Verslag van een schriftelijk overleg : Verslag van een schriftelijk over de Geannoteerde agenda voor de Raad Buitenlandse Zaken van 20 november 205 (Kamerstuk 21501-02-3267) en het Verslag Raad Buitenlandse Zaken van 20 oktober 2025 (Kamerstuk 21501-02-3265)
21 501-02 Raad Algemene Zaken en Raad Buitenlandse Zaken
Nr. 3272
VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
Vastgesteld 18 november 2025
De vaste commissie voor Buitenlandse Zaken heeft een aantal vragen en opmerkingen
voorgelegd aan de Minister van Buitenlandse Zaken over de brief van 3 november 2025
over de Geannoteerde agenda voor de Raad Buitenlandse Zaken van 20 november 205 (Kamerstuk
21 501-02, nr. 3267) en over de brief van 30 oktober 2025 over het Verslag Raad Buitenlandse Zaken van
20 oktober (Kamerstuk 21 501-02, nr. 3265).
De vragen en opmerkingen zijn op 11 november 2025 aan de Minister van Buitenlandse
Zaken voorgelegd. Bij brief van 18 november 2025 zijn de vragen beantwoord.
De fungerend voorzitter van de commissie, Klaver
Adjunct-griffier van de commissie, Coco Martin
Inhoudsopgave
Vragen en opmerkingen vanuit de fracties en reactie van de bewindspersoon
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie en reactie van de
bewindspersoon
2
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie en reactie van de bewindspersoon
7
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie en reactie van de bewindspersoon
13
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie en reactie van de bewindspersoon
17
Vragen en opmerkingen van de leden van de ChristenUnie-fractie en reactie van de bewindspersoon
19
Vragen en opmerkingen van de leden van de PvdD-fractie en reactie van de bewindspersoon
24
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie en reactie van de
bewindspersoon
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda
van de Raad Buitenlandse Zaken (RBZ) van 20 november 2025. Zij hebben hierbij nog
enkele vragen en opmerkingen.
Soedan
De leden van de GroenLinks-PvdA fractie volgen met grote zorgen de ontwikkelingen
rondom de stad El Fasher in Soedan. Bovengenoemde leden vernemen graag welke concrete
acties de Raad Buitenlandse Zaken op 20 oktober heeft overwogen, en welke acties het
kabinet met urgentie bepleit.
1.
Antwoord van het kabinet:
In samenwerking met de EU-kerngroep voor Soedan heeft Nederland gewerkt aan ambitieuze
Raadsconclusies die in de Raad Buitenlandse Zaken van 20 oktober werden aangenomen
en waarin de EU, het voortduren van het conflict verwerpt en de kaders voor EU engagement
om het conflict te stoppen vast heeft gesteld. Een staakt-het-vuren, humanitaire toegang,
bescherming van burgers, een geloofwaardige transitie naar civiel bestuur en het tegengaan
van straffeloosheid zijn hierin cruciale eisen voor de EU. Tijdens de komende Raad
Buitenlandse Zaken zal het kabinet bepleiten dat de EU zich inzet voor een onmiddellijke
wapenstilstand, bescherming van burgers en onbelemmerde humanitaire toegang voor hulporganisaties.
Daarnaast zet het kabinet zich in voor aanvullende en stringente maatregelen om mogelijke
schendingen van het humanitair oorlogsrecht te bestrijden. Verder zal het kabinet
pleiten voor intensivering van de diplomatieke inspanningen van de EU instellingen
en lidstaten richting relevante regionale actoren. Het kabinet steunt het werk van
de EU Speciaal Gezant voor de Hoorn van Afrika en het werk van de VS om een einde
te maken aan het conflict, het laatste voornamelijk via het kader van het QUAD-initiatief
(VS, Verenigde Arabische Emiraten, Saoedi Arabië en Egypte). Zie tevens het antwoord
op vraag 30.
Aangezien de situatie sinds 20 oktober 2025 in rap tempo is verslechterd, vragen deze
leden ook of het kabinet voor meer stringente maatregelen zal pleiten bij deze vergadering
om grootschalige schendingen van het oorlogsrecht te bestrijden. Zo ja, welke additionele
acties overweegt het kabinet te bepleiten? Zo nee, waarom acht het kabinet de huidige
situatie in El Fasher niet dringend genoeg om tot additionele acties over te gaan?
2.
Antwoord van het kabinet:
Ja. Nederland zal tijdens de komende Raad Buitenlandse Zaken pleiten voor aanvullende
en stringente maatregelen om mogelijke schendingen van het humanitair oorlogsrecht
te bestrijden. Daarbij zet het kabinet in op uitbreiding van het EU-sanctieregime met nieuwe listings en zal het actief bijdragen aan de voorbereiding daarvan in nauwe afstemming met
de EU en EU-lidstaten.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen of het kabinet bereid is om net als
de Verenigde Staten (VS) bij de Verenigde Naties (VN) de Verenigde Arabische Emiraten
(VAE) op te roepen om vluchtgegevens, vrachtlijsten en eindgebruikerscertificaten,
gerelateerd aan verkeer tussen de VAE enerzijds en Soedan en Tsjaad anderzijds, openbaar
te maken. Is het kabinet bereid om transparantie van alle EU-lidstaten te eisen omtrent
de uitvoer en doorvoer van militair materieel naar de VAE? Op welke manier heeft het
kabinet de volledige medewerking van de VAE geëist in de uitvoering van VN Veiligheidsraadresolutie
1591?
3.
Antwoord van het kabinet:
Het kabinet heeft in de RBZ opgeroepen tot uitbreiding van het VN-embargo naar het
gehele land (d.w.z. Soedan). Daarnaast is er al een EU-wapenembargo van kracht op
geheel Soedan dat meermaals is verlengd en uitgebreid naar ook technische en financiële
ondersteuning voor wapenleveringen. Alle lidstaten zijn daaraan gebonden en moeten
zich daaraan houden. Het huidige VN-wapenembargo (VNVR-resolutie 1591) geldt alleen
voor de regio Darfoer. Het kabinet draagt uit dat alle externe partijen zich moeten
houden aan het VN-wapenembargo. Ook heeft Nederland in RBZ-verband lidstaten opgeroepen
om met bijzondere aandacht te kijken naar het eventuele risico op omleiding van militaire
goederen naar Soedan vanuit bepaalde landen in de regio en hierover op continue basis
informatie uit te wisselen.
Wat is de positie van het kabinet ten aanzien van de onderhandelingen tussen de EU
en de VAE over een nieuw handelsakkoord? Welke implicaties heeft de rol van de VAE
in het conflict in Soedan in deze onderhandelingen?
4.
Antwoord van het kabinet:
Op 28 mei 2025 zijn de onderhandelingen over een mogelijk handelsverdrag (FTA) tussen
de EU en de VAE gestart. De onderhandelingen richten zich op liberalisering van de
handel in goederen, diensten en investeringen, evenals samenwerking in strategische
sectoren zoals hernieuwbare energie, groene waterstof en kritieke grondstoffen.
Conform het betreffende BNC-fiche1 heeft het kabinet een positieve grondhouding ten aanzien van EU-handelsakkoorden,
waarbij het uitgangspunt blijft dat ieder akkoord op de eigen merites wordt beoordeeld.
Juist nu het wereldwijde handelssysteem onder druk staat, is het belangrijk dat we,
conform de motie Hirsch-Ceder2, afspraken blijven maken met internationale partners over moderne en duurzame handelsbetrekkingen,
en ons inzetten voor een open en op regels gebaseerd handelssysteem.
In het mandaat voor de onderhandelingen met de VAE wordt verwezen naar de beginselen
en doelstellingen van het externe optreden van de EU, waaronder de naleving van het
internationaal recht door derde landen.3 De Raad heeft met dit onderhandelingsmandaat ingestemd. Het is nu aan de Commissie
om op basis hiervan tot een onderhandelingsresultaat te komen met de VAE. Het kabinet
zal daarover een positie innemen op het moment dat een eventueel onderhandelingsresultaat
ter besluitvorming wordt voorgelegd aan de Raad.
Verder vragen de leden van de Groen-Links-PvdA-fractie of het kabinet de mogelijkheid
ziet om te pleiten voor het gezamenlijk optrekken van de EU en de Afrikaanse Unie
(AU) bij het ondernemen van humanitaire actie. Wat kan er al worden besproken aan
de zijlijnen van de Zevende EU-AU top op 24 en 25 november 2025? Is het kabinet bereid
een dergelijke samenwerking aan te gaan op voet van gelijkwaardigheid, zonder proportionele
wederkerigheid van de AU te verwachten, conform de Afrikastrategie van het Ministerie
van Buitenlandse Zaken en in lijn met de adviezen van het Adviesraad Internationale
Vraagstukken (AIV)-rapport over Nederland en Europa’s toekomstige relatie met het
mondiale Zuiden?
5.
Antwoord van het kabinet:
Het kabinet zal tijdens de EU-AU Top op 24 en 25 november a.s. in Luanda zowel tijdens
de plenaire vergadering als tijdens relevante bilaterale contacten pleiten voor nauwere
EU-AU samenwerking ten behoeve van de bescherming van burgers en de bescherming van
hulpverleners in Soedan. Hieronder valt ook het verbeteren van humanitaire toegang
in Soedan en met name in de door Rapid Support Forces (RSF) bezette gebieden.
De Nederlandse Afrikastrategie4 en het streven naar gelijkwaardige en wederkerige partnerschappen vormt de basis
voor onze bilaterale en EU-inzet voor het versterken van onze relaties met Afrikaanse
landen en de AU. Door middel van ondersteuning van het maatschappelijk middenveld
en via diplomatieke inzet spant het kabinet zich in voor Soedanese civiele betrokkenheid
in een politiek proces en een leidende rol van de Afrikaanse Unie om de duurzaamheid
van een politieke oplossing en een vredeproces in Soedan te waarborgen. In 2025 heeft
Nederland een bijdrage van EUR 16 mln. gedaan aan het Sudan Humanitarian Fund van de VN. Daarnaast ging in 2.025 EUR 7 mln. naar Soedan via de Dutch Relief Alliance. Verder geeft Nederland flexibele financiering aan grote humanitaire actoren waaronder
VN-organisaties (bijvoorbeeld UNICEF en het Wereldvoedselprogramma) en het Rode Kruis,
die ook in Soedan werkzaam zijn.
De oorlog in Oekraïne
Ook volgen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie nauwgezet de ontwikkelingen rondom
de Russische agressieoorlog in Oekraïne. Over de onderwerpen aan de orde bij de aankomende
RBZ hebben deze leden een aantal vragen. Ten eerste, welke rol kan Nederland met zijn
expertises spelen in het adresseren van de urgente noden in de Oekraïense energie-infrastructuur?
6.
Antwoord van het kabinet:
Nederland heeft sinds de grootschalige invasie in totaal ca. EUR 450 mln. vrijgemaakt
voor energiesteun aan Oekraïne, waaronder onlangs een extra bijdrage van EUR 25 mln.
vanwege de urgente situatie na de recente Russische aanvallen op de gasvoorzieningen.5 De extra bijdrage is bestemd voor gasaankopen via de European Bank for Reconstruction and Development (EBRD), de aanschaf van materialen voor reparatie (via het Ukraine Energy Support Fund) en voor de levering van in-kind gas- en energiemateriaal via Nederlandse marktpartijen. Daarnaast levert Nederland
in EU-verband en andere gremia een bijdrage aan de coördinatie van steun en roept
het andere landen op ook energiesteun te verlenen.
De leden van de Groen-Links-PvdA-fractie lezen dat de geannoteerde agenda spreekt
over een spoedig twintigste sanctiepakket. Graag vernemen deze leden wat voor additionele
sancties het kabinet voor ogen ziet. Verder vragen deze leden het kabinet op welk
termijn het twintigste sanctiepakket zou kunnen worden aangenomen en geïmplementeerd.
7.
Antwoord van het kabinet:
Het kabinet spant zich in om de economische druk op Rusland te vergroten en draagt
hieraan actief bij door concrete voorstellen aan te dragen. Prioriteiten van het kabinet
zijn hierbij onder andere het verminderen van het Russische verdienvermogen in de
energiesector waaronder via de schaduwvloot, inclusief ecosystemen, en het tegengaan
van sanctieomzeiling ten behoeve van het Russische militair-industrieel complex. Het
is niet in het belang van de Nederlandse onderhandelingspositie in de Raad en van
het met sancties beoogde verrassingseffect, om op detailniveau verder op deze voorstellen
in te gaan. Het kabinet spant zich in om een volgend sanctiepakket op zo kort mogelijke
termijn aan te nemen. Hiervoor is unanimiteit in de Raad vereist.
De leden van de Groen-Links-PvdA-fractie vragen het kabinet wat de gevolgen zijn voor
de militaire steun aan Oekraïne wanneer de nieuwe regering van Tsjechië het munitie-initiatief
zou staken. Kan Nederland in dat scenario samen met gelijkgestemde landen de rol van
Tsjechië overnemen?
8.
Antwoord van het kabinet:
De nieuwe regering van Tsjechië heeft vooralsnog niet de intentie uitgesproken om
het munitie-initiatief te beëindigen. Het kabinet wil hier dan ook niet op vooruitlopen
en blijft partners oproepen om de militaire steun aan Oekraïne voort te zetten, waaronder
via het Tsjechisch munitie-initiatief.
De leden van de Groen-Links-PvdA-fractie ontvangen tevens graag een update over de
staat van het aanpakken van de Russische schaduwvloot, wat de verschillende handelingsopties
zijn die op tafel liggen, en hoe het kabinet denkt dat een eventuele bijdrage van
Nederland aan de uitvoering van deze handelingsopties eruit zou zien.
9.
Antwoord van het kabinet:
Voor het kabinet is het verminderen van het Russische verdienvermogen in de energiesector
via de schaduwvloot, inclusief ecosystemen, prioritair. Het kabinet zet zich daar
doorlopend voor in middels sancties en versterkte naleving daarvan. Het kabinet zoekt
daarnaast de samenwerking op met EU-lidstaten en NAVO-bondgenoten in de aanpak van
de schaduwvloot, vooral op het delen van inlichtingen. Daarbij zet het kabinet in
op goede afstemming van de werkzaamheden van de verschillende betrokken instanties
binnen de NAVO en EU om doublures te voorkomen.
Om de eigen handelingsopties een dwingender karakter te kunnen geven, specifiek binnen
de Nederlandse Exclusieve Economische Zone (EEZ), werkt het kabinet momenteel aan
het vereiste juridisch kader. Handelingsopties tegen schaduwvloot schepen met een
in de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) erkende vlag zijn gelimiteerd door
het internationale recht; op deze wijze gevlagde schepen hebben het recht van vrije
doorvaart. Handelingsopties tegen schaduwvlootschepen of valse vlag schepen dienen
een grondslag te hebben in het nationale recht voor dwingendrechtelijk optreden op
zee (met name inde EEZ). Ter uitvoering van de motie Paternotte6 worden naast de juridische opties ook de operationele mogelijkheden, zoals het systematisch
aanhouden en inspecteren van valse vlag schepen, het dwingen naar ankerplaatsen te
gaan of zelfs inbeslagname van een vals gevlagd schip, onderzocht. Dit is mogelijk
indien er naast de toets op de regelgeving van UNCLOS, ook naar Nederlands recht sprake
is van strafbare feiten.
De leden van de Groen-Links-PvdA-fractie lezen in de kabinetsreactie op het schriftelijk
overleg voor de Raad Buitenlandse Zaken van 20 oktober 2025 dat het kabinet geen aantoonbaar
verband ziet tussen de aanzienlijke verhoging van handelsvolumes tussen Nederland
en Kirgizië en mogelijke sanctie-omzeiling. Echter, het kabinet sprak dit verband
niet op dergelijke manier tegen in het antwoord op schriftelijke vragen van de leden
Piri en Van der Lee van 19 september jl.7 Tevens schrijft het Ministerie van Buitenlandse Zaken in de beslisnota bij de antwoorden
op bovengenoemde Kamervragen: «De toegenomen handelsvolumes naar Kirgizië zijn zeker
zorgwekkend en een deel van die toename kan zeer waarschijnlijk worden toegeschreven
aan omzeiling».8 Zodoende vragen deze leden het kabinet nogmaals of het kabinet een aantoonbaar verband
ziet tussen de toegenomen handelsvolumes tussen Nederland en Kirgizië en sanctie-omzeiling.
Ook vragen deze leden of Nederland actie heeft ondernomen om de handel met Kirgizië
onder de loep te nemen om sanctie-omzeiling op te sporen en tegen te gaan.
10.
Antwoord van het kabinet:
Het verband tussen de toegenomen handelsvolumes tussen Nederland en Kirgizië en sanctieomzeiling
valt niet met zekerheid aan te tonen. Deels kan dit ook te verklaren zijn door ondernemers
die andere afzetmarkten zoeken. Het kabinet heeft onderzoek gepleegd naar Nederlandse
exporten van Common High Priority (CHP) goederen – kritiek voor de Russische militaire industrie – naar Kirgizië.
Uit deze analyse kwamen geen duidelijke omzeilingspatronen naar voren. Daarbij wil
het kabinet aantekenen dat Kirgizië op basis van de statistieken een relatief kleine
speler is op het gebied van omzeiling van CHP goederen: in absolute getallen gaat
het niet om grote handelsstromen, ondanks de procentueel grote toename.
Het tegengaan van de omzeiling van Nederlandse goederen blijft een prioriteit voor
dit kabinet, in het bijzonder de omzeiling van CHP goederen – de onderdelen die de
Russische militaire industrie het hardste nodig heeft. Ook de toename in handelsvolume
van minder gevoelige goederen, zoals civiele auto-onderdelen, tussen Nederland en Kirgizië zal nog in detail onderzocht gaan worden.
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie en reactie van de bewindspersoon
Oekraïne
De leden van de VVD-fractie spreken hun steun uit voor het standpunt van het kabinet
om Oekraïne politiek, militair en moreel te blijven steunen in haar strijd tegen de
Russische agressieoorlog. Daarnaast verwelkomen deze leden het recent aangenomen negentiende
sanctiepakket en hopen zij dat de Europese Unie vaart maakt met het twintigste sanctiepakket.
In dat kader vragen deze leden in hoeverre de Minister steun ziet om voor het twintigste
sanctiepakket meer omvattende maatregelen te nemen tegen de Russische schaduwvloot.
Welke mogelijkheden ziet de Minister daarnaast voor het verder sanctioneren van de
Russische olie- en gassector?
11.
Antwoord van het kabinet:
Het verminderen van het Russische verdienvermogen op mondiale energiemarkten, onder
andere door het aanpakken van de schaduwvloot, inclusief ecosystemen, is één van de
prioriteiten van het kabinet voor sanctiemaatregelen tegen de Russische Federatie.
Onder het 19de sanctiepakket is een importverbod op LNG ingevoerd. Het kabinet bepleit als aanvullende
maatregelen onder andere dat de EU de door de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk
ingestelde sancties tegen Russische aardoliemaatschappijen Lukoil en Rosneft overneemt.
Het is niet in het belang van de Nederlandse onderhandelingspositie om in meer detail
in te gaan op discussies binnen de Raad.
Daarnaast zijn de leden van de VVD-fractie benieuwd of de Minister draagvlak binnen
de Raad ziet voor het verstrekken van meer offensieve wapens aan Oekraïne. Het Verenigd
Koninkrijk heeft recent aangekondigd meer Storm Shadow raketten te sturen naar Oekraïne.
Kan de Minister zich met Europese partners, met name met Duitsland en Frankrijk, inzetten
om meer Europese offensieve wapens naar Oekraïne te sturen?
12.
Antwoord van het kabinet:
Het kabinet heeft waardering uitgesproken voor de Britse aankondiging om meer Storm Shadow-raketten naar Oekraïne te sturen. Het kabinet blijft zich samen met Europese partners
in internationaal verband inzetten om proactief tegemoet te komen aan de militaire
noden van Oekraïne, waaronder met betrekking tot offensieve wapens. Het roept partners
in dit kader ook op om deep-strike capabilities aan Oekraïne te leveren en op deze manier de kosten van de oorlog voor Rusland te
verhogen.
Tegelijkertijd zijn deze leden bezorgd over de nieuwe euro-sceptische Tsjechische
regering. Welke gevolgen heeft het mogelijk terugtrekken van de Tsjechische regering
uit het munitie-initiatief voor de militaire steun aan Oekraïne? Hoe kan het wegvallen
van de Tsjechen opgevangen worden door andere deelnemende partners?
13.
Antwoord van het kabinet:
Zie het antwoord op vraag 8.
Israël
De leden van de VVD-fractie ondersteunen het standpunt van het kabinet dat het fragiele
bestand tussen Israël en Hamas moet worden omgezet naar een duurzame oplossing voor
vrede. De Minister is recent in Israël op werkbezoek geweest waarbij is gesproken
over Nederlandse inzet in het ondersteunen van humanitaire hulp aan de Gazaanse bevolking.
In welke mate ziet de Minister dat andere Europese landen ook bijdragen aan dit soort
programma’s? Wordt de Nederlandse inzet gecoördineerd met Europese partners om effectief
een Europese inzet te creëren?
14.
Antwoord van het kabinet:
Nederland benadrukt, samen met andere landen en de EU Hoge Vertegenwoordiger Kaja
Kallas, het belang van humanitaire hulp en humanitaire toegang tot alle mensen in
nood in de Gazastrook. Tevens reageren de EU en haar lidstaten structureel op de VN-humanitaire appeals voor de Gazastrook, zowel financieel als via de coördinatie en beleidsafstemming
tussen ECHO en de VN. Het blijft essentieel om de krachten te bundelen voor de afstemming
van humanitaire programma’s en de coördinatie van diplomatieke inzet. Daarbij ziet
Nederland een belangrijke rol voor de VN en de Rode Kruis- en Halve Maanbeweging.
In EU-verband wordt de humanitaire situatie regelmatig besproken, en wordt gezamenlijk
opgetreden om humanitaire toegang te verbeteren, en hulp aan mensen in nood in de
Gazastrook op te schalen. Dit zal ook aan bod komen bij de door de EU georganiseerde
Palestine Donor Group-bijeenkomst op 20 november, waarbij eveneens wordt gesproken over steun aan de Palestijnse
Autoriteit en de wederopbouw van Gaza. Voor verbetering van de humanitaire situatie
is het van belang dat het vredesplan slaagt. De inspanningen van Nederland zijn er
dan ook op gericht om hieraan bij te dragen. Dit gebeurt bijvoorbeeld via het Civil Military Coordination Center (CMCC). Dit centrum is opgezet om de implementatie van het vredesplan van Trump te
ondersteunen. Het kabinet stuurt tijdelijk twee civiele experts naar dit centrum.
Daarnaast draagt het kabinet bij aan de EU missies EUBAM Rafah en EUPOL COPPS alsook
de VS geleide OSC missie. Tot slot zijn herstel en wederopbouw van Gaza belangrijke
onderdelen van de verdere uitwerking van het vredesplan, waaraan de EU kan bijdragen.
Nederland zal onder meer bijdragen door het co-hosten van een conferentie in Egypte
over dit onderwerp.
Wat is de stand van zaken binnen de Raad in het verder sanctioneren van Hamas? In
welke vorm kan de Europese Unie het beste bijdragen aan het Trump-plan voor duurzame
vrede in de regio?
15.
Antwoord van het kabinet:
Het kabinet acht het van belang de druk op Hamas hoog te houden, voor het slagen van
het vredesplan en om ervoor te zorgen dat Hamas geen rol heeft in de toekomst van
Gaza. Nederland speelt dan ook een voortrekkersrol op het sanctioneren van Hamas,
in lijn met motie Ceder c.s.,9 en heeft recent samen met gelijkgezinde partners voorstellen gedaan voor het sanctioneren
van de politieke top van Hamas.
Daarnaast kan de EU op verschillende sporen bijdragen aan de uitvoering van het vredesplan
van president Trump. Denk hierbij aan toegang tot humanitaire hulp – de EU is de grootste
donor van hulp aan Gaza – en het bijdragen aan veiligheid en stabiliteit via de EU-missies
EUPOL COPPS en EUBAM Rafah. De EU en verschillende EU-lidstaten hebben daarnaast experts
geplaatst bij de door de VS geleide Civil-Military Coordination Center dat is opgezet om het vredesplan van Trump te ondersteunen. Zie ook het antwoord
op vraag 14. Tot slot speelt de EU in diplomatieke contacten een rol.
De leden van de VVD-fractie hebben daarnaast kennisgenomen van het bezoek van de Minister
aan de Westelijke Jordaanoever. Op welke manier gaat de Minister zich in Europese
verband inzetten om gewelddadige kolonisten verder te sanctioneren? Deelt de Minister
de mening van de leden van de VVD-fractie dat het geweld op de Westelijke Jordaanoever
een duurzame vrede in de weg zit?
16.
Antwoord van het kabinet:
Het kolonistengeweld op de Westelijke Jordaanoever blijft zorgen baren. Op 11 november
viel een groep kolonisten twee dorpen aan. Israëlische president Herzog en de Israëlische
krijgsmacht veroordeelden deze aanvallen. Deze ontwikkelingen, evenals wetsvoorstellen
gericht op de annexatie van de Westelijke Jordaanoever, zetten een tweestatenoplossing
verder op afstand. Daarom blijft het kabinet zich inzetten voor aanname van het door
Nederland en Frankrijk voorgestelde derde sanctiepakket gericht op gewelddadige kolonisten
en kolonistenorganisaties. Vooralsnog ontbreekt echter het benodigde draagvlak in
de Raad.
Ik heb de zorgen over de situatie op de Westelijke Jordaanoever ook overgebracht aan
mijn Israëlische collega en de Israëlische President Herzog tijdens mijn bezoek.
Ook blijft het kabinet in samenwerking met gelijkgestemde partners handelspolitieke
maatregelen ten aanzien van goederen afkomstig uit de illegale nederzettingen in bezet
gebied voorbereiden, conform de motie van Campen en Boswijk10, en de motie Paternotte c.s.11
Soedan
De leden van de VVD-fractie maken zich ernstig zorgen over de situatie in Soedan en
hebben hier al eens eerder aandacht voor gevraagd. Welke mogelijkheden ziet de Minister
om in Europees verband humanitaire steun te verlenen aan met name de zwaarst getroffenen?
Vaak zijn juist deze mensen moeilijk bereikbaar voor humanitaire hulp.
17.
Antwoord van het kabinet:
Dit jaar is door de EU (via ECHO) EUR 270 mln. vrijgemaakt voor hulp aan Soedan en
de landen in de regio waar grote aantallen vluchtelingen aankomen. Daarbij streeft
de EU ernaar om dit geld juist daar terecht te laten komen waar de noden het hoogst
zijn. Dit zijn vaak de moeilijk bereikbare gebieden waar meestal nog gevochten wordt.
Ook heeft ECHO zelf aanzienlijke hoeveelheden hulpgoederen naar Soedan en naar Tsjaad
getransporteerd, via de zogenaamde Humanitarian Air Bridge, om zowel via het oosten als het westen voedsel bij de bevolking van Soedan, en met
name ook van Darfoer, te krijgen.
Hoe is de Minister van plan zich in Europees verband in te zetten om het recente geweld
in El-Fasher, dat door berichtgeving is gekwalificeerd als massamoorden, te veroordelen?
18.
Antwoord van het kabinet:
Het kabinet heeft het recente geweld in en rond El Fasher krachtig veroordeeld, onder
meer via de gezamenlijke verklaring «Joint Statement Condemning Atrocities and Violations of IHL in Sudan» van 10 november jl. die door 20 landen en de Europese Commissie is getekend en door
vele andere landen is gesteund. Tijdens de aankomende Raad Buitenlandse Zaken zal
het kabinet pleiten voor een gezamenlijke EU-verklaring waarin het geweld in El Fasher
ondubbelzinnig wordt veroordeeld en wordt opgeroepen tot naleving van het humanitair
oorlogsrecht. Daarnaast zet het kabinet zich in voor aanvullende en stringente maatregelen
om mogelijke schendingen van het humanitair oorlogsrecht te bestrijden.
Ziet de Minister de mogelijkheid om in Europees verband de landen die de Rapid Support
Forces (RSF)-rebellen militair steunen aan te spreken om hun steun te staken naar
aanleiding van de massamoorden in El-Fasher? Hoe kan de Europese Unie landen onder
druk zetten die de strijdende partijen militair blijven ondersteunen? Welke mogelijkheden
ziet de Minister om tijdens de aanstaande EU-AU conferentie zich in te zetten om Afrikaanse
partners op te roepen om meer politieke middelen in te zetten voor een staakt-het-vuren
in Soedan?
19.
Antwoord van het kabinet:
Het kabinet pleit voor versterkte diplomatieke EU-inzet richting relevante regionale
actoren. Hiertoe wordt zowel op ambtelijk als politiek niveau bij de EU aandacht gevraagd
– met het oog op concrete handelingsopties. In de aanstaande RBZ zal het kabinet dit
punt opnieuw onder de aandacht brengen en pleiten voor versterkte samenwerking en
coördinatie tussen de EU inzet op Soedan, en aansluiting bij de inzet van het QUAD-initiatief.
Tijdens de EU-AU Top zal het kabinet zowel via bilaterale contacten als tijdens de
plenaire vergadering oproepen tot een onmiddellijk staakt-het-vuren en een gezamenlijk
optrekken van de EU en AU in de context van Soedan.
EU-AU conferentie
De leden van de VVD-fractie verwelkomen de inzet van het kabinet bij de EU-AU Top
als het gaat om het bevorderen van een effectievere migratiesamenwerking. Hoe is de
Minister van plan zich in te zetten om op Europees niveau migratiedeals aan te jagen
met Afrikaanse partners?
20.
Antwoord van het kabinet:
Het kabinet zet in op brede partnerschappen met derde landen om Nederlandse en Europese
belangen op onder meer stabiliteit en veiligheid en op migratiesamenwerking te bevorderen.
Nederland pleit er ook in EU-verband voor om migratie, waar relevant, onderdeel uit
te laten maken van partnerschappen met derde landen, om zo resultaten op onder meer
het beperken van irreguliere migratie, het bevorderen van terugkeersamenwerking, en
bescherming van migranten te bewerkstelligen. Ook moet er ruimte zijn voor innovatieve
vormen van samenwerking, zoals met Oeganda. Deze inzet bepleit Nederland ook in onderhandelingen
over nieuwe EU-partnerschappen met Afrikaanse landen. Ook in de relevante bilaterale
contacten tijdens de komende EU-AU Top zal Nederland hier aandacht voor vragen.
Welke rol ziet hij weggelegd voor Nederland in het aanjagen van meer effectievere
samenwerking met Sahel-landen nu zij Europa steeds meer de rug toe keren? Deze leden
maken zich zorgen om het feit dat China en Rusland steeds meer voet aan de grond krijgen
in de Sahel. Op welke wijze moet Europa volgens de Minister haar inzet wijzigen om
ervoor te zorgen dat we niet ingehaald worden door China en Rusland?
21.
Antwoord van het kabinet:
In de zich snel veranderende wereld worden ook nieuwe spelers steeds actiever; ook
in de Sahel laten zij hun invloed duidelijker gelden. Het kabinet stelt vast dat enkele
Sahel-landen zich lijken af te keren van de internationale rechtsorde en kiezen voor
inniger banden met niet altijd gelijkgestemde mogendheden. Deze ontwikkelingen doen
niets af van de belangen die Nederland en Europa hebben in deze regio, waaronder op
het gebied van veiligheid en migratie.
Daarom steunt Nederland de «Nieuwe Aanpak voor de Sahel» van de EU Speciale Vertegenwoordiger
voor de Sahel in opdracht van de Hoge Vertegenwoordiger. Hierin staat dat de EU wil
blijven engageren op basis van onze belangen, zoals veiligheid en migratie. De EU
is daarnaast voornemens de eigen strategische communicatie en aanpak van desinformatie
te versterken. De EU blijft samenwerken met regionale organisaties zoals de Afrikaanse
Unie en ECOWAS. Zo zetten de EU en Nederland erop in om op de lange termijn een betrouwbare
en aantrekkelijke partner blijven voor de Sahel, en de internationale rechtsorde te
versterken. Nederland draagt hier bilateraal aan actief bij via politieke dialoog
en ontwikkelingshulp in de landen in deze regio, primair via onze posten in Burkina
Faso, Mali, Niger en Tsjaad.
Met name op het gebied van kritieke grondstoffen blijven Afrikaanse partnerschappen
van groot belang. Welke inzet zal het kabinet hebben tijdens de EU-AU Top om meer
samenwerking te bewerkstelligen op het gebied van kritieke grondstoffen?
22.
Antwoord van het kabinet:
De leidraad van het kabinet voor de inzet op deze partnerschappen zijn de Nationale
Grondstoffenstrategie en de Nederlandse Afrikastrategie. Op basis hiervan zet Nederland,
zowel bilateraal als in EU-verband, in op partnerschappen met Afrikaanse landen gebaseerd
op wederzijdse belangen. Onder de Critical Raw Materials Act en tevens als onderdeel van de Global Gateway-strategie maakt de EU afspraken met
Afrikaanse landen, zoals de strategische partnerschappen met Zambia en de Democratische
Republiek Congo, en het binnenkort te tekenen Memorandum of Understanding (MoU) over kritieke grondstoffen met Zuid-Afrika. De EU beoogt via deze partnerschappen
de toevoer van strategische grondstoffen veilig te stellen, duurzame, verantwoorde
en veerkrachtige grondstoffenwaardeketens op te bouwen en lokale economische ontwikkeling
te bevorderen. Nederland geeft invulling aan EU-partnerschappen via inzet op het gebied
van kennissamenwerking, handelsbevordering, projectfinanciering en capaciteitsopbouw
op aanpalende beleidsterreinen, zoals logistiek, water en energie. Daarnaast zet Nederland
zich ook bilateraal in om de samenwerking op dit gebied te versterken, onder meer
via marktstudies, handelsmissies, de inzet van onze speciaal vertegenwoordiger grondstoffen,
de inzet in het kader van Global Gateway, en initiatieven gericht op het verduurzamen
van de mijnbouw en internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen in lijn met
de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen en UN Guiding Principles on Business and Human Rights. Ook tijdens de EU-AU Top zet het kabinet in op het versterken van onze relaties en
samenwerking met Afrikaanse landen op dit gebied.
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie en reactie van de bewindspersoon
Russische agressie tegen Oekraïne
De leden van de D66-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de oproep
van Hoge Vertegenwoordiger Kallas om de Russische schaduwvloot aan te pakken. Deze
leden constateren dat Nederland op dit moment nog niet actief optreedt tegen de Russische
schaduwvloot, ondanks het feit dat alle andere kuststaten dat wel al doen. In het
verslag staat dat het kabinet «actief zal onderzoeken op welke manieren Nederland
intensief kan blijven bijdragen aan de initiatieven op schaduwvloot». Deze leden vragen
de Minister wanneer dit onderzoek verwacht wordt en welke concrete stappen er op korte
termijn worden gezet om bij te dragen aan de Europese aanpak van de schaduwvloot,
conform de motie-Paternotte c.s. (Kamerstuk 21 501-20, nr. 2311).
23.
Antwoord van het kabinet:
Voor het kabinet is het verminderen van het Russische verdienvermogen in de energiesector
via de schaduwvloot, inclusief ecosystemen, prioritair. Daar zet het kabinet zich
doorlopend voor in door sancties en versterkte naleving daarvan. Het optreden tegen
de Russische schaduwvloot bestaat onder meer uit sanctioneren, beeldopbouw en informatiedeling.
De kustwacht heeft gesanctioneerde schepen en schepen met een valse koninkrijksvlag
wereldwijd in beeld. Deze schepen komen niet in Nederlandse havens. De Kustwacht benadert
actief schaduwvlootschepen in de Nederlandse Exclusieve Economische Zone (EEZ) met
een (vermoedelijke) valse vlag om scheepsdocumenten, waaronder verzekeringscertificaten
op te vragen. Dit gebeurt op vrijwillige basis. Bovendien benadert de Kustwacht deze
schepen, bij geen reactie op de initiële oproep met het kustwachtvliegtuig (indien
beschikbaar). Ook worden momenteel in samenwerking met de Kustwacht inspecteurs van
de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) opgeleid om controles uit te voeren op
ankervakken binnen de Territoriale Zone (TZ).
Verder maakt ILT melding in verschillende informatieplatforms inclusief Thetis, en
benadert het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat wereldwijd zeehavens die
schepen ontvangen met een valse koninkrijksvlag.
Het kabinet treedt derhalve actief op tegen de Russische schaduwvloot, maar ziet ook
ruimte voor een verdere versterking van de aanpak. Zie verder het antwoord op vraag
9.
De leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van het negentiende sanctiepakket,
waarin onder meer een verbod op de import van Russisch vloeibaar gas (LNG) vanaf 2027
is opgenomen. Deze leden vragen de Minister hoe wordt gewaarborgd dat Russisch gas
niet via derde landen alsnog op de Europese markt terechtkomt, bijvoorbeeld door her-etikettering of menging met andere gasstromen.
24.
Antwoord van het kabinet:
Het kabinet zet actief in op het tegengaan van omzeiling van sancties door Rusland
via derde landen door het monitoren van signalen, diplomatieke outreach naar derde
landen en waar nodig, het indienen van voorstellen voor sanctionering van partijen
in derde landen die omzeiling faciliteren. Tevens wordt er parallel aan het negentiende
sanctiepakket, in het kader van de REPowerEU-verordening, een systeem van pre-autorisatie
opgetuigd waarin importeurs aan de bevoegde instanties van de importerende lidstaat
moeten bewijzen dat het te importeren gas niet afkomstig is uit de Russische Federatie.
Bij import van gas uit bepaalde derde landen, die nader door de Europese Commissie
worden aangewezen, is er geen pre-autorisatie noodzakelijk. Uit deze landen kan dan
zeker worden gesteld dat er geen import van Russisch pijpleidingengas of LNG plaatsvindt.
Het voornemen is dat de REPowerEU-verordening per 1 januari 2026 in werking treedt,
inclusief het proces van pre-autorisatie, en bevindt zich momenteel in de trilogen-fase.
De leden van de D66-fractie maken zich grote zorgen over de anti-Oekraïnecampagne
vanuit Hongarije, die inmiddels ook lijkt over te waaien naar Slowakije en Tsjechië.
Met name de veranderende houding van Tsjechië ten aanzien van de oorlog in Oekraïne
baart deze leden zorgen. De leden van de D66-fractie vragen de Minister hoe de EU
en Nederland reageren op deze ontwikkeling en wat wordt gedaan om de eenheid binnen
de EU ten aanzien van Oekraïne en de daarbij horende materiele en financiële steun
te behouden.
25.
Antwoord van het kabinet:
Over het algemeen is er brede consensus binnen de EU lidstaten over de noodzaak om
Oekraïne politiek, militair, financieel en moreel te steunen. Het kabinet zet zich
in voor het doorbreken van bilaterale blokkades in de EU voor de steun voor Oekraïne.
Het kabinet deelt de zorgen van de leden van de D66-fractie over desinformatiecampagnes
die gericht zijn op het ondermijnen van de steun aan Oekraïne. Binnen de EU wordt
actief gewerkt aan het tegengaan van desinformatie en buitenlandse beïnvloeding. Nederland
draagt bij aan deze inspanningen en werkt samen met Europese partners aan het versterken
van mediageletterdheid, onafhankelijke journalistiek en weerbaarheid tegen desinformatie.
Wat betreft de politieke houding van sommige lidstaten, blijft het kabinet in nauwe
dialoog met deze landen en zowel binnen de Raad als bilateraal benadrukken dat Europese
eenheid cruciaal is voor het behoud van vrede en veiligheid in Europa. Tot op heden
is de EU erin geslaagd om, ondanks uiteenlopende nationale politieke ontwikkelingen,
overeenstemming te bereiken over negentien sanctiepakketten tegen Rusland en deze
te verlengen, en steun aan Oekraïne te blijven leveren.
Midden-Oosten
De leden van de D66-fractie lezen in het verslag van de Raad Algemene Zaken en Raad
Buitenlandse Zaken (Kamerstuk 21 501-02, nr. 3265) dat het kabinet naar aanleiding van de motie-Van Campen/Boswijk (Kamerstuk 21 501-02, nr. 3196) en de motie-Paternotte (Kamerstuk 21 501-02, nr. 3236) werkt aan handelspolitieke maatregelen ten aanzien van goederen afkomstig uit de
illegale nederzettingen. Deze leden danken de minister daarvoor, maar vragen of de
minister kan schetsen welke concrete maatregelen genomen worden, of Nederlandse bedrijven
hier al van op te hoogte zijn en worden ondersteund in het afbouwen van hun economische
activiteiten.
26.
Antwoord van het kabinet:
Het kabinet gaat door met de voorbereiding van een nationale maatregel om producten
uit de onrechtmatige nederzettingen in de door Israël bezette gebieden te weren. Het
kabinet gaat hierbij voortvarend doch zorgvuldig te werk. Uw Kamer zal te zijner tijd
nader worden geïnformeerd over de precieze inhoud van de beoogde maatregel.
Nederland voert sinds 2006 een ontmoedigingsbeleid ten aanzien van economische activiteiten
in relatie tot de onrechtmatige nederzettingen in de door Israël bezette gebieden
en ook de EU wijst al geruime tijd op de juridische en financiële risico’s. Sinds
15 juli jl. draagt het kabinet het ontmoedigingsbeleid actiever uit via voorlichtingsbijeenkomsten
en op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland en de Nederlandse ambassade
in Tel Aviv.13 De voorbereiding van de bovengenoemde maatregel wordt ook onder de aandacht gebracht
tijdens voorlichtingssessies die het kabinet organiseert over het ontmoedigingsbeleid.14
De leden van de D66-fractie zijn positief over het voornemen van het kabinet om, zowel
bilateraal als via de EU en andere multilaterale kanalen, bij te dragen aan de uitvoering
van het vredesplan voor Gaza. Deze leden onderstrepen het belang van het succes van
dit plan voor de stabiliteit in de regio en voor het verbeteren van de humanitaire
situatie in Gaza. Tegelijkertijd vinden deze leden dat blijvende vrede alleen mogelijk
is wanneer wordt gewerkt aan een duurzame tweestatenoplossing, waarin Israëli’s en
Palestijnen in veiligheid en waardigheid naast elkaar kunnen leven. De leden van de
D66-fractie vragen of het kabinet kan bevestigen dat zij deze visie deelt en dat de
inzet van Nederland binnen de EU er ook op gericht is de tweestaten oplossing levend
te houden.
27.
Antwoord van het kabinet:
Ten aanzien van het Israëlisch-Palestijns conflict blijft Nederland streven naar een
duurzame oplossing die door beide partijen wordt gedragen, waarbij het uitgangspunt
de tweestatenoplossing blijft. De inzet van Nederland, bilateraal en multilateraal,
waaronder binnen de EU en de VN, is er dan ook op gericht hieraan bij te dragen.
Tevens vragen deze leden of het kabinet al meer kan zeggen over de erkenning van Palestina:
op welke termijn en onder welke voorwaarden acht het kabinet dit mogelijk, mede in
het licht van de lopende Europese discussies hierover?
28.
Antwoord van het kabinet:
Het kabinet heeft uw Kamer op 11 november 2025 middels de brief Verslag 80ste AVVN ministeriele week geïnformeerd over het kabinetsstandpunt ten aanzien van erkenning
van de Palestijnse staat.15 De erkenning moet dienstbaar zijn aan het politieke proces, waarbij beide partijen
onderhandelen over hoe te komen tot een veilig Israël en een levensvatbare Palestijnse
staat. De Palestijnse Autoriteit (PA) dient in dit licht ook de nodige stappen te
zetten. Dit besprak ik ook met mijn Palestijnse collega en de Palestijnse Minister-President
tijdens mijn recente bezoek. Nederland zet zich actief in om de PA voor te bereiden
op het effectief besturen van een toekomstige Palestijnse staat, waarbij voor Hamas
geen rol is weggelegd en de veiligheid van Israël wordt gegarandeerd. Nederland heeft
geïnvesteerd in het nader tot elkaar brengen van Israëli en Palestijnen o.m. door
lopende verzoeningsprojecten; Nederland zal dit blijven doen.
Soedan
De leden van de D66-fractie zijn diep geschokt door de gruwelijke berichten over het
grootschalige geweld tegen burgers in en rond El Fasher en de verslechterende humanitaire
situatie in Soedan. Deze leden spreken hun steun uit voor de inzet van het kabinet
om binnen de EU aandacht te vragen voor deze crisis en voor de oproep tot een wapenstilstand
en onbelemmerde humanitaire toegang.
29.
Antwoord van het kabinet:
Het kabinet deelt de diepe zorgen van de leden van de D66-fractie over het aanhoudende
geweld tegen burgers in en rond El Fasher en de steeds verder verslechterende humanitaire
situatie in Soedan. Nederland blijft zich, zowel bilateraal als binnen de Europese
Unie, inzetten om deze crisis niet alleen hoog op de internationale agenda te houden,
maar ook om tot concrete actie te komen.
Tijdens de komende Raad Buitenlandse Zaken zal het kabinet bepleiten dat de EU zich
inzet voor een onmiddellijke wapenstilstand, bescherming van burgers en onbelemmerde
humanitaire toegang voor hulporganisaties. Daarnaast zet het kabinet zich in voor
aanvullende en stringente maatregelen om mogelijke schendingen van het humanitair
oorlogsrecht te bestrijden. Verder zal het kabinet pleiten voor intensivering van
de diplomatieke inspanningen van de EU instellingen en lidstaten richting relevante
regionale actoren. Nederland zal tevens tijdens de aankomende EU-AU top op 24–25 november
a.s. oproepen tot nauwere samenwerking tussen de EU en de Afrikaanse Unie om bij te
dragen aan een wapenstilstand, een politieke oplossing en bescherming van burgers.
De leden van de D66-fractie maken zich echter ernstige zorgen over de mogelijke rol
van externe actoren, in het bijzonder de VAE, bij de doorvoer van wapens naar de RSF,
zoals recent naar voren kwam uit VN-documenten. De leden van de D66-fractie vragen de Minister toe te lichten of Nederland,
zelf ofwel via de EU, de VAE hierop heeft aangesproken of voornemens is dat te doen.
30.
Antwoord van het kabinet:
Het kabinet spreekt binnen de brede bilaterale relatie met de VAE ook over de situatie
in Soedan, zowel op politiek als hoog-ambtelijk niveau. In bilaterale gesprekken worden zorgen uitgesproken over de inname
van El Fasher, het belang van het stoppen van de wapentoevoer naar Sudan in algemene
zin, en het belang te komen tot een einde aan het geweld besproken. Inzet van de gesprekken
is constructief engagement met de VAE als een relevante actor die aangeeft bij te
willen dragen aan een einde van het conflict.
De VAE maakt onderdeel uit van het QUAD initiatief – een samenwerkingsverband met
de Verenigde Staten, Saoedi-Arabië en Egypte. De QUAD heeft in een verklaring in september
jl. opgeroepen tot een wapenstilstand en noemde een einde aan externe militaire steun
cruciaal voor het beëindigen van het conflict. De groep landen spreekt met beide partijen
om een einde te maken aan het conflict.
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie
De leden van de BBB-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de geannoteerde
agenda voor de Raad Buitenlandse Zaken van 20 november 2025.
De leden van de BBB-fractie lezen dat er een militair plan is uitgewerkt voor een
multinationale troepenmacht, zoals dit enkele maanden geleden ook besproken is in
de Kamer. De coalitie van welwillende landen hebben dit plan uitgewerkt aan de hand
van vier componenten. Nederland heeft vermeld op een later stadium een substantiële
bijdrage te willen leveren aan de vier operatielijnen. Deze leden vragen wanneer dit
«latere stadium» aanbreekt.
31.
Antwoord van het kabinet:
Het stadium waarin het kabinet een substantiële bijdrage zou kunnen leveren aan de
vier operatielijnen zou aanbreken wanneer er sprake is van activatie van de militaire
plannen door de Coalition of the Willing. Hierbij wordt beëindiging van de vijandelijkheden als belangrijke randvoorwaarde
gezien. Een besluit over beoogde Nederlandse inzet is afhankelijk van verschillende
factoren, waaronder de contouren van het staakt-het-vuren of de vredesovereenkomst
die worden afgesproken. Daarnaast geldt dat het eventueel inzetten van Nederlandse
capaciteiten onder uitdrukkelijk voorbehoud is van nationale politieke besluitvorming.
Ook vragen deze leden of er nog verdere ontwikkelingen zijn met betrekking tot het
militair plan van de «coalition of the willing» en de Nederlandse bijdrage daaraan
sinds de update in de Kamerbrief van 10 september 2025 (Kamerstuk 36 045, nr. 215)?
32.
Antwoord van het kabinet:
De Coalition of the Willing (CotW) heeft afgesproken niet publiekelijk in detail te treden over strategische,
veiligheids- en operationele overwegingen van het militaire plan. Tot op het moment
dat er sprake is van activatie worden deze militaire plannen verder uitgewerkt en
blijft Nederland betrokken bij het planningsproces. Het kabinet hecht eraan uw Kamer
daarbij in de tussentijd te blijven informeren, in zoverre mogelijk gegeven de afspraken
binnen de CotW en zonder de onderhandelingspositie van Oekraïne te verzwakken.
Ook hebben de leden van de BBB-fractie nog een vraag over het Internationaal Monetair
Fonds (IMF). Het IMF dreigt zijn steun terug te trekken aan het herstel van Oekraïne,
indien de EU geen akkoord bereikt. De kosten voor herstel en wederopbouw van Oekraïne
worden geschat op 524 miljard dollar. Indien er wel een akkoord komt, vragen deze
leden hoeveel van de herstelkosten de EU op zich neemt en hoeveel van deze kosten
bij Nederland uitkomen.
33.
Antwoord van het kabinet:
Voor een IMF-programma is het belangrijk dat een financieringstekort van Oekraïne
wordt gedekt. Daartoe is essentieel dat externe donateurs, zoals de EU, spoedig nieuwe
begrotingssteun verschaffen. Het financieringstekort wordt door het IMF berekend op
basis van de Oekraïense overheidsbegroting. De Wereldbank schat daarnaast de herstel-
en wederopbouwnoden per februari 2025 voor de komende tien jaar op USD 524 miljard.
Deze kosten worden hoger naarmate het conflict langer voortduurt. Op dit moment staat
de intensiteit van de Russische agressieoorlog het adresseren van de meest lange termijn
herstel- en wederopbouwnoden nog niet toe. Oekraïne richt zich noodgedwongen vooral
op urgente herstel- en wederopbouwnoden, in het bijzonder energie (infrastructuur)
en huisvesting. In het voorstel voor het nieuwe Meerjarig Financieel Kader (MFK) heeft
de Commissie een steunpakket voorgesteld van maximaal EUR 100 mld. Welk deel daarvan
ten gunste komt aan herstel- en wederopbouw is nog onbekend. Het is dus ook nog niet
duidelijk welk deel van de totale herstel- en wederopbouwnoden van 524 miljard dollar
ten laste komen van de EU en Nederland. Het Nederlandse aandeel in de EU-steun is
bovendien afhankelijk van het Nederlands bni-aandeel in het EU27-bni op dat moment.
Als laatste hebben de leden van de BBB-fractie nog een aantal vragen over de humanitaire
situatie in Gaza. De EU lijkt ondanks haar intentie om bij te dragen aan herstel van
Gaza, niet in staat te zijn een volwaardige rol te krijgen in het zogenaamde «Board
of Peace». De leden van de BBB-fractie vragen of Nederland een rol voor de EU of individuele
EU-lidstaten ziet in de Board of Peace. Is er al meer bekend over concrete manieren
waarop Nederland wil bijdragen aan het laten slagen van het vredesplan?
34.
Antwoord van het kabinet:
Voor verbetering van de humanitaire situatie in Gaza is het allereerst van belang
dat het staakt-het-vuren standhoudt en dat humanitaire hulp de mensen in nood in de
hele Gazastrook bereikt. Voor perspectief op gebied van herstel en wederopbouw is
tevens van belang dat er zicht komt op een duurzame oplossing van het conflict. Het
vredesplan dat op 13 oktober jl. is ondertekend biedt daarvoor nu momentum. De inspanningen
van Nederland zijn erop gericht dit plan te laten slagen. Zie ook het antwoord op
vraag 14. Hoewel er nog veel onduidelijk is over de Board of Peace heeft de Hoge Vertegenwoordiger aangegeven positief te staan tegenover een rol voor
de EU daarin.
Vragen en opmerkingen van de leden van de ChristenUnie-fractie en reactie van de bewindspersoon
De leden van de ChristenUnie-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de geannoteerde
agenda voor de Raad Buitenlandse Zaken van 20 november 2025.
De leden van de ChristenUnie-fractie zien dat diverse hulporganisaties geen noodhulp
kunnen bieden in Gaza, doordat ze hiervoor geen toestemming krijgen van de Israëlische
regering. Welke afspraken zijn er nu gemaakt naar aanleiding van het staakt-het-vuren?
Wat is de inzet van de Minister, zowel bilateraal als in EU-verband, om deze afspraken
te handhaven? Wat kan er gedaan worden, zodat deze organisaties noodhulp kunnen bieden
aan de Palestijnen in Gaza en de Westbank? Is de Minister bereid deze inzet te vergroten?
35.
Antwoord van het kabinet:
Op humanitair vlak is onder de eerste fase van het vredesplan afgesproken dat er onmiddellijk
volledige hulp naar de Gazastrook moet worden gestuurd. Sinds deze afspraak zien we
meer humanitaire hulp de Gazastrook binnenkomen, maar nog niet alle noden zijn structureel
geadresseerd. Tevens zijn grensovergangen Kerem Shalom, Zikim en Kissufim (gedeeltelijk)
operationeel.
Nederland onderstreept dat toegang voor internationale ngo’s van belang is voor een
adequate humanitaire respons, evenals voor activiteiten op het gebied van herstel
en wederopbouw, zodra de situatie in de Gazastrook zich hiervoor leent. Dit heb ik
genoemd tijdens mijn bezoek aan Israël en de Palestijnse Gebieden in de gesprekken
met de Israëlische president en Minister van Buitenlandse Zaken. Ik heb eveneens gezegd
dat de EU druk op alle partijen zal handhaven om het vredesplan te laten slagen.
Erkent de Minister tevens dat de verplichting die de Israëlische regering aan ngo’s
oplegt om gevoelige persoonsgegevens van medewerkers te delen, in strijd is met wetgeving
zoals de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG)? Zo ja, welk advies geeft
het kabinet nu aan Nederlandse ngo’s aangezien de vereisten een inbreuk van Europese
en Nederlandse wetgeving vragen? Is de Minister bereid om de oproep van de Autoriteit
Persoonsgegevens (AP) te ondersteunen door als Nederlands kabinet formeel protest
aan te tekenen tegen de registratieplicht? Zo nee, waarom niet?
36.
Antwoord van het kabinet:
Het kabinet heeft zijn zorgen over de betreffende wetgeving geuit door het ondertekenen
van een Foreign Ministers’ Statement op 12 augustus jl. met 29 gelijkgezinde landen. Nederland brengt dit thema ook bilateraal
op bij de Israëlische autoriteiten, bijvoorbeeld tijdens het recente bezoek aan Israël
en de Palestijnse Gebieden. Het kabinet zal zich bilateraal, met gelijkgezinden en
in EU-verband blijven inspannen om internationale ngo’s, waaronder de professionele
en vertrouwde ngo-partners van Nederland, in staat te stellen hun werk veilig en adequaat
kunnen uitvoeren in Israël en de Palestijnse gebieden.
De leden van de ChristenUnie-fractie vragen welke status de EU-Israël afspraken kennen
nu er inmiddels een staakt-het-vuren is. Is er nog steeds sprake van een formele schending
van artikel 2 van het associatieverdrag? Zo ja, waar blijkt dat uit? Zo nee, is hiermee
het onderzoek naar het associatieverdrag formeel afgerond?
37.
Antwoord van het kabinet:
De resultaten van het door Nederland mede-geïnitieerde onderzoek naar de naleving
van artikel 2 van het EU-Israël Associatieakkoord door Israël, zijn op 20 juni jl.
bekend gemaakt. Daarmee is het onderzoek afgerond.
Naar aanleiding van deze uitkomst hebben de Hoge Vertegenwoordiger en de Europese
Commissie verschillende EU-maatregelen voorgesteld. Het staakt-het-vuren is een belangrijke stap richting een einde
aan de oorlog in Gaza. Na afloop van de Raad Buitenlandse Zaken van 20 oktober jl.
heeft de Hoge Vertegenwoordiger Kallas aangegeven dat de situatie nog te fragiel is
om de voorstellen voor maatregelen van tafel te halen. Daarbij noemde de Hoge Vertegenwoordiger
onder andere de noodzaak om toe te zien op toegang tot humanitaire hulp en het afgeven
van de door Israël ingehouden Palestijnse belastinginkomsten. Het kabinet steunt deze
aanpak en richt zich eveneens op het in stand houden van het staakt-het-vuren en het
laten slagen van onderhandelingen over de volgende fasen van het vredesplan. Zie ook
het antwoord op vraag 34.
De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de Minister of hij erkent dat het gedeeltelijk
inhouden van belastinginkomsten door de Israëlische regering, bedoeld voor de Palestijnse
Autoriteit, in strijd is met de Oslo-Akkoorden en negatieve gevolgen heeft voor het
functioneren van de gezondheidszorg, onderwijs en humanitaire hulp in Palestijnse
gebieden. Is de Minister bereid om zich in EU-verband er actief voor in te zetten
dat de Israëlische regering verantwoordelijk wordt gehouden voor de verplichtingen
onder de Oslo-Akkoorden en internationale verdragen en de ingehouden belastinggelden
onmiddellijk vrijgeeft? Zo nee, waarom niet?
38.
Antwoord van het kabinet:
Afspraken over het betalen van belastinginkomsten door Israël aan de Palestijnse Autoriteit
zijn vastgelegd in het Parijsprotocol onder de Oslo-akkoorden. Deze belastinginkomsten
zijn de grootste bron van inkomsten voor de Palestijnse Autoriteit. Israël houdt deze
belastinginkomsten al jaren gedeeltelijk in. Sinds maart heeft Israël in het geheel
geen geld meer overgemaakt, waardoor de Palestijnse Autoriteit in acute geldnood is.
Zo kan de Palestijnse Autoriteit al maanden salarissen van ambtenaren, waaronder docenten
en zorgpersoneel, niet volledig uitbetalen. Nederland roept Israël continue op om
de belastinginkomsten vrij te geven. Recentelijk heb ik dit gedaan tijdens mijn gesprek
in Jeruzalem met de Israëlische Minister van Buitenlandse Zaken. Dit is ook de inzet
van de Hoge Vertegenwoordiger, zie ook het antwoord op vraag 37.
De leden van de ChristenUnie-fractie wijzen op de verschrikkelijke burgeroorlog in
Soedan en vinden het terecht dat er tijdens de Raad aandacht is voor deze grootste
humanitaire ramp ter wereld. In eerdere beantwoording op Kamervragen stelde de Minister
dat Nederland zich inspant voor meer internationale aandacht en diplomatieke oplossingen
voor de crisis in Soedan.16 De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de Minister of hij uiteen kan zetten
waaruit concreet blijkt dat Nederland en de EU diplomatieke druk hebben gezet op staten,
zoals de VAE, om strijdende partijen onmiddellijk tot een staakt-het-vuren te bewegen.
Welke acties ziet het kabinet in de toekomst voor zich? Aan welke gezamenlijke EU-inzet
denkt het kabinet bijvoorbeeld?
39.
Antwoord van het kabinet:
Het kabinet spreekt binnen de brede bilaterale relatie met de VAE ook over de situatie
in Soedan, zowel op politiek als hoog-ambtelijk niveau. In bilaterale gesprekken worden zorgen uitgesproken over de inname
van El Fasher, het belang van het stoppen van de wapentoevoer naar Sudan in algemene
zin, en het belang te komen tot een einde aan het geweld besproken. Inzet van de gesprekken
is constructief engagement met de VAE als een relevante actor die aangeeft bij te
willen dragen aan een einde van het conflict.
De VAE maakt onderdeel uit van het QUAD initiatief – een samenwerkingsverband met
de Verenigde Staten, Saoedi-Arabië en Egypte. De QUAD heeft in een verklaring in september
jl. opgeroepen tot een wapenstilstand en noemde een einde aan externe militaire steun
cruciaal voor het beëindigen van het conflict. De groep landen spreekt met beide partijen
om een einde te maken aan het conflict. Het kabinet heeft de inzet van de QUAD verwelkomd
tijdens de RBZ van 20 oktober jl.
Het kabinet zal in de RBZ pleiten voor versterkte diplomatieke EU-inzet richting relevante
regionale actoren en pleiten voor versterkte samenwerking en coördinatie tussen de
EU inzet op Soedan, en het werk van de VS om een einde te maken aan het conflict,
voornamelijk binnen het QUAD-initiatief (VS, Verenigde Arabische Emiraten, Saoedi
Arabië en Egypte). Gezamenlijke inzet is hiervoor van groot belang. Tot slot zal het
kabinet aandringen op een gezamenlijke EU27-verklaring, met aandacht voor het tegengaan
van straffeloosheid.
De leden van de ChristenUnie-fractie lezen dat uit de Raadsconclusies van 20 oktober
2025 blijkt dat de EU bereid is het «engagement met alle partijen» te verhogen teneinde
onder meer een staakt-het-vuren te bereiken. Waaraan moet worden gedacht bij verhoogd
engagement met de RSF?
40.
Antwoord van het kabinet:
Het kabinet onderschrijft het belang van verhoogd EU-engagement om te komen tot een staakt-het-vuren in Soedan. Daarbij gaat het om het benutten
van diplomatieke kanalen die kunnen bijdragen aan de-escalatie en humanitaire toegang
en nadrukkelijk niet om erkenning of normalisering van de Rapid Support Forces (RSF).
Het kabinet steunt in dit verband de inzet van de EU-speciaal gezant voor de Hoorn
van Afrika, die namens de Europese Unie contact onderhoudt met alle relevante partijen.
Deze contacten zijn gericht op het bevorderen van de naleving van het humanitair oorlogsrecht,
het mitigeren van geweld, het mogelijk maken van humanitaire hulpverlening en het
beschermen van kritieke infrastructuur. Ook de samenwerking met partnerorganisaties
die gespecialiseerd zijn in conflictbemiddeling en bescherming van burgers behoort
in dit kader tot de Nederlandse inzet.
De leden van de ChristenUnie-fractie wijzen erop dat Nederland sterke handelsrelaties
onderhoudt met de VAE. Acht de Minister het risico aanwezig dat, gezien de omvang
van de handel met de VAE, Nederlandse bedrijven indirect bijdragen aan de financiering
van het conflict in Soedan? Zo nee, waarom niet?
41.
Antwoord van het kabinet:
Er zijn op dit moment geen aanwijzingen dat Nederlandse bedrijven via handel met de
VAE bijdragen aan de financiering van het conflict in Soedan. Nederland verwacht van
Nederlandse bedrijven dat zij de OESO-richtlijnen volgen om risico’s voor mens en
milieu in de waardeketen te adresseren.17 In de context van gewapende conflicten of een verhoogd risico op grove misbruiken
moeten ondernemingen aangescherpte gepaste zorgvuldigheid toepassen met betrekking
tot negatieve gevolgen, met inbegrip van schendingen van het humanitair oorlogsrecht.
Deze leden vragen of de Minister voornemens is om het bedrijfsadvies van de Rijksdienst
voor Ondernemend Nederland (RVO) dat oproept tot investeringen in de VAE, aan te scherpen
en het risico om indirect bij te dragen aan de financiering van het conflict onder
de aandacht te brengen bij Nederlandse bedrijven. Zo nee, waarom niet?
42.
Antwoord van het kabinet:
Het bedrijfsadvies van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) benadrukt het
belang van maatschappelijk verantwoord ondernemen en het naleven van de OESO-richtlijnen.18 Deze richtlijnen helpen bedrijven om risico’s, zoals mogelijke indirecte bijdragen
aan conflicten, te identificeren en te vermijden. Het kabinet beziet regelmatig of
dit advies aangescherpt dient te worden.
De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de Minister uiteen te zetten hoe de huidige
inzet rondom voedselzekerheid in Soedan eruitziet. Is de Minister bereid om het budget
op te schalen, gezien de recente ontwikkelingen en toename van honger in het land?
43.
Antwoord van het kabinet:
Over de brede humanitaire inzet heeft het kabinet uw kamer geïnformeerd via de Kamerbrief
Humanitaire situatie Soedan en specifiek El Fasher.19 In reactie op de inname van El Fasher heeft het Central Emergency Response Fund (CERF) van de Verenigde Naties USD 20 miljoen beschikbaar gesteld voor humanitaire hulp
aan de getroffen bevolking en de vluchtelingen. Het Sudan Humanitarian Fund (SHF) heeft in 2025 al USD 48 miljoen toegewezen voor humanitaire hulp in Darfoer en Kordofan.
Deze middelen worden nadrukkelijk ook ingezet voor lokale organisaties zoals de Emergency Response Rooms die in moeilijk bereikbare gebieden kunnen blijven opereren. Ook in Tawila worden
door dit type organisaties onder meer gaarkeukens opgezet. Nederland behoort tot de
belangrijkste donoren van zowel het CERF als het SHF.
Daarnaast vindt er humanitaire hulp plaats in Darfoer en Kordofan via partners zoals
het Rode Kruis, de Dutch Relief Alliance en afzonderlijke VN-organisaties waaronder UNICEF en het Wereldvoedselprogramma (World
Food Programme, WFP). Deze organisaties ontvangen vanuit Nederland reguliere, flexibele
financiering ter ondersteuning van hun werkzaamheden.
Ondanks de ernstige gevolgen van het aanhoudende conflict in Soedan blijft het mogelijk
om, naast humanitaire inzet, de voedselzekerheid op lange termijn te verbeteren. Met
name de private sector toont veel veerkracht en speelt een belangrijke rol bij het
leveren van goederen en diensten, vooral in gebieden waar hulporganisaties moeite
hebben om te opereren. Nederland financiert bijvoorbeeld het voedselzekerheidsprogramma
FNS-SIPRA van EUR 23 miljoen, uitgevoerd door een consortium geleid door de Nederlandse
ngo ZOA (2022–2026). Deze activiteit richt zich op het versterken van duurzame landbouwproductie.
Ook heeft deze activiteit geholpen om toegang tot agrarische inputs (o.a. zaden) voor
het plantseizoen van 2023 en 2024 te verbeteren. De intentie is om deze inzet voor
de komende twee jaar te verhogen. Daarnaast blijft Nederland zich inzetten voor de
toegang van kwetsbare kinderen en vrouwen tot voedingsvoorlichting en interventies
om ondervoeding te voorkomen en te behandelen. Dit gebeurt via het No Time To Waste Programma (2023 – 2028) dat door UNICEF wordt uitgevoerd in vier landen. Hiervoor
is voor Sudan USD 29,8 miljoen beschikbaar gesteld. In 2024 is dit bedrag reeds opgehoogd
met USD 7 miljoen en in 2025 met USD 5 miljoen.
De leden van de ChristenUnie-fractie vragen, gezien Nederland mede-initiator is van
de VN fact finding mission, wanneer ze een nieuw rapport kunnen verwachten, in relatie
tot eerdere en huidige ontwikkelingen. Is de Minister bereid zich in te zetten voor
een nieuw rapport van de fact finding mission, in relatie tot eerdere en huidige ontwikkelingen?
Welke aanvullende stappen is Nederland bereid te nemen om de effectiviteit van de
fact finding mission te versterken?
44.
Antwoord van het kabinet:
Tijdens de zitting van juni/juli 2026 zal de Fact Finding Missionon Sudan
(FFM) de VN-Mensenrechtenraad een mondelinge update geven over hun werk. Daaropvolgend
zal de FFM de VN-Mensenrechtenraad een rapport aanbieden en deze presenteren in de zitting die in september/oktober
2026 zal plaatsvinden.
Daarnaast vond op 14 november een speciale zitting van de VN-Mensenrechtenraad plaats
over de situatie in Soedan, met bijzondere aandacht voor de gebeurtenissen in en rond
El Fasher, waar ik digitaal aan deelnam. Deze zitting is mede door Nederland aangevraagd.
Tijdens de bijeenkomst is een nieuwe resolutie aangenomen die het mandaat van de Fact-Finding Mission on Sudan (FFM) uitbreidt, zodat ook specifiek onderzoek kan worden gedaan naar de gebeurtenissen
in El Fasher. Nederland heeft in de VN-Mensenrechtenraad het belang van waarheidsvinding
voor deze gruwelijkheden benadrukt en tevens opgeroepen tot een einde aan de mensenrechtenschendingen,
naleving van het VN wapenembargo, en het beschikbaar maken van voldoende humanitaire
hulp.
Vragen en opmerkingen van de leden van de PvdD-fractie en reactie van de bewindspersoon
De leden van de PvdD-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de geannoteerde
agenda van de Raad van Buitenlandse Zaken op 20 november 2025. Hierover hebben zij
nog enkele vragen en opmerkingen.
Dreigende genocide in Soedan
De leden van de PvdD-fractie maken zich grote zorgen over de etnische zuivering in
Soedan, waar volgens de Verenigde Naties en mensenrechtenorganisaties sprake is van
een dreigende genocide.20 In Darfur worden burgers op grote schaal vermoord, verkracht en uitgehongerd. De
stad Al-Fasher is omsingeld en afgesneden van hulp, terwijl ziekenhuizen worden aangevallen
en humanitaire konvooien geen doorgang vinden. De RSF, voortgekomen uit de Janjaweed-milities,
worden in verband gebracht met misdaden tegen de menselijkheid en etnische zuivering.
De leden van de PvdD-fractie benadrukken dat Nederland als partij bij het Genocideverdrag
een juridische en morele plicht heeft om actief maatregelen te nemen om genocide te
voorkomen.
Rol van de Verenigde Arabische Emiraten
De leden van de PvdD-fractie constateren dat de VAE de RSF voorzien van wapens, huurlingen
en financiële middelen, onder meer in ruil voor goud.21,
22,
23 Wapens worden onder meer door Europese landen, waaronder Nederland, en de Verenigde
Staten aan de VAE geleverd. Daarmee is er een groot risico dat deze landen indirect
het wapenembargo op Soedan schenden en indirect bijdragen aan oorlogsmisdaden en mogelijke
genocide. Deze leden vinden het onacceptabel dat Nederland en de Europese Unie handels-
en wapenrelaties onderhouden met een staat die deze misdrijven financiert en faciliteert.
De leden van de PvdD-fractie vragen het kabinet welke concrete diplomatieke druk zij
uitoefent op de VAE om de steun aan de RSF te beëindigen, en of het kabinet bereid
is drukmiddelen in te zetten, zoals opschorting van handelsgesprekken en het intrekken
van wapenexportvergunningen.
45.
Antwoord van het kabinet:
Het kabinet spreekt binnen de brede bilaterale relatie met de VAE ook over de situatie
in Soedan, zowel op politiek als hoog-ambtelijk niveau. In bilaterale gesprekken worden zorgen uitgesproken over de inname
van El Fasher, het belang van het stoppen van de wapentoevoer naar Sudan in algemene
zin, en het belang te komen tot een einde aan het geweld besproken. Inzet van de gesprekken
is constructief engagement met de VAE als een relevante actor die aangeeft bij te
willen dragen aan een einde van het conflict.
De VAE maakt onderdeel uit van het QUAD initiatief – een samenwerkingsverband met
de Verenigde Staten, Saoedi-Arabië en Egypte. De QUAD heeft in een verklaring in september
jl. opgeroepen tot een wapenstilstand en noemde een einde aan externe militaire steun
cruciaal voor het beëindigen van het conflict. De groep landen spreekt met beide partijen
om een einde te maken aan het conflict.
Nederland blijft zich, zowel bilateraal als binnen de Europese Unie, inzetten om deze
crisis niet alleen hoog op de internationale agenda te houden, maar ook om tot concrete
actie te komen om het geweld te stoppen.
Tijdens de komende Raad Buitenlandse Zaken zal Nederland dan ook opnieuw oproepen
tot een onmiddellijke wapenstilstand, naleving van het humanitair oorlogsrecht en
onbelemmerde humanitaire toegang voor hulporganisaties. Daarnaast zal het kabinet
pleiten voor versterkte diplomatieke EU-inzet richting relevante regionale actoren
en pleiten voor versterkte samenwerking en coördinatie tussen de EU inzet op Soedan,
en het werk van de VS om een einde te maken aan het conflict, voornamelijk binnen
het QUAD-initiatief.
Wapenhandel en sancties
De leden van de PvdD-fractie wijzen erop dat meerdere onafhankelijke onderzoeken aantonen
dat de VAE sinds 2023 militaire goederen, voertuigen en munitie leveren aan de RSF,
ondanks bestaande VN-resoluties en embargo’s. Volgens RTL Nieuws worden ook vanuit
Europese landen, waaronder Nederland, militaire goederen geëxporteerd naar de VAE,
terwijl onduidelijk blijft of deze leveringen worden gebruikt in het conflict in Soedan.24
De leden van de PvdD-fractie vragen of het kabinet bereid is de wapenexportvergunningen
naar de VAE te schorsen, zolang niet onafhankelijk is vastgesteld dat deze goederen
niet in Soedan eindigen.
46.
Antwoord van het kabinet:
Het kabinet toetst alle vergunningaanvragen voor de uitvoer van militaire goederen
per geval en zorgvuldig conform het EU Gemeenschappelijk Standpunt inzake wapenexportcontrole
(2008/944/GBVB), met onder andere specifieke aandacht voor het risico op omleiding
van de goederen naar ongewenste eindgebruikers. In het geval van de voor uitvoer naar
de VAE afgegeven vergunningen is ten aanzien van de uit te voeren goederen geen risico
op omleiding naar Soedan vastgesteld. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om goederen ten
behoeve van marineschepen met als eindgebruiker de VAE marine. Gelet op het feit dat
er in Soedan geen sprake is van een maritiem conflict is het niet aannemelijk dat
dergelijke goederen worden omgeleid naar Soedan.
Daarnaast vragen deze leden of Nederland binnen de EU zal pleiten voor gerichte sancties
tegen entiteiten of individuen die de RSF direct of indirect ondersteunen, en voor
een Europees verbod op de import van goud uit de VAE zolang er een reëel risico bestaat
dat dit goud afkomstig is uit door de RSF gecontroleerde mijnen.
47.
Antwoord van het kabinet:
Tijdens de komende Raad Buitenlandse Zaken zal het kabinet zich inzetten voor sancties
tegen verantwoordelijken voor de oorlog in Soedan. We kunnen hier niet specifieker
op ingaan, aangezien de voorbereiding van sancties een vertrouwelijk proces is en
ook de inzet van andere lidstaten raakt.
Vrijhandelsverdrag met de VAE
De leden van de PvdD-fractie wijzen erop dat de Europese Unie sinds april 2025 onderhandelt
over een vrijhandelsverdrag met de VAE.25 Deze leden verzoeken het kabinet zich binnen de EU uit te spreken voor het opschorten
van de onderhandelingen over het vrijhandelsverdrag met de VAE totdat hun betrokkenheid
bij oorlogsmisdaden is beëindigd.
48.
Antwoord van het kabinet:
Zie het antwoord op vraag 4.
Verantwoordelijkheid en preventie
De leden van de PvdD-fractie benadrukken dat Nederland, als partij bij het Genocideverdrag,
een juridische én morele plicht heeft om actief maatregelen te nemen om genocide in
Soedan te voorkomen door bij te dragen aan waarheidsvinding en humanitaire hulp en
zich aan te sluiten bij het verzoek van Human Rights Watch voor een speciale zitting
van de VN-Mensenrechtenraad over de situatie in Darfur?26
49.
Antwoord van het kabinet:
Op 14 november vond een speciale zitting van de VN-Mensenrechtenraad plaats over de situatie in Soedan, met bijzondere aandacht voor de gebeurtenissen
in en rond El Fasher, waar ik digitaal aan deelnam. Deze zitting werd mede door Nederland
aangevraagd en tijdens de zitting is een nieuwe resolutie aangenomen. De desbetreffende
resolutie breidt het mandaat van de Fact-Finding Mission on Sudan (FFM) uit, zodat ook specifiek onderzoek kan worden gedaan naar de gebeurtenissen in El-Fasher.
Nederland is als lid van de Soedan kerngroep binnen de Mensenrechtenraad nauw betrokken
geweest bij de totstandkoming van deze resolutie en heeft zich ten volle ingezet zodat
de resolutie aangenomen zou worden. Nederland heeft in de Mensenrechtenraad het belang
van waarheidsvinding voor deze gruwelijkheden benadrukt en tevens opgeroepen tot een
einde aan de mensenrechtenschendingen, naleving van het VN wapenembargo, en het beschikbaar
maken van voldoende humanitaire hulp.
Over de brede humanitaire inzet heeft het kabinet uw kamer geïnformeerd via de Kamerbrief
Humanitaire situatie Soedan en specifiek El Fasher.27 In reactie op de inname van El Fasher heeft het Central Emergency Response Fund (CERF) van de Verenigde Naties USD 20 miljoen beschikbaar gesteld voor humanitaire hulp
aan de getroffen bevolking en de vluchtelingen. Het Sudan Humanitarian Fund (SHF) heeft in 2025 al USD 48 miljoen toegewezen voor humanitaire hulp in Darfoer en Kordofan.
Deze middelen worden nadrukkelijk ook ingezet voor lokale organisaties zoals de Emergency Response Rooms die in moeilijk bereikbare gebieden kunnen blijven opereren. Ook in Tawila (Noord
Darfoer) worden door dit type organisaties onder meer gaarkeukens opgezet. Nederland
behoort tot de belangrijkste donoren van zowel het CERF als het SHF.
Khartoum-proces
De leden van de PvdD-fractie merken op dat Nederland deelneemt aan het zogenoemde
Khartoum-proces, een EU-initiatief gericht op samenwerking over migratie en grensbeheer
in de Hoorn van Afrika. Hoewel dit proces officieel bedoeld is om irreguliere migratie
te bestrijden en mensenhandel tegen te gaan, wijzen onderzoekers en maatschappelijke
organisaties erop dat het in de praktijk heeft geleid tot samenwerking met regimes
die zich schuldig maken aan ernstige mensenrechtenschendingen.28
De leden van de PvdD-fractie vragen of er tijdens de onderhandelingen over het Khartoum-proces
binnen de Europese Unie inzicht bestond in de rol van de RSF, destijds opererend onder
de National Intelligence and Security Services (NISS), bij de uitvoering van grensbewaking
en anti-smokkeloperaties in Darfur.
50.
Antwoord van het kabinet:
Samenwerking met de regering van Soedan is tientallen jaren onmogelijk en onwenselijk
geweest wegens sancties tegen het regime (1989–2019) van Omar Al Bashir, die nog altijd
wordt gezocht door het Internationaal Strafhof. Na het aantreden van een deels civiele
regering in 2019 begon daar voorzichtig verandering in te komen. Sinds de militaire
coup van oktober 2021 is samenwerking met de regering van Soedan echter niet meer
aan de orde.
Tijdens de onderhandelingen over het Khartoum Proces bestonden zeker zorgen over de
geschiedenis, de reputatie en de rol van de RSF. Daarom heeft de EU in het Khartoum
Proces zorgvuldig vermeden dat steun terecht zou komen bij de RSF, direct of via de
regering van Sudan, de Soevereine Raad of andere milities.29 EU-financiering in Soedan is niet via de regering verstrekt, maar via maatschappelijke
organisaties, ngo’s, agentschappen van EU-lidstaten en de VN-instellingen.
Deze leden vragen ook of de Minister kan bevestigen dat de RSF sinds de start van
het Khartoum-proces in 2014 daadwerkelijk betrokken was bij grensbewaking aan de Soedanese
grenzen en of Europese middelen via officiële Soedanese kanalen in die periode mogelijk
indirect hebben bijgedragen aan de versterking van deze militie.
51.
Antwoord van het kabinet:
Hemedti (Mohamed Hamdan Dagalo), de leider van de RSF, heeft zich diverse keren geprofileerd
als «grensbewaker». RSF is ontstaan uit de zogenaamde Janjaweed milities uit Darfur.
In 2013 besloot dictator president Omar al-Bashir de milities op de loonlijst van
de Soedanese overheid te zetten, en beloofde hen autonomie. De top van de RSF, onder
wie Hemedti, ontvingen geld en macht om te voorkomen dat zij zich tegen Bashir zouden
keren.
Hemedti, noch de RSF hebben EU-financiering ontvangen. Ook indirect kunnen er geen
middelen voor militair gebruik gefinancierd door de EU bij de RSF vanuit Sudan terecht
zijn gekomen, omdat vanuit het EU-wapenembargo tegen Soedan geen militaire uitrusting
kan worden geleverd. De EU heeft de Soedanese grensbeveiliging ook niet uitgerust
met materieel voor dual-use capaciteiten en gebruik.
De leden van de PvdD-fractie hebben zorgen dat deze samenwerking de positie van Soedanese
veiligheidstroepen, waaronder de NISS en de RSF, heeft versterkt en daarmee heeft
bijgedragen aan onderdrukking van burgers en het terugdringen van vluchtelingen in
Darfur. Deze leden vragen het kabinet hoe is gewaarborgd dat Nederlandse deelname
aan het Khartoum-proces niet bijdraagt aan het versterken van veiligheidstroepen die
verantwoordelijk zijn voor mensenrechtenschendingen.
52.
Antwoord van het kabinet:
Zie ook het antwoord op vraag 52. Onder het Better Migration Management (BMM) programma van het European Union Emergency Trust Fund (EUTF) werd niet samengewerkt met de RSF. Om het risico te vermijden dat leden van
de Janjaweed en de RSF onbedoeld zouden worden betrokken, is al in juni 2017 onder
leiding van het Duitse ontwikkelingsagentschap Gesellschaft für Internationale Zusammenarbeit (GIZ) een specifieke aanpak ontwikkeld. Hierin werd voor alle uitvoerende partners
vastgesteld hoe samengewerkt kon worden met het veiligheidsapparaat. Ook stelde deze
aanpak de voorwaarden vast waaronder BMM activiteiten kon uitvoeren, in het bijzonder
met het Soedanese Ministerie van Binnenlandse Zaken. In Soedan werden de deelnemerslijsten
nauw afgestemd met dat ministerie om te voorkomen dat RSF-militieleden deelnamen aan
trainingsactiviteiten.
Sinds de coup van oktober 2021 wordt in het geheel niet meer samengewerkt met de Soedanese
autoriteiten.
Trump-deal Gaza
De leden van de PvdD-fractie hebben kennisgenomen van het voorgestelde Gaza-plan dat
door president Trump en premier Netanyahu is gepresenteerd als «vredesakkoord». Deze
leden constateren dat het plan niet spreekt van Palestijnse zeggenschap over hun eigen
toekomst en de fundamentele rechten van het Palestijnse volk negeert. Gaza zou volgens
dit plan worden bestuurd door een overgangsraad van internationale toezichthouders,
onder voortdurende Israëlische controle over grenzen, lucht, zee en bufferzones. Deze
aanpak creëert ruimte voor een herhaling van het oude patroon: Israël kan tijdelijk
militair terugschalen, internationale druk afwenden, en daarna opnieuw optreden zonder
structurele verandering.
De leden van de PvdD-fractie merken op dat dit geen vredesproces is, maar een neokoloniaal
dictaat dat de bestaande overheersing bestendigt. Het plan bevat geen waarborgen voor
zelfbeschikking, verantwoording voor de gepleegde oorlogsmisdaden zoals genocide of
daadwerkelijke beëindiging van de bezetting. Deze leden wijzen erop dat dit in strijd
is met het internationaal recht en met het Palestijnse recht op soevereiniteit.
De leden van de PvdD-fractie vragen welke mogelijkheden het kabinet ziet om druk op
Israël uit te oefenen voor een rechtvaardige vrede, in plaats van steun uit te spreken
voor een akkoord dat bezetting structureel voortzet.
53.
Antwoord van het kabinet:
Het vredesplan biedt nu momentum voor het werken naar een duurzame oplossing voor
het conflict. Het is zaak dat er afspraken worden gemaakt over de volgende fases van
het plan, waaronder de totstandkoming van een internationaal ondersteund en technocratisch
overgangsbestuur in Gaza en de ontwapening van Hamas. Deze stappen zijn noodzakelijk
om te komen tot stabiel bestuur en duurzame veiligheid voor zowel Palestijnen als
Israëliërs. Dit zal niet eenvoudig zijn. De inspanningen van het kabinet zijn erop
gericht dit plan te laten slagen. Nederland draagt hieraan bij door onder meer de
uitzending van twee civiele experts naar het door de Verenigde Staten geleide Civil-Military Coordination Center. Dat betekent niet dat maatregelen tegen Israël van tafel zijn. Zie ook antwoord
37.
Medeplichtigheid Nederland en genocide in Gaza
De leden van de PvdD-fractie constateren met diepe zorg dat de situatie in Gaza verder
is verslechterd. Israël heeft het staakt-het-vuren meerdere malen verbroken met bombardementen
op dichtbevolkte woonwijken, waarbij volgens recente berichten meer dan negentig burgers
zijn gedood. Tegelijkertijd weigert Israël noodhulp van internationale hulporganisaties
toe te laten vanwege hun vermeende «anti-Israëlische standpunten».30 Hierdoor wordt Palestijnse burgers, onder wie duizenden kinderen, bewust de toegang
tot voedsel, medische zorg en humanitaire hulp ontzegd.
De leden van de PvdD-fractie wijzen erop dat VN-rapporteur Francesca Albanese heeft
vastgesteld dat ook Nederland en andere EU-lidstaten medeverantwoordelijk zijn voor
de voortzetting van deze misdaden, onder meer door wapenhandel, militaire samenwerking
en diplomatieke bescherming van Israël. Nederland blijft bovendien indirect steun
verlenen via het EU-associatieverdrag dat Israël handelsvoordelen biedt.31
De leden van de PvdD-fractie vinden dat het kabinet zich actief moet distantiëren
van dit beleid en zich moet terugtrekken uit het EU-associatieverdrag, zolang Israël
zich schuldig maakt aan oorlogsmisdaden en ernstige schendingen van het humanitair
oorlogsrecht. Deze leden vragen de Minister of hij daartoe bereid is en welke stappen
het kabinet onderneemt om te voorkomen dat Nederlandse goederen, technologie of diplomatieke
steun bijdragen aan deze misdrijven. Deze leden vragen of het kabinet bereid is een
volledig wapen- en handelsverbod met Israël in te stellen.
54.
Antwoord van het kabinet:
Momenteel zijn alle inspanningen van het kabinet erop gericht om het vredesplan volledig
te implementeren en te verzekeren dat alle partijen – waaronder Israël en Hamas –
zich daaraan houden. Dat betekent niet dat maatregelen van tafel zijn.
Het kabinet is geen voorstander van het instellen van een volledig wapen- en handelsembargo
tegen Israël. Tegelijkertijd maakt het kabinet zich zorgen over de verslechterende
situatie op de Westelijke Jordaanoever. Het kabinet heeft, conform motie Van Campen/Boswijk,
in Europees verband gepleit voor handelspolitieke maatregelen tegen de onrechtmatige
nederzettingen in de door Israël bezette gebieden, maar tot dusverre heeft het ontbroken
aan draagvlak voor dergelijke EU-maatregelen.32 Derhalve bereidt het kabinet nu nationale maatregelen voor om producten uit de onrechtmatige
nederzettingen in de door Israël bezette gebieden te weren. Ook heeft Nederland binnen
de EU gepleit voor het aannemen van sancties tegen gewelddadige kolonisten.
De uitvoer van militaire goederen vanuit Nederland naar Israël wordt zorgvuldig getoetst
aan de Europese kaders voor wapenexportcontrole. Daar waar een duidelijk risico bestaat
dat militaire goederen gebruikt worden bij het begaan van ernstige schendingen van
de mensenrechten of het humanitair oorlogsrecht, wordt een vergunningaanvraag afgewezen.
Het kabinet verleent op dit moment geen vergunningen voor de uitvoer van militaire
goederen en dual-use goederen met militair eindgebruik die kunnen bijdragen aan militaire operaties van
de Israëlische krijgsmacht in de Gazastrook of op de Westelijke Jordaanoever. Daarmee
voldoet de Staat aan zijn internationaalrechtelijke verplichtingen ten aanzien van
wapenexportcontrole. Dat is onlangs herbevestigd in het vonnis van het Gerechtshof
Den Haag in de zaak Al-Haq c.s. tegen de Staat (d.d. 6 november 2025). Materieelsamenwerking
van defensie met Israëlische bedrijven vindt plaats binnen de kaders van het kabinetsbeleid
en de Europese aanbestedingswetgeving. De Israëlische defensie-industrie ontwikkelt
systemen die belangrijk zijn voor de doorontwikkeling en modernisering van de Nederlandse
krijgsmacht. Defensie heeft in Israël geproduceerde militaire middelen en systemen
aangeschaft vanwege de kwaliteit en relatief snelle beschikbaarheid daarvan.
Illegale nederzettingen en systematische ontneming van Palestijns grondgebied
De leden van de PvdD-fractie maken zich ernstig zorgen over de voortdurende uitbreiding
van Israëlische nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever en in Oost-Jeruzalem.33 Deze nederzettingen zijn volgens internationaal recht illegaal en leiden tot systematische
verdrijving, landonteigening en geweld tegen Palestijnse burgers. Palestijnse dorpen
leven dagelijks in angst dat Israëlische bulldozers hun huizen zullen slopen om plaats
te maken voor nieuwe nederzettingen.34 De leden van de PvdD-fractie vinden het onaanvaardbaar dat de Europese Unie en Nederland
blijven handelen met Israël onder het EU-associatieverdrag, dat in de praktijk economische
voordelen biedt aan een staat die structureel het internationaal recht schendt en
genocide heeft gepleegd. Deze leden pleiten daarom voor de beëindiging van dit associatieverdrag
en voor gerichte sancties tegen bedrijven die betrokken zijn bij de uitbreiding of
exploitatie van nederzettingen. De leden van de PvdD-fractie zien dat de Minister
werkt aan een nationaal verbod op handel met illegale nederzettingen. Uit onderzoek
van onder meer Human Rights Watch blijkt echter dat Israëlische regelgeving en praktijk
nauwelijks onderscheid maken tussen bedrijven die actief zijn binnen Israël en die
opereren in de nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever.35 Omdat Israëlische bedrijven zowel binnen Israël als in de bezette gebieden actief
zijn, heeft een uitsluitend gerichte boycot op handel met illegale nederzettingen
in de praktijk weinig effect. Deze leden vragen of het kabinet bereid is om in deze
context over te gaan tot een volledig handelsverbod met Israël, uitgezonderd humanitaire
goederen.
55.
Antwoord van het kabinet:
Het kabinet is geen voorstander van het instellen van een volledig handelsembargo
tegen Israël. Zie ook het antwoord op vraag 54. Op 17 oktober 2025 is uw Kamer per
brief geïnformeerd over het kabinetsstandpunt inzake handel met Israël.36
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
J.F. Klaver, voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken -
Mede ondertekenaar
A.B. Coco Martin, adjunct-griffier