Verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden : Verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden
36 850 VII Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2025 (wijziging samenhangende met de Najaarsnota)
Nr. 4
VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN
Vastgesteld 16 december 2025
De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken belast met het voorbereidend onderzoek
van dit voorstel van wet, heeft de eer verslag uit te brengen in de vorm van een lijst
van vragen met de daarop gegeven antwoorden.
De vragen zijn op 8 december 2025 voorgelegd aan de Minister van Binnenlandse Zaken
en Koninkrijksrelaties. Bij brief van 12 december 2025 zijn ze door de Minister van
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beantwoord.
Met de vaststelling van het verslag acht de commissie de openbare behandeling van
het wetsvoorstel voldoende voorbereid.
De fungerend voorzitter van de commissie, Van Eijk
De griffier van de commissie, Honsbeek
Vragen en antwoorden
VRAAG 1:
Vraag:
Kan in een tabel worden aangeven op welke budgetten de afgelopen drie jaar onderuitputting
heeft plaatsgevonden?
Antwoord:
Onderuitputting is de term die wordt gebruikt om de niet uitgegeven middelen in een
bepaald begrotingsjaar aan te duiden. Hier kunnen verschillende uiteenlopende oorzaken
aan ten grondslag liggen, zoals vertraging in de besluitvorming, late autorisatie
van de (suppletoire) begrotingen door de Staten-Generaal, gerechtelijke uitspraken
of een gebrek aan capaciteit in de uitvoering. Sinds 2023 worden de grootste posten
met onderuitputting per begrotingshoofdstuk jaarlijks opgenomen en toegelicht in de
departementale jaarverslagen, zo ook voor de onderuitputting op begrotingshoofdstuk
VII (BZK):
2023 – Jaarverslag BZK 2023 (Kamerstuk 36 560 VII, nr. 1 – p. 376 – 381)
2024 – Jaarverslag BZK 2024 (Kamerstuk 36 740 VII, nr. 1 – p. 40 – 41)
2025 – Voor het begrotingsjaar 2025 is er bij de Najaarsnota (Kamerstuk 36 850 nr. 1, p. 7 – 8) € 451 mln. naar beneden bijgesteld, waarvan € 30 mln. voor publieke schulden
en € 421 mln. voor het dossier Groningen, waarbij de uitsplitsing van dit laatstgenoemde
bedrag is opgenomen als beantwoording op vraag 8. De daadwerkelijke onderuitputting
voor het begrotingsjaar 2025 zal worden toegelicht in het jaarverslag BZK 2025 dat
op woensdag 20 mei 2026 wordt gepubliceerd.
Bij het bovenstaande dienen voor de volledigheid twee opmerkingen te worden gemaakt:
1. Voor de begrotingsjaren 2023 en 2024 geldt dat de beleidsartikelen van het huidige
begrotingshoofdstuk XXII (VRO) nog op begrotingshoofdstuk VII (BZK) werden verantwoord.
In de overzichten van de onderuitputting waarnaar wordt verwezen staan daarom ook
beleidsonderwerpen van het Ministerie van VRO opgenomen.
2. Specifiek voor het dossier Groningen geldt dat de onderuitputting voor de begrotingsjaren
2023 en 2024 is toegelicht in het jaarverslag EZK (2023: Kamerstuk 560 XIII, nr. 1, p. 273 / 2024: Kamerstuk 740 XIII, nr. 1, p. 47).
VRAAG 2:
Vraag:
Kan worden aangeven welke uitgaven de afgelopen jaren zijn gedaan voor de organisatie
van burgerfora? Welke uitgaven staan er voor de komende jaren gepland?
Antwoord:
BZK heeft in het kader van het Nationaal Burgerberaad Klimaat in 2024 een onderzoeksopdracht
verstrekt met een looptijd tot en met 2026 voor in totaal € 0,19 mln. In het voorjaar
van 2025 ontving IenW van BZK een bijdrage van € 0,05 mln. voor de Kinderklimaattop.
In het kader van burgerfora op decentraal niveau verstrekte BZK de afgelopen jaren
€ 0,05 mln. subsidie voor een pilot en een evaluatiekader burgerfora.
In de komende jaren worden door BZK geen uitgaven voor burgerfora voorzien.
VRAAG 3:
Vraag:
Kan een volledige lijst worden gegeven van alle uitgaven die in 2025 zijn gedaan uit
het begrotingsartikel Slavernijverleden: fonds en herdenkingscomité?
Antwoord:
Zoals zichtbaar in de ontwerpbegroting, 1e suppletoire begroting, september suppletoire begroting en deze 2e suppletoire begroting zijn er middelen beschikbaar voor bewustwording, erkenning
en doorwerking van het slavernijverleden. In 2025 zijn dit middelen voor de subsidieregeling
maatschappelijke initiatieven (Europees Nederland), subsidie voor het herdenkingscomité
en subsidie voor het onderzoeksprogramma. In het jaarverslag BZK 2025 dat op woensdag
20 mei 2026 wordt gepubliceerd, worden de realisatiecijfers van deze regelingen inzichtelijk
en verder toegelicht.
VRAAG 4:
Vraag:
Hoeveel zit er op dit moment nog aan middelen in het artikel Slavernijverleden: fonds
en herdenkingscomité? Hoeveel daarvan is vrij en hoeveel is gebonden?
Antwoord:
Zoals zichtbaar in deze 2e suppletoire begroting is er circa € 11 mln. beschikbaar in 2025 op het artikel Slavernijverleden:
fonds en herdenkingscomité. Hiervan is 0% vrij te besteden.
VRAAG 5:
Vraag:
Hoeveel aan gelden zit er nog in de begroting voor het oprichten van een constitutioneel
hof en waar?
Antwoord:
Op de BZK begroting staan vanaf 2028 geen gelden meer voor het oprichten van een constitutioneel
hof. In het amendement Sneller c.s. (Kamerstuk 36725 VI, nr. 39) is cumulatief € 75 mln. in 2026 beschikbaar gesteld voor het gevangeniswezen. Er
is 25 mln. euro per jaar van de gereserveerde middelen voor de oprichting van een
constitutioneel hof voor de jaren 2028–2030 overgeboekt naar de JenV begroting ter
dekking van het amendement Sneller. Bij MJN 2026 zijn ook structureel vanaf 2031 (onder
andere) de middelen die bestemd waren voor het oprichten van een constitutioneel hof
overgeboekt naar de begroting van JenV voor het gevangeniswezen. In de jaren 2026
en 2027 is per jaar 1 mln. beschikbaar voor de voorbereidende werkzaamheden voor de
oprichting van een constitutioneel hof.
VRAAG 6:
Vraag:
Wat zijn de uitvoeringskosten voor het Bureau van de Nationaal Coördinator tegen Discriminatie
en Racisme (NCDR)?
Antwoord:
De uitvoeringskosten voor het Bureau van de NCDR zijn circa € 3,5 mln. in 2025. Dit
betreft zowel de financiering van het bureau zelf als de kosten die verbonden zijn
aan de activiteiten die de NCDR ontplooit.
VRAAG 7:
Vraag:
Welke bevolkingsgroepen worden volgens de NCDR het meest gediscrimineerd in 2025?
Antwoord:
Volgens de NCDR is er geen informatie beschikbaar om iets te kunnen zeggen over welke
groepen het meest gediscrimineerd worden. Elke vorm van discriminatie is abject en
in strijd met de wet. Over 2025 is helemaal nog niets te zeggen, die cijfers zijn
pas in het voorjaar van 2026 beschikbaar. Voor de meest recente cijfers over gemelde
discriminatie verwijzen we naar het rapport Discriminatiecijfers in 2024.
VRAAG 8:
Vraag:
Kan in een tabel uitgesplitst worden waar de 421 miljoen euro onderuitputting precies
vandaan komt?
Antwoord:
De budgetten voor de herstelopgave in Groningen worden met circa 421 miljoen euro
naar beneden bijgesteld. Dit komt voornamelijk door gedragseffecten in de keuze voor
schadeafhandeling door de bewoners en het nog uitwerken van beleidskaders door het
IMG. Hierdoor vinden uitgaven later plaats dan eerder verwacht, waardoor de uitgaven
omlaag zijn bijgesteld. Onderstaande tabel geeft weer op welke posten binnen artikel
15 een afboeking heeft plaatsgevonden bij de Najaarsnota 2025.
Tabel 1
Totaal
€ – 420,7 mln.
Fysieke schade
€ – 118,4 mln.
Duurzaam herstel (IMG)
€ – 116,8 mln.
Waardedaling
€ – 87,4 mln.
Bijdrage aan agentschappen
€ – 31,0 mln.
Duurzaam herstel (NCG opdrachten)
€ – 13,0 mln.
Vastgelopen situaties (IMG)
€ – 2,6 mln.
Versterkingsoperatie,
€ – 38,5 mln.
waarvan:
Lichtere versterking
€ – 10,0 mln.
Big5
€ – 21,0 mln.
Maatwerk Versterking
€ – 7,5 mln.
Duurzaam herstel (NCG schadevergoeding)
€ – 0,5 mln.
Verduurzamen bij versterken
€ – 12,5 mln.
VRAAG 9:
Vraag:
Hoeveel minder is er aan fysieke schade, waardedaling en herstel woningen uitgekeerd
dan begroot?
Antwoord:
Op basis van realisatiegegevens van het IMG wordt het budget voor de regeling fysieke
schade naar beneden bijgesteld met € 118,4 mln. Dit wordt onder andere veroorzaakt
door gedragseffecten in de keuze voor schadeafhandeling door bewoners. Dit zit met
name in lagere aanvragen voor zowel de Vaste Eenmalige Schadevergoeding als de Aanvullende
vaste vergoeding.
De maatregel Duurzaam herstel is erop gericht om de kans op terugkerende schade te
verkleinen door de constructie van een woning te verbeteren of herstellen. In 2025
worden minder woningen duurzaam hersteld dan eerder verwacht en daarom wordt dit budget
met € 130,3 mln. naar beneden bijgesteld. De totale verwachte kosten van duurzaam
herstel zijn gelijk gebleven.
Op basis van realisatiegegevens van het IMG wordt het budget voor de regeling waardedaling
naar beneden bijgesteld met € 87,4 mln. Dit wordt onder andere veroorzaakt doordat
bewoners minder aanvragen doen voor deze regeling dan verwacht.
VRAAG 10:
Vraag:
Hoeveel woningen zijn er in 2025 hersteld in Groningen?
Antwoord:
Zie het antwoord op vraag 11.
VRAAG 11:
Vraag:
Hoeveel minder woningen zijn er in 2025 in Groningen hersteld, verduurzaamd en versterkt
dan beoogd?
Antwoord:
Het schadeherstel gebeurt aanvraag gestuurd, immers de hoeveelheid schademeldingen
is vooraf niet bekend. Het IMG rapporteert wekelijks over de voortgang op het online
dashboard. In het jaarverslag BZK 2025 dat op woensdag 20 mei 2026 wordt gepubliceerd,
zal het IMG de totalen voor 2025 opnemen.
Er zijn in 2025 niet minder woningen versterkt dan beoogd. De NCG rapporteert per
tertaal over de voortgang van de versterkingsoperatie. Tot en met augustus heeft de
NCG circa 1.600 adressen laten voldoen aan de veiligheidsnorm. Bij 800 woningen bleek
na beoordeling dat er geen versterkingsmaatregelen nodig zijn. Bij 800 woningen zijn
versterkingsmaatregelen getroffen. Dit is in lijn met de planning en de Staatssecretaris
van BZK verwacht dat de NCG haar jaardoel haalt. Met het jaarverslag van de NCG zal
de Staatssecretaris van BZK uw Kamer informeren over de totale realisatie in 2025.
Voor verduurzaming worden geen doelen gesteld, omdat dit een keuze is van bewoners.
VRAAG 12:
Vraag:
In welk jaar is de hersteloperatie waarschijnlijk afgerond gezien de vertraging die
afgelopen jaar is opgelopen?
Antwoord:
De Staatssecretaris van BZK verwacht dat de versterkingsoperatie tussen 2030 en 2032
wordt afgerond, in lijn met de actualisatie van de diepteanalyse van 26 maart 2025
(Kamerstuk 33 529 nr. 1282). Sinds de eerste diepteanalyse van 10 september 2024 stuurt de Staatssecretaris
van BZK op bandbreedtes voor het afronden van de versterkingsoperatie in plaats van
een absolute datum (Kamerstuk 33 529 nr. 1246). Dat is een realistischere planning waarin ook rekenschap wordt gegeven van de verschillende
factoren die van invloed zijn op het verloop van de versterkingsopgave, zoals bouwcapaciteit,
personele capaciteit en de geleverde kwaliteit door ingenieursbureaus. De Staatssecretaris
van BZK herijkt dit beeld jaarlijks met actualisaties van de diepteanalyse.
De regelingen van het IMG voor schadeafhandeling zijn beschikbaar zo lang als die
geacht worden toegevoegde waarde te hebben voor bewoners en ondernemers.
VRAAG 13:
Vraag:
Kan nader worden toegelicht wat de oorzaak is van de vertraging van de hersteloperatie?
Antwoord:
Er is in 2025 geen sprake van vertraging bij de versterkingsoperatie. De onderuitputting
bij de schadeafhandeling komt onder andere door gedragseffecten in de keuze voor schadeafhandeling
door bewoners. Dit zit met name in lagere aanvragen voor zowel de Vaste Eenmalige
Schadevergoeding als de Aanvullende vaste vergoeding.
VRAAG 14:
Vraag:
Klopt het dat het gebrek aan langjarige planning voor aannemers bijdraagt aan de vertraging
die wordt opgelopen in de hersteloperatie?
Antwoord:
Zie het antwoord op vraag 16.
VRAAG 15:
Vraag:
Wat is de reden dat de openbare agenda's van bewindspersonen de afgelopen periode
zo onregelmatig en onvolledig worden bijgehouden?
Antwoord:
Alle bewindspersonen dienen op basis van de Uitvoeringsrichtlijn openbare agenda’s
bewindspersonen hun agenda’s openbaar te maken. Bewindslieden kunnen hun agenda zowel
vóóraf als achteraf publiceren. Zij maken hierin hun eigen afweging. Voor het achteraf
publiceren van de agenda of het achteraf publiceren van een specifieke afspraak (werkbezoek
of gesprek bijvoorbeeld) kunnen verschillende redenen zijn. Zo kan de veiligheid van
de bewindspersoon of de gesprekspartner(s) reden zijn om een activiteit niet vooraf
te plaatsen. Bij publicatie achteraf moet de agenda uiterlijk binnen twee weken worden
aangeleverd bij Redactie rijksoverheid.nl. Dit proces loopt goed, hoewel er zeker
nog ruimte is voor verbeteringen. De Minister van BZK heeft in zijn brief van 24 september
jl. diverse maatregelen voor verbetering aangekondigd, die inmiddels ook in gang zijn
gezet. De verwachting is dat hiermee de openbare agenda’s vollediger en eenduidiger
worden ingevuld.
VRAAG 16:
Vraag:
Zou langjarige planning voor aannemers bijdragen aan het versneld versterken van woningen
in Groningen?
Antwoord:
Nee, de NCG heeft langjarige planningen. Wel is gebrek aan voldoende aannemerscapaciteit
een risico. Echter, om dit risico te mitigeren en de plannen onderling af te stemmen
deelt de NCG hun meerjarige planningen regelmatig met aannemers. Een van de knelpunten
bij dit risico is de naleving van de meerjarige planningen op adresniveau. De planningen
van NCG kunnen tussentijds worden beïnvloed door verschillende factoren, waardoor
de NCG haar planningen mogelijk op adresniveau moet aanpassen. De Staatssecretaris
van BZK heeft met de NCG afspraken gemaakt over betrouwbaardere planningen in 2026
en verwacht hiermee dit knelpunt te verkleinen (Kamerstuk 33 529, nr. 1346). In de tussentijd blijft NCG de huidige planningen afstemmen met aannemers om vertraging
zo veel mogelijk te voorkomen.
VRAAG 17:
Vraag:
Hoeveel ambtsberichten heeft de AIVD in 2024 en 2025 gedeeld met instanties?
Antwoord:
In 2024 heeft de AIVD 73 ambtsberichten uitgebracht (Kamerstuk 30 977, nr. 174. De cijfers voor 2025 zullen worden meegenomen in het openbaar jaarverslag 2025 van
de AIVD.
VRAAG 18:
Vraag:
Hoeveel van de middelen die de veiligheidsdiensten krijgen wordt gespendeerd aan publieksvoorlichting,
zoals het maken van rapporten?
Antwoord:
De begroting van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten is staatsgeheim. De Tweede
Kamer wordt hierover via de geëigende kanalen over geïnformeerd.
In algemene zin geldt dat de inlichtingen- en veiligheidsdiensten een unieke rol spelen
in het versterken van de weerbaarheid van Nederland. Publieksvoorlichting is hiervan
een essentieel onderdeel. Binnen de diensten zijn hiervoor geen aparte budgetten,
maar is openbare communicatie het verlengde van het inlichtingen- en exploitatieproces.
Naast de reguliere publicaties – zoals het openbaar jaarverslag – kunnen de diensten
in het belang van hun taakuitvoering openbare publicaties maken. Hierin wordt een
algemeen beeld gegeven van de aandachtsgebieden van de diensten. Open publicaties
zijn bedoeld om context te geven aan bijvoorbeeld overheidsinstanties, lokaal bestuur,
politiek, wetenschap en media.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
W.P.J. van Eijk, voorzitter van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken -
Mede ondertekenaar
G.C. Honsbeek, griffier