Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Stultiens en Piri over extra geld voor Oekraïne
Vragen van de leden Stultiens en Piri (beiden GroenLinks-PvdA) aan de Minister-President en de Ministers van Financiën en van Defensie over extra geld voor Oekraïne (ingezonden 19 december 2025).
Antwoord van Minister Heinen (Financiën) en van Minister-President Schoof (Algemene
Zaken), mede namens de Minister van Defensie (ontvangen 12 januari 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met de uitspraak van de demissionair Minister-President dat extra geld
voor Oekraïne buiten het uitgavenkader zit en dus in het saldo loopt (in het plenair
debat van 27 november 2025)?
Antwoord 1
Ja, zoals opgenomen in het hoofdlijnenakkoord valt steun aan Oekraïne niet onder het
uitgavenkader. Deze uitgaven zijn wel saldo- en schuldrelevant. In het hoofdlijnenakkoord
is opgenomen dat het (demissionaire) kabinet de Europese begrotingsnormen respecteert.
Vraag 2
Hoe verhoudt deze uitspraak zich tot de kabinetsappreciatie (van 18 december 2025)
van het amendement voor aanvullende middelen voor Oekraïne (Kamerstuk 36 850 X, nr. 7), waarbij de demissionair Minister van Financiën aangeeft dat het amendement geen
deugdelijke dekking heeft?
Antwoord 2
Steun aan Oekraïne valt niet onder het uitgavenkader, maar is wel relevant voor het
EMU-saldo en de EMU-schuld. Het kabinet hecht aan de Europese referentiewaarden voor
het tekort (3% bbp) en de schuld (60% bbp). Het was niet realistisch om de gehele
2 miljard euro waar de motie om verzocht nog in 2025 uit te geven. Dit betekent dat
de door uw Kamer gevraagde resterende 1,3 miljard euro uit het amendement van het
lid Stultiens in 2025 niet tot besteding zou komen, waardoor het in 2026 het saldo
en de schuld zou belasten. Gegeven de financiële realiteit dat we in 2026 tegen de
grenzen aanlopen1, is het vanuit het EMU-saldo bezien daarom wenselijk dat een dergelijke intensivering
van dekking wordt voorzien.
Vraag 3
Kunt u aangeven of het demissionaire kabinet vasthoudt aan de lijn-Schoof (buiten
het uitgavenkader) of aan de lijn-Heinen (binnen het uitgavenkader) inzake extra geld
voor Oekraïne?
Antwoord 3
Deze vraag berust op een verkeerde veronderstelling (zie het antwoord op vraag 1 en 2).
Vraag 4
Klopt het dat deze extra 1,3 miljard euro voor Oekraïne dit jaar al is uitgegeven
met geleend geld uit 2026 en dat bovengenoemd amendement er slechts voor zorgt dat
deze uitgaven worden betaald met extra geld in 2025, waardoor er in 2026 geen budgettair
gat voor Oekraïne ontstaat?
Antwoord 4
Het kabinet heeft in het voorjaar van 2025 3,1 miljard euro beschikbaar gesteld voor
militaire steun aan Oekraïne in 2026. Hiervan is 2 miljard euro versneld tot besteding
gekomen in 2025 middels een kasschuif van 2026 naar 2025.
Hiernaast is het kabinet middels de motie van het lid Klaver c.s. verzocht het budget
voor militaire steun aan Oekraïne aan te vullen met 2 miljard euro, zodat het budget
in het eerste kwartaal van 2026 beschikbaar gesteld kan worden ten behoeve van de
defensie-industrie in Oekraïne. Het kabinet heeft als eerste stap in de opvolging
van de motie 700 miljoen euro aangewend ten behoeve van steun aan Oekraïne. Door het
versneld vrijmaken van middelen voor steun aan Oekraïne zorgt het kabinet dat in het
eerste kwartaal van 2026 militaire leveringen aan Oekraïne gecontinueerd kunnen worden.
In het begin van 2026 zal het kabinet bezien hoe verdere opvolging aan de motie wordt
gegeven.
Vraag 5
Kunt u deze vragen met spoed beantwoorden?
Antwoord 5
Ja.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
E. Heinen, minister van Financiën -
Mede namens
R.P. Brekelmans, minister van Defensie -
Mede ondertekenaar
H.W.M. Schoof, minister-president
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.