Verslag van een schriftelijk overleg : Verslag van een schriftelijk overleg over de nahang Besluit van 20 maart 2026 tot wijziging van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020 in verband met de mogelijkheid van het aanbieden van het praktijkgerichte vak in het havo (Kamerstuk 31289-608)
31 289 Voortgezet Onderwijs
Nr. 610
VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
Vastgesteld 13 mei 2026
De vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft een aantal vragen en
opmerkingen voorgelegd aan de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
over de brief van 7 april 2026 over de nahang Besluit van 20 maart 2026 tot wijziging
van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020 in verband met de mogelijkheid van het aanbieden
van het praktijkgerichte vak in het havo (Kamerstuk 31 289, nr. 608).
De vragen en opmerkingen zijn op 22 april 2026 aan de Staatssecretaris van Onderwijs,
Cultuur en Wetenschap voorgelegd. Bij brief van 13 mei 2026 zijn de vragen beantwoord.
De voorzitter van de commissie, Koorevaar
Adjunct-griffier van de commissie, Easton
Inhoud
I
Vragen en opmerkingen uit de fracties
2
•
Inbreng van de leden van de D66-fractie
2
•
Inbreng van de leden van de VVD-fractie
2
•
Inbreng van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
2
•
Inbreng van de leden van de PVV-fractie
3
•
Inbreng van de leden van de CDA-fractie
3
•
Inbreng van de leden van de BBB-fractie
3
II
Reactie van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
3
I Vragen en opmerkingen uit de fracties
Inbreng van de leden van de D66-fractie
De leden van de D66-fractie hebben met interesse kennisgenomen van het ontwerpbesluit
en het advies van de Raad van State in verband met de mogelijkheid van het aanbieden
van het praktijkgerichte vak in het havo. Deze leden zijn positief over de mogelijkheid
voor leerlingen om voor de vakken maatschappij en technologie te kunnen kiezen bij
de havo. Deze leden vragen of en hoe de ontwikkelingen de komende jaren gevolgd worden
betreft de aantallen leerlingen die voor deze vakken kiezen en hoe de Tweede Kamer
hierover op de hoogte gehouden wordt.
Inbreng van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de kamerbrief over de Nahang
Besluit van 20 maart 2026 tot wijziging van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020 in verband
met de mogelijkheid van het aanbieden van het praktijkgerichte vak in het havo en
hebben daarover geen vragen.
Inbreng van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de
nahang van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020 in verband met de mogelijkheid van het
aanbieden van het praktijkgerichte vak in het havo. Deze leden juichen de ontwikkeling
van de praktijkgerichte havo toe. Met dit besluit worden de praktijkgerichte vakken
Maatschappij en Technologie verankerd in het curriculum, nu bijna de helft van de
havo-scholen deze vakken aanbiedt.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben nog enkele vragen over het al dan niet
verankeren van het vak Onderzoek & Ontwerpen (O&O) in het curriculum. Dit vak wordt
op meer dan honderd scholen aangeboden. Waarom is ervoor gekozen om dit vak niet ook
op te nemen in het curriculum, zodat ook het vak O&O ook structurele financiering
ontvangt? Klopt het dat de vakken maatschappij en techniek en het vak O&O bijdragen
aan hetzelfde doel, namelijk het vergroten van de motivatie van leerlingen, het versterken
van de aansluiting op het hbo en het ondersteunen van weloverwogen loopbaankeuzes?
Vindt de Staatssecretaris dat dit zorgt voor een ongelijk speelveld tussen de verschillende
vakken? Is de Staatssecretaris bereid om te kijken of O&O ook kan worden verankerd
in het curriculum?
Inbreng van de leden van de PVV-fractie
De leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de Nahang Besluit van 20 maart
2026 tot wijziging van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020 in verband met de mogelijkheid
van het aanbieden van het praktijkgerichte vak in het havo. Deze leden hebben hier
op dit moment geen opmerkingen of vragen over.
Inbreng van de leden van de CDA-fractie
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de wijziging van het uitvoeringsbesluit
WVO 2020 betreffende de mogelijkheid tot het aanbieden van het praktijkgerichte vak
binnen de havo. Deze leden wensen een aanvullende vraag te stellen: hoeveel scholen
willen gebruik maken van deze mogelijkheid om het praktijkgerichte vak aan te bieden
in de havo en is deze spreiding over Nederland evenwichtig?
Inbreng van de leden van de BBB-fractie
De leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van het ontwerpbesluit tot wijziging
van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020 in verband met de mogelijkheid van het aanbieden
van het praktijkgerichte vak in het havo. Daarbij hebben deze leden tevens de beantwoording
van het eerdere schriftelijk overleg over de voorhang van dit ontwerpbesluit betrokken.
De leden van de BBB-fractie constateren dat in de eerdere beantwoording is aangegeven
dat er op dit moment in de pilot sprake is van voldoende regionale spreiding en dat
de bekostiging zal plaatsvinden op basis van een bedrag per leerling waarmee wordt
beoogd dat middelen terechtkomen bij de leerlingen voor wie daadwerkelijk kosten worden
gemaakt. Deze leden kunnen zich in deze uitgangspunten vinden, maar hechten eraan
dat ook op de langere termijn wordt geborgd dat scholen in krimp- en regiogebieden
daadwerkelijk in staat zijn om een praktijkgericht vak aan te bieden. Zij vragen daarom
of de Staatssecretaris bereid is de invoering en mate van aanbieden en de deelname
aan een praktijkgericht vak actief te monitoren met specifieke aandacht voor regionale
spreiding en betaalbaarheid voor kleinere scholen.
Voorts vragen de leden van de BBB-fractie of de Staatssecretaris kan toezeggen dat
er een duidelijk evaluatie- of ijkmoment komt waarop bezien wordt of aanvullende maatregelen
nodig zijn indien blijkt dat de regionale spreiding of toegankelijkheid onder druk
komen te staan.
II Reactie van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
De regering dankt de leden van de fracties van D66, VVD, GroenLinks/PvdA, PVV, CDA
en BBB voor de getoonde belangstelling in het voorliggend besluit. Hierna zal de regering
fractiegewijs ingaan op de gestelde vragen. De vragen van de leden zijn hieronder
geparafraseerd, cursief, weergeven.
D66
De leden van de D66-fractie vragen of en hoe de ontwikkelingen de komende jaren gevolgd
worden betreft de aantallen leerlingen die voor deze vakken kiezen en hoe de Tweede
Kamer hierover op de hoogte gehouden wordt.
Op basis van de examen- en deelnamecijfers levert DUO jaarlijks data aan het Ministerie
van OCW aan over de aantallen scholen en leerlingen die voor deze vakken kiezen. Ik
zal uw Kamer hierover informeren, gekeken wordt of het in de vakkenbijlage kan worden
opgenomen die jaarlijks met de examenmonitor verschijnt.
GroenLinks-PvdA
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben nog enkele vragen over het al dan niet
verankeren van het vak Onderzoek & Ontwerpen (O&O) in het curriculum. Dit vak wordt
op meer dan honderd scholen aangeboden. Waarom is ervoor gekozen om dit vak niet ook
op te nemen in het curriculum, zodat ook het vak O&O ook structurele financiering
ontvangt?
Het vak O&O is in 2007 erkend als profielkeuzevak voor de profielen «natuur en techniek»
en «natuur en gezondheid» in de tweede fase op het havo en het vwo. Het vak kan daarnaast
momenteel door scholen als schooleigen vak worden aangeboden in de bovenbouw van het
havo en het vwo. Een school die het vak O&O als examenvak wil aanbieden, moet hier
momenteel eerst goedkeuring voor vragen aan de Minister van OCW. In de praktijk wordt
deze goedkeuring (nagenoeg) altijd verleend. Naast dat dit voor scholen onnodige administratieve
lasten met zich meebrengt en capaciteit vraagt van het ministerie, is het ook niet
langer passend bij de status van het vak dat door veel scholen al jaren wordt aangeboden.
Om die reden is de regering voornemens om dit vak als onderdeel van de integrale curriculumherziening,
tegelijkertijd met de vakken Friese taal en cultuur voor het beroepsgerichte vmbo
en Chinese taal en cultuur voor het havo, in te bedden in de vakken- en profielenstructuur
voor het havo en het vwo. Het ontwerpbesluit actualisatie bovenbouwcurriculum waar
deze wijzigingen in zijn opgenomen, gaat naar verwachting in het begin van 2027 in
internetconsultatie.
Het vak O&O wordt kortom een officieel vak en telt momenteel al mee als onderwijstijd,
waarvoor reeds basisbekostiging aan scholen wordt verstrekt. Voor deelname aan het
vak O&O is niet voorzien in aanvullende bekostiging. O&O is een bètagericht vak met
praktijkgerichte elementen waarin onderzoeksvaardigheden en ontwerpmethodieken centraal
staan. Het vak kent een eigen examenprogramma waarin natuurwetenschappelijk praktijkonderzoek
centraal staat en waardoor het vak deels praktijkgericht is. SLO zal de opdracht krijgen
om onderzoek te doen naar de praktijkgerichte componenten in alle interdisciplinaire
vakken op het havo en vwo, daarin wordt het vak O&O meegenomen. Vervolgens zal worden
bezien of de uitkomsten van het onderzoek aanleiding geven om te kijken naar de passende
randvoorwaarden voor verschillende type vakken.
Klopt het dat de vakken maatschappij en techniek en het vak O&O bijdragen aan hetzelfde
doel, namelijk het vergroten van de motivatie van leerlingen, het versterken van de
aansluiting op het hbo en het ondersteunen van weloverwogen loopbaankeuzes?
O&O deelt met het interdisciplinaire vak natuur, leven en technologie (NLT) een basis
vanuit natuurwetenschappen en technologie. Het is daarmee nauw verweven met de natuurwetenschappelijke
schoolvakken biologie, natuurkunde en scheikunde. De leerlingen voeren bij O&O op
het havo praktijkonderzoek uit waarbij ze natuurwetenschappelijke en technologische
kennis toepassen. Ze worden ondersteund in het gebruik van onderzoeks- en ontwerpmethodieken,
waardoor ze goed voorbereid worden op een hbo-opleiding. De rollen waar leerlingen
zich in projecten mee bezighouden, sluiten aan bij de rollen van hbo-opgeleide professionals.
Op basis van het bovenstaande lijkt het vak O&O inderdaad deels hetzelfde doel te
kennen als de praktijkgerichte vakken in het havo: technologie en maatschappij. Er
wordt namelijk ook een expliciete aansluiting met het hbo gemaakt. In de uit te geven
opdracht aan SLO naar praktijkgerichte componenten zal onder andere gevraagd worden
te onderzoeken wat de overeenkomsten en verschillen zijn tussen de diverse vakken.
Het praktijkgerichte vak maatschappij richt zich op andere werkvelden dan het vak
O&O en het praktijkgerichte vak technologie. Meer informatie over het geactualiseerde
examenprogramma O&O is te vinden op de site van SLO.1
Vindt de Staatssecretaris dat dit zorgt voor een ongelijk speelveld tussen de verschillende
vakken?
Het is niet de verwachting dat er een financiële prikkel uitgaat van de aanvullende
bekostiging van de praktijkgerichte vakken. De deelnemende scholen maken immers ook
extra kosten voor het ontwerpen van onderwijs in de praktijkgerichte vakken. Daar
staat de aanvullende bekostiging tegenover. Zoals genoemd is de regering voornemens
om O&O in te bedden in de vakken- en profielenstructuur voor het havo en het vwo.
In de bovenbouw van het havo en het vwo zijn er nu verschillende vakken met een praktijkgerichte
component. De omvang, inhoud en functie en mate van praktijkgerichtheid verschilt
per vak en wellicht ook per schoolsoort. SLO zal de opdracht krijgen om onderzoek
te doen naar de praktijkgerichte componenten in alle interdisciplinaire vakken op
het havo en vwo. Vervolgens zal worden bezien of de uitkomsten van het onderzoek aanleiding
geven om te kijken naar de passende randvoorwaarden voor verschillende type vakken.
Vanuit het Ministerie van OCW wordt hard gewerkt aan het versterken van de rol van
praktijkgericht onderwijs en meer waardering daarvoor. In het Commissiedebat Praktijkonderwijs
en vmbo van 22 april jl. is aan uw Kamer toegezegd dat ik uw Kamer voor de zomer hierover
een brief zal sturen.
Is de Staatssecretaris bereid om te kijken of O&O ook kan worden verankerd in het
curriculum?
Ja. Het ontwerpbesluit actualisatie bovenbouwcurriculum waar deze wijzigingen in zijn
opgenomen, gaat naar verwachting in het begin van 2027 in consultatie.
CDA
Hoeveel scholen willen gebruik maken van deze mogelijkheid om het praktijkgerichte
vak aan te bieden in de havo en is deze spreiding over Nederland evenwichtig?
Op dit moment zijn circa 320 vestigingen (de helft van alle havo-scholen) bezig met
(de voorbereiding op) het aanbieden van één of beide praktijkgerichte vakken op het
havo, verspreid over het hele land. Op de scholenkaart van SLO is de spreiding van
de pilotscholen over Nederland terug te vinden. Hieruit blijkt een brede spreiding.
Praktijkgerichte vakken worden in iedere provincie aangeboden en niet alleen in stedelijk
gebied.2 Het streven is dat alle leerlingen op een fietsbare afstand een praktijkgericht vak
in de havo zouden kunnen volgen. Op basis van het bereik en de deelname tijdens de
(door)ontwikkeling van de praktijkgerichte vakken in het vmbo en het havo is de verwachting
dat het bereik de komende jaren zal blijven groeien, tot naar inschatting 75% van
de vestigingen die havo-onderwijs in de bovenbouw aanbieden. Op deze vestigingen zal
naar schatting gemiddeld 50% van de leerlingen in de bovenbouw van het havo praktijkgerichte
vakken volgen. Er waren tijdens de pilotfase al (regio)bijeenkomsten die vanuit SLO
door regiocoördinatoren werden verzorgd. Middels deze bijeenkomsten wordt actief kennis
en informatie gedeeld in regio’s overal in Nederland, om zoveel mogelijk verschillende
scholen te kunnen bereiken. In 2026–2027 gaan acht (nieuwe) regiocoördinatoren aan
de slag voor Platform Havo-P, die tweemaal per jaar regiobijeenkomsten zullen verzorgen.
BBB
De leden van de BBB-fractie vragen of de Staatssecretaris bereid is de invoering en
mate van aanbieden en de deelname aan een praktijkgericht vak actief te monitoren
met specifieke aandacht voor regionale spreiding en betaalbaarheid voor kleinere scholen.
Ja, ik zal dit actief monitoren. Op basis van de examen- en deelnamecijfers levert
DUO jaarlijks data aan het Ministerie van OCW aan over de aantallen scholen en leerlingen
die voor deze vakken kiezen. Daarbij kan worden bijgehouden of en op welke wijze de
regionale spreiding zich ontwikkelt en of het vak overal voldoende toegankelijk is.
Zoals aangegeven in antwoord op de vorige vraag is het streven dat alle havisten op
een fietsbare afstand een praktijkgericht vak in de havo kunnen volgen.
Voorts vragen de leden van de BBB-fractie of de Staatssecretaris kan toezeggen dat
er een duidelijk evaluatie- of ijkmoment komt waarop bezien wordt of aanvullende maatregelen
nodig zijn indien blijkt dat de regionale spreiding of toegankelijkheid onder druk
komen te staan.
Vijf jaar na invoering zal worden geëvalueerd of de kwaliteit en toegankelijkheid
van de vakken voldoende geborgd is door de structurele verankering van het praktijkgerichte
vak als examenvak.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
J.C. Koorevaar, voorzitter van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap -
Mede ondertekenaar
A.E.W. Easton, adjunct-griffier