Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Van Houwelingen over de nieuwe richtlijnen van de Gezondheidsraad waarin gesteld wordt dat Nederlanders plantaardiger moeten gaan eten
Vragen van het lid Van Houwelingen (FvD) aan de Minister en de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over de nieuwe richtlijnen van de Gezondheidsraad waarin gesteld wordt dat Nederlanders plantaardiger moeten gaan eten (ingezonden 5 december 2025).
Antwoord van Staatssecretaris Tielen (Volksgezondheid, Welzijn en Sport ) (ontvangen
14 januari 2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 735.
Vraag 1
Bent u ermee bekend dat de Gezondheidsraad adviseert om onder andere de consumptie
van rood vlees terug te brengen tot maximaal 200 gram per week en om plantaardige
voeding de norm te maken omdat dit gezonder zou zijn voor mensen en beter voor het
milieu?1
Antwoord 1
Uiteraard ben ik bekend met het advies van de Gezondheidsraad waar u naar verwijst.
In dit advies staat niet dat plantaardige voeding de norm moet worden gemaakt. Wel
adviseert de Gezondheidsraad, net als in 2015, op basis van de evaluatie van de wetenschappelijke
literatuur ten aanzien van gezondheid een meer plantaardig en minder dierlijk voedingspatroon.
De Gezondheidsraad stelt dat een verschuiving naar een meer plantaardig voedingspatroon
gunstig is voor de (volks)gezondheid. Bovendien heeft het een lagere milieu-impact.
De richtlijn voor rood vlees (zoals rundvlees en varkensvlees) is inderdaad maximaal
200 gram per week.
Vraag 2
Wat is uw op deze nieuwe richtlijnen van de Gezondheidsraad?
Antwoord 2
Ik laat een inhoudelijke appreciatie van het advies aan het nieuwe kabinet, zoals
aangegeven in mijn brief van 4 december 2025.2
Vraag 3
Wat is volgens u de definitie van «een gezond dieet», aangezien binnen de voedingswetenschappen
er veelvuldig discussie is over wat een dieet gezond maakt?
Antwoord 3
Binnen en zeker ook buiten de voedingswetenschappen, bestaat discussie over wat een
dieet (in de zin van een voedingspatroon) gezond maakt. De wetenschap staat niet stil,
en het is goed dat er discussie is over de verschillende inzichten. Ik vind het belangrijk
dat de Gezondheidsraad periodiek de stand van de wetenschap voor voeding op een rij
zet en uitzoekt voor welke relaties tussen voedingsmiddelen en chronische ziekten
er een sterk wetenschappelijk bewijs is. Juist vanwege de vele discussies kan het
namelijk onduidelijk zijn waarover er wel wetenschappelijke consensus bestaat. Het
uitgebrachte advies biedt helderheid en geeft daarmee een eenduidige basis voor de
actualisatie van de Schijf van Vijf. In de Schijf van Vijf staan producten die goed
zijn voor je gezondheid en die zorgen voor genoeg energie en de voedingsstoffen die
je lichaam nodig heeft. Dat is belangrijk voor nu, maar ook voor de gezondheid in
de toekomst. Dat is dan ook de hierbij gehanteerde definitie van een gezond dieet.
Vraag 4
Welke concrete maatregelen overweegt u naar aanleiding van het feit dat de Gezondheidsraad
oproept tot «krachtig overheidsbeleid» om plantaardige voeding de norm te maken?
Antwoord 4
De inhoudelijke appreciatie van het advies en de uitwerking van eventuele concrete
maatregelen wordt overgelaten aan het nieuwe kabinet. Ik heb uw Kamer hierover geïnformeerd
in mijn brief van 4 december 2025.
Vraag 5
Deelt u de mening dat er in de voedingswetenschap nog altijd geen consensus bestaat
over wat gezond en ongezond is – door onder andere de complexiteit van het menselijk
lichaam en uiteenlopende onderzoeksresultaten – en daarom voorzichtigheid geboden
is bij het normatief voorschrijven van eetpatronen aan de gehele bevolking?
Antwoord 5
Ik deel uw mening dat het menselijk lichaam complex is en er uiteenlopende onderzoeksresultaten
bestaan, ook binnen de voedingswetenschap. De Gezondheidsraad heeft in haar advies
op basis van onderzoek, dat voldeed aan vooraf vastgestelde kwaliteitseisen, de totale
stand van de wetenschap met betrekking tot eiwitbronnen beschreven. De Gezondheidsraad
trekt geen conclusies op basis van individuele onderzoeken. Voor de productgroepen
waarvoor richtlijnen zijn opgesteld, is een sterk bewijs voor een effect of verband.
Wanneer geen consensus bestaat binnen de voedingswetenschap over een bepaalde productgroep
en het gezondheidseffect, bijvoorbeeld wanneer er onvoldoende (goed) onderzoek beschikbaar
is, dan staat dit helder beschreven in het advies.
Voorzichtigheid is geboden bij het adviseren over eetpatronen aan de gehele bevolking.
Juist daarom hecht ik veel waarde aan dit Gezondheidsraadsadvies, waarbij de wetenschappelijke
onderzoeken zorgvuldig zijn afgewogen om zo te komen tot deze richtlijnen. De Richtlijnen
goede voeding noch de Schijf van Vijf zijn normatieve voorschriften. Iedereen kan
zijn of haar eigen keuzes maken, mede op basis van de betrouwbare informatie van het
Voedingscentrum.
Vraag 6
Bent u bekend met het feit dat, om het eiwittekort als gevolg van het eten van minder
rood vlees aan te vullen, de Gezondheidsraad het eten van peulvruchten adviseert?
Antwoord 6
De Gezondheidsraad adviseert om 250 gram bereide peulvruchten per week te eten. Dit
is afgeleid van de hoeveelheid waarbij in onderzoek een verlaging van het risico op
coronaire hartziekten wordt gezien. Het advies om peulvruchten te eten staat op zichzelf
en los van de richtlijn over rood vlees.
De Schijf van Vijf van het Voedingscentrum houdt rekening met zowel de Richtlijnen
goede voeding als met wat iemand nodig heeft aan voedingsstoffen (zoals eiwitten)
en energie. Het Voedingscentrum is momenteel bezig met de doorontwikkeling van de
Schijf van Vijf, waarin de herziene Richtlijnen goede voeding worden meegenomen.
Vraag 7
Bent u op de hoogte van verschillende onderzoeken uit de voedingswetenschap waaruit
blijkt dat plantaardige eiwitten minder goed worden opgenomen door het menselijk lichaam?
Antwoord 7
Ja. Gemiddeld genomen, worden eiwitten uit dierlijke voedingsmiddelen beter opgenomen
door het lichaam dan uit plantaardige producten.
Het Gezondheidsraadsadvies Gezonde eiwittransitie3 onderzocht de gevolgen voor de gezondheid van de verschuiving naar een voedingspatroon
met 60% plantaardige en 40% dierlijke eiwitten. Dat advies concludeert dat bij de
algemene bevolking sprake is van een ruim voldoende inname van eiwit. Hierdoor leidt
een verschuiving naar een meer plantaardig en minder dierlijk voedingspatroon (60%
plantaardig, 40% dierlijk) op bevolkingsniveau niet tot problemen in de voorziening
van eiwit en essentiële aminozuren.
Vraag 8
Bent u bekend met de aanbeveling van de Gezondheidsraad in dit advies om elke dag
een handje pinda’s te eten?
Antwoord 8
Ik ben bekend met het advies van de Gezondheidsraad om 15–30 gram noten per dag te
eten, en daarbij te variëren tussen soorten, waaronder pinda’s.
Vraag 9
Bent u op de hoogte van verschillende onderzoeken uit de voedingswetenschap waaruit
blijkt dat er in pinda’s veelvuldig anti-nutriënten aanwezig zijn, zoals lectinen,
die de opname van essentiële vitamines en mineralen – bijvoorbeeld zink en calcium
– blokkeren?
Antwoord 9
Ja, pinda’s kunnen lectine bevatten. Bij het opstellen van het advies Richtlijnen
goede voeding zijn geen aandachtspunten naar voren gekomen over effecten van lectine
in pinda’s. Het advies van de Gezondheidsraad om te variëren tussen nootsoorten (waaronder
pinda’s) is onder andere gunstig om eventuele mogelijke nadelige effecten van lectine
in bepaalde noten te verminderen.
Vraag 10
Bent u bekend met verschillende onderzoeken uit de voedingswetenschap waaruit blijkt
dat onbewerkt rood vlees nutriënten bevat die buitengewoon goed door het menselijk
lichaam opgenomen kunnen worden?
Antwoord 10
Ja, zowel rood als wit vlees leveren gunstige voedingsstoffen, waaronder eiwit, ijzer,
selenium, zink en de vitamines B1, B2, B3, B6 en B12. Dit staat ook in het Gezondheidsraadadvies
genoemd.
Vraag 11
Bent u bekend met verschillende onderzoeken uit de voedingswetenschap waaruit blijkt
dat er in onbewerkt rood vlees essentiële micronutriënten te vinden zijn, die in veel
mindere mate voorkomen in plantaardige voeding?
Antwoord 11
Een aantal vitaminen en mineralen (micronutriënten) komt inderdaad meer voor in (rood
en wit) vlees dan in plantaardige voeding. Andersom komen in plantaardige producten
weer bepaalde micronutriënten voor die nauwelijks in vlees of andere dierlijke producten
zitten, denk aan vitamine C.
Vraag 12
Bent u bekend met verschillende onderzoeken uit de voedingswetenschap waaruit blijkt
dat dierlijke voeding een hogere nutriëntendichtheid heeft dan plantaardige voeding?
Antwoord 12
Nutriëntendichtheid verwijst naar de relatieve hoeveelheid (gunstige) voedingsstoffen
in een voedingsmiddel in verhouding tot het aantal calorieën. Gezien plantaardige
producten zoals groente en fruit, veelal veel voedingsstoffen (zoals vitaminen, mineralen,
vezels) en weinig calorieën bevatten, is de nutriëntdichtheid van de meeste plantaardige
voeding hoog. Ook dierlijke voeding kan een hoge nutriëntdichtheid hebben, denk aan
(magere) zuivel, ei of mager vlees. Het geschetste verschil in nutriëntendichtheid
tussen enerzijds dierlijke voeding en anderzijds plantaardige voeding herken ik niet.
Vraag 13
Hoe waarborgt u dat wetenschappelijke advisering, in dit geval door de Gezondheidsraad,
onafhankelijk blijft van politieke ideologieën, activistische stromingen en commerciële
lobbygroepen?
Antwoord 13
Een advies van de Gezondheidsraad is gebaseerd op een onbevooroordeelde en transparante
weging van wetenschappelijke gegevens. De Gezondheidsraad onderschrijft een code om
oneigenlijke beïnvloeding door belangenverstrengeling tegen te gaan. Kandidaat-commissieleden
moeten aan de hand van een uitvoerige belangenverklaring inzicht geven in hun mogelijke
(financiële) belangen, persoonlijke relaties, reputatiemanagement en extern gefinancierd
onderzoek. Het bestuur van de Gezondheidsraad beoordeelt vervolgens of deze belangen
het lidmaatschap in de weg staan.
Vraag 14
Hoe kunt u uitsluiten dat de richtlijn van de Gezondheidsraad wordt beïnvloed door
belangenorganisaties, NGO’s of internationale agenda’s die zijn gericht op het verminderen
van de vleesconsumptie, bijvoorbeeld omdat het verminderen van de vleesconsumptie
«goed voor het klimaat» zou zijn?
Antwoord 14
In aanvulling op antwoord 13, zijn de Richtlijnen goede voeding opgesteld door een
multidisciplinaire commissie (Commissie Voeding) die zorgvuldig is samengesteld. De
belangenverklaringen van de leden van de commissie zijn in te zien op de website van
de Gezondheidsraad. Deze belangenverklaringen vormen geen aanleiding om te veronderstellen
dat de opstellers van dit advies op welke manier dan ook zijn beïnvloed.
Ook hield de Gezondheidsraad in het voorjaar een openbare commentaarronde voor concepten
van achtergronddocumenten behorende bij dit deeladvies van de Richtlijnen goede voeding.
De ontvangen commentaren en de reactie daarop zijn in te zien op de website van de
Gezondheidsraad. Op deze wijze is het transparant en inzichtelijk wat de input is
geweest van o.a. belangenorganisaties en hoe de Gezondheidsraad om is gegaan met deze
input.
Vraag 15
Welke mogelijke gevolgen ziet u voor de volksgezondheid met betrekking tot risico’s
op tekorten aan bepaalde voedingsstoffen in het menselijk dieet bij sterk plantaardige
diëten?
Antwoord 15
Om optimaal te kunnen functioneren is het belangrijk om voldoende voedingsstoffen
binnen te krijgen. De Gezondheidsraad heeft in zijn advies Gezonde eiwittransitie
onder andere onderzocht of een plantaardiger dieet mogelijk tekorten aan bepaalde
voedingstoffen zou opleveren. In het advies wordt geconcludeerd dat het mogelijk is
om een sterker plantaardig dieet (60% plantaardige eiwitten) in te vullen zonder dat
tekorten aan voedingsstoffen ontstaan. Hierbij wordt wat betreft dierlijke eiwitbronnen
uitgegaan van een voedingspatroon waarbij de consumptie van vlees wordt verlaagd en
niet meer vis en zuivel wordt geconsumeerd dan wordt geadviseerd. Voor het verhogen
van de inname van plantaardige eiwitbronnen wordt geadviseerd om meer peulvruchten
en noten te eten en te variëren met eiwitbronnen. Ik zie voor de algemene bevolking
geen risico’s op tekorten, wanneer bij de invulling van het dieet de Richtlijnen goede
voeding wordt gevolgd.
Vraag 16
Welke economische gevolgen voorziet u voor de Nederlandse boeren als deze adviezen
beleidsmatig worden gevolgd?
Antwoord 16
De inhoudelijke appreciatie van het Gezondheidsraadadvies laat ik aan een volgend
kabinet. Indien gekozen wordt voor beleidswijzigingen, kunnen de economische gevolgen
hiervan in kaart worden gebracht.
Vraag 17
Wanneer is volgens u de grens bereikt tussen het bevorderen van volksgezondheid en
individuele keuzevrijheid?
Antwoord 17
Ik hecht sterk aan individuele keuzevrijheid: mensen zijn vrij om hun eigen afwegingen
te maken bij het kiezen van hun voedingspatroon. Een onafhankelijk goed onderbouwd
advies vergroot de (geïnformeerde) keuzevrijheid, zeker als dit voor alle Nederlanders
toegankelijker wordt gemaakt via voorlichting van het Voedingscentrum, zoals met de
Schijf van Vijf. Er is geen sprake van beperking van de keuzevrijheid.
Vraag 18
Deelt u de mening dat iemands voedseldieet uiteindelijk een persoonlijke verantwoordelijkheid
is en dat het onwenselijk is dat de staat overgaat tot nudging – bijvoorbeeld middels
accijnzen – en andere vormen van gedragssturing om de consumptie van dierlijke eiwitten
te verminderen?
Antwoord 18
Ik deel de mening dat wat je eet en drinkt, je eigen persoonlijke verantwoordelijkheid
is. Het staat eenieder vrij om zelf te kiezen hoe, wat en wanneer hij of zij eet en
drinkt. We zien wel dat de voedselomgeving veel ongezonde voedselkeuzes stimuleert.
Daarmee is het voor mensen minder makkelijk om gezonde (en duurzame) voedselkeuzes
te maken. De overheid heeft de taak om de volksgezondheid te bevorderen, en kan op
basis van deze taak bepaalde keuzes ontmoedigen. Accijnzen zijn slechts van toepassing
op tabak en alcohol.
Vraag 19
Deelt u de opvatting dat de vrijheid om vlees te eten te allen tijde gewaarborgd moet
blijven?
Antwoord 19
Zie antwoord op vraag 18.
Vraag 20
Kunt u uiteenzetten op welke wijze wordt gewaarborgd dat in de aangekondigde update
van de Schijf van Vijf – een veelvuldig gebruikt instrument in het basisonderwijs
– uitsluitend wetenschappelijk onderbouwde gezondheidsinformatie wordt opgenomen,
en dat er daarbij geen sprake zal zijn van ideologisch of activistisch gedreven gedragssturing,
bijvoorbeeld door jonge kinderen aan te leren dat het eten van rood vlees slecht zou
zijn voor henzelf of voor de planeet?
Antwoord 20
De Schijf van Vijf vormt de praktische vertaalslag van de Richtlijnen goede voeding
en houdt daarnaast rekening met onder andere de energiebehoefte en het behalen van
voedingsnormen4. De Schijf van Vijf is wetenschappelijk onderbouwd.
Vraag 21
Deelt u de mening dat gezondheidsadviezen uitsluitend op gezondheidsinformatie moeten
worden gebaseerd en dat het dus nooit zo kan zijn dat gezondheidsadviezen (deels)
worden gebaseerd op overwegingen die te maken hebben met klimaatbeleid?
Antwoord 21
Ik ben van mening dat gezondheidsadviezen onderbouwd moeten zijn met wetenschappelijke
onafhankelijke informatie met betrekking tot gezondheid. De preventie van chronische
ziekten in de Nederlandse bevolking is het hoofddoel van de Richtlijnen goede voeding.
Voor de gezondheid van toekomstige generaties is het belangrijk dat ook op de langere
termijn voldoende gezond en veilig voedsel beschikbaar is. Dit is voor een groot deel
afhankelijk van het milieu, daarom is hier in de Richtlijnen goede voeding ook aandacht
aan besteed.
Vraag 22
Bent u bekend met de zogenaamde «eiwittransitie»?5 Hoe zou u de «eiwittransitie» zelf in het kort omschrijven?
Antwoord 22
Ja, met de eiwittransitie wordt de verandering van een consumptiepatroon bedoeld,
waarbij in verhouding minder dierlijke en meer plantaardige eiwitten worden geconsumeerd,
in vergelijking met ons huidige consumptiepatroon.
Vraag 23
Is zo’n «eiwittransitie» volgens u noodzakelijk? En zo ja, waarom?
Antwoord 23
Uit het Gezondheidsraadadvies blijkt dat een meer plantaardig en minder dierlijk voedingspatroon
gunstig is voor de volksgezondheid, omdat dit het risico op chronische ziekten verlaagt.
Daarnaast is volgens de Gezondheidsraad een meer plantaardig voedingspatroon van belang
om te zorgen dat toekomstige generaties eveneens kunnen kiezen voor gezond voedsel,
vanwege de lagere ecologische voetafdruk. Dit onderschrijft de relevantie van de eiwittransitie.
Vraag 24
Maakt dit advies van de Gezondheidsraad onderdeel uit van deze «eiwittransitie»? Met
andere woorden, is een van de doelen van dit advies van de Gezondheidsraad om bij
te dragen aan de «eiwittransitie»?
Antwoord 24
Nee, het doel van dit advies is de Richtlijnen goede voeding te actualiseren naar
aanleiding van de stand van de wetenschap.6
Vraag 25
Kunt u deze vragen zo spoedig mogelijk en afzonderlijk van elkaar beantwoorden?
Antwoord 25
Ja, dat heb ik gedaan.
Ondertekenaars
J.Z.C.M. Tielen, staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.