Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Heera Dijk over het bericht dat het Van Gogh Museum de deuren dreigt te sluiten
Vragen van het lid HeeraDijk (D66) aan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over het bericht dat het Van Gogh Museum de deuren dreigt te sluiten (ingezonden 28 november 2025).
Antwoord van Minister Moes (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) (ontvangen 18 december
2025)
Inleiding:
In eerdere vragen van het lid Rooderkerk over hetzelfde onderwerp is verzocht om een
deskundigenrapport, dat in opdracht van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
is gemaakt, met uw Kamer te delen. Het deskundigenrapport is opgesteld ten behoeve
van een beslissing door mijn ambtsvoorganger op het bezwaar van het Van Gogh Museum
over de hoogte van hun huisvestingssubsidie voor 2024. Daarom stuur ik uw Kamer ook
deze beslissing.
Het Van Gogh Museum heeft een zienswijze gegeven over de openbaarmaking van deze documenten.
Na beoordeling van deze zienswijze heb ik besloten een deel van de informatie niet
openbaar te maken in het kader van bedrijfsgevoeligheid en continuïteit van het museum.
Om deze reden ontvangt u een gelakte versie van het deskundigenrapport en de beslissing
op bezwaar. De uitkomsten van het onderzoek van Brink werd in de eerdere beantwoording
op hoofdlijnen wel gedeeld met de Kamer.
Vraag 1–4
Kunt u bevestigen dat het gebouw van het Van Gogh Museum eigendom is van de Nederlandse
Staat en dat hiermee ook de verantwoordelijkheid voor de staat van het gebouw, de
veiligheid en de instandhouding bij de Staat ligt?
Aan welke veiligheids-, klimaat- en instandhoudingsnormen moeten gebouwen van het
Rijksvastgoedbedrijf voldoen en in hoeverre voldoet het Van Gogh Museumgebouw op dit
moment aan deze normen?
Het museum meldt risico’s bij onder meer verouderde liften, daklekkages en klimaatinstallaties,
zijn deze risico’s bij het Ministerie van OCW bekend en hoe worden deze beoordeeld
binnen de verantwoordelijkheid van de Staat als eigenaar van het gebouw?
Kunt u aangeven welke signalen over de staat van het gebouw het Ministerie van OCW
de afgelopen jaren heeft ontvangen en welke opvolging daaraan is gegeven?
Antwoord 1–4
Het gebouw van het Van Gogh Museum (Museumplein 6, Amsterdam) is eigendom van de staat.
In 2017 is het huisvestingsstelsel voor de rijksmusea gewijzigd. Deze stelselwijziging
werd aangekondigd aan uw Kamer in 2013.1 Per 1 januari 2024 is dit stelsel bekrachtigd door mijn ambtsvoorganger.2
In het huidige stelsel hebben de rijksmusea volledig zeggenschap over het beheer en
onderhoud van hun panden en dragen zij ook de verantwoordelijkheid over de risico’s
die daaraan verbonden zijn. Daarvoor ontvangen zij van het Rijk een vergoeding in
de vorm van een subsidie voor huisvesting op grond van de Erfgoedwet. Huisvesting
is een belangrijke voorwaarde voor musea bij het vervullen van hun kerntaak: het behouden,
beheren en toegankelijk maken van de rijkscollectie.
Het Van Gogh Museum is daarmee sinds 2017 zelf volledig verantwoordelijk voor de instandhouding
van hun panden. Als goed huisvader dient het museum te voldoen aan de wettelijke vereisten
en normen, van onder andere (bouwkundig) onderhoud, brandveiligheid, Arbo en overige
wet- en regelgeving. Ik ben als Minister van OCW verantwoordelijk voor het verlenen
van een adequate subsidie daarvoor. Daarnaast houd ik toezicht op het uitoefenen van
de wettelijke taken (collectiebeheer en huisvesting) door de rijksmusea. Via onder
andere de jaarverantwoordingen, onafhankelijke bouwkundige inspecties en de monitor
en inspecties van de Inspectie Overheidsinformatie en Erfgoed (Inspectie) zie ik erop
toe dat de musea inderdaad als goed huisvader voor de panden zorgen.
De laatste onafhankelijke bouwkundige inspectie van het Van Gogh Museum dateert uit
2023. Deze inspectie is door het museum zelf in opdracht gegeven. Deze inspectie heeft
mijn ambtsvoorganger onafhankelijk laten beoordelen. Uit deze beoordeling bleek dat
het museum in redelijke staat van onderhoud verkeert. Het Van Gogh Museum heeft destijds
niet aangegeven dat zij zich niet kon vinden in deze conclusie.
De laatste inspectie van de Inspectie dateert uit juli 2024.3 De inspectie concludeert dat de behoudstaken, de veiligheidszorg en de toegankelijkheid
van de collectie van het museum voldoen aan de beheernormen zoals deze worden gesteld
in de Erfgoedwet en de regeling beheer rijkscollectie en museale instellingen. In
2023 heeft het museum bezwaar aangetekend tegen de hoogte van de huisvestingssubsidie.
In de loop van deze bezwaarprocedure, in 2024, heeft het museum aangegeven dat de
staat van het gebouw toch niet op orde was.
Vraag 5
De huisvestingssubsidie van rijksmusea wordt gebruikt voor zowel operationele kosten
als gebouwonderhoud, acht u dit een passend model voor rijksvastgoed dat meer dan
50 jaar oud is, gezien de toenemende kosten voor vervanging van installaties en structureel
onderhoud?
Antwoord 5
Ja, ik acht dit een passend model. De huisvestingssubsidie is bedoeld voor zowel kort-cyclisch
als lang-cyclisch onderhoud en verduurzaming. Het museum krijgt ieder jaar hetzelfde
subsidiebedrag voor huisvesting (in 2025 € 7,8 miljoen). De huisvestingssubsidie kan
alleen worden verhoogd als er loon- en prijsbijstelling wordt toegekend. Een deel
van dit subsidiebedrag is bedoeld voor kort-cyclisch onderhoud. Een ander deel (gemiddeld
€ 4,9 miljoen per jaar) is bedoeld om te sparen voor lang-cyclisch onderhoud en investeringen.
Dit laatste bedrag is voor het Van Gogh Museum relatief hoog, juist omdat er in de
subsidie rekening is gehouden met de onderhoudsstaat van de panden. Ook ontvangt het
museum subsidie voor verduurzaming van hun panden. Juist omdat het museum ieder jaar
hetzelfde subsidiebedrag krijgt, kan het met vertrouwen sparen of lenen voor grote
investeringen en renovaties. Ik ben van mening dat de subsidie die het Van Gogh Museum
ontvangt, voldoende is om het noodzakelijk onderhoud te kunnen uitvoeren. De uitkomsten
van het deskundigenonderzoek dat ik heb laten verrichten in de bezwaarprocedure, onderschrijven
dat.
Daarbij merk ik op dat de andere rijksmusea, sommige ook met zeer complexe of oude
gebouwen, gebruik maken van hetzelfde subsidiemodel en dat het voor hen wel werkbaar
is.
Vraag 6
Hoe beoordeelt u de samenhang tussen structureel onderhoud, goed functionerende beveiligingssystemen
en het voorkomen van incidenten, mede in het licht van de recente diefstal in het
Louvre en de internationale discussie over museumbeveiliging?
Antwoord 6
Het huisvestingsstelsel van de rijksmusea is er juist op gericht dat de musea zelf
aan het roer zitten om deze samenhang te bereiken, als goed huisvader. Hiervoor ontvangen
zij een subsidie op grond van de Erfgoedwet. Ik merk daarbij nog op dat naar aanleiding
van de diefstal van twee schilderijen uit het Van Gogh Museum in 2002, in 2004 een
risico-inventarisatie en -analyse bij de rijksgesubsidieerde musea is uitgevoerd.
Vanaf 2005 is op basis van de resultaten van deze analyse vervolgens structureel € 7
miljoen toegevoegd aan de subsidie voor collectiebeheer van de rijksgesubsidieerde
musea ten behoeve van extra veiligheidsvoorzieningen.
Vraag 7
Hoe verhoudt de huidige financiering van huisvesting en instandhouding zich tot de
afspraken die in 1962 zijn gemaakt over het duurzaam kunnen bewaren en openbaar tonen
van de collectie?
Antwoord 7
Ik ben ik van mening dat de staat voldoet aan de afspraken uit de overeenkomst van
1962. Ik verwijs hiervoor ook graag naar mijn eerdere antwoorden op vragen van uw
Kamer over ditzelfde onderwerp.4
Vraag 8
Welke mogelijkheden ziet u op korte termijn om risico’s voor bezoekersveiligheid,
collectiebehoud en de continuïteit van het museum te mitigeren totdat structureel
onderhoud kan worden uitgevoerd?
Antwoord 8
Zoals ik hierboven heb aangegeven, is het binnen het huidige huisvestingsstelsel voor
rijksmusea de eigen verantwoordelijkheid van de musea om de museale panden te onderhouden
en te beheren en zo de bezoekersveiligheid en de continuïteit van het museum te garanderen.
Zie ook het antwoord bij vraag 5. Binnen dit stelsel is het aan de musea zelf om keuzes
te maken hoe het onderhoud wordt ingepland en in de tijd wordt gezet. De musea kennen
hun museale panden het best en kunnen op basis van deze informatie besluiten welk
onderhoud noodzakelijk is en welk onderhoud nog even kan worden uitgesteld.
Naast de subsidie, biedt de staat ook te mogelijkheid om tegen een gunstige rente
te lenen bij het Nationaal Restauratiefonds voor verduurzaming. Daarnaast is het mogelijk
om te lenen bij de schatkist voor onderhoud en instandhouding.
In de jaarrekening van het museum over 2024 is te lezen dat het museum beschikt over
een bestemmingsreserve voor huisvesting van meer dan € 9 miljoen en een voorziening
groot onderhoud van meer dan € 19 miljoen. De bestemmingsreserve is overigens onderdeel
van een eigen vermogen van meer dan € 53 miljoen. Deze bedragen kan het Van Gogh Museum
ook aanwenden om het onderhoud te bekostigen. Het is dus zeker niet zo dat het Van
Gogh Museum voor haar plannen volledig afhankelijk is van de huisvestingssubsidie.
Daarmee zeg ik niet dat de subsidie ontoereikend is. De externe deskundige die ik
heb geraadpleegd laat in zijn onderzoeksrapport zien dat de huidige subsidie vanuit
het huisvestingstelsel voor rijksmusea afdoende is. Ik heb dit rapport bij deze antwoorden
gevoegd. Het Van Gogh Museum en ik verschillen mijns inziens uiteindelijk vooral van
mening over de vraag hoe haar aanvullende ambities, die verder gaan dan noodzakelijk
onderhoud en vervanging – bijvoorbeeld op het gebied van verduurzaming – bekostigd
moeten worden. Het museum vindt dat de overheid ook daar moet bijspringen. Dat zie
ik anders. Het staat het museum natuurlijk vrij om die ambities na te streven. Ik
heb daarom aangegeven dat er diverse alternatieve financieringsmogelijkheden zijn
voor het museum, sommige gefaciliteerd door de overheid. Zo kan het museumbestuur
die ambities ook realiseren. De financiering vanuit het huisvestingsstelsel is daar
alleen niet voor bedoeld. Ik zie daarom geen reden om de huisvestingssubsidie te verhogen.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
G. Moes, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.