Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Bühler en Van Lanschot over het bericht dat APG meer dan 1000 banen schrapt voornamelijk in Heerlen
Vragen van de leden Bühler en Van Lanschot (beiden CDA) aan de Ministers van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Economische Zaken over het bericht dat APG meer dan 1.000 banen schrapt voornamelijk in Heerlen (ingezonden 11 december 2025).
Antwoord van Minister Paul (Sociale Zaken en Werkgelegenheid), mede namens de Minister
van Economische Zaken (ontvangen 22 januari 2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen,
vergaderjaar 2025–2026, nr. 853.
Vraag 1
Bent u bekend met het artikel «Massaontslag APG harde klap voor personeel en regio»
van L1 Nieuws d.d. 10 december 2025?1
Antwoord 1
Ja
Vraag 2
Welke gevolgen, gezien het bredere patroon van grote ontslagen in Zuid-Limburg zoals
eerder bij Nedcar en op Chemelot, ziet u voor de werkgelegenheid en economie in Zuid-Limburg?
Antwoord 2
In algemene zin is mijn verwachting dat de gevolgen voor de werkgelegenheid en economie
beperkt blijven, hoewel het natuurlijk ingrijpend blijft voor mensen die het treft.
Limburg heeft nu, maar zeker ook in de toekomst te maken met krapte op de arbeidsmarkt.
Bij het eerdere massaontslag bij VDL Nedcar had 90% van de 4000 ontslagen werknemers
binnen een jaar een nieuwe baan.2 Een deel van de mensen die nog geen baan had gevonden zat in opleidingstrajecten
om arbeidsmarktrelevante vaardigheden op te doen.
Het is nog onduidelijk wat het profiel is van mensen die hun baan bij APG gaan verliezen,
maar gezien de krapte op de arbeidsmarkt, verwacht ik dat ook voor hen goede kansen
op ander werk zijn.
Vraag 3
Kunt u een inschatting geven in welke mate dergelijke ontslagen druk op de arbeidsmarktregioinfrastructuur
in Zuid-Limburg opleveren? Kunt u daarbij ook ingaan op de druk op de arbeidsmarktregioinfrastructuur
in Zuid-Limburg in vergelijking tot andere arbeidsmarktregio’s?
Antwoord 3
De inschatting is dat het massaontslag bij APG geen grote aanvullende druk zal opleveren
op het Werkcentrum omdat:
– veel mensen zelf hun weg vinden naar ander werk, al dan niet ondersteund door hun
werkgever of vanuit de branche en maar beperkt gebruik maken van aanvullende/voorliggende
arbeidsmarktdienstverlening.
– het schrappen van een deel van de genoemde 1000 tot 1200 banen bij de locatie Amsterdam
zal zijn.
– het schrappen van banen niet in één keer, maar in de komende 4 jaren zal plaatsvinden.
Het bedrijf wil in 2030 240 tot 270 miljoen bezuinigen «Een deel van de banen zal
verdwijnen door natuurlijk verloop en het aflopen van flexibele contracten, zegt directeur
Annette Mosman» (NOS Nieuws d.d. dinsdag 9 december).
De druk op de op de arbeidsmarktinfrastructuur is vergelijkbaar met andere regio’s.
Ook in andere regio’s zijn massaontslagen, bijvoorbeeld de sluiting van Bandenfabriek
Vredestein in Enschede en de reorganisatie bij Tata Steel in IJmuiden.
Vraag 4
Is er naar uw oordeel de arbeidsmarktregio Zuid-Limburg voldoende uitgerust om te
ondersteunen van werk naar werk? En welke extra druk brengen de eerdergenoemde grootschalige
ontslagen daarbij mee?
Antwoord 4
Ja. De eerder genoemde grootschalige ontslagen bij VDL Nedcar hebben aanvankelijk
extra druk met zich meegebracht. Door de krappe arbeidsmarkt en de periode waarover
de reorganisaties plaatsvonden was en is deze druk goed op te vangen. Inmiddels hebben
de meeste mensen al ander werk gevonden.
Vraag 5
Kunt u aangeven welke impact het verdwijnen van dit soort banen op de sociaaleconomische
ontwikkeling? En daarbij ook ingaan op het mogelijke «braindrain» effect?
Antwoord 5
APG neemt deze maatregel om zich aan te passen aan nieuwe economische omstandigheden.
Wanneer in goed overleg met de getroffen werknemers sterk ingezet wordt op om- en
bijscholing kan dit juist positieve effecten hebben voor de regio. Dat neemt niet
weg dat op persoonlijk vlak het verliezen van je baan een grote impact heeft.
Een mogelijk braindraineffect is op dit moment niet in te schatten en hangt af van
factoren die nu nog niet bekend zijn: welke banen verdwijnen, welke mensen verliezen
hun baan (wel of niet inwoners van Zuid Limburg) en in hoeverre de mensen die het
betreft wel of niet naar ander werk binnen of net buiten de regio begeleid kunnen
worden. De regio wil talent voor de regio behouden en zal zich daarvoor inspannen.
Vraag 6
Welke bredere economische kansen ziet het kabinet in Zuid-Limburg om deze ontwikkelingen
te keren?
Antwoord 6
Regio Zuid Limburg zet in op een grensoverstijgende circulaire en innovatie (kennis)economie.
In het kader van o.a. Regio Deals en het Nationaal Programma Vitale Regio’s werken
Rijk en regio hierbij samen. Kansen doen zich bijvoorbeeld voor bij het benutten van
grensoverstijgend economisch potentieel in chemie, life sciences & health, medtech
en smart services/AI, bij de verdere ontwikkeling van de campussen in Maastricht,
Geleen en Heerlen, bij de Einstein telescoop, bij de verduurzaming van Chemelot en
bij de Limburg Defensie Agenda.
Vraag 7
Bent u bereid een monitor te maken van de ontwikkeling van de sociaaleconomische status
in Zuid- Limburg over de afgelopen 20 jaar.
Antwoord 7
Een nieuwe monitor maken heeft geen toegevoegde waarde omdat er al veel platformen
en kennisbronnen zijn, mede in het kader van het Nationaal Programma Vitale Regio’s
(NPVR). Zoals het Nationaal netwerk brede welvaart, de regionale leer- en kennisinfrastructuren
(PLEK), en kennisbronnen zoals Zicht op wijken, Wijkwijzer, Leefbarometer, de Regionale
monitor brede welvaart van het CBS en Regio in Beeld van UWV.
Vraag 8
Bent u van mening dat het verdwijnen van overheidswerkgelegenheid in Limburg meer
aandacht verdient? Indien ja, hoe gaat u dat concreet vormgeven? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 8
Het verdwijnen van overheidswerkgelegenheid uit regio’s, met name buiten de Randstad,
heeft onze volle aandacht. Voor de spreiding van rijkswerkgelegenheid is in 2024 een
kabinetsbrede aanpak vastgesteld en besproken met uw Kamer. De kabinetsinzet is erop
gericht dat inwoners in heel Nederland bij de Rijksoverheid vertegenwoordigd zijn.
Dat kan onder meer door overheidsdienstverlening verspreid over Nederland te organiseren
en door medewerkers de mogelijkheid te bieden deels vanuit huis of een rijksontmoetingsplein
in de regio te werken.
Over de acties die de afgelopen periode zijn ingezet, heeft de Minister van Binnenlandse
Zaken en Koninkrijksrelaties de Kamer op 19 september 2025 geïnformeerd.3 In de Kamerbrief wordt gemeld dat de rijkswerkgelegenheid in de provincie Limburg
in 2024 met 2,6% is gegroeid. Op meerdere plekken in het land wordt gewerkt aan casussen
om te komen tot een betere spreiding van rijkswerkgelegenheid. Daar zit ook een casus
in Heerlen bij, met een forse investering in rijksvastgoed voor huisvesting van de
Belastingdienst, het CIBG en het nieuwe Instituut Mijnbouwschade Limburg. Het Ministerie
van BZK is tevens in gesprek met regionale bestuurders zoals de burgemeesters van
Heerlen en Roermond over de kansen voor meer rijkswerkgelegenheid in Limburg.
Vraag 9
Kunt u deze vragen één voor één en afzonderlijk beantwoorden.
Antwoord 9
Conform uw verzoek zijn bovenstaande vragen één voor één en afzonderlijk beantwoord.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
M.L.J. Paul, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid -
Mede namens
V.P.G. Karremans, minister van Economische Zaken
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.