Verslag van een schriftelijk overleg : Verslag van een schriftelijk overleg over de brief houdende intrekking van het wetsvoorstel Wet ruimte voor duurzaamheidsinitiatieven (Kamerstuk 35247-12)
35 247 Regels ter bevordering van de totstandkoming en realisatie van maatschappelijke initiatieven gericht op duurzame ontwikkeling door na een daartoe strekkend verzoek deze initiatieven in regelgeving op te nemen (Wet ruimte voor duurzaamheidsinitiatieven)
Nr. 13
VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
vastgesteld 27 november 2025
Binnen de vaste commissie voor Economische Zaken hebben enkele fracties de behoefte
om vragen en opmerkingen voor te leggen aan de Minister van Economische Zaken over
de brief houdende intrekking van het wetsvoorstel Wet ruimte voor duurzaamheidsinitiatieven
(Kamerstuk 35 247, nr. 12).
De vragen en opmerkingen zijn op 17 april 2025 aan de Minister van Economische Zaken
voorgelegd. Bij brief van 27 november 2025 zijn de vragen beantwoord.
De fungerend voorzitter van de commissie, Michon-Derkzen
De griffier van de commissie, Reinders
Inhoudsopgave
blz.
I
Vragen en opmerkingen vanuit de fracties en reactie van de bewindspersoon
1
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie
1
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
1
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
10
Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractie
10
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties en reactie van de bewindspersoon
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie
De leden van de PVV-fractie zijn het eens met het intrekken van de Wetsvoorstel Duurzaamheidsinitiatieven
en hebben hier verder geen vragen over.
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de
brief over het intrekken van het wetsvoorstel Wet ruimte voor duurzaamheidsinitiatieven.
Deze leden hebben hierover nog enkele vragen.
Vraag 1
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vinden de uitleg over het intrekken van de
wet wat summier. Kan de Minister een nadere toelichting geven over waarom de wet is
ingetrokken?
Beantwoording vraag 1
Het ingetrokken wetsvoorstel ruimte voor duurzaamheidsinitiatieven bevatte een grondslag
om bij of krachtens algemene maatregel van bestuur duurzaamheidsregels voor een hele
sector te stellen, naar aanleiding van een gemotiveerd verzoek uit de samenleving.
Het toenmalige kabinet beoogde met het ingetrokken wetsvoorstel verschillende drempels
voor duurzaamheidsinitiatieven weg te nemen die partijen kunnen ervaren bij samenwerking
met het oog op duurzaamheid, waaronder: coördinatieproblemen, free-rider problematiek
en spanning met het mededingingsrecht.
Naast het wetsvoorstel, zetten de voorgaande kabinetten in op een wijziging van de
Europese mededingingsregels om op die manier meer duidelijkheid en ruimte voor duurzaamheidsafspraken
tussen partijen te creëren. Dit werd destijds gezien als een traject van lange adem,
omdat men afhankelijk was van de Europese Commissie en medestanders in Europa. Zie
ook de brief over de hoofdlijnen van het ingetrokken wetsvoorstel (Kamerstukken II,
2016/17, 30 196, nr. 480).
Mede door de gezamenlijke inspanningen van de toezichthouder ACM en de voorgaande
kabinetten, hebben gesprekken in Europees verband geleid tot een verandering van denken
over duurzaamheid binnen het mededingingskader in Europa.1 De Europese Commissie heeft expliciet oog gekregen voor knelpunten voor duurzaamheidsinitiatieven
en biedt sinds 2023 ook meer ruimte in het mededingingskader voor duurzaamheidsafspraken
tussen ondernemingen. Hierdoor het wetsvoorstel ingehaald door de tijd, zoals ook
aangegeven in de intrekkingsbrief2 en de eerdere Kamerbrief hierover.3
Wat hielp bij het wegnemen van de spanning tussen mededinging en duurzaamheid, was
dat Nederland voorop liep met de concept Leidraad Duurzaamheidsafspraken die in juli
2020 door ACM werd gepubliceerd.4 Daarnaast paste de Nederlandse toezichthouder met haar concept Leidraad ook haar
handhavingsbeleid aan voor duurzaamheidsafspraken. Zo hoefden partijen die de concept
Leidraad te goeder trouw opvolgen, en waarbij de ACM tijdens een gesprek geen grote
risico’s signaleerde, niet meer te vrezen voor boetes. Onder de Europese Green Deal
kondigde de Europese Commissie in 2020 een herziening van het Europese mededingingskader
aan. Dit resulteerde in 2023 in een grondige herziening van de Commissierichtsnoeren
voor horizontale samenwerkingen (de horizontale richtsnoeren).5 De herziene richtsnoeren bevatten een nieuw en toegewijd hoofdstuk aan duurzaamheidsafspraken.
In de praktijk houdt dit in dat de Europese Commissie meer verduidelijkt welke ruimte
er is voor samenwerking tussen bedrijven. Daarmee maakt zij duidelijk dat zij net
als de Nederlandse mededingingsautoriteit ACM openstaat voor het tot stand laten komen
van Europese samenwerkingen tussen bedrijven op duurzaamheid. Als gevolg van de herziene
richtsnoeren heeft de ACM de Beleidsregel Toezicht ACM op duurzaamheidsafspraken gepubliceerd
(hierna: de beleidsregel).6 Deze beleidsregel volgt de aanpak voor duurzaamheidsafspraken die de Europese Commissie
beschrijft in de horizontale richtsnoeren.
Vraag 2
Kan hierbij duidelijk uiteengezet worden waarom het wetsvoorstel volgens de Minister
inmiddels nog maar beperkt van toegevoegde waarde is?
Beantwoording vraag 2
De redenen om het wetsvoorstel in te trekken, zijn:
− Zoals uit de beantwoording van vraag 1 blijkt, is de meerwaarde van het ingetrokken
wetsvoorstel verkleind op het punt van de spanning met het mededingingsrecht. Via
een andere weg, namelijk de aanpassing van de horizontale richtsnoeren van de Europese
Commissie, is het voornaamste doel bereikt waarvoor het wetsvoorstel in 2016 werd
aangekondigd.7 Hierdoor kunnen ondernemingen met duurzaamheidsinitiatieven de handen ineen slaan
om samen te werken en bij twijfels over de mogelijkheden zowel bij de Europese Commissie
als de ACM terecht. Sinds 2021 zijn 16 toegestane duurzaamheidsafspraken in verschillende
sectoren gepubliceerd op de website van de ACM.8
− De toegevoegde waarde van het ingetrokken wetsvoorstel zat in een brede grondslag
om regels te stellen voor een hele sector om de duurzame ontwikkeling te bevorderen.
Partijen die tegen coördinatieproblemen en free-rider problematiek aanlopen zouden
hier gebaat bij kunnen zijn. Echter, de toegevoegde waarde van het wetsvoorstel zou
in de praktijk ook beperkt zijn geweest door de reikwijdte van het wetsvoorstel. Zo
waren in het wetsvoorstel de mogelijkheid om initiatieven vanuit de samenleving in
te dienen, beperkt tot de volgende onderwerpen: vermindering van de uitstoot van broeikasgassen,
duurzame energieproductie of energiebesparing, diergezondheid of dierenwelzijn en
zouden gestelde regels na vijf jaar komen te vervallen. Al met al maakt dit het ingetrokken
wetsvoorstel ten aanzien van de verruiming in het mededingingskader, naar de opvatting
van dit kabinet minder aantrekkelijk voor ondernemingen.
− Het creëren van een grondslag om duurzaamheidsregels voor een hele sector te stellen,
past bovendien niet bij de wens van dit kabinet om regeldruk te beperken.
− Tot slot kan de formele wetgever altijd sectorspecifieke regels op het gebied van
duurzaamheid stellen, mocht daar behoefte aan zijn. Daar doet het intrekken van het
wetsvoorstel geen afbreuk aan.
Vraag 3
Welke delen van het wetsvoorstel worden overbodig door het Europese mededingingskader?
Beantwoording vraag 3
Zie de beantwoording van vraag 2. Het reeds ingetrokken wetsvoorstel is hierdoor in
haar geheel overbodig geworden.
Vraag 4–5
Zijn er ook aspecten van het wetsvoorstel die nog niet Europees verband worden geregeld
en dus wel aanvullend zouden zijn? Zo ja, welke aspecten zijn dit?
Beantwoording vraag 4–5
Nee. Eén van de doelen van het ingetrokken wetsvoorstel was om duurzaamheidsinitiatieven
meer doorgang te laten vinden. Uit voorgaande beantwoording blijkt dat dit binnen
het verruimde Europese mededingingskader mogelijk is. Het Europese mededingingskader
ziet op het borgen van de mededinging bij samenwerkingen tussen ondernemingen en staat
los van de inhoud van het wetsvoorstel. Aanvullingen uit het ingetrokken wetsvoorstel
op het Europese mededingingskader passen niet bij de wens van het demissionair kabinet
om geen nationale koppen bovenop Europese regels te plaatsen.
Vraag 6
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen hoe de beperkte toegevoegde waarde
van het wetsvoorstel, zoals de Minister aangeeft, zich verhoudt tot het argument dat
het wetsvoorstel wordt ingetrokken in het kader van het verminderen van regeldruk
voor bedrijven. Kan de Minister dit nader toelichten?
Beantwoording vraag 6
De beperkte toegevoegde waarde van het ingetrokken wetsvoorstel zat, zoals is toegelicht
in het antwoord op vraag 2, in de grondslag om op verzoek van de samenleving in gedelegeerde
regelgeving regels te stellen voor een gehele sector in het belang van duurzame ontwikkeling.
Het ingetrokken wetsvoorstel zelf bevatte dus geen materiële regels waar ondernemingen
aan hadden moeten voldoen. Het stellen van dergelijke regels krachtens het ingetrokken
wetsvoorstel, die ook zouden gelden voor ondernemingen die niet betrokken zijn bij
het initiatief, zou in meer of mindere mate hebben kunnen leiden tot regeldruk.
Het intrekken van het wetsvoorstel doet er niet aan af dat partijen die vrijwillig
willen samenwerken dat ook nog kunnen blijven doen, mits ze de Beleidsregel duurzaamheid
van de ACM volgen en/of een informele beoordeling van de ACM of Europese Commissie
hebben verkregen. Het intrekken van het wetsvoorstel verschaft ondernemingen die samen
willen werken op duurzaamheid een eenduidige route om te bewandelen. Dit vermindert
enigszins ook de regeldruk voor ondernemingen.
Vraag 7
Welke regels zouden er in het kader van dit wetsvoorstel voor het bedrijfsleven gaan
gelden, die niet nu al geregeld wordt in andere (Europese) wetgeving?
Beantwoording vraag 7
Het ingetrokken wetsvoorstel ruimte voor duurzaamheidsinitiatieven bevatte een grondslag
om bij of krachtens algemene maatregel van bestuur duurzaamheidsregels voor een hele
sector te stellen, naar aanleiding van een gemotiveerd verzoek uit de samenleving.
Het Europese en nationale recht bevatten op dit moment geen vergelijkbare regels.
Dat neemt niet weg dat het de Europese of nationale wetgever vrij staat om wetgeving
met duurzaamheidsregels voor een hele sector aan te nemen, al dan niet naar aanleiding
van een wens daartoe uit de samenleving.
Vraag 8 t/m 11
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen of de doelen zoals beoogd met het wetsvoorstel
nu inderdaad ook zonder het wetsvoorstel worden bereikt. Kan de Minister een aantal
voorbeelden geven van duurzaamheidsinitiatieven die in het wetsvoorstel worden genoemd
en daarbij aangeven of deze initiatieven met de huidige wetgeving doorgang kunnen
vinden? Kan hij daarbij ook toelichten hoe deze initiatieven op dit moment worden
omgezet in beleid? Zou de «Kip van de Morgen»9 bijvoorbeeld, met de huidige wetgeving inderdaad mogelijk zijn? Zou dit initiatief
in dat geval worden vertaald naar wetgeving, zoals dit wetsvoorstel ook beoogd?
Beantwoording vraag 8 t/m 11
Het doel van het wetsvoorstel was om belemmeringen weg te halen bij partijen, door
ze een alternatief te bieden waardoor duurzaamheidsinitiatieven alsnog van de grond
zouden komen (zie vraag 1). De «Kip van Morgen» was slechts één van de voorbeelden
die genoemd werden in het kader van het ingetrokken wetsvoorstel, omdat het de angst
illustreerde die partijen hadden om duurzaamheidsafspraken te maken, namelijk de vrees
voor boetes vanwege strijd met het kartelverbod. Het andere genoemde voorbeeld van
de sluiting van de kolencentrales, is via het stellen van regels wél doorgegaan, zonder
dat het ingetrokken wetsvoorstel daarvoor nodig was. Inmiddels zijn 16 duurzaamheidsafspraken
die aan de eisen voldoen, op de website van de ACM gepubliceerd (zie vraag 2).
Bij de «Kip van Morgen» was één van de belangrijkste punten voor het negatieve oordeel
van de ACM dat de beperkte duurzaamheidswinst niet in verhouding stond tot de beoogde
prijsverhogingen en de noodzakelijkheid ervan niet kon worden aangetoond. Uit een
studie van de ACM in 2020 bleek ook dat duurzamer kippenvlees zonder de destijds in
2015 voorgestelde concurrentiebeperkende afspraken volop in de schappen lag. De studie
toont aan dat supermarkten en bedrijven zelfstandig zijn overgegaan naar een duurzamer
alternatief dan de «plofkip».10 Hoewel er nooit initiatieven voor het wetsvoorstel zijn ingediend, is het nog maar
de vraag of de «Kip van Morgen» de vereisten van het wetsvoorstel zou hebben gehaald
om over te gaan tot het stellen van regels. Dit zou hebben afgehangen van de onderbouwing
van het verzoek, het draagvlak en de uiteindelijke eigenstandige afweging van verschillende
factoren (zoals markteffecten) door de Minister.
Vraag 12 t/m 14
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie begrijpen dat de Autoriteit Consument en Markt
(ACM) op dit moment meer toestaat dan voorheen als het gaat om samenwerking op het
gebied van duurzaamheid, maar dat dit vooral informeel is geregeld. Onderschrijft
de Minister dit? Zou de Wet ruimte voor duurzaamheidsinitiatieven de ruimte die de
ACM nu informeel geeft formeel vastleggen en zou dit niet veel meer duidelijkheid
geven aan bedrijven? Welke afspraken zouden met de Wet ruimte voor duurzaamheidsinitiatieven
toegestaan worden, waar de ACM op dit moment geen toestemming voor geeft?
Beantwoording vraag 12 t/m 14
Nee. Dit berust op een misvatting over de rol van de ACM. De ACM heeft een formele
rol als toezichthouder op de Mededingingswet. Bij samenwerking op duurzaamheidsgebied
geeft de ACM ondernemingen duidelijkheid en ruimte in relatie tot het kartelverbod,
doordat de ACM meedenkt en niet gelijk overgaat tot handhaving. Deze rol van de ACM
bij duurzaamheidsafspraken is vastgelegd in de Commissierichtsnoeren en de beleidsregel
van de ACM. Hoewel de beoordelingen van de ACM bij duurzaamheidsafspraken informeel
van karakter is, worden deze beoordelingen gepubliceerd op haar website, en kunnen
ondernemingen op dit informele advies vertrouwen en doorgaan met hun afspraken.
Het ingetrokken wetsvoorstel bood de grondslag om bij of krachtens algemene maatregel
van bestuur duurzaamheidsregels voor een hele sector te stellen, naar aanleiding van
een gemotiveerd verzoek uit de samenleving. Hierbij zou dus sprake zijn geweest van
het stellen van algemeen verbindende voorschriften, niet van afspraken tussen ondernemingen.
Het ingetrokken wetsvoorstel had dus geen betrekking op de ruimte die het mededingingsrecht
geeft voor duurzaamheidsafspraken tussen ondernemingen en de rol van de ACM daarbij.
De rol van de ACM in het wetsvoorstel betrof bovendien een adviesrol over de markteffecten
van de te stellen regels. Dit advies zou partijen die afspraken willen maken niet
meer duidelijkheid geven dan ze op basis van het informele advies van de ACM al krijgen.
Op basis van de huidige werkwijze zijn inmiddels al 16 duurzaamheidsafspraken door
de ACM toegestaan in verschillende sectoren.11 Ik vertrouw er daarom op dat het herziene Europese mededingingskader voldoende duidelijkheid
en ruimte biedt voor private samenwerkingsafspraken tussen bedrijven over duurzaamheid.
Vraag 15–16
Deze leden vragen hoe het intrekken van het wetsvoorstel zich verhoudt tot de oproep
van een aantal grote Nederlandse bedrijven die vragen om meer sectorverantwoordelijkheid.
Recent riepen tien grote Nederlandse bedrijven, waaronder bol, IKEA en Zeeman op,
om met meer en beter beleid te komen ter bevordering van circulair ondernemerschap.12 Eén van de zes maatregelen die zij voorstellen aan het kabinet is het stimuleren
van het ontwikkelen en opschalen van sectorbrede oplossingen om circulariteit niet
slechts door pioniers te laten dragen. Er zijn al tal van sectorinitiatieven, maar
vaak ontbreekt de wettelijke grondslag om gezamenlijk te innoveren en dat op grote
schaal te organiseren. Onderschrijft de Minister dat de Wet ruimte voor duurzaamheidsinitiatieven
hieraan bij zou kunnen dragen? Wat zijn de gevolgen van het intrekken van de wet voor
het stimuleren van sectorbrede oplossingen op het gebied van circulariteit?
Beantwoording vraag 15–16
Het is de vraag of het wetsvoorstel hieraan had kunnen bijdragen. Hiervoor ontbreekt
het aan ingediende initiatieven. Het wetsvoorstel bood een grondslag om sectorbrede
regels te stellen en had ook als doel om belemmeringen (zoals «first mover disadvantage»)
aan te pakken, maar het kende ook een beperkte reikwijdte (reductie van broeikasgasemissies,
duurzame energieproductie of energiebesparing, en diergezondheid of dierenwelzijn).
Het intrekken van het wetsvoorstel heeft geen directe gevolgen voor het stimuleren
van sectorbrede oplossingen op circulariteit. Binnen de bestaande kaders kunnen oplossingen
die bijdragen aan de circulaire economie alsnog tot stand komen, bijvoorbeeld door
het aannemen van (nieuwe) specifieke (Europese) wet- of regelgeving of door het sluiten
van sectorbrede convenanten. Deze mogelijkheden blijven bestaan.
Vraag 17
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen of de Minister zonder dit wetsvoorstel
kan voorkomen dat een kleine minderheid van bedrijven in een sector die niet duurzamer
willen produceren, duurzaamheidsinitiatieven van de meerderheid van bedrijven in diezelfde
sector frustreert.
Beantwoording vraag 17
Op basis van de nieuwe beleidsregel van de ACM en de horizontale richtsnoeren van
de Europese Commissie kunnen bedrijven die het willen, duurzaamheidsinitiatieven op
vrijwillige basis ontplooien. Dit kan ook door het sluiten van convenanten mits de
Beleidsregel van de ACM goed wordt opgevolgd en/of er een informele beoordeling van
de ACM of de Europese Commissie is verkregen. Zo kan de situatie ontstaan dat een
meerderheid van de bedrijven (zelfstandig of door samen te werken) over kan gaan tot
duurzame productie en een kleine minderheid achterblijft. Er zijn mij geen voorbeelden
bekend waarbij een kleine minderheid van bedrijven dit soort vrijwillige initiatieven
zou kunnen frustreren. Zonder het wetsvoorstel blijft de mogelijkheid om reguliere
wetgeving te maken gewoon bestaan.
Vraag 18–19
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie begrijpen dat er in de UPV-systematiek (uitgebreide
producentenverantwoordelijkheid) veel verantwoordelijkheid bij het bedrijfsleven wordt
neergelegd om gezamenlijke afspraken te maken om maatschappelijke problemen op te
lossen, en dat er in de doorontwikkeling van de UPV-systematiek alleen maar een groter
deel van de uitvoering van de circulaire transitie bij bedrijven wordt belegd. Hoe
verhoudt dit zich tot het intrekken van de Wet ruimte voor duurzaamheidsinitiatieven?
Onderschrijft de Minister dat de Wet ruimte voor duurzaamheidsinitiatieven hiervoor
van toegevoegde waarde zou zijn?
Beantwoording vraag 18–19
Zie ook de beantwoording van vraag 12 t/m 16. Ik zie geen directe verhouding tussen
de UPV-systematiek en het intrekken van het wetsvoorstel. Of het wetsvoorstel hiervoor
van toegevoegde waarde had kunnen zijn, kan ik zonder concreet initiatief niet beantwoorden.
Wel blijft de mogelijkheid voor de wetgever om algemeen verbindende voorschriften
te stellen volgens het gangbare wetgevingsproces gewoon bestaan.
Vragen 20–21
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben ook nog enkele vragen over hoe de Minister,
met de intrekking van dit wetsvoorstel, beoogt duurzaamheidsinitiatieven alsnog te
stimuleren. Mochten boeren of andere initiatiefnemers een duurzaamheidsinitiatief
starten, waar kunnen zij dan terecht om dit initiatief te laten vertalen naar wet-
en regelgeving? Komt de Minister met het intrekken van dit wetsvoorstel met een alternatieve
manier waarop zulke maatschappelijk wenselijke initiatieven breder kunnen worden uitgerold?
Beantwoording vraag 20–21
Er zijn verschillende manieren waarop boeren of initiatiefnemers met een goed duurzaamheidsinitiatief
aandacht kunnen vragen voor het breder uitrollen daarvan. Zij kunnen bijvoorbeeld
een petitie starten met een verzoek om regels op te stellen of aan te passen, reageren
op een publieke consultatie en/of politici of beleidsmakers op nationaal of Europees
niveau aanschrijven.
Ik zie geen noodzaak om met een alternatief te komen voor het ingetrokken wetsvoorstel
(zie beantwoording vraag 1 t/m 5).
Vragen 22–23
Hoe zorgt de Minister dat bedrijven die willen verduurzamen minder last hebben van
het zogenaamde «first mover disadvantage»? Op welke (andere) manieren gaat het kabinet
bottom-up klimaat- en duurzaamheidsinitiatieven stimuleren?
Beantwoording vraag 22–23
Bedrijven die willen verduurzamen en last hebben van het «first mover disadvantage»
kunnen door het sluiten van convenanten de handen ineenslaan. Door samen te werken,
kan worden voorkomen dat koplopers last hebben van concurrenten die niet verduurzamen.
De mogelijkheid voor initiatiefnemers om hierover in gesprek te gaan met toezichthouder
ACM draagt bij aan het verminderen van dit «first mover disadvantage».
Het kabinet heeft zichzelf, onder het hoofdstuk Energietransitie, leveringszekerheid
en klimaatadaptatie van het regeerprogramma, het faciliteren van burgers, bedrijven,
medeoverheden en maatschappelijke organisaties met verduurzaming als doel gesteld.13 De regering schept de juiste randvoorwaarden hiervoor en voert stabiel overheidsbeleid.
Bottom-up klimaat en duurzaamheidsinitiatieven dragen bij aan het behalen van klimaat-
en duurzaamheidsdoelen. Het klimaat- en energiebeleid kent veel subsidies die bedrijven
ondersteunen. Verder gaat de regering in gesprek met de omgeving, het maatschappelijk
middenveld, medeoverheden, bewoners en bedrijven om de klimaatopgave te realiseren.
Vraag 24 t/m 26
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen hoe het wetsvoorstel zich verhoudt
tot normerend klimaatbeleid. Uit onderzoek van CE Delft blijkt dat de overheid de
afgelopen jaren te veel heeft ingezet op het subsidiëren van bedrijven om te verduurzamen
en wordt geadviseerd om de komende tijd meer in te zetten op normeren. Het kabinet
geeft in het Klimaatplan 2025–2035 aan dit advies ter harte te nemen. Zou dit wetsvoorstel
bij kunnen dragen aan het normeren en daarmee verduurzamen van bedrijven en sectoren?
Zo ja, hoe? Wat zijn de gevolgen van het intrekken van dit wetsvoorstel voor eventuele
nieuwe normeringen die bijdragen aan de transitie naar een duurzame en eerlijke economie?
Beantwoording vraag 24 t/m 26
Doordat concrete initiatieven ontbreken, blijft de beantwoording op de vraag of het
ingetrokken wetsvoorstel kan bijdragen aan het normeren en verduurzamen van bedrijven
en sectoren, een hypothetische exercitie. Of het mogelijk was geweest om regels te
stellen met betrekking tot dit voorbeeld, had afgehangen van het ingediende verzoek,
de aangetoonde draagvlak en onderbouwing voor de te stellen regels en uiteindelijk
de eigenstandige afweging van de verantwoordelijke Minister.
De wetgever heeft nog steeds de mogelijkheid regels te stellen voor eventuele nieuwe
normeringen die bedragen aan de transitie naar een duurzame en eerlijke economie.
Daar heeft het intrekken van het wetsvoorstel geen gevolgen voor (zie ook beantwoording
vraag 18–19).
Vraag 27
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen hoe het intrekken van dit wetsvoorstel
zich verhoudt met het WRR (Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid) -rapport
«Goede zaken. Naar een grotere maatschappelijke bijdrage van ondernemingen». De WRR
concludeert dat de overheid een sleutelrol kan vervullen als het gaat om goed ondernemerschap,
maar dat nu niet genoeg doet. Het kabinetsbeleid houdt gevestigde ondernemingen te
veel uit de wind: dat maakt hen afwachtend en belemmert vernieuwing vanuit het bedrijfsleven.
De WRR adviseert goede zaken te laten lonen door in te zetten op ambitieuze combinaties
van beprijzing en normering en versterking van regie over regulering en toezicht.
Zou het wetsvoorstel niet juist bij kunnen dragen aan versterkt de regie gericht op
duurzaamheid?
Beantwoording vraag 27
Het ingetrokken wetsvoorstel bood een grondslag om regels te stellen in het belang
van een duurzame ontwikkeling. Het wetsvoorstel is ingetrokken omdat het geen meerwaarde
meer heeft, bedrijven die willen samenwerken op duurzaamheid kunnen dit zonder het
wetsvoorstel doen. Het wetsvoorstel haalde onder andere de spanning met het mededingingsrecht
weg voor ondernemingen om samen te werken op duurzaamheid, maar er waren weinig concrete
casussen (en ze zijn nooit ingediend). Daarom heeft het intrekken van het wetsvoorstel
geen impact op goed ondernemerschap.
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van onderhavige stukken en hebben
op dit moment geen verdere vragen.
Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractie
De leden van de fractie van Nieuw Sociaal Contract hebben kennisgenomen van de brief
houdende intrekking van het wetsvoorstel Wet ruimte voor duurzaamheidsinitiatieven
en hebben hierover een enkele aanvullende vraag.
Vraag 28
De leden van de NSC-fractie vragen welke reacties uit het veld zijn ontvangen op deze
intrekking, met name vanuit maatschappelijke initiatieven, brancheorganisaties en
het bedrijfsleven.
Beantwoording vraag 28
Er zijn geen reacties uit het veld ontvangen op de brief waarmee het wetsvoorstel
is ingetrokken, noch op de Kamerbrieven van mijn voorganger.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
I.J.M. Michon-Derkzen, voorzitter van de vaste commissie voor Economische Zaken -
Mede ondertekenaar
R.D. Reinders, griffier