Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Van Houwelingen over Palantir
Vragen van het lid Van Houwelingen (FVD) aan de Minister van Financiën over Palantir (ingezonden 13 november 2025).
Antwoord van Minister Heinen (Financiën) (ontvangen 5 december 2025).
Vraag 1 en 2
In uw beantwoording van een eerdere Kamervraag1, schrijft u bij antwoorden 1 en 2 dat organisatieonderdelen die onder uw ministeriële
verantwoordelijkheid vallen geen direct gebruik maken of hebben gemaakt van Palantir-software; zijn er echter wellicht wel
functionarissen of organisatieonderdelen die onder uw ministeriële verantwoordelijkheid
vallen die indirect (bijvoorbeeld via een Palantir-licentie die toebehoort aan een
gebruiker die niet onder uw ministeriële verantwoordelijkheid valt) gebruik hebben
gemaakt van Palantir-software of informatieproducten uit Palantir? Zo ja, welke organisatieonderdelen,
functionarissen (functietitels) en/of informatieproducten betreft dit?
In uw gebundelde antwoord op vragen 3 en 4 uit eerdergenoemde Kamervraag schrijft
u «Organisatieonderdelen van het Ministerie van Financiën ontvangen en delen informatie
en signalen met ketenpartners binnen de geldende wettelijke kaders, deze levering
vindt niet direct in Palantir plaats.»; deelt (een organisatieonderdeel van) uw ministerie
wellicht wel indirect data (aangezien aanlevering van data immers in de regel niet
direct geschiedt, maar indirect via application programming interfaces (API’s) van
onafhankelijke applicaties of aanleveringen via landing zones of buckets) met ketenpartners
die gebruik maken van Palantir-software? Zo ja, welke ketenpartners zijn dit en welke
data betreft dit?
Antwoord 1 en 2
De Wet politiegegevens (Wpg) verplicht functionarissen die binnen het Wpg-domein werkzaam
zijn – waaronder de algemene opsporingsambtenaren van de politie, de Koninklijke Marechaussee
en de Bijzondere Opsporingsdiensten – om informatie te delen binnen de geldende wettelijke
kaders. Algemene opsporingsambtenaren, zoals die van de FIOD, met wie de politie samenwerkt
en die gebruikmaken van een door de politie verstrekte werkplek, kunnen toegang krijgen
tot Palantir. Dit gebruik valt onder de verantwoordelijkheid van de politie en vindt
plaats binnen de geldende wettelijke kaders. Uit de eerdere inventarisatie is geen
ander, indirect gebruik van Palantir of van door Palantir gegenereerde informatieproducten
gebleken.
Voor een nadere duiding van het gebruik van Palantir bij organisaties buiten het Ministerie
van Financiën, waaronder samenwerkingsverbanden die gelieerd zijn aan het Ministerie
van Justitie en Veiligheid, zoals de Regionale Informatie- en Expertisecentra (RIEC’s),
het Landelijk Informatie- en Expertisecentrum (LIEC) en de Infobox Crimineel en Onverklaarbaar
Vermogen (iCOV), verwijs ik naar de beantwoording van de Kamervragen van het lid Van
Houwelingen door andere ministeries.
Vraag 3
Wanneer uw organisatie gegevens deelt met ketenpartners, ontslaat u dit vervolgens,
naar uw oordeel, van de verantwoordelijkheden die de AVG verbindt aan de gegevensverwerking
en -deling? Zo ja, waarom?
Antwoord 3
Nee. Wanneer organisatieonderdelen gegevens delen met ketenpartners, ontslaat dit
het betreffende organisatieonderdeel niet van de verantwoordelijkheden die de AVG
verbindt aan de verwerking en deling van persoonsgegevens. Deze verantwoordelijkheden
kunnen niet enkel door het delen van gegevens worden overgedragen of uitgesloten.
Bij ketensamenwerkingen kan sprake zijn van gedeelde of gezamenlijke verantwoordelijkheid.
In dat geval worden de taakverdeling en verantwoordelijkheden vastgelegd in een convenant
of–wanneer sprake is van verwerking in opdracht van het organisatieonderdeel–in een
verwerkersovereenkomst.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
E. Heinen, minister van Financiën
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.