Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Dekker over de fiscale ongelijkheid tussen eenverdieners- en tweeverdienersgezinnen
Vragen van het lid Dekker (FVD) aan de Staatssecretaris van Financiën over de fiscale ongelijkheid tussen eenverdieners- en tweeverdienersgezinnen (ingezonden 27 mei 2026).
Antwoord van Staatssecretaris Eerenberg (Financiën) (ontvangen 23 juni 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het gegeven dat bij een gelijk brutogezinsinkomen van € 70.000 een
tweeverdienersgezin door de werking van dubbele heffingskortingen netto circa € 1.100
per maand meer overhoudt dan een eenverdienersgezin?
Antwoord 1
Ja, het is mij bekend dat een tweeverdienersgezin bij een gelijk gezinsinkomen netto
meer salaris overhoudt dan een alleenverdienersgezin. Onderstaande tabel toont ter
illustratie het verschil in netto-inkomen tussen een alleenverdieners- en tweeverdienershuishouden
met een brutogezinsinkomen van € 70.000. Het netto huishoudinkomen van het tweeverdienershuishouden
ligt € 15.815 hoger dan van het eenverdienershuishouden, oftewel € 1.318 per maand.
Daarbij moet wel opgemerkt worden dat het de vraag is of beide huishoudens goed te
vergelijken zijn. Huishoudens met twee verdienende partners werken doorgaans bij elkaar
opgeteld meer dan veertig uur. Bij een gelijk huishoudinkomen hebben zij dus een lager
uurloon dan een eenverdiener. Dit rekenvoorbeeld geeft de meest extreme situatie weer
met het grootste verschil in netto huishoudinkomen tussen een alleenverdiener en tweeverdieners
met een huishoudinkomen van € 70.000; wanneer het inkomen tussen tweeverdieners ongelijker
is verdeeld, neemt het verschil in huishoudinkomen ten opzichte van een alleenverdiener
af.
Tabel – bruto en netto-inkomen alleenverdieners- en tweeverdienershuishouden1
Eenverdiener
Tweeverdiener
Tweeverdiener
Bruto inkomen
70.000
35.000
35.000
Verschuldigde inkomstenbelasting
24.368
12.133
12.133
Algemene heffingskorting
747
2.846
2.846
Arbeidskorting
4.308
5.458
5.458
IACK
–
–
3.032
Netto inkomen
47.437
30.110
33.142
Netto huishoudinkomen
47.437
63.252
Vraag 2
Acht u het rechtvaardig dat het netto besteedbaar inkomen van huishoudens met een
identiek bruto inkomen zo sterk uiteen kan lopen uitsluitend op basis van de verdeling
van dat inkomen over één of twee partners?
Antwoord 2
De belastingdruk op huishoudniveau bij een gelijk huishoudinkomen is hoger voor een
alleenverdienershuishouden dan voor een tweeverdienershuishouden. Dit is het gevolg
van de combinatie van belastingheffing op het niveau van het individu (in beginsel
wordt iedere persoon binnen het gezin belast voor zijn of haar eigen inkomen) en de
progressiviteit van het belastingstelsel. Hierdoor wordt een huishoudinkomen dat door
twee personen wordt verdiend tegen een lager (marginaal) tarief belast dan hetzelfde
inkomen dat door slechts één persoon wordt verdiend. De belastingheffing op het niveau
van het individu zorgt ervoor dat werkenden niet geconfronteerd worden met een hogere
marginale druk doordat de partner een (relatief hoog) inkomen heeft. Hierdoor is het
voor een minstverdienende partner in de regel financieel lonend om (meer) te werken.
Het kabinet is ook van mening dat werken moet lonen. Ook voorgaande kabinetten hebben
beleid gevoerd om werken meer te laten lonen. De belastingheffing op het individuele
inkomen heeft als doel arbeidsparticipatie te stimuleren en economische zelfstandigheid
te bevorderen. Een gevolg van de belastingheffing op het niveau van het individu is
dat bij de vergelijking van de belastingdruk tussen huishoudens, gekeken moet worden
naar huishoudens waarbij de individuen hetzelfde inkomen hebben. Als de vergelijking
op huishoudniveau wordt gemaakt, kan het zijn dat een huishouden waarin twee partners
in totaal acht of tien dagen moeten werken voor een inkomen worden vergeleken met
een eenverdiener die hetzelfde bedrag in vier of vijf dagen verdient. Het uurloon
van tweeverdienershuishouden ligt in dat geval lager. Deze huishoudens bevinden zich
dus niet in een vergelijkbare positie.
Vraag 3, 4, 5 en 6
Kunt u toelichten hoe het huidige fiscale stelsel rekening houdt met de verdeling
van betaalde arbeid en onbetaalde zorgtaken binnen huishoudens?
Erkent u dat onbetaalde zorgtaken een economische waarde vertegenwoordigen die momenteel
niet tot uitdrukking komt in de fiscale systematiek?
Indien het antwoord op de voorgaande vraag negatief luidt, kunt u toelichten hoe u
dit ziet?
Hoe beoordeelt u het feit dat heffingskortingen per individu worden toegekend, terwijl
bij inkomensafhankelijke regelingen juist het gezamenlijke huishoudinkomen als grondslag
geldt?
Antwoorden 3, 4, 5 en 6
De belangrijkste functie van belastingen is het genereren van voldoende inkomsten
om de overheidsuitgaven te kunnen financieren. Daarnaast kunnen belastingen dienen
als herverdelingsinstrument en gedrag beïnvloeden. Belastingen werken in principe
verstorend. Bovendien is het inkomen geen optimale maatstaf voor de draagkracht. Dit
komt doordat de herverdeling op basis van het gerealiseerde arbeidsinkomen op twee
manier gebeurt. Behalve van mensen met een hoge naar mensen met een lage verdiencapaciteit
is ook sprake van herverdeling van mensen die veel werken naar mensen die weinig werken.
Dit terwijl vrije tijd/ huishoudproductie ook waarde vertegenwoordigt.2
Het is goed om de negatieve effecten van belastingheffing op welvaart zoveel mogelijk
te beperken. Een manier om de verstorende werking van de inkomstenbelasting op het
arbeidsaanbod te beperken is de arbeidskorting die erop gericht is om de arbeidsparticipatie
te bevorderen. Daarvoor is veelal een individuele benadering in de loon- en inkomensheffing
vereist. Binnen het toeslagenstelsel speelt de functie van inkomensondersteuning een
meer nadrukkelijke rol. Om die reden is het huishoudinkomen leidend. Dit geldt vooral
voor de huurtoeslag, de zorgtoeslag en het kindgebonden budget. Bij de kinderopvangtoeslag
speelt ook het bevorderen van de arbeidsparticipatie een rol.
Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 2 staat het huidige kabinet nog steeds achter
het streven van voorgaande kabinetten naar meer arbeidsparticipatie en economische
zelfstandigheid van beide partners. Hoewel onbetaalde zorgtaken van grote waarde zijn
voor onze maatschappij en binnen huishoudens, wordt in het fiscale stelsel geen rekening
gehouden met de verdeling van onbetaalde zorgtaken en betaalde arbeid binnen huishoudens.
Het waarderen van zorgtaken via het fiscale stelsel ligt daarbij wat het kabinet betreft
– gezien het streven naar arbeidsparticipatie en het idee dat werken moet lonen –
niet direct voor de hand.
Vraag 7, 8, 9, 10 en 11
Bent u bereid te onderzoeken of een systeem waarbij het huishoudinkomen gedeeltelijk
per persoon wordt gewogen – bijvoorbeeld via een splitsingsfactor – kan bijdragen
aan een evenwichtiger verdeling van de belastingdruk?
Indien het antwoord op de voorgaande vraag negatief luidt, kunt u toelichten waarom
u hiertoe niet bereid bent?
Welke effecten verwacht u van een dergelijke aanpassing op arbeidsparticipatie, inkomensverdeling
en de uitvoerbaarheid van het belastingstelsel?
Bent u bereid de Kamer te informeren over de beleidsopties en bijbehorende voor- en
nadelen van inkomenssplitsing voor fiscale doeleinden?
Indien het antwoord op de voorgaande vraag negatief luidt, kunt u toelichten waarom
u hiertoe niet bereid bent?
Antwoord 7, 8, 9, 10 en 11
Het coalitieakkoord bevat de ambitie om het belasting- en toeslagenstelsel te vereenvoudigen
en te hervormen. Bij deze hervormingsagenda zal het kabinet ook oog hebben voor de
effecten voor de belastingdruk voor alleenverdieners en tweeverdieners. Daar zijn
eerder ook moties over aangenomen door Uw Kamer en door de Eerste Kamer.3
Het opnieuw onderzoeken van een splitsingsstelsel ligt niet voor de hand. De eerste
reden is dat recent nog een variant van een splitsingsstelsel is doorgerekend voor
de Eerste Kamer.4 In die brief zijn ook alternatieven genoemd om het verschil in belastingdruk op huishoudniveau
te verkleinen. Ook wijst de brief op enkele nadelen van een splitsingsstelsel. De
belangrijkste is dat het zou leiden tot een hogere marginale druk voor mensen met
een goed verdienende partner. Dat kan ten koste gaan van de arbeidsparticipatie en
de economische zelfstandigheid van met name vrouwen.
Een tweede reden is dat een splitsingsstelsel op gespannen voet kan staan met de doelen
van de hervormingsagenda. Het kabinet wil toe naar een stelsel dat eenvoudiger is
voor mensen. Een splitsingsstelsel kan het voor mensen juist moeilijker maken om te
begrijpen en te voorspellen hoeveel het bijvoorbeeld loont om meer uren te gaan werken.
Ondertekenaars
E. Eerenberg, staatssecretaris van Financiën
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.