Lijst van vragen en antwoorden : Lijst van vragen en antwoorden over het eindrapport 'Evaluatie Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften' (Kamerstuk 29398-1200)
29 398 Maatregelen verkeersveiligheid
Nr. 1227
LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN
Vastgesteld 8 juni 2026
De vaste commissie voor Justitie en Veiligheid heeft een aantal vragen voorgelegd
aan de Minister van Justitie en Veiligheid naar aanleiding van het rondetafelgesprek
over (Verkeers)boetes en oplopende betalingsproblemen d.d. 15 april 2026 (Kamerstuk
29 398, nr. 1200).
De Minister en Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid hebben deze vragen beantwoord
bij brief van 8 juni 2026. Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.
De voorzitter van de commissie, Eerdmans
Adjunct-griffier van de commissie, Meijer
1
Kunt u aangeven op welke departementale begrotingen kosten worden gemaakt om schuldenproblematiek
aan te pakken? Kunt u per beleidsterrein een nadere specificatie geven van de omvang
van deze budgetten en aangeven waaraan deze budgetten besteed worden? Kunt u ook een
inschatting geven van de middelen die via het Gemeentefonds aan schuldproblematiek
besteed worden?
Het Nationaal Programma Armoede en Schulden bevat een pakket aan maatregelen om schulden
te voorkomen en duurzaam op te lossen. Dit is een interdepartementaal en interbestuurlijk
programma. De deelnemende departementen zijn in principe beleidsverantwoordelijk voor
de opgenomen maatregelen en acties en financiering daarvan. Het basispakket uit het
interdepartementaal beleidsonderzoek naar problematische schulden is in de schuldenaanpak
het uitgangspunt.
In het coalitieakkoord «Aan de slag» is een envelop armoede en schulden opgenomen
met ingroei naar een omvang van 150 miljoen vanaf 2028. In 2027 wordt deze envelop
grotendeels ingezet voor energiemaatregelen en vroegsignalering. Over de structurele
inzet van deze middelen na 2027 moet nog besluitvorming plaatsvinden. Beoogd is om
de deze middelen gedeeltelijk in te zetten voor de uitvoering van IBO-maatregen problematische schulden.
SZW heeft daarnaast voor onder andere de uitvoering van het programma Bescherming
inkomen bij beslagleggingen, gericht op een betere borging van het bestaansminimum
(beslagvrije voet) en de ondersteuning van partijen in het maatschappelijk middenveld
op het terrein van schulden (zoals vrijwilligers en schuldpreventie) voor in totaal
jaarlijks circa € 41 miljoen op de begroting.
De financiering van de gemeentelijke schuldhulpverlening verloopt via de algemene
middelen van het gemeentefonds. De uitvoering van de schuldhulpverlening is gedecentraliseerd.
Dit betekent dat gemeenten zelf bepalen welk budget zij beschikbaar stellen voor de
gemeentelijke schuldhulpverlening. In de maatschappelijke kosten-batenanalyse die
in 2024 in opdracht van het IBO problematische schulden is opgesteld, werd ingeschat dat in 2022 € 199 miljoen werd uitgegeven aan gemeentelijke
schuldhulpverlening.1 SZW heeft in 2023 eenmalig 30 miljoen (vroegsignalering en bijzondere bijstand) en
vanaf 2024 structureel 40 miljoen extra beschikbaar gesteld aan gemeenten via het
gemeentefonds om de gemeentelijke dienstverlening rondom armoede en schulden te verbeteren
en te uniformeren.
2
Kunt u uiteenzetten hoe de systematiek rondom de indexatie van de boetebedragen van
de verschillende type verkeersboetes werkt (zowel Mulderboetes als strafrechtelijke
verkeersboetes)?
3
Kunt u verklaren waarom de indexatiesystematiek voor de verschillende type verkeersboetes
verschilt (Mulderboetes en strafrechtelijke boetes)?
Antwoord vraag 2 en 3:
De Mulderboetes zijn opgenomen in de bijlage bij de Wet administratiefrechtelijke
handhaving verkeersvoorschriften (hierna: Wahv). Indexering van de boetebedragen onder
de Wahv gebeurt bij algemene maatregel van bestuur en valt onder de verantwoordelijkheid
van MJenV.
De tarieven voor de strafrechtelijke verkeersboetes behorend bij de strafbare feiten
die zijn opgenomen in de bijlagen bij het Besluit-OM afdoening, zijn opgenomen in
de beleidsregels van het Openbaar Ministerie (hierna: OM). De indexering van die tarieven
vindt door het OM plaats in die beleidsregels.
De tarieven in de bijlage bij de Wahv worden jaarlijks geïndexeerd aan de hand van
de consumentenprijsindex (hierna: CPI). Het OM indexeert de tarieven die zijn opgenomen
in de OM-beleidsregels ook jaarlijks en hanteert daarbij in beginsel ook het CPI-indexeringspercentage.
Omdat het OM-beleid betreft kan het OM echter besluiten van het CPI-indexeringspercentage
af te wijken, ook wanneer de Minister van JenV dat voor de Wahv-tarieven niet besluit.
In 2023 besloot het OM af te wijken van het CPI-indexeringspercentage. De tarieven
onder de Wahv werden toen geïndexeerd met de CPI die dat jaar 8,6% bedroeg, en het
OM besloot vanwege het hoge inflatiecijfer de tarieven in de beleidsregels te indexeren
met een percentage van 3%.2 Daarnaast heeft er voor de Wahv boetes in 2024 ook een beleidsmatige verhoging (4,3%)
plaatsgevonden bovenop de indexering van 5,7%. Deze verhoging is door het OM niet
voor de strafrechtelijke verkeersboetes doorgevoerd. De strafrechtelijke verkeersboetes
zijn in dat jaar echter wel met hetzelfde percentage (5,7%) als de Wahv-boetes geïndexeerd.
4
Kunt u in kaart brengen wat de kosten zouden zijn om de indexatiesystematiek voor
verkeersboetes gelijk te trekken? Kunt u hierbij beide varianten uitwerken, te weten
één variant waarin de indexatiesystematiek van de Mulderboetes wordt toegepast voor
de strafrechtelijke verkeersboetes en vice versa?
Zoals in het antwoord op vraag 2 en 3 is aangegeven is de indexeringsystematiek voor
verkeersboetes op grond van de Wahv en de verkeersboetes op grond van het strafrecht
al gelijk.
5
Kunt u uiteenzetten hoe de systematiek van de verhogingen bij niet betalen van de
verschillende verkeersboetes (Mulderboetes en strafrechtelijke verkeersboetes) werkt
en kunt u hierin ook de voormalige verhogingssystematiek van de Mulderboetes meenemen?
Op grond van art. 23 lid 3 Wahv wordt een verkeersboete van rechtswege met 50% verhoogd
als het verschuldigde boetebedrag niet is betaald binnen twee weken nadat de beschikking
waarbij de verkeersboete is opgelegd onherroepelijk is geworden. Als het verhoogde
bedrag niet binnen de daarvoor gestelde termijn van vier weken wordt betaald, wordt
het inmiddels verschuldigde bedrag van rechtswege verhoogd met 100% van het bedrag
van de verkeersboete en de daarop inmiddels gevallen verhoging op grond van art. 25
lid 1 Wahv.3 Met ingang van 2011 zijn de ophogingenpercentages op grond van de Wahv verhoogd
van 25% en 50% naar 50% en 100%.
Bij strafrechtelijke geldelijke sancties, waaronder strafrechtelijke verkeersboetes,
wordt de sanctie op grond van artikel 6:4:2 Wetboek van Strafvordering van rechtswege
verhoogd met € 20,– indien het verschuldigde bedrag (inclusief de administratiekosten)
niet is betaald binnen de daarvoor gestelde termijn. Als het verhoogde bedrag niet
binnen de bij de eerste aanmaning gestelde termijn geheel of gedeeltelijk is betaald,
wordt het inmiddels verschuldigde bedrag (of het nog openstaande gedeelte daarvan)
van rechtswege verhoogd met 20% van het openstaande bedrag. Hierbij geldt een minimum
van € 40,–.
6
Kunt u verklaren waarom de verhogingssystematiek bij strafrechtelijke verkeersboetes
veel minder rigide is ingericht dan bij Mulderboetes? Wat rechtvaardigt dit verschil?
Bij de Mulderboetes is bij de invoering van de wet voor een hogere ophoging gekozen
om de betalingsdiscipline te verhogen. Bij de Mulderboetes gaat het om boetes die
niet hoger kunnen zijn dan het bedrag van de eerste geldboetecategorie (€ 550). Terwijl
het bij de strafrechtelijke boetes gaat om alle boetes, dus ook buiten verkeersfeiten,
en om bedragen tot meer dan een miljoen.
Het is niet zo dat het inningsproces van strafrechtelijke geldelijke sancties wezenlijk
verschilt van Wahv-boetes. De verhogingssystematiek bij strafrechtelijke verkeersboetes
in vergelijking met Mulderboetes is niet minder rigide ingericht, maar anders vormgegeven.
Voor beide regimes zijn over het algemeen dezelfde mogelijkheden tot het leveren van
maatwerk, zoals het treffen van een betalingsregeling.
7
Kunt u in kaart brengen wat de kosten zouden zijn om de verhogingssystematiek van
strafrechtelijke verkeersboetes ook toe te passen op Mulderboetes?
In de Kamerbrief van 4 april 2025 hebben de toenmalige Staatssecretarissen laten weten
dat het aansluiten bij de ophogingenpercentages van strafrechtelijke geldelijke sancties
naar schatting een structurele vermindering van inkomsten van 64 miljoen euro per
jaar oplevert.4 Dit bedrag is exclusief de incidentele en structurele implementatiekosten en is gebaseerd
op de cijfers van voor de indexatie van 2025.
8
Kunt u in kaart brengen wat de kosten zouden zijn om terug te gaan naar de oorspronkelijke
verhogingssystematiek van de Mulderboetes? Kunt u ook aangeven wat de budgettaire
baten zouden zijn als deze oorspronkelijke systematiek van de Mulderboetes zou worden
toegepast op de strafrechtelijke verkeersboetes?
9
Kunt u een aantal scenario’s in kaart brengen van verschillende verhogingen van de
administratieve kosten van verkeersboetes en hierbij ook per scenario de budgettaire
baten in kaart brengen?
Antwoord vraag 8 en 9:
In de Kamerbrief van 4 april 2025 hebben de toenmalige Staatssecretarissen onderstaande
tabel met uw Kamer gedeeld. De weergegeven bedragen zijn exclusief de structurele
en incidentele implementatiekosten.
Scenario’s verlaging ophogingenpercentages
Schatting verminderde ontvangsten (in miljoenen euro’s per jaar)
50%–100% (huidige percentages)
–
50%–75%
12
35%–100%
16
40%–80%
19
30%–100%
22
25%–100%
27
25%–50% (ophogingenpercentages tot 2011)
46
€ 20–20% van het openstaande bedrag (conform stelsel Wetboek van Strafvordering)
64
Wanneer in een berekening bij de Boetevonnissen, OM-Afdoening en Europees Geldelijke
Sancties de huidige systematiek van verhogingen (1e verhoging € 20 en 2’ verhoging 20%) zou worden vervangen door de oorspronkelijke systematiek van Wahv
(1e verhoging 25% en 2e verhoging 50%) dan zou dit op basis van een aantal uitgangspunten en aannames tot
circa € 4,5 mln. meer baten kunnen leiden. Dit is slechts een indicatief berekend
bedrag waarbij geen rekening is gehouden met bijvoorbeeld de mogelijke impact van
een dergelijke wijziging op het betaalgedrag.
De huidige administratiekosten bedragen € 9,–. Een verhoging van de administratiekosten
met € 1,– levert ongeveer 7 miljoen euro aan extra opbrengsten per jaar op, uitgaande
van 7 tot 8 miljoen verkeersboetes per jaar. Een verhoging van de administratiekosten
met € 5,– – het totaalbedrag aan administratiekosten per verkeersboete wordt dan € 14,–
– levert dus ongeveer 35 miljoen euro extra opbrengsten per jaar op. Hierbij wordt
opgemerkt op dat de geïnde administratiekosten overeen moeten komen met de daadwerkelijk
gemaakte administratiekosten van het CJIB.
10
Klopt het dat de proportionaliteit van de feitgecodeerde boetes voor het laatst is
afgewogen in 2005? Zo ja, hoe verhoudt dit zich tot de andere sanctiestelsels en de
wettelijke grensbedragen?
Bij de jaarlijkse indexering wordt niet gekeken naar de proportionaliteit van de boetes.
Met de indexering wordt de proportionaliteit van de verkeersboetes geacht gelijk te
blijven. De jaarlijkse indexering is namelijk bedoeld om te corrigeren voor de geldontwaarding
en de relatieve strafmaat zo gelijk te houden. In het rapport van het Openbaar Ministerie
uit 2023 is geconcludeerd dat de verkeersboetes door de eerdere beleidsmatige verhogingen
bovenop de jaarlijkse indexeringen, niet langer in verhouding staan tot de andere
sanctiestelsels en niet proportioneel meer zijn. De benodigde bezuinigingen van 300 miljoen
euro per jaar om het verlagen van de verkeersboetes te kunnen bekostigen, acht dit
kabinet op dit moment niet wenselijk. Hiervoor is op de begroting van JenV geen dekking.
In de kabinetsreactie op het rapport «Boetestelsels in balans» is aangegeven dat samen
met het OM bekeken wordt welke wettelijke grensbedragen momenteel aanpassing behoeven
en of hiervoor een wetstraject gestart kan worden.
11
Doet u onderzoek naar de wenselijkheid van het opnemen van nadere regels in het Besluit
administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften en/of de Aanwijzing administratiefrechtelijk
handhaving verkeersvoorschriften over de hoogte en de vormgeving van de boete waarbij
rekening wordt gehouden aan opzet, schuld en/of persoonlijke omstandigheden? Zo ja,
kunt u dat in kaart brengen?
Nee. Voor overtredingen in de Wahv wordt altijd het standaard boetebedrag opgelegd
dat in de (bijlage bij de) Wahv is opgenomen. Er wordt geen rekening gehouden met
opzet, schuld of persoonlijke omstandigheden. Dit maakt het mogelijk om de grote hoeveelheid
overtredingen efficiënt af te kunnen doen. Bovendien gaat de Wahv uit van kentekenaansprakelijkheid,
waardoor de boete aan de kentekenhouder en dus niet perse aan de feitelijke bestuurder
wordt opgelegd. Hierdoor kan er dus ook geen rekening worden gehouden met persoonlijke
omstandigheden. De Commissie Feiten en Tarieven (CFT) adviseert over de hoogte van
de Wahv-boetes. De CFT hanteert hiervoor het zogenoemde Tarievenhuis. Dit Tarievenhuis
houdt in dat de hoogte van de boetes voor verschillende categorieën verkeersovertredingen
binnen de Wahv en de onderlinge verhouding daarvan is bepaald aan de hand van de mate
van gevaarzetting. Uitgangspunt daarbij is dat de straffen de ernst en strafwaardigheid
van strafbare gedragingen uitdrukken.
12
Is er in het verleden, samen met het Openbaar Ministerie (OM), gekeken naar de mogelijkheden
om de waardering van de ernst van bepaalde feitencodes te heroverwegen, denk bijvoorbeeld
aan drugsafval dumpen?
In 2020 heeft de CFT op verzoek van JenV een advies uitgebracht over de hoogte van
verschillende verkeersboetes. Op basis van dit advies zijn verschillende verkeersboetes
voor overtredingen met veel gevaarzetting verhoogd en zijn andere boetes voor kleinere,
minder gevaarlijke overtredingen verlaagd.
De boetes voor onder andere de volgende overtredingen zijn verhoogd:
− Vasthouden van mobiele (communicatie)apparatuur;
− Niet zo veel mogelijk rechts rijden (onnodig links rijden) op een auto(snel)weg;
− Niet verlenen van voorrang aan een voorrangsvoertuig en daarbij het feit overhevelen
naar het strafrecht;
− Signalen geven in andere gevallen of op andere wijze dan is toegestaan.
De tarieven voor aan aantal specifieke, meer ordenende dan gevaarzettende feiten,
zijn verlaagd, waaronder:
− Het veroorzaken van onnodig geluid met een motorrijtuig;
− In- en uitstappende passagiers voorbijrijden zonder hen de gelegenheid te geven in-
of uit te stappen;
− Parkeren op een gehandicaptenparkeerplaats.
Na dit advies heeft geen algemene heroriëntatie plaatsgevonden van de tarieven voor feitgecodeerde delicten.
Voor het specifieke voorbeeld dat in de vraag wordt aangehaald (het dumpen van afvalstoffen
die zijn ontstaan bij de productie van drugs) is geen feitcode opengesteld. In die
zaken zal een uitgewerkt proces-verbaal moeten worden opgemaakt en hiervoor geldt
dus geen standaard boetetarief.
13
Klopt het dat de boeteopbrengsten van de uitbreiding van het aantal geautomatiseerde
handhavingsmiddelen in 2023 opgenomen zijn in de algemene middelen? Wat is procedureel
ervoor nodig om (toekomstige) intensivering van geautomatiseerde handhaving terug
te laten vloeien naar de begroting van het Ministerie van Justitie en Veiligheid?
Het klopt dat de extra boeteopbrengsten ten gevolge van de uitbreiding van het aantal
geautomatiseerde handhavingsmiddelen in 2023 opgenomen zijn in de algemene middelen.
Dat is het gevolg van het besluit in 2017, naar aanleiding van de motie Zijlstra/Samsom,
om van de B&T-ontvangsten een generaal dossier te maken (Kamerstuk 34 550, nr. 7). Dit betekent dat schommelingen in de boeteontvangsten, zowel meer als minder ontvangsten,
ten laste van de algemene begroting komen. De redenering daarvoor was te voorkomen
dat intensivering van handhaving of verhogingen van boetebedragen ingegeven werd door
financiële overwegingen in plaats van beleidsmatige overwegingen. Dit uitgangspunt
is opgenomen in de startnota’s van voorgaande kabinetten en het huidige kabinet. Er
zijn geen procedurele belemmeringen om de eventuele toekomstige extra B&T-opbrengsten
als gevolg van een uitbreiding van de geautomatiseerde handhaving, ten gunste van
de begroting van JenV te laten komen. Het zou echter wel strijdig zijn met het besluit
om van de B&T-ontvangsten een generaal dossier te maken. JenV moet beleidsmatige beslissingen
die leiden tot minder opbrengsten, dus geen autonome ontwikkeling, overigens wel compenseren
uit de eigen begroting.
14
Kunt u uiteenzetten welke procedurele waarborgen, zoals een voorhangprocedure, nodig
zijn om oneigenlijk gebruik van de bevoegdheid om de tarieven van de Wet administratiefrechtelijke
handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) vast te stellen te voorkomen?
De bijlage bij de Wahv (en daarmee de in deze bijlage opgenomen feiten en tarieven)
kan bij algemene maatregel van bestuur (AMvB) worden gewijzigd. Conform artikel 2,
vijfde lid, van de Wahv is een dergelijke wijzigingsprocedure onderhevig aan een voorhangprocedure.
Dit betekent dat het besluit pas wordt voorgedragen aan de Afdeling advisering van
de Raad van State (hierna: de Afdeling) nadat het ontwerpbesluit vier weken aan beide
Kamers der Staten-Generaal is overgelegd. Deze procedurele waarborg biedt beide Kamers
de mogelijkheid om opmerkingen over het conceptbesluit te maken en hierover met de
Minister van gedachten te wisselen.
Na de voorhangprocedure wordt een voorgesteld wijzigingsbesluit voor advies voorgelegd
aan de Afdeling.
Deze mechanismen bieden de mogelijkheid aan zowel de beide Kamers als de Afdeling
om de inhoud van het voorgenomen besluit te controleren.
15
Kunt u een overzicht geven van de ontwikkeling van de hoogte van de meest voorkomende
verkeersboetes over de jaren 2010 tot en met 2026, uitgesplitst naar jaarlijkse indexatie
en beleidsmatige verhogingen?
Hieronder zijn de boetebedragen weergegeven van de meest voorkomende overtredingen
in 2025 en voor overtredingen begaan met een motorvoertuig met meer dan twee wielen
(categorie 1). In de laatste kolom is berekend wat het boetebedrag ongeveer zou zijn
geweest zonder beleidsmatige verhogingen.
Overtreding
Bedrag 2010
Bedrag 2026 (inclusief beleidsmatige verhogingen)
Bedrag 2026 exclusief beleidsmatige verhoging1
4 km/u te hard binnen de bebouwde kom
19 euro
37 euro
28 euro
4 km/u te hard op een autosnelweg buiten de bebouwde kom
17 euro
28 euro2
21 euro
5 km/u te hard binnen de bebouwde kom
24 euro
46 euro
35 euro
Als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden
160 euro
440 euro3
350 euro
6 km/u te hard binnen de bebouwde kom
28 euro
56 euro
41 euro
X Noot
1
Wat de exacte bedragen zouden zijn geweest zonder beleidsmatige verhogingen is niet
meer te achterhalen. De indexeringen en beleidsmatige verhogingen worden berekend
over de onafgeronde bedragen na de laatste indexering en/ of verhoging. De onafgeronde
bedragen uit het verleden zijn echter niet allemaal meer uit de systemen te halen.
Waardoor het exacte bedrag niet meer berekend kan worden.
X Noot
2
Dit bedrag is in 2020 naar aanleiding van een advies van de CFT verlaagd.
X Noot
3
Zoals in het antwoord op vraag 12 is opgenomen is dit bedrag in 2020 naar aanleiding
van een advies van de CFT verhoogd.
16
Kunt u bevestigen dat de verhogingen bij niet-tijdige betaling van Wahv-boetes oplopen
met 50 procent en daarna 100 procent, waardoor een boete uiteindelijk kan verdrievoudigen?
Kan daarbij worden aangegeven hoe vaak in 2023, 2024 en 2025 een eerste en tweede
verhoging is opgelegd?
Ja, de wettelijke ophogingenpercentages bij niet-tijdige betaling bedragen 50% en
100%. Bij niet betalen kan een boete uiteindelijk verdrievoudigen.
Het aantal keer dat een verhoging is opgelegd is:5
Jaartal
1ste verhoging
(1ste aanmaning in aantallen)
2e verhoging
(2e aanmaning in aantallen)
2023
1.097.872
582.627
2024
1.096.099
614.980
2025
1.054.880
623.761
17
Kunt u per jaar sinds 2020 aangeven hoeveel inkomsten uit verkeersboetes zijn geraamd,
hoeveel inkomsten daadwerkelijk zijn gerealiseerd en welk deel daarvan bestond uit
verhogingen wegens niet-tijdige betaling?
In onderstaande tabel zijn de geraamde en de daadwerkelijk gerealiseerde ontvangsten
opgenomen voor de jaren 2020 t/m 2025. De ontvangsten in het kader van verhogingen
bedragen jaarlijks circa 15 procent.
(Bedragen*€ 1.000,–)
18
Kunt u aangeven of u rekening houdt met de mogelijkheid dat de Hoge Raad oordeelt
dat de huidige verhogingspercentages van 50 procent en 100 procent bij niet-tijdige
betaling van Wahv-boetes disproportioneel zijn, en zo ja, welke juridische, financiële
en uitvoeringsmatige scenario’s hiervoor zijn voorbereid, waaronder eventuele terugbetaling,
kwijtschelding of aanpassing van nog openstaande verhogingen?
De rechtbank Den Haag heeft in september 2025 een prejudiciële vraag aan de Hoge Raad
gesteld over de wettelijke ophogingen bij Wahv-boetes. Deze vraag is momenteel in
behandeling bij de Advocaat-Generaal (A-G) voor conclusie. Het is niet bekend wanneer
de conclusie wordt genomen. Na de conclusie van de A-G zal de Hoge Raad de vraag in
behandeling nemen en een uitspraak doen. Hierna kan de procedure bij de rechtbank
Den Haag worden voortgezet.
Er kan niet vooruit worden gelopen op rechterlijke uitspraken. Vanzelfsprekend bereiden
het CJIB en het Ministerie van Justitie en Veiligheid zich wel voor op mogelijke scenario’s.
De algemeen directeur van het CJIB heeft dit tijdens het rondetafelgesprek over «(verkeers)boetes
en oplopende betalingsproblemen» op 15 april jl. ook toegelicht. Als de uitkomst van
de procedure helder is, zal uw Kamer nader worden geïnformeerd over de eventuele implicaties
en hoe dit wordt opgepakt.
19
Kunt u aangeven wat de budgettaire derving zou zijn van het verlagen van Wahv-boetes
met respectievelijk 10, 20, 30 en 40 procent, en wat de budgettaire derving zou zijn
van het aanpassen van de verhogingspercentages naar de strafrechtelijke systematiek?
De budgettaire derving van het verlagen van WAHV-boetes met respectievelijk 10, 20,
30 en 40 procent bedraagt respectievelijk circa € 100, € 200, € 300 en € 400 miljoen.
Zie voor de varianten voor een verlaging van de ophogingenpercentages die eerder met
uw Kamer zijn gedeeld het antwoord op vraag 8.
20
Kunt u aangeven hoeveel huishoudens met geregistreerde problematische schulden ook
betalingsachterstanden op verkeersboetes hebben, en welk aandeel dit is van het totaal
aantal huishoudens met problematische schulden?
Uit cijfers van het CBS blijkt dat van het aandeel huishoudens in 2025 met geregistreerde
problematische schulden in Nederland 18,5% van deze huishoudens (ook) een of meerdere
verhoogde openstaande Wahv-boetes had.6 Dit komt neer op ruim 134.000 huishoudens in Nederland.
21
Kunt u aangeven of er wetenschappelijk onderzoek beschikbaar is naar de relatie tussen
de hoogte van verkeersboetes en het daadwerkelijke nalevingseffect? Is daarbij onderzocht
of een hogere boete leidt tot beter verkeersgedrag, of dat vooral de pakkans en voorspelbaarheid
van handhaving bepalend zijn?
Stichting Wetenschappelijk onderzoek verkeersveiligheid (SWOV) heeft onderzoek gedaan
naar de relatie tussen de hoogte van de boetebedragen en het nalevingsgedrag7. De conclusie is – kort gezegd – dat hogere boetes wel effect hebben op gedrag maar
dat het effect zeer beperkt is en dat vooral zichtbaar is als dit samengaat met een
hogere pakkans.
22
Kunt u aangeven of er Nederlands of internationaal wetenschappelijk onderzoek beschikbaar
is naar de gevolgen van het gedrag van politieagenten, de inzet van hun discretionaire
bevoegdheid, en de hoogte van boetes?
Er is geen Nederlands onderzoek beschikbaar naar het verband tussen boetehoogte en
de discretionaire bevoegdheid van agenten. Wel is er internationaal onderzoek beschikbaar,
bijvoorbeeld van Yasanthi et al. (2024) over Determinants of traffic safety enforcement behaviour among police officers: A narrative
review.
23
Kunt u aangeven of er binnen het OM richtlijnen bestaan voor de verhouding tussen
strafeisen bij geweldsdelicten, vermogensdelicten, fiscale delicten en veelvoorkomende
overtredingen? Zo ja, kunt u deze richtlijnen en de onderliggende uitgangspunten aan
de Kamer doen toekomen?
Het OM streeft naar interventies die een voelbare normbevestiging alsmede een zichtbare
reactie op criminaliteit opleveren en maximaal bijdragen aan herstel van het toegebrachte
leed. De sanctie dient in verhouding te staan tot de ernst van het feit, de omstandigheden
waaronder het is gepleegd en de persoon van de verdachte.
De Landelijke Commissie Strafvorderingsrichtlijnen (LCS) is het orgaan binnen het
Openbaar Ministerie dat de richtlijnen voor strafvordering ontwerpt en actualiseert.
Het College stelt de richtlijnen vervolgens vast. Er bestaan veel verschillende strafvorderingsrichtlijnen,
deze zijn allemaal online te vinden. In de aanwijzing kader voor strafvordering8 zijn de uitgangspunten voor het opstellen van de strafvorderingsrichtlijnen vastgesteld.
24
Kunt u aangeven of bij het vaststellen van verkeersboetes periodiek wordt getoetst
of de boetehoogte nog in verhouding staat tot de ernst van het feit, tot vergelijkbare
sancties in het strafrecht en tot de draagkracht van burgers?
Bij de jaarlijkse indexering van de verkeersboetes wordt dit niet getoetst. De jaarlijkse
indexering is bedoeld om te corrigeren voor de geldontwaarding (zie ook het antwoord
op vraag 10). Zoals in het antwoord op vraag 12 is aangegeven is in 2020 wel gekeken
naar de verkeersboetes en of deze gezien de ernst van de feiten verhoogd of verlaagd
moesten worden. Het rapport van het Openbaar Ministerie uit 2023 heeft de verhouding
van de verkeersboetes tot de andere sanctiestelsels bekeken. Naar de verhouding tot
de draagkracht van burgers is niet gekeken.
25
Kunt u aangeven welke instantie uiteindelijk verantwoordelijk is voor het bewaken
van de samenhang tussen boetes in het bestuursrecht, het strafrecht en het verkeersrecht?
Het is niet mogelijk om een specifieke instantie aan te wijzen die uiteindelijk verantwoordelijk
is voor het bewaken van de samenhang tussen boetes in het bestuursrecht, het strafrecht
en het verkeersrecht. Het bewaken van die samenhang is vooraleerst de verantwoordelijkheid
van de wetgever, dit betreft dus de regering en de Staten-Generaal. Te dien aanzien
kan ook worden gewezen op het standpunt van het kabinet over de verhouding tussen
het strafrecht en het punitieve bestuursrecht naar aanleiding van het advies van de
Afdeling advisering van de Raad van State inzake sanctiestelsels (Stcrt. 2018, 31269), en de naar aanleiding van dat standpunt genomen maatregelen om de afstemming tussen
de verschillende boetestelsels te verbeteren.
Bij de bewaking van de samenhang tussen de verschillende boetestelsels is ook een
rol voorbehouden aan de bestuursorganen, het OM en de rechtsprekende macht, om te
waarborgen dat de samenhang ook in de praktijk zoveel mogelijk wordt gewaarborgd.
26
Kunt u aangeven of u bereid bent een onafhankelijk onderzoek te laten uitvoeren naar
de vraag of verkeersboetes nog primair dienen als verkeersveiligheidsinstrument, of
in de praktijk mede functioneren als structurele inkomstenbron voor de Staat?
Nee, dit lijkt mij overbodig. In het rapport van het OM en in de evaluatie van de
Wet administratiefrechtelijke verkeershandhaving, is reeds geconcludeerd dat de beleidsmatige
verhogingen om financiële redenen zijn doorgevoerd en de verkeersveiligheid niet primair
dienen. De benodigde bezuinigingen van 300 miljoen euro per jaar om het verlagen van
de verkeersboetes te kunnen bekostigen, acht dit kabinet op dit moment niet wenselijk.
Het doen van nog een onderzoek hiernaar, lost dit probleem niet op.
27
Kunt u aangeven of bij toekomstige verhogingen van verkeersboetes standaard een proportionaliteitstoets,
schuldeneffecttoets en begrotingsprikkeltoets kan worden uitgevoerd en aan de Kamer
kan worden toegezonden?
Zoals aangegeven bij vraag 10 wordt bij de jaarlijkse indexering niet gekeken naar
de proportionaliteit, het effect op de schulden of begrotingsprikkels van de boetes.
De indexering is een technische aanpassing aan de geldontwaarding (inflatie) die geen
invloed heeft op de proportionaliteit en eventuele effecten op schulden of begrotingsprikkels
van de verkeersboetes. Om die reden is een toets hierop bij indexering niet zinvol.
Zoals reeds eerder meerdere malen is aangegeven, gaat de Minister van Justitie en
Veiligheid de verkeersboetes alleen jaarlijks indexeren en niet beleidsmatig verhogen.
28
Worden de door experts aangedragen alternatieven voor de huidige hoogtes en verhogingstredes
van verkeersboetes onderzocht? Waarom acht u deze alternatieven wel/niet haalbaar,
zie bijvoorbeeld de aanbevelingen uit het position paper van mevrouw Van Rooy, aangeleverd
in aanloop naar het rondetafelgesprek?
In het kader van de kabinetsreactie op het rapport «boetestelsels in balans» zijn
verschillende opties voor het in balans brengen van de sanctiestelsels onderzocht.
Deze zijn echter allemaal onhaalbaar gebleken. In het position paper van Merel van
Rooy zijn de volgende mogelijkheden aangedragen:
1. Vind toch dekking op de begroting van JenV, verwijzing naar ombuigingenlijst.
2. B&T volledig naar begroting van het Ministerie van Financiën
3. Halveer de MRB-vrijstelling voor oldtimers
4. Dekking vinden bij het Ministerie van Financiën bij APB.
Dekking vinden op de begroting van JenV voor zowel het verlagen van de initiële boetes
als het verlagen van de ophogingenpercentages, vinden de Minister van Justitie en
Veiligheid en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet wenselijk. Dit zou
een forse bezuiniging op de JenV-begroting betekenen, bijvoorbeeld op de strafrechtketen
die toch al onder druk staat.
Omdat de B&T al een generaal dossier is conform de begrotingsregels van dit kabinet,
levert een technische verschuiving naar de begroting van Ministerie van Financiën
geen oplossing en lost ook het budgettaire tekort van minderontvangsten niet op.
De overige door experts aangedragen alternatieven vragen om een reallocatie of verschuiving
van begrotingsmiddelen. Dit is een politiek vraagstuk en gerelateerd aan de werking
van de begroting. Hiervoor zijn de begrotingsregels van toepassing die door het huidige
kabinet zijn vastgesteld bij startbrief. De begrotingsregels vormen dan richtlijnen
hoe hier mee om te gaan. Politieke wensen worden integraal afgewogen op het hoofdbesluitvormingsmoment.
Dit geldt ook voor alternatieven uit de ombuigingslijst. De Tweede Kamer kan bij de
begrotingsbehandeling een amendement indienen om voor de benodigde dekking te zorgen.
29
Hoe ziet u de rol van Het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) in het onderzoeken,
en verbeteren van het boetebeleid?
Het CJIB is namens de Minister belast met de inning van onder andere Wahv-boetes en
heeft daardoor een goed beeld van de gevolgen van het inningsbeleid. Het CJIB en het
Ministerie van Justitie en Veiligheid voeren doorlopend gesprekken over de inning
van onder andere Wahv-boetes en eventuele knelpunten die hierin naar voren komen.
Verder biedt de jaarlijkse Stand van de Uitvoering van het CJIB inzichten om met elkaar
in gesprek te gaan over verdere verbeteringen van het inningsbeleid. Gezamenlijk wordt
vervolgens gekeken of en zo ja, hoe deze knelpunten kunnen worden opgelost. Deze gesprekken
zullen blijven plaatsvinden.
30
Welke stappen onderneemt u en/of welke gesprekken voert u met het CJIB om deze organisatie
optimaal in staat te stellen bij te dragen aan verbetering van het huidige boetebeleid?
Zie het antwoord op vraag 29.
31
Kunt u aangeven hoe uitvoering en dekking gegeven gaat worden aan de moties met betrekking
tot het niet-benutten van het verkeersboetebeleid als begrotingsmiddel?
Zoals eerder aangegeven, zal de Minister van Justitie en Veiligheid de verkeersboetes
niet beleidsmatig verhogen en enkel nog jaarlijks indexeren. Hiervoor is geen dekking
nodig.
32
Wat is het exacte aantal boeteverhogingen per jaar over de periode 2020–2025?
De boetes zijn in deze jaren een keer per jaar verhoogd. Ze zijn in deze jaren elk
jaar geïndexeerd met de consumentenprijsindex. Daarnaast heeft er in 2024 voor de
Wahv-verkeersboetes een aanvullende beleidsmatige verhoging van 4,3% plaatsgevonden
die tegelijkertijd met de jaarlijkse indexering is doorgevoerd.
33
Wat is het gemiddelde bedrag van een verkeersboete, van een eenmalig verhoogde verkeersboete
en een tweemaal of meer verhoogde verkeersboete?
Het gemiddelde bedrag van een verkeersboete bedroeg in 2025 112,82 euro.
Het gemiddelde bedrag van een eerste aanmaning bedroeg in 2025 219 euro.
Het gemiddelde bedrag van een tweede aanmaning bedroeg in 2025 480 euro.
34
Voor welke feiten worden de meeste verkeersboetes uitgeschreven? Kunt u dit delen
in de vorm van een top-vijf of top-tien tabel inclusief aantallen?
Op de website van het CJIB9 zijn cijfers te vinden over de opgelegde boetes. De top 5 zag er in 2025 als volgt
uit.
Overtreding
Aantal in 2025
4 km/u te hard binnen de bebouwde kom
417.244
4 km/u te hard op een autosnelweg buiten de bebouwde kom
326.731
5 km/u te hard binnen de bebouwde kom
311.033
Als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden
248.020
6 km/u te hard binnen de bebouwde kom
236.913
In de cijfers op de website van het CJIB kan ook op hoofdgroepen overtredingen worden
geselecteerd.
35
In welke gemeenten worden de meeste verkeersboetes uitgeschreven? Kunt u dit delen
in de vorm van een top-vijf of top-tien tabel inclusief aantallen, en incl. aantallen
naar hoofd van de bevolking?
Dit zijn de aantallen in 2025.
Pleeggemeente
Aantal geregisteerde sancties
Naar hoofd van de bevolking
Amsterdam
555.926
0,59
Stichtse Vecht
498.363
7,53
Rotterdam
493.198
0,73
’s-Gravenhage
301.086
0,53
Haarlemmermeer
275.677
1,62
Utrecht
249.365
0,66
Leidschendam-Voorburg
134.433
1,7
Nijmegen
133.824
0,7
Groningen
128.935
0,53
Eindhoven
123.315
0,49
De top 10 gemeenten naar hoofd van de bevolking is niet uit de systemen van het CJIB
te halen.
36
Kunt u meer informatie of onderbouwing verschaffen over welke stappen u voornemens
bent om te nemen om inzicht te krijgen in de maatschappelijke kosten en baten van
het huidige boetebeleid?
Door de Hogeschool Utrecht en Panteia is recent onderzoek gedaan naar de validiteit
van ophogingen bij verschillende overheidsorganisaties, waaronder het CJIB.10 Daarnaast is in opdracht van het Interdepartementaal Beleidsonderzoek Problematische
schulden een berekening gemaakt van de maatschappelijke kosten van problematische
schulden. Deze kosten zijn berekend op 8,5 miljard euro per jaar.11 In haar position paper heeft Merel van Rooy geschetst dat de maatschappelijke kosten
als gevolg van specifiek verkeersboeteschulden op 750 miljoen euro per jaar worden
geschat.
De hiervoor genoemde onderzoeken en cijfers geven reeds voldoende inzicht in de maatschappelijke
kosten van schulden. Wij zien op dit moment dan ook geen meerwaarde in het doen van
onderzoek naar de maatschappelijke kosten van verkeersboetes, zoals de algemeen directeur
van het CJIB ook tijdens het rondetafelgesprek van 15 april jl. heeft aangegeven.
37
Aangezien in het rondetafelgesprek en het position paper van mevrouw Van Rooy bleek
dat een schatting van de maatschappelijke schade van het boetebeleid (á 750 miljoen)
slechts een grove schatting is, kunt u aangeven wat bekend is over de schade en kosten
van schulden?
Zoals in de vraag hierboven is aangegeven worden de maatschappelijke kosten van de
schuldenproblematiek ingeschat op tenminste 8,5 miljard euro per jaar. Het gaat hier
om kosten die (problematische) schulden veroorzaken en niet specifiek om de kosten
van (verkeers)boetes.
38
Welk effect heeft de grootte en schade van schulden(problematiek) op zorgkosten?
Geldzorgen, en dan met name de (chronische) stress die geldzorgen teweegbrengen, werken
door op zowel de mentale als fysieke gezondheid van mensen. De kosten voor de gezondheidszorg
als gevolg van de schuldenproblematiek worden in het hierboven genoemde onderzoek
geschat op minimaal € 438 miljoen. Dit lijkt een onderschatting te zijn, omdat een
groot deel van de effecten niet is te kwantificeren. Als kanttekening hierbij geldt
dat als gevolg van de clustering van problemen – waaronder schulden – het vaak niet
mogelijk is om in beeld te krijgen bij hoeveel mensen de specifieke klacht (alleen)
wordt veroorzaakt door de schuldenproblematiek.
39
Welk effect heeft de grootte en schade van schulden(problematiek) op uitgaven aan
sociale zekerheid?
De uitkeringskosten na baanverlies door een schuldensituatie worden in het hierboven
genoemde onderzoek geschat op € 445 miljoen.
40
Wat zijn de kosten van de inspanningen vanuit overheden om openstaande schulden af
te handelen?
In het hierboven genoemde onderzoek is een inschatting gemaakt van alle kosten van
invordering (€ 849 miljoen) en maatschappelijke ondersteuning (€ 1 miljard) die samenhangen
met de schuldenproblematiek. Het gaat dan onder meer om de kosten voor ambtshandelingen,
de inzet van personeel bij incassoactiviteiten, de rechtelijke macht, schuldhulpverlening,
bewindsvoering, griffierechten etc. Daarbij is geen onderscheid gemaakt tussen kosten
die door overheden worden betaald en kosten die door private partijen worden gemaakt.
Ook geldt dat bij een deel van deze kosten een eigen bijdrage moet worden betaald.
Voor de uitkomsten van de maatschappelijke kosten-batenanalyse is dat niet van belang,
maar dat maakt het lastig om exact te kwantificeren wat de kosten voor de overheden
zijn.
41
Hoeveel andere, extra kosten als gevolg van schulden en de bijbehorende schuldenproblematiek
zijn er?
In het hierboven genoemde onderzoek worden de volgende kostenposten onderscheiden:
• Invordering € 849 miljoen
• Maatschappelijke ondersteuning € 1 miljard
• Gezondheidszorg € 438 miljoen
• Arbeidsmarkt en economie € 6,2 miljard
• Onderwijs en onderzoek geheel onbekend
• Openbare orde en veiligheid geheel onbekend
Alle posten waarvoor een berekening kon worden gemaakt zijn bij elkaar opgeteld € 8,5
miljard. De grootste posten zijn verminderde arbeidsmarktproductiviteit en verzuim
(€ 4,5 miljard) en oninbare vorderingen (€ 1,24 miljard). Hierbij geldt dat er ook
veel kostenposten zijn waarvoor op basis van bronnen niet in beeld kon worden gebracht
wat de omvang is van de kosten die door schuldenproblematiek worden veroorzaakt. De
genoemde totale kosten vormen volgens de onderzoekers dan ook een stevige onderschatting.
Als kanttekening wordt erop gewezen dat het wegnemen van schulden niet automatisch
betekent dat alle in het rapport opgevoerde kosten verdwijnen. Schulden maken vaak
deel uit van een kluwen aan problemen en sommige problemen kunnen lang doorwerken
in het leven van mensen.
42
Hoe verhouden die kosten op andere (beleids)terreinen zich tot de inkomsten uit boetes?
De boeteopbrengsten bedragen ongeveer 1 miljard euro per jaar. Bovenstaande bedragen
betreffen de kosten voor alle schulden en niet enkel de kosten voor schulden als gevolg
van verkeersboetes. Het is dus niet logisch om die kosten af te zetten tegen over
de inkomsten uit boetes. Zoals in het antwoord op vraag 36 is aangegeven worden de
maatschappelijke kosten van specifiek verkeersboeteschulden geschat op 750 miljoen.
De verhouding specifiek daarvoor is dus 3:4.
43
Zijn de antwoorden op bovenstaande vragen ook beschikbaar voor de kosten, baten en
effecten van specifiek schuldenproblemen als gevolg van boeteverhogingen?
In zijn algemeenheid kan worden gesteld dat de boeteverhogingen, zoals bij verkeersboetes,
kunnen bijdragen aan het vergroten van de schuldenproblematiek in Nederland en de
maatschappelijke kosten die daarmee worden veroorzaakt. De maatschappelijke effecten
van sec de boeteverhogingen zijn echter niet onderzocht.
44
Welke stappen gaat u nemen om meer inzicht te krijgen in de cijfers achter het boetebeleid
(verhogingen, bedragen, voor welke feiten dat gebeurt, in welke gemeenten, et cetera)?
In het jaarbericht Wahv dat het CJIB jaarlijks op zijn website publiceert zijn diverse
cijfers te vinden over het totale aantal Wahv-overtredingen, de hoeveelheid verkeersboetes
per soort overtreding en het gemiddelde initiële boetebedrag.
Daarnaast heeft de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid in de Kamerbrief van
18 maart 2026 aan uw Kamer laten weten dat het CJIB vanaf volgend jaar het jaarbericht
Wahv aanvult met het percentage Wahv-boetes dat direct wordt betaald en hoeveel boetes
worden opgehoogd.
Voornoemde cijfers geven een compleet beeld van het boetebeleid. Daarom is er op dit
moment geen aanleiding om hierop extra stappen te zetten.
45
Kunt u een maatschappelijke kosten- en batenanalyse (MKBA) uitvoeren naar het huidige
(verkeers)boetebeleid, onder andere om te achterhalen of het huidige beleid de belastingbetaler
niet meer kost dan dat het oplevert?
Zie het antwoord op vraag 36.
46
Bent u voornemens om over de verschillende beleidsdomeinen waar het (verkeers)boetebeleid
aan raakt (en met de verantwoordelijke bewindspersonen) rekening te houden met mogelijk
hogere maatschappelijke kosten dan maatschappelijke baten van het (verkeers)boetebeleid,
in de nabije en verre toekomst? Zo ja, hoe?
Zoals eerder aangegeven, zal de Minister van Justitie en Veiligheid de verkeersboetes
niet beleidsmatig verhogen maar enkel jaarlijks indexeren. Dit gebeurt om te corrigeren
voor de geldontwaarding en het effect op de maatschappelijke kosten is daarmee (zeer)
beperkt. Daarom kunnen geen garanties afgegeven worden voor de toekomst.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
B.J. Eerdmans, voorzitter van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid -
Mede ondertekenaar
S.F.F. Meijer, adjunct-griffier