Schriftelijke vragen : De situatie omtrent de ingreep bij Nexperia
Vragen van het lid Oualhadj (D66) aan de Minister van Economische Zaken over de situatie omtrent de ingreep bij Nexperia (ingezonden 25 november 2025).
Vraag 1
Kunt u een overzicht geven van de betrokkenheid binnen het kabinet bij het besluit
om de Wet beschikbaarheid goederen in te zetten bij Nexperia (wie is wanneer geïnformeerd,
welke besluitvorming heeft waar plaatsgevonden)?
Vraag 2
Kunt u een overzicht geven van de vraag welke landen en Europese instellingen wanneer
betrokken zijn geweest bij dit dossier en op welke wijze?
Vraag 3
Kunt u uiteenzetten welke objectieve criteria en signaleringsindicatoren u heeft gehanteerd
om te bepalen dat sprake was van omstandigheden «ter verzekering van het beschikbaar
blijven van goederen ter voorbereiding op noodsituaties», zoals bedoeld in artikel
2, eerste lid, Wet beschikbaarheid goederen?
Vraag 4
Kon u vooraf bevestigen dat de juridische handhaafbaarheid van het bevel onzeker was
en aanvullende rechterlijke inmenging nodig zou zijn om naleving te garanderen, en
waarom is desondanks voor dit instrument gekozen?
Vraag 5
Welke andere instrumenten of interventies zijn overwogen om de risico’s bij Nexperia
te beperken, en op welke gronden zijn deze niet ingezet?
Vraag 6
Welke beoordeling heeft u vooraf gemaakt van het risico dat China het bevel op grond
van de Wet beschikbaarheid goederen zou aanmerken als de facto nationalisatie van
een Chinees bedrijf en als aanleiding zou zien voor exportmaatregelen?
Vraag 7
Welke onderbouwing hanteert u voor de proportionaliteit van het Wet beschikbaarheid
goederen bevel, gezien de diplomatieke en economische gevolgen, waaronder verstoringen
in de levering van halfgeleiders?
Vraag 8
Waarom is het Wet beschikbaarheid goederen bevel nog zo lang gehandhaafd, nadat de
Ondernemingskamer had ingegrepen, de CEO was geschorst en de continuïteit van de onderneming
was geborgd?
Vraag 9
Welke toetsings- en afwegingskaders worden structureel toegepast om te bepalen of
en wanneer de Wet beschikbaarheid goederen ook moet worden overwogen bij andere ondernemingen
in Nederland die van strategisch belang zijn voor de economische veiligheid?
Vraag 10
Hoe zorgt u ervoor dat er geen precedent is ontstaan voor de inzet van de Wet beschikbaarheid
goederen, maar dat de toepassing van deze wet voorspelbaar, zorgvuldig en uitzonderlijk
blijft, zodat de bijdrage van buitenlandse investeringen aan innovatie en strategisch
vermogen in Nederland niet wordt ontmoedigd?
Vraag 11
Welke criteria hanteert u om te beoordelen of herinzet van het bevel noodzakelijk
is bij eventuele nieuwe risico’s of gedragingen?
Vraag 12
Kunt u toelichten in welke mate Europese partners voorafgaand aan uw besluit formeel
zijn betrokken bij de risico-analyse, de weging van mogelijke maatregelen en de uiteindelijke
besluitvorming over het bevel?
Vraag 13
Hoe is de structurele coördinatie van diplomatieke acties en strategische communicatie
met andere EU-lidstaten en de Europese Commissie richting China ingericht gedurende
en na de inzet van de Wet beschikbaarheid goederen?
Vraag 14
Welke afspraken zijn inmiddels gemaakt binnen de EU om te voorkomen dat nationale
maatregelen ter bevordering van Europese strategische autonomie in de toekomst opnieuw
kunnen leiden tot acute risico’s voor de leveringszekerheid van cruciale technologieën?
Vraag 15
Hoe legt u uit dat de inzet van de Wet beschikbaarheid goederen bedoeld is om leveringszekerheid
te beschermen, maar op korte termijn heeft geleid tot nieuwe kwetsbaarheden in de
waardeketen van halfgeleiders?
Vraag 16
Wat zijn de economische gevolgen voor Nederland als gevolg van deze ingreep? Wat zijn
de langere-termijngevolgen van dit dossier voor het versterken van de Europese strategische
autonomie?
Vraag 17
Welke beleidsmatige lessen trekt u uit dit dossier om toekomstige ingrepen effectiever,
voorspelbaarder en diplomatiek minder riskant te maken?
Vraag 18
Beschikt het ministerie over een structureel beoordelingskader om continu mogelijke
risico’s te monitoren op het gebied van (i) cruciale technologie en productiecapaciteit,
(ii) strategische afhankelijkheden en (iii) verplaatsing van kennis, intellectueel
eigendom of bedrijfsvestigingen uit Nederland of Europa?
Vraag 19
Welke interdepartementale, internationale en Europese samenwerkingsstructuren worden
hierbij gebruikt om dergelijke risico’s tijdig te signaleren en gezamenlijk te adresseren?
Vraag 20
Bent u bereid het genoemde beoordelingskader, inclusief de gehanteerde criteria voor
interventie, publiekelijk of ten minste vertrouwelijk met de Kamer te delen, om de
voorspelbaarheid en democratische controle op toekomstige afwegingen onder de Wet
beschikbaarheid goederen te vergroten?
Indieners
-
Gericht aan
V.P.G. Karremans, minister van Economische Zaken -
Indiener
Ouafa Oualhadj, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.