Nr. 6
NOTA NAAR AANLEIDING VAN HET VERSLAG
Ontvangen 4 februari 2026
Inleiding
De regering is de vaste commissie voor Financiën erkentelijk voor de aandacht die
zij aan het onderhavige wetsvoorstel heeft geschonken en voor de door haar daarover
gestelde vragen. De vragen worden zo veel mogelijk beantwoord in de volgorde van het
door de commissie uitgebrachte verslag.
Algemeen
§ 2. Inhoud wijzigingsrichtlijn
De leden van de VVD-fractie vragen hoe de regels om financiële risico’s bij open-eind
beleggingsinstellingen te beperken zich verhouden tot regels in andere landen, zoals
de Verenigde Staten. Voorts vragen zij of de Europese regels restrictiever zijn dan
de regels in andere landen. En zo ja, wat het effect hiervan is op de aantrekkelijkheid
om te beleggen.
De regels omtrent liquiditeitsbeheer voor open-eind beleggingsinstellingen sluiten
aan bij de aanbevelingen van IOSCO, die door toezichthouders wereldwijd zijn onderschreven.1 Potentiële liquiditeitsmismatches worden mondiaal als een stabiliteitsrisico gezien.
In de meeste landen bestaan regels over liquiditeitsmanagement. Ook in de VS dienen
beheerders van open-eind beleggingsfondsen te voldoen aan regels voor liquiditeitsbeheer.
In de VS wordt met name gelet op hoe liquide een beleggingsfonds is en of aan de vraag
van beleggers kan worden voldaan indien die hun deelnemingsrechten willen verkopen.
De rapportageverplichtingen in de VS zijn afhankelijk van de vraag hoe liquide een
fonds is. Hoe meer illiquide activa in een beleggingsfonds hoe vaker de beheerder
dient te rapporteren richting de SEC.
§ 3. Inhoud wetsvoorstel
De leden van de VVD-fractie lezen dat het wetsvoorstel regelt dat er toestemming van
de AFM is vereist voor het delen van interne bedrijfsactiviteiten (zoals IT en risicobeheer).
Zij vragen de regering of zij het met deze leden eens is dat dit niet volgt uit de
EU-richtlijnen en leidt tot extra lasten.
Het klopt dat de gewijzigde AIFM-richtlijn en icbe-richtlijn niet voorschrijven dat
toestemming nodig is van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) voor het delen van
interne bedrijfsactiviteiten zoals IT of risicobeheer. De artikelen 2:67a, tweede
lid, en 2:69c, tweede lid, van de Wet op het financieel toezicht zullen bij nota van
wijziging worden aangepast zodat geen toestemming nodig is van de AFM indien de beheerder
taken of activiteiten aan derden wil gaan verrichten die door de beheerder reeds worden
verricht voor een door hem beheerde beleggingsinstelling.
Ook lezen de leden van de VVD-fractie dat de eisen van voltijdsbeschikbaarheid en
EU-woonplaats gelden volgens de richtlijn voor feitelijke dagelijkse beleidsbepalers,
niet alleen voor bestuurders. Kan de regering dit verduidelijken en bevestigen dat
er geen nieuwe AFM-toets nodig is als hieraan al wordt voldaan?
Voorgeschreven wordt dat het dagelijks beleid van een beheerder van een beleggingsinstelling
dient te worden bepaald door ten minste twee natuurlijke personen die voltijds beschikbaar
zijn. Dit kunnen ook andere natuurlijke personen zijn naast de statutair bestuurders,
indien deze personen het dagelijks beleid bepalen van de beheerder. Indien de desbetreffende
personen reeds zijn getoetst op betrouwbaarheid en geschiktheid voor hun functie als
dagelijks beleidsbepaler dan is er geen nieuwe AFM-toets nodig.
§ 3.3 Dagelijkse beleidsbepalers
De leden van de VVD-fractie vragen waarom ertoe besloten is om voor beleggingsinstellingen
twee voltijds bestuurders verplicht te stellen. Is er eerdere casuïstiek waaruit blijkt
dat dit in de praktijk niet gebeurt? Is dit noodzakelijk voor het goed functioneren
van beleggingsinstellingen?
Voorgeschreven wordt dat het dagelijks beleid van een beheerder van een beleggingsinstelling
dient te worden bepaald door ten minste twee natuurlijke personen die voltijds (minimaal
36 uur er week) in dienst zijn of die zich voltijds inzetten voor de uitoefening van
de werkzaamheden van de beheerder en in de Europese Unie woonachtig zijn. Onder dagelijks
beleid wordt in dit verband verstaan de beleid- en besluitvorming gericht op het dagelijks
daadwerkelijke uitoefenen van het bedrijf van de financiële onderneming. Om te waarborgen
dat er voldoende «substance» (wezenlijke aanwezigheid) is en de natuurlijke personen
voldoende tijd hebben voor het verrichten van de werkzaamheden van de beheerder is
voorgeschreven dat het noodzakelijk is dat minimaal twee natuurlijke personen voltijds
in dienst zijn of zich voltijds inzetten voor de uitoefening van de werkzaamheden
van de beheerder.
§ 3.4 Bewaarders
De leden van de VVD-fractie lezen dat de AFM pas kan instemmen met het aanstellen
van een bewaarder in een andere lidstaat indien de AFM heeft vastgesteld dat in Nederland
geen relevante bewaardiensten worden verleend rekening houdend met de beleggingsstrategie
van de desbetreffende beleggingsrekening. De leden van de VVD-fractie vragen hoe vaak
dit voorkomt.
Gelet op de grootte van de asset management sector in Nederland en het aantal bewaarders
die zijn gevestigd in Nederland zal het niet zo snel voorkomen dat in Nederland geen
relevante bewaardiensten kunnen worden verleend rekening houdend met de beleggingsstrategie
van de desbetreffende beleggingsinstelling. Dat neemt niet weg dat het goed is die
mogelijkheid in voorkomend geval wel te hebben.
§ 5.1 Regeldrukgevolgen
De leden van de VVD-fractie vragen op welke manier gepoogd wordt de regeldruk voor
bedrijven zo laag mogelijk te houden.
De implementatie van de gewijzigde AIFM-richtlijn en icbe-richtlijn is lastenluw om
extra regeldruk voor bedrijven te voorkomen. Bovendien is alleen van een lidstaatoptie
gebruik gemaakt indien die optie meer mogelijkheden biedt voor bedrijven, en niet
indien een lidstaatoptie tot meer regeldruk leidt.
§ 5.1.4 Rapportageverplichtingen
De leden van de VVD-fractie vragen op welke manier de AFM ervoor zorgt dat de kosten
zo laag mogelijk zijn voor bedrijven. Verder vragen de leden van de VVD-fractie hoe
wordt voorkomen dat meer informatie door de AFM gevraagd wordt dan strikt noodzakelijk
en of waar mogelijk is gekozen voor eenmalige rapportage in plaats van periodieke
rapportage.
Om het voor bedrijven zo makkelijk mogelijk te maken om informatie te verstrekken
aan de AFM zal de AFM waar mogelijk standaardformulieren ontwikkelen en kunnen beheerders
gebruik maken van het AFM-portaal. De rapportageverplichtingen zijn conform de gewijzigde
AIFM-richtlijn en icbe-richtlijn geïmplementeerd in de Wet op het financieel toezicht.
Op grond van de gewijzigde AIFM-richtlijn en icbe-richtlijn dienen beheerders van
een beleggingsinstelling of icbe periodiek bepaalde gegevens te verstrekken aan de
AFM. Het gaat bijvoorbeeld om informatie over de financiële instrumenten waarin zij
handelen en de posities en activa van elke door hen beheerde beleggingsinstelling
respectievelijk icbe. Waar de gewijzigde richtlijnen een eenmalige rapportage voorschrijven
is daarbij aangesloten. Zo kunnen de AFM en De Nederlandsche Bank (DNB) al dan niet
periodiek andere gegevens verlangen indien deze gegevens nodig zijn om de stabiliteit
van het financiële stelsel te waarborgen. Door voor te schrijven dat de AFM respectievelijk
DNB de Europese Autoriteit voor effecten en markten (ESMA) van deze uitvraag in kennis
dienen te stellen, wordt voorkomen dat meer wordt uitgevraagd dan strikt noodzakelijk.
De AFM kan daarnaast eenmalig aanvullende rapportages vragen als hieraan een verzoek
van ESMA ten grondslag ligt. Het dient dan te gaan om rapportages bedoeld om de financiële
stabiliteit en integriteit van het financiële stelsel te waarborgen of duurzame groei
op lange termijn te bevorderen. ESMA kan hierom uitsluitend verzoeken indien sprake
is van uitzonderlijke omstandigheden.
De Minister van Financiën,
E. Heinen
Ondertekenaars
E. Heinen, minister van Financiën