Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Patijn over de arbeidsomstandigheden van pakketbezorgers
Vragen van het lid Patijn (GroenLinks-PvdA) aan de Minister en Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over de arbeidsomstandigheden van pakketbezorgers (ingezonden 8 december 2025).
Antwoord van Minister Paul (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) en van Staatssecretaris
Nobel (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) (ontvangen 19 januari 2026). Zie ook Aanhangsel
Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 839.
Vraag 1
Bent u bekend met de uitzending van Kassa van 29 november j.l. over de arbeidsomstandigheden
van pakketbezorgers?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Erkent u dat de werkdruk voor pakketbezorgers veel te hoog is en het problematisch
is dat zeer zware pakketten zonder tilhulp worden gelost? Waarom wel of niet?
Antwoord 2
Onderzoeksinstituut TNO heeft op basis van de Nederlandse Enquête Arbeidsomstandigheden
een analyse gemaakt van het verzuim van pakketbezorgers en een vergelijking van de
achterliggende redenen, waaronder werkdruk, met vergelijkbare beroepen en de rest
van Nederland. Een notitie van deze analyse wordt ter achtergrondinformatie meegezonden.
Pakketbezorgers melden zich gemiddeld evenveel ziek als werknemers uit andere sectoren.
Wanneer het verzuim werkgerelateerd is, geven pakketbezorgers ongeveer even vaak als
andere werknemers een te hoge werkdruk aan als reden. Ook melden pakketbezorgers zich
niet vaker of langer ziek dan werknemers uit andere sectoren. Het is evenwel altijd
belangrijk voor werkgevers om oog te houden voor het welzijn van hun werknemers. Vanuit
de Arbeidsomstandighedenwet worden werkgevers dan ook verplicht om maatregelen te
treffen om werkdruk zo veel mogelijk te voorkomen en indien niet mogelijk te verminderen.
Ook fysieke belasting van pakketbezorgers, bijvoorbeeld veroorzaakt door zware pakketten,
kan tot gezondheidsklachten leiden. Ook hier is het de verantwoordelijkheid van de
werkgever om passende maatregelen te treffen.
Vraag 3
Herkent u het in de uitzending geschetste beeld dat 65% van de pakketbezorgers zich
ziekmeldt vanwege de zware werkdruk en de zware pakketten? Hoe verhoudt dit zich tot
het aandeel ziekmeldingen in vergelijkbare branches?
Antwoord 3
Ja, dat wordt herkend, maar enkel daar waar het gaat om verzuim dat werkgerelateerd
is. Het meeste verzuim is niet werkgerelateerd, namelijk ongeveer 75% van het totaal.
In de TNO-analyse is de beroepsgroep waar de pakketbezorgers onder vallen als onderzoeksgroep
afgezet tegen een referentiegroep met soortgelijke beroepen in een eerste vergelijking.
Daarnaast is de onderzoeksgroep in een tweede vergelijking afgezet tegen de rest van
de beroepsgroepen in Nederland. Vervolgens is gekeken naar verschillen in verzuim
tussen de groepen, of het verzuim werkgerelateerd is, en wat de oorzaak is van het
werkgerelateerde verzuim. De beroepsgroep noemt als oorzaak van het werkgerelateerde
verzuim in 37% van de gevallen het fysiek zware werk en in 23% van de gevallen de
hoge werkdruk.
Uit deze analyse van TNO komt verder naar voren, zoals ook gesteld in het antwoord
op vraag 2, dat er geen grote verschillen zijn op het gebied van verzuim tussen de
drie groepen. Wel komt naar voren dat bij de beroepsgroep waar pakketbezorgers onder
vallen als reden achter het werkgerelateerde verzuim fysieke belasting anderhalf keer
vaker wordt genoemd in vergelijking met de soortelijke beroepen en drie keer vaker
dan in de rest van Nederland.
Vraag 4
Welke gezondheidsproblemen kunnen ontstaan op de lange- en korte termijn als gevolg
van structureel te zware pakketten tillen, en het structureel werken onder zeer hoge
werkdruk?
Antwoord 4
Als een werknemer structureel werkt onder hoge werkdruk kan dat op termijn werkstress
opleveren. Dit ontstaat bijvoorbeeld omdat de werknemer niet kan voldoen aan hoge
eisen die continu worden gesteld. Op de korte termijn leidt werkstress tot een verhoogd
risico op verzuim. Op de lange termijn verhoogt dit het risico op langdurig verzuim
en zelfs arbeidsongeschiktheid. Voor de risico’s op zowel korte als lange termijn
is het van belang dat maatregelen worden getroffen om de werknemer te ondersteunen.
Structureel te zwaar tillen verhoogt het risico op acute en chronische lage-rugklachten,
maar het is zelden de enige oorzaak hiervan. Het is veelal de combinatie: zowel fysieke
als ook psychosociale factoren bepalen het uiteindelijke gezondheidsrisico.2
Uit onderzoek blijkt dat op de korte termijn tillen kan leiden tot:
• Acute lage-rugpijn, vaak zonder duidelijke weefselschade, met pijnklachten die functioneren
en werkvermogen tijdelijk kunnen beperken;
• Spiervermoeidheid, overbelasting rugspieren en mogelijk verergering van bestaande
klachten;
• Verhoogd risico op verzuim.
Ook op de lange termijn zijn gezondheidsproblemen mogelijk. Namelijk:
• Chronische lage-rugpijn: structureel zwaar tillen wordt in de literatuur geassocieerd
met een verhoogd risico op het ontwikkelen van chronische lage-rugklachten. Echter,
het verband is complex en niet uitsluitend causaal; psychosociale factoren, individuele
belastbaarheid en werkcontext spelen ook een rol;
• Verhoogd risico op langdurig verzuim en arbeidsongeschiktheid, mede door psychosociale
factoren zoals werkstress, gebrek aan steun en negatieve verwachtingen over herstel.
Vraag 5
Kunt u aangeven of hier sprake is van stukloon? En kun u aangeven of in dit verband
stukloon is toegestaan?
Antwoord 5
Bij de beantwoording wordt er, gezien de vervolgvragen 6 en 7, van uitgegaan dat de
vragen zien op de vergoeding per pakket dat wordt verwerkt door een ViaTim afhaalpunt.
Volgens de website van ViaTim gaat het om een vergoeding van € 0,25 per pakket.3 Voor de vraag of van stukloon sprake is, is van belang of de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag
(Wml) van toepassing is. Op voorhand kan niet worden vastgesteld om wat voor arbeidsrelaties
het gaat bij pakketpunten van ViaTim en of daarmee dus de Wml geldt, omdat dit afhankelijk
is van de voorwaarden en onderling gemaakte afspraken tussen partijen. Informatie
daarover en over de werking daarvan in de praktijk ontbreken. Het is aan de betrokken
partijen om te beoordelen of de Wml van toepassing is en, wanneer dat het geval is,
dan moet de werkgever in overeenstemming met deze wet handelen. Indien daarbij onduidelijkheid
bestaat, kan bij de rechter om een juridisch oordeel worden verzocht. Daarnaast kunnen
mensen een melding doen bij de Nederlandse Arbeidsinspectie als zij van mening zijn
dat sprake is van onderbetaling op grond van de Wml. De ontvangen meldingen worden
door de Arbeidsinspectie geregistreerd, beoordeeld en -indien opvolgingswaardig- opgepakt.
De Wml geldt voor werknemers met een arbeidsovereenkomst. Hierbij kan gedacht worden
aan vast en tijdelijk personeel, oproepkrachten en uitzendkrachten. De Wml geldt ook
wanneer wordt gewerkt op basis van een overeenkomst van opdracht (ovo), of een andere
overeenkomst tegen beloning, zoals aanneming van werk. Het wettelijk minimumloon is
niet van toepassing wanneer iemand als zelfstandig ondernemer werkt en de Belastingdienst
deze ook als ondernemer beschouwt.4
Indien de Wml wel van toepassing is, kan het stukloon worden toegepast mits de werknemer
het wettelijk minimumloon (€ 14,71 per uur)5 ontvangt over de daadwerkelijke tijd die besteed wordt aan de uitvoering van de arbeid
(artikel 5a, tweede lid, Wml). In het geval dat de Wml van toepassing is op personen
met een afhaalpunt van ViaTim, dan kan de beloning als stukloon worden gezien. Dit
zou betekenen dat een persoon bij het afhaalpunt afgerond 59 pakketten per uur zou
moeten verwerken.
Er bestaat een mogelijkheid om af te wijken van deze regel voor stukloon (artikel
12a Wml). Op dit moment is dit uitsluitend geregeld voor de bezorging van dagbladen
en gerelateerde uitgeefproducten bij abonnees of losse verkooppunten, met uitzondering
van nabezorging, en van ongeadresseerd (reclame)drukwerk en huis-aan-huisbladen.6 De tijd die redelijkerwijs met de uitvoering van de te verrichten arbeid is gemoeid
(stukloonnorm) wordt dan in aanmerking genomen bij de berekening van het minimumloon.
Deze afwijking is in dit geval niet van toepassing.
Vraag 6
Deelt u de opvatting van ViaTim dat het runnen van een pakketpunt aan huis geen baan
is? Waarom wel of niet?
Antwoord 6
Een ViaTim «punt» is een persoon in de buurt die pakketten ontvangt voor inwoners
in de wijk. Buurtgenoten kunnen ook pakketten versturen en retourneren via een ViaTim
punt. Hiervoor wordt een vergoeding betaald. Of altijd sprake is van een «baan» of
eerder van een «bijverdienste» in het geval van mensen die een pakketpunt aan huis
hebben, kan niet worden beoordeeld, omdat deze begrippen geen juridische definitie
kennen.
Werkgevers zijn ook bij thuiswerkende werknemers gehouden aan het zorgdragen dat het
werk gezond en veilig kan worden uitgevoerd.
Vraag 7
In hoeverre deelt u het beeld dat bezorgbedrijven kosten afwentelen op mensen die
afhaalpunten runnen? Wat is het gemiddelde uurloon? Bent u van mening dat mensen die
afhaalpunten runnen te weinig betaald worden voor hun werk? Waarom wel of niet? Welke
manieren ziet u om hun situatie te verbeteren?
Antwoord 7
Zoals bij antwoord 5 aangegeven, zijn er verschillende constructies mogelijk en is
het daarvan afhankelijk of de Wml van toepassing is. Het is in eerste instantie aan
de betrokken partijen om te beoordelen of de Wml van toepassing is en overeenkomstig
deze wet te handelen.
Vraag 8
Hoe beoordeelt u het voorstel vanuit de vakbond om pakketten te maximeren op 15 kilo
en voor zwaardere pakketten een tilhulp de norm te maken?
Antwoord 8
Uit onderzoek naar fysieke belasting in de pakketdienstensector blijkt dat minder
dan 5% van de pakketten zwaarder is dan 15 kilo.7 Uit onderzoek van de Gezondheidsraad blijkt dat het aantal lage-rugklachten vermindert
als het maximale gewicht van pakketten wordt beperkt tot 15 kilo. Maar er is geen
veilig gewicht vast te stellen waarbij rugklachten helemaal worden voorkomen.8 Dit hangt namelijk van meer factoren af, zoals de tijdsduur en de tilfrequentie.
De werkgever is wettelijk verplicht ervoor te zorgen dat werknemers veilig en gezond
kunnen werken. In een Risico-Inventarisatie en -Evaluatie (RI&E) moet o.a. de fysieke
belasting van pakketbezorgers worden beoordeeld. In het bijbehorende Plan van Aanpak
worden hiervoor passende maatregelen opgenomen conform de TOP-strategie: eerst technische
maatregelen (bijvoorbeeld hulpmiddelen), dan organisatorische (bijvoorbeeld maxima
voor handmatig tillen) en als laatste optie persoonsgebonden maatregelen. Deze maatregelen
moeten aangepast zijn op de situatie.
Het is op voorhand niet te zeggen of een grens van 15 kilo en een tilhulp een oplossing
zijn die in lijn is met de inventarisatie van de specifieke risico’s. Zo kan een tilhulp
in de reguliere bezorging met bestelbusjes tot extra handelingen voor de chauffeur
zorgen waarmee het tilrisico en de tijdsdruk verhoogd kunnen worden.
Vraag 9
Hoe beoordeelt u het voorstel vanuit de vakbond om de normtijden voor het laden en
lossen te verruimen?
Antwoord 9
Het verruimen van normtijden voor het laden en lossen van pakketten heeft een beperkte
invloed op de risicobeoordeling van gezondheidsklachten door tillen met de NIOSH-methode9 aangezien de tilfrequentie zich al in de op een na laagste frequentiecategorie bevindt.
Het zal de risicobeoordeling niet op «veilig» laten uitkomen.
Het verruimen van normtijden kan echter wel leiden tot rustiger en beheerster tilhandelingen.
Daarnaast kan een verlaging van de werkdruk rugklachten verminderen, gelet op de relatie
tussen rugklachten en psychosociale factoren in het werk.10, 11 Normtijden zijn niet wettelijk opgelegd, het is aan bedrijven zelf vast te stellen
en hierin de balans te vinden.
Vraag 10
Hoe beoordeelt u het voorstel vanuit de vakbond om een kleurencode zodat de bezorgers
zien hoe zwaar een pakket is, waardoor de kans op vertillen kleiner is?
Antwoord 10
Kennis van het gewicht van een pakket vermindert het risico op onbalans bij het tillen.12 Het kan verder tot voorzichter tillen leiden, wat de risico’s verbonden aan tillen
kan verminderen.13 Het is aan de pakketdienstensector om dit mee te nemen als onderdeel van het verminderen
van fysieke belasting voor medewerkers.
Vraag 11
Welke rol ziet u voor zichzelf in het realiseren van bovenstaande voorstellen? Welke
mogelijkheden zijn er en op welke termijn?
Antwoord 11
Het kabinet hecht veel waarde aan goede arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden. Werkenden
hebben recht op eerlijk, gezond en veilig werk. In Nederlandse wetgeving zijn daarover
dan ook al veel afspraken gemaakt. Dergelijke afspraken, zoals ook middels cao-onderhandelingen
worden overeengekomen, zijn echter een zaak tussen werkgevers en werknemers. Het is
aan sociale partners om over arbeidsvoorwaarden, waaronder het loon, te onderhandelen
en afspraken te maken. Naast de reguliere verplichtingen voor werkgevers vanuit de
Arbeidsomstandighedenwet (o.a. de RI&E) en het risicogerichte toezicht hierop door
de Arbeidsinspectie, is voor SZW hierin geen verdere rol weggelegd.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
M.L.J. Paul, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid -
Mede ondertekenaar
J.N.J. Nobel, staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.