Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Steen, Jumelet en Boelsma-Hoekstra over het tussen wal en schip vallen van Alkmaar, Apeldoorn, Helmond en Hengelo-Enschede bij de financiering van infrastructurele ontsluiting van woningbouwlocaties
Vragen van de leden Steen, Jumelet en Boelsma-Hoekstra (allen CDA) aan de Minister van Infrastructuur en Waterstaat over het tussen wal en schip vallen van Alkmaar, Apeldoorn, Helmond en Hengelo-Enschede bij de financiering van infrastructurele ontsluiting van woningbouwlocaties (ingezonden 20 november 2025).
Antwoord van Minister Tieman (Infrastructuur en Waterstaat) (ontvangen 14 januari
2026).
Vraag 1
Kunt u toelichten hoe de aanwijzing van de vier gemeenten Alkmaar, Apeldoorn, Helmond
en Hengelo-Enschede als grootschalige woningbouwlocatie zich verhoudt tot het feit
dat zij hierdoor niet langer in aanmerking komen voor de regeling Woningbouw op Korte
Termijn?1
Antwoord 1
Om de regionale spreiding van rijksinvesteringen voor het ontsluiten en bereikbaar
maken van nieuwe woningen te borgen is een scheiding gemaakt tussen woningbouwlocaties
in de nationaal grootschalige woningbouwgebieden en woningbouwlocaties daarbuiten
(de zgn. «woningbouw op korte termijn», hierna: WoKT). Projecten voor woningbouwlocaties
die binnen de nationaal grootschalige woningbouwgebieden vallen konden enkel aanspraak
maken op het budget dat voor deze gebieden werd gereserveerd en andersom.
Voor de gemeenten Alkmaar, Apeldoorn, Helmond en Hengelo-Enschede betekent de aanwijzing
van nieuwe nationaal grootschalige woningbouwgebieden binnen hun gemeentegrenzen eerder
dit jaar, dat zij voor projecten binnen dat geografische gebied geen aanvraag meer
konden doen voor een bijdrage uit het WoKT budget, maar wel voor het infrabudget dat
was gereserveerd voor nationaal grootschalige woningbouwgebieden én het gebiedsbudget
van VRO. Voor projecten buiten deze nationaal grootschalige woningbouwgebieden konden
gemeenten nog altijd een WoKT voorstel indienen. Zo ontvangt de gemeente Apeldoorn
naast gebiedsbudget ook middelen uit het WoKT budget (ca. € 2,9 miljoen).
Vraag 2
Hoe weegt u het feit dat deze vier gemeenten niet langer in aanmerking komen voor
de regeling Woningbouw op Korte Termijn, terwijl er op dit moment ook nog geen perspectief
is op financiering vanuit de middelen voor de infrastructurele ontsluiting van de
grootschalige woningbouwlocaties, en zij daarmee dus tussen wal en schip vallen?
Antwoord 2
De volledige € 2,5 miljard die dit kabinet uittrok voor het ontsluiten en bereikbaar
maken van nieuwe woningen in de nationaal grootschalige woningbouwgebieden en daarbuiten
is verdeeld2. Het beperkte budget heeft geleid tot het kabinetsbesluit om aan de in de ontwerp-Nota
Ruimte aangewezen nationaal grootschalige woningbouwgebieden (Alkmaar Kanaalzone,
Binnenstad, spoor- en kanaalzone Apeldoorn, Helmond Centrum+ en Spoorzone Hengelo-Enschede
(SHE) nu alleen gebiedsbudget (ongeveer € 100 miljoen) toe te kennen. Met dit budget
kunnen eerste stappen gezet worden. Dat is niet genoeg voor de totale ontwikkeling
van deze gebieden. Het is aan een nieuw kabinet om te bezien of en hoe de noodzakelijke
mobiliteitsmaatregelen alsnog geborgd kunnen worden. We zijn hierover met de betreffende
gemeenten in gesprek.
Vraag 3
Welke risico’s ziet u voor de voortgang van de woningbouwopgave in deze vier gemeenten,
gegeven het ontbreken van financieringsperspectief voor de noodzakelijke ontsluitende
infrastructuur?
Antwoord 3
Met de toekenning van € 100 mln. gebiedsbudget (VRO) aan de nieuwe nationaal grootschalige
woningbouwgebieden in de genoemde vier gemeenten kunnen eerste stappen gezet worden.
Samen met het Ministerie van VRO is het Ministerie van IenW de komende periode met
de betrokken gemeenten in gesprek om de mogelijkheden en risico’s van deze situatie
voor de voortgang van de woningbouwopgave nader in kaart te brengen.
Vraag 4
Zou u, samen met deze vier gemeenten en de betrokken provincies, in kaart willen brengen
welke ontsluitende infrastructuur benodigd is om de woningbouwopgave te kunnen realiseren,
en welke financieringsopgave daarbij hoort?
Antwoord 4
In aanloop naar de verdeling van de beschikbare middelen hebben ook de vier nieuwe
nationaal grootschalige woningbouwgebieden een propositie voor de ontsluiting van
deze gebieden ingediend. Op basis daarvan is het Ministerie van IenW komende periode
samen met het Ministerie van VRO met de betrokken gemeenten in gesprek om te bespreken
welke ontsluitende infrastructuur benodigd is en welke financieringsopgave daarbij
hoort.
Vraag 5
Hoe gaat u deze vier gemeenten en de betrokken provincies betrekken bij de toekomstige
besluitvorming over de financiering van de ontsluitende infrastructuur voor grootschalige
woningbouwlocaties?
Antwoord 5
Er kan geen toezegging gedaan worden over de toekomstige besluiten en financiering
van de benodigde infrastructuur voor grootschalige woningbouwgebieden, omdat dit aan
een nieuw kabinet is. In de vier nieuwe nationaal grootschalige woningbouwgebieden
kunnen op korte termijn veel nieuwe woningen worden gebouwd als wordt geïnvesteerd
in de bereikbaarheid van de woningbouwlocaties. De al ingediende proposities kunnen
daarvoor als basis dienen.
Vraag 6
Wat gaat u eraan doen om te voorkomen dat deze vier gemeenten daadwerkelijk tussen
wal en schip vallen bij de rijksfinanciering van hun woningbouw- en infrastructuuropgave?
Zou u de Kamer over deze inspanningen willen informeren?
Antwoord 6
Zoals aangegeven is het Ministerie van IenW samen met het Ministerie van VRO met de
betrokken gemeenten in gesprek om te bespreken welke ontsluitende infrastructuur benodigd
is en welke financieringsopgave daarbij hoort. Over de uitkomsten hiervan wordt de
Kamer in het voorjaar geïnformeerd. Besluitvorming over het toekennen van eventuele
nieuwe rijksmiddelen is echter aan een nieuw kabinet.
Vraag 7
Hoe beziet u het feit dat er op dit moment een financieringsgat bestaat in de wijze
waarop infrastructuur voor woningbouw wordt ondersteund op het moment dat woningbouwlocaties
overgaan naar de status van grootschalige woningbouwlocatie? Zou u willen inventariseren
welke verbeteringen mogelijk zijn om te voorkomen dat gemeenten hierdoor tussen wal
en schip raken?
Antwoord 7
Het feit dat het financieel tekort op de infrastructuurmaatregelen nu niet wordt gedekt
komt niet voort uit de aanwijzing tot nationaal grootschalig woningbouwgebied, maar
is een consequentie van het beperkte budget dat dwingt tot de gemaakte kabinetskeuze.
Als de woningbouwlocaties in de vier betreffende gemeenten niet tot nationaal grootschalig
woningbouwgebied waren aangewezen dan zouden de voorstellen hiervoor binnen de WoKT
kaders zijn beoordeeld en geprioriteerd. Tevens kon dan geen aanspraak op het gebiedsbudget
worden gemaakt, waaruit nu € 100 miljoen is toebedeeld.
Ondertekenaars
R. Tieman, minister van Infrastructuur en Waterstaat
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.