Brief regering : Voorhang van het ontwerp van het Tijdelijk besluit peuter-kleutergroepen
31 322 Kinderopvang
31 293
Primair Onderwijs
Nr. 590
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP
Ontvangen ter Griffie op 7 september 2026.
De voordracht voor de vast te stellen algemene maatregel van bestuur is aan de Kamer
overgelegd tot en met 5 oktober 2026.
De voordracht voor de vast te stellen algemene maatregel van bestuur kan niet eerder
worden gedaan dan op 6 oktober 2026.
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 7 september 2026
Hierbij bied ik u aan, mede namens de Minister van Werk en Participatie, het ontwerpbesluit
houdende voorschriften voor een experiment aangaande peuter- kleutergroepen verzorgd
door een samenwerking van basisscholen en kindercentra (Tijdelijk besluit peuter-kleutergroepen).
Voor de inhoud van het ontwerpbesluit verwijs ik u naar de ontwerpnota van toelichting.
Het ontwerpbesluit biedt samenwerkende scholen en kindercentra tijdelijk de mogelijkheid
om, onder voorwaarden, een gezamenlijk aanbod voor peuters en kleuters te verzorgen,
in één groep. Er is ruimte voor maximaal tweehonderd peuter-kleutergroepen. Deze worden
door middel van een aanvraagprocedure geselecteerd. De looptijd is vier jaar, met
mogelijkheid tot verlenging met twee jaar. Het doel is om inzicht te krijgen in de
gevolgen van peuter-kleutergroepen, in het bijzonder voor de ontwikkeling, het welbevinden
en de betrokkenheid van zowel peuters als kleuters. Op basis van de uitkomsten wordt
gewogen of het wenselijk is peuter-kleutergroepen structureel te verankeren in onze
wetgeving. Met het ontwerpbesluit wordt gevolg gegeven aan eerdere toezeggingen.1
De voorlegging geschiedt in het kader van de wettelijk voorgeschreven voorhangprocedure,
bedoeld in artikel 180, achtste lid, van de Wet op het primair onderwijs en artikel
3.4 van de Wet kinderopvang, en biedt uw Kamer de mogelijkheid zich uit te spreken
over het ontwerpbesluit voordat het aan de Afdeling advisering van de Raad van State
zal worden voorgelegd en vervolgens zal worden vastgesteld.
Op grond van de aangehaalde bepalingen geschiedt de voordracht aan de Koning ter verkrijging
van het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State over het ontwerpbesluit
niet eerder dan vier weken nadat het ontwerpbesluit aan beide Kamers der Staten-Generaal
is overgelegd.
Er wordt gestreefd naar inwerkingtreding van het besluit met ingang van 1 januari
2027.
Een gelijkluidende brief heb ik heden gezonden aan de voorzitter van de Eerste Kamer
der Staten-Generaal.
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
J.Z.C.M. Tielen
Indieners
J.Z.C.M. Tielen, staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap