Lijst van vragen en antwoorden : Lijst van vragen en antwoorden over het Verbeterplan financieel beheer en interim-auditrapport Ministerie van Buitenlandse Zaken (V) en Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp (XVII) (Kamerstuk 36800-V/36800-XVII-20)
36 800 V Vaststelling van de begrotingsstaat van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (V) voor het jaar 2026
36 800
XVII
Vaststelling van de begrotingsstaat voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp
(XVII) voor het jaar 2026
Nr. 38
LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN
Vastgesteld 22 januari 2026
De vaste commissie voor Buitenlandse Zaken heeft een aantal vragen voorgelegd aan
de Minister van Buitenlandse Zaken over de brief van 14 november 2025 inzake het Verbeterplan
financieel beheer en interim-auditrapport Ministerie van Buitenlandse Zaken (V) en
Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp (XVII) (Kamerstukken 36 800 V en 36 800 XVII, nr. 20).
De Minister heeft deze vragen beantwoord bij brief van 22 januari 2026. Vragen en
antwoorden zijn hierna afgedrukt.
De fungerend voorzitter van de commissie, Klaver
Adjunct-griffier van de commissie, Coco Martin
1
Kunt u de prioriteiten voor 2026 voor het verbeteren van het financieel beheer nader
toelichten?
Antwoord
De prioriteiten voor 2026 zijn het oplossen van de bevindingen over de inrichting
van de administratie, van de bedrijfsvoeringsverplichtingen en van het toezicht op
Invest International Public Programmes.
Inrichting administratie:
De technische aanpassingen in de systemen die het mogelijk maken om de verplichtingen
met middelenbestedingen te registreren in het financiële systeem zullen na de technische
jaarafsluiting worden geïmplementeerd.
De technische aanpassingen in het financiële systeem SAP voor de voorschottenadministratie
zijn in 2025 gerealiseerd. In 2026 zullen de voorschotten volledig vanuit SAP worden
verantwoord.
Bedrijfsvoeringsverplichtingen:
In 2025 is ingezet om de tekortkomingen in de bedrijfsvoeringverplichtingen op te
lossen. De bedrijfsvoeringsverplichtingen die in 2025 en eerdere jaren zijn aangegaan
worden gecontroleerd op juistheid van de vastlegging in de administratie. Op basis
van de bevindingen worden acties ondernomen om de navolgbaarheid van de bedrijfsvoeringsverplichtingen
te verbeteren. Inzet voor 2026 is om te zorgen dat de volledigheid en juistheid van
de registratie van bedrijfsvoeringsverplichtingen voldoende is geborgd.
Invest International Public Programmes:
Voor wat betreft de regelingen onder mandaat is in 2025 samen met Invest International Public Programmes (IIPP) gewerkt aan het financieel kader. Daarbij zijn afwegingen gemaakt tussen wat
het ministerie vraagt van IIPP en de uitvoerbaarheid van het financieel kader voor
IIPP. Het zoeken naar het optimum zorgde in 2025 voor enige vertraging. In 2026 wordt
het accountantsprotocol voor de externe accountant op basis van het financieel kader,
afgerond. De inzet is dat over 2026 de door de extern accountant gecontroleerde staat
van middelen tijdig beschikbaar zal zijn voor verwerking in het jaarverslag Buitenlandse
Handel en Ontwikkelingshulp van 2026.
2
Op basis van welke bevindingen heeft het Ministerie van Buitenlandse Zaken ervoor
gekozen nieuwe verplichtingen vanaf 2026 met het juiste instrument (middelenbestedingen)
te registreren, zodat mutaties direct worden ontleend aan de financiële administratie?
Kunt u daarnaast een nadere toelichting geven over de keuzes die zijn gemaakt?
Antwoord
In het Auditrapport 2024 Buitenlandse Zaken en Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp
heeft de ADR geconstateerd dat het ministerie ten opzichte van andere departementen
een afwijkende inrichtingskeuze heeft gemaakt ten aanzien van een belangrijk deel
van de verplichtingen. Door deze keuze worden de geregistreerde verplichtingen in
de administratie bij wijzigingen overschreven door de nieuwe, actuele registratie
en zijn de wijzigingen als zodanig nauwelijks identificeerbaar in de financiële administratie
zelf. Het Ministerie van Buitenlandse Zaken heeft dan ook ten behoeve van de controle
een managementrapportage moeten bouwen om het juiste inzicht te verkrijgen in de aangegane
verplichtingen. Dit creëert een afhankelijkheid van meerdere systemen die onwenselijk
is.
Om hieraan het hoofd te bieden is ervoor gekozen om de verplichtingen m.i.v. 2026
via zogenaamde middelenbestedingen te registreren i.p.v. via de huidige zogenaamde
middelenreserveringen. Bij middelenbestedingen zijn de mutaties in de verplichtingen
rechtstreeks vanuit het financiële systeem zichtbaar, zonder aanvullende applicaties.
3
Wanneer en op welke manier wordt het probleem dat in het rapport wordt geschetst,
dat het Ministerie van Buitenlandse Zaken in 2025 en daarna sterk afhankelijk blijft
van IT-beheersing en het noodzakelijke beheer van de rapportages kwetsbaar is, wat
de controleerbaarheid mogelijk beperkt, opgelost? Kunt u een tijdlijn en nadere toelichting
geven?
Antwoord
Het ministerie heeft in 2025 de technische voorbereidingen getroffen om de door de
ADR en AR geschetste aandachtspunten te adresseren. Met ingang van het controlejaar
2026 rapporteert het ministerie de financiële stromen «vooruitbetalingen» en «verantwoordingen»
rechtstreeks uit de financiële administratie. Hierdoor neemt de afhankelijkheid van
betrouwbare rapportages uit het systeem voor managementinformatie van Buitenlandse
Zaken (MIBZ) voor de verantwoording af. Voor de verantwoording van het controlejaar
2025 wordt voor beide stromen gesteund op MIBZ-rapportages die uitgebreid gevalideerd
zijn. Het ministerie verwacht dat hiermee de genoemde aandachtspunten gemitigeerd
zijn.
4
Wanneer wordt het aangepaste controleprotocol geïmplementeerd waar het Ministerie
van Buitenlandse Zaken momenteel aan werkt? Wanneer wordt de Kamer hierover geïnformeerd?
Antwoord
Het aangepaste accountantsprotocol zal in 2026 worden geïmplementeerd, nadat het financiële
kader met IIPP is overeengekomen. Het financiële kader en het controleprotocol maken
onderdeel uit van het Verbeterplan financieel beheer. De Tweede Kamer zal over het
resultaat van de toepassing van het accountantsprotocol via het jaarverslag 2026 worden
geïnformeerd.
5
Wat wordt er aan gedaan, zoals aangegeven in het rapport, dat ondanks de uitvoering
van het verbeterplan van de financiële bedrijfsvoeringsverplichtingen bijna is afgerond,
er nog geen aantoonbare verbeteringen zijn? Is een nieuw verbeterplan noodzakelijk?
Antwoord
De maatregelen voor de verbetering van de registratie van de bedrijfsvoeringverplichtingen
hebben geleid tot nieuwe heldere kaders en tot een groter bewustzijn bij directies
en posten om dit proces te verbeteren. Oorspronkelijke aanleiding van het probleem
is dat het ministerie tot en met 2023 de op zichzelf valide richtlijn «Verplichting = kas» te breed heeft toegepast. Hoewel de werkwijze nu is veranderd, hebben de fouten uit
voorgaande jaren nog een doorwerking in 2025 en deze bleken ook wijder verspreid dan
eerder gedacht. De opzet van het verplichtingenbeheer is verbeterd, maar de werking
is op dit moment nog niet op orde, zoals het interim-rapport van de ADR terecht stelt.
Het ministerie heeft daarom een aanvullend plan opgesteld om de bevindingen in het
interim-rapport 2025 van de ADR op te volgen. Een projectteam is bezig met een controle
van de bedrijfsvoeringverplichtingen. Op basis van de bevindingen worden acties ondernomen
om te zorgen dat de verplichtingen navolgbaar zijn met de achterliggende brondocumentatie.
Zie ook antwoord op vraag 1.
6
Het rapport geeft aan dat de regelingen dusdanig talrijk zijn dat correcte administratie
door het Ministerie van Buitenlandse Zaken complex en foutgevoelig is, waar ligt dit
specifiek aan? Kunt u dit nader toelichten?
Antwoord
Complexiteit en foutgevoeligheid zijn gelegen in de variatie in aard en omvang van
de regelingen, de beperkte mate van standaardisering van het financieringsaanbod,
met aandacht voor maatwerk, en de onvoorspelbare context waarin de regelingen worden
uitgevoerd.
De mogelijkheden voor maatwerk vervullen ook een functie, maar er wordt wel gewerkt
aan meer standaardisering van het financieringsaanbod, waar mogelijk, en aan stroomlijning
van de opdrachtverlening aan RVO.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
J.F. Klaver, voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken -
Mede ondertekenaar
A.B. Coco Martin, adjunct-griffier