Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Thijssen over de resultaten van PostNL
Vragen van lid Thijssen (GroenLinks-PvdA) aan de Minister van Economische Zaken over de resultaten van PostNL (ingezonden 11 november 2025).
Antwoord van Minister Karremans (Economische Zaken) (ontvangen 11 december 2025).
Vraag 1
Bent u bekend met de resultaten van PostNL over het derde kwartaal van 2025, die op
3 november jl. zijn gepubliceerd?
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
PostNL gebruikt zijn infrastructuur en werknemers om zowel post als pakketten rond
te brengen en van het onderdeel post zowel universele postdienst (UPD)-post als niet-UPD
post; kunt u aangeven welk deel van de infrastructuur hiervoor wordt gebruikt en welk
deel van de arbeidskosten gemaakt wordt voor het bezorgen van pakketten, voor UPD
post en voor niet-UPD post? Kunt u dit onderbouwen? Als u dit niet kunt aangeven,
waarom niet?
Antwoord 2
Voor de kostentoerekening hanteert PostNL een kostentoerekeningssysteem (KTS) die
in 2015 is goedgekeurd door de ACM. Binnen deze kaders houdt ACM toezicht en kan PostNL
bepalen welke kosten aan de UPD worden toegerekend. De Postregeling 2009 stelt nadere
voorwaarden voor het KTS en daarmee de voorwaarden voor het toerekenen van kosten
aan de UPD. Onder de door het ACM goedgekeurde KTS vallen in beginsel alle kosten
die uitsluitend worden gemaakt voor het uitvoeren van diensten die onder de UPD vallen.
Denk hierbij bijvoorbeeld aan de kosten die PostNL maakt voor het legen van de brievenbussen.
Andere kosten die zowel worden gemaakt voor de uitvoering van UPD-diensten als voor
andere activiteiten, mag PostNL uitsluitend toerekenen voor zover de Postregeling
2009 dit toestaat. PostNL legt hier jaarlijks achteraf een door een accountant gecontroleerde
financiële verantwoording over af.
Het verdergaand uitsplitsen van infrastructuur- en arbeidskosten naar afzonderlijke
activiteiten zoals UPD-post, niet-UPD-post en pakketten is geen onderdeel van het
KTS en raakt direct aan concurrentiegevoelige informatie over de interne procesinrichting,
capaciteitsbenutting en kostprijsopbouw van het hele bedrijf van PostNL. Naast het
feit dat ACM en ik geen toegang hebben tot deze verdergaande uitsplitsing, zal openbaarmaking
van dergelijke gedetailleerde gegevens de marktpositie van PostNL in de concurrerende
pakkettenmarkt aantasten. Dit is ook strijdig met het uitgangspunt dat bedrijfsgevoelige
informatie alleen wordt gedeeld wanneer hiervoor een expliciete wettelijke grondslag
bestaat.
In het externe jaarverslag van PostNL over 2024, op pagina 189, is aanvullende informatie
te vinden over de financiële resultaten per segment. PostNL maakt hierin een indeling
naar «Parcels» (Pakketten), «Mail in NL» (Post in Nederland) en «PostNL Other» (PostNL
Overig), waarbij zowel opbrengsten als kosten per segment zijn uitgesplitst. Een verdere
onderverdeling binnen het segment «Mail in NL» tussen UPD-post en niet-UPD-post wordt
in dit verslag echter niet gemaakt.
Vraag 3
Bij de jaarrekening wordt aangeven dat er binnen het bedrijf kosten voor verschillende
divisies in rekening worden gebracht; welke kosten zijn dit? Wat is de onderbouwing
voor deze kosten en vooral van de verdeling van deze kosten over de verschillende
post- en pakketstromen? Hoe zijn deze kosten verdeeld in het derde kwartaal?
Antwoord 3
PostNL brengt binnen het bedrijf kosten in rekening tussen de verschillende divisies,
zoals «Pakketten» en «Post in Nederland». Dit gebeurt omdat beide divisies gebruikmaken
van hetzelfde netwerk en centrale diensten, zoals IT, HR en Financiën.
Zoals beschreven in de financiële stukken van PostNL gaat de kostenverdeling op basis
van het daadwerkelijke gebruik van faciliteiten en diensten. Bijvoorbeeld logistieke
kosten worden verdeeld naar volume of gewicht van post en pakketten, en centrale overhead
wordt toegerekend op basis van omzet of aantal medewerkers. Hierdoor wordt een zo
eerlijk mogelijk beeld van de kosten en winstgevendheid van iedere divisie verkregen.
In het derde kwartaal van 2025 was volgens PostNL het totaal van deze interne verrekeningen
€ 171 miljoen. Het segment «PostNL Overig», waar de centrale kosten worden verzameld,
liet in deze periode een kleine negatieve EBIT zien van € 2 miljoen. Dit laat zien
dat de meeste centrale kosten zijn verdeeld over de operationele divisies.
Uit de analistenpresentatie van het derde kwartaal is niet af te leiden hoe PostNL
deze interne kosten exact heeft verdeeld over de verschillende post- en pakketstromen.
Vraag 4
Zou het kunnen zijn dat het verlies bij de UPD-post groter wordt voorgesteld dan deze
in werkelijkheid is?
Antwoord 4
Er zijn geen aanwijzingen dat het verlies op de UPD-post door PostNL groter wordt
voorgesteld dan het daadwerkelijk is. De jaarlijkse financiële verantwoording van
PostNL over de UPD wordt door een onafhankelijke accountant gecontroleerd, en de ACM
ziet toe op de toepassing van de wettelijke kaders. Dit zijn belangrijke waarborgen
voor de kostentoerekening.
Het KTS is in 2015 goedgekeurd en wordt sindsdien alleen opnieuw beoordeeld wanneer
PostNL deze systematiek wijzigt of wanneer er signalen zijn dat deze niet meer in
lijn zou zijn met de wettelijke eisen. Sinds 2015 is volgens PostNL de systematiek
niet meer gewijzigd en is er dus ook geen aanleiding geweest voor PostNL om een verzoek
in te dienen bij de ACM voor een nieuwe beoordeling van het KTS.
Vraag 5
Herkent u het belangrijke signaal dat ik ook tijdens mijn werkbezoek bij postbezorger
Ahmed weer hoorde, dat de arbeidsvoorwaarden (loon, mogelijkheid tot toiletbezoek,
koffie, catering, vaste contracten, etc.) bij PostNL de afgelopen jaren dramatisch
slechter zijn geworden en dat er volgens Ahmed sprake is van een «race to the bottom»?
Wat vindt u hiervan? Kunt u toezeggen om nog dit jaar het gesprek aan te gaan met
Ahmed en/of zijn collega’s en met de onafhankelijke vakbonden over de vraag hoe in
de veranderende postmarkt goede banen gecreëerd kunnen worden?
Antwoord 5
Ik neem kennis van dit signaal over de arbeidsomstandigheden bij PostNL die tijdens
uw werkbezoek aan de door u genoemde postbezorger naar voren zijn gebracht. Ik ga
ervan uit dat dit signaal ook aan de vakbonden zal worden afgegeven. De ontwikkelingen
in de postmarkt zetten de bedrijfsvoering van zowel PostNL als regionale postbedrijven
onder druk, wat gevolgen kan hebben voor de arbeidsvoorwaarden.
Het blijft van belang onderscheid te maken tussen signalen over arbeidsomstandigheden
en de inspanningen van werkgevers binnen de realiteit waarin zij opereren. PostNL
geeft aan dat het bedrijf zich binnen de financiële kaders van een krimpende postmarkt
en in overleg met de vakbonden inspanningen levert om goede en duurzame arbeidsvoorwaarden
te bieden. Over loon, arbeidsvoorwaarden en werkdruk worden afspraken gemaakt tussen
werkgevers- en werknemersorganisaties in cao-verband. Daarnaast houdt de Inspectie
SZW toezicht op de naleving van wet- en regelgeving, waaronder met betrekking tot
arbeidsomstandigheden.
Ik hecht waarde aan een zorgvuldige dialoog met werknemers en hun vertegenwoordigers.
Mijn ministerie voert daarom gesprekken met werknemersvertegenwoordigers, waaronder
de vakbonden, die hierbij ook de door Ahmed en zijn collega’s geschetste zorgen kunnen
betrekken.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
V.P.G. Karremans, minister van Economische Zaken
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.