Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Vedder over de waardering van onderzaai als rustgewas
Vragen van het lid Vedder (CDA) aan de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over de waardering van onderzaai als rustgewas (ingezonden 19 september 2025).
Antwoord van Minister Wiersma (Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur) (ontvangen
11 november 2025). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 209
Vraag 1
Bent u ermee bekend dat op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland
(RVO) wordt gesteld dat een combinatie van een vroege teelt met een vanggewas dat
uiterlijk 1 september is ingezaaid, in aanmerking kan komen als rustgewas, en dat
dit ruimte lijkt te bieden voor onderzaai van een vanggewas?
Antwoord 1
Op de website van de RVO wordt uitgelegd hoe een combinatie van een korte/vroege teelt
gevolgd door een vroeg ingezaaid vanggewas als rustgewas kan voldoen. Er wordt daarbij
ook aangegeven dat het vanggewas na de oogst van de hoofdteelt wordt ingezaaid. Ik
ben het daarom niet eens dat deze rustgewasbeschrijving ruimte biedt voor het onderzaaien
van een vanggewas.
Vraag 2
Deelt u de mening dat onderzaai van een vanggewas in mais, mits uitgevoerd conform
de genoemde voorwaarden (tijdige zaai vóór 1 september en oogst hoofdgewas vóór 1 september),
een evenwaardige, zo niet betere bijdrage levert aan het beperken van nitraatuitspoeling
en aan bodemkwaliteit dan nazaai?
Antwoord 2
Ja, een geslaagde onderzaai van een vanggewas in combinatie met een uitspoelingsgevoelige
teelt als maïs kan zeer effectief zijn in het voorkomen van nitraatuitspoeling in
het najaar. Daarom is bij de verplichting tot het inzaaien van een vanggewas na maïs
op uiterlijk 1 oktober zowel onderzaai als nazaai toegestaan.
Vraag 3
Waarom wordt onderzaai van vanggewassen wel positief gewaardeerd binnen het Gemeenschappelijk
landbouwbeleid (GLB) als eco-activiteit vanwege de positieve effecten op bodem en
milieu, maar tegelijkertijd uitgesloten als rustgewas binnen de mestwetgeving en bouwplanverplichting?
Antwoord 3
Het tijdig inzaaien van een vanggewas heeft een ander doel dan het roteren met rustgewassen.
Waar een vanggewas voornamelijk in de winter het perceel bedekt en in die periode
overgebleven stikstof opneemt en vasthoudt voor het volgende gewas, wordt met het
telen van een rustgewas een teeltjaar van intensieve teelten onderbroken en gewerkt
aan het verbeteren van de bodemkwaliteit op de lange termijn. Hierdoor wordt de bodem
minder gevoelig voor uitspoeling. Daarnaast zijn rustgewassen niet-uitspoelingsgevoelige
gewassen.
De eco-activiteit «onderzaai vanggewas» richt zich op de ontwikkeling van het vanggewas.
Zowel voor de eco-activiteit «rustgewassen» als de verplichte rotatie met rustgewassen
voor het mestbeleid geldt dat het onderzaaien van een vanggewas bij de teelt van maïs
niet als rustgewas wordt gezien.
Vraag 4
Kunt u bevestigen dat het huidige beleid ertoe leidt dat boeren in bepaalde gevallen
een goed ontwikkelde onderzaai moeten vernietigen om daarna alsnog een vanggewas na
te zaaien, puur om te voldoen aan de wettelijke definitie van een rustgewas? Zo ja,
acht u dit wenselijk?
Antwoord 4
Nee, dit is geen gevolg van het huidige beleid, maar een keuze van de landbouwer.
Er is een ruime keuze in rustgewassen om te voldoen aan de verplichte rotatie met
rustgewassen. De combinatie van een vroege teelt gevolgd door een vroeg ingezaaid
onbemest vanggewas is daar één van.
Vraag 5
Deelt u de mening dat het vernietigen van een bestaande onderzaai, om daarna opnieuw
in te zaaien, indruist tegen het streven naar minder grondbewerking, betere bodemkwaliteit
en minder nitraatuitspoeling?
Antwoord 5
Het klopt dat het beter is om een jaar een andere teelt dan maïs telen, bijvoorbeeld
gras. Met het onderzaaien van een vanggewas voldoet de landbouwer aan de verplichting
tot het inzaaien van een vanggewas op uiterlijk 1 oktober. Naast het vroegtijdig inzaaien
van een vanggewas is het roteren met een rustgewas nodig voor verbetering van de bodem-
en waterkwaliteit.
Vraag 6
Kunt u toelichten waarom in de huidige interpretatie van de regelgeving de volgorde
van zaaien (ná oogst) blijkbaar belangrijker wordt geacht dan het doel en het effect
(bodembedekking, nitraatbinding en bodemkwaliteit) van het vanggewas?
Antwoord 6
De combinatie van korte (groente) teelten c.q. vroeg geoogste gewassen gevolgd door
een vroeg ingezaaid onbemest vanggewas (inzaai in juli-augustus) is destijds door
de Commissie van Deskundigen Meststoffenwet (hierna: CDM) aangewezen als niet-uitspoelingsgevoelige
teelt en is daarom aangewezen als rustgewas. Het gaat daarbij om teelten uit de vollegrondsector,
zoals wortelen en sla waarbij vaak meerdere oogsten per jaar kunnen plaatsvinden.
Maïs met onderzaai is door de CDM niet als niet-uitspoelingsgevoelige teelt aangewezen,
en wordt daarom niet toegestaan als rustgewas.
Vraag 7
Bent u bereid om, in het kader van de aangekondigde actualisatie van de lijst rustgewassen
in het 8e Actieprogramma Nitraatrichtlijn, specifiek de combinatieteelt van onderzaai
in mais te laten beoordelen door de Commissie Deskundigen Meststoffenwet, inclusief
verschillende oogstscenario’s (voor 1 september, voor 1 oktober en na 15 oktober)?
Antwoord 7
Voor het opstellen van de geactualiseerde rustgewaslijst krijgt de sector de mogelijkheid
om alle gewassen, of in dit geval een combinatie van gewassen, aan te bieden voor
beoordeling door de CDM. Zoals aangekondigd in het concept 8e actieprogramma, ben ik voornemens de CDM advies te vragen over een afweegkader voor
het vaststellen van rustgewassen. Op basis van dat afweegkader kan vervolgens worden
beargumenteerd waarom een gewas wel of niet als rustgewas kan worden ingezet.
Vraag 8
Kunt u tevens toezeggen dat de criteria voor rustgewassen in de toekomst meer zullen
aansluiten bij het beoogde milieudoel (minder uitspoeling, betere bodem) in plaats
van bij een starre technische interpretatie van zaai- en oogstdatum?
Antwoord 8
Zoals in het antwoord op vraag 7 aangegeven, ben ik van plan de CDM advies te vragen
over een afweegkader voor het vaststellen van rustgewassen. Aan de hand van dit afweegkader
is het voornemen de lijst met rustgewassen te herzien. Met deze systematiek wordt
geborgd dat met de invulling van de lijst met rustgewassen het beoogde milieudoel
van de gewasrotatie, het verbeteren van bodem- en waterkwaliteit, wordt nagestreefd.
Vraag 9
Welke mogelijkheden ziet u om voor het jaar 2026 en daarna, beleidsmatig meer samenhang
te brengen tussen de GLB-waardering van onderzaai als eco-activiteit en de erkenning
van onderzaai binnen de mestwetgeving als rustgewas?
Antwoord 9
Het betreft hier twee verschillende maatregelen, het vroegtijdig inzaaien van een
vanggewas en de rotatie met rustgewassen. Uitvoering van beide maatregelen is nodig
voor het behalen van de waterkwaliteitsdoelen. Zie verder het antwoord op vraag 3.
Vraag 10
Bent u bereid om, met ingang van het teeltjaar 2026, de wet- en regelgeving aan te
passen, zodat niet langer alleen de zaaidatum ná de oogst doorslaggevend is, maar
dat ook een combinatie van een vroege teelt met tijdige onderzaai vóór 1 september
erkend kan worden als rustgewas?
Antwoord 10
Nee, op dit moment wordt maïs met onderzaai niet gezien als rustgewas. Alleen wanneer
deze combinatie op basis van het nog op te stellen afweegkader in het kader van het
8e actieprogramma voldoet als rustgewas, zal deze combinatie vanaf 2027, in de volgende
rotatie periode, eventueel kunnen worden toegestaan.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
F.M. Wiersma, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.