Verslag van een schriftelijk overleg : Verslag van een schriftelijk overleg over de Geannoteerde agenda extra informele videoconferentie van EU-transportministers van 21 april 2026 (Kamerstuk 21501-33-1194)
21 501-33 Raad voor Vervoer, Telecommunicatie en Energie
Nr. 1197
VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
Vastgesteld 23 april 2026
De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat heeft een aantal vragen en opmerkingen
voorgelegd aan de Minister en Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat over
de brief van de Geannoteerde agenda extra informele videoconferentie van EU-transportministers
van 21 april 2026 (Kamerstuk 21 501-33, nr. 1194).
De vragen en opmerkingen zijn op 20 april 2026 aan de Minister en Staatssecretaris
van Infrastructuur en Waterstaat voorgelegd. Bij brief van 23 april 2026 zijn de vragen
beantwoord.
De voorzitter van de commissie, Huizenga
Adjunct-griffier van de commissie, Van der Graaf
Vragen en opmerkingen vanuit de fractie en reactie van de bewindspersonen
1.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie begrijpen dat de Europese Commissie het verstandig
vindt dat EU-lidstaten het gebruik van het openbaar vervoer stimuleren zodat inwoners
vaker op een brandstof besparende wijze reizen. Deze leden juichen het toe wanneer
de Europese Commissie hier voorstellen op zou doen. In de kabinetsinzet missen deze
leden dit element. Aan welke voorstellen wordt door de Europese Commissie gedacht
op dit punt?
Op 22 april a.s. heeft de Europese Commissie een mededeling gepubliceerd als reactie
op de energieschok om lidstaten te ondersteunen op zowel de korte termijn, als het
versnellen van de transitie op de middellange termijn. De Mededeling omvat een aankondiging
van niet-wetgevende en enkele wetgevende maatregelen, alsook een toolbox/best practices met nationale maatregelen die lidstaten kunnen nemen.
De mededeling bevat een aantal voorstellen waar Nederland voor heeft gepleit richting
de Commissie en andere Europese lidstaten, waaronder: sterkere coördinatie van de
Commissie voor olie en gas; sterkere coördinatie energiebesparing; en aanpassing wetgevend
kader voor netwerktarieven.
Daarnaast zitten er veel niet-wetgevende initiatieven in het voorstel gericht op uitwisseling
van best practices tussen lidstaten en het bevorderen van energiebesparing en opschaling van schone energie.
2.
Graag zouden de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zien dat ook het Nederlandse
kabinet nadrukkelijk het belang van het stimuleren van het gebruik van het openbaar
vervoer benadrukt en voorstellen op dit vlak doet en voorstellen van de Europese Commissie
op dit vlak ondersteunt. Wanneer het openbaar vervoer meer wordt gestimuleerd, draagt
dit bij aan het terugdringen van het brandstofgebruik in de EU. Graag ontvangen deze
leden een reactie van het kabinet hierop.
Tijdens het Commissiedebat OV en taxi van 15 april 2026 jl. heeft de Staatssecretaris
van IenW aangegeven dat een taskforce in de sector gaat kijken naar de mogelijkheid
van goedkoper vervoer op de korte en middellange termijn. Tijdens het Nationaal Openbaar
Vervoer Beraad van 23 april is daar verder over gesproken. Verder verwijst het kabinet
naar brief aan de Tweede Kamer over Acties weerbaarheid energieschok van 20 april jl.1
3.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie geven aan dat niet alleen binnen EU-lidstaten
het van belang is om het gebruik van het openbaar vervoer aantrekkelijker te maken.
Ook tussen EU-lidstaten is het naar de mening van deze leden van belang dat het openbaar
vervoer wordt verbeterd en gestimuleerd. Nog steeds zijn er dagelijks bijvoorbeeld
vele korteafstandsvluchten die op een veel zuinigere manier per trein zouden kunnen
worden afgelegd. Ondanks veel mooie woorden lukt het EU-lidstaten slechts beperkt
om het internationale treinverkeer verder te stimuleren en aantrekkelijker te maken.
Deelt het kabinet deze zorg en ziet het kabinet kansen om de huidige energiecrisis
als stimulans te gebruiken om versneld ook stappen te zetten op het uitbreiden van
het internationaal treinvervoer?
Het kabinet steunt de ontwikkeling van het internationaal spoorvervoer in Europees
verband. De huidige energieschok toont het belang aan van een robuuste ontwikkeling
van internationaal treinvervoer. Een aantrekkelijk raamwerk voor Europese rail ticketing is daarbij een belangrijk onderdeel. Het kabinet zet zich in Europese fora in voor
het bevorderen van het netwerk van internationale treindiensten.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
R.A. Huizenga, voorzitter van de vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat -
Mede ondertekenaar
L. van der Graaf, adjunct-griffier