Brief regering : Landenbeleid Afghanistan
19 637 Vreemdelingenbeleid
Nr. 3562
BRIEF VAN DE MINISTER VAN ASIEL EN MIGRATIE
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 28 mei 2026
Op 17 december 2025 heeft het Ministerie van Buitenlandse Zaken een nieuw algemeen
ambtsbericht gepubliceerd over Afghanistan. Het ambtsbericht is een actualisering
van het algemene ambtsbericht van juni 2023. De verslagperiode beslaat de periode
van juni 2023 tot en met oktober 2025. Op basis van het ambtsbericht heb ik besloten
om enkele wijzigingen door te voeren in het landgebonden asielbeleid voor Afghanistan.
In het ambtsbericht wordt aangegeven dat de veiligheidssituatie is veranderd ten opzichte
van de vorige verslagperiode. Er wordt melding gemaakt van een toename van veiligheid
gerelateerde incidenten en criminaliteit. Daarnaast was er sprake van oplopende spanningen
tussen Afghanistan en Pakistan waarbij tientallen tot honderden (dodelijke) slachtoffers
te betreuren waren. Gelet op het verstrijken van de tijd tussen het uitbrengen van
het ambtsbericht en deze brief aan uw Kamer, heb ik de gevolgen van de recente gevechten
tussen Pakistan en Afghanistan meegenomen bij de beleidsbepaling. Verder vonden er,
ofschoon minder dan daarvoor, ook tijdens de verslagperiode aanslagen plaats door
onder andere ISKP. De meeste van deze aanslagen waren gericht tegen Afghaanse veiligheidstroepen
en politiefunctionarissen.
Uit de informatie in het ambtsbericht en andere gezaghebbende bronnen komt naar voren
dat er verschillende gevechten plaats vonden, waarbij dodelijke slachtoffers vielen.
Daarnaast werden in dezelfde periode meerdere incidenten van geweld tegen burgers
met dodelijke slachtoffers geregistreerd. Hierbij ging het met name om incidenten
waarbij veiligheidstroepen of politie betrokken waren. Op grond van de informatie
concludeer ik dat er in Badakhshan, Kabul, Kandahar, Khost, Kunar, Nangahar, Paktia,
Paktika en Takhar sprake is van een gewapend conflict in de zin van artikel 15c van
de Kwalificatierichtlijn. In die gebieden geldt een relatief lager niveau van willekeurig
geweld, zodat het risico om hier als burger (willekeurig) slachtoffer van te worden
zeer gering is. Om in aanmerking te kunnen komen voor bescherming op grond van artikel
15c zullen derhalve in zeer grote mate individuele omstandigheden moeten worden aangedragen.
De situatie van vrouwen en meisjes in Afghanistan is sinds het vorige ambtsbericht
verder verslechterd. De hoeveelheid aan restrictieve maatregelen die aan vrouwen worden
opgelegd is verder toegenomen. In augustus 2024 werd een nieuwe wet, The Law on the Promotion of Virtue and the Prevention of Vice (PVPV), de zogenaamde «Morality Law», gepubliceerd. Voor vrouwen en meisjes is er vrijwel geen mogelijkheid meer om zich
te bewegen in Afghanistan, in ieder geval niet zonder een mahram. Voor Afghaanse vrouwen
en meisjes vanaf 12 jaar is het zo goed als verboden om onderwijs te volgen. Ook de
mogelijkheden voor vrouwen om te werken zijn verder ingeperkt. De toegang tot gezondheidszorg
is, doordat dit alleen begeleid door een mahram kan worden verkregen, nog moeilijker
geworden. Door de wijze van bestraffing, die staat op de overtreding van de door de
Taliban opgelegde normen en leefwijze, waarbij ook de mannen risico lopen op bestraffing,
bestaat er voor vrouwen zowel van de zijde van de Taliban als van de zijde van de
(directe) omgeving het risico op vervolging en ernstige schade.
Op grond van het ambtsbericht concludeer ik dat de positie van vrouwen en meisjes
verder onder druk is komen te staan en dat hun mogelijkheden om zich te ontplooien
verder zijn ingeperkt. In vrijwel alle gevallen waarin daarop een beroep wordt gedaan
zal naar alle waarschijnlijkheid dan ook moeten worden geoordeeld dat de opgelegde
beperkingen en discriminerende maatregelen zover reiken dat bescherming aan de orde
zal zijn.
De huidige tekst in de Vreemdelingencirculaire (Vc) doet onvoldoende recht aan de
verslechterde situatie voor vrouwen en meisjes uit Afghanistan. Ik heb daarom besloten
de tekst in de Vc als volgt aan te passen:
«Gelet op het samenstel van discriminerende ernstige maatregelen die ten aanzien van
Afghaanse vrouwen thans gelden, verleent de IND in beginsel een verblijfsvergunning
asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw
aan een Afghaanse vrouw. Er wordt niet verlangd dat zij bij terugkeer haar levensstijl
noodgedwongen aanpast aan deze regels. Er blijft echter een individuele toetsing plaatsvinden.
Als op grond van haar individuele asielrelaas is gebleken dat zij geen bescherming
op grond van de discriminerende maatregelen van de Taliban nodig heeft, wordt geen
asielbescherming verleend.»
Hiermee wordt in de Vc duidelijker gemaakt dat als een vrouw die stelt en aannemelijk
maakt door discriminerende maatregelen van de Taliban te zijn of worden getroffen,
in de regel een verblijfsvergunning wordt verleend.
Ten aanzien van het binnenlands beschermingsalternatief is het uitgangspunt dat in
die gevallen waarin de actor van vervolging de Taliban is, er geen binnenlands beschermingsalternatief
wordt aangenomen. Daar waar de vrees voor vervolging komt van de zijde van andere
partijen, zoals ISKP, NRF, AFF of is gerelateerd aan bijvoorbeeld bloed en eerwraak,
kan in individuele gevallen wel sprake zijn van een binnenlands beschermingsalternatief.
Voor vrouwen en meisjes geldt sowieso dat van een binnenlands beschermingsalternatief
geen sprake is.
Voor vreemdelingen die een gegronde vrees voor ernstige schade op grond van een 15c
situatie hebben kan in beginsel worden aangenomen dat er een beschermingsalternatief
elders in Afghanistan is, mits wordt voldaan aan de algemeen geldende voorwaarden.
De Vreemdelingencirculaire zal in lijn hiermee worden aangepast.
De Minister van Asiel en Migratie,
G. van den Brink
Ondertekenaars
G. van den Brink, minister van Asiel en Migratie