Nota n.a.v. het (nader/tweede nader/enz.) verslag : Nota naar aanleiding van het verslag
36 931 Wijziging van de Wet op het financieel toezicht, de Wet toezicht accountantsorganisaties, het Burgerlijk Wetboek, en enkele andere wetten in verband met de implementatie van Verordening (EU) 2023/2859, Richtlijn (EU) 2023/2864 en Verordening (EU) 2023/2869 betreffende het Europees centraal toegangspunt (Wet implementatie Europees centraal toegangspunt)
Nr. 6
NOTA NAAR AANLEIDING VAN HET VERSLAG
Ontvangen 17 juni 2026
Inleiding
De regering is de vaste commissie voor Financiën erkentelijk voor de aandacht die
zij aan het onderhavige wetsvoorstel heeft geschonken en voor de door haar daarover
gestelde vragen. De vragen worden zo veel mogelijk beantwoord in de volgorde van het
door de commissie uitgebrachte verslag.
ALGEMEEN
§ 1. Inleiding
De leden van de CDA-fractie vragen de regering uiteen te zetten waarom implementatie
niet tijdig heeft plaatsgevonden.
Tijdens de onderhandelingen over nieuwe Europese wetgeving zet de regering in op een
implementatietermijn die past bij de Nederlandse wetgevingsprocedure. Daarbij is het
uitgangspunt dat de totstandkoming van wetgeving in Nederland minimaal twee jaar duurt.
Voor een deel van de richtlijn gold een in vergelijking daarmee te krappe implementatietermijn
van 18 maanden, die daarom bij voorbaat niet realistisch was. De regering blijft zich
in Europees verband inspannen voor passende implementatietermijnen en vraagt bij de
Europese Commissie om begrip voor de doorlooptijden van het Nederlandse wetgevingsproces.
Daarnaast speelt mee dat er sprake is van een piek aan implementatiewetgeving op het
terrein van de financiële markten. Daarom wordt de procesbeheersing geïntensiveerd
door vroegtijdig te starten met het opstellen van conceptwetgeving, waar mogelijk
parallelle consultatie en advisering te voeren en een stringente handhaving van beleidsluwe
omzetting. Dit betekent dat er in beginsel geen additionele nationale koppen of beleidswensen
aan het wetsvoorstel worden toegevoegd, waardoor het wetgevingsproces puur technisch
blijft en daardoor het proces sneller kan worden doorlopen. Daarnaast wordt aan Europese
implementatietrajecten voorrang gegeven boven het opstellen van nationale wetgeving.
Daarnaast vragen de leden van de CDA-fractie of de regering tevens kan aangeven of
de Europese Commissie inmiddels opmerkingen heeft gemaakt over de overschrijding van
de implementatietermijn, dan wel of sprake is van een risico op een ingebrekestellingsprocedure?
Het ESAP-pakket kent twee implementatiedeadlines: voor informatieverplichtingen op
grond van de Transparantierichtlijn (artikel 3 van de richtlijn ESAP) geldt de implementatiedatum
van 10 juli 2025. De overige artikelen uit de richtlijn ESAP dienden op 10 januari
2026 te zijn geïmplementeerd. De Europese Commissie heeft Nederland op 24 september
2025 respectievelijk 26 maart 2026 in gebreke gesteld voor het overschrijden van de
uiterste implementatiedata van de richtlijn ESAP. Op 29 april 2026 heeft de Europese
Commissie een met redenen omkleed advies gestuurd. De uiterlijke reactiedatum is 29 juni
2026. Er bestaat een risico dat de ontijdige implementatie voor de Europese Commissie
aanleiding is om een inbreukprocedure tegen Nederland te beginnen bij het Hof van
Justitie van de EU.
Daarnaast vragen de leden van de CDA-fractie welke gevolgen de verlate implementatie
heeft voor ondernemingen die informatie moeten aanleveren aan de betrokken verzamelende
instanties, zoals de AFM, DNB en de Kamer van Koophandel.
De vertraging bij de implementatie heeft vooralsnog geen invloed op de geplande inwerkingtreding
en werking van het ESAP op Europees niveau aangezien het ESAP pas vanaf de zomer 2027
beschikbaar zal zijn. Er worden geen praktische gevolgen verwacht voor ondernemingen
die informatie moeten aanleveren als de implementatie voor die tijd is afgerond en
zij tijdig de vereiste informatie versturen naar de verzamelende instanties.
De leden van de ChristenUnie-fractie vragen in hoeverre de doelstellingen om transparantie
te vergroten en de toegang tot financiering te verbeteren ook daadwerkelijk bereikt
worden voor het midden- en kleinbedrijf, en niet voornamelijk ten goede komen aan
grote, internationaal opererende ondernemingen.
Het doel van ESAP is onder andere het vergroten van de zichtbaarheid van Europese
ondernemingen en daardoor investeringsbeslissingen in bedrijven makkelijker te maken.
Daarom wordt informatie centraal toegankelijk gemaakt. Het gaat dan bijvoorbeeld om
bestuursverslagen, prospectussen, duurzaamheidsinformatie en informatie over financiële
instrumenten. Deze informatie moet worden aangeleverd door grote ondernemingen, zoals
de ondernemingen die onder de richtlijn duurzaamheidsverslaggeving vallen, maar ook
door het midden- en kleinbedrijf (MKB) voor zover zij onder de specifieke (financiële)
regelgeving vallen. Daarnaast krijgt het MKB vanaf 2030 ook de mogelijkheid om vrijwillig
informatie aan te leveren voor het ESAP. Hierdoor wordt ook de informatie over het
MKB beter toegankelijk voor investeerders en komt het ESAP ook ten goede aan het MKB.
Voorts vragen de leden van de ChristenUnie-fractie hoe de regering de bredere maatschappelijke
meerwaarde van het ESAP beoordeelt. In hoeverre draagt deze maatregel bij aan een
eerlijkere en beter functionerende economie en hoe wordt voorkomen dat verdere datacentralisatie
vooral de positie van grote marktpartijen versterkt?
Doordat alle openbare financiële en duurzaamheidsgerelateerde informatie van Europese
bedrijven centraal toegankelijk wordt gemaakt, wordt de zichtbaarheid van zowel grote
ondernemingen als kleinere ondernemingen vergroot. Dit kan juist voordelen hebben
voor kleinere ondernemingen (MKB) omdat hun bedrijfsinformatie makkelijker vindbaar
is voor zowel Nederlandse als buitenlandse investeerders.
§ 2. Inhoud richtlijn ESAP, verordening oprichting ESAP en verordening ESAP
§ 2.1. Doel ESAP
De leden van de D66-fractie vragen welke signalen er zijn dat de huidige beschikbaarheid
van informatie een belemmering vormt voor investeringen en de werking van de Europese
kapitaalmarkt.
De huidige informatie over ondernemingen is voor potentiële investeerders niet altijd
makkelijk vindbaar. De informatie die openbaar dient te worden gemaakt staat bijvoorbeeld
op websites van de betreffende ondernemingen of in nationale openbare registers. Bovendien
is de informatie niet in hetzelfde format beschikbaar waardoor de informatie moeilijk
te vergelijken is. Het ESAP maakt informatie over ondernemingen en financiële producten
centraal toegankelijk. Hierdoor kunnen investeerders eenvoudiger en beter inzicht
krijgen in bedrijfsactiviteiten en producten van ondernemingen.
Voorts vragen de leden van de D66-fractie of de regering kan toelichten welke voordelen
voor de kapitaalmarktunie naar verwachting specifiek komen vanuit ESAP en welke andere
maatregelen nodig zijn of bijdragen aan versterking van de kapitaalmarktunie.
De regering is groot voorstander van het versterken van de kapitaalmarktunie en ziet de urgentie om voortgang te maken. De inzet van de regering stoelt op
drie pijlers: sterker toezicht, meer en divers kapitaalaanbod en eenduidigere regels.1 Het onderhavige wetsvoorstel is hier een onderdeel van en kent zijn oorsprong in
het tweede actieplan voor de kapitaalmarktunie uit 2020.2 Met het wetsvoorstel wordt een belangrijke stap in de juiste richting gezet. Het
ESAP maakt informatie over ondernemingen en financiële producten centraal toegankelijk.
Hierdoor kunnen investeerders meer inzicht krijgen in bedrijfsactiviteiten en producten
van ondernemingen. Dit moet zorgen voor betere toegang tot financiering voor Europese
bedrijven en integratie van de kapitaalmarkten.
Van een voltooide kapitaalmarktunie is echter nog geen sprake. De regering is momenteel
betrokken bij verschillende wetgevingsinitiatieven op Europees niveau om de kapitaalmarkten
verder te verdiepen en te integreren. Deze initiatieven volgen uit de Commissiemededeling
over de spaar- en investeringsunie.3 Een belangrijk onderdeel hiervan is de inzet van de regering om snel tot een ambitieus
akkoord op het kapitaalmarktintegratie- en toezichtcentralisatiepakket te komen. Hierbij trekt Nederland onder
meer gezamenlijk op met Duitsland, Frankrijk, Italië, Spanje en Polen (de zogenoemde
«E6»). Ook onderzoekt de regering momenteel nationaal de mogelijkheden om beleggen
fiscaal te stimuleren. De verwachting is dat dit onderzoek voor het einde van het
jaar naar de Tweede Kamer wordt verzonden. Voor de precieze inzet en prioriteiten
binnen Europese onderhandelingen verwijs ik naar de met uw Kamer gedeelde BNC-fiches
over voorstellen van de Europese Commissie en de kabinetsinzet voor de kapitaalmarktunie.4
De leden van D66-fractie vragen in hoeverre er een kans bestaat dat ondernemingen
toch aanvullende werkzaamheden moeten verrichten om informatie beschikbaar te maken?
Ondernemingen zullen wel werkzaamheden dienen te verrichten om de informatie die reeds
openbaar dient te worden gemaakt aan te leveren bij de verzamelende instantie. De
jaarlijkse nalevingskosten hiervan worden geschat op € 260 per onderneming. Daarnaast
dienen ondernemingen een Legal Entitiy Identifier (LEI) te hebben en informatie in een gestandaardiseerd format aan te leveren bij
de verzamelende instantie. De informatie moet namelijk worden aangeleverd bij de verzamelende
instantie in een voor data-extractie geschikt format.
§ 2.2. Oprichting en functioneren ESAP
De leden van de CDA-fractie vragen of de regering kan aangeven in hoeverre vertragingen
bij de implementatie in lidstaten invloed hebben op de geplande inwerkingtreding en
werking van het ESAP op Europees niveau?
De vertragingen bij de implementatie in de lidstaten hebben vooralsnog geen invloed
op de geplande inwerkingtreding en werking van het ESAP op Europees niveau aangezien
het ESAP pas vanaf de zomer 2027 beschikbaar zal zijn. Bovendien treden de artikelen
met betrekking tot het aanleveren van informatie ten behoeve van openbaarmaking op
ESAP op verschillende tijdstippen in werking treden. Vanaf 10 juli 2026 dienen uitgevende
instellingen informatie aan te leveren bij de AFM op grond van artikel 5:25m, tiende
lid, Wft. Beheerders van icbe’s dienen bijvoorbeeld het prospectus, jaarrekening en
bestuursverslag op grond van de artikelen 4:49, zevende lid en 4:52, vijfde lid, Wft
aan te leveren bij de AFM met ingang van 10 januari 2028. Op 10 januari 2030 zullen
de overige artikelen in werking treden. Door deze geleidelijke invoering zullen de
informatieverplichtingen op grond van de desbetreffende Europese verordeningen en
richtlijnen binnen vier jaar binnen de werkingssfeer van het ESAP worden gebracht.
§ 3. Inhoud wetsvoorstel
De leden van de D66-fractie vragen of de regering kan toelichten hoe de doelstellingen
van de Implementatiewet noteringen en benchmarks zich verhouden tot de implementatie
van ESAP? In hoeverre blijven de lastenverlichtingen uit de Implementatiewet noteringen
en benchmarks behouden wanneer ondernemingen moeten voldoen aan de eisen uit ESAP?
Het wetsvoorstel Implementatiewet noteringen en benchmarks strekt tot implementatie
en uitvoering van een Europees wetgevingspakket (de Listing Act).5 Hiermee wordt beoogd om de toegang tot de publieke markten voor (mkb-)ondernemingen
te verbeteren door de regels voor de toegang tot de handel op een gereglementeerde
markt, multilaterale handelsfaciliteit (MTF) of mkb-groeimarkt te vereenvoudigen en
te harmoniseren alsmede de administratieve lasten te verminderen. Hierdoor wordt het
met name voor mkb-ondernemingen makkelijker om een beursnotering te krijgen, zodat
hun aandelen (en andere effecten) breed verkrijgbaar zijn op de publieke kapitaalmarkt.
Dit maakt het voor mkb-ondernemingen eenvoudiger om financiering aan te trekken bij
een breed beleggerspubliek. Het ESAP heeft ook als doel om ondernemingen beter in
staat te stellen financiering aan te trekken. Hiertoe beoogt ESAP de zichtbaarheid
van ondernemingen voor investeerders te vergroten door relevante informatie Europees
en centraal toegankelijk te maken. De regering ziet beide implementatievoorstellen
daarom als een bijdrage aan versterking van de kapitaalmarktunie en verdere integratie
van de kapitaalmarkten.
Het voorstel voor de Wet implementatie Europees centraal toegangspunt doet geen afbreuk
aan de lastenverlichtingen die voortvloeien uit het wetsvoorstel Implementatiewet
noteringen en benchmarks. De informatie die voortaan ook toegankelijk wordt gemaakt
op het ESAP vloeit voort uit bestaande openbaarmakingsverplichtingen en zorgt in die
zin voor beperkte lasten voor ondernemingen. Bij de implementatie van het ESAP zet
de regering ook nadrukkelijk in op een zo lastenluw mogelijke implementatie die erop
is gericht om eventuele dubbele verplichtingen voor ondernemingen te voorkomen.
§ 3.1. Verzamelende instanties
De leden van de CDA-fractie vragen de regering hoe wordt gewaarborgd dat de termijn
van 60 minuten die de verzamelende instanties hebben om de ontvangen informatie door
te geleiden naar het ESAP in de praktijk daadwerkelijk wordt gehaald?
De verzamelende instanties dienen binnen 60 minuten de ontvangen informatie door te
geleiden naar ESAP. De verzamelende instanties verstrekken de informatie aan het ESAP
via een application programming interface (API). De informatie zal door middel van deze API worden doorgeleid naar het ESAP.
Dit vindt dus geautomatiseerd plaats, waardoor gewaarborgd is dat de informatie binnen
60 minuten is doorgeleid naar het ESAP.
Deze leden van de CDA-fractie vragen daarnaast of de regering kan toelichten welke
gevolgen het heeft indien de AFM, DNB of de KvK deze termijn onverhoopt niet halen.
Komt een dergelijke vertraging voor rekening en risico van de verzamelende instantie,
of kan dit ook negatieve gevolgen hebben voor de achterliggende onderneming of beheerder
van een beleggingsinstelling die de informatie tijdig heeft aangeleverd?
De verzamelende instantie is verantwoordelijk voor het tijdig verstrekken van de informatie
aan het ESAP. Indien de verzamelde instantie niet binnen de termijn de informatie
heeft verstrekt aan het ESAP, dan heeft dit geen negatieve gevolgen voor de onderneming
of beheerder die de desbetreffende informatie tijdig heeft aangeleverd.
§ 3.2. Informatieverstrekking
De leden van de JA21-fractie vragen of de regering nader kan toelichten hoe in de
praktijk strikt wordt vastgehouden aan het principe van eenmalige uitvraag en meervoudig
gebruik. Hoe wordt concreet gewaarborgd dat ondernemingen gegevens niet dubbel hoeven
aan te leveren, handmatig hoeven te dupliceren of in afwijkende formaten in verschillende
systemen moeten invoeren?
De regering zet in op een zo lastenluw mogelijke implementatie voor ondernemingen.
Er wordt nadrukkelijk aandacht besteed aan het voorkomen van dubbele verplichtingen
in de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel. Daar is bijvoorbeeld aangegeven
dat indien een onderneming de informatie conform de vereisten van ESAP aan de AFM
als verzamelende instantie verstrekt, zij wordt geacht te hebben voldaan aan haar
verplichting op grond van bestaand recht. Waar dat nodig is zijn daarvoor ook extra
leden toegevoegd in het wetsvoorstel. Op deze manier wordt voorkomen dat ondernemingen
informatie dubbel dienen aan te leveren of de informatie in afwijkende formaten dienen
te verstrekken.
De leden van de JA21-fractie vragen verder om toe te lichten of de bestaande nationale
deponerings- en rapportagestromen (zoals via de KvK, de AFM of DNB) volledig geautomatiseerd
achter de schermen naar het ESAP kunnen worden doorgeleid, zodat extra administratieve
handelingen en operationele kosten voor het bedrijfsleven worden voorkomen.
Indien entiteiten de voorgeschreven informatie hebben ingediend in het juiste format
en onder vermelding van de voorgeschreven metadata bij de betreffende verzamelende
instantie, dan zal de verzamelende instantie (de AFM, DNB of KvK) die informatie geautomatiseerd
doorgeleiden naar het ESAP. ESMA zorgt er vervolgens voor dat de door de verzamelende
instanties aangeleverde informatie na de indiening door de ondernemingen zonder onnodige
vertraging op het ESAP toegankelijk wordt gemaakt.
§ 3.3. Vrijwillig ingediende informatie
De leden van de VVD-fractie vragen hoe de regering voorkomt dat vrijwillige deponering
via ESAP leidt tot informatievervuiling of strategische marketing en welke rol hebben
verzamelende instanties bij het bewaken van de kwaliteit zonder inhoudelijke toetsing?
Vanaf 10 januari 2030 kunnen ondernemingen vrijwillig informatie bij de verzamelende
instantie aanleveren ten behoeve van openbaarmaking op het ESAP. De vrijwillig verstrekte
informatie dient qua inhoud, waarde, bruikbaarheid en betrouwbaarheid vergelijkbaar
te zijn met die verplichte informatie. Het moet gaan om informatie die relevant is
voor financiële diensten en kapitaalmarkten, duurzaamheid en diversiteit. Informatie
die op vrijwillige basis wordt ingediend, moet duidelijk als zodanig worden aangemerkt.
Marketinginformatie valt hier niet onder. Ondernemingen zijn zelf verantwoordelijk
dat uitsluitend relevante informatie wordt aangeleverd bij de verzamelende instantie.
Ondernemingen dienen ook voor de volledigheid en nauwkeurigheid van de aangeleverde
informatie te zorgen. De verzamelende instanties dienen informatie af te wijzen of
te verwijderen van het ESAP indien zij, bijvoorbeeld na ontvangst van de vrijwillig
verstrekte informatie, vaststellen dat die buiten het toepassingsgebied van de verordening
oprichting ESAP valt (zie artikel 1, eerste lid, verordening oprichting ESAP).
§ 3.4. Enige lidstaatoptie: gekwalificeerd elektronisch zegel
De leden van de CDA-fractie vragen de regering in hoeverre ondernemingen momenteel
reeds vrijwillig gebruikmaken van elektronische zegels om de betrouwbaarheid en herkomst
van gegevens verder te waarborgen. Daarnaast vragen deze leden van de CDA-fractie
of inzichtelijk is welke andere lidstaten wel gebruikmaken van deze lidstaatoptie.
Kan de regering aangeven of het risico bestaat dat Nederlandse ondernemingen hierdoor
binnen de Europese context een uitzonderingspositie krijgen, bijvoorbeeld ten aanzien
van de betrouwbaarheid of verificatie van aangeleverde gegevens?
Voor zover bekend maken ondernemingen op dit moment weinig gebruik van een gekwalificeerd
elektronisch zegel om de betrouwbaarheid en herkomst van gegevens te waarborgen. Dat
is ook niet noodzakelijk. De AFM heeft bijvoorbeeld meerdere manieren om de betrouwbaarheid
of herkomst van gegevens te waarborgen. Ten eerste wordt gebruik gemaakt van het AFM-portaal.
Toegang is gereguleerd via een account met een wachtwoord, waarbij ondernemingen alleen
gegevens kunnen aanleveren binnen hun specifieke profiel en verantwoordelijkheid.
Ten tweede zorgt meerfactorauthenticatie ervoor dat de identiteit van de aanleverende
partij extra wordt geverifieerd. Ten slotte zijn door ESMA technische specificaties
en aanleverformats voorgeschreven waardoor gegevens op een gestandaardiseerde en controleerbare
wijze worden aangeleverd en verwerkt.
Naar verwachting zullen de meeste lidstaten ook geen gebruik maken van de lidstaatoptie
om voor te schrijven dat ondernemingen gebruik dienen te maken van een gekwalificeerd
elektronisch zegel. Daarom geldt er voor Nederlandse ondernemingen geen uitzonderingspositie
wat betreft de betrouwbaarheid en verificatie van de aangeleverde gegevens.
De leden van de ChristenUnie-fractie vragen of de regering nader kan toelichten of
door de keuze om geen gebruik te maken van de mogelijkheid tot een gekwalificeerd
elektronisch zegel risico’s ontstaan voor de betrouwbaarheid of herkomst van gegevens
en hoe deze op andere wijze worden geadresseerd?
Ondernemingen dienen de informatie te verstrekken aan de verzamelende instantie onder
vermelding van een aantal metadata. Dan gaat het bijvoorbeeld om de naam, de identificatiecode
(LEI) en de grootte van de onderneming. Aangezien ondernemingen een identificatiecode
dienen te verstrekken, kan ook worden nagegaan van welke onderneming de verstrekte
informatie afkomstig is. Daarbij geldt dat verzamelende instanties ook andere manieren
hebben om de betrouwbaarheid of herkomst van gegevens te waarborgen. Bij de AFM wordt
bijvoorbeeld gebruik gemaakt van het AFM-portaal, waar ondernemingen alleen gegevens
kunnen aanleveren binnen hun specifieke profiel en verantwoordelijkheid. Verder zorgt
meerfactorauthenticatie ervoor dat de identiteit van de aanleverende partij extra
wordt geverifieerd. Bovendien zijn door ESMA technische specificaties en aanleverformats
voorgeschreven waardoor gegevens op een gestandaardiseerde en controleerbare wijze
worden aangeleverd en verwerkt.
§ 4. Gevolgen voor het bedrijfsleven
§ 4.1. Regeldrukgevolgen
De leden van de D66-fractie vragen of de regering kan toelichten welke gevolgen de
beperking van de reikwijdte van de CSRD heeft voor de hoeveelheid en vergelijkbaarheid
van duurzaamheidsinformatie die via ESAP beschikbaar zal komen?
Op grond van artikel 33 bis van de richtlijn jaarrekening (artikel 9 richtlijn ESAP)
moet bepaalde jaarverslaggeving van beursvennootschappen en grote ondernemingen op
het ESAP terecht komen. Het gaat onder andere om de jaarrekening, het bestuursverslag,
de duurzaamheidsrapportering en daaraan gerelateerde accountantsverklaringen. Deze
verplichting geldt voor ondernemingen die op basis van de richtlijn duurzaamheidsrapportering
(hierna: CSRD)6 verplicht zijn tot openbaarmaking van een duurzaamheidsrapportering of een verslag
inzake de duurzaamheid. De CSRD is recent gewijzigd door de Wijzigingsrichtlijn.7 Met name het toepassingsbereik van de verplichting tot duurzaamheidsrapportering
is ingeperkt: deze verplichting geldt nu voor vennootschappen met een netto-omzet
van meer dan € 450 miljoen en meer dan duizend werknemers, moedermaatschappijen van
groepen die geconsolideerd aan diezelfde criteria voldoen en dochtermaatschappijen
(en bijkantoren) met een netto-omzet van € 200 miljoen, die dochter zijn van buiten
de EU en EER gevestigde ondernemingen die in de EU een netto-omzet van € 450 miljoen
hebben. De eerste en tweede categorie vennootschappen komen neer op ongeveer 220 ondernemingen.
De omvang van de derde categorie is niet in te schatten, vooral omdat de omzet van
internationale concerns in de EU niet bekend is en omdat het bijvoorbeeld ook mogelijk
is dat een dochtervennootschap in een andere EU-lidstaat de taak heeft om voor de
hele EU dat verslag inzake duurzaamheid openbaar te maken. De beperking van de reikwijdte
van de CSRD heeft geen gevolgen voor de vergelijkbaarheid van de duurzaamheidsinformatie
maar het beperkt wel de hoeveelheid duurzaamheidsinformatie die via ESAP beschikbaar
zal komen.
De leden van de VVD-fractie vragen of de regering nader kan onderbouwen welke concrete
toegevoegde waarde ESAP biedt bovenop bestaande nationale en Europese publicatieverplichtingen
en hoe wordt voorkomen dat ESAP in de praktijk vooral leidt tot extra administratieve
handelingen zonder aantoonbaar effect op investeringsbeslissingen?
De bestaande openbaarmakingsverplichtingen verschillen in de manier waarop bepaalde
informatie openbaar moet worden gemaakt. Dat moet dan bijvoorbeeld door een openbaar
bericht op de website van de onderneming of doordat de AFM de betreffende informatie
opneemt in haar register. Dit zorgt ervoor dat bepaalde informatie verspreid openbaar
is gemaakt en in sommige gevallen kan het lastig zijn om relevante informatie te vinden,
vooral voor investeerders uit het buitenland. Hetzelfde geldt voor investeerders uit
Nederland die informatie willen vinden van buitenlandse ondernemingen. Het ESAP zorgt
ervoor dat informatie op Europees niveau centraal toegankelijk is. De toegevoegde
waarde is vervolgens dat ondernemingen zichtbaarder worden en investeerders makkelijker
investeringsbeslissingen kunnen maken.
In de verordening oprichting ESAP8 is bepaald dat uiterlijk op 10 januari 2029 de Europese Commissie, in het kader van
de evaluatie van de ESAP-regels, zal komen met een verslag over de uitrol, het functioneren
en de doeltreffendheid van het ESAP. In dit verslag zal onder andere worden ingegaan
op de impact van het ESAP op de zichtbaarheid van ondernemingen en de toegang tot
informatie.
De leden van de VVD-fractie vragen hoe realistisch de regering de raming van € 260
structurele regeldrukkosten per onderneming per jaar acht, gelet op de benodigde IT-aanpassingen,
kennisopbouw en formatconversies. Op welke wijze wordt gemonitord of deze kosten in
de praktijk niet hoger uitvallen?
Ondernemingen zullen werkzaamheden dienen te verrichten om de informatie die reeds
openbaar dient te worden gemaakt aan te leveren bij een verzamelende instantie. Daarnaast
dienen ondernemingen een Legal Entitiy Identifier (LEI) te hebben. Uit het impact
assessment9 van de Europese Commissie blijkt dat de jaarlijkse nalevingskosten hiervan worden
geschat op € 260 per onderneming. Verder dienen bedrijven informatie in een gestandaardiseerd
format aan te leveren bij de verzamelende instantie. De informatie moet namelijk worden
aangeleverd bij de verzamelende instantie in een voor data-extractie geschikt formaat.
Uiterlijk op 10 januari 2029 dient de Europese Commissie een verslag in bij het Europees
Parlement en de Raad over de uitrol, het functioneren en de doeltreffendheid van ESAP.
In dit verslag zal ook aandacht worden besteed aan de door ondernemingen en verzamelende
instanties gemaakte kosten.
De leden van de CDA-fractie vragen de regering wanneer nader inzicht wordt gegeven
in de precieze eisen waaraan het voor dataextractie geschikte format moet voldoen.
De Europese Commissie heeft lagere regelgeving uitgewerkt waarin nader inzicht wordt
gegeven in de vereisten waaraan de formats en metadata moet voldoen.10 Daaruit blijkt bijvoorbeeld dat een PDF een voor dataextractie geschikt formaat is.
Daarnaast vragen de leden van de CDA-fractie wanneer de regering verwacht meer inzicht
te hebben in de exacte kosten die gepaard gaan met het aanleveren van informatie in
de vereiste formats en met de bijbehorende metadataverplichtingen.
Ondernemingen dienen de informatie in een voor data-extractie geschikt formaat aan
te leveren bij de verzamelende instantie. De Europese Commissie zal bij de evaluatie
van de ESAP-regels ook de door ondernemingen en verzamelende instanties gemaakte kosten
evalueren. Uiterlijk op 10 januari 2029 dient de Europese Commissie het verslag van
de evaluatie te hebben afgerond.
§ 4.2. Adviescollege toetsing regeldruk (ATR)
De leden van de CDA-fractie vragen de regering of inmiddels kan worden toegezegd dat
ondernemingen tijdig duidelijke informatie, ondersteuning en praktische handreikingen
zullen ontvangen voorafgaand aan de inwerkingtreding van de verplichtingen.
De leden van de ChristenUnie-fractie vragen hoe uitvoering wordt gegeven aan de aanbeveling
van het ATR om laagdrempelige ondersteuning voor ondernemingen beschikbaar te stellen.
Wanneer en op welke wijze zal deze ondersteuning concreet worden ingericht?
Hier ligt onder andere een taak voor de Autoriteit Financiële Markten, de Nederlandsche
Bank en de Kamer van Koophandel (KvK) als verzamelende instantie om richting ondernemingen
duidelijk te maken welke informatie vanaf wanneer dient te worden aangeleverd ten
behoeve van openbaarmaking op het ESAP. Van de AFM begrijp ik dat ondernemingen indien
nodig altijd ondersteuning of verduidelijking kunnen vragen. Daarnaast heeft ESMA
aangegeven dat zij samen met de verzamelende instanties een communicatieplan gaat
opstellen, om bijvoorbeeld informatie te geven via webinars en mailings.
§ 4.3. Uitvoeringstoetsen DNB, AFM en KvK
De leden van de VVD-fractie vragen of de regering nader kan toelichten hoe wordt geborgd
dat de AFM, DNB en met name de KvK tijdig beschikken over voldoende capaciteit en
IT-infrastructuur, en welke risico’s worden gezien als deze randvoorwaarden niet tijdig
zijn ingevuld?
De AFM en DNB geven beide in hun uitvoeringstoets aan dat ESAP in principe uitvoerbaar
is. Voor DNB geldt dat de inrichting van de IT-voorzieningen uitvoerbaar en haalbaar
is, en dat voor hen de inspanningen en ontwikkelkosten beperkt zullen zijn. Voor de
AFM geldt ook dat binnen het huidige kostenkader budget beschikbaar is gesteld voor
de eerste fase van ESAP en de implementatie. Uit de uitvoeringstoets van de AFM blijkt
wel dat deze middelen mogelijk ontoereikend zijn om alle benodigde IT-investeringen
te dekken voor het gehele ESAP-pakket. Het is nog te vroeg om in te gaan op eventuele
gevolgen daarvan.
De KvK geeft in hun uitvoeringstoets aan dat zij afhankelijk zijn van Logius voor
de uitvoering van de verplichtingen die voortvloeien uit de Wet implementatie Europees
centraal toegangspunt. Logius zal het portaal beheren waar ondernemingen de informatie
naartoe moeten sturen als zij die aanleveren bij de KvK. De KvK zal in 2028 voor het
eerst informatie ontvangen ten behoeve van het ESAP. Logius en de KvK hebben daarom
nog de tijd om zich voor te bereiden. Als dit niet op tijd lukt, zal de KvK andere
(handmatige) mogelijkheden verkennen om de informatie te ontvangen en door te sturen
naar het ESAP.
De leden van de VVD-fractie vragen of de regering een actuele stand van zaken kan
geven over de ontwikkeling en inrichting van het portaal door Logius? Acht de regering
tijdige oplevering nog steeds haalbaar? Welke alternatieve oplossingen zijn inmiddels
uitgewerkt voor het geval het portaal niet tijdig gereed is, en in hoeverre zijn deze
uitvoerbaar voor ondernemingen, de KvK en andere betrokken partijen? Wordt, indien
blijkt dat het portaal niet tijdig operationeel kan zijn en alternatieve oplossingen
onvoldoende soelaas bieden, ook overwogen om de inwerkingtreding of implementatie
van de betreffende verplichtingen uit te stellen? Zo nee, waarom niet?
De regering gaat er in principe vanuit dat de KvK en Logius de ESAP-verplichtingen
tijdig kunnen nakomen. Er bestaat een risico dat het portaal van Logius niet op tijd
gereed is voor de eerste stroom aan informatie. Voor Logius is IT niet de grootste
uitdaging. Die ligt vooral bij de beschikbare capaciteit en vergt daarom prioritering
binnen de organisaties. Als dit ertoe leidt dat de uitvoering van de ESAP-verplichtingen niet op tijd lukt, zal de KvK andere (handmatige) mogelijkheden verkennen
om de informatie te ontvangen en door te sturen naar het ESAP. Eventuele alternatieven
zijn minder wenselijk omdat er dan mogelijk meer onduidelijkheid is voor ondernemingen.
Daarom ligt het voor de hand dat wordt ingezet op investeringen die ervoor zorgen
dat de uitvoering door de KvK toekomstbestendig wordt ingericht.
De leden van de CDA-fractie vragen of vertragingen door de werkwijze van de uitvoering
van de KvK negatieve gevolgen kunnen hebben voor de achterliggende ondernemingen die
hun informatie tijdig hebben aangeleverd. De leden van de CDA-fractie vragen de regering
daarom hoe wordt voorkomen dat een dergelijke situatie ontstaat. Is inmiddels meer
duidelijkheid ontstaan over de tijdige beschikbaarheid van een goed functionerend
ICT-systeem voor de gegevensuitwisseling via de Kamer van Koophandel?
De verzamelende instantie is verantwoordelijk voor het tijdig verstrekken van de informatie
aan het ESAP. Indien de verzamelde instantie niet binnen de termijn de informatie
heeft verstrekt aan het ESAP, dan heeft dit geen negatieve gevolgen voor de onderneming
of beheerder die de desbetreffende informatie tijdig heeft aangeleverd. Tegelijkertijd
kan vertraging aan de kant van een verzamelende instantie er wel voor zorgen dat informatie
van ondernemingen minder snel zichtbaar zal worden op het ESAP, wat ten koste gaat
van de Europese zichtbaarheid van de onderneming.
De regering gaat er in principe vanuit dat de Kvk en Logius de ESAP-verplichtingen
tijdig kunnen nakomen. Als de uitvoering van de ESAP-verplichtingen van de KvK niet
op tijd lukt, zal de KvK andere (handmatige) mogelijkheden verkennen om de informatie
te ontvangen en door te sturen naar het ESAP. Eventuele alternatieven zijn minder
wenselijk omdat er dan mogelijk meer onduidelijkheid is voor ondernemingen. Daarom
ligt het voor de hand dat wordt ingezet op investeringen die ervoor zorgen dat de
uitvoering door de KvK toekomstbestendig wordt ingericht.
De leden van de ChristenUnie-fractie vragen welke waarborgen er zijn dat de benodigde
IT-systemen tijdig gereed zijn, mede gelet op de afhankelijkheid van Logius. Welke
risico’s bestaan bij vertraging en welke maatregelen worden genomen om te voorkomen
dat ondernemingen hiermee worden geconfronteerd?
De KvK geeft in hun uitvoeringstoets aan dat zij afhankelijk zijn van Logius voor
de uitvoering van de verplichtingen die voortvloeien uit de Wet implementatie Europees
centraal toegangspunt. Logius zal het portaal beheren waar ondernemingen de informatie
naartoe moeten sturen als zij die aanleveren bij de KvK. De KvK zal in 2028 voor het
eerst informatie ontvangen ten behoeve van het ESAP. Logius en de KvK hebben daarom
nog de tijd om zich voor te bereiden. Als dit niet op tijd lukt, zal de KvK andere
(handmatige) mogelijkheden verkennen om de informatie te ontvangen en door te sturen
naar het ESAP.
Onderneming worden zo min mogelijk geconfronteerd met eventuele ontijdige uitvoering
van de ESAP verplichtingen door verzamelende instanties. De verzamelende instantie
is verantwoordelijk voor het tijdig verstrekken van de informatie aan het ESAP. Indien
de verzamelde instantie niet binnen de termijn de informatie heeft verstrekt aan het
ESAP, dan heeft dit geen negatieve gevolgen voor de onderneming of beheerder die de
desbetreffende informatie tijdig heeft aangeleverd.
Daarnaast vragen de leden van de ChristenUnie-fractie hoe wordt geborgd dat de uitvoerende
instanties beschikken over voldoende middelen om hun nieuwe taken adequaat uit te
voeren.
De AFM en DNB geven beiden in hun uitvoeringstoets aan dat ESAP in principe uitvoerbaar
is. Voor DNB geldt dat de inrichting van de IT-voorzieningen uitvoerbaar en haalbaar
is, en dat voor hen de inspanningen en ontwikkelkosten beperkt zullen zijn. Voor de
AFM geldt ook dat binnen het huidige kostenkader budget beschikbaar is gesteld voor
de eerste fase van ESAP en de implementatie. Uit de uitvoeringstoets van de AFM blijkt
wel dat deze middelen mogelijk ontoereikend zijn om alle benodigde IT-investeringen
te dekken voor het gehele ESAP-pakket. Het is nog te vroeg om in te gaan op eventuele
gevolgen daarvan. De KvK begroot in de uitvoeringstoets de eenmalige kosten op ongeveer
€ 747.000,– en de jaarlijkse structurele kosten op € 146.000,–. De regering zal ervoor
zorgen dat deze middelen aan de KvK ter beschikking worden gesteld.
§ 4.4. Andere gevolgen
De leden van de VVD-fractie vragen hoe de regering waarborgt dat middelgrote ondernemingen
niet alsnog onevenredig worden geraakt door indirecte ESAP-verplichtingen, bijvoorbeeld
via groepsrapportages of verwachtingen vanuit de markt.
De ESAP-verplichtingen vloeien direct voort uit de Wet implementatie Europees centraal
toegangspunt. Ondernemingen die onder de in dit wetsvoorstel gestelde regels vallen,
moeten zich aan de openbaarmakingsverplichting van ESAP houden. Dat geldt niet voor
andere ondernemingen. De ESAP-verplichtingen gelden voornamelijk voor grote ondernemingen,
zoals de ondernemingen die onder de richtlijn duurzaamheidsverslaggeving vallen, maar
ook voor het MKB voor zover zij onder de specifieke (financiële) regelgeving vallen.
Bij deze reikwijdte is rekening gehouden met de proportionaliteit van de lasten voor
ondernemingen.
§ 5. Marktconsultaties
§ 5.1. Algemeen
De leden van de christenUniefractie vragen hoe de regering waarborgt dat de belangen
van kleinere ondernemingen en andere relevante stakeholders in voldoende mate zijn
meegenomen.
VNO-NCW verzoekt in haar consultatiereactie onder meer om het toepassingsgebied van
het wetsvoorstel niet uit te breiden naar andere rechtspersonen of vormen van verslaggeving
zolang daar geen Europees besluit aan ten grondslag ligt. Het toepassingsgebied van
het wetsvoorstel sluit aan bij het toepassingsgebied van de richtlijn ESAP en gaat
niet verder dan dat. De voorschriften zijn niet uitgebreid naar andere rechtspersonen
of vormen van verslaggeving. Op deze manier is bij het opstellen van het wetsvoorstel
rekening gehouden met de belangen van kleinere ondernemingen en andere relevante stakeholders.
Daarnaast vragen de leden van de christenUniefractie of de regering nader kan reflecteren
op de ontvangen reacties van stakeholders en in hoeverre deze aanleiding hebben gegeven
tot aanpassingen in het wetsvoorstel.
Het wetsvoorstel is op verschillende punten aangepast naar aanleiding van de consultatiereacties
van de stakeholders. Voor een toelichting op deaanpassingen in het wetsvoorstel naar
aanleiding van deze reacties van Eumedion, de Vereniging Effecten Uitgevende Ondernemingen
(VEUO), VNO-NCW en de Raad voor de Jaarverslaggeving (RJ) verwijst de regering naar
paragraaf 5 van de algemene toelichting.
ARTIKELSGEWIJS
ARTIKEL VIII (Inwerkingtreding)
De leden van de VVD-fractie vragen hoe gedurende de gefaseerde invoering gezorgd voor
duidelijke en tijdige communicatie richting ondernemingen, zodat zij weten wanneer
welke verplichtingen voor hen gelden.
Hier ligt onder andere een taak voor de AFM, DNB en de Kamer van Koophandel als verzamelende
instantie om richting ondernemingen duidelijk te maken welke informatie vanaf wanneer
dient te worden aangeleverd ten behoeve van openbaarmaking op het ESAP. Van de AFM
begrijp ik dat ondernemingen indien nodig altijd ondersteuning of verduidelijking
kunnen vragen. Daarnaast heeft ESMA aangegeven dat zij samen met de verzamelende instanties
een communicatieplan gaat opstellen, om bijvoorbeeld informatie te geven via webinars
en mailings.
OVERIG
De leden van de VVD-fractie vragen of de regering bereid is om na inwerkingtreding
een evaluatiemoment te voorzien waarin expliciet wordt gekeken naar regeldruk, uitvoerbaarheid
en proportionaliteit, en zo ja binnen welk tijdsbestek.
ESMA dient op grond van artikel 12 van de Verordening ESAP11, in nauwe samenwerking met de EBA en EIOPA, het functioneren van het ESAP te monitoren
en dient jaarlijks een verslag op te stellen over het functioneren van het ESAP. Dit
verslag dient te worden voorgelegd aan het Europees Parlement en de Raad. Op grond
van artikel 14 van de Verordening ESAP zal de Europese Commissie uiterlijk op 10 januari
2029, in nauwe samenwerking met ESMA bij het Europees Parlement en de Raad een verslag
indienen over de uitrol, het functioneren en de doeltreffendheid van het ESAP. In
dit verslag zal ook bijvoorbeeld aandacht worden besteed aan de door entiteiten en
de verzamelende instanties gemaakte kosten, de doeltreffendheid van het systeem voor
het verzamelen en doorgeven van informatie voor ESAP-doeleinden en de impact van het
ESAP op de zichtbaarheid van entiteiten voor grensoverschrijdende beleggers.
De Minister van Financiën,
E. Heinen
Indieners
E. Heinen, minister van Financiën
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.