Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Vermeer over de toe-eigening door Aegon van € 2,5 miljard uit Optas, bestemd voor indexatie van pensioenaanspraken van havenwerkers en andere Optas-verzekerden
Vragen van het lid Vermeer (BBB) aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over de toe-eigening door Aegon van € 2,5 miljard uit Optas, bestemd voor indexatie van pensioenaanspraken van havenwerkers en andere Optas-verzekerden (ingezonden 1 december 2025).
Antwoord van Minister Paul (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) (ontvangen 13 januari
2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 720
Vraag 1 t/m 11
Is u bekend dat het Pensioenfonds voor Vervoer- en Havenbedrijven (PVH) vanaf 1965
indexatie toepaste en dat de aanspraken van havenwerkers in de periode vanaf 1 januari
1985 tot 1998 met circa 28% zijn geïndexeerd, maar sindsdien niet meer, met enorm
koopkrachtverlies tot gevolg?
Is u bekend dat Optas bij de oprichting in 1990 bewust een niet-commercieel karakter
kreeg, vrijstelling van vennootschapsbelasting genoot, en statutair en fiscaal (in
verband met de vrijstelling vennootschapsbelasting) verplicht was om de winsten uitsluitend
ten bate van de verzekerden aan te wenden, onder meer voor indexatie? En is u bekend
dat de winsten van Optas statutair en fiscaal niet ten goede konden komen van de aandeelhouder(s)
van Optas?1
Is u bekend dat bij de overgang van PVH naar Optas (1990/1996) expliciet is afgesproken
dat de winsten aan de verzekerden ten goede komen om de pensioenen waardevast te houden,
en dat hierover garanties zijn gegeven, onder meer in de Pensioenkrant van PVH van
december 1996 en in de nieuwsbrieven van de vakbonden van december 1996 voorafgaand
aan het referendum onder hun leden over de wijzigingen bij PVH en de overgang van
PVH naar Optas?
Begrijpt u dat havenwerkers en andere deelnemers van PVH er op basis van deze afspraken
en garanties en het niet commerciële karakter van Optas op hebben vertrouwd dat de
winsten van Optas aan hen ten goede zouden komen en voor indexatie zouden worden gebruikt?
Realiseert u zich dat deelnemers van een pensioenuitvoerder volgens de nog steeds
geldende jurisprudentie van de Hoge Raad op grond van wettelijke bepalingen, statuten,
afspraken, garanties, en/of de redelijkheid en billijkheid recht kunnen hebben op
de overschotten van de pensioenuitvoerder2 en deze situatie bij Optas van toepassing is?
Is u bekend dat Aegon, als aandeelhouder en feitelijk bestuurder van Optas, ondanks
de statutaire en fiscale verplichtingen van Optas om de winst aan te wenden ten bate
van de verzekerden, indexatie van de pensioenaanspraken van de Optas-verzekerden vanaf
2007 heeft geblokkeerd en de winsten binnen Optas heeft opgepot?
Bent u op de hoogte van het Fusie Memo uit 2018 van Aegon, waaruit blijkt dat Aegon
met Optas wilde fuseren om zich de binnen Optas opgepotte winst van € 2,5 miljard
toe te eigenen en Aegon wist dat dit bedrag op grond van de statuten van Optas en
de fiscale eisen niet aan Aegon ten goede kon komen?
Is u bekend dat Aegon de Optas-verzekerden voorafgaand aan de fusie – met instemming
van De Nederlandsche Bank (DNB) – in strijd met de waarheid heeft medegedeeld dat
er door de fusie niets verandert, waardoor de Optas-verzekerden volgens de rechter
geen reële mogelijkheid hebben gehad om zich tegen de voorgenomen fusie te verzetten
en de rechter het instemmingsbesluit van DNB met de fusie, wegens schending van dit
verzetrecht en het geheim houden van stukken door DNB, in 2023 heeft herroepen?3
Realiseert u zich dat de fusie en toe-eigening door Aegon van de € 2,5 miljard onrechtmatig
is door het ontbreken van de wettelijk vereiste instemming van DNB (nu het instemmingsbesluit
is herroepen)?
Hoe beoordeelt u de handelwijze van Aegon, dat zij ondanks de statutaire en fiscale
verplichtingen van Optas indexatie blokkeerde en de winsten binnen Optas oppotte,
en zich in 2019 middels de fusie met Optas de winst van € 2,5 miljard heeft toegeëigend,
terwijl dit bedrag statutair en op grond van de fiscale regels niet aan Aegon ten
goede kan komen?
Hoe beoordeelt u dat DNB heeft ingestemd met de onjuiste mededeling van Aegon aan
de verzekerden dat er door de fusie niets verandert, en ondanks waarschuwingen heeft
ingestemd met de fusie en de toe-eigening door Aegon van de € 2,5 miljard, en (op
verzoek van Aegon) het Fusie Memo en andere essentiële stukken in strijd met haar
wettelijke verplichting geheim heeft gehouden?
Antwoord 1 t/m 11
In het verleden is de pensioenregeling van havenwerkers door de betrokken sociale
partners gewijzigd, met als gevolg – met de kennis van nu – dat de betreffende deelnemers
mogelijk minder pensioen hebben dan wanneer de pensioenregeling niet op die manier
zou zijn gewijzigd. Er zijn diverse gerechtelijke procedures gevoerd waarin eisers
hebben gesteld recht te hebben op het «Optas-vermogen» ten behoeve van hun pensioen.
De uitspraken in deze procedures hebben steeds uitgewezen dat de gewijzigde pensioenregeling
en de overgang/fusie rechtsgeldig tot stand zijn gekomen. Het gevoel van de betreffende
deelnemers hierbij is echter goed te begrijpen.
In de beantwoording op eerdere Kamervragen is reeds uitgebreid ingegaan op de feiten,
procedures, juridische verzoeken en uitspraken en andere relevante gebeurtenissen
van de afgelopen jaren over de Optas-zaak. In het antwoord op vraag drie van de toenmalige
Kamervragen zijn daarbij al de relevante feiten en omstandigheden opgesomd. Die opsomming
is hier onverkort van toepassing.4
Uit dat overzicht van feiten en omstandigheden blijkt dat er diverse procedures zijn
gevoerd met de eis dat de havenwerkers recht hebben op het Optas-vermogen ten behoeve
van hun pensioen. De uitspraken in deze procedures hebben steeds uitgewezen dat de
polishouders geen (eigendoms)recht hebben op het vermogen van het voormalige Optas
en dat de fusie van Optas met Aegon rechtsgeldig is. De Hoge Raad heeft die lijn onlangs
bevestigd in haar uitspraak van 10 oktober 2025.5 De aanspraken die deelnemers bij Optas hadden, hebben zij nog steeds bij Aegon. De
Hoge Raad oordeelt dan ook dat er geen sprake is van inbreuk op het eigendom. Daarnaast
oordeelt de Hoge Raad dat het ontbreken van instemming van DNB met de portefeuilleovergang
geen grond is voor vernietiging van de fusie. Op de rol en de geleerde lessen van
DNB, als ook van de wetgever, is ook eerder uitvoerig ingegaan in de beantwoording
van de eerdere Kamervragen.6
Vraag 12 t/m 15
Realiseert u zich dat deze gang van zaken – de toe-eigening door Aegon van de € 2,5
miljard, het uitblijven van indexatie, de onrechtmatige instemming van DNB en het
feit dat de € 2,5 miljard (ondanks herroeping van de instemming) nog steeds in de
kas van Aegon zit – tot grote publieke verontwaardiging en aantasting van vertrouwen
in het pensioenstelsel leidt, en met name de (oud)havenwerkers geboren voor 1950 spoedeisend
belang hebben bij beëindiging van deze misstand?
Bent u gelet op uw toezichtstaak op DNB en het maatschappelijke belang bereid om DNB
op te dragen om ervoor te zorgen dat het vermogen van € 2,5 miljard (en de aangroei
daarvan) alsnog voor de (voormalige) Optas-verzekerden wordt veiliggesteld en spoedig
wordt aangewend voor indexatie en verbetering van hun pensioenaanspraken, en DNB zo
nodig op te dragen om Aegon een daartoe strekkende aanwijzing te geven7? Mede gezien uw opmerking bij de beantwoording van de vragen van Joseph en Omtzigt
van mei 2025 «dat pensioenvermogen haar pensioenbestemming dient te behouden»8.
Welke andere juridische of beleidsmatige instrumenten ziet u om te zorgen dat de € 2,5
miljard (en aangroei) zijn pensioenbestemming behoudt en alsnog ten goede komt van
de rechthebbenden?
Wilt u in uw beantwoording ingaan op de omissie dat eerdere Kamerstukken en uw antwoorden
van juni 2025 geen rekening hielden met de feiten en omstandigheden die in deze vragen
zijn opgesomd, en er rekening mee houden dat de uitspraken van het Hof Den Haag en
de Rechtbank Den Haag uit 2024 door de Optas-verzekerden in rechte worden bestreden,
de conclusie van de advocaat-generaal in de cassatieprocedure tegen de uitspraak van
het Hof door eisers in cassatie is weerlegd, en de uitspraken uit 2009/2011 in de
jaarrekeningenprocedure tegen Optas/Aegon geen bindende kracht hebben voor de Optas-verzekerden
en onder andere op grond van vorenstaande feiten en omstandigheden door hen worden
bestreden.
Antwoord 12 t/m 15
Er is geen sprake van toe-eigening door Aegon. Zoals eerder beschreven en beargumenteerd
is de overgang rechtsgeldig. En voor zover delen van het geschil nog onder de rechter
zijn, kan daar geen uitspraak over worden gedaan.
Het kabinet heeft geen mogelijkheden om iets te doen aan het gevoel van de betreffende
polishouders. Door schikkingen is in 2010 en 2014 uiteindelijk EUR 688 miljoen van
Stichting Optas en Aegon ten goede gekomen aan de polishouders. Verder zijn FNV Havens
en ASR (als rechtsopvolger van Aegon) in 2024 tot een schikking gekomen waarbij ASR
nog eens ruim EUR 7 miljoen beschikbaar gesteld heeft voor verbetering van de pensioenen,
bovenop de EUR 5 miljoen die Aegon ten tijde van de fusie al beschikbaar had gesteld.
Voor zover sprake was van financieel nadeel als gevolg van de fusie is dat hiermee
gecompenseerd. De geschillen tussen FNV Havens, als belangenhartiger van de havenwerkers,
en Aegon/ASR zijn met deze schikking tot een einde gekomen. Er is dan ook geen sprake
van «spoedeisend belang» of reden om anderszins «in het maatschappelijk belang» op
te treden. Voor zover er hier (nog) sprake is van een juridische kwestie zoals u in
uw vragen schetst, dan is dat aan de rechter om over te oordelen.
Vraag 16
Kunt u deze vragen één voor één en binnen drie weken beantwoorden?
Antwoord 16
Hierbij treft u de antwoorden aan. Vanwege de aard van de vragen zijn deze in samenhang
met elkaar beantwoord.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
M.L.J. Paul, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.