Verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden : Verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden (digitalisering)
36 850 VII Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2025 (wijziging samenhangende met de Najaarsnota)
36 850
XIII
Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Economische Zaken (XIII)
voor het jaar 2025 (wijziging samenhangende met de Najaarsnota)
36 850
VI
Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (VI)
voor het jaar 2025 (wijziging samenhangende met de Najaarsnota)
Nr. 3
VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN
Vastgesteld 15 december 2025
De vaste commissie voor Digitale Zaken, belast met het voorbereidend onderzoek van
dit voorstel van wet, heeft de eer verslag uit te brengen in de vorm van een lijst
van vragen met de daarop gegeven antwoorden.
De vragen zijn op 8 december 2025 voorgelegd aan de Ministers van Binnenlandse Zaken
en Koninkrijksrelaties, van Economische Zaken en van Justitie en Veiligheid. Bij brief
van 12 december 2025 zijn ze door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
beantwoord voor wat betreft de vragen op het gebied van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
alsmede de overkoepelende vragen die toezien op digitale zaken.
Met de vaststelling van het verslag acht de commissie de openbare behandeling van
het wetsvoorstel voldoende voorbereid.
De fungerend voorzitter van de commissie, Kathmann
Adjunct-griffier van de commissie, Muller
Vragen en antwoorden
Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (VI)
voor het jaar 2025 (wijziging samenhangende met de Najaarsnota)
Vraag 1:
Vraag:
Welke concrete stappen zet u om de structurele capaciteitsproblemen bij ketenpartners
op te lossen, zodat beschikbaar ICT-budget wel tijdig wordt besteed?
Vraag 2:
Vraag:
Hoe wordt voorkomen dat de opgehoogde ICT-budgetten opnieuw leiden tot onderschrijdingen
in toekomstige begrotingen?
Vraag 3:
Vraag:
Wat is de actuele stand van zaken van het Duurzaam Digital Stelsel (DDS), en welke
maatregelen zorgen ervoor dat deze investering daadwerkelijk leidt tot betere samenwerking
en snellere informatie-uitwisseling in de strafrechtketen?
Vraag 4:
Vraag:
Kunt u toelichten hoe de motie-Kathmann [Kamerstuk 26 643, nr. 1317] wordt uitgevoerd? Welke middelen zijn hier voor uitgetrokken?
Vraag 5:
Vraag:
Kunt u toelichten hoe de motie-Six Dijkstra [Kamerstuk 26 643, nr. 1254] wordt uitgevoerd? Welke middelen zijn hier voor uitgetrokken?
Antwoord:
De motie wordt afgedaan in de verzamelbrief Q4 die voor het kerstreces nog aan uw
Kamer wordt gezonden. In deze brief licht de Staatssecretaris van BZK toe hoe hij
met deze motie aan de slag is gegaan.
Vraag 6:
Vraag:
Kunt u toelichten hoe het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC) is gefinancierd
in 2025?
Vraag 7:
Vraag:
Kunt u toelichten waarom het budget uit de opdrachtenpost voor het NCSC is teruggebracht
naar € 0?
Vraag 8:
Vraag:
Hoe kan de Kamer de uitgaven aan het NCSC (en doelmatigheid en doeltreffendheid hiervan)
in de toekomst volgen?
Vragen inzake wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Binnenlandse
Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2025 (wijziging samenhangende met
de Najaarsnota)
Vraag 9:
Vraag:
Kunt u in een tabel aangeven op welke budgetten de afgelopen drie jaar onderuitputting
heeft plaatsgevonden? (blz:)
Antwoord:
Onderuitputting is de term die wordt gebruikt om de niet uitgegeven middelen in een
bepaald begrotingsjaar aan te duiden. Hier kunnen verschillende uiteenlopende oorzaken
aan ten grondslag liggen, zoals vertraging in de besluitvorming, late autorisatie
van de (suppletoire) begrotingen door de Staten-Generaal, gerechtelijke uitspraken
of een gebrek aan capaciteit in de uitvoering. Sinds 2023 worden de grootste posten
met onderuitputting per begrotingshoofdstuk jaarlijks opgenomen en toegelicht in de
departementale jaarverslagen, zo ook in het geval van eventuele onderuitputting met
betrekking tot digitale zaken. Zie hiervoor Jaarverslag BZK 2023 (Kamerstuk, 36 560 VII, nr. 1 – p. 376–381) en Jaarverslag BZK 2024 (Kamerstuk 36 740 VII, nr. 1 – p. 40–41). De onderuitputting voor het begrotingsjaar 2025 zal worden toegelicht
in het jaarverslag BZK 2025 dat op woensdag 20 mei 2026 wordt gepubliceerd.
Vraag 10:
Vraag:
Voor Logius is extra budget nodig (o.a. € 13,3 miljoen) vanwege tegenvallers bij DigiD,
Mijnoverheid en Stelseldiensten. Wat is precies de aard van deze tegenvallers, en
waarom treden zij op bij zulke essentiële digitale overheidsvoorzieningen? Kunt u
uitsluiten dat dit wijst op structurele problemen in beheer of aansturing? (blz:)
Antwoord:
De tegenvallers zijn veroorzaakt door externe kosten/ volume stijgingen, die Logius
niet kan beïnvloeden: 1. Hogere lasten als gevolg van de geïndexeerde tarieven van
RvIG, die Logius doorbelast krijgt. 2. Toename in SMS-kosten mede door een groei in
het aantal gebruikers en authenticaties. 3. Hogere Platformkosten voor het waarborgen
van continuïteit, schaalbaarheid en veiligheid door uitloop van de migratie van de
infrastructuur, met tijdelijke dubbele kosten.
Er zijn op dit moment geen concrete indicaties die erop wijzen dat dit structurele
problemen in beheer of de aansturing betreft.
Vraag 11:
Vraag:
Logius werd geconfronteerd met een onverwachte tariefverhoging van de Rijksdienst
voor Identiteitsgegevens (RvIG) voor 2025, met een impact van € 2,4 miljoen. Waarom
kon deze kostenstijging niet tijdig worden meegenomen in de begrotingsplanning? Welke
maatregelen worden getroffen om de financiële afstemming tussen RvIG en Logius te
verbeteren, zodat dit in de toekomst niet opnieuw gebeurt? (blz:)
Antwoord:
De informatie was te laat voor de begrotingsplanning, wat vraagt om een betere en
eerdere bestuurlijke afstemming tussen Logius en RvIG. Hieraan wordt inmiddels uitvoering
gegeven.
Vraag 12:
Vraag:
In de BZK-begroting vinden veel interne verschuivingen en desalderingen plaats, zoals
rond de Rijksinkoopsamenwerking en de RijksAcademie voor Digitalisering (RADIO). Wat
is het totale netto-effect van deze herverdelingen op de overhead en beheerskosten
van de digitale dienstverlening? Hoe waardeert u de administratieve lasten die horen
bij deze jaarlijkse, gedetailleerde verrekeningen?(blz:)
Antwoord:
Het netto-effect van deze herverdelingen zal minimaal zijn. Het gaat vaak om kleine
verschuivingen (RADIO) of veranderingen in aantal opdrachten. Dit leidt niet direct
tot meer overhead of beheerskosten. Deze jaarlijkse verrekeningen zijn onderdeel van
de reguliere P&C cyclus en dus zijn de administratieve lasten niet hoger.
Vraag 13:
Vraag:
In tabel 6.8, onder de Generieke Digitale Infrastructuur (GDI) staat de post ICTU
waar te zien is dat € 7,801 miljoen staat onder «Mutaties 2e suppletoire begroting
(2)». In de uitleg is niet terug te lezen of en waaraan dit gerealloceerd is. Kan
dit worden toegelicht over deze kostenpost? (blz: 13)
Antwoord:
De middelen zijn grotendeels (€ 6,5 mln.) gerealloceerd naar Logius ter dekking van
het tekort op de Beheeropdracht Logius 2025, een bijdrage voor Digipoort én een restantbetaling
aan Logius op basis van de ingediende decharge voor de Logius Beheeropdracht 2024.
Daarnaast zijn middelen (€ 0,6 mln.) gerealloceerd naar RvIG en zijn middelen (€ 0,7
mln.) overgeboekt naar het Ministerie van Economische Zaken, beide bijdragen zijn
in het kader van de Europese Digitale Identiteit (EDI).
Vragen inzake wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Economische
Zaken (XIII) voor het jaar 2025 (wijziging samenhangende met de Najaarsnota)
Vraag 14:
Vraag:
Voor de voorbereiding van de AI-fabriek wordt € 5,1 miljoen naar voren gehaald, terwijl
het budget voor het Digital Trust Centre (DTC) met € 3,375 miljoen wordt verlaagd.
Waarom wordt de voortgang van de AI-fabriek versneld terwijl het budget voor digitale
veiligheid voor bedrijven wordt verlaagd? Kunt u toelichten hoe deze balans tussen
innovatie en digitale veiligheid wordt verantwoord?
Vraag 15:
Vraag:
Grote NGF-projecten zoals NXTGEN High Tech (€ 25 miljoen) en PhotonDelta (€ 21 miljoen)
krijgen in 2025 hogere kasuitgaven dan eerder gepland. Hoe wordt gegarandeerd dat
deze versnelde uitgaven niet leiden tot overhaaste of inefficiënte besteding van middelen?
Op welke manier wordt gevolgd dat deze projecten ook daadwerkelijk een brede economische
impuls geven aan het mkb in heel Nederland?
Overige/overkoepelende vragen die betrekking hebben op meerdere begrotingen
Vraag 16:
Vraag:
Kunt u toelichten hoe de motie-Kathmann [Kamerstuk 26 643, nr. 995] wordt uitgevoerd? Welke middelen zijn hier voor uitgetrokken? (blz:)
Antwoord:
Deze motie is reeds afgedaan. Uw Kamer is hierover geïnformeerd per brief op 09 april
2024 (Kamerstuk 26 643, nr. 1149).
Vraag 17:
Vraag:
Kunt u toelichten hoe de motie-Kathmann [Kamerstuk 36 382, nr. 14] wordt uitgevoerd? Welke middelen zijn hier voor uitgetrokken? (blz:)
Antwoord:
Deze motie is reeds afgedaan. Uw Kamer is hierover geïnformeerd per brief op 07 november
2024 (Kamerstuk 26 643, nr. 1232).
Vraag 18:
Vraag:
Kunt u toelichten hoe de motie-Kathmann [Kamerstuk 36 270, nr. 9] wordt uitgevoerd? Welke middelen zijn hier voor uitgetrokken?(blz:)
Antwoord:
Deze vraag zal worden beantwoord door de Minister van Justitie en Veiligheid. Het
antwoord zal door hen aan uw Kamer worden toegezonden.
Vraag 19:
Vraag:
Kunt u toelichten hoe de motie-Kathmann [Kamerstuk 26 643, nr. 1187] wordt uitgevoerd? Welke middelen zijn hier voor uitgetrokken? (blz:)
Antwoord:
Deze vraag zal worden beantwoord door de Minister van Economische Zaken. Het antwoord
zal door hen aan uw Kamer worden toegezonden.
Vraag 20:
Vraag:
Kunt u toelichten hoe de motie-Kathmann [Kamerstuk 26 643, nr. 1188] wordt uitgevoerd? Welke middelen zijn hier voor uitgetrokken? (blz:)
Antwoord:
Deze vraag zal worden beantwoord door de Minister van Economische Zaken. Het antwoord
zal door hen aan uw Kamer worden toegezonden.
Vraag 21:
Vraag:
Kunt u toelichten hoe de motie-Kathmann [Kamerstuk 36 495, nr. 8] wordt uitgevoerd? Welke middelen zijn hier voor uitgetrokken? (blz:)
Antwoord:
Deze vraag zal worden beantwoord door de Minister van Economische Zaken. Het antwoord
zal door hen aan uw Kamer worden toegezonden.
Vraag 22:
Vraag:
Kunt u toelichten hoe de motie-Kathmann-Van der Werf [Kamerstuk 36 600-VII, nr. 71] wordt uitgevoerd? Welke middelen zijn hier voor uitgetrokken? (blz:)
Antwoord:
Deze motie is reeds afgedaan. Uw Kamer is hierover geïnformeerd per brief op 04 september
2025 (Kamerstuk 26 643, nr. 1392)
Vraag 23:
Vraag:
Kunt u toelichten hoe de motie-Kathmann [Kamerstuk 26 643, nr. 1290] wordt uitgevoerd? Welke middelen zijn hier voor uitgetrokken? (blz:)
Antwoord:
Deze vraag zal worden beantwoord door de Minister van Economische Zaken. Het antwoord
zal door hen aan uw Kamer worden toegezonden.
Vraag 24:
Vraag:
Kunt u toelichten hoe de motie-Kathmann c.s. [Kamerstuk 26 643, nr. 1302] wordt uitgevoerd? (blz:)
Antwoord:
Het kabinet heeft onlangs een non paper aan de Europese Commissie gezonden in het
kader van de aangekondigde Digital Fairness Act (DFA). In het non paper pleit het
kabinet onder meer voor een verbod op ontwerpen in digitale diensten die het welzijn
van consumenten schaden, bijvoorbeeld technieken die overmatig gebruik of schadelijk/ongezond
gedrag veroorzaken. Dit non-paper is op 12 november jl. samen met het verslag van
de Informele Telecomraad van 9 en 10 oktober met uw Kamer gedeeld.
De Minister van Economische Zaken en de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en
Koninkrijksrelaties zullen uw Kamer op de hoogte houden van de ontwikkelingen rondom
de DFA.
Vraag 25:
Vraag:
Hoe geeft u uitvoering aan de aangenomen moties die zien op het Rijkscloudbeleid [Kamerstuk
26 643, nrs. 1315, 1316, 1317, 1318, en Kamerstuk 36 574, nrs. 5, 7, 11 en 13]? Wanneer verwacht u uitvoering te geven aan deze moties en welke middelen zijn hierbij
gemoeid? (blz:)
Antwoord:
Kamerstuk 26 643, Nr. 1315 De motie van het lid Kathmann c.s.; Verzoekt de regering om te stoppen met migraties
van overheids-ICT naar clouddiensten van Amerikaanse techgiganten, tenzij:
– onafhankelijk onderbouwd kan worden dat de continuïteit van dienstverlening aan burgers
hierdoor in gevaar komt;
– de coördinerend bewindspersoon, zijnde de Staatssecretaris Digitalisering, is geraadpleegd
en de keuze heeft goedgekeurd;
– en de Tweede Kamer hierover tijdig is geïnformeerd.
Conform eerdere communicatie met uw Kamer zijn en blijven departementen zelf verantwoordelijk
voor hun public cloudgebruik en bijbehorende risicoanalyses. Het past niet binnen
de rol van de Staatssecretaris van BZK om individuele cloudmigraties goed te keuren.
Wel vervult CIO Rijk hier een coördinerende en faciliterende rol in, om ons in te
zetten zeker waar het situaties betreft waar nationale belangen of veiligheid in het
geding kunnen komen.
Voor de uitvoering van deze motie zijn geen aanvullende middelen uitgetrokken.
Kamerstuk 26 643, nr. 1316 De motie van het lid Kathmann; Verzoekt de regering om een aanbesteding uit te schrijven
voor een rijkscloud in volledig Nederlands beheer, met functionaliteit voor vertrouwelijke
communicatie tussen departementen en veilige dataopslag. In de Nederlandse Digitaliseringsstrategie
is onder de prioriteit «Cloud» opgenomen om ten eerste te onderzoeken wat nodig is
om te komen tot een overheidsbrede soevereine clouddienst. De verkenning hiervoor
is gestart, waarbij veilige dataopslag en veilige communicatie tussen departementen
hoog in het vaandel staat. Deze verkenning is ook randvoorwaardelijk voor het uitschrijven
van een eventuele aanbesteding.
Voor de uitvoering van deze motie zijn geen aanvullende middelen uitgetrokken. Er
wordt komende periode interbestuurlijk toegewerkt naar een volledige investeringsagenda.
Daarin komt een nadere uitwerking en onderbouwing van de kosten. Ook komen daarin
de eventuele baten van de NDS aan bod voor Nederland, evenals voorgestelde financieringsmogelijkheden.
We verwachten in de eerste helft van 2026 een meer volledige investeringsagenda op
te kunnen leveren.
Kamerstuk 26 643, nr. 1318 De motie van het lid Kathmann; Verzoekt de regering om eenduidig en rijksbreed te
formuleren wanneer deze exitstrategieën in werking treden. Momenteel wordt voor de
herziening van het rijksbreed cloudbeleid en bijbehorende implementatiekader onderzocht
of er twee scenario’s voor de exitstrategieën genoemd kunnen worden. Ten eerste een
reguliere exit, en ten tweede een calamiteitenexit indien men op zeer korte termijn
de cloud moet verlaten.
Voor de uitvoering van deze motie zijn geen aanvullende middelen uitgetrokken.
Kamerstuk 36 574, nr. 5 De motie van de leden Thijssen en Bruyning; Verzoekt de regering om de aanbeveling
uit Wolken aan de horizon over te nemen om als doel te stellen dat per 2029 minstens
30% van alle cloudopslagdiensten en -applicaties die de rijksoverheid afneemt van
Nederlands-Europese bodem komt, en om jaarlijks inzicht te geven in de voortgang op
deze doelstelling. In de Kamerbrief Plan van aanpak aangenomen en ontraden moties
(Kamerstuk 36 574, nr. 17) heeft de Staatssecretaris van BZK aangekondigd terug te komen op hoe en wat er gemeten
wordt om de voorgestelde norm te hanteren omdat hier op verschillende manieren invulling
aan kan worden gegeven.
Voor de uitvoering van deze motie zijn geen aanvullende middelen uitgetrokken.
Kamerstuk 36 574, nr. 7 De motie van de leden Thijssen en Bruyning; verzoekt de regering om een Strategisch
Leveranciersmanagement Autonome Cloud op te zetten. Het huidige stelsel van rijksinkoop
met de rollen van categoriemanagement, strategisch leveranciersmanagement en software
asset management is dit jaar geëvalueerd. De uitvoering van deze motie (Kamerstuk
36 574, nr. 7) voor een strategisch leveranciersmanagement autonome cloud wil de Staatssecretaris
van BZK vervlechten met de uitvoering van de motie Sneller (36 740 nr.9) en daarmee meerdere aspecten van het rijksinkoopstelsel aanpassen. Deze aanpassing
in het functioneren van strategisch leveranciersmanagement wordt nader uitgewerkt
en zal onder meer verwoord worden in de vernieuwde inkoopstrategie.
Voor de uitvoering van deze motie zijn geen aanvullende middelen uitgetrokken.
Kamerstuk 36 574, nr. 13 De motie van leden Kathmann en Six Dijkstra; Verzoekt de regering het uitgangspunt
van een soevereine cloud voor strategische toepassingen onomwonden te steunen, conform
de met algemene stemmen aangenomen motie-Bruyning/Thijssen (Kamerstuk 36 574, nr. 13). De regering steunt het bovengenoemde uitgangspunt onomwonden, mede rekening houdende
met de interpretatie van de motie-Bruyning/Thijssen.
Voor de uitvoering van deze motie zijn geen aanvullende middelen uitgetrokken.
De Minister van Economische Zaken beantwoordt deze vraag met betrekking tot Kamerstuk
26 643, nr. 1317 en Kamerstuk 36 574, nr. 11.
Vraag 26:
Vraag:
Kunt u toelichten hoe de motie-Kathmann c.s. [Kamerstuk 30 821, nr. 264] wordt uitgevoerd? (blz:)
Antwoord:
Deze motie is reeds afgedaan. Uw Kamer is hierover geïnformeerd per brief op 04 september
2025 (Kamerstuk 26 643, nr. 1392).
Vraag 27:
Vraag:
Kunt u toelichten hoe de motie-Kathmann-Koekkoek [Kamerstuk 32 761, nr. 325] wordt uitgevoerd? Welke middelen zijn hier voor uitgetrokken? (blz:)
Antwoord:
Deze vraag zal worden beantwoord door de Minister van Economische Zaken. Het antwoord
zal door hen aan uw Kamer worden toegezonden.
Vraag 28:
Vraag:
Kunt u toelichten hoe de motie-Kathmann [Kamerstuk 26 643, nr. 1342] wordt uitgevoerd? Welke middelen zijn hier voor uitgetrokken? (blz:)
Antwoord:
Zoals vermeld in de verzamelbrief van oktober (Kamerstuk 26 643, nr. 1423) zijn BZK en EZ als reactie op de motie gestart met de voorbereiding van een verkenning
naar de mogelijkheden van een IT-jaarverslag op basis van de IDRS. Deze verkenning
heeft als doel het verbeteren van de IT-beheersing en het verminderen van de administratieve
lasten. Bij de opzet van deze verkenning wordt aangesloten bij bestaande trajecten
en ervaringen.
Beide ministeries zijn voornemens de verkenning uit te laten voeren door ECP Platform
voor de informatiesamenleving. ECP is een onafhankelijk en neutraal platform waar
overheid, wetenschap, bedrijfsleven, onderwijs en maatschappelijke organisaties publiek-privaat
samenwerken aan en kennis uitwisselen over een verantwoorde vormgeving van onze digitaliserende
samenleving. De verkenning zal worden uitgevoerd in samenwerking met alle overheidslagen
en het bedrijfsleven. De start van de verkenning is in januari 2026. De kosten voor
de uitvoering van de verkenning worden begroot voor 2026 door BZK. Het gaat hierbij
om ca. € 80.000.
Vraag 29:
Vraag:
Kunt u toelichten hoe de motie-Kathmann-Six Dijkstra [Kamerstuk 36 740-VII, nr. 20] wordt uitgevoerd? Welke middelen zijn hier voor uitgetrokken? (blz:)
Antwoord:
De motie van de leden Kathmann en Six Dijkstra; Verzoekt de regering om het mailverkeer
van alle overheidsorganisaties in eigen beheer te houden, met als uitgangspunt dat
de afhankelijkheid van Amerikaanse techleveranciers niet groeit. Voor het overgrote
deel van de departementen en organisaties geldt dat zij dit al in eigen beheer hebben.
De afweging om dit wel of niet zo te houden, is een departementale verantwoordelijkheid.
De departementen nemen hierover besluiten binnen hun eigen mandateringsregelingen.
CIO Rijk faciliteert het uitvoeren van goede risicoanalyses met beleid en handreikingen.
Bij de herziening van het Rijkscloudbeleid zal de Staatssecretaris van BZK zich ook
over dit onderwerp buigen.
Voor de uitvoering van deze motie zijn geen aanvullende middelen uitgetrokken.
Vraag 30:
Vraag:
Kunt u toelichten hoe de motie-Kathmann-Six Dijkstra [Kamerstuk 36 740-VII, nr. 22] wordt uitgevoerd? Welke middelen zijn hier voor uitgetrokken? (blz:)
Antwoord:
In de brief van 28 augustus 2025 (Kamerstuk 26 643, nr. 1384) heeft de Staatssecretaris van BZK de Kamer gemeld dat de personeelsstrategie voor
digitalisering invulling geeft aan deze motie. Hij verwacht de personeelsstrategie
voor digitalisering uiterlijk in 2027 met de Kamer te kunnen delen. De uitvoering
van de ICT-personeelsstrategie is onderdeel van de Nederlandse Digitaliseringsstrategie
(NDS), waarbij de benodigde middelen worden meegenomen in het traject voor de investeringsagenda.
Vraag 31:
Vraag:
Kunt u toelichten hoe de motie-Kathmann [Kamerstuk 36 740-VII, nr. 35] wordt uitgevoerd? Welke middelen zijn hier voor uitgetrokken? (blz:)
Antwoord:
In de brief van 28 augustus (Kamerstuk 36 740-VII, nr. 22) heeft de Staatssecretaris van BZK u nader geïnformeerd over hoe hij uitvoering geeft
aan de motie. Samengevat:
De Staatssecretaris van BZK werkt aan een overheid die goed bereikbaar is, aan het
loket, telefonisch, fysiek en digitaal. In dat kader werkt hij aan het inrichten van
plekken waar een burger direct aan het loket geholpen kan worden en waarbij de overheidsprofessional
gebruik kan maken van directe lijnen met collega’s van de landelijke uitvoeringsorganisaties,
maar bijvoorbeeld ook zorginstellingen. Inmiddels zijn er 28 praktijkinitiatieven
waar overheidsbrede dienstverlening wordt geleverd en begin 2026 volgt nadere besluitvorming
over de landelijke uitrol.
Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties ondersteunt daarnaast
initiatieven op het terrein van begrijpelijke overheidscommunicatie en deelt praktische
handvatten en inzichten uit onderzoek. In het concept wetsvoorstel waarborgfunctie
Awb is opgenomen dat bestuursorganen ook wettelijk verplicht worden om besluiten begrijpelijk
toe te lichten.
En BZK zorgt ervoor dat digitale loketten eenvoudig benaderbaar zijn door deze samen
met de burger vorm te geven en continu te blijven toetsen. Ook wordt er gezorgd dat
ze aan de toegankelijkheidseisen voldoen, zoals is opgenomen in de wet voor digitale
toegankelijkheid. De Staatssecretaris van BZK zal uw Kamer eind dit jaar informeren
over de voortgang hierop.
In het kader van de uniforme regels voor briefadressen stuurt de Staatssecretaris
van BZK ook eind dit jaar de evaluatie van de wetswijziging op de Wet basisregistratie
personen naar uw Kamer met daarin de bevindingen en eventuele vervolgacties.
Voor de financiering van de verschillende initiatieven is budget beschikbaar op de
BZK-begroting, onder andere vanuit POK- en WaU-middelen voor het verbeteren van overheidsbrede
dienstverlening
Vraag 32:
Vraag:
Kunt u toelichten hoe de motie-Kathmann c.s. [Kamerstuk 26 643, nr. 1395] wordt uitgevoerd? Welke middelen zijn hier voor uitgetrokken? (blz:)
Antwoord:
Deze motie is overgedragen aan het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
Over de voortgang van deze motie moet u contact leggen met de Minister van SZW.
Vraag 33:
Vraag:
Kunt u toelichten hoe de motie-Kathmann-White [Kamerstuk 36 455-(R2188), nr. 11] wordt uitgevoerd? Welke middelen zijn hier voor uitgetrokken? (blz:)
Antwoord:
Deze vraag zal worden beantwoord door de Minister van Justitie en Veiligheid. Het
antwoord zal door hen aan uw Kamer worden toegezonden.
Vraag 34:
Vraag:
Kunt u toelichten hoe de motie-Kathmann-Six Dijkstra [Kamerstuk 26 643, nr. 1403] wordt uitgevoerd? Welke middelen zijn hier voor uitgetrokken? (blz:)
Antwoord:
Om uitvoering te geven aan de desbetreffende motie kan worden aangesloten bij de recent
gestarte NDS-Raad. Deze Raad adviseert de Staatssecretaris van BZK over de Nederlandse
Digitaliseringsstrategie, waarin AI binnen de overheid één van de prioriteiten is.
De NDS-Raad bestaat uit externe experts uit het bedrijfsleven en de wetenschap en
een aantal leden vanuit de overheid die op een specifieke prioriteit (waaronder dus
AI) leidend zijn. Met die aanpak kan de Raad zowel goed adviseren over AI binnen de
overheid, maar juist ook de verbinding leggen met aanpalende en overlappende thema’s
als digitale weerbaarheid en autonomie. De NDS-raad wordt gedekt vanuit middelen op
de BZK-begroting.
Vraag 35:
Vraag:
Kunt u toelichten hoe de motie-Kathmann c.s. [Kamerstuk 26 643, nr. 1404] wordt uitgevoerd? Welke middelen zijn hier voor uitgetrokken? (blz:)
Antwoord:
De Staatssecretaris van BZK geeft graag gehoor aan het verzoek van uw Kamer om de
aanbevelingen uit ons Digitaal Fundament mee te nemen in de uitvoering van de NDS.
De Staatssecretaris van BZK zal dit in de verzamelbrief digitalisering die hij in
december nog aan uw Kamer wil verzenden kort verder toelichten.
Daarnaast heeft de Staatssecretaris van BZK uw Kamer recent op verzoek van het lid
Kathmann inzicht gegeven in de stand van zaken omtrent de investeringsagenda NDS.
Vraag 36:
Vraag:
Kunt u toelichten hoe de motie-Kathmann c.s. [Kamerstuk 26 643, nr. 1405] wordt uitgevoerd? Welke middelen zijn hier voor uitgetrokken? (blz:)
Antwoord:
De Staatssecretaris van BZK heeft in het notaoverleg over de NDS aangegeven dit een
interessant idee te vinden, maar ook benadrukt dat dit vanwege de grote complexiteit
en potentieel vergaande gevolgen dit idee eerst zorgvuldig moet worden verkend. Een
digitale dienst is wat de Staatssecretaris betreft geen doel op zich, maar een mogelijk
middel om onze gezamenlijke, overheidsbrede doelen te bereiken. Daarom wil de Staatssecretaris
dat er goed wordt gekeken naar wat we precies op willen lossen, om op basis daarvan
te bepalen wat een digitale dienst daarin zou kunnen betekenen. Hiertoe heeft de Staatssecretaris
onder meer de NDS-Raad om een advies gevraagd, dat in het eerste kwartaal van 2026
wordt verwacht. De Staatssecretaris neemt ook, zoals verzocht, de stappen in het kader
van motie Buijsse mee. Een besluit over het eventueel alloceren van middelen kan logischerwijs
pas plaatsvinden nadat er op basis van die stappen een scherper beeld is over de rol,
taken en opzet van een eventuele digitale dienst. De Staatssecretaris zal uw Kamer
in de verzamelbrief van het tweede kwartaal van 2026 over de stand van zaken van het
traject informeren.
Vraag 37:
Vraag:
Kunt u toelichten hoe de motie-Kathmann-Timmermans [Kamerstuk 21 501-33, nr. 1158] wordt uitgevoerd? Kunt u in het bijzonder ingaan op het tweede dictum, met een oproep
om nationale maatregelen te nemen? (blz:)
Antwoord:
Deze motie kreeg het oordeel «overbodig» omdat het bestaande juridische kader reeds
voorziet in dergelijke beperkingen.
De Digital Services Act (DSA) en de Terroristische Online Inhoud-verordening (TOI)
stellen duidelijke grenzen aan de aanwezigheid van terroristische en illegale content
op onlineplatformen en de verspreiding van ervan.
Radicaliserende algoritmes van grote platformen kunnen worden aangepakt via de DSA,
artikelen 34 en 35. Zeer grote onlineplatforms moeten risico’s op radicalisering analyseren
en maatregelen nemen, zoals aanpassing van algoritmische aanbevelingssystemen. De
Europese Commissie houdt toezicht en kan boetes of schorsingen opleggen bij herhaalde
overtredingen.
In de Gedragscode tegen illegale haatzaaiende uitlatingen op het internet is in Europees
verband vastgelegd dat sociale mediaplatformen meer dan 50% van meldingen van haatzaaiende
uitlatingen binnen 24 uur moeten behandelen. De naleving van deze toezeggingen door
ondertekenende online platformen wordt vanaf 1 juli 2025 jaarlijks onderworpen aan
een onafhankelijke audit in het kader van de DSA.
De DSA is sinds 2023 van kracht en wordt in 2027 geëvalueerd. De TOI wordt binnenkort
ook geëvalueerd. Indien nodig zal Nederland op basis van evaluaties verdere aanscherping
aanbevelen aan de Commissie.
De Autoriteit online Terroristisch en Kinderpornografisch Materiaal (ATKM) ziet Nationaal toe op snelle verwijdering van terroristisch materiaal onder de TOI en kan platforms
verplichten proactieve maatregelen te nemen om verspreiding tegen te gaan. De aanbieder
van hostingdiensten waarbij online terroristisch materiaal wordt gevonden moet dit
materiaal binnen een uur verwijderen of ontoegankelijk maken zodra zij van de ATKM
een verwijderingsbevel ontvangt.
Vraag 38:
Vraag:
Kunt u toelichten hoe de motie-Kathmann-Vermeer [Kamerstuk 26 643, nr. 1419] wordt uitgevoerd? Welke middelen zijn hier voor uitgetrokken? (blz:)
Antwoord:
De Staatssecretaris van BZK interpreteert uw motie als een uiting van de brede zorg
in de Tweede Kamer dat de dienstverlening zoals geboden door de Informatiepunten Digitale
Overheid (IDO’s) zal verminderen, naar aanleiding van het kabinetsbeleid om specifieke
uitkeringen (SPUKs) om te zetten naar fondsuitkeringen. Gemeenten krijgen daardoor
meer beleidsvrijheid en het is mogelijk dat zij de middelen anders inzetten, dan waarvoor
deze beoogd zijn. Om uitvoering te kunnen geven aan uw motie en gelet op de uitgangspunten
in de beleidsvisie Persoonlijk en Dichtbij zet de Staatssecretaris de volgende stappen:
– De inzet is dat laagdrempelige en empathische ondersteuning in de vorm van IDO-dienstverlening
in stand blijft. Bibliotheken blijven de primaire (maar niet exclusieve) uitvoerders
hiervan, met ruimte voor gemeenten om, vanuit hun regierol, deze dienstverlening ook
op andere plekken naast de bibliotheek te organiseren.
– Om dit te borgen onderzoekt de Staatssecretaris samen met de Minister van Onderwijs
Cultuur en Wetenschap (OCW) of op termijn een wettelijke verankering mogelijk is van
IDO-dienstverlening, de regierol van gemeenten en de rol van bibliotheken.
– Voor de volledigheid wil de Staatssecretaris opmerken dat de keuze voor een financieringsvorm
geen invloed heeft op het budget dat beschikbaar is voor de IDO-dienstverlening: het
budget voor de IDO’s blijft beschikbaar en de Staatssecretaris houdt zich aan de eerdere
toezegging om de 10% korting te compenseren.
De Staatssecretaris van BZK gaat met de Minister van OCW in gesprek met gemeenten,
bibliotheken, uitvoeringsorganisaties en andere relevante stakeholders om deze uitgangspunten
te operationaliseren. De Staatssecretaris informeert uw Kamer hier nader over in de
Verzamelbrief Digitalisering die nog in het vierde kwartaal aan uw Kamer wordt verzonden.
Vraag 39:
Vraag:
Kunt u toelichten hoe de motie-Six Dijkstra-Buijsse [Kamerstuk 36 600-VII, nr. 77] wordt uitgevoerd? Welke middelen zijn hier voor uitgetrokken? (blz:)
Antwoord:
Deze motie is reeds afgedaan. Uw Kamer is hierover geïnformeerd per brief op 11 juli
2025 (Kamerstuk: 26 643, nr. 1371).
Vraag 40:
Vraag:
Kunt u toelichten hoe de motie-Six Dijkstra [Kamerstuk 26 643, nr. 1151] wordt uitgevoerd? Welke middelen zijn hier voor uitgetrokken? (blz:)
Antwoord:
Deze motie is reeds afgedaan. Uw Kamer is hierover geïnformeerd per brief op 22 februari
2023 (Kamerstuk 26 643, nr. 979).
Vraag 41:
Vraag:
Kunt u toelichten hoe de motie-Six Dijkstra [Kamerstuk 26 643, nr. 1293] wordt uitgevoerd? Welke middelen zijn hier voor uitgetrokken? (blz:)
Antwoord:
De motie van leden Kathmann en Six Dijkstra;
verzoekt de regering om te onderzoeken welke mogelijkheden er nu en op termijn zijn
om overheidsbeleid zo vorm te geven dat AI-modellen in principe lokaal op overheidssystemen
draaien, met uitzondering van gevallen waarin zwaarwegende redenen dit verhinderen;
verzoekt de regering tevens om in gezamenlijkheid met decentrale overheden te onderzoeken
hoe dit in alle overheidslagen de norm kan worden en de Kamer hierover te informeren
Welke middelen zijn hier voor uitgetrokken?
In samenwerking met de AIVD is een experimentele AI voorziening, genaamd VLAM-CHAT
ontwikkeld voor BZK en VRO en wordt gekeken hoe deze breder ter beschikking kan worden
gesteld.
Er is samenwerking met decentrale overheden onder de NDS. Daarnaast is er vanuit de
gemeenten een behoefte geuit voor meer samenwerking en collectieve digitalisering.
Er zijn geen aanvullende middelen voor deze motie uitgetrokken.
Vraag 42:
Vraag:
Kunt u toelichten hoe de motie-Six Dijkstra [Kamerstuk 26 643, nr. 1312] wordt uitgevoerd? Welke middelen zijn hier voor uitgetrokken? (blz:)
Antwoord:
Zie het antwoord op vraag 41.
Vraag 43:
Vraag:
Kunt u toelichten hoe de motie-Six Dijkstra c.s. [Kamerstuk 26 643, nr. 1320] wordt uitgevoerd? Hoe wordt dit opgenomen in het herziene Rijkscloudbeleid? (blz:)
Antwoord:
De motie van het lid Six Dijkstra c.s.; Verzoekt de regering om als doelstelling te
hanteren dat de continuïteit van de Nederlandse digitale overheid niet rechtstreeks
afhankelijk is van partijen vanuit de Verenigde Staten, en deze door te vertalen in
het departementale beleid. Doelstelling in de Nederlandse Digitaliseringsstrategie
is het zorgen voor een overheidsbrede samenwerking waarmee mogelijkheden ontstaan
om (soevereine) overheids-ICT diensten overheidsbreed te kunnen gebruiken en elkaar
te helpen bij de implementatie hiervan. Hiervoor is een visie opgesteld die wordt
gepubliceerd, zodra deze is vastgesteld.
Daarnaast worden in de herziening van het Rijksbreed Cloudbeleid nadere eisen gesteld
aan het gebruik van public clouddiensten. Deze herziening is vertraagd omdat de afstemming
meer tijd nodig heeft. Daarnaast moet ermee rekening gehouden worden dat het afbouwen
van de huidige ongewenste afhankelijkheden een traject is dat de nodige tijd in beslag
zal nemen. Voor de uitvoering van deze motie zijn geen aanvullende middelen uitgetrokken.
Vraag 44:
Vraag:
Kunt u toelichten hoe de motie-Six Dijkstra c.s. [Kamerstuk 36 740-VII, nr. 24] wordt uitgevoerd? Welke middelen zijn hier voor uitgetrokken? (blz:)
Antwoord:
In de brief van 28 augustus (Kamerstuk 26 643, nr.1384) heeft de Staatssecretaris van BZK u nader geïnformeerd over hoe er uitvoering wordt
gegeven aan de motie. Samengevat:
De Staatssecretaris van BZK werkt aan een overheid die goed bereikbaar is, aan het
loket, telefonisch, fysiek en digitaal. In dat kader werkt hij aan het inrichten van
plekken waar een burger direct aan het loket geholpen kan worden en waarbij de overheidsprofessional
gebruik kan maken van directe lijnen met collega’s van de landelijke uitvoeringsorganisaties,
maar bijvoorbeeld ook zorginstellingen. Inmiddels zijn er 28 praktijkinitiatieven
waar overheidsbrede dienstverlening wordt geleverd en begin 2026 volgt nadere besluitvorming
over de landelijke uitrol.
BZK ondersteunt daarnaast initiatieven op het terrein van begrijpelijke overheidscommunicatie
en we delen praktische handvatten en inzichten uit onderzoek. In het concept wetsvoorstel
waarborgfunctie Awb is opgenomen dat bestuursorganen ook wettelijk verplicht worden
om besluiten begrijpelijk toe te lichten.
Daarnaast zorgt BZK ervoor dat digitale loketten eenvoudig benaderbaar zijn door deze
samen met de burger vorm te geven en continu te blijven toetsen. En dat ze aan de
toegankelijkheidseisen voldoen, zoals is opgenomen in de wet voor digitale toegankelijkheid.
Uw Kamer zal nog voor het einde van 2025 over de voortgang worden geïnformeerd.
In het kader van de uniforme regels voor briefadressen ontvangt u ook voor het einde
van 2025 de evaluatie van de wetswijziging op de Wet basisregistratie personen met
daarin de bevindingen en eventuele vervolgacties.
Voor de financiering van de verschillende initiatieven is budget beschikbaar op de
BZK-begroting, onder andere vanuit de Werk aan Uitvoering middelen en de beschikbaar
gestelde middelen n.a.v. het rapport Ongekend onrecht van de Parlementaire Ondervragingscommissie
Kinderopvangtoeslag voor het verbeteren van overheidsbrede dienstverlening.
Vraag 45:
Vraag:
Kunt u toelichten hoe de motie-Six Dijkstra-Kathmann [Kamerstuk 36 740-VII, nr. 25] wordt uitgevoerd? Welke middelen zijn hier voor uitgetrokken?(blz:)
Antwoord:
Het Beleidskompas, de centrale werkwijze voor het maken van beleid bij de rijksoverheid,
verwijst sinds kort in de onderdelen 4 en 5 naar de werkmethode «ICT-Uitvoeringsgericht
Wetgeven». Deze methode is behulpzaam als bij de uitvoering van wetgeving ICT of digitale
dienstverlening ingezet wordt. Met behulp ervan ontstaat in het wetgevingstraject
duidelijkheid over de concrete toepassing, doordat multidisciplinair wordt bezien
of de ICT eenduidig wordt «gestuurd» door de concept-normen. De randvoorwaarden voor
een werkbare praktijk worden scherp in beeld gebracht. Als blijkt dat nadere keuzes
nodig zijn om de wetgeving te kunnen «vertalen» naar beslisregels voor ICT, kan het
concept tijdig worden aangepast. De werkmethode is ook raadpleegbaar via een digitale
tool. Door de toepassing van deze methode wordt de component ICT-implementatie beter
en structureel geïmplementeerd in het wetgevingsproces. Zie ook de Kamerbrief Agenda
wetgevingskwaliteit (Kamerstuk 36 600-VI-151). De ontwikkeling van de werkmethode is reeds bekostigd.
Vraag 46:
Vraag:
Kunt u toelichten hoe de motie-Six Dijkstra-Kathmann [Kamerstuk 36 740-VII, nr. 26] wordt uitgevoerd? Welke middelen zijn hier voor uitgetrokken?(blz:)
Antwoord:
De motie-Six Dijkstra/Kathmann verzoekt de regering samen met uitvoeringsinstanties
te onderzoeken hoe generatieve AI kan worden gebruikt om complexe wet- en regelgeving
te vereenvoudigen. Uw Kamer ontvangt nog voor het kerstreces de Verzamelbrief Digitalisering
waarin de Staatssecretaris van BZK ingaat op de mogelijkheden hiertoe en enkele voorbeelden
uitlichten van initiatieven om hier stappen in te zetten. Deze initiatieven zijn bekostigd
uit lopende budgetten en uit het Innovatiebudget Digitale Overheid. Recent is vanuit
de beleidsbegroting van BZK ca. € 1,6 mln. beschikbaar gesteld voor initiatieven om
met behulp van digitalisering wet- en regelgeving toegankelijker te maken. Bij het
ondersteunen van dergelijke initiatieven onderzoekt de Staatssecretaris ook de mogelijkheden
van cofinanciering, omdat er diverse initiatieven op dit terrein bestaan en het zonde
is om het wiel telkens opnieuw uit te vinden.
Vraag 47:
Vraag:
Kunt u toelichten hoe de motie-Six Dijkstra c.s. [Kamerstuk 36 740-VII, nr. 27] wordt uitgevoerd? Welke middelen zijn hier voor uitgetrokken? (blz:)
Antwoord:
De motie-Six Dijkstra c.s. roept op om jaarlijks te rapporteren over de overheidsbrede
samenwerking op soevereine AI. Dit zal gebeuren via de rapportagelijn van de Nederlandse
Digitaliseringsstrategie (NDS). Via de NDS worden onder meer binnen de prioriteit
AI acties ondernomen.
In de eerste helft van 2026 wordt uw Kamer geïnformeerd over de voortgang hierop.
Er wordt komende periode ook interbestuurlijk toegewerkt naar een volledige investeringsagenda.
Daarin komt een nadere uitwerking en onderbouwing van de kosten. Ook komen daarin
de eventuele baten van de NDS aan bod voor Nederland, evenals voorgestelde financieringsmogelijkheden.
We verwachten in de eerste helft van 2026 een meer volledige investeringsagenda op
te kunnen leveren
Vraag 48:
Vraag:
Kunt u toelichten hoe de motie-Six Dijkstra c.s. [Kamerstuk 26 643, nr. 1408] wordt uitgevoerd? Welke middelen zijn hier voor uitgetrokken? (blz:)
Antwoord:
De motie van het lid Six Dijkstra c.s.; Verzoekt de regering de Nederlandse overheid
onafhankelijk te maken van Palantir, door:
– openbaarheid van broncode te eisen, in navolging van Duitsland;
– in NAVO-verband te pleiten voor open standaarden;
– vol in te zetten op het afnemen of (laten) ontwikkelen van volwaardige alternatieven,
al dan niet samen met gelijkgestemde landen zoals Duitsland.
Over de status en uitvoering van deze motie wordt/bent u geïnformeerd middels de Kamerbrief
«aangenomen ontraden moties – TMD Telecomraad & NO NDS» (Kamerstuk 26 643, nr. 1441).
Vraag 49:
Vraag:
Kunt u toelichten hoe de motie-Six Dijkstra-Kathmann [Kamerstuk 21 501-33, nr. 1155] wordt uitgevoerd? (blz:)
Antwoord:
De motie van leden Kathmann en Six Dijkstra; Verzoekt de regering het uitgangspunt
van een soevereine cloud voor strategische toepassingen onomwonden te steunen, conform
de met algemene stemmen aangenomen motie-Bruyning/Thijssen (Kamerstuk 36 574, nr. 13). De regering steunt het bovengenoemde uitgangspunt onomwonden, mede rekening houdende
met de interpretatie van de motie-Bruyning/Thijssen (Kamerstuk 36 574, nr. 13).
Vraag 50:
Vraag:
Kunt u toelichten hoe de motie-Six Dijkstra c.s. [Kamerstuk 26 643, nr. 1421] wordt uitgevoerd? Welke middelen zijn hier voor uitgetrokken? (blz:)
Antwoord:
Deze vraag zal worden beantwoord door de Minister van Economische Zaken. Het antwoord
zal door hen aan uw Kamer worden toegezonden.
Vraag 51:
Vraag:
Wat is de stand van zaken rondom de uitvoering van de motie van de leden Ceder en
Six Dijkstra over een interdepartementale taskforce leeftijdsverificatie oprichten
[Kamerstuk 21 501-33, nr. 1154]? (blz:)
Antwoord:
Op dit moment voert TNO in opdracht van BZK een studie uit naar de mogelijke implementatiemogelijkheden
voor de Europese white label leeftijdsverificatie-app. TNO brengt onder meer de juridische,
technische, organisatorische en financiële haalbaarheid van verschillende opties in
kaart. Op basis van de uitkomst van de studie zal BZK vervolgstappen definiëren en
daarbij bezien of het opzetten van een Tasforce nuttig is.
Vraag 52:
Vraag:
Kunt u aangeven waar de tegenvallers zijn ontstaan bij de voorzieningen, zoals Mijnoverheid,
DigiD en Stelseldiensten? (blz: 14)
Antwoord:
Zie het antwoord op vraag 10.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
B.C. Kathmann, voorzitter van de vaste commissie voor Digitale Zaken -
Mede ondertekenaar
S.R. Muller, adjunct-griffier