Nota n.a.v. het (nader/tweede nader/enz.) verslag : Nota naar aanleiding van het verslag
36 810 Wet tot uitvoering van verordening (EU) 2022/1031 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juni 2022 over toegang van ondernemers, goederen en diensten uit derde landen tot de aanbestedings- en concessiemarkten van de Unie en procedures ter ondersteuning van onderhandelingen over toegang van ondernemers, goederen en diensten uit de Unie tot de aanbestedings- en concessiemarkten van derde landen (Instrument voor Internationale Overheidsopdrachten – IIO) (PbEU 2022, L 173)
Nr. 7
NOTA NAAR AANLEIDING VAN VERSLAG
Ontvangen 5 februari 2026
Met belangstelling heb ik kennisgenomen van de vragen en opmerkingen van de leden
van de fracties D66 en GroenLinks-PvdA. Graag beantwoord ik, samen met de Staatssecretaris
Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp, de vragen die door de fracties van D66 en
GroenLinks-PvdA zijn gesteld. In deze nota zijn de vragen en opmerkingen uit het verslag
integraal opgenomen in cursieve tekst en de beantwoording daarvan in niet-cursieve
tekst. De vragen zijn genummerd, waarnaar in voorkomende gevallen naar andere antwoorden
is verwezen. Gelijkluidende of in elkaars verlengde liggende vragen zijn gezamenlijk
beantwoord.
1 INLEIDING
1 tot en met 5)
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben enkele vragen over de relatie tussen
dit instrument en andere handelspolitieke instrumenten. Klopt het dat er naast dit
instrument nog andere instrumenten in de pijplijn van de Europese Commissie zitten
als het gaat om handelspolitiek? Behoort dit instrument tot een pakket aan maatregelen?
Zo ja, welke andere instrumenten zijn er aan dit instrument gerelateerd? Welke andere
initiatieven, wet- en regelgeving lopen er op dit moment in Europa om offensiever
op te kunnen treden op het terrein van de handel? Hoe verhoudt dit instrument zich
tot deze andere initiatieven?
De EU beschikt reeds over verschillende instrumenten om op te treden tegen oneerlijke
concurrentie door derde landen. Naast de meer klassieke handelspolitieke maatregelen
zoals het starten van een geschillenbeslechtingsprocedure bij de Wereldhandelsorganisatie
(hierna: WTO), antidumpingmaatregelen, antisubsidiemaatregelen en vrijwaringsmaatregelen
heeft de EU haar toolbox de afgelopen jaren uitgebreid met de verordening over het Instrument Internationale
Overheidsopdrachten (hierna: de IIO-verordening)1, de verordening buitenlandse subsidies (Foreign Subsidies Regulation, FSR)2, een update van de Trade Enforcement Regulation (TER)3 en het anti-dwang instrument (Anti-Coercion Instrument, ACI)4.
Daarnaast onderhandelen de EU-lidstaten momenteel over de herziening van de verordening
screening buitenlandse directe investeringen (Foreign Direct Investmentscreening, FDI-screening)5 en heeft de Europese Commissie (hierna: de Commissie) in januari dit jaar een aanbeveling
over de evaluatie van uitgaande investeringen gepubliceerd6. Tot slot heeft de Commissie op 3 december jl. een mededeling over de versterking
van EU economische veiligheid gepresenteerd, met speciale aandacht voor handelsgerelateerde
maatregelen.7 Uw Kamer zal hier middels een BNC-fiche over geïnformeerd worden. Vooralsnog heeft
de Commissie geen andere handelspolitieke instrumenten aangekondigd.
De IIO-verordening heeft als doel om de wederkerigheid op de internationale aanbestedingsmarkten
te vergroten en daarmee de toegang voor Europese ondernemers tot de aanbestedingsmarkten
van derde landen te verbeteren. Andere instrumenten uit de toolbox streven andere beleidsdoelstellingen na, zoals de verordening buitenlandse subsidies
die als doel heeft om interne marktverstorende subsidies uit derde landen te adresseren.
Daarmee is de IIO-verordening dus complementair aan andere instrumenten uit de EU
handelspolitieke toolbox en draagt de verordening tegelijkertijd bij aan de overkoepelende doelstelling van
het Europese handelsinstrumentarium om eerlijke internationale concurrentie te bevorderen.
2 DE VERORDENING IIO
2.1 Totstandkoming
6)
De leden van de D66-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het wetsvoorstel.
Zij erkennen de geopolitieke context waarbij derde landen aanbestedingen strategisch
inzetten. Deze leden vragen of de regering inzicht kan geven in de vraag in welke
sectoren of landen risico’s op oneerlijke markttoegang voor Europese bedrijven momenteel
het grootst zijn.
Het kabinet hanteert een landenneutrale inzet. Daarbij bieden de handelspolitieke
instrumenten van de EU een kader om vast te stellen waar en wanneer oneerlijke concurrentie
plaatsvindt. Een voorbeeld daarvan is de recente IIO-maatregel jegens Chinese aanbieders
van medische apparatuur.8 Die IIO-maatregel is gebaseerd op een uitgebreid onderzoek naar de Chinese aanbestedingsmarkt
voor medische apparatuur waarin de Commissie concludeert dat Europese ondernemers
op stelselmatige en ernstige wijze worden gehinderd bij deelname aan Chinese aanbestedingsprocedures.9
7)
Deze leden vragen tevens hoe hierbij wordt aangesloten bij bredere Nederlandse en
Europese strategieën voor open strategische autonomie.
De Nederlandse inzet voor Europese open strategische autonomie is gebaseerd op drie
bouwstenen, waaronder het versterken van het politiek-economische fundament en het
vergroten van het geopolitiek handelingsvermogen van de EU.10 Met de IIO-verordening poogt de EU meer wederkerigheid af te dwingen op de internationale
markt voor overheidsaanbestedingen en daarmee de toegang voor Europese bedrijven tot
aanbestedingen van derde landen te verbeteren. Op die manier draagt de IIO-verordening
bij aan eerlijkere concurrentie voor Europese ondernemers op de internationale aanbestedingsmarkt
en versterkt de IIO-verordening de economische weerbaarheid van de EU. Bovendien kunnen
IIO-maatregelen de EU helpen om haar marktmacht in te zetten als tegenwicht tegen
oneerlijke concurrentie door derde landen. Op die wijze draagt de IIO-verordening
ook bij aan het geopolitieke handelingsvermogen van de EU.
2.2 Reikwijdte
8)
De leden van de D66-fractie lezen in het wetsvoorstel dat het instrument uitsluitend
geldt voor aanbestedingen boven bepaalde Europese drempelwaarden. Deze leden vragen
hoe wordt voorkomen dat kleinere aanbestedende diensten alsnog worden belast met gegevensverplichtingen
die in omvang boven hun capaciteit uitgaan.
De impact van deze verordening op kleinere aanbestedende diensten is bij voorbaat
al zeer beperkt. Kleinere aanbestedende diensten of speciale-sectorbedrijven (hierna:
aanbestedende diensten) besteden namelijk nauwelijks boven de Europese drempelwaarden
aan. Zo blijkt uit de driejaarlijkse monitoringsrapportage aanbesteden dat in 2023
gemeenten tot 50.000 inwoners ongeveer 200 aanbestedingen boven de Europese drempelwaarden
uit de aanbestedingsrichtlijnen hebben aanbesteed. In totaal werden er in 2023 circa
13.500 aanbestedingen boven de Europese drempelwaarden aanbesteed in Nederland.11 De gestelde drempels uit de IIO-verordening zijn hoger gesteld dan de Europese drempelwaarden
voor aanbestedingen.12 De impact voor kleinere aanbestedende diensten van de IIO-verordening is daarmee
ingeperkt, voor de overwegingen van het vaststellen van deze drempels zie het antwoord
op de vragen 9, 10 en 11. Daarnaast kunnen EU-lidstaten de Commissie verzoeken om
deze kleinere aanbestedende diensten uit te zonderen van de toepassing van de IIO-verordening.
Dit betreft een algemene uitzondering voor kleinere lokale aanbestedende diensten
op alle IIO-maatregelen.
9, 10 en 11)
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben enkele vragen over de reikwijdte van
het wetsvoorstel. Waarop zijn de geraamde drempelwaarden van ten minste € 15.000.000
exclusief btw voor werken en concessies en ten minste € 5.000.000 exclusief btw voor
goederen en diensten gebaseerd? Kan de regering schetsen hoe deze afweging is gemaakt?
Waaruit blijkt dat deze drempelwaarden enerzijds voor een effectief instrument zorgen
en anderzijds niet voor een onnodige grote reikwijdte zorgen?
Het Commissievoorstel uit 2016 stelde voor om IIO-maatregelen van toepassing te verklaren
op alle aanbestedingen boven de vijf miljoen euro. Tijdens de onderhandelingen voor
de Raadspositie hebben EU-lidstaten en het Europees Parlement gekozen om te werken
met twee verschillende drempels zodat dit beter aansluit bij de aanbestedingspraktijk
en om de administratieve lasten voor aanbestedende diensten te beperken. Hieruit zijn
de twee verschillende minimumdrempels van vijf miljoen euro en vijftien miljoen euro
gekomen.13 Deze drempelwaarden zijn zo gesteld dat het instrument ongeveer 75% van de waarde
van alle aanbestedingen in de EU beslaat. Bij het vaststellen van de minimumdrempelwaarden
is gekeken welke aanbestedingen onder de drempelwaarden zouden vallen (effectiviteit)
zonder dat kleine aanbestedingen er ook onder zouden vallen (regeldruk).14
2.3 Inhoud
12)
De leden van de D66-fractie waarderen de mogelijkheid tot uitzonderingen bij dwingende
redenen van algemeen belang. Zij vragen op welke wijze wordt voorkomen dat uitzonderingen
worden gebruikt als sluiproute om niet-duurzame of staatsgesubsidieerde import toe
te laten.
Aanbestedende diensten zijn al bekend met het gebruik van de uitzondering bij dwingende
redenen van algemeen belang. Het is namelijk ook een van de uitzonderingsgronden om
af te zien van toepassing van de verplichte uitsluitingsgronden uit de Aanbestedingswet
2012 volgend uit de Europese aanbestedingsrichtlijnen. Voor het gebruik van deze uitzondering
is een goede, degelijke motivering vereist. In de IIO-verordening is verplicht gesteld
dat de aanbestedende dienst de Commissie op de hoogte moet stellen indien hij gebruik
wenst te maken van deze uitzondering. De Commissie kan daarmee controleren of deze
uitzondering niet misbruikt wordt en de effectiviteit van een IIO-maatregel niet ondermijnt.
13 en 14)
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben enkele vragen over de inhoud en werking
van de IIO-verordening. Met de verordening is een offensief handelspolitiek instrument
geïntroduceerd. Kan de regering uitleggen op welke manier deze verordening leidt tot
offensievere handelspolitiek vanuit de Europese Unie? Hoe verhoudt dit instrument
zich tot de huidige geopolitieke situatie (zoals de relatie tot China) en hoe zou
dit instrument moeten zorgen voor een sterker Europa op dit terrein? Wat maakt het
instrument offensief?
De IIO-verordening is een offensief handelsinstrument waarmee de EU wederkerigheid
poogt af te dwingen op de markt voor overheidsaanbestedingen, zodat Europese ondernemers
betere toegang krijgen tot aanbestedingen in derde landen. Daarmee probeert de EU
derde landen ertoe te bewegen om partij te worden bij de Overeenkomst inzake Overheidsopdrachten
(Government Procurement Agreement (hierna: GPA)) van de WTO, om bilateraal afspraken met de EU te maken over wederzijdse
toegang tot de markt voor overheidsopdrachten of om de reikwijdte van bestaande afspraken
uit te breiden. De IIO-verordening biedt de EU daarmee een middel om assertiever druk
uit te oefenen op derde landen om hun aanbestedingsmarkten toegankelijker te maken
voor Europese ondernemers. Daarmee is de IIO-verordening offensiever van aard dan
andere handelspolitieke instrumenten van de EU en versterkt de verordening de positie
van de EU om haar handelspolitieke belangen op een assertievere manier te verdedigen.
15)
Kan de regering een paar voorbeelden of casussen schetsen waarbij dit instrument zou
worden ingezet en daarbij aangeven wat precies de gevolgen van het inzetten van het
instrument zouden zijn?
Een concreet voorbeeld van inzet van de IIO-verordening betreft de IIO-maatregel die
de EU sinds 30 juni jl. voor Chinese aanbieders van medische apparatuur toepast. Het
gaat hierbij om de eerste inzet van de IIO-verordening en betekent dat Europese aanbestedende
diensten Chinese aanbieders van medische apparatuur dienen uit te sluiten van deelname
aan Europese aanbestedingen met een geraamde waarde van meer dan vijf miljoen euro.15 Deze IIO-maatregel volgt op een onderzoek van de Commissie naar de toegang voor Europese
ondernemers tot de Chinese aanbestedingsmarkt voor medische apparatuur. Op basis van
dat onderzoek concludeert de Commissie dat Europese ondernemers op wijdverspreide
en systematische wijze worden benadeeld en dat dit voldoende aanleiding geeft om een
IIO-maatregel toe te passen. Bij de vaststelling van deze IIO-maatregel heeft de Commissie
specifiek de proportionaliteit, de beschikbaarheid van alternatieve toeleveranciers
en de verwachte impact op de EU beoordeeld. Daarbij verwacht de Commissie dat eventuele
voor de EU nadelige effecten van de IIO-maatregel in verhouding tot de verwachte effectiviteit
staan van de IIO-maatregel.
16 en 17)
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie begrijpen dat lidstaten onder artikel 7 de
mogelijkheid hebben om enkele aanbestedende diensten vrij te stellen. Klopt het dat
de regering hier geen gebruik van maakt? Heeft de regering overwogen om hier bepaalde
sectoren of aanbestedende diensten onder te brengen en dus uit te zonderen? Waarom
wel of niet?
Het klopt dat een lidstaat een verzoek kan indienen om kleine lokale aanbestedende
diensten in het geheel uit te zonderen van de toepassing van IIO-maatregelen. Er is
destijds gekeken welke aanbestedende diensten mogelijk onder de vrijstelling kunnen
vallen. Dit zijn in Nederland enkel de kleinere gemeenten (tot 50.000 inwoners). Het
aantal aanbestedingen dat deze gemeenten doet boven de gestelde drempels is laag,
zie ook het antwoord op vraag 8. EZ en BHO hebben ervoor gekozen om te wachten tot
de eerste maatregel onder de IIO-verordening van kracht zou zijn en de impact daarvan
te bekijken. De eerste IIO-maatregel is inmiddels in werking getreden, maar ziet feitelijk
enkel op academische ziekenhuizen, gezien deze is gericht op de inkoop van medische
apparatuur. Indien er een IIO-maatregel ingevoerd wordt die ook toegepast moet worden
door gemeenten, zal gekeken worden of het nodig is deze uitzondering aan te vragen.
18, 19 en 20)
De leden van de CDA-fractie vragen in hoeverre het IIO daadwerkelijk ingezet wordt.
Kan de regering daar voorbeelden van geven? Indien ja, kan de regering daarbij ook
aangeven hoe een dergelijke situatie anders zal uitpakken als het wetsvoorstel inwerking
is getreden?
Voor het voorbeeld van een IIO-maatregel zie het antwoord op vraag 15. Het wetsvoorstel
zal geen impact hebben op de inzet van IIO-maatregelen. Het wetsvoorstel voorziet
slechts in de mogelijkheid om bij of krachtens algemene maatregel van bestuur nadere
regels te stellen die nodig zijn ter uitvoering van de IIO-verordening. Deze mogelijkheid
is beperkt tot nadere regels omtrent de verstrekking door aanbestedende diensten van
gegevens aan bestuursorganen of andere instanties, bevoegde autoriteiten van andere
lidstaten of de Commissie.
3 INHOUD VAN HET WETSVOORSTEL
3.1 Algemeen
21)
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen wat precies de gevolgen van het wetsvoorstel
zijn voor aanbestedende diensten en bedrijven die bedingen met aanbestedingen.
Het wetsvoorstel heeft geen gevolgen voor aanbestedende diensten en bedrijven. Zoals
hiervoor aangegeven ziet het wetsvoorstel slechts op het inrichten van een delegatiegrondslag
om bij of krachtens algemene maatregel van bestuur nadere regels te stellen omtrent
de verstrekking door aanbestedende diensten van gegevens aan bestuursorganen of andere
instanties, bevoegde autoriteiten van andere EU-lidstaten of aan de Commissie. De
verstrekking van deze gegevens kan namelijk noodzakelijk zijn om als Nederland te
voldoen aan verplichtingen uit de IIO-verordening. Bij of krachtens algemene maatregel
van bestuur kunnen aanbestedende diensten worden verplicht om deze gegevens te verstrekken.
22)
In hoeverre is de inschatting dat dit instrument gevolgen zal hebben voor producten
en diensten «Made in Europe» en/of producten en diensten uit Nederland?
Een IIO-maatregel zal alleen betrekking hebben op (ondernemers uit) een specifieke
sector en/of een individueel derde land. Bovendien ziet een IIO-maatregel alleen op
aanbestedingen van een waarde van meer dan vijf miljoen euro of werken en concessies
van meer dan vijftien miljoen euro. Van alle landen die niet onder een IIO-maatregel
vallen, kunnen de ondernemers dus nog steeds deelnemen aan een Europese aanbestedingsprocedure
voor de betreffende sector en ondernemers uit het betreffende derde land kunnen nog
steeds deelnemen aan Europese aanbestedingen voor andere sectoren (zie ook het antwoord
op vraag 24 tot en met 27). Hoewel een beperking aan deelname van een specifiek derde
land aan Europese aanbestedingsprocedures Europese ondernemers een zekere voorsprong
bij aanbestedingen kan geven, zijn de verwachte gevolgen voor «Made in Europe» producten
en/of diensten vanwege voornoemde redenen beperkt.
23)
Kan de regering schetsen hoe groot de gevolgen van de IIO-verordening en dit wetsvoorstel
zijn voor het Nederlandse bedrijfsleven en aanbestedende diensten?
Zoals aangegeven, heeft het wetsvoorstel geen gevolgen voor het Nederlandse bedrijfsleven
en aanbestedende diensten (zie het antwoord op vraag 21). Voor de IIO-verordening
is dat anders. Mocht de Commissie tot IIO-maatregelen besluiten en daarmee de toegang
van ondernemers uit een derde land tot Europese aanbestedingen in een specifieke sector
beperken, dan zullen de gevolgen daarvan afhankelijk zijn van de omstandigheden van
het voorliggende geval. Zo kan de Commissie bij een IIO-maatregel kiezen voor een
score-aanpassing (waardoor aanbieders uit het betreffende derde land minder aantrekkelijk
worden) of voor een volledige uitsluiting van partijen uit het betreffende land. Daarnaast
zullen de gevolgen van een IIO-maatregel voor Nederlandse aanbestedende diensten en
meedingende ondernemers afhangen van de geraamde waarde van de betreffende aanbestedingsprocedures
en de mate waarin ondernemers uit het betreffende derde land aan Nederlandse aanbestedingsprocedures
in die sector deelnemen.
24 tot en met 27)
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen voorts of het klopt dat, mocht het
IIO vaak worden ingezet, aanbestedende diensten door dit instrument minder inschrijvingen
kunnen krijgen voor hun aanbestedingen. Kan de regering aangeven of en zo ja, wat
de gevolgen hiervan kunnen zijn voor de aanbestedende diensten, onder meer in de meerkosten
die zij wellicht zouden maken? Klopt het dat het ook juist voor Europese en Nederlandse
bedrijven gunstig kan zijn, indien er door dit instrument bedrijven van buiten de
EU worden uitgesloten? Kortom, zo vragen deze leden, wat is de inschatting van de
regering voor wat betreft de gevolgen voor de Nederlandse aanbestedingsmarkt.
Allereerst dient benadrukt te worden dat de IIO-verordening als eerste doel heeft
om te zorgen voor meer wederkerigheid van markten, daarbij is het instellen van een
IIO-maatregel een ultimum remedium. Of het toepassen van IIO-maatregelen daadwerkelijk
zal leiden tot minder inschrijvingen is afhankelijk van de specifieke IIO-maatregel.
Zo kan de Commissie kiezen voor een (fictieve) score-aanpassing waardoor aanbieders
uit het betreffende derde land minder aantrekkelijk worden of voor een volledige uitsluiting
van partijen uit het betreffende derde land. Minder of minder aantrekkelijk aanbod
behoort inderdaad tot de mogelijke gevolgen van een IIO-maatregel, zeker als de IIO-maatregel
ondernemers uit een derde land uitsluit van deelname aan Europese aanbestedingen in
de betreffende sector.
Daarbij wordt benadrukt dat een IIO-maatregel enkel ziet op ondernemers uit het betreffende
derde land en in de betreffende sector en alleen van toepassing is op aanbestedingen
of werken en concessies met een waarde van meer dan respectievelijk vijf miljoen euro
en vijftien miljoen euro. In de sectoren die niet aan een IIO-maatregel onderhevig
zijn, zijn partijen uit het betreffende derde land niet uitgesloten of worden zij
niet minder aantrekkelijk gemaakt en partijen uit alle overige derde landen behouden
ook toegang tot de Europese aanbestedingsmarkt. Daarnaast mogen IIO-maatregelen niet
worden ingeroepen tegen partijen uit landen waarmee de EU in de betreffende sector
een bilaterale handelsovereenkomst heeft of indien het land lid is van de GPA van
de WTO. Ook zal de EU in beginsel geen IIO-maatregel treffen tegen ondernemers uit
minst ontwikkelde landen of ontwikkelingslanden die onder het Alles Behalve Wapens
(Everything But Arms)-regime van de EU vallen. Om bovengenoemde redenen is de verwachting dat de impact
op de kosten of kansen voor Europese en Nederlandse ondernemers beperkt zullen zijn.
28 en 29)
De leden van de CDA-fractie vragen of de algemene maatregel van bestuur (AMvB) waarvoor
in dit wetsvoorstel een grondslag gecreëerd wordt, reeds gereed is. Wanneer zal deze
inwerking treden?
Deze algemene maatregel van bestuur zal zo spoedig mogelijk en gelijktijdig met het
wetsvoorstel in werking treden. De ambtelijke voorbereiding ervan is zo goed als afgerond.
Het ontwerp van de algemene maatregel van bestuur, na afstemming met de decentrale
overheden, aan de ministerraad worden aangeboden, waarna het voor advies aan de Raad
van State kan worden voorgelegd. Na verwerking van het advies van de Raad van State
kan de algemene maatregel van bestuur (gelijktijdig met het wetsvoorstel) in werking
treden.
3.2 Primaat van de wetgever
30 en 31)
De leden van de D66-fractie zien dat de afdeling Advisering van de Raad van State
een beperking heeft geadviseerd om het primaat van de wetgever te beschermen. Deze
leden vragen hoe de regering voorkomt dat de delegatiegrondslag de facto een generieke
grondslag wordt voor andere Europese aanbestedingsmaatregelen. Kan de regering concreet
inzichtelijk maken welke onderdelen nu niet meer onder deze delegatiegrondslag vallen
na de aanpassing naar aanleiding van het advies van de Afdeling?
Met steeds grotere regelmaat verschijnen er Europese verordeningen, richtlijnen en
besluiten waarin aanbesteden als strategisch instrument wordt ingezet ten behoeve
van beleidsdoelstellingen. Hierbij gaat het met name om sectorale verordeningen, richtlijnen
en besluiten met één of enkele bepalingen over aanbesteden. Ten behoeve van de tijdige
uitvoering en implementatie van deze verordeningen, richtlijnen en besluiten, was
in het wetsvoorstel dat voor advies aan de Raad van State is voorgelegd, een delegatiegrondslag
opgenomen waarmee aanbestedingsrechtelijke bepalingen van (toekomstige) Europese bindende
rechtshandelingen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur zouden kunnen worden
geïmplementeerd of uitgevoerd. Vanwege het primaat van de wetgever was deze grondslag
beperkt tot bepaalde onderwerpen op het terrein van aanbestedingsrecht. Regels bij
of krachtens algemene maatregel van bestuur zouden slechts kunnen worden gesteld,
voor zover deze zouden gaan over: a) beperkingen aan de toegang van een gegadigde
of inschrijver tot een aanbestedingsprocedure, b) de in het kader van een aanbestedingsprocedure
toe te passen geschiktheidseisen, selectiecriteria, technische specificaties, eisen
en normen, gunningscriteria, bedoeld in artikel 2.114 en nadere criteria, bedoeld
in artikel 2.115, c) de wijze waarop wordt getoetst of wordt voldaan aan de eisen,
criteria, specificaties en normen, bedoeld onder b, en d) de verstrekking door aanbestedende
diensten van gegevens aan bestuursorganen of andere instanties, bevoegde autoriteiten
van andere lidstaten of de Commissie.
De nu voorgestelde delegatiegrondslag heeft niet langer betrekking op alle Europese
rechtshandelingen, maar slechts op de IIO-verordening. Tegelijkertijd is het aantal
onderwerpen waarover regels kunnen worden gesteld teruggebracht tot uitsluitend hetgeen
noodzakelijk is ter uitvoering van de IIO-verordening (namelijk de verstrekking door
aanbestedende diensten van gegevens aan bestuursorganen of andere instanties, bevoegde
autoriteiten van andere lidstaten of de Commissie).
32)
De regering geeft aan het advies van de Afdeling «omwille van de tijd» te hebben gevolgd.
Welke tijdsdruk speelde hierbij, en hoe is gewaarborgd dat kwaliteit en parlementaire
controle volledig zijn geborgd?
De IIO-verordening is op 29 augustus 2022 in werking getreden. Om die reden is het
van belang dat het wetsvoorstel en de bijbehorende algemene maatregel van bestuur
zo snel mogelijk in werking treden, zodat goed uitvoering kan worden gegeven aan de
uit de IIO voortvloeiende informatieverplichtingen.
In reactie op de vraag naar de borging van de kwaliteit en parlementaire controle
wordt opgemerkt dat de hiervoor gebruikelijke procedures zijn gevolgd. Het wetsvoorstel
is voorgelegd aan de afdeling Advisering van de Raad van State, waarna het bij uw
Kamer is ingediend. De algemene maatregel van bestuur zal eveneens worden voorgelegd
aan de afdeling Advisering van de Raad van State.
5 GEVOLGEN VAN HET WETSVOORSTEL
33 tot en met 37)
De leden van de D66-fractie lezen dat het wetsvoorstel geen financiële of administratieve
gevolgen zou hebben. Zij vragen waarop deze inschatting is gebaseerd. Wordt periodiek
herijkt of dit in de praktijk zo blijft? De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen
dat het wetsvoorstel niet zorgt voor nieuwe rechten of verplichtingen ten aanzien
van aanbestedingsprocedures. Hoe verhoudt dit zich tot het doel van de wet om meer
wederkerigheid op de markt voor overheidsaanbestedingen en concessies met derde landen
te bewerkstelligen? Zou een gevolg van de wetswijziging niet juist moeten zijn dat
bepaalde partijen, in het kader van wederkerigheid, kunnen worden uitgesloten van
aanbestedingsprocedures en dat dit wetsvoorstel dus wel gevolgen zal hebben voor aanbestedende
diensten? Kan de regering toelichten hoe dit instrument enerzijds effectief kan zijn
als offensief handelspolitiek instrument maar anderzijds geen gevolgen kan hebben
voor aanbestedingsprocedures?
Van belang is om de IIO-verordening en het wetsvoorstel te onderscheiden. De IIO-verordening
heeft tot doel om meer wederkerigheid met derde landen op de markt voor aanbestedingen
en concessies te bewerkstelligen. Zij brengt diverse rechtstreeks werkende verplichtingen
met zich (zie hierna), maar enkele van deze verplichtingen vereisen uitvoering in
nationale regelgeving. Niet al deze verplichtingen kunnen met de bestaande wettelijke
voorzieningen worden uitgevoerd. Met dit wetsvoorstel wordt daarom voorzien in de
mogelijkheid om bij of krachtens algemene maatregel van bestuur die elementen te regelen
die noodzakelijk zijn om de goede werking van de verordening te waarborgen en te kunnen
voldoen aan de (informatie)verplichtingen uit de verordening. Pas wanneer van deze
mogelijkheid gebruik wordt gemaakt, kunnen er bij of krachtens algemene maatregel
van bestuur gevolgen voor aanbestedende diensten optreden. Om die reden is in de toelichting
bij het wetsvoorstel vermeld dat er geen financiële of administratieve gevolgen zijn.
De IIO-verordening an sich kan wel gevolgen voor aanbestedende diensten hebben. De
IIO-verordening kent de Commissie onder andere de bevoegdheid toe om onderzoek in
te stellen in gevallen waarin wordt vermeend dat Europese ondernemingen op aanbestedingsmarkten
van derde landen beperkingen ondervinden. Indien de Commissie concludeert dat Europese
ondernemingen beperkingen worden opgelegd, kan zij middels een uitvoeringshandeling
een zogenoemde IIO-maatregel vaststellen. De Commissie zal hiertoe overgaan als zij
dit in het belang van de Europese Unie acht. In een IIO-maatregel kan de Commissie
besluiten de toegang van ondernemers, goederen of diensten uit een derde land tot
aanbestedingsprocedures te beperken door aanbestedende diensten te verplichten een
scoreaanpassing op te leggen aan inschrijvingen die zijn ingediend door ondernemers
uit het betrokken derde land, of inschrijvingen die zijn ingediend door ondernemers
uit het betrokken derde land uit te sluiten. Uit de IIO-verordening volgt voor aanbestedende
diensten dat zij deze maatregel dan verplicht moeten toepassen in hun aanbestedingsprocedure
of moeten motiveren waarom er een uitzondering van toepassing is.
6 TOETSING EN ADVISERING
38)
De leden van de D66-fractie constateren dat in de toelichting niet wordt ingegaan
op mogelijke effecten op strategische autonomie en economische veiligheid. Zij vragen
of de regering nader kan reflecteren op deze dimensies van het instrument.
De IIO-verordening kan de EU helpen om haar geopolitieke handelingsvermogen en economische
weerbaarheid te versterken door meer wederkerigheid op de internationale markt voor
aanbestedingen af te dwingen en daarmee de concurrentiepositie van Europese ondernemers
te versterken. De veranderende economische en geopolitieke aspecten van het Europese
handelsbeleid waren destijds ook een van de redenen voor het Nederlandse kabinet om
haar initiële afwijzende houding jegens de IIO-verordening te wijzigen.16 Bovendien kan de IIO-verordening de EU helpen om haar krachtige interne markt in
te zetten als tegenwicht tegen oneerlijke concurrentie door derde landen.
39)
Deze leden vragen tevens of de regering kan reflecteren op het ontbreken van een internetconsultatie,
gezien de directe betrokkenheid van decentrale overheden.
Wanneer er sprake is van strikte uitvoering van een EU-verordening, conform de najaarsrapportage
regeldruk van 17 november 2016 (Kamerstukken II, 2016/17, 29 515, nr. 397, p. 5), is internetconsultatie optioneel. Aangezien het wetsvoorstel uitsluitend
voorziet in de mogelijkheid om bij of krachtens algemene maatregel van bestuur nadere
regels te stellen die nodig zijn ter uitvoering van de IIO-verordening, is van internetconsultatie
afgezien. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld
die gevolgen kunnen hebben voor decentrale overheden, als aanbestedende diensten.
Bij het ontwerp van de algemene maatregel van bestuur worden decentrale overheden
betrokken.
De Minister van Economische Zaken,
V.P.G. Karremans
De Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken,
A. de Vries
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
V.P.G. Karremans, minister van Economische Zaken -
Mede ondertekenaar
A. de Vries, staatssecretaris van Buitenlandse Zaken