Jaarverslag : Jaarverslag Deltafonds 2025
Tweede Kamer der Staten-Generaal
InhoudsopgaveGerealiseerde uitgaven en ontvangstenA. Algemeen1 1. Aanbieding van het jaarverslag en verzoek tot dechargeverleningDechargeverlening door de Tweede KamerDechargeverlening door de Eerste Kamer2. LeeswijzerB. Productverslag3. Deltafondsverslag 20251 Nadelig saldo4. Productartikelen4.1 Artikel 1 Investeren in waterveiligheidA. Omschrijving van de samenhang in het beleidB. Budgettaire gevolgen van de uitvoeringC. Toelichting op de budgettaire gevolgen van de uitvoeringD. Toelichting op de artikelonderdelen4.2 Artikel 2 Investeren in zoetwatervoorzieningA. Omschrijving van de samenhang in het beleidB. Budgettaire gevolgen van de uitvoeringC. Toelichting op de budgettaire gevolgen van de uitvoeringD. Toelichting op de artikelonderdelen4.3 Artikel 3 Exploitatie, onderhoud en vernieuwingA. Omschrijving van de samenhang in het beleidB. Budgettaire gevolgen van de uitvoeringC. Toelichting op de budgettaire gevolgen van de uitvoeringD. Toelichting op de artikelonderdelen4.4 Artikel 4 Experimenteren cf. Art. III DeltawetA. Omschrijving van de samenhang in het beleidB. Budgettaire gevolgen van de uitvoeringC. Toelichting op de budgettaire gevolgen van de uitvoeringD. Toelichting op de artikelonderdelen4.5 Artikel 5 Netwerkgebonden kosten en overige uitgavenA. Omschrijving van de samenhang in het beleidB. Budgettaire gevolgen van de uitvoeringC. Toelichting op de budgettaire gevolgen van de uitvoeringD. Toelichting op de artikelonderdelen4.6 Artikel 6 Bijdragen andere begrotingen RijkA. Omschrijving van de samenhang in het beleidB. Budgettaire gevolgen van de uitvoeringC. Toelichting op de budgettaire gevolgen van de uitvoering4.7 Artikel 7 Investeren in waterkwaliteitA. Omschrijving van de samenhang in het beleidB. Budgettaire gevolgen van de uitvoeringC. Toelichting op de budgettaire gevolgen van de uitvoeringD. Toelichting op de artikelonderdelen5. BedrijfsvoeringsparagraafC. Jaarrekening6. Verantwoordingsstaat Deltafonds7. SaldibalansD. BijlagenBijlage 1: Instandhouding1 Onderdeel A - Instandhouding van de netwerken van Rijkswaterstaat2 Onderdeel B - Instandhouding netwerk ProRail (Hoofdspoorweginfrastructuur)Bijlage 2: Lijst van afkortingen
36 945 J Jaarverslag en Slotwet Deltafonds 2025
Nr. 1 JAARVERSLAG VAN HET DELTAFONDS (J)
Ontvangen 20 mei 2026
Vergaderjaar 2025–2026
GEREALISEERDE UITGAVEN EN ONTVANGSTEN
Figuur 1 Gerealiseerde uitgaven verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (x €1 miljoen). Totaal € 1.942.678
Figuur 2 Gerealiseerde ontvangsten verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (x €1 miljoen). Totaal € 1.783.076
A. ALGEMEEN
1 1. Aanbieding van het jaarverslag en verzoek tot dechargeverlening
AAN de voorzitters van de Eerste en de Tweede Kamer van de Staten-Generaal.
Hierbij bied ik, mede namens de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, het departementale jaarverslag van het Deltafonds (J) over het jaar 2025 aan.
Onder verwijzing naar de artikelen 2.37 en 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 verzoek ik de beide Kamers van de Staten-Generaal de Minister van Infrastructuur en Waterstaat decharge te verlenen over het in het jaar 2025 gevoerde financiële beheer.
Voor de oordeelsvorming van de Staten-Generaal over dit verzoek tot dechargeverlening stelt de Algemene Rekenkamer als externe controleur op grond van artikel 7.14 van de Comptabiliteitswet 2016 een rapport op. Dit rapport wordt op grond van artikel 7.15 van de Comptabiliteitswet 2016 door de Algemene Rekenkamer aan de Staten-Generaal aangeboden. Het rapport bevat de bevindingen en het oordeel van de Algemene Rekenkamer over:
a. het gevoerde begrotingsbeheer, financieel beheer, materiële bedrijfsvoering en de daartoe bijgehouden administraties van het Rijk;
b. de centrale administratie van de schatkist van het Rijk van het Ministerie van Financiën;
c. de financiële verantwoordingsinformatie in de jaarverslagen;
d. de totstandkoming van de niet-financiele verantwoordingsinformatie in de jaarverslagen;
e. de financiële verantwoordingsinformatie in het Financieel jaarverslag van het Rijk.
Bij het besluit tot dechargeverlening worden verder de volgende, wettelijk voorgeschreven, stukken betrokken:
a. het Financieel jaarverslag van het Rijk over 2025
b. het voorstel van de slotwet dat met het onderhavige jaarverslag samenhangt;
c. het rapport van de Algemene Rekenkamer over het onderzoek van de centrale administratie van de schatkist van het Rijk en van het Financieel jaarverslag van het Rijk;
d. de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer over de in het Financieel jaarverslag van het Rijk, over 2025 opgenomen rekening van uitgaven en ontvangsten over 2025, alsmede over de saldibalans over 2025 (de verklaring van goedkeuring, bedoeld in artikel 7.14, tweede lid, van de Comptabiliteitswet 2016.
Het besluit tot dechargeverlening kan niet worden genomen, voordat de betrokken slotwet is aangenomen en voordat de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer is ontvangen.
Minister van Infrastructuur en Waterstaat,V.P.G.Karremans
Dechargeverlening door de Tweede Kamer
Onder verwijzing naar artikel 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 verklaart de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal dat de Tweede Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van
De Voorzitter van de Tweede Kamer,
Handtekening:
Datum:
Op grond van artikel 2.40, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2016 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen verklaring, ter behandeling doorgezonden aan de voorzitter van de Eerste Kamer.
Dechargeverlening door de Eerste Kamer
Onder verwijzing naar artikel 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 verklaart de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal dat de Eerste Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van
De Voorzitter van de Eerste Kamer,
Handtekening:
Datum:
Op grond van artikel 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen verklaring, doorgezonden aan de Minister van Financiën.
2. Leeswijzer
Voor u ligt het jaarverslag van het Deltafonds, Hoofdstuk J van de Rijksbegroting. Naast het Deltafonds kent IenW ook de Beleidsbegroting Infrastructuur en Waterstaat (Hoofdstuk XII) en het Mobiliteitsfonds (Hoofdstuk A). Van deze begrotingen zijn separate jaarverslagen opgesteld.
In de Waterwet (stb. 2009, nr 107) is opgenomen dat er een Deltafonds wordt ingesteld met als doel de bekostiging van maatregelen, voorzieningen en onderzoeken op het gebied van waterveiligheid en zoetwatervoorziening. Op grond van het amendement-Jacobi (Kamerstukken II, 2013-2014 33 503, nr. 8) is het met ingang van 1 januari 2015 mogelijk om de uitgaven op het gebied van waterkwaliteit, ook wanneer deze uitgaven geen relatie hebben met waterveiligheid en zoetwatervoorziening, te verantwoorden op het Deltafonds.
De producten van het Deltafonds zijn gerelateerd aan artikel 11 Integraal Waterbeleid op de beleidsbegroting van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (Hoofdstuk XII van de Rijksbegroting). De doelstelling van dit beleidsartikel is het op orde houden van een duurzaam watersysteem tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten, waardoor Nederland droge voeten heeft en over voldoende zoetwater beschikt.
Het Deltafonds wordt voor het grootste deel gevoed door een bijdrage uit de beleidsbegroting van IenW (artikelonderdeel 26.02). Daarnaast worden voor een aantal projecten uitgaven doorberekend aan derden, zoals andere departementen, lagere overheden, buitenlandse overheidsinstanties en de Europese Unie.
De apparaatsuitgaven en apparaatsontvangsten van het kerndepartement (met uitzondering van de Staf-Deltacommissaris) worden verantwoord op artikel 98 Apparaatsuitgaven Kerndepartement van de begroting Hoofdstuk XII.
Opbouw
Het Jaarverslag van het Deltafonds bestaat uit de volgende onderdelen:
– Een algemeen deel: hierin is naast deze leeswijzer de officiële aanbieding van het Jaarverslag aan de Staten-Generaal en het verzoek tot dechargeverlening opgenomen.
– Het beleidsverslag 2025 van het Deltafonds, deze bestaat uit:
• Het Deltafondsverslag 2025, waarin een korte terugblik is opgenomen met betrekking tot de realisatie van de belangrijkste uitvoeringsprioriteiten over het verslagjaar 2025 en een overzicht van de onderuitputting, waarbij de grootste en belangrijkste meevallende realisaties worden toegelicht;
• De productartikelen van het Deltafonds;
• De bedrijfsvoeringsparagraaf.
– De Jaarrekening 2025 van het Deltafonds, deze bestaat uit de verantwoordingstaat en saldibalans van het Deltafonds.
– De volgende twee bijlagen:
• Instandhouding;
• Afkortingenlijst.
Normering jaarverslag
De financiële informatie in het beleidsverslag (onderdeel B) wordt gepresenteerd door middel van de tabellen ‘Budgettaire gevolgen van beleid’. Verschillen tussen de vastgestelde begroting en de realisatie worden conform de Regeling rijksbegrotingsvoorschriften 2025 op het niveau van de artikelonderdelen toegelicht volgens onderstaande uniforme ondergrenzen. In aanvulling hierop worden ook de verschillen van de verplichtingen en ontvangsten volgens deze ondergrenzen toegelicht.
Norm bij te verklaren verschillen
Omvang begrotingsartikel (stand Ontwerpbegroting in € miljoen)
Beleidsmatige mutaties (ondergrens in € miljoen)
Technische mutaties (ondergrens in € miljoen)
< 50
1
2
≥ 50 en < 200
2
4
≥ 200 < 1000
51
5
≥ 1000
5
5
X Noot
1
Naar aanleiding van de motie van de leden Van Helvert en Van Veldhoven (Kamerstukken II 2015-2016, 34 475 XII, nr. 12) worden bij alle begrotingsartikelen op het Mobiliteitsfonds en Deltafonds groter dan € 1 miljard de begrotingsmutaties boven de € 5 miljoen toegelicht. Dit heeft als praktische uitwerking dat bij de artikelen tussen de € 200 miljoen en € 1 miljard de ondergrens voor technische mutaties ook neerwaarts is bijgesteld. Voor beleidsmatige mutaties was er bij de artikelen van deze omvang reeds sprake van een ondergrens van € 5 miljoen.
Afronding budgettaire tabellen en verantwoordingsstaat
De verplichtingen, uitgaven en ontvangsten in de verantwoordingsstaat zijn in lijn met de Regeling Rijksbegrotingsvoorschriften naar boven afgerond. Om aansluiting te hebben tussen de budgettaire tabellen en de verantwoordingsstaat, zijn de verplichtingen, uitgaven en ontvangsten in budgettaire tabellen waar relevant tevens naar boven afgerond. Met deze werkwijze komen de cijfers in de verantwoordingsstaat overeen met de cijfers zoals opgenomen in de budgettaire tabellen.
Inzicht in budgetten van verkenningen en planuitwerkingprogramma’s en de realisatieprogramma's
Het inzicht in de budgetten van de verkenningen en planuitwerkingprogramma’s en de realisatieprogramma’s wordt vergroot door begrotingsmutaties expliciet in de MIRT projectoverzichten zichtbaar te maken op projectniveau (toezegging WGO van 22 juni 2011). Deze projectoverzichten zijn in ieder geval voorzien van toelichtingen indien sprake is:
– Van een wijziging (anders dan door de verwerking van loon- en prijsbijstelling) in het taakstellend projectbudget groter dan 10% of meer dan € 10 miljoen;
– Van een wijziging groter dan 1 jaar in de oplevering van het project.
In aanvulling op de toelichting op de budgettaire tabel, worden bij de projectoverzichten van het realisatieprogramma wijzigingen van het kasbudget op projectniveau toegelicht conform de staffel «Norm bij te verklaren verschillen» behorende bij de budgettaire tabel.
Grondslagen voor de vastlegging en de waardering
De verslaggevingsregels en waarderingsgrondslagen die van toepassing zijn op de in dit jaarverslag opgenomen financiële overzichten zijn ontleend aan de Comptabiliteitswet 2016 en de daaruit voortvloeiende regelgeving, waaronder de Regeling rijksbegrotingsvoorschriften 2025 en de Regeling agentschappen. Voor de departementale begrotingsadministratie wordt het verplichtingen-kasstelsel toegepast en voor de baten-lasten agentschappen het baten-lastenstelsel.
Indicatoren en kengetallen
Het jaarverslag is opgesteld conform de Regeling rijksbegrotingsvoorschriften (RBV). De RBV stelt dat er op 14 maart een door de Auditdienst Rijk goedgekeurd jaarverslag aan de minister van Financiën wordt aangeboden en dat wijzigingen door vakministers, in uitzonderlijke gevallen, tot 28 maart verwerkt kunnen worden. Voor enkele indicatoren en kengetallen in de jaarverslagen van IenW zijn op deze momenten de realisatiegegevens nog niet beschikbaar en kunnen derhalve niet worden toegevoegd aan het jaarverslag. Hierdoor komt het voor dat er realisatiegegevens van indicatoren en kengetallen bekend worden ná het opstellen van het jaarverslag maar vóór publicatie van het jaarverslag. Deze gegevens worden, zoals in het jaarverslag aangegeven, bij de eerstvolgende begroting aan uw Kamer aangeboden.
B. PRODUCTVERSLAG
3. Deltafondsverslag 2025
Werken aan waterveiligheid, zoetwatervoorziening en waterkwaliteit vraagt continu inspanningen en investeringen. Deze worden verantwoord in het Deltafonds. Het aantal mensen en de waarde van het te beschermen goed veranderen onder invloed van economische en demografische ontwikkelingen. Ook water en bodem veranderen in de loop van de tijd; de zeespiegel stijgt en de bodem daalt. Door de klimaatverandering wordt het warmer, vertonen rivierafvoeren en regenval grotere extremen en komen er meer droge periodes.
Het Deltaprogramma is het nationale programma waarin Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen samenwerken om Nederland veilig en aantrekkelijk te houden, te beschermen tegen hoogwater en optimaal om te gaan met het beschikbare zoetwater.
Het Deltaprogramma heeft als doel ons land nu en in de toekomst te beschermen tegen hoogwater en – met het oog op het veranderende klimaat – klimaatbestendig en waterrobuust in te richten. Ook voorziet het programma in het op orde houden van de zoetwatervoorziening.
Mijlpalen en resultaten 2025
Hieronder wordt ingegaan op de mijlpalen in het lopende programma. Hiermee wordt inzichtelijk gemaakt welke projecten in 2025 zijn opgeleverd en bij welke projecten de uitvoering in 2025 is gestart.
Zoetwater
Het Deltaprogramma Zoetwater werkte in 2025 aan de realisatie van maatregelen om Nederland weerbaar te maken tegen droogte in 2050. Meeste maatregelen zijn in uitvoering en dus niet hier als behaalde mijlpaal te noemen. In 2025 is begonnen met het laatste deel van het project Kleinschalige wateraanvoer West Nederland en met de voorbereidingen voor de volgende fase aan uitvoeringsmaatregelen (2028-2033).
Exploitatie, onderhoud en vernieuwing
Voor het exploitatie, onderhoud en vernieuwing zijn afspraken over prestaties gemaakt voor het watermanagement en het beheren en onderhouden van het hoofdwatersysteem, waaronder kustlijnhandhaving met zandsuppleties, stormvloedkeringen en peil- en hoogwaterbeheersing. Deze afspraken over prestaties zijn nader toegelicht in artikel 3 Exploitatie, Onderhoud en Vernieuwing van het Deltafonds.
De stand van zaken is nade toegelicht in bijlage 1 Instandhouding van deze jaarverantwoording. In 2025 heeft IenW onder meer de volgende activiteiten in het kader van exploitatie, onderhoud en vernieuwing uitgevoerd.
Tabel 1 Activiteiten Exploitatie, onderhoud en vernieuwing
Netwerk
Project
Hoofdwatersystemen
Zandsuppleties basiskustlijn
‒
Planfase energievoorziening Oosterscheldekering
‒
Planfase bediening en besturing Maeslantkering
‒
Levensverlengend onderhoud spuisluizen Afsluitdijk
‒
Planfase Maas: vervanging, bediening en besturing (MB2)
‒
Planfase vervanging Sifons en Duikers onder de Brabantse kanalen
‒
Planfase renovatie gemaal Heumen
‒
Planfase vernieuwing gemaal IJmuiden
‒
Planfase Objecten IJsselmeergebied
‒
Realisatiefase Groot onderhoud Stuwen maas (Gronst)
‒
Realisatiefase Marijkesluizen
‒
Realisatiefase Krammersluizen
‒
Landelijk Meetnet Water, voorbereiding vervanging zeemeetpalen
Aanleg
In 2025 is voortvarend gewerkt aan het verbeteren van de waterveiligheid, onder andere door het uitvoeren van het tweede Hoogwaterbeschermingsprogramma en het Hoogwater Beschermingsprogramma (HWBP). Hieronder volgen de mijlpalen die IenW bij deze programma’s in 2025 heeft behaald:
Tabel 2 Mijlpalen Aanleg
HWBP
Start realisatie
Arcen (Waterschap Limburg)
2025
Buggenum (Waterschap Limburg)
IJsselmeerdijk (Waterschap Zuiderzeeland)
Versterking voormalige C-kering HDSR (GHIJ) (Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden)
Doeveren (Waterschap Aa en Maas)
Neder-Betuwe (Waterschap Rivierenland)
Grebbedijk (Waterschap Vallei en Veluwe)
Zwolle-Olst I (Waterschap Drents Overijsselse Delta)
Proces verbaal
van oplevering
Wolferen - Sprok inclusief DTO (Waterschap Rivierenland)
2025
Gorinchem-Waardenburg (Waterschap Rivierenland)
Sint-Annaland (Waterschap Scheldestromen)
Koehool-Zwarte Haan (Wetterskip Fryslân)
Kunstwerken Noordoostpolder (Waterschap Zuiderzeeland)
Nieuw-Bergen (Waterschap Limburg)
Rijnkade Arnhem (Waterschap Rijn en IJssel)
Salmsteke (Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden)
Standhazense dijk (Waterschap Brabantse Delta)
Stad Tiel exclusief Fluvia (Waterschap Rivierenland)
Industrieterrein Grutbroek (Waterschap Rijn en IJssel)
Sint-Annaland (Waterschap Scheldestromen)
Extra
Vaststelling RE fase
2025
1 Nadelig saldo
In onderstaande tabel wordt de totale nadelig saldo gepresenteerd. Daarbij worden de grootste en/of belangrijkste realisaties apart toegelicht. De overige worden in de post «overige saldi» toegelicht.
De tabel geeft per begrotingsartikel een overzicht van de overuitputting1in 2025, zowel in miljoenen euro’s als in percentage van de vastgestelde begroting 2025. Een minus staat voor voordelig saldo een plus staat voor nadelig saldo. De tabel wordt ondersteund met een toelichting.
Tabel 3 Grootste posten met een voordelig saldo in 2025 (bedragen x € 1 mijoen)
Bedrag
Als % v.d. vastgestelde begroting
Hoogwaterbeschermingsprogramma
108,8
6,3%
Overprogrammering
183,7
10,7%
Afsluitdijk
‒ 17,9
‒ 1,0%
Kaderrichtlijn water
‒ 15,3
‒ 0,9%
Deltaplan zoetwater fase 2
‒ 10,2
‒ 0,6%
Rivierverruiming Rijn en Maas
‒ 15,4
‒ 0,9%
Overige saldi
‒ 74,0
‒ 4,3%
Totaal
159,6
9,3%
Toelichting:
Algemeen:
Het nadelig saldo wordt in mindering gebracht van 2026 zodat de beschikbare projectbudgetten meerjarig ongewijzigd blijven en daarmee onverminderd uitgevoerd kunnen worden.
Overprogrammering
Overprogrammering houdt in dat de programmering in 2025 hoger was dan het beschikbare kasbudget. Met overprogrammering wordt geanticipeerd op vertragingen, die zich op projectniveau in de regel voordoet. Thans is gebleken dat vertragingen zich minder hebben voorgedaan dan bij Najaarsnota werd aangenomen. Daardoor is de realisatie € 183,7 miljoen hoger uitgekomen dan eerder was voorzien.
Afsluitdijk
In 2025 zijn de uitgaven op de Afsluitdijk € -17,9 miljoen lager dan verwacht. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door uitstel besluitvorming of herijking van planning op een aantal (endogene en exogene) wijzigingen en de financiering daarvan (€ -21,5 miljoen). De belangrijkste oorzaken zijn de vertraging bij het collega-project renovatie Monument de Vlieter met als gevolg dat de werkzaamheden aan Dijk niet meer in 2025 plaatsvinden, herijking van het risicomanagementdossier en verwante planning van risico's, herijking kosten en betaaltermijnen voor werkzaamheden ten behoeve van bodembescherming Kornwerderzand. Omdat de werkzaamheden al zijn uitgevoerd moet de betaaltermijn, voor het aanbrengen van bodembescherming bij aansluiting van de spuimiddelen en pompen, in 2025 worden voldaan. Deze tweede betaaltermijn was verwacht in 2026. Daarnaast is er een onvoorziene betaling van miljoen, die betaald moet worden in verband met indexatie. Samen € 3,6 miljoen.
Hoogwaterbeschermingsprogamma
Het nadelig saldo betreft met name de uitvoering van het HWBP waar meer betalingen gerealiseerd zijn met name vanwege betalingen o.b.v. de werkelijke voortgang van het project.
Kaderrichtlijn water
Het voordelig saldo van € -15,3 miljoen wordt grotendeels veroorzaakt bij projecten
– –KRW Oost-Nederland (€ -8 miljoen): door uitloop voor de planstudie door GROW waardoor termijnbedragen verder in de tijd schuiven. Ook is het aantal transacties voor het verkrijgen van gronden voor 2025 nog beperkt. Daarnaast kan de capaciteitsbehoefte door toepassing van het kader voor de wet DBA niet in de volle breedte worden ingevuld.
– –KRW/N2000 Midden-Nederland (€ -1,7 miljoen); de situatie buiten afwijkt van de beschreven uitgangspositie. Hierdoor is er meer tijd en onderzoek nodig om de scope vast te stellen voor deze maatregelen. Ook het opstellen van de samenwerkingsovereenkomst met Staatsbosbeheer neemt meer tijd in beslag en dit leidt tot vertraging.
– –KRW Klimaatpark IJsselpoort (€ -1,6 miljoen); vanwege vertraging in de afstemming van dit project zijn in 2025 minder kosten gemaakt dan verwacht.
– –KRW/N2000 Friesland (€ -1,0 miljoen); doordat de formalisering van de financiële afspraken tussen Provincie Friesland en PAGW vertraging heeft opgelopen, waardoor de uitvoering niet meer in 2025 kan plaatsvinden.
– –Diverse kleinere mutaties van per saldo € -3,0 miljoen.
Deltaplan zoetwater fase 2
Vanwege beperkte capaciteit konden aanvullende projecten niet worden opgestart, waaronder projecten projecten regio LAAG Noord Nederland en bij regio Zuid-Westelijke Delta. Een bedrag van € -8,5 miljoen wordt doorgeschoven naar 2026. Daarnaast is een SPUK-aanvraag niet binnende gestelde termijn ontvangen. Tevens zijn een tweetal projecten niet tot uitvoering gekomen doordat het plan van aanpak niet afdoende was.
Rivierverruiming Rijn en Maas
Voor Rivierverruiming Maas wordt € -15,4 miljoen doorgeschoven van 2025 naar 2026. Dit betreft met name het project Ruimte voor de Maas bij Oeffelt. De vergunningverlening door de bevoegde gezagen kost meer tijd dan beoogd.
Overige saldi
Dit betreft een saldo van diverse mee- en tegenvallers op het Deltafonds.
4. Productartikelen
4.1 Artikel 1 Investeren in waterveiligheid
A. Omschrijving van de samenhang in het beleid
Het Rijk investeert in waterveiligheid om te voldoen aan de wettelijke normen van de primaire waterkeringen in beheer bij de waterschappen en het Rijk en om een bijdrage te leveren aan het beheer van de Rijkswateren. Het artikel waterveiligheid is gerelateerd aan beleidsartikel 11 (Integraal Waterbeleid) op de Begroting hoofdstuk XII.
B. Budgettaire gevolgen van de uitvoering
Tabel 4 Budgettaire gevolgen van de uitvoering artikel 1 Investeren in waterveiligheid (bedragen x € 1.000)
Realisatie
Vastgestelde begroting
Verschil
2021
2022
2023
2024
2025
2025
2025
Verplichtingen
765.964
865.701
695.545
1.052.500
1.381.093
1.429.674
‒ 48.581
1
Uitgaven
428.861
536.517
560.656
604.197
875.590
560.480
315.110
1.01 Grote projecten waterveiligheid
38.164
109.167
70.774
60.595
112.899
36.004
76.895
2
1.01.01 Programma HWBP-2 Waterschapsprojecten
12.644
85.955
66.999
54.394
110.931
33.368
77.563
1.01.02 Programma HWBP-2 Rijksprojecten
991
913
596
981
689
1.212
‒ 523
1.01.03 Ruimte voor de rivier
3.417
445
2.064
286
446
803
‒ 357
1.01.04 Maaswerken
21.112
21.854
1.115
4.934
833
621
212
1.02 Ontwikkeling waterveiligheid
381.902
416.639
472.361
526.084
743.716
490.979
252.737
3
1.02.01 Planning waterveiligheid
46.018
38.125
28.738
13.329
51.158
62.295
‒ 11.137
- Waarvan bijdrage aan agentschap RWS
559
3.131
2.082
1.448
2.088
1.518
570
1.02.02 Aanleg waterveiligheid
335.884
378.514
443.623
512.755
692.558
428.684
263.874
1.03 Studiekosten
8.795
10.711
17.521
17.518
18.975
33.497
‒ 14.522
4
1.03.01 Studie en onderzoekskosten
8.795
10.711
17.521
17.518
18.975
33.497
‒ 14.522
- Waarvan bijdrage aan agentschap RWS
9.879
9.888
10.373
10.373
1.09 Ontvangsten investeren in waterveiligheid
174.597
208.140
185.258
187.914
174.703
167.535
7.168
5
1.09.01 Ontvangsten waterschappen HWPB-2
309
104
0
0
4.891
0
4.891
1.09.02 Overige ontvangsten HWPB-2
0
0
0
0
0
0
1.09.03 Ontvangsten waterschappen HWPB
169.964
181.972
179.975
186.733
165.927
167.039
‒ 1.112
1.09.04 Overige ontvangsten HWPB
100
13.430
1.533
638
1.053
0
1.053
1.09.05 Overige aanleg ontvangsten
4.224
12.634
3.750
543
2.832
496
2.336
C. Toelichting op de budgettaire gevolgen van de uitvoering
Onderstaand wordt op het niveau van artikelonderdeel, de verplichtingen en ontvangsten een toelichting gegeven op de verschillen (de mutaties) tussen de begroting en de realisatie. Zie voor de gehanteerde norm de toelichting ‘normering jaarverslag’ zoals opgenomen in de leeswijzer.
1. De per saldo lagere realisatie op verplichtingen bij artikel 1 waterveiligheid wordt veroorzaakt door zowel projecten met een hogere realisatie (€ 723,9 miljoen) als met een lagere realisatie (- € 772,5 miljoen). De hogere realisatie op verplichtingen betreft de projecten:
– HWBP WS Neder-Betuwe (€ 471,1 miljoen) vanwege het doorlopen van het aanbestedingsproces in 2025 nadat dit in 2024 vertraagd was. Daarnaast zijn er meerkosten vanwege hoger dan verwachte uitgaven voor emissieloos materieel en langere en meer damwanden dan voorzien.
– HWBP-2 Markermeerdijk (€ 47,7 miljoen) verhoging van het verplichtingenbudget vanwege de uitwerking van de subsidieaanvraag in 2025 nadat dit in 2024 vertraagd was. Daarnaast is het prijspeil geactualiseerd en zijn indexeringskosten toegekend aan het project.
– HWBP WS IJsselmeer (€ 46,4 miljoen) vanwege een wijziging in het uitvoeringsontwerp.
– HWBP WS Grebbedijk (€ 38,5 miljoen) vanwege een wijziging in het ontwerp, toekenning indexering, en kosten voor emissieloos werken en grotere vastgoedopgave.
– HWBP WS Maasvallei (€ 32,7 miljoen) vanwege kosten voor emissie-loos werken, toekennen indexering, wijzigingen in de technische uitvoering. Daarnaast is er minder gerealiseerd vanwege een vertraagd projectbesluit van de provincie.
– HWBP Doeveren (€ 22,4 miljoen) vanwege het vastleggen van verplichtingen eind 2025 in plaats van begin 2026 zoals eerst werd verwacht
– HWBP Rijksproject Marken (€ 9 miljoen) omdat het ontwerp en de uitvoeringswijze is aangepast door o.a. het aantreffen van asbest en teerhoudend asfalt en de nieuwe wettelijke eis voor geotextiel.
– HWBP WS Geervliet-Hekelingen (€ 5,5 miljoen) omdat procedures en de uitwerking van de Omgevingswet in 2025 hebben plaatsgevonden in plaats van 2024. Daarnaast zijn er wijzigingen in het uitvoeringsontwerp.
– HWBP WS Geertruidenberg (€ 5,3 miljoen) vanwege langere onderzoeksduur en besluitvorming over voorkeursalternatief in 2025 heeft plaatsgevonden nadat dit in 2024 vertraagd was. Daarnaast zijn de materiaalkosten toegenomen.
– Roggebotbrug (€ 15 miljoen) meer verplicht als gevolg van het rondkomen van de afkoopsom voor het onderhoud aan de Roggebotbrug.
– Diverse kleine mutaties (€ 30,3 miljoen).
De lagere realisatie op verplichtingen betreft de projecten:
– HWBP WS Zwolle-Olst (- € 245,6 miljoen) omdat het project gesplitst is in 3 deelprojecten, waarbij deel 2 en deel 3 pas in latere jaren (2027 en 2029) verplicht worden.
– HWBP WS Lob van Gennep (- € 113,4 miljoen) vanwege hernieuwde planning vanuit de waterschappen en overhevelingen naar andere HWBP projecten, waaronder Neder-Betuwe en Grebbedijk.
– HWBP WS Sterke Lekdijk (€-103 miljoen) vanwege hernieuwde planning vanuit de waterschappen, actualisatie van de subsidieaanvraag en vertraging in de afstemming binnen de planningsfase.
– HWBP Rijksprojecten (- € 69,1 miljoen) vanwege het doorschuiven van het deel van de risicoreservering voor de Rijksprojecten waar in 2025 geen beroep op is gedaan, overheveling naar Rijksproject Marken en het schuiven bij Faalkansverlaging SVK Hollandsche IJsselkering aangezien aanbesteding en gunning pas zal plaatsvinden in 2027-2028.
– HWBP WS Vecht-Zuid (- € 41,2 miljoen) vanwege het aanpassen van de uitvoeringsplanning van het waterschap.
– HWBP WS Den Helder (- € 31,8 miljoen) vanwege hernieuwde planning vanuit de waterschappen.
– HWBP WS Koehool-Lauwersmeer (- € 20,7 miljoen) door vertraging vanwege extra onderzoek steenbekleding waarbij de uitkomst effect heeft op de scope van de versterkingsopgave.
– HWBP WS Zettingsvloeiing (- € 11,5 miljoen) vanwege een aanpassing naar kleinere scope.
– HWBP Waterschapsprojecten (- € 10,5 miljoen) vanwege het overhevelen vanuit de risicoreservering naar specifieke HWBP projecten en het doorschuiven van het deel van de risicoreservering waar in 2025 geen beroep is gedaan.
– Afsluitdijk Bestaande Spuimiddelen (- € 8,8 miljoen) omdat de uitvoeringsrisico’s voor de opdracht renovatie Afsluitdijk BSM te groot bleken. De contractverplichtingen zijn in 2025 afgewikkeld.
– HWBP WS Bronsbergen – Den Elterweg (- € 8 miljoen) vanwege capaciteitsproblemen.
– HWBP WS Spijk Westervoort (- € 6,7 miljoen) vanwege capaciteitsproblemen.
– Areaalgroei (- € 3,5 miljoen) vanwege niet opgetreden areaalgroei worden deze middelen doorgeschoven naar 2026.
– Ruimte voor de Maas (- € 15,2 miljoen) minder verplicht voor het project Ruimte voor de Maas, vanwege opgelopen vertraging bij de vergunningverlening voor Oeffelt. Dit bedrag wordt doorgeschoven naar 2026.
– Ruimte voor de Rivier 2.0 (€ 2,2 miljoen) dit betreft een saldo van versnellingen en vertragingen, waarbij vanuit 2025 ‒ € 2,2 miljoen wordt doorgeschoven naar 2027 en 2028.
– Cybersecurity en cyber weerbaarheid (- € 12,2 miljoen) als gevolg van beperkte capaciteit bij de beleidsdirectie is er minder verplicht.
– Per saldo ‒ € 8,2 miljoen lagere verplichtingen door overboekingen naar art. 11 ( ‒ € 2,0 miljoen) voor subsidie Groene Klimaatpleinen en Watersnoodsmuseum, overboekingen naar RWS voor SITO programmsubsidie ( ‒ € 1,5 miljoen), overboeking naar BZK voor decentralisatie uitkering Bovenregionale analyse ( €1,5 miljoen) en vertraging ( ‒ € 3,2 miljoen) bij de uitvoering van het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie.
– Per saldo ‒ € 60,9 miljoen lagere verplichtingen als gevolg van een saldo van diverse kleinere vertragingen op projecten.
2. De per saldo hogere realisatie op de HWBP-2 Waterschapsprojecten (€ 77,6 miljoen) is met name het gevolg van een ophoging van het kasbudget project Markermeerdijk ( € 77,4 miljoen) vanwege het toekennen van indexeringskosten en betalingen op basis van de werkelijke voortgang van het project.
3. De per saldo hogere realisatie (€ 252,7 miljoen) op Ontwikkeling waterveiligheid wordt veroorzaakt door zowel projecten met een hogere realisatie (€ 308,3 miljoen) als met een lagere realisatie (- € 55,6 miljoen). De hogere realisatie (€ 308,3 miljoen) betreft:
– Overprogrammering (€ 239,7 miljoen).
– Roggebotbrug (€ 15 miljoen) meer verplicht als gevolg van het rondkomen van de afkoopsom voor het onderhoud aan de Roggebotbrug.
– Hogere realisatie bij de HWBP Waterschapsprojecten per saldo (€ 53,6 miljoen) en bestaat zowel uit projecten met een hogere realisatie (€ 238,3 miljoen) als projecten met een lagere realisatie (- € 184,7 miljoen).
• De hogere realisatie betreft:
• Meerdere projecten (€ 206,2 miljoen) vanwege betalingen o.b.v. de werkelijke voortgang van het project. Bij de toelichting op de artikelonderdelen worden deze projecten individueel benoemd.
• HWBP Streefkerk-Armeide (€ 7,4 miljoen) vanwege een geactualiseerde uitvoeringsplanning van het waterschap.
• HWBP Lob van Gennep (€ 5,2 miljoen) vanwege kosten voor emissieloos werken en hogere vastgoedopgave.
• HWBP Lith-Bokhoven (€ 5,1 miljoen) vanwege een geactualiseerde uitvoeringsplanning van het waterschap.
• Diverse kleine mutaties (€ 14,3 miljoen).
• De lagere realisatie betreft:
• Meerdere projecten (- € 72,6 miljoen) vanwege betalingen o.b.v. de werkelijke voortgang van het project. Bij de toelichting op de artikelonderdelen worden deze projecten individueel benoemd
• Meerdere projecten door het actualiseren van de uitvoeringsplanning van het waterschap; HWBP Centraal Holland (- € 17,8 miljoen), HWBP Vecht-Zuid (- € 10,3 miljoen), HWBP Sprok-Sterre (- € 8,2 miljoen), HWBP Weurt-Deest (- € 6,8 miljoen)
• HWBP Koehool-Lauwersmeer (- € 16,4 miljoen) door het actualiseren van de uitvoeringsplanning en vertraging door extra onderzoek naar steenbekleding waarbij de uitkomst effect heeft op de scope van de versterkingsopgave.
• HWBP Waterschapsprojecten (- € 10,5 miljoen) vanwege het aanspreken van de risicoreservering door specifieke HWBP projecten en het doorschuiven van het deel van de risicoreservering waar in 2025 geen beroep op is gedaan.
• HWBP Den Helder (- € 9,4 miljoen) door het actualiseren van de uitvoeringsplanning.
• HWBP Bronsbergen - Den Elterweg (- € 8 miljoen) door het actualiseren van de uitvoeringsplanning en capaciteitsproblemen
• Diverse kleine mutaties (- € 24,7 miljoen).
Lagere realisatie (- € 55,6 miljoen) betreft:
– HWBP Rijksprojecten per saldo (- € 2,4 miljoen)
• HWBP Rijksproject Marken (€ 9,2 miljoen) omdat het ontwerp en de uitvoeringswijze is aangepast door o.a. het aantreffen van asbest en teerhoudend asfalt als de nieuwe wettelijke eis voor geotextiel.
• HWBP Rijksprojecten (€-6,2 miljoen) vanwege het doorschuiven van het deel van de risicoreservering voor de Rijksprojecten waar in 2025 geen beroep op is gedaan, overheveling naar Rijksproject Marken en het schuiven bij Faalkansverlaging SVK Hollandsche IJsselkering aangezien aanbesteding en gunning pas zal plaatsvinden in 2027-2028 waardoor er nu beperkte uitgaven t.b.v. de uitvoering.
• HWBP Rijksproject Noordelijke Lekdijk (€-4,8 miljoen) door aanpassing uitvoeringsplanning van het waterschap
• Programma Rijkskeringen (€-0,6 miljoen)
– Wettelijk Beoordelings Instrumentarium (WBI (- € 8,9 miljoen) vanwege een budgetoverheveling voor de middelen van het Wettelijk Beoordelings Instrumentarium van de Nederlandse waterkeringen. Daarnaast heeft de opdrachtverstrekking voor Actualisatie Hydraulische Belasting en Beheer en Onderhoud vertraging opgelopen waardoor de financiële realisatie achterblijft in 2025. Ook is het deel van de risicoreservering doorgeschoven waar in 2025 geen beroep op is gedaan.
– Rivierverruiming Maas (- € 18,6 miljoen) als gevolg van vertraging bij de vergunningverlening bij Oeffelt;
– Ruimte voor de Rivier 2.0 (- € 4,6 miljoen) als gevolg van vertraging bij diverse projecten, waaronder Lob van Gennep en het Dam Lateraalkanaal;
– Areaalgroei (- € 3,5 miljoen) vanwege niet opgetreden areaalgroei worden deze middelen doorgeschoven naar 2026.
– ‒ € 8,1 miljoen lagere realisatie voor Beekdalen vanwege vertraging bij de regio, provincie Limburg.
– Diverse kleine mutaties (- € 9,5 miljoen)
4. De realisatie op de studiekosten is ‒ € 14,5 miljoen lager als gevolg van:
– Lagere uitgaven ( ‒ € 7,7 miljoen) door overboeking naar BZK voor decentralisatie uitkering Bovenregionale analyse ( ‒ € 1,5 miljoen), overboekingen naar RWS voor SITO programmasubsidie ( ‒ € 1,5 miljoen), overboekingen naar art. 11 ( ‒ € 0,5 miljoen) voor subsidie Groene Klimaatpleinen en Watersnoodsmuseum, en vertraging ( ‒ € 4,2 miljoen) bij de uitvoering van het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie.
– Vertraging bij Cybersecurity waterveiligheid (- € 7,9 miljoen) en Cyber vitale sectoren (- € 3,1 miljoen) als gevolg van capaciteitsgebrek;
– Lagere uitgaven op de MIRT onderzoeksbudgetten ( ‒ € 5,3 miljoen) door vertraging bij uitvoering voor MIRT Waterveiligheid (- € 3,7 miljoen) en lagere realisatie bij Mirt Onderzoeken Water ( € 1,8 miljoen) door overboeking naar Deltares voor het modelinstrumentarium, overboekingen naar andere departementen voor de PPS-voorstellen en vertraging naar 2026 van de PPS voorstellen.
– Hoge uitgaven voor het uitvoeren van het onderzoeksprogramma 2025 voor de water en bodemopgaven (€ 10,4 miljoen)
– Diverse kleine mutaties (- € 0,9 miljoen).
5. De hogere ontvangsten zijn met name het gevolg van:
– HWBP-2 (€ 4,9 miljoen) vanwege de afwikkeling juridische schikking bij project Eemdijk en Zuidelijke Randmeren voor de afwikkeling herstelkosten thermisch gereinigde grond.
– Steenbestorting Vooroeververvanging (€ 1 miljoen) vanwege een onverwachte ontvangst van teruggave BTW vooraftrek Bath Ossenisse over 2020 en 2021.
– Voor het programma Lob van Gennep is een EU-subsidie ontvangen van € 0,9 miljoen. Het project Lob van Gennep is een onderdeel van het landelijke Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) en richt zich op het verbeteren van de waterveiligheid in Noord-Limburg.
– Diverse kleinere mutaties € 0,4 miljoen.
D. Toelichting op de artikelonderdelen
1.01 Grote projecten waterveiligheid
Motivering
Deze projecten, waaraan de Tweede Kamer de status van Groot Project heeft toegekend, dragen bij aan de waterveiligheid in Nederland. Voor meer achtergrondinformatie over programmering in 2025 (en verder) wordt verwezen naar het MIRT Overzicht 2025, de betreffende voortgangsrapportages en het Deltaprogramma 2025.
Producten
Tweede Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP-2)
Onder dit programma vallen de verbetermaatregelen die zijn voortgekomen uit de periodieke toetsing volgens de Waterwet. Uit de resultaten van de eerste (2001) en tweede (2006) toetsing op veiligheid van de primaire waterkeringen bleek dat een deel van deze keringen niet voldeed aan de wettelijke norm (Kamerstukken II, 2007–2008, 27 625 en 18 106, nr. 103).
Conform de Regeling Grote Projecten heeft de Tweede Kamer in 2025 de Voortgangsrapportages 27 (Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025 Kamerstuk 32698-91) en 28 (Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32698-93) ontvangen.
Meetbare gegevens
Het HWBP-2 bestaat uit 87 versterkingsprojecten, inclusief de Zwakke Schakels. Per 31 december 2025 voldoen 86 projecten aan de vigerende veiligheidsnorm. Het laatste HWBP-2 project, zijnde het project Markermeerdijk Hoorn-Edam-Amsterdam, bevindt zich in de realisatiefase.
Het financiële risico op programmaniveau is gewijzigd van € 40,9 miljoen naar € 37,5 miljoen. Deze mutatie wordt o.a. veroorzaakt door vrijval programmarisico, bijstellingen ramingen van nog af te ronden projecten en het nog lopend project en prijspeilcorrectie 2024 naar 2025.
Het actuele programmabudget is gewijzigd en bedraagt op peildatum 31 december 2025 € 2.866 miljoen (VGR27 € 2.854 miljoen). Deze mutatie wordt veroorzaakt door het doorvoeren van prijsindexering van prijspeil 2024 naar 2025.De actuele programmaraming is de huidige verslagperiode afgerond gewijzigd en bedraagt op peildatum 31 december 2025 € 2.883 miljoen (VGR27 € 2.850 miljoen). Het programmabudget ligt € 17 miljoen lager dan de programmaraming, maar valt binnen de post programma-onvoorzien van € 37 miljoen.
Tabel 5 Projectoverzicht Tweede Hoogwaterbeschermingsprogramma; realisatie (bedragen x € 1 miljoen)
Kasbudget 2025
Projectbudget
Oplevering
Toelichting
Projectomschrijving
begroting2025
realisatie
verschil
begroting2025
huidig
2025
huidig
Projecten Nationaal
2027
2027
HWBP-2 Rijksprojecten
1
0
‒ 1
170
170
HWBP-2 Waterschapsprojecten
33
111
78
2.647
2.658
1
Overige projectkosten (programmabureau)
0
49
51
afrondingen
1
1
0
Programma realisatie
35
112
77
2.866
2.879
begroting (DF 1.01.01/02)
35
112
77
Toelichting
1. De per saldo hogere realisatie op de HWBP-2 Waterschapsprojecten (€ 78 miljoen) is met name het gevolg van:
• Markermeerdijk (€ 77,4 miljoen) vanwege het toekennen van indexeringskosten aan het project en betalingen o.b.v. de werkelijke voortgang van het project.
Projectbudget: De toename van het projectbudget (€ 12 miljoen) is met name het gevolg van de prijsbijstelling (€ 8,9 miljoen) en een overheveling vanuit het HWBP naar HWBP-2 (€ 2,8 miljoen) ter correctie omdat vorig jaar bij de toedeling van de prijsbijstelling 2024 abusievelijk te weinig indexatie aan HWBP-2 was toegekend.
Ruimte voor de Rivier
Tabel 6 Projectoverzicht Ruimte voor de rivier; realisatie (bedragen x € 1 miljoen)
Kasbudget 2025
Projectbudget
Openstelling
Toelichting
Projectomschrijving
begroting2025
realisatie
verschil
begroting2025
huidig
2025
huidig
Projecten Nationaal
Ruimte voor de Rivier
1
0
‒ 1
2.246
2.246
2019
2019
Programma realisatie
1
0
‒ 1
2.246
2.246
begroting (DF 1.01.03)
1
0
‒ 1
2.246
2.246
Toelichting
Afgelopen jaar zijn geen middelen besteed aan Ruimte voor de Rivier.
Maaswerken
Maaswerken is voortgekomen uit het Deltaplan Grote Rivieren dat na twee hoogwaters in de Rijn en de Maas in december 1993 en januari 1995 tot stand kwam. Belangrijkste doelstelling is het verbeteren van de bescherming van inwoners van Limburg en Noord-Brabant tegen hoogwater van de Maas.
Op 22 januari 2019 heeft de Tweede Kamer de Groot Project Status van Zandmaas en Grensmaas beëindigd. De rapportage over de voortgang en afronding van het programma vindt plaats via het MIRT overzicht. Het prioritaire deel van dit werk is in 2020 afgerond.
Tabel 7 Indicatoren Maaswerken
Indicator
Grensmaas
Zandmaas
Hoogwaterbeschermingsprogramma
100% in 2017 (gerealiseerd)
100 % in 2016
Natuurontwikkeling
(95%) 1.148 ha
(100%) 427 ha
Grind
ten minste 35 miljoen ton
Grensmaas en Zandmaas, natuurontwikkeling
De deelprogramma’s Grensmaas en Zandmaas (fase I) dragen primair bij aan de hoogwaterveiligheidsdoelstelling. Daarnaast wordt met deze projecten natuur gerealiseerd die ten goede komt aan het NatuurnetwerkNederland (NNN).
– Grensmaas: De totale oppervlakte natuurontwikkeling in de Grensmaas is 1.208 ha. Het Ministerie van LVVN neemt hiervan thans 728 ha voor haar rekening (Kamerstukken II, 2014–2015, 18 106, nr. 230). De Minister heeft in maart 2019 aan de Tweede Kamer laten weten dat eind 2018 1.125 ha van de natuurdoelstelling Grensmaas gerealiseerd is (Kamerstukken II, 2018-2019, 18 106, nr. 247). Eind 2025 is 1.148 ha (95%) gerealiseerd.
– Zandmaas: De natuuropgave binnen de Zandmaas is gerealiseerd. De gerealiseerde deellocaties van de Zandmaas zijn allen aan de eindbeheerders (zijnde Waterschap Limburg, gemeenten, natuurbeheerorganisaties en beheer RWS) de afgelopen jaren overgedragen. Decharge door RWS is aangevraagd.
Tabel 8 Projectoverzicht Maaswerken; realisatie (bedragen x € 1 miljoen)
Kasbudget 2025
Projectbudget
Openstelling
Toelichting
Projectomschrijving
begroting2025
realisatie
verschil
begroting2025
huidig
2025
huidig
Projecten Zuid-Nederland
Grensmaas
1
0
‒ 1
120
121
2017-2027
2017-2027
Zandmaas
0
392
391
2021
2021
afronding
0
Programma realisatie
1
0
‒ 1
512
512
begroting (DF 1.01.04)
1
0
‒ 1
Toelichting
1. Projectbudget: De toename van het projectbudget (€ 0,9 miljoen) bij Grensmaas is met name het gevolg van de prijsbijstelling 2025 (€0,75 miljoen) en het desalderen van extra ontvangsten (€ 0,1 miljoen).
De afname van het projectbudget bij Zandmaas komt door een meevaller omdat eerder toegevoegde IBOI niet meer nodig was vanwege de afronding van het project.
Maatregelen ter verbetering van de waterveiligheid
De kengetallen hieronder geven informatie over de stand van zaken van maatregelen ter verbetering van de waterveiligheid onder het Tweede Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP-2), en de programma’s Ruimte voor de Rivier (RvdR) en Maaswerken. Het geeft een meerjarig inzicht in de voortgang van de maatregelen van de betreffende programma’s. De beleidsinspanningen van de Minister van IenW die onder Hoofdstuk XII (artikel 11) vallen richten zich op de regie op deze programma’s.
Figuur 3 Maatregelen ter verbetering van de waterveiligheid
Bron: RWS 2025
1.02 Ontwikkeling waterveiligheid
Motivering
Naast de grote projecten op het gebied van waterveiligheid zijn hieronder de overige aanlegprojecten beschreven.
1.02.01 Planning waterveiligheid
De planning waterveiligheid dient om een probleem of een initiatief met maatschappelijke meerwaarde op het gebied van waterbeheer te verkennen en daarna, indien nodig, uit alternatieven de beste oplossing voor het probleem te zoeken en voor te bereiden voor de uitvoering.
Op dit artikelonderdeel worden diverse projecten en programma’s verantwoord die zich in de planningsfase bevinden.
Tabel 9 Projectoverzicht Verkenningen- en planuitwerkingsprogramma (bedragen x € 1 miljoen)
Projectbudget
Oplevering
Toelichting
Projectomschrijving
begroting 2025
huidig
begroting 2025
huidig
Projecten Nationaal
Reservering areaalgroei
26
28
Ruimte voor de rivier 2.0
170
160
1
Projecten Noordwest-Nederland
EPK Planuitwerking en verkenningen Waterveiligheid
10
10
Projecten Zuid-Nederland
Rivierverruiming Rijn en Maas
232
280
2
Projecten Oost-Nederland
IJsseldelta fase 2
101
119
3
afronding
Totaal programma planuitwerking en verkenning
539
597
budget DF 1.02.01
539
597
Toelichting
1. Het huidige projectbudget van Ruimte voor de Rivier 2.0 is lager (- € 10 miljoen) vanwege een abusievelijke onttrekking aan het uitvoeringsbudget voor het project Well, die bij Voorjaarsnota 2026 wordt hersteld.
2. Voor Rivierverruiming Maas is het huidige projectbudget hoger( € 48 miljoen) dat wordt veroorzaakt door:
• Ophoging voor het project gebiedsontwikkeling Groene Rivier Well waar door het Rijk extra middelen beschikbaar zijn gesteld (€ 43 miljoen)
• Ontvangen loon- en prijsbijstelling 2025 (€ 2,6 miljoen).
• Diverse kleinere mutaties (€ 2,4 miljoen).
6. Het huidige projectbudget van IJsseldelta fase 2 is hoger ( €17,5 miljoen) als gevolg van het rondkomen van de afkoopsom voor het onderhoud aan de Roggebotbrug.
1.02.02 Aanleg waterveiligheid
Dit programma levert een bijdrage aan het voldoen aan de wettelijke normen van de primaire waterkeringen in beheer bij het Rijk en bij de waterschappen én levert een bijdrage aan het beheer van de Rijkswateren.
Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP)
Het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) is een alliantie tussen de waterschappen en IenW. Het programma heeft als doel in 2050 alle primaire waterkeringen in Nederland op orde te hebben. Circa 90% van de primaire waterkeringen is in beheer bij de waterschappen. Het overige deel is vrijwel volledig in beheer bij het Rijk. Door de samenwerking binnen de alliantie wordt de beschikbare kennis en deskundigheid van de verschillende waterbeheerders benut.
De opgave van het HWBP volgt uit de landelijke beoordelingsronde overstromingsrisico (LBO-1), die op 1 januari 2017 van start is gegaan en in 2023 is afgerond. De verwachte resterende opgave tot 2050 ligt binnen de bandbreedte van 1.366 kilometer +/- 10%. Het HWBP kent een voortrollend karakter, waarbij jaarlijks een actualisatie van het programma plaatsvindt en er een nieuw jaar aan de programmering wordt toegevoegd. Met deze werkwijze ontstaat een adaptief programma dat in kan spelen op nieuwe ontwikkelingen.
Het HWBP is onderdeel van het Deltaprogramma met behoud van eigen besturing, organisatie en financiering.
Rivierverruiming, niet zijnde Ruimte voor de Rivier
Langs de Maas, de Rijn, de Waal en de Lek zijn projecten uitgevoerd ten behoeve van natuurontwikkeling in de uiterwaarden en om een grotere waterafvoer te kunnen opvangen, de zogeheten NURG (Nadere Uitwerking Rivieren Gebied) projecten. Het NURG-programma is uitgevoerd door de Ministeries van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en Infrastructuur en Waterstaat. Inmiddels is het overgrote deel van de opgave gerealiseerd en hebben de beide ministeries bij de Herijking van de Ecologische Hoofdstructuur afspraken gemaakt over de verdeling van de restopgave. Hierin is afgesproken dat elk ministerie haar nog lopende restpunten afmaakt. Met de projecten Uiterwaardvergraving Afferdense en Deestse Waarden en Herinrichting Heesseltsche Uiterwaarden 2021 is het NURG programma voor het grootste deel afgerond. Er is nog een kleine restopgave die de verwerving en inrichting van enkele gebieden betreft. Voor de uitvoering hiervan heeft het ministerie van LVVN een opdracht verstrekt aan Staatsbosbeheer tot en met 2030.
Overige onderzoeken en kleine projecten
Onderdeel van overige onderzoeken en kleine projecten is onder andere het Project Roggenplaat. Rijkswaterstaat heeft in opdracht van de ministeries IenW en LVVN een zandsuppletie uitgevoerd om de negatieve effecten van de zandhonger in de Oosterschelde tegen te gaan. Het project is in de winter van 2019-2020 succesvol uitgevoerd met een omvang van 213 ha en 1,4 miljoen m3. Inmiddels is de monitoring tot en met 2025 uitgevoerd. Afronding van het project (dechargeaanvraag) zal naar verwachting in 2026 plaatsvinden.
Tabel 10 Projectoverzicht Realisatieprogramma (bedragen x € 1 miljoen)
Kasbudget 2025
Projectbudget
Openstelling
Toelichting
Projectomschrijving
begroting2025
realisatie
verschil
begroting2025
huidig
2025
huidig
Projecten Nationaal
HWBP: Rijksprojecten
22
20
‒ 2
757
780
1
HWBP Overige projectkosten (programmabureau)
11
8
‒ 3
187
229
1
HWBP: Waterschapsprojecten
593
646
53
8.058
8.610
1
Kennisprogramma Zeespiegelstijging
1
1
0
10
10
Wettelijk Beoordelingsinstrumentarium 2023
12
3
‒ 9
41
45
2
Zandhonger Oosterschelde
0
11
11
Landelijk Verbeterprogr. Regionale Rijksk.
1
‒ 1
13
15
Meanderende Maas
3
1
‒ 2
8
9
Projecten Noord-Nederland
Afsluitdijk
1
1
0
7
8
Afsluitdijk Bestaande Spuisluis
5
3
‒ 2
200
207
Projecten Oost-Nederland
Kribverlaging Pannerdensch kanaal
4
0
‒ 4
32
29
2023
2023
3
IJsseldelta fase 2
0
0
95
93
2021
2023
Monitoring Langsdammen Waal
0
0
5
5
Projecten Zuidwest-Nederland
Overige onderzoeken en kleine projecten
0
0
89
81
4
Dijkversterking en herstel steenbekleding
0
0
827
827
2023
2023
Projecten Zuid-Nederland
0
0
Beekdalen
16
8
‒ 8
330
310
5
afrondingen
2
2
Programma realisatie
669
693
24
10.670
11.269
begroting (DF 1.02.02)
545
693
148
10.670
11.269
Overprogrammering (-)
‒ 124
0
Toelichting
Realisatie:
1. De lagere realisatie bij de HWBP Rijksprojecten per saldo (- € 2,4 miljoen) bestaat zowel uit projecten met een hogere realisatie (€ 9,2 miljoen) als projecten met een lagere realisatie (- € 11,6 miljoen). De hogere realisatie betreft:
• HWBP Rijksproject Marken (€ 9,2 miljoen) omdat het ontwerp en de uitvoeringswijze is aangepast door o.a. het aantreffen van asbest en teerhoudend asfalt als de nieuwe wettelijke eis voor geotextiel.
De lagere realisatie betreft:
• HWBP Rijksprojecten (- € 6,2 miljoen) doordat er in 2025 niet volldig beroep is gedaan op de risicoreservering voor de Rijksprojecten, overheveling naar Rijksproject Marken en het schuiven bij Faalkansverlaging SVK Hollandsche IJsselkering aangezien aanbesteding en gunning pas zal plaatsvinden in 2027-2028 waardoor er nu beperkte uitgaven t.b.v. de uitvoering.
• HWBP Rijksproject Noordelijke Lekdijk (- € 4,8 miljoen) door aanpassing uitvoeringsplanning van het waterschap
• Programma Rijkskeringen (- € 0,6 miljoen)
De lagere realisatie bij HWBP Overige projectkosten (programmabureau) komt door capaciteitsproblemen en benodigde aanvullende tijd voor aanbesteding.
De hogere realisatie bij de HWBP Waterschapsprojecten per saldo (€ 53,6 miljoen) bestaat zowel uit projecten met een hogere realisatie (€ 238,3 miljoen) als projecten met een lagere realisatie (- € 184,7 miljoen). De hogere realisatie betreft:
– Bij meerdere projecten betalingen o.b.v. de werkelijke voortgang van het project; HWBP Tiel-Waardenburg (€ 28,2 miljoen), HWBP Lauwersmeerdijk - Vierhuizergat (€ 19,6 miljoen), HWBP Ravenstein € (14,5 miljoen), HWBP Rijnkade Arnhem (€ 12 miljoen), HWBP Maasvallei (€ 9,7 miljoen), HWBP Gouw Zee (€ 9,7 miljoen)
– HWBP Zwolle (€ 61,8 miljoen) vanwege betalingen o.b.v. de werkelijke voortgang van het project en het toevoegen van indexering en actualiseren van de uitvoeringsplanning van het waterschap.
– HWBP Zuid-Beveland (€ 20,7 miljoen) vanwege betalingen o.b.v. de werkelijke voortgang van het project en het toevoegen van indexeringsbudget.
– Meerdere projecten vanwege het actualiseren van de uitvoeringsplanning van het waterschap; HWBP Streefkerk-Armeide (€ 7,4 miljoen) en HWBP Lith-Bokhoven (€ 5,1 miljoen)
– HWBP Lob van Gennep (€ 5,2 miljoen) vanwege kosten voor emissie-loos werken en hogere vastgoedopgave.
– Diverse kleine mutaties (€ 14,3 miljoen).
De lagere realisatie betreft:
– HWBP Sterke Lekdijk (- € 55,1 miljoen) vanwege betalingen o.b.v. de werkelijke voortgang van het project, het actualiseren van de uitvoeringsplanning van het waterschap, en door vertraging in afstemming van activiteiten binnen de planningsfase.
– Meerdere projecten door het actualiseren van de uitvoeringsplanning van het waterschap: HWBP Centraal Holland (- € 17,8 miljoen), HWBP Vecht-Zuid (- € 10,3 miljoen), HWBP Den Helder (- € 9,4 miljoen), HWBP Sprok-Sterre (- € 8,2 miljoen), HWBP Weurt-Deest (- € 6,8 miljoen)
– HWBP Koehool-Lauwersmeer (- € 16,4 miljoen) door het actualiseren van de uitvoeringsplanning van het waterschap en vertraging door extra onderzoek naar steenbekleding waarbij de uitkomst effect heeft op de scope van de versterkingsopgave.
– HWBP Waterschapsprojecten (- € 10,5 miljoen) vanwege het aanspreken van de risicoreservering door specifieke HWBP projecten en het doorschuiven van het deel van de risicoreservering waar in 2025 geen beroep op is gedaan.
– HWBP Bronsbergen - Den Elterweg (- € 8 miljoen) door het actualiseren van de uitvoeringsplanning van het waterschap en capaciteitsproblemen
– HWBP Zwolle-Olst (- € 6,2 miljoen) vanwege betalingen o.b.v. de werkelijke voortgang van het project en gewijzigde uitvoeringstermijn
– HWBP Gouderak (- € 5,8 miljoen) vanwege betalingen o.b.v. de werkelijke voortgang van het project
– HWBP Gorinchem-Waardenburg (- € 5,5 miljoen) vanwege betalingen o.b.v. de werkelijke voortgang van het project en gewijzigde uitvoeringstermijn
– Diverse kleine mutaties (- € 24,7 miljoen).
Bij de HWBP Rijksprojecten komt de toename van projectbudget door prijsbijstelling 2025 (€ 22,6 miljoen).Bij HWBP overige projectkosten (programmabureau) komt de toename van het projectbudget (€ 38 miljoen) voornamelijk door overhevelingen vanuit de HWBP reservering vanwege het indexeren en actualiseren van de uitvoeringsplanning (€ 34 miljoen) en de toekenning van prijsbijstelling 2025 (€ 5,4 miljoen).De toename in projectbudget bij HWBP Waterschappen (€ 551 miljoen) komt voornamelijk door het toevoegen van het jaar 2039 aan de begroting en het toekennen van prijsindexatie 2025.
2. De lagere realisatie bij Wettelijk Beoordelingsinstrumentarium 2023 komt vanwege een budgetoverheveling, vanuit artikel 5.04 Reserveringen, voor de middelen van het Wettelijk Beoordelings Instrumentarium van de Nederlandse waterkeringen. Daarnaast heeft de opdrachtverstrekking voor Actualisatie Hydraulische Belasting en Beheer en Onderhoud vertraging opgelopen waardoor de financiële realisatie achterblijft in 2025. Ook is de risicoreservering doorgeschoven.
3. Overige onderzoeken en kleine projecten: het projectbudget is verlaagd omdat alleen het onderzoeksprogramma Zandmotor nog loopt waarvan het budget € 80,7 miljoen bedraagt.
4. De lagere realisatie bij Kribverlaging Pannerdensch Kanaal komt omdat het project is afgerond en het restbudget is afgeboekt als meevaller (- € 3,5 miljoen)
5. Beekdalen: ‒ € 8,1 miljoen lagere realisatie voor Beekdalen vanwege vertraging bij de regio, provincie Limburg. Verlaging van het projectbudget voor Beekdalen ( ‒ € 20 miljoen) vanwege inzet voor dekking voor het project gebiedsontwikkeling Groene Rivier Well (- € 29,7 miljoen) en ontvangen loon- en prijsbijstelling 2025 ( € 10,3 miljoen).
1.03 Studiekosten
Motivering
Dit betreft de studie- en onderzoekskosten voor het Deltaprogramma (MIRT-onderzoeken) en de overige studiekosten op het gebied van waterveiligheid.
Producten
Nationaal Watermodel
In 2025 is het reguliere beheer en onderhoud van het Nationale Watermodel uitgevoerd. Ook is in 2025 de doorontwikkeling (het inbouwen van een nieuwe versie van het hydrologische model, met vertraging) van het Landelijk Waterkwaliteits Model doorgegaan. En er wordt een module voor zware metalen toegevoegd. De geplande eindoplevering (voorzien eind 2025) is vertraagd tot medio 2026 omdat oplevering van het Landelijk Hydrologisch Model 4.3 meer tijd vergt.
Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie
Binnen het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) werken alle overheden en hun stakeholders in 45 werkregio’s met elkaar samen aan het doel om Nederland in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust te hebben ingericht. Zij doen dit aan de hand van de zeven ambities van DPRA (o.a. stresstesten uitvoeren, dialogen, uitvoeringsagenda’s, voorbereid zijn op weersextremen). In 2025 is gewerkt aan de actualisatie van de stresstesten. Er zijn ook bovenregionale stresstesten beschikbaar gekomen waarmee een beter beeld is ontstaan van de gevolgen van grootschalige extreme regen. In 2025 is een project gestart waarmee de werkregio’s worden ondersteund om hun doelen ten aanzien van klimaatadaptatie te concretiseren. Ook is verder verkend hoe het vraagstuk van structurele financiering verder gebracht kan worden en is een landelijke aanpak voor monitoring ontwikkeld. Middelen van het Deltafonds zijn verder ingezet om alle benodigde basisinformatie en kennis beschikbaar te stellen. Dit doet IenW via het Kennisportaal Klimaatadaptatie en de Klimaateffectatlas. Tot slot zijn net als in eerdere jaren diverse ambtelijke en bestuurlijke bijeenkomsten georganiseerd om het netwerk van ruimtelijke adaptatie verder te versterken.
IJsselmeergebied
Samen met de partners in het platform IJsselmeergebied zijn activiteiten uitgevoerd, onder meer voor het Deltaprogramma IJsselmeergebied. In 2025 is gewerkt aan het in kaart brengen van de mogelijke strategieën en opties voor herijking van het Deltaprogramma IJsselmeergebied.
Missiegedreven innovatiebeleid
Het ministerie van IenW werkte in 2025 voor het laatste jaar in het missiegedreven innovatiebeleid, samen met de ministeries van LVVN en VWS en de betrokken topsectoren, aan de kennis en innovatie agenda voor het thema Landbouw, Water, Voedsel (KIA LWV). Vanaf 2026 vormt Water, Klimaatadaptatie en Maritiem een eigen thema binnen het missiegedreven innovatiebeleid.
In 2025 heeft IenW de TKI’s Water- en Deltatechnologie een opdracht gegeven verkenningen uit te voeren voor mogelijke innovatieprojecten naar het vervangen van zoetwater door brakwater in de industrie en het agrarisch waterbeheer. Deze onderwerpen sluiten aan bij actueel IenW-beleid, bieden kansen voor het toekomstig verdienvermogen van Nederland en maken onderdeel uit van de opgaven uit de KIA LWV. Tevens is in 2025 besloten de publiek-private innovatieprojecten te co-financieren op de kennisleemtes rond zandwinning en ecologische versterking van het Markermeer en IJsselmeer en de implementatie van lange termijn scenario’s/visies als NL2120 in gebiedsgerichte keuzes.
Water4All - Water Security for the Planet
IenW participeert in het Europese onderzoeksprogramma Water4All «watersecurity for the planet». Met dit zogenoemde partnerschap coördineren de lidstaten en de Europese Commissie gezamenlijk onderzoek dat waterkennis oplevert voor beleid en uitvoering.
Tussen 2022 en 2024 zijn calls geopend op integraal waterbeheer, aquatische ecosysteemdiensten en water in de circulaire economie. In 2025 is een call geopend over water en gezondheid. Talrijke Nederlandse universiteiten en kennisinstellingen zijn gestart met door deze calls gefinancierd onderzoek. Doorwerking van kennis naar beleid en uitvoering wordt geborgd door middel van knowledge hubs en een demonstration call.
Integraal Riviermanagement / Ruimte voor de Rivier 2.0
Op 3 april 2025 is het Programma onder de Omgevingswet Integraal Riviermanagement (POW IRM) vastgesteld en is de aftrap geweest van het programma Ruimte voor de Rivier 2.0.
Met het programma Ruimte voor de Rivier 2.0 werkt het kabinet aan een toekomstbestendig rivierengebied. De rivieren zijn van cruciaal belang voor de zoetwatervoorziening van grote delen van Nederland voor burgers, bedrijven, landbouw en de natuur en vervullen een belangrijke rol in het goederenvervoer. Ook hebben de rivieren grote regionaal economische betekenis voor aan de rivier gelegen steden en dorpen.
In 2025 is gewerkt aan de voorbereiding van deze beleidskeuzes die noodzakelijk zijn voor een veilig en florerend rivierengebied. Op basis van een gedeelde feitenbasis worden in 2026 de noodzakelijke beleidskeuzes gemaakt, inclusief een eerste maatregelenpakket voor de meest urgente problemen, om Nederland in de toekomst weerbaar te houden en te maken tegen te veel en te weinig water.
Bij verschillende projecten die gericht zijn op het geven van ruimte aan de rivier zijn in 2025 stappen gezet. Bij de projecten Arcen en Meanderende Maas zijn de werkzaamheden in het veld begonnen. Zo zorgt IenW samen met medeoverheden voor een toekomstbestendig rivierengebied.
Programma Beoordelings- en Ontwerpinstrumentarium (BOI) 2023
Het programma BOI 2023 bouwt voort op de bestaande Technische Leidraden en voegt hier nieuw ontwikkelde kennis en functionaliteit aan toe zodat het instrumentarium aansluit op de actuele kennis en de ervaringen die in de eerste beoordelingsronde (2017-2023) zijn opgedaan. In 2025 is opdracht gegeven voor de productie van de nieuwe hydraulische belastingen die in de periode 2026-2027 opgeleverd zullen worden. Verder is gewerkt aan het invullen van een vernieuwd BOI-programma om te komen tot (doorontwikkeling van) instrumenten die nog beter aansluiten bij de behoeften van de gebruikers. Hier wordt in 2026 in samenwerking met de gebruikers en (kennis)partners in het veld verder aan gewerkt.
Lange termijn ambitie / Kennisprogramma Waterveiligheid
Er worden langjarige activiteiten (onderzoek) uitgevoerd om een solide kennisbasis te ontwikkelen. De kennis over waterveiligheid wordt hiermee op het vereiste niveau gehouden, zodat sprake is van actueel, effectief en uitvoerbaar waterveiligheidsbeleid.
In 2025 is onder andere gewerkt aan onderzoeken die bijdragen aan het bepalen van een reële overstromingskans en de implementatie van overstromingskansbenadering, zoals:
– Faalpaden: raamwerk tijdsafhankelijkheid en beschouwing keten tot overstroming
– Hydraulische belastingen: effect infra-gravity golven
– Dijkerosie en bekledingen: levensduur model asfalt en steenzettingen
– Stabiliteitsverlies: sterkte onverzadigde zone en zettingsvloeiing
Kennisprogramma Zeespiegelstijging
In het Kennisprogramma Zeespiegelstijging wordt onderzoek gedaan naar de effecten van zeespiegelstijging en de handelingsperspectieven voor de korte en de lange termijn. Het KNMI voert onder andere modelstudies uit naar versnelde smelt van Antarctica, omdat deze bepalend zal zijn voor de snelheid van zeespiegelstijging in de toekomst.
In aanvulling op de Tussenbalans van het Kennisprogramma Zeespiegelstijging (Kamerstukken II, 2023/24, 36410-J-5), is in november 2025 het rapport ‘Ruimte voor zeespiegelstijging 2’ geactualiseerd en aangeboden aan de Tweede Kamer (Kamerstukken II, 2025/26, 36 800 J, nr. 9). Hierin zijn de bevindingen van vier verschillende consortia gerapporteerd, die onderzochten op welke alternatieve wijze Nederland zou kunnen omgaan met een zeespiegelstijging van 2 tot 5 meter. Hieruit blijkt dat, hoewel het gaat om een erg grote opgave met veel impact, er verschillende denkrichtingen technisch haalbaar zijn. In het voorjaar van 2026 volgt de eindrapportage die inzicht biedt in de vraagstukken die zullen ontstaan en de keuzes die dan gemaakt kunnen worden. Dergelijke besluiten zijn nu nog niet aan de orde.
Weerbaarheid in de watersector
Om de digitale weerbaarheid in de watersector te verhogen is in 2020 het uitvoeringsprogramma «Versterken cyberweerbaarheid in de Watersector» gestart. Partijen in de watersector werken onder regie van het Ministerie van IenW in dit programma samen aan projecten die met name gericht zijn op operationele technologie (OT).
De activiteiten in het programma geven onder andere invulling aan de Nederlandse Cybersecurity Strategie (NLCS). In 2025 is een aantal activiteiten afgerond. De activiteiten zijn merendeels gedreven door wetgeving of doorontwikkeling van eerdere trajecten, waarbij voortgebouwd wordt op kennis en ervaring uit deze trajecten. Het project voor het analyseren van ketenrisico’s voor het hoofd- en regionale watersysteem is in 2025 afgerond. Ook zijn onder het programma OT-trainingen uitgerold waar deelnemers uit de watersector aan deelnamen.
Trainen en oefenen blijft een belangrijke pijler onder het continu weerbaarder maken van de sector. Ook in 2025 zijn Red Team/Blue team trainingen verzorgd. In 2025 heeft IenW geen activiteiten opgestart vanwege de overgang naar een nieuw juridisch kader.
Vitale infrastructuur
De implementatie van de Cyberbeveiligingswet (Cbw) en de Wet Weerbaarheid Kritieke Entiteiten (Wwke) – de nationale vertalingen van de Europese richtlijnen NIS2 en CER bieden het fundament om bedrijven verplichtingen op te leggen waarmee de digitale en fysieke weerbaarheid wordt verhoogd. Tegelijkertijd zorgen de wetten voor een impuls om de weerbaarheid te verhogen door bewustwording. In 2025 is in een projectstrcutuur gewerkt aan de wetten, Algemene Maatregelen van Bestuur en Ministeriële Regelingen, waarbij tegelijkertijd intensief met andere departementen en J&V is afgestemd. In 2025 is gestart met het ondersteunen van sectorale entiteiten – zoals waterschappen en drinkwaterbedrijven – bij het vertalen van wettelijke verplichtingen naar uitvoerbare (cyber)weerbaarheidsmaatregelen.
Door geopolitieke verschuivingen is de internationale veiligheidssituatie verslechterd, met reële gevolgen voor de nationale veiligheid. De dreiging van hybride aanvallen – zoals sabotage, cyberaanvallen en desinformatie – op vitale infrastructuur neemt toe, evenals het risico op een militair conflict met fysieke impact op Nederlandse voorzieningen. Ook voor de vitale infrastructuur in de watersector geldt dat de weerbaarheid versterkt moet worden.
1.09 Ontvangsten
Ontvangsten waterschapsprojecten
Conform de Spoedwet (Stb. 2011, 302) dragen de waterschappen vanaf 2011 € 81 miljoen per jaar bij aan het HWBP. Deze bijdrage van de waterschappen is conform het regeerakkoord Rutte I en het Bestuursakkoord Water aangevuld tot € 131 miljoen in 2014 en tot € 181 miljoen structureel vanaf 2015 (inclusief projectgebonden aandeel, prijspeil 2010). Deze bijdrage wordt geïndexeerd op basis van de IBOI, zoals gehanteerd door het ministerie van Financiën. Voor 2025 komt dit bedrag uit op ongeveer € 239 miljoen (inclusief projectgebonden aandeel). De middelen van de waterschappen worden eerst ingezet voor de waterschapsprojecten van het HWBP-2 en vervolgens voor de waterschapsprojecten van het HWBP. Het in 2013 door de Tweede en Eerste Kamer aangenomen wetsvoorstel Wijziging van de Waterwet (doelmatigheid en bekostiging hoogwaterbescherming) (Kamerstukken II, 2012-2013, 33 465, nr. 3) is per 1 januari 2014 in werking getreden. De wet regelt dat het Rijk en de waterschappen elk de helft van de bijdrage aan het HWBP betalen.
4.2 Artikel 2 Investeren in zoetwatervoorziening
A. Omschrijving van de samenhang in het beleid
Op het gebied van zoetwatervoorziening is het beleid gericht op een duurzame zoetwatervoorziening die economisch doelmatig is. De uitvoering is gericht op het zoveel mogelijk voorkomen van tekorten. Dit is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van overheden en gebruikers. Het Ministerie van IenW werkt samen met deze partijen in het Deltaprogramma Zoetwater. De maatregelen die in uitvoering worden genomen staan in het Deltaplan Zoetwater.
In periodes van ernstig watertekort (in droge zomers) wordt water verdeeld op basis van een verdringingsreeks.
Op dit artikel worden de producten op het gebied van zoetwatervoorziening verantwoord. De waterkwaliteit maatregelen in het hoofdwatersysteem die niet verbonden zijn aan waterveiligheid en zoetwatervoorziening worden op artikel 7 van het Deltafonds verantwoord.
Dit artikel is gerelateerd aan beleidsartikel 11 (Integraal waterbeleid) op de begroting van hoofdstuk XII.
B. Budgettaire gevolgen van de uitvoering
Tabel 11 Budgettaire gevolgen van de uitvoering artikel 2 Investeren in zoetwatervoorziening (bedragen x € 1.000)
Realisatie
Vastgestelde begroting
Verschil
2021
2022
2023
2024
2025
2025
2025
Verplichtingen
37.281
128.731
127.234
59.616
11.330
50.013
‒ 38.683
1
Uitgaven
35.173
71.465
114.664
70.429
26.578
59.237
‒ 32.659
2.02 Ontwikkeling zoetwatervoorziening
33.224
69.590
112.883
67.909
23.359
48.097
‒ 24.738
2
2.02.01 Planning zoetwatervoorziening
0
0
0
0
0
0
2.02.02 Aanleg zoetwatervoorziening
33.224
69.590
112.883
67.909
23.359
48.097
‒ 24.738
2.03 Studiekosten
1.949
1.874
1.781
2.520
3.219
11.140
‒ 7.921
3
2.03.01 Studie en onderzoekskosten Deltaprogramma
1.949
1.874
1.781
2.520
3.219
11.140
‒ 7.921
- Waarvan bijdrage aan agentschap RWS
0
0
802
553
505
0
802
2.09 Ontvangsten investering in waterkwantiteit en zoetwatervoorzieningen
92
0
114
112
150
0
150
C. Toelichting op de budgettaire gevolgen van de uitvoering
Onderstaand wordt op het niveau van artikelonderdeel, de verplichtingen en ontvangsten een toelichting gegeven op de verschillen (de mutaties) tussen de begroting en de realisatie. Zie voor de gehanteerde norm de toelichting ‘normering jaarverslag’ zoals opgenomen in de leeswijzer.
1. De lagere verplichtingenrealisatie (€-38,7 miljoen) op dit artikel is met name het gevolg van:
• Deltaplan zoetwater (- € 27,6 miljoen). Het betreft een budgetschuif naar 2026. Vanwege beperkte capaciteit konden aanvullende projecten niet worden opgestart. Waaronder projecten projecten regio LAAG Noord Nederland en bij regio ZW Delta.
• Bevaarbaarheid jachthavens (- € 8,3 miljoen) doordat minder aanvragen voor de regeling zijn ontvangen dan geraamd.
• Ecologische maatregelen Markermeer (€-1,6 miljoen) door meerdere geringe schuiven oa. omdat de huidige samenwerkingsovereenkomst tussen Rijkswaterstaat en provincie Noord-Holland is verlopen en in 2026 zal worden herzien
• Diverse kleine mutaties per saldo (- € 1,2 miljoen)
6. De lagere realisatie (- € 24,7 miljoen) op dit artikel is met name het gevolg van:
• Deltaplan zoetwater (- € 20,3 miljoen). Als gevolg van capaciteitsproblemen konden aanvullende projecten niet worden opgestart. Tevens zijn middelen beschikbaar gesteld voor projecten binnen het programma Programmatische Aanpak Grote Wateren. Deze middelen worden in 2026 teruggeboekt.
• Ecologische maatregelen Markermeer (- € 1,4 miljoen) omdat de huidige samenwerkingsovereenkomst tussen Rijkswaterstaat en provincie Noord-Holland is verlopen en in 2026 zal worden herzien
• Zoetwatermaatregelen Water en Bodem (- € 2,2 miljoen) omdat een deel van het werk (waterbesparing Maas) met eigen capaciteit is opgeleverd waardoor budget voor uitbestedingen niet nodig was.
• Diverse kleine mutaties per saldo (- € 0,8 miljoen)
11. De lagere realisatie (- € 7,9 miljoen) is met name het gevolg van:
• Bevaarbaarheid jachthavens (- € 8,1 miljoen). De subsidieregelig liep in 2025 af en is niet verlengd. Een deel wordt herschikt ten behoeve van DP Zoetwater, en het resterend saldo wordt teruggeboekt ten behoeve van de investeringsruimte van het Deltafonds.
• Diverse kleine mutaties per saldo (€ 0,2 miljoen)
D. Toelichting op de artikelonderdelen
2.01 Ontwikkeling waterkwantiteit
Het verkenningen- en planuitwerkingsprogramma dient om een probleem of een initiatief met een maatschappelijke meerwaarde te verkennen en om daarna, indien nodig, uit alternatieven de beste oplossing voor het probleem te zoeken en voor te bereiden voor de uitvoering.
Dit artikelonderdeel geeft inzicht in de stand van zaken van diverse projecten en programma’s op het gebied van zoetwatervoorziening die zich in de fasen van voorbereiding tot realisatie bevinden.
Er zijn momenteel geen projecten verantwoord.
2.02 Overige waterinvesteringen Zoetwatervoorziening
Motivering
Het betreft projecten die de zoetwatervoorziening bevorderen en de kwaliteit waarborgen. Dit zijn maatregelen en voorzieningen van nationaal belang ter voorkoming, en waar nodig beperking van, waterschaarste en ter bescherming of verbetering van de chemische of ecologische kwaliteit van watersystemen, voor zover deze onderdeel uitmaken van opgaven op het gebied van zoetwatervoorziening.
Producten
Realisatieprogramma Zoetwatervoorziening
Deltaplan Zoetwater 2015-2021 (fase 1)
De meeste maatregelen uit de eerste fase van het Deltaplan Zoetwater (2015-2021) zijn afgerond. Ca. 95% van het budget is benut (ruim € 173 miljoen van de € 182 miljoen die beschikbaar is in het Deltafonds).
De maatregelen Implementatie peilbesluit IJsselmeer en Hoekelingsdam zijn opgeleverd. Het project aanvoerdeel Noordervaart is in 2025 van start gegaan. De afronding van het project Versterken Friese IJsselmeerkust was door de provincie Friesland oorspronkelijk voorzien op 31-12-2025. Door diverse oorzaken, waaronder PFAS-problematiek en de Coronaperiode, is de afronding van dit project nu voorzien op 31-12-2027. Voor het project Natuurlijke inrichting Dwarsdiepgebieden is een peilbesluit in procedure.
Deltaplan Zoetwater fase 2 (2022-2027)
De zoetwaterregio’s en Rijkswaterstaat werken aan de uitvoering van het maatregelenpakket afgesproken in het Deltaplan Zoetwater fase 2 (2022-2027). Hiervoor is vanuit het Deltafonds € 252 miljoen beschikbaar waarvan € 170 miljoen inmiddels is verplicht (2025). De meeste maatregelen zijn nog in uitvoering en hier dus niet als behaalde mijlpaal te benoemen. Voorbeelden hiervan zijn o.a. implementatie Slim Watermanagement Fase 2, strategie klimaatbestendige zoetwatervoorziening Hoogwatersysteem, water vasthouden projecten in Oost en Zuidoost Nederland en Zeeland, aanvoer vergroten in West NL en Rivierengebied en pilots zuinig watergebruik. De verkenning naar antiverziltingsmaatregelen bij het sluizencomplex Den Oever (Afsluitdijk) is in 2025 vervolgd met een opdracht voor planstudie en realisatie. Verschillende haalbaarheidsstudies en projecten zijn in 2025 opgeleverd, waaronder haalbaarheidsstudie Brabantse Wal, Slim Regionaal Waterbeheer Waterschap Hollandse Delta en Robuuste Doorvoerroute Krimpenerwaard.
Maatregelen worden gefinancierd door het Rijk (Deltafonds), waterschappen, provincies, gemeenten, drinkwaterbedrijven en watergebruikers. Maatregelen in het hoofdwatersysteem worden volledig bekostigd uit het Deltafonds; Regionale maatregelen worden voor 75% door de regio bekostigd en 25% uit het Deltafonds; en bovenregionale en innovatieve maatregelen kunnen in aanmerking komen voor maximaal 50% bijdrage uit het Deltafonds.
Tijdelijke Impulsregeling Klimaatdaptatie
De Tijdelijke Impulsregeling Klimaatadaptatie is in 2025 geëvalueerd in samenhang met de evaluatie van de wijziging van de Waterwet in 2020 die nodig was om de regeling mogelijk te maken. Het rapport is op 20 mei 2025 aangeboden aan de Kamer (Deltaprogramma | Tweede Kamer der Staten-Generaal). Over het algemeen is de Impulsregeling Klimaatadaptatie ervaren als een groot succes. Het tweeledige hoofddoel van de regeling is bereikt: het versnellen van maatregelen ten aanzien van opgaven voor klimaatadaptatie én het versterken van regionale samenwerking en bewustwording.
Naast de beschikbaar gestelde € 200 miljoen van het Rijk is meer dan € 400 miljoen vrijgemaakt aan cofinanciering op decentraal niveau. Met de uitvoering van de maatregelen wordt bijgedragen aan de realisatie van een klimaatbestendige leefomgeving in 2050. Klimaatadaptatie maatregelen die zijn gefinancierd via de Impulsregeling moeten vóór 1 januari 2028 zijn uitgevoerd.
Tabel 12 Projectoverzicht realisatieprogramma (bedragen x € 1 miljoen)
Kasbudget 2025
Projectbudget
Openstelling
Toelichting
Projectomschrijving
begroting2025
realisatie
verschil
begroting2025
huidig
2025
huidig
Projecten Nationaal
Deltaplan zoetwater fase 1
7
2
‒ 5
83
79
2026
Deltaplan zoetwater fase 2
38
20
‒ 18
258
240
2027
1
Impuls ruimtelijke adaptie
0
168
167
Waterbewust leven
1
1
6
7
Projecten Zuidwest-Nederland
Ecologische Maatr. Markermeer
2
‒ 2
10
10
2023
2023
Besluit Beheer Haringvlietsluizen
1
1
0
85
85
2018/2030
2018/2030
afrondingen
‒ 1
‒ 1
0
Programma realisatie
48
23
‒ 25
610
588
begroting (DF 2.02.02)
48
23
‒ 25
Toelichting (alleen RWS deel)
1. Deltaplan Zoetwater fase 2De bijstelling van het projectenbudget naar € 240 miljoen is met name het gevolg van het beschikbaar stellen van middelen voor de opdracht voor het uitvoeren van een gecombineerde plan van aanpak voor Vis- en verziltingsmaatregleen bij Den Oever. Deze opdracht wordt binnen het Deltafonds op een ander artikel verantwoord. Tevens is de prijsbijstelling toegekend en zijn middelen vanuit Zoetwater fase 1 herschikt naar fase 2.
Verkenningen- en Planuitwerkingsprogramma
Het verkenningen- en planuitwerkingsprogramma dient om een probleem of een initiatief met een maatschappelijke meerwaarde te verkennen en om daarna, indien nodig, uit alternatieven de beste oplossing voor het probleem te zoeken en voor te bereiden voor de uitvoering. Dit artikelonderdeel geeft inzicht in de stand van zaken van diverse projecten en programma’s op het gebied van zoetwatervoorziening die zich in de fasen van voorbereiding tot realisatie bevinden.
Er worden op dit artikelonderdeel nu geen projecten verantwoord.
2.03 Studiekosten
Motivering
Dit betreft kosten voor beleidsontwikkeling en onderzoek zoetwater, de aansturing van het Deltaplan Zoetwater en uitvoering van het zoetwaterbeleid.
Producten
In 2025 zijn diverse producten opgeleverd, zoals onderzoeken naar de keteneffecten van crisismaatregelen tegen droogte, toetsingskaders voor nieuwe zoetwatervragers en adviezen omtrent grondwater onttrekkingsplafonds. Voor het Deltaplan Zoetwater zijn sociaal economische kosten-batenanalyses uitgevoerd en diverse communicatieproducten opgeleverd, waaronder de jaarlijkse voortgangsrapportages. In het kader van kennisontwikkeling en -deling is een kennisagenda Zoetwater opgesteld.
4.3 Artikel 3 Exploitatie, onderhoud en vernieuwing
A. Omschrijving van de samenhang in het beleid
Op dit artikel worden de producten op het gebied van instandhouding verantwoord. Dit betreft het watermanagement, het regulier beheer en onderhoud en vervanging en renovatie. Doel hierbij is het duurzaam op orde houden van het watersysteem tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten, zodat Nederland droge voeten heeft.
Dit artikel is gerelateerd aan beleidsartikel 11 Integraal Waterbeleid op de Begroting hoofdstuk XII.
B. Budgettaire gevolgen van de uitvoering
Tabel 13 Budgettaire gevolgen van de uitvoering artikel 3 Exploitatie, onderhoud en vernieuwing (bedragen x € 1.000)
Realisatie
Vastgestelde begroting
Verschil
2021
2022
2023
2024
2025
2025
2025
Verplichtingen
222.293
268.281
330.693
368.610
411.468
375.834
35.634
1
Uitgaven
229.412
261.437
338.169
327.216
419.052
397.223
21.829
3.01 Exploitatie
7.809
8.028
7.304
8.186
8.558
8.261
297
3.01.01 Exploitatie watermanagement
7.809
8.028
7.304
8.186
8.558
8.261
297
- Waarvan bijdrage aan agentschap RWS
7.809
8.028
7.304
8.186
8.558
8.261
297
3.02 Onderhoud en vernieuwing
221.603
253.409
330.865
319.030
410.494
388.962
21.532
2
3.02.01 Onderhoud waterveiligheid
177.644
144.350
224.046
273.582
354.613
325.625
28.988
- Waarvan bijdrage aan agentschap RWS
177.644
144.350
224.046
273.582
354.613
325.625
28.988
3.02.02 Onderhoud zoetwatervoorziening
34.797
99.251
87.700
32.284
34.579
32.418
2.161
- Waarvan bijdrage aan agentschap RWS
34.797
99.251
87.700
32.284
34.579
32.418
2.161
3.02.03 Vernieuwing
9.162
9.808
19.119
13.164
21.302
30.919
‒ 9.617
3.09 Ontvangsten
0
4.714
0
0
0
0
0
C. Toelichting op de budgettaire gevolgen van de uitvoering
Onderstaand wordt op het niveau van artikelonderdeel en de verplichtingen een toelichting gegeven op de verschillen (de mutaties) tussen de begroting en de realisatie. Zie voor de gehanteerde norm de toelichting ‘normering jaarverslag’ zoals opgenomen in de leeswijzer.
1. De per saldo hogere realisatie van verplichtingen € 35,6 miljoen is voor het RWS deel met name het gevolg van:
• De hogere realisatie op vernieuwing (€ 4,2 miljoen) als gevolg van vastgestelde contractwijzigingen. Dit betrof met name onderzoeksfase Sluis en gemalen complex IJmuiden, Maas vervanging bediening/besturing, Sifons en duikers en renovatie Krammersluizen (gewijzigde planning en daarmee betalingen aan aannemer).
• middelen ter dekking van de exogene tegenvaller calamiteit overlaatdam Bosscherveld (€ 18 miljoen)
• prijsbijstelling 2025 (€ 13,7 miljoen);
• diverse mutaties (- € 0,3 miljoen).
6. De per saldo hogere realisatie van € 21,5 miljoen is het gevolg van:
• De hogere realisatie op onderhoud Waterveiligheid van € 29 miljoen is het gevolg van de middelen ter dekking van de exogene tegenvaller calamiteit overlaatdam Bosscherveld (€ 18 miljoen); loon- en prijsbijstelling 2025 (€ 11,3 miljoen) en het saldo van mutaties < € 5 miljoen (- € 0,3 miljoen).
• Op onderhoud zoetwatervoorziening is de hogere realisatie van € 2,2 miljoen met name het gevolg van de loon- en prijsbijstelling 2025 (€ 1,1 miljoen) en het saldo van mutaties < € 1 miljoen (€ 1,1 miljoen).
• De lagere realisatie op vernieuwing ad. ‒ € 9,6 miljoen is met name het gevolg van vertragingen in besluitvorming, inkoop en uitvoering, gebrek aan capaciteit en aanpassing in de planningen. Dit speelde met name bij de projecten Prinses Marijkesluis, Vervanging Stuwen Maas HWS, Sluis en gemalen complex IJmuiden, Maasbediening, Landelijk Meetnet Water en de renovatie Krammersluizen.
D. Toelichting op de artikelonderdelen
3.01 Exploitatie
Motivering
Met exploitatie streeft IenW naar:
– Het goed voorbereid zijn op crisissituaties door te zorgen voor een robuuste informatievoorziening;
– Het reguleren van de hoeveelheid water in het hoofdwatersysteem onder normale omstandigheden en bij zowel (extreem) hoogwater als laagwater;
– Een duurzaam watersysteem, met zowel een goede chemische als ecologische kwaliteit, dat voorziet in de beschikbaarheid van voldoende water van goede kwaliteit voor de gebruiker.
Producten
Over exploitatie worden de volgende activiteiten uitgevoerd:
– Monitoring waterstanden, waterkwaliteit en informatievoorziening;
– Crisisbeheersing en -preventie;
– Regulering gebruik door vergunningverlening en handhaving;
– Het nakomen van bestuurlijke afspraken waterverdeling en gebruik (onder andere in waterakkoorden);
– Regulering waterverdeling (operationele modellen actualiseren en toepassen, bediening (stormvloed)keringen, stuwen, gemalen en spuien).
De activiteiten die door RWS centraal worden uitgevoerd, worden gefinancierd uit de budgetten voor netwerkgebonden kosten. Deze staan op artikel 5.
De doelstellingen voor het waterkwantiteitsbeheer van de Rijkswateren zijn:
– Het op orde brengen en houden van de samenhang tussen het regionaal- en het hoofdwatersysteem, zodat zowel wateroverlast als watertekort wordt bestreden;
– Het kunnen beschikken over voldoende water in de Rijkswateren, zodat kan worden voldaan aan de behoeften die voortvloeien uit de gebruiksfuncties.
Daarnaast is zorg gedragen voor een adequate informatievoorziening over de reguliere waterkwantiteit en waterkwaliteit. Dit houdt de vergaring en beschikbaarstelling in van interne en externe informatie over het water systeem. Het gaat daarbij om de dagelijkse informatie voor de verschillende gebruikers (waaronder scheepvaart, drinkwaterbedrijven, zwemwaterkwaliteit/provincies en recreatie) en om berichtgeving bij uitzonderlijke situaties over hoog- en laagwater, naderende stormvloeden, verontreinigingen en ijsvorming.
3.01.01 Exploitatie Watermanagement
Tabel 14 Omvang Areaal
Areaal watermanagement:
Omvang Areaal
Areaaleenheid
2022
2023
2024
Realisatie 2025
Begroting 2025
Watermanagement
km2 water
90.219
90.213
90.132
90.019
90.213
Bron: Rijkswaterstaat, 2026
Toelichting
Er is een grote afname van het wateroppervlak rond de BES-Eilanden. De equidistantielijn met de VS (US Virgin Islands) is opnieuw berekend, in het kader van de onderhandelingen met de VS over deze grens. De uitkomst was nog niet bekend bij het opstellen van de Begroting. Daarnaast is in 2025 de verbreding van het Julianakanaal gerealiseerd. Dit heeft tot een kleine toename van het wateroppervlak geleid. Doordat het Julianakanaal in 2025 is opgeleverd, was deze toename nog niet bekend op het begrotingsmoment.
Tabel 15 Indicatoren Watermanagement
Prestaties watermanagement
Indicatoren
2022
2023
2024
Realisatie 2025
Streefwaarde 2025
toelichting
RWS verstrekt informatie binnen afgesproken termijn en van voldoende kwaliteit bij maatschappelijk vitale processen.
100%
99%
96%
97%
95%
1
Waterhuishouding op orde in alle peilgereguleerde gebieden
75%
100%
100%
100%
100%
2
Bron: Rijkswaterstaat, 2026
Toelichting
De indicatoren voor de uitvoering van de RWS-taken op het gebied van watermanagement zijn geënt op het leveren van snelle en betrouwbare informatie en op het handhaven van de afgesproken peilen, voldoende wateraan en -afvoer en bestrijden verzilting.
1. De eerste indicator betreft de informatievoorziening voor maatschappelijk vitale processen ten tijde van hoogwater, ijsgang of calamiteuze lozingen. RWS verstrekt dan informatie binnen afgesproken termijn en van voldoende kwaliteit over ijsberichtgeving, berichtgeving over hoogwater, stormvloed en berichten over verontreinigingen. De informatievoorziening voldeed in 2025 aan de norm.
2. De indicator ‘Waterhuishouding is opgebouwd uit vier indicatoren. Deze indicatoren hebben betrekking op de afspraken die zijn vastgelegd in waterakkoorden en peilbesluiten.
3.02 Onderhoud en vernieuwing
Motivering
Onderhoud en vernieuwing omvat waterveiligheid (bescherming tegen overstromen door hoogwater) en de zoetwatervoorziening. Het is gericht op het zodanig in conditie houden van het hoofdwatersysteem dat de primaire functie voor zowel waterveiligheid als voor de zoetwatervoorziening wordt vervuld.
Producten
De activiteiten die door RWS centraal worden uitgevoerd, worden gefinancierd uit de budgetten voor netwerkgebonden kosten. Deze staan op artikel 5.
Uitgesteld en achterstallig onderhoud
Conform toezegging aan de Tweede Kamer wordt in het jaarverslag aangegeven wat de omvang van het uitgesteld en (eventueel) achterstallig onderhoud aan het einde van het jaar was.
Voor het Hoofdwatersysteem bedroeg het uitgesteld onderhoud per 31 december 2025 € 377 miljoen, daarvan was € 30 miljoen achterstallig. Ten opzichte van 2024 is het achterstallig onderhoud met € 5 miljoen toegenomen.
Voor een overzicht van het uitgesteld en achterstallig onderhoud op alle RWS-netwerken, wordt u verwezen naar de bijlage 1 'Instandhouding netwerken Rijkswaterstaat' bij dit Jaarverslag.
Meetbare gegevens
Tabel 16 Uitgesteld en achterstallig onderhoud Hoofdwatersystemen (bedragen x € 1 miljoen)
2021
2022
2023
2024
2025
Volume uitgesteld onderhoud
Waarvan achterstallig
Volume uitgesteld onderhoud
Waarvan achterstallig
Volume uitgesteld onderhoud
Waarvan achterstallig
Volume uitgesteld onderhoud
Waarvan achterstallig
Volume uitgesteld onderhoud
Waarvan achterstallig
Hoofdwatersysteem
190
3
249
16
260
30
270
25
377
30
Bron: Rijkswaterstaat, 2026
3.02.01 Onderhoud Waterveiligheid
Binnen waterveiligheid wordt onderscheid gemaakt tussen:
1. Kustlijnhandhaving (conform de herziene basiskustlijn 2023).
2. Beheer en onderhoud Rijkskeringen (conform de Omgevingswet.
3. Beheer en onderhoud uiterwaarden.
RWS heeft de wettelijke zorg voor de primaire waterkeringen waaronder de storm vloedkeringen, die in beheer zijn bij het Rijk, en voor de handhaving van de basiskustlijn. De handhaving van de basiskustlijn gaat afslag van strand en duinen tegen (veiligheid) en houdt Nederland (het strand) op zijn plaats. Het zijn voornamelijk de waterschappen die de primaire waterkeringen (dijken en duinen) beheren, ook die langs de Nederlandse kustlijn. Er wordt hier alleen gerapporteerd over het areaal dat in beheer van het Rijk is.
ad 1. Kustlijnhandhaving
Het handhaven van de kustlijn wordt gerealiseerd door het suppleren van zand op het strand of in de vooroever (onder water). Het Nederlandse kustsysteem kent een continu tekort aan zand mede als gevolg van de zeespiegelstijging. Tevens wordt ook extra zand in het kustfundament gesuppleerd om de zandverliezen deels te compenseren. Daarnaast zijn lokale maatregelen zoals onderhoud van dammen en strandhoofden van belang, om structurele kusterosie te bestrijden.
ad 2. Beheer en Onderhoud Rijkskeringen
– Primaire keringen (excl. stormvloedkeringen): Primaire keringen zijn waterkeringen die bescherming bieden tegen het buitenwater. RWS beheert en onderhoudt 203 kilometer primaire Rijkskeringen. Hierbij gaat het met name om enkele zeedijken op de Waddeneilanden, de Afsluitdijk, de Houtribdijk, de dijk van Marken en dammen in Zeeland en Zuid-Holland. Er wordt vast onderhoud uitgevoerd, bijvoorbeeld het maaien van dijken. Daarnaast wordt variabel onderhoud gepleegd. Dat betekent dat de waterkeringen periodiek worden geïnspecteerd en dat zo nodig tekortkomingen worden verholpen. In 2023 is de Tweede Landelijke Beoordeling van Primaire Waterkeringen Overstromingskansen (LBO-2) gestart op basis van de Regeling veiligheid primaire waterkeringen 2023. De Regeling bevat regels, procedures en randvoorwaarden, voor het bepalen voor de beoordeling van de primaire waterkeringen.
– Regionale keringen: Naast deze primaire waterkeringen beheert en onderhoudt RWS ook 508 kilometer regionale keringen (voornamelijk kanaaldijken). Deze beschermen tegen overstromingen uit kleinere wateren, zoals kanalen en boezems. De normen voor deze regionale keringen in beheer bij het Rijk zijn in 2015 door de Minister vastgesteld na afstemming met de provincies. In 2021 is de toetsing van de regionale Rijkskeringen afgerond en aangeboden aan de Tweede Kamer. In 2022 is een eerste voortrollend versterkingsprogramma voor de regionale keringen opgesteld.
– Stormvloedkeringen: Om ons land tegen de zee te beveiligen is een aantal stormvloedkeringen aangelegd, die bij hoogwater gesloten kunnen worden. Deze stormvloedkeringen zijn primaire waterkeringen die vallen onder de Waterwet. Het Rijk heeft sinds 2018 zes stormvloedkeringen in beheer: de Oosterscheldekering, de Maeslantkering, de Hartelkering, de Hollandsche IJsselkering, de stormvloedkering Ramspol en de Haringvlietsluizen. Het onderhoud aan de keringen betreft voornamelijk het conserveren van schuiven en overige constructiedelen, het onderhoud aan werktuigbouwkundige en elektronische onderdelen en het onderhoud aan het besturingssysteem. Naast deze onderhoudsactiviteiten vindt de bediening van deze objecten plaats en worden periodiek inspecties uitgevoerd.
ad 3. Beheer en Onderhoud uiterwaarden
Het Rijk beheert 5.186 hectare aan uiterwaarden. Het beheer en onderhoud is gericht op het op orde houden van de vegetatie in de uiterwaarden teneinde hoogwater effectief te kunnen afvoeren.
3.02.02 Onderhoud Zoetwatervoorziening
Onder dit programma vallen alle activiteiten die noodzakelijk zijn om het hoofdwatersysteem zodanig te onderhouden dat de beoogde functies voor waterverdeling volgens de vigerende regelgeving en waterakkoorden kunnen worden vervuld. De beoogde functies voor waterverdeling zijn opgenomen in het Nationaal Waterprogramma 2022-2027 (voorheen Beheerplan voor de Rijkswateren).
Dit betreft onder meer het beheer en onderhoud aan:
– Waterverdeling en peilbeheer;
– Stuwende en spuiende kunstwerken;
Onder zoetwatervoorziening valt ook de uitwerking van respectievelijk «Anders omgaan met water; Waterbeleid voor de 21e eeuw (WB21) en de maatregelen in het kader van Natura-2000. Natura-2000 streeft naar het beschermen van gezonde watersystemen die een duurzaam gebruik mogelijk maken.
Binnen het Deltaprogramma Zoetwater worden de functies voor waterverdeling geanalyseerd om knelpunten op te sporen. Dit gebeurt aan de hand van het instrument waterbeschikbaarheid.
In 2024 is Slim Watermanagement Fase 1 vrijwel geheel afgerond en een plan van aanpak voor fase 2 opgesteld. Jaarlijkse voorgangsrapportages worden gepubliceerd op de website van het deltaprogramma.
Meetbare gegevens
Beheer en onderhoud
In onderstaande figuur is een verdeling gegeven van de beheer- en onderhoudskosten voor kunstwerken, dijken, dammen, duinen, stormvloedkeringen, kustfundament en oevers. Deze percentages zijn gebaseerd op een meerjarig gemiddelde.
Tabel 17 Kengetallen waterveiligheid
Omvang Areaal
Eenheid
Realisatie omvang 2022
Realisatie omvang 2023
Realisatie omvang 2024
Realisatie omvang 2025
Prognose omvang 2025
Kustlijn
km
293
293
294
294
294
Stormvloedkeringen
stuks
6
6
6
6
6
Dammen, dijken en duinen, uiterwaarden w.o.:
– Dijken, dammen en duinen, primaire waterkeringen
km
201
202
203
202
202
– Niet-primaire waterkeringen/duinen
km
604
604
508
507
605
– Uiterwaarden in beheer Rijk
ha
5.182
5.183
5.185
5.186
5.181
Bron: Rijkswaterstaat, 2026
Toelichting
In de begroting 2025 was een kleine afname voorzien bij de primaire keringen door de overdracht van Dijkvak Sluis Bosscherveld, maar deze overdracht heeft nog niet plaatsgevonden.
De afname van circa 1 km van de primaire kering ten opzichte van de omvang 2024 is het gevolg van het verwerken van de in het verleden uitgevoerde werkzaamheden bij IJmuiden en een administrative correctie bij Marken.
In de begroting 2025 was er bij de niet-primaire keringen geen wijziging voorzien, maar de verbeterde registratie van de kering langs het Amsterdam-Rijnkanaal resulteert in een kleine afname over 2025 van 1 km, als gevolg van afronding. De grote afname van de niet-primaire keringen ten opzichte van de begroting 2025 is reeds in het Jaarverslag 2024 toegelicht: dit betrof niet-primaire duinen op de Waddeneilanden.
In de begroting 2025 was er voor het uiterwaarden oppervlak geen wijziging voorzien. Door diverse verbeteringen in de bron is er ten opzichte van het Jaarverslag 2024 een kleine toename. Verder valt de realisatie hoger uit dan begroot door reeds eerder vermelde wijzigingen in het Jaarverslag 2024.
Tabel 18 Indicatoren BenO Waterveiligheid
Indicator
Realisatie 2022
Realisatie 2023
Realisatie 2024
Realisatie 2025
Streefwaarde 2025
De basiskustlijn is voldoende op zijn plaats gebleven (minstens 90% van de meetlocaties ligt zeewaarts van de afgesproken kustlijn).
91%
93%
94%
94%
90%
1.
De zes stormvloedkeringen zijn tijdens het stormseizoen steeds beschikbaar om hoogwater te keren en voldoen aan de veiligheidsnormen uit de Waterwet. De Indicator is het percentage van het aantal stormvloedkeringen dat voldoet aan de afgesproken faalkanseis of het beschermingsniveau.
83%
100%
83%
67%
100%
2.
Voldoen aan de Vegatatielegger uiterwaardengebied
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
93%
95%
3.
Bron: Rijkswaterstaat, 2026
Toelichting
1. Deze indicator geeft aan in hoeverre de kustlijn zeewaarts van de basiskustlijn ligt. De ligging van de basiskustlijn wordt iedere zes jaar geëvalueerd en herzien. De meest recente herziening is in 2023 geweest. Kleine verschuivingen zijn normaal en toegestaan en worden door middel van het programma voor kustsuppletie gecorrigeerd. Deze kleine verschuivingen komen tot uitdrukking in de streefwaarde dat tenminste 90% van de kustlijn op zijn plaats blijft. Deze streefwaarde is in 2025 gehaald.
2. Deze indicator is erop gericht dat de zes stormvloedkeringen in het stormseizoen voldoen aan de afgesproken faalkanseis of voldoen aan de toetsing op de wettelijk vastgestelde eis m.b.t. het overstromingsrisico (Oosterscheldekering en Haringvlietsluizen). De realisatie op deze indicator is 67% in 2025. Van de zes stormvloedkeringen voldoen er twee niet aan de faalkanseis. Op het peilmoment van 1 oktober 2025 was de betrouwbaarheid van het sluiten van de sluisdeuren van de Hartelsluis, onderdeel van de Hartelkering, onvoldoende wegens een manco in het besturingssysteem. De deuren staan sinds medio januari 2026 standaard in stormvloedkerende stand, tot het manco verholpen is.
Bij de Maeslantkering kon niet aantoonbaar worden gemaakt of deze op het voornoemde peilmoment voldeed. Technische gebreken liggen hieraan ten grondslag. Begin 2026 zullen de problemen nader geanalyseerd zijn om deze vervolgens adequaat te kunnen aanpakken.
3. De indicator ‘voldoen aan de vegetatielegger uiterwaardengebied’ is een nieuwe indicator. Er is sprake van een achterstand op het vegetatieonderhoud in de uiterwaarden. De verwachting is dat de streefwaarde in 2028 door reeds in gang gezette maatregelen gehaald wordt.
Tabel 19 Faalkans van de zes stormvloedkeringen in beheer bij Rijkswaterstaat
Stormvloedkeringen
Type norm
Realisatie 2025
Ondergens Omgevingswet
Maeslantkering
Kans op niet-sluiten bij sluiting
niet berekend
1:100
Hartelkering
Kans op niet-sluiten bij sluiting
1:4
1:10
Hollandsche IJsselkering
Kans op niet-sluiten bij sluiting
1:1344
1:200
Ramspolkering
Kans op niet-sluiten bij sluiting
1:257
1:100
Oosterscheldekering
Faalkans per jaar
1:10.000
1:10.000
Haringvlietsluizen
Faalkans per jaar
1:1.000
1:1.000
Bron: Rijkswaterstaat, 2026
Toelichting
De faalkanseisen voor de stormvloedkeringen worden vastgesteld op basis van de normering van de achterliggende waterkeringen. De achterliggende waterkeringen, zoals dijken, zijn bepalend voor de benodigde beschermingsniveaus. Welke aanvullende veiligheid de stormvloedkeringen moeten bieden, wordt afgeleid van de beschermingsniveaus en de sterkte van de achterliggende waterkeringen. Dit wordt bepaald in termen van waterstandsverlaging. De waterhuishoudkundige samenhang tussen stormvloedkeringen en achterliggende waterkeringen resulteert in verschillende faalkanseisen per stormvloedkering.
Voor stormvloedkeringen met maximaal twee kerende deuren of balgen, kan het effect op de waterveiligheid van het achterland direct worden door vertaald naar de prestatie-eis. Dit geldt voor de Ramspolkering, de Maeslantkering, de Hartelkering en de Hollandsche IJsselkering. De Maeslantkering mag bijvoorbeeld per honderd sluitvragen hooguit één keer falen (1:100).
De methodiek van faalkansberekening is bij de Oosterscheldekering en Haringvlietsluizen afwijkend van de andere stormvloedkeringen vanwege de constructie met 62 resp. 17 schuiven. Bij deze keringen is het van belang dat de combinatie wordt gemaakt van de verschillende faalscenario’s (partieel falen) en het gecombineerde effect daarvan op de waterstanden achter de keringen. Als de berekende prestatiepeilen onder de gehanteerde beoordelingspeilen liggen voldoen deze keringen aan de wettelijk vastgestelde eis m.b.t. het overstromingsrisico, waarbij de kans wordt uitgedrukt in jaren (bijvoorbeeld 1:10.000 jaar).
Figuur 4 Jaarlijkse hoeveelheden zandsuppleties en percentages raaien waarin de basiskustlijn is overschreden.
Bron: Rijkswaterstaat, 2026
Toelichting
Het streven is dat minimaal 90% van de kustlijn zeewaarts ligt van de basiskustlijn. In Figuur 4 is weergegeven hoe afgelopen jaren gepresteerd is op dat onderdeel, hoeveel zand er gesuppleerd is. In 2025 is er 9,7 Mm³ gesuppleerd.
Suppleren voor kustlijnzorg
Om de basiskustlijn en het kustfundament te kunnen handhaven, is een zandsuppletieprogramma opgesteld en worden meerjarige contracten afgesloten. Het suppletieprogramma wordt jaarlijks geactualiseerd aan de hand van de laatste kustmetingen. De inhoud en omvang van dit programma kan jaarlijks variëren naargelang de specifieke behoefte en budgettaire mogelijkheden. Om te bereiken dat voor het beschikbare budget de maximale hoeveelheid zand wordt gesuppleerd, hebben de aannemers binnen het contract de vrijheid om de suppletiewerkzaamheden over meerdere jaren te spreiden.
Tabel 20 Prognose kustsuppleties
Realisatie in miljoen m3
Realisatie in miljoen m3
Prognose in miljoen m3
Prognose in miljoen m3
2024
2025
2025
2026
Handhaven basiskustlijn en kustfundament
4,5
4,5
5,5
8,5
Bron: Rijkswaterstaat, 2026
Toelichting
In 2024 is er 4,5 Mm³ en in 2025 is er 9,7 Mm³ gesuppleerd. De prognose voor 2025 en 2026 is respectievelijk 5,5 en 8,5 Mm³.
In totaal wordt er in het meerjarenprogramma 2024-2027 – in overeenstemming met de meerjarenafspraken – een totaal van 44 Mm³ in 4 jaar gesuppleerd, gemiddeld 11 Mm³/jaar. Van de 11 Mm³/jaar wordt 10 Mm3 gesuppleerd op locaties waar een basiskustlijn is vastgesteld. De overige 1 Mm3 bij de Hondsbossche Duinen en Maasvlakte 2 is per 2025 meegenomen bij deze indicator omdat realisatie nu vanuit programma Kustlijnzorg wordt verzorgd.
Tabel 21 Areaal zoetwatervoorziening
Areaal Zoetwatervoorziening
Eenheid
Omvang gerealiseerd 2025
Omvang begroot 2025
Gerealiseerd budget 2025 x € 1 mln
Begroot budget 2025 x € 1 mln.
Binnenwateren en daarin gelegen kunstwerken (spui- en uitwateringskolken, stuwen en gemalen)1
km2
2.991
3.024
Aantal kunstwerken
stuks
118
127
23.048
21.585
Totaal
Bron: Rijkswaterstaat, 2026
X Noot
1
Het betreft de totale oppervlakte van alle door RWS beheerde wateren (onder meer rivieren, kanalen en IJsselmeer), exclusief de Noordzee, water in Caribisch Nederland,de Waddenzee en de Westerschelde.
Toelichting
In 2025 is de verbreding van het Julianakanaal gerealiseerd. Dit heeft tot een kleine toename van het wateroppervlak geleid. Doordat het Julianakanaal in 2025 is opgeleverd, was de toename nog niet bekend op het begrotingsmoment.
Als gevolg van diverse verbeteringen in de bron is er een kleine afname ten opzichte van het Jaarverslag 2024. Door de afronding komt het binnenwater hierdoor 1 km2 lager uit.
De omvang is lager dan begroot, omdat er in 2024 een grote afname is geweest in de Oosterschelde. Hier zijn kwelders en schorren groter geworden, waardooor het wateroppervlak is afgenomen, zoals in het Jaarverslag 2024 is vermeld.
In 2025 waren er geen wijzigingen in het aantal kunstwerken. In de Begroting 2025 was een grote toename voorzien door de realisatie van diverse kunstwerken (2 gemalen / 8 spuisluizen) in de Afsluitdijk. Deze oplevering is van 2025 verschoven naar 2026, zoals reeds vermeld in de Begroting 2026. Verder valt de realisatie lager uit dan begroot door reeds eerder vermelde wijzigingen in het Jaarverslag 2024 (verbeterde registaties en overdracht).
3.02.03 Vernieuwing
Motivering
Het zodanig in conditie houden van het hoofdwatersysteem dat de primaire functie voor zowel waterveiligheid als zoetwatervoorziening vervuld kan worden.
Producten
De waterveiligheid en beschikbaarheid moet in stand worden gehouden tegen de achtergrond van een beperkte technische levensduur van kunstwerken. Het einde van de levensduur kan ontstaan door de ouderdom van het kunstwerk of door intensiever gebruik dan bij het ontwerp is voorzien. Door de intensieve aanleg in de eerste helft en met name ook vanaf de jaren zestig van de vorige eeuw valt te verwachten dat de opgave geleidelijk zal toenemen.
Vervangingen en renovaties van kunstwerken worden ondergebracht binnen het programma Vernieuwing. De scope van het programma omvat alle kunstwerken waar zich binnen de duur van het programma een levensduurproblematiek voordoet met mogelijke ernstige gevolgen voor de veiligheid en beschikbaarheid. De projecten in het programma verlengen de levensduur van de kunstwerken zodat de veiligheid en de beschikbaarheid van de bestaande infrastructuur in stand wordt gehouden.
Meetbare gegevens
Het budget dat op dit artikelonderdeel in de huidige verantwoordingspe riode is opgenomen, is bestemd voor de werkzaamheden ten behoeve van de Stuwen Maas (Gronst), Landelijk Meetnet Water, Sluiscomplex IJmuiden, o.a. nieuwe pomp, Bediening en Besturing Maasobjecten (MB2), De Marijkesluis, de Krammersluis, gemaal IJmuiden en Onderzoeksprogramma en Kennisprogramma Natte Kunstweken.
4.4 Artikel 4 Experimenteren cf. Art. III Deltawet
A. Omschrijving van de samenhang in het beleid
De Waterwet voorziet in een zogenoemde experimenteerbepaling die het mogelijk maakt om uit het Deltafonds uitgaven te doen voor maatregelen en voorzieningen op andere beleidsterreinen zoals natuur, milieu of economische ontwikkeling. Voorwaarde is wel dat deze maatregelen samenhangen met maatregelen ten behoeve van waterveiligheid of zoetwatervoorziening en dat er sprake is van additionele financiering in de vorm van het toevoegen van extra middelen aan het fonds afkomstig van andere begrotingen van het Rijk of derden.
B. Budgettaire gevolgen van de uitvoering
Tabel 22 Budgettaire gevolgen van de uitvoering artikel 4 Experimenteren cf. art. III Deltawet (bedragen x € 1.000)
Realisatie
Vastgestelde begroting
Verschil
2021
2022
2023
2024
2025
2025
2025
Verplichtingen
40.663
162.223
115.464
981
27.186
4.827
22.359
1
Uitgaven
50.884
72.605
285.637
134.577
100.459
96.590
3.869
4.01 Experimenteerprojecten
0
0
0
0
0
0
0
4.01.01 Experimenteerprojecten
0
0
0
0
0
0
0
4.02 GIV/PPS
50.884
72.605
285.637
134.577
100.459
96.590
3.869
2
4.02.01 GIV/PPS
50.884
72.605
285.637
134.577
100.459
96.590
3.869
4.09 Ontvangsten experimenteerartikel
0
0
0
0
0
0
0
4.09.01 Ontvangsten experimenteerartikel
0
0
0
0
0
0
0
C. Toelichting op de budgettaire gevolgen van de uitvoering
Onderstaand wordt op het niveau van artikelonderdeel, de verplichtingen en ontvangsten een toelichting gegeven op de verschillen (de mutaties) tussen de begroting en de realisatie. Zie voor de gehanteerde norm de toelichting ‘normering jaarverslag’ zoals opgenomen in de leeswijzer.
1. De per saldo hogere verplichtingenrealisatie (€ 22,4 miljoen) op dit artikel is met name het gevolg van verplichtingen die in 2025 werden aangegaan i.p.v. 2024, oa voor dijkbescherming rondom de Vlieter en contractwijzigingen bij bodembescherming Kornwerderzand. Daarnaast heeft een energieverrekening plaatsgevonden met de DBFM opdrachtnemer omdat eerder nog onbekend was hoe deze verrekening zou plaatsvinden. In het verlengde van de vaststellingsovereenkomst zijn hier nadere contractuele afspraken over gemaakt.
2. De per saldo hogere realisatie (€ 3,9 miljoen) op dit artikel is met name het gevolg van:
– Er heeft in 2025 een energieverrekening (€ 18,8 miljoen) plaatsgevonden met de DBFM opdrachtnemer omdat eerder nog onbekend was hoe deze verrekening zou plaatsvinden. In het verlengde van de vaststellingsovereenkomst zijn hier nadere contractuele afspraken over gemaakt.
– Vanwege het naar voren halen van een tweede betaaltermijn is € 3,6 miljoen van 2026 naar 2025 geschoven.
– Toekenning prijsindexatie (€ 1,9 miljoen)
– Lagere realisatie (- € 21,5 miljoen) door uitstel besluitvorming of herijking van planning op een aantal wijzigingen en de financiering daarvan (o.a. bodembescherming, renovatie Monument de Vlieter, busverbinding, fietsbrug, geleiderails). Er is vertraging bij collega-project renovatie Monument de Vlieter met als gevolg dat de werkzaamheden aan Dijk niet meer in 2025 plaatsvinden.
– Diverse kleinere mutaties € 1,1 miljoen.
D. Toelichting op de artikelonderdelen
4.01 Experimenteerprojecten
Motivering
Het experimenteerartikel staat ten dienste van een integrale uitvoering van het Deltaprogramma en biedt de mogelijkheid tot integrale bekostiging.
4.02 Geïntegreerde contractvormen/PPS
Motivering
Bij infrastructuurprojecten waarbij sprake is van publiek-private samen werking (PPS) bestaat de betaling uit een geïntegreerd bedrag voor aanleg, onderhoud én financiering gedurende een langdurige periode. De meest toegepaste vorm is DBFM (Design, Build, Finance and Maintain) waarbij de overheid pas na oplevering betaalt voor een dienst (beschikbaarheid) in plaats van mijlpalen voor een product tijdens de bouwfase. Deze contractvorm garandeert een efficiënte en effectieve beschikbaarheid van de noodzakelijke capaciteit om, rekening houdend met de aspecten veiligheid en leefomgeving, een betrouwbaar systeem te realiseren.
Producten
Het project Afsluitdijk is met een DBFM-contract op de markt gezet en verkeert in de realisatiefase. Openstelling (waterveilig) is voorzien in 2025 zoals ook aan de Tweede Kamer gemeld. Het project betreft de versterking van het dijklichaam volgens het principe van de overslagbestendige dijk, met behoud van de groene (vegetatie) uitstraling, het versterken van de schut- en spuicomplexen en het vergroten van de waterafvoercapaciteit door het aanbrengen van pompen in het spuicomplex Den Oever.
Tabel 23 Projectoverzicht Geïntegreerde contractvormen/PPS (bedragen x € 1 miljoen)
Kasbudget 2025
Projectbudget
Openstelling
Toelichting
Projectomschrijving
begroting2025
realisatie
verschil
begroting2025
huidig
2025
huidig
Projecten Noordwest- Nederland
Afsluitdijk
97
100
3
2.057
2.517
2025
2025
1
Programma realisatie
97
100
3
2.057
2.517
begroting DF 4.02.01
97
100
Toelichting
1. Er is € 3,8 miljoen meer gerealiseerd vanwege het naar voren halen van een tweede betaaltermijn op een contractwijziging. Verder zijn andere werkzaamheden dit jaar door aannemer eerder afgerond en gefactureerd
Projectbudget: De toename van het projectbudget (€ 23 miljoen) is per saldo het gevolg van prijsbijstelling 2025 (€ 23,2 miljoen)
4.5 Artikel 5 Netwerkgebonden kosten en overige uitgaven
A. Omschrijving van de samenhang in het beleid
Op dit artikel worden de apparaatskosten van RWS en de Staf Deltacommissaris geraamd alsmede de investeringsruimte, de overige netwerkgebonden uitgaven van RWS en programma-uitgaven van de Deltacommissaris die niet direct aan de afzonderlijke projecten uit dit Deltafonds zijn toe te wijzen.
B. Budgettaire gevolgen van de uitvoering
Tabel 24 Budgettaire gevolgen van de uitvoering artikel 5 Netwerkgebonden kosten en overige uitgaven (bedragen x € 1.000)
Realisatie
Vastgestelde begroting
Verschil
2021
2022
2023
2024
2025
2025
2025
Verplichtingen
347.316
371.519
367.021
378.613
412.279
450.353
‒ 38.074
1
Uitgaven
347.510
371.603
366.946
378.426
412.168
449.652
‒ 37.484
5.01 Apparaat
266.547
266.040
281.310
307.995
335.063
312.729
22.334
2
5.01.01 Staf Deltacommissaris
1.555
1.585
1.521
1.652
1.992
1.650
342
5.01.02 Apparaatskosten RWS
264.992
264.455
279.789
306.343
333.071
311.079
21.992
- Waarvan bijdrage aan agentschap RWS
264.992
264.455
279.789
306.343
333.071
311.079
21.992
5.02 Overige uitgaven
80.963
105.563
85.636
70.431
77.105
76.648
457
5.02.01 Overige netwerkgebonden uitgaven
79.746
103.854
84.082
68.654
74.197
73.224
973
- Waarvan bijdrage aan agentschap RWS
79.746
103.854
84.082
68.654
74.197
73.224
973
5.02.02 Programma-uitgaven DC
1.217
1.709
1.554
1.777
2.908
3.424
‒ 516
5.03 Investeringsruimte
0
0
0
0
0
55.400
‒ 55.400
3
5.03.01 Programmaruimte
0
0
0
0
0
55.400
‒ 55.400
5.04 Reserveringen
0
0
0
0
0
4.875
‒ 4.875
5.04.01 Reserveringen
0
0
0
0
0
4.875
‒ 4.875
Ontvangsten
‒ 5.232
286.037
231.529
207.516
27.797
0
27.797
5.09 Netwerkgebonden kosten en overige ontvangsten
0
0
0
0
0
0
0
5.09.01 Overige ontvangsten
0
0
0
0
0
0
0
5.10 Saldo afgesloten rekeningen
‒ 5.232
286.037
231.529
207.516
27.797
0
27.797
4
5.10.01 Saldo afgesloten rekeningen
‒ 5.232
286.037
231.529
207.516
27.797
0
27.797
C. Toelichting op de budgettaire gevolgen van de uitvoering
Onderstaand wordt op het niveau van artikelonderdeel, de verplichtingen en ontvangsten een toelichting gegeven op de verschillen (de mutaties) tussen de begroting en de realisatie. Zie voor de gehanteerde norm de toelichting ‘normering jaarverslag’ zoals opgenomen in de leeswijzer.
1. De mutatie op de verplichtingen is direct gerelateerd aan de hieronder toegelichte kasmutaties.
2. De hogere realisatie op de apparaatskosten RWS (€ 22,3 miljoen) wordt met name veroorzaakt door de loon- en prijsbijstelling 2025 (€ 12,9 miljoen), de bijdrage ter dekking van de dotatie aan de verlofreservering, die als gevolg van de invoering van het IKB-spaarverlof en de verruiming van het aantal IKB-uren aanzienlijk is gestegen (€ 5,8 miljoen), apparaatsmiddelen voor de extra capaciteit die RWS levert in het kader van beleidsondersteuning en advisering (BOA). Dit betreft alle advieswerkzaamheden die RWS uitvoert in opdracht van IenW (€ 1,4 miljoen) en diverse mutaties < € 5 miljoen (€ 1,9 miljoen).
3. De verlaging van dit artikelonderdeel betreft met name de herschikking van de risicoreservering voor de afsluitdijk (€ -27,0 miljoen), het toevoegen van de risicoreservering IJsseldelta aan het uirvoeringsbudget (€ -21,9 miljoen) en de herschikking van de risicoreservering voor Cybersecurity (€ -6,3 miljoen) en enkele kleine mutaties (€ -0,2 miljoen).
4. Dit betreft de verwerking van het voordelig saldo 2024 ad € 27,8 miljoen in 2025.
D. Toelichting op de artikelonderdelen
5.01 Apparaat
Motivering
In uitzondering op de systematiek van «Verantwoord Begroten» worden op deze begroting ook de apparaatskosten van de Staf deltacommissaris en RWS gepresenteerd.
Producten
Staf Deltacommissaris
Overeenkomstig de Waterwet heeft de deltacommissaris een eigen bureau ter ondersteuning van zijn taken en een toereikend budget voor de hem toebedeelde taken. Dit artikel betreft de apparaatskosten, die nodig zijn om de (ondersteunende) taken van de deltacommissaris te kunnen uitvoeren.
Apparaatskosten Rijkswaterstaat
Dit betreft de apparaatskosten (inclusief afschrijving en rente) voor de programma's Ruimte voor de Rivier, Maaswerken, HWBP-2, HWBP, Afsluitdijk, overige aanlegprojecten, verkenningen en planuitwerkingen, watermanagement, exploitatie en onderhoud en de uitvoering van landelijke taken en inhuur.
5.02 Overige Uitgaven
Producten
Overige netwerkgebonden uitgaven
Onder overige kosten zijn de externe kosten verantwoord die niet direct toewijsbaar zijn aan de producten van het Deltafonds. Hiertoe behoren externe kosten voor de landelijke taken basisinformatie, sectorspecifieke ICT, kennisontwikkeling & innovatie, watermanagement, beheer en onderhoud en overige.
Programmauitgaven Deltaprogramma
De afgelopen jaren waren een voorbode van het nieuwe klimaat van Nederland. Nederland kreeg te maken met de gevolgen van extreem veel en extreem weinig water. Het Deltaprogramma bereidt Nederland voor op dit nieuwe klimaat. Op dit artikel worden programmauitgaven verantwoord voor met namekennis- en strategieontwikkeling, advisering, rapportage over (de voortgang van) het programma. Bovendien zijn er programmauitgaven voor het informeren en betrekken van belanghebbenden en publiek. De partners in het Nationaal Deltaprogramma werken volop aan de tweede zesjaarlijkse herijking van deltabeslissingen en regionale voorkeurstrategieën die in 2015 zijn vastgesteld. Deze gaan over de bescherming tegen overstromingen, weerbaarheid tegen watertekort en en een klimaatbestendige inrichting van onze leefomgeving. De resultaten landen in Deltaprogramma 2027 dat op Prinsjesdag 2026 verschijnt. Het overzicht van analyses tot dusver bevestigt dat meer nodig is dan de goede dingen die we nu al doen. Het is onontkoombaar om keuzes te gaan maken over verdeling van het zoetwater over landsdelen en over functies, over strategische zandvoorraden en over de ruimte die we vrij moeten houden voor de uitbreiding van dijken en kustversterking. De samenhang in het watersysteem maakt samenwerking in de besluitvorming nog belangrijker.(Deltaprogramma 2026, Kamerstukken 2025-2026, 36800-J-3).
5.03 Investeringsruimte
Op dit artikel wordt de beschikbare investeringsruimte op het Deltafonds verantwoord. De investeringsruimte is beschikbaar voor inzet op prioritaire beleidsopgaven binnen de scope van het Deltafonds. Jaarlijks vindt een integrale afweging plaats van de inzet van de beschikbare investeringsruimte. Op dit artikel vindt geen realisatie plaats.
5.04 Reserveringen
Hierop worden budgetten geraamd voor toekomstige opgaven, maar waarover nog geen startbeslissing is genomen. In de begroting van het Deltafonds 2025 was tot en met 2038 € 3.416 miljoen gereserveerd. Jaarlijks vindt een actualisatie plaats van de reserveringen. De meest actuele stand van de verschillende reserveringen is opgenomen in de begroting van het Deltafonds 2026, waar de reserveringen € 2.878 miljoen bedragen. De sterke toename wordt vooral verklaard doordat de gereserveerde middelen voor Instandhouding zijn overgeboekt naar de uitvoeringsbudgetten (- € 1,6 miljard) bij Rijkswaterstaat en een aanvullende reservering is getroffen voor HWBP van € 1,0 miljard). In het Deltafonds 2025 zijn de reserveringen afzonderlijk toegelicht. Op dit artikel vindt geen realisatie plaats.
4.6 Artikel 6 Bijdragen andere begrotingen Rijk
A. Omschrijving van de samenhang in het beleid
Op dit artikel worden de ontvangen bijdragen verantwoord die ten laste van de begroting van IenW komen. De doelstellingen van het onderliggend beleid zijn terug te vinden in de Begroting hoofdstuk XII.
Het productartikel is gerelateerd aan artikel 26 Bijdragen aan de Investeringsfondsen op de Begroting hoofdstuk XII.
B. Budgettaire gevolgen van de uitvoering
Tabel 25 Budgettaire gevolgen van de uitvoering artikel 6 Bijdragen andere begrotingen Rijk (bedragen x € 1.000)
Realisatie
Vastgestelde begroting
Verschil
2021
2022
2023
2024
2025
2025
2025
6.09 Ten laste van begroting IenW
1.252.398
1.114.300
1.524.210
1.254.842
1.580.172
1.555.433
24.739
1
6.09.01 Ten last van begroting IenW
1.252.398
1.114.300
1.524.210
1.254.842
1.580.172
1.555.433
24.739
C. Toelichting op de budgettaire gevolgen van de uitvoering
1. De per saldo hogere realisatie van € 24,7 miljoen is veroorzaakt door:
• Als gevolg van het geactualiseerde programma en om de overprogrammering op een verantwoord niveau te brengen is er een kasschuif met het generale beeld verwerkt op de begroting van het Deltafonds. De kasschuif heeft een meerjarige doorwerking en is over de gehele looptijd van het Deltafonds budgettair neutraal. De kasschuif betreft een verhoging met € 20 miljoen in 2025.
• Een taakstellende verlaging met € - 17 miljoen ter dekking van Herstel Toeslagen.
• De toegekende loon- en prijsbijstelling van € 30,6 miljoen die vanuit Hoofdstuk XII wordt overgeheveld naar het Deltafonds
• Diverse kleinere mutaties per saldo een verlaging van ‒ € 9 miljoen.
4.7 Artikel 7 Investeren in waterkwaliteit
A. Omschrijving van de samenhang in het beleid
Maatregelen op het gebied van waterkwaliteit in het hoofdwatersysteem ten behoeve van de Europese Kaderrichtlijn Water worden verantwoord op artikelonderdeel 7.01.
Omdat de KRW-doelen nog niet gehaald dreigen te worden, is het implusprogramma KRW gestart. Door klimaatverandering en toenemend maatschappelijk gebruik staan de natuur en ecologische waterkwaliteit en daarmee de biodiversiteit van de grote wateren onder druk. Er zijn daarom aanvullende systeemingrepen en een transitie naar duurzaam beheer nodig om een duurzame verbetering te realiseren. Het Rijk wil in 2050 toekomstbestendige grote wateren met hoogwaardige natuur die goed samengaat met een krachtige economie. Via de Programmatische Aanpak Grote Wateren (PAGW) wordt invulling gegeven aan deze ambitie. Dit is verantwoord op artikel 7.02.
Met de Delta-aanpak Waterkwaliteit wordt een extra impuls gegeven aan het realiseren van de doelen van de Kaderrichtlijn Water (KRW) en nieuwe uitdagingen om ons water chemisch schoon en ecologisch gezond te krijgen en te houden voor duurzaam gebruik. De prioriteiten daarbij zijn nutriënten, gewasbeschermingsmiddelen, opkomende stoffen en medicijnresten in water. Maatregelen voor de Delta-aanpak worden verantwoord op artikel 7.03.
Het artikel investeren in waterkwaliteit is gerelateerd aan beleidsartikel 11 (Integraal Waterbeleid) op de Begroting Hoofdstuk XII.
B. Budgettaire gevolgen van de uitvoering
Tabel 26 Budgettaire gevolgen van de uitvoering art. 7 Investeren in waterkwaliteit (bedragen x € 1.000)
Realisatie
Vastgestelde begroting
Verschil
2021
2022
2023
2024
2025
2025
2025
Verplichtingen
65.770
79.486
69.123
87.870
215.865
160.422
55.443
1
Uitgaven
44.711
68.667
68.279
107.974
108.831
159.786
‒ 50.955
7.01 Ontwikkeling Kaderrichtlijn Water
29.061
49.628
42.834
52.816
67.359
83.314
‒ 15.955
2
7.01.01 Real.progr.Kaderrichtlijn Water
29.061
49.628
42.834
52.816
67.359
83.314
‒ 15.955
7.02 Ontwikkeling Waterkwaliteit
7.832
9.734
12.117
35.532
27.091
55.245
‒ 28.154
3
7.02.01 Aanleg waterkwaliteit
189
2.784
8435
32.768
21.542
45.218
‒ 23.676
- Waarvan bijdrage aan agentschap RWS
0
0
1700
103
106
103
3
7.02.02 Planning waterkwaliteit
7.643
6.950
3.682
2.764
5.549
10.027
‒ 4.478
- Waarvan bijdrage aan agentschap RWS
7.643
6.950
3.630
2.764
5.530
5.933
‒ 403
7.03 Studiekosten waterkwaliteit
7.818
9.305
13.328
19.626
14.381
21.227
‒ 6.846
4
7.03.01 Studiekosten waterkwaliteit
7.818
9.305
13.328
19.626
14.381
21.227
‒ 6.846
- Waarvan bijdrage aan agentschap RWS
4.140
7.921
9.284
8.194
4.856
3.338
7.09 Ontvangsten investeringen in waterkwaliteit
729
630
753
232
254
0
254
7.09.01 Ontvangsten investeringen in waterkwaliteit
729
630
753
232
254
0
254
C. Toelichting op de budgettaire gevolgen van de uitvoering
Onderstaand wordt op het niveau van artikelonderdeel, de verplichtingen en ontvangsten een toelichting gegeven op de verschillen (de mutaties) tussen de begroting en de realisatie. Zie voor de gehanteerde norm de toelichting ‘normering jaarverslag’ zoals opgenomen in de leeswijzer.
1. Op artikel Investeren in waterkwaliteit is per saldo meer verplicht (€ 55,4 miljoen) als gevolg van:
– KRW (€ 56 miljoen) vanwege grondverwervingen, sluiten van samenwerkingsovereenkomsten, aanbestedingen voor de planstudies die niet in 2024 tot afronding zijn gekomen (€ 46,7 miljoen), extra budget voor Schoon en Emissieloos Bouwen ter compensatie van meerkosten bij infraprojecten (€ 2,8 miljoen), prijsbijstelling 2025 (€ 2,6 miljoen) en het saldo van diverse kleinere mutaties (€ 4,9 miljoen).
– PAGW (- € 5,4 miljoen) Met name als gevolg van een actualisatie van projecten voor Programmatische Aanpak Grote Wateren (- € 10,3 miljoen en het toekennen van budget voor de pilot Buitendijkse Slibsedimentatie Eems-Dollard (€ 4,9 miljoen) .
– Vertraging in de uitvoeringsplanning van het Getij Grevelingen (- € 4,1 miljoen)
– Stoffen en Waterketen (- € 2,2 miljoen). Het vooronderzoek voor de emissietoets RWZI kende een langere doorlooptijd. De opdracht wordt hierdoor in 2026 verstrekt.
– Waterkwaliteit KRW en Ecologie (- € 3,1 miljoen). De RIVM-opdracht ten behoeve van emissieregistratie is doorgeschoven naar 2026. Het kasritme bij Innovatieve Monitoring aangepast aan het actuele beeld.
– Bij Onderzoek Microplastic (- € 1,5 miljoen) is de lagere realisatie het gevolg van latere besluitvorming en vertraging in de planning . Daarnaast zijn kosten lager uitgevallen door een verandering van de bemonsteringsmethode van microplastic.
– Het betreft het doorschuiven van saldo 2024 (€ 6,9 miljoen) voor de vastlegging van de aanvragen voor de subsidieregeling Deltaplan Agrarisch Waterbeheer
– Verwijderen Medicijnresten (€ 6,9 miljoen). Het betreft hier een budgetschuif van 2026 naar 2025 ter dekking van aanvragen voor de 1e tranche van de subsidieregeling.
– Diverse kleinere posten van per saldo € 1,9 miljoen.
2. De lagere realisatie het realisatieprogramma Kaderrichtlijn Water (- € 16 miljoen) is met name het gevolg van KRW Oost-Nederland door vertraging in de planstudie door de opdrachtnemer, waardoor termijnbetalingen verschuiven; bovendien zijn in 2025 te weinig grondtransacties gerealiseerd en is de benodigde capaciteit door het DBA‑kader beperkt beschikbaar (- € 8 miljoen), KRW Midden-Nederland door afwijking van de feitelijke situatie ten opzichte van eerdere aannames. Hierdoor is meer tijd nodig voor een samenwerkingsovereenkomst te sluiten met Staatsbosbeheer (- € 1,7 miljoen), KRW Klimaatpark IJsselpoort waar betrokken partijen meer tijd nodig hebben om tot interne afstemming te komen (- € 1,6 miljoen) en het saldo van mutaties < € 1 miljoen (- € 4,7 miljoen).
3. De lagere realisatie op dit artikelonderdeel (- € 28,2 miljoen) heeft met name betrekking op :
– Verwijderen Medicijnresten (- € 14,2 miljoen). Voor de financiering van de 2e tranche van de subsidieregeling zijn de middelen doorgeschoven naar 2026. In november 2025 was de regeling opgesteld voor de duur van 12 maanden.
– PAGW (- € 5,3 miljoen). De middelen voor PAGW zijn op basis van de laatste inzichten in het juiste ritme geplaatst. De prognose is met name lager doordat middelen naar derden naar verwachting pas in Q1-2026 kunnen worden verplicht en betaald op basis van de ministriele regeling. Daarnaast is bij project Paddenpol de termijnen voor de aanlegfase zijn verdeeld over de uitvoeringsperiode waarbij het zwaartepunt is verschoven naar 2028. Verder heeft bij Herstel Onderwaternatuur Waddenzee minder monitoring plaatsgevonden vanwege een contractueel conflict, dat inmiddels is ontbonden.
– DAW (- € 4,1 miljoen). Bij de initiële raming was rekening gehouden met een hoge behoefte aan bevoorschotting in 2025. Uiteindelijk is gebleken dat waterschappen minder bevoorschotting hebben aangevraagd voor 2025 en meer bevoorschotting wordt in 2026 verwacht.
– Getij Grevelingen (€-4,1 miljoen). De kosten voor het project Getij Grevelingen vallen velen honderden miljoenen euro's hoger uit dan momenteel beschikbaar is. Vooralsnog worden de middelen doorgeschoven naar 2029.
– Diverse kleine mutaties per saldo ‒ € 0,5 miljoen
4. De lagere realisatie op studiekosten Waterkwaliteit (- € 6,8 miljoen) is het gevolg van:
– Stoffen en Waterketen (- € 4,8 miljoen). Het vooronderzoek voor de emissietoets RWZI kende een langere doorlooptijd. Hierdoor wordt de opdracht in 2026 verstrekt. Tevens zijn een beperkt aantal opdrachten voor o.a. PFAS nog niet afgerond. Door langere doorlooptijden vindt de realisatie in 2026 plaats.
– Waterkwaliteit KRW Ecologie (- € 3,7 miljoen). De RIVM-opdracht ten behoeve van emissieregistratie is doorgeschoven naar 2026. In 2025 was de offerte nog niet binnen. Tevens is het kasritme bij Innovatieve Monitoring aangepast aan het actuele beeld.
– Bij Onderzoek Microplastic (- € 1,4 miljoen) is de lagere realisatie het gevolg van latere besluitvorming en vertraging in de vaarplanning . Daarnaast zijn kosten lager uitgevallen door een verandering van de bemonsteringsmethode van microplastic.
– Kennisonderzoek Water en Bodem (€ 4,3 miljoen) Dit onderzoeksprogramma wordt uitgevoerd onder Subsidieregeling Instituten voor Toegepast Onderzoek (SITO-regeling).
– Diverse kleine mutaties per saldo ‒ € 1,2 miljoen.
D. Toelichting op de artikelonderdelen
7.01 Ontwikkeling Kaderrichtlijn Water
Motivering
De rijksoverheid, waterschappen, drinkwaterbedrijven, provincies, gemeenten, kennisinstituten, landbouw, industrie en natuurorganisaties werken hard aan het verbeteren van de kwaliteit van het water. Schoon, voldoende en gezond water is het doel, de KRW geeft hier een nadere uitwerking aan. Over de voortgang van de KRW is de Tweede Kamer eind 2024 geïnformeerd (Kamerstuk 27 625 Nr. 693). De Tussenevaluatie KRW is 20 december 2024 gedeeld met de Tweede Kamer (Kamerstuk 27 625 Nr. 696).
Producten
Verbeterprogramma Kaderrichtlijn Water
RWS voert voor de rijkswateren KRW-maatregelen uit ter verbetering van de ecologische waterkwaliteit in drie planperioden van zes jaar. In totaal worden door RWS 550 maatregelen uitgevoerd in en langs de grote wateren. Voorbeelden van KRW-maatregelen zijn nevengeulen, natuurvriendelijke oevers en vispassages in het rivierengebied. De projecten moeten bijdragen aan het bereiken van een goede ecologische en chemische toestand van de watersystemen, zoals de Kaderrichtlijn Water vraagt.
Meetbare gegevens
In maart 2022 zijn de geactualiseerde Stroomgebiedbeheerplannen (SGBP’s) vastgesteld. Het maatregelpakket voor de derde tranche bestaat uit 146 maatregelen, inclusief de 60 gefaseerde maatregelen uit de tweede tranche.
Over de uitvoering van alle maatregelen, ook die worden uitgevoerd door de waterschappen en andere partijen, gericht op de ecologische en chemische kwaliteit van de oppervlaktewateren in de stroomgebieden van de Rijn, Maas, Schelde, Eems en de uitvoering gericht op een goede chemische en kwantitatieve toestand van de grondwateren in de vier stroomgebieden wordt de Tweede Kamer jaarlijks geïnformeerd via De Staat van ons Water (laatste publicatie: Kamerstukken II, 2024-2025, 27 625 Nr. 717). Omdat de Kaderrichtlijn Water werkt met planperiodes, is een volledige beschrijving van de toestand alleen om de 6 jaar mogelijk. Het Planbureau voor de Leefomgeving rapporteert jaarlijks op basis van de beschikbare gegevens over waterkwaliteit in het Compendium voor de Leefomgeving.
Tabel 27 Projectoverzicht realisatieprogramma (bedragen x € 1 miljoen)
Kasbudget 2025
Projectbudget
Openstelling
Toelichting
Projectomschrijving
begroting2025
realisatie
verschil
begroting2025
huidig
2025
huidig
Projecten Nationaal
KRW 1e tranche
0
30
30
KRW 2e en 3e tranche
83
68
‒ 15
728
931
2027
2027
1
Programma realisatie
83
68
‒ 15
758
961
begroting (DF 7.01.01)
83
68
‒ 15
Toelichting
1. De lagere realisatie het realisatieprogramma Kaderrichtlijn Water (- € 16 miljoen) is met name het gevolg van KRW Oost-Nederland door vertraging in de planstudie door de opdrachtnemer, waardoor termijnbetalingen verschuiven; bovendien zijn in 2025 te weinig grondtransacties gerealiseerd en is de benodigde capaciteit door het DBA‑kader beperkt beschikbaar (- € 8 miljoen), KRW Midden-Nederland door afwijking van de feitelijke situatie ten opzichte van eerdere aannames. Hierdoor is meer tijd nodig voor een samenwerkingsovereenkomst te sluiten met Staatsbosbeheer (- € 1,7 miljoen), KRW Klimaatpark IJsselpoort waar betrokken partijen meer tijd nodig hebben om tot interne afstemming te komen (- € 1,6 miljoen) en het saldo van mutaties < € 1 miljoen (- € 4,7 miljoen).
2. Projectbudget: De toename van het projectbudget (€ 203 miljoen) is het gevolg de toevoeging van de risicoreservering aan het budget (€ 168 miljoen), prijsbijstelling 2025 (€ 21,9 miljoen), opdracht voor Schoon en Emissieloos bouwen (€ 12,6 miljoen) en de extra middelen uit de overeenkomst met de provincies Gelderland en Overijssel voor de gezamenlijke kosten voor planstudies en realisatie van diverse KRW projecten (€ 1,5 miljoen).
7.02 Ontwikkeling Waterkwaliteit
Motivering
Naast het Verbeterprogramma Waterkwaliteit Rijkswateren ten behoeve van de KRW zijn hieronder de overige aanlegprojecten inzake waterkwaliteit opgenomen.
Producten
Grote wateren
In 2025 zijn belangrijke mijlpalen bereikt binnen Programmatisch Aanpak Grote Wateren. Diverse inrichtingsprojecten zijn succesvol afgerond of hebben belangrijke stappen gezet. Deze resultaten illustreren de voortgang en impact van het programma op het herstel en de versterking van de ecologische waterkwaliteit en natuur in de grote wateren in Nederland.
Het gaat onder meer over de volgende projecten:
– Bij het HWBP dijkversterkingsproject Lauwersmeer-Vierhuizergat is een getijdeduiker gerealiseerd, waardoor 70 hectare binnendijkse natuur aan de Waddenzee is toegevoegd.
– In de Eems-Dollard is een pilot voor buitendijkse slibsedimentatie uitgevoerd om de vertroebeling van het estuarium te verminderen.
– In het Lauwersmeer is een meetnet aangelegd om de effecten van verzilting op landbouw en natuur te monitoren.
– Op het eiland Griend in de Waddenzee is succesvol zeegras geplant.
– Op de Boschplaat (Terschelling) is gestart met de aanleg van kerven en een washover om de natuurlijke dynamiek te verbeteren.
– In het IJsselmeergebied wordt bij gemaal Block van Kuffeler een vispassage gerealiseerd, gepland voor 2026. Hiervoor is dit jaar financiering toegezegd.
– De ontwerpvoorkeursbeslissing voor de Noord-Hollandse Markermeerkust is ter inzage gelegd, met plannen voor 85 hectare nieuwe moeraszone, overstromingsgrasland en ondiep water.
– Voor de aanleg van de vismigratierivier bij Kornwernerzand is aanvullende financiering toegezegd, zodat realisatie in 2026 mogelijk is.
– In de Oosterschelde is gestart met zandsuppletie op de Galgeplaat.
– In de Rijn bij het splitsingspuntengebied IJssel-Waal (Gelderse Poort) zijn projecten als Kandia Rijnstrangen en Roswaard naar een volgende fase gegaan, gericht op natuurontwikkeling en flexibel peilbeheer.
– Voor het traject Meanderende Maas zijn gronden aangekocht om de rivier natuurlijker te maken, met verlegging van dijken en herstel van oude meanders en kanalen.
– In Paddenpol wordt gewerkt aan een nieuw buitendijks natuurgebied met natte graslanden, geleidelijke land-waterovergangen en een visgeul.
Grondwater
Zoals in het advies van de Studiegroep Grondwater reeds werd aangegeven, staat de beschikbaarheid van zoet grondwater van voldoende kwaliteit voor toekomstige generaties onder druk. Ook uit de Tussenevaluatie van de Kaderrichtlijn Water (2024) blijkt dat situatie van het grondwater, zowel kwaliteit als kwantiteit, steeds verder verslechterd. Een omslag is nodig om de duurzame bescherming van de grondwater te borgen.
Er is onvoldoende zicht op de hoeveelheid grondwater die wordt onttrokken, waardoor het lastig is hier beter grip op te krijgen. Ook voldoende zicht op de verontreiniging van het bovenste grondwater ontbreekt. Verontreinigingen van het grondwater verplaatsen zich ondertussen langzaam naar diepere lagen en vormen een bedreiging o.a. drinkwatervoorziening uit grondwater.
Om deze knelpunten aan te pakken zijn, vaak samen met de regionale grondwaterbeheerders, de eerste stappen gezet. Zo zijn de opties voor een ‘signaleringsmeetnet’ voor grondwaterkwaliteit bepaald, waarmee grondwaterverontreinigingen eerder in beeld zijn zodat hierop kan worden gehandeld. Daarnaast wordt aanpassing van de vergunnings- en meldingsplicht voor onttrekkingen voorbereid om meer grip te krijgen en te houden. Om op het totaal van onttrekkingen te kunnen sturen wordt een handreiking voor een grondwateronttrekkingsplafond opgesteld ter ondersteuning van de provincies.
IenW werkt op dit moment aan het programma Bodem, Ondergrond en Grondwater. In dit programma worden onder andere de begrenzing en bescherming van de Nationale Grondwater Reserves (NGR) vastgelegd. Deze diepe en schone grondwatervoorraden kunnen ingezet worden voor de drinkwatervoorziening op de langere termijn (na 2050) en tijdens extreme crisisscenario’s als calamiteitenvoorziening. Vanwege de toenemende druk op de drinkwatervoorziening, is dit van groot belang.
Subsidieregeling stimulering verwijdering medicijnrestenIn 2023 is de bijdrageregeling op basis van overeenkomsten succesvol omgezet naar een subsidieregeling verwijdering medicijnresten. In 2022 is bij RWZI Leiden Noord een aanvullende zuivering in bedrijf gesteld. In 2023 zijn er vier nieuwe aanvullende zuiveringen in bedrijf gesteld voor de verwijdering van medicijnresten (RWZI Dinther, RWZI Houten, RWZI Oijen en RWZI Wervershoof). In 2024 zijn er nog zes aanvullende zuiveringen in bedrijf gesteld (RWZI Groesbeek, RWZI Gouda, RWZI Hapert, RWZI Horstermeer, RWZI Simpelveld en RWZI Winterswijk). In Nederland zijn er in totaal elf aanvullende zuiveringen voor medicijnresten in bedrijf, mede tot stand gekomen met een subsidie van het Rijk. In november 2025 is de subsidieregeling stimulering verwijdering medicijnresten tweede tranche opengesteld.
Deltaplan Agrarisch Waterbeheer
In het kader van het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer (DAW) is gewerkt aan het bereiken van de doelen van de Kaderrichtlijn Water, de doelen voor nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen en het voorkomen van schade door droogte en wateroverlast. Deze begrotingspost bevat een subsidieregeling ter verbetering van de waterkwaliteit en waterbeschikbaarheid. Er was bij de raming rekening gehouden met de mogelijkheid van een hoge behoefte aan bevoorschotting in 2025, maar uiteindelijk is gebleken dat waterschappen minder bevoorschotting hebben aangevraagd voor 2025 en meer bevoorschotting in 2026 en 2027. De benutting van de subsidieregeling is zeer goed, dankzij deskundige ondersteuning vanuit het DAW supportteam en effectieve samenwerking tussen waterschappen en samenwerkingsverbanden van agrariërs. De financiering van het Kadaster voor het programmamanagement van DAW is op hoofdstuk 12 verantwoord.
Waterkwaliteit in glastuinbouwgebieden
Om de waterkwaliteit in glastuinbouwgebieden te verbeteren is in het Bestuurlijk Overleg KRW van 20 januari 2025 een nieuwe lijst maatregelen afgesproken. De coördinatie op de uitvoering van deze maatregelen is belegd bij het Platform Duurzame Glastuinbouw. De maatregelen betreffen o.a. wetswijzigingen waarmee toezichthouders beter in staat worden gesteld om lozingen op te sporen. Om toezichthouders te voorzien van goede data voor risicogericht toezicht is meer dan voorheen geïnvesteerd in de ICT infrastructuur van de uitvoeringsorganisatie glastuinbouw (UO Glastuinbouw).
Planning waterkwaliteit
Dit artikelonderdeel geeft inzicht in de stand van zaken van diverse projecten en programma’s op het gebied van zoetwatervoorziening die zich in de fasen van voorbereiding tot realisatie bevinden.
Tabel 28 Projectoverzicht realisatieprogramma (bedragen in € 1 miljoen)
Kasbudget 2025
Projectbudget
Openstelling
Toelichting
Projectomschrijving
begroting2025
realisatie
verschil
begroting2025
huidig
2025
huidig
Projecten Nationaal
Bijdrageregeling medicijnresten
20
6
‒ 14
60
61
1
Verruiming vaargeul Westerschelde
0
26
26
Natuurcompensatie Perkpolder
0
6
7
DAW Projecten (subsidies aan o.a. Kadaster, LTO)
10
9
‒ 1
29
29
Grote Wateren
17
12
‒ 5
569
604
2033
2033
2
afrondingen
‒ 2
2
Programma realisatie
45
27
‒ 18
690
727
begroting (DF 7.02.01)
45
27
‒ 18
Toelichting
1. De lagere uitgaven in 2025 voor de subsidieregeling verwijderen medicijnresten worden verklaard doordat openstelling van de regeling is vertraagd, waardoor bevoorschotting van de 2e tranche van de regeling niet meer in 2025 kon plaatsvinden, maar pas in 2026. De regeling is in november 2025 opengesteld voor de duur van 12 maanden.
2. Grote wateren: De lagere kasrealisatie is met name het gevolg van een actualisatie van de projectplanning waardoor een verschuiving van het programmabudget naar latere jaren is doorgevoerd. De verhoging van het projectbudget is met name het gevolg van het beschikbaar stellen van middelen vanuit Zoetwater fase 2 ten behoeve van de opdracht voor de vis- en verziltingsmaatregel. Tevens is de toename het gevolg van de toegevoegde loon- en prijsbijstelling.
Tabel 29 Projectoverzicht Planning waterkwaliteit (bedragen x € 1 miljoen)
Projectbudget
Oplevering
Toelichting
Projectomschrijving
begroting 2025
huidig
begroting 2025
huidig
Projecten Nationaal
EPK Planuitwerking en verkenningen Waterkwaliteit
15
25
Projecten Zuid-Nederland
Getij Grevelingen
109
111
Totaal programma planuitwerking en verkenning
124
136
budget DF 7.02.02
124
136
7.03 Studiekosten
Motivering
Dit betreft de studie- en onderzoekskosten voor het Deltaprogramma (MIRT-onderzoeken) en de overige studiekosten op het gebied van waterkwaliteit.
Producten
KRW
De uitvoering van de maatregelen uit de stroomgebiedbeheerplannen 2022-2027 is verder opgepakt. Begin 2023 is het impulsprogramma KRW gestart met 7 actielijnen, met als kernpunten: stevig sturen op uitvoeren van de afgesproken maatregelen, gezamenlijk aanpakken van de risico’s , intensiveren van maatregelen voor emissies van stoffen, aanpassen van de regelgeving en het voorbereiden op rechtszaken. Het traject om de stroomgebiedbeheerplannen 2028-2033 op te stellen loopt op schema. Daarnaast zijn handreikingen voor uitzonderingen en standaard motivaties voor uitzonderingen opgesteld, waarvan gebruik gemaakt kan worden in de eindverantwoording in. Onder leiding van de minister wordt via het Bestuurlijk Overleg KRW en via bilaterale voortgangsgesprekken met de individuele gedeputeerden stevig op de uitvoering gestuurd.
PFASHet RIVM voert in opdracht van het ministerie van IenW meerdere opdrachten uit op het gebied van PFAS. In 2025 ging het onder meer om de gezondheidsonderzoeken in de regio’s Westerschelde en Dordrecht en om brede PFAS-coördinatie en -ondersteuning.
Microplastics
Voor de kennisopbouw over de effecten van microplastics op de gezondheid van de mens investeert zowel IenW als VWS t/m 2025 in dit beleidsprogramma. De kennisopbouw wordt gecoördineerd door ZonMw. Om te bepalen hoeveel plastics in rivieren aanwezig zijn, ontwikkelt IenW monitoringsmethodieken voor zowel micro, meso- als macroplastics. Op dit moment wordt er gewerkt aan het opstellen van een meetplan voor microplastics in oppervlaktewater. Op basis van meetresultaten van de uitgevoerde onderzoeken naar microplastics in rivieren is vastgesteld dat er jaarlijks circa 3 miljoen kilo microplastics via de Rijn en Maas ons land binnenkomt. Daarnaast is er een start gemaakt met een risicobeoordeling van microplastics in oppervlaktewater. De ontwikkeling van monitoringsmethodieken door IenW de komende jaren voortgezet.
5. Bedrijfsvoeringsparagraaf
In de bedrijfsvoeringsparagraaf in het jaarverslag van het begrotingshoofdstuk Infrastructuur en Waterstaat (HXII) wordt gerapporteerd over het begrotingsbeheer, financieel beheer, de materiele bedrijfsvoering en overige aspecten van de bedrijfsvoering, over de rijksbrede bedrijfsvoeringsonderwerpen en belangrijke ontwikkelingen en verbeteringen in de bedrijfsvoering. Hieronder wordt gerapporteerd over de uitzonderingsrapportage rechtmatigheid en totstandkoming niet financiële verantwoordingsinformatie van het Deltafonds.
Rechtmatigheid
Bij de financiële verantwoording van het Deltafonds over 2025 is geen sprake van overschrijdingen van door de Rijksbegrotingsvoorschriften voorgeschreven rapportagetoleranties vastgesteld.
Totstandkoming niet-financiële verantwoordingsinformatie
De niet-financiële verantwoordingsinformatie betreft de indicatoren en kengetallen die beogen inzicht te bieden in de doeltreffendheid en de doelmatigheid van de beleidsuitvoering en de doelmatigheid van de bedrijfsvoering. Uit de controle van de ADR zijn geen materiële bevindingen gebleken op het totstandkomingsproces van de niet-financiële informatie.
C. JAARREKENING
6. Verantwoordingsstaat Deltafonds
Tabel 30 Verantwoordingsstaat van het Deltafonds voor het jaar 2025 (Bedragen x € 1.000)
('1)
('2)
(3) = (2) - (1)
Art.
Omschrijving
Vastgestelde begroting
Realisatie
Verschil realisatie en vastgestelde begroting
Verplichtingen
Uitgaven
Ontvangsten
Verplichtingen1
Uitgaven
Ontvangsten
Verplichtingen
Uitgaven
Ontvangsten
1
Investeren in waterveiligheid
1.429.674
560.480
167.535
1.381.093
875.590
174.703
‒ 48.581
315.110
7.168
2
Investeren in zoetwatervoorziening
50.013
59.237
11.330
26.578
150
‒ 38.683
‒ 32.659
150
3
Exploitatie, onderhoud en vernieuwing
375.834
397.223
411.468
419.052
35.634
21.829
4
Experimenteren cf. art. III Deltawet
4.827
96.590
27.186
100.459
22.359
3.869
5
Netwerkgebonden kosten en overige uitgaven
450.353
449.652
412.279
412.168
‒ 38.074
‒ 37.484
6
Bijdragen andere begrotingen Rijk
1.555.433
1.580.172
24.739
7
Investeren in waterkwaliteit
160.422
159.786
215.865
108.831
254
55.443
‒ 50.955
254
Subtotaal
2.471.123
1.722.968
1.722.968
2.459.221
1.942.678
1.755.279
‒ 11.902
219.710
32.311
Voordelig eindsaldo (cumulatief) vorig jaar
27.797
27.797
Subtotaal
2.471.123
1.722.968
1.722.968
2.459.221
1.942.678
1.783.076
‒ 11.902
219.710
60.108
Voordelig eindsaldo (cumulatief) huidig jaar
0
159.602
159.602
Totaal
2.471.123
1.722.968
1.722.968
2.459.221
1.942.678
1.942.678
‒ 11.902
219.710
219.710
X Noot
1
Op de aangegane verplichtingen in de verantwoordingsstaat is een bedrag van € 59,2 mln. aan bijstellingen in mindering gebracht. Hiervan heeft € 42,0 mln. betrekking op voorgaande jaren.
7. Saldibalans
Tabel 31 Saldibalans per 31 december 2025 van het Deltafonds (bedragen x € 1.000)
Activa
31-12-2025
31-12-2024
Passiva
31-12-2025
31-12-2024
Intra-comptabele posten
Intra-comptabele posten
1)
Uitgaven ten laste van de begroting
1.942.675
1.622.817
2)
Ontvangsten ten gunste van de begroting
1.755.278
1.443.099
1a)
Nadelig saldo begrotingsfonds voorgaand jaar
0
0
2a)
Batig saldo begrotingsfonds voorgaand jaar
27.797
207.516
3)
Liquide middelen
0
0
4)
Rekening-courant RHB (Rijkshoofdboekhouding)
27.798
4a)
Rekening-courant RHB
159.600
0
5)
Rekening-courant RHB Begrotingsreserve
0
0
5a)
Begrotingsreserves
0
0
6)
Vorderingen buiten begrotingsverband
0
0
7)
Schulden buiten begrotingsverband
0
0
8)
Kas-transverschillen
0
0
Subtotaal intra-comptabel
1.942.675
1.650.615
Subtotaal intra-comptabel
1.942.675
1.650.615
Extra-comptabele posten
9)
Openstaande rechten
0
0
9a)
Tegenrekening openstaande rechten
0
0
10)
Vorderingen
1.133
263
10a)
Tegenrekening vorderingen
1.133
263
11a)
Tegenrekening schulden
0
0
11)
Schulden
0
0
12)
Voorschotten
2.629.188
2.222.808
12a)
Tegenrekening voorschotten
2.629.188
2.222.808
13a)
Tegenrekening garantieverplichtingen
0
0
13)
Garantieverplichtingen
0
0
14a)
Tegenrekening andere verplichtingen
3.895.261
3.378.753
14)
Andere verplichtingen
3.895.261
3.378.753
15)
Deelnemingen
0
0
15a)
Tegenrekening deelnemingen
0
0
Subtotaal extra-comptabel
6.525.582
5.601.824
Subtotaal extra comptabel
6.525.582
5.601.824
Totaal
8.468.257
7.252.439
Totaal
8.468.257
7.252.439
Toelichting samenstelling saldibalans
Als een minister meer dan één begroting beheert, in dit geval Infrastructuur en Waterstaat (XII), het Mobiliteitsfonds en het Deltafonds, wordt per begroting een saldibalans opgesteld. Voor de begroting van Hoofdstuk XII, het Mobiliteitsfonds en het Deltafonds worden geen gescheiden administraties gevoerd waardoor posten die niet zonder meer toewijsbaar zijn aan een bepaalde begroting, zijn opgenomen in de saldibalans van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (XII).
Wat betreft de toelichtingen zijn de volgende uitgangspunten toegepast. Een post, welke in verhouding tot de totale omvang van de balansregel een grote omvang heeft of de grens van € 25 miljoen overschrijdt, is tekstueel toegelicht.
Alle bedragen in de Saldibalans zijn, conform de regelgeving, naar boven afgerond. Als gevolg hiervan kunnen kleine verschillen ontstaan met de overige tabellen waarbij de reguliere afrondingsregels zijn gebruikt.
4) Rekening-courantverhouding Rijkshoofdboekhouding
Deze balansregel geeft de financiële verhouding met de Rijksschatkist weer.
10 en 10a) Vorderingen en Tegenrekening vorderingen
De Extra-comptabele vorderingen zijn vorderingen die voortvloeien uit uitgaven ten laste van de begroting.
Tabel 32 Opeisbaarheid (bedragen € 1.000)
Direct opeisbaar
1.133
Op termijn opeisbaar
0
Geconditioneerd
0
Totaal
1.133
Tabel 33 Specificatie (bedragen € 1.000)
Artikel 01 Investeren in waterveiligheid
938
Overig
195
Totaal
1.133
12 en 12a) Voorschotten en Tegenrekening voorschotten
Voorschotten zijn bedragen die aan derden zijn betaald vooruitlopend op later definitief vast te stellen of af te rekenen bedragen.
Tabel 34 Openstaand naar jaar van betaling (bedragen € 1.000)
Tot en met 2023
2.004.812
2024
351.224
2025
273.152
Totaal
2.629.188
Tabel 35 Specificatie (bedragen € 1.000)
Artikel 01 Investeren in Waterveiligheid
2.314.974
Artikel 02 Investeren in Zoetwatervoorziening
281.578
Artikel 05 Netwerkgebonden kosten en overige uitgaven
22
Artikel 07 Investeren in Waterkwaliteit
32.614
Totaal
2.629.188
Toelichting
Artikel 01 Investeren in waterveiligheid
Voor de versterking van Markermeerdijken is aan het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier een voorschot verstrekt van € 446,8 miljoen.
Aan Waterschap Rivierenland zijn de volgende voorschotten verstrekt:
– Dijkversterking Gorichem-Waardenburg: Dit project wordt gerealiseerd en hiervoor zijn voorschotten verstrekt (€ 305,5 miljoen).
– Dijkversterking Tiel - Waardenburg: Dit project bevindt zich in de realisatiefase tot en met 2036 (€ 202,4 miljoen).
– Dijkversterking Neder-Betuwe: Dit project bevindt zich in de realisatiefase tot en met 2038 (€ 40 miljoen).
Aan de volgende waterschappen/hoogheemraadschappen zijn eveneens voorschotten verstrekt:
– Aan Waterschap Drents Overijsselse Delta voorschotten verstrekt voor de planuitwerking van het project IJsselwerken, de dijkversterking tussen Zwolle en Olst, (€ 86,4 miljoen) en aan Waterschap Drents Overijsselse Delta voor de versterking van de stadsdijken in Zwolle (€ 171,3 miljoen), welke in 2023 is gestart en doorloopt tot 2037;
– Aan Waterschap Aa en Maas is een voorschot van € 110 miljoen verstrekt voor de versterking van de dijk aan Ravenstein tot Lith;
– Aan Waterschap Noordzijlvest is een voorschot verstrekt van € 91,2 miljoen voor de versterking van de Groningse Lauwersdijk (Lauwersmeer – Vierhuizergat);
– Aan Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard is een voorschot verstrekt van € 68,4 miljoen voor de versterking en verhoging van de dijk langs de Hollandsche IJssel;
– Aan Waterschap Scheldestromen is een voorschot van € 113,4 miljoen verstrekt voor de versterking van de dijk bij Zuid-Beveland West;
– Aan Waterschap Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden is in totaal een voorschot van € 33,9 miljoen verstrekt voor de versterking van de dijk tussen Wijk bij Duurstede en Amerongen;
– Aan Waterschap Zuiderzeeland is een voorschot van € 50,9 miljoen verstrekt voor de versterking van de IJsselmeerdijk bij Lelystad.
– Aan Waterschap Rijn en IJssel is een voorschot van € 32,9 miljoen verstrekt voor de versterking van de Rijnkade bij Arnhem.
Ten behoeve van de Dijkversterking van Hansweert is een voorschot verstrekt van € 113,4 miljoen verstrekt aan waterschap Scheldestromen. De realisatie is gestart in 2024.
Artikel 02 Investeren in zoetwatervoorziening
– Aan het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden zijn voorschotten verstrekt van in totaal € 14,9 miljoen ten behoeve van het realiseren van de eerste stap naar een robuuste zoetwatervoorziening van West-Nederland in droge perioden, waarbij rekening is gehouden met de klimaatverandering en regionale ontwikkelingen tot 2022. Naar verwachting worden deze voorschotten in 2026 afgewikkeld.
– Aan diverse gemeenten en provincies zijn in het kader van specifieke uitkeringen voor de Tijdelijke impulsregeling klimaatadaptatie 2022–2027 voorschotten verstrekt voor € 166,3 miljoen. De afrekening van deze voorschotten wordt in 2028 verwacht.
– Aan diverse provincies en waterschappen zijn voorschotten ad € 86,98 miljoen verstrekt voor specifieke uitkeringen in het kader van stimulering maatregelen 2e fase Deltaprogramma Zoetwater. De afrekening van deze voorschotten wordt in 2028 verwacht.
– Verder is een voorschot ad € 12,64 miljoen aan provincie Friesland voor specifieke uitkering ten behoeve van versterking Friese IJsselmeerkust. De afrekening wordt in 2027 verwacht.
Tabel 36 Verloopoverzicht (bedragen € 1.000)
Stand per 1 januari 2025
2.222.808
In 2025 vastgelegde voorschotten
818.342
In 2025 afgerekende voorschotten
‒ 411.962
Verdeeld naar jaar van betalen:
‒ 2023 en verder
‒ 394.174
‒ 2024
‒ 15.646
‒ 2025
‒ 2.142
Openstaand per 31 december 2025
2.629.188
14 en 14a) Andere verplichtingen en Tegenrekening andere verplichtingen
De post Andere verplichtingen vormt een saldo van de verplichtingen per 1 januari van het begrotingsjaar, de aangegane verplichtingen, hierop verrichte betalingen en negatieve bijstellingen van in eerdere begrotingsjaren aangegane verplichtingen.
Tabel 37 Verloopoverzicht (bedragen € 1.000)
Stand per 1 januari 2025
3.378.753
correctie jaarverslag
‒ 36
Gecorrigeerde stand per 1 januari 2025
3.378.717
Aangegaan in 2025
2.493.950
Tot betaling gekomen in 2025
‒ 1.942.674
Negatieve bijstellingen voorgaande jaren
‒ 34.732
Openstaand per 31 december 2025
3.895.261
Niet uit de saldibalans blijkende bestuurlijke verplichtingen
Inventarisatie van bestuurlijke afspraken voor zover al niet deel uitmakend van de juridische verplichtingen, zoals opgenomen in de financiële administratie (met name gesloten bestuursovereenkomsten of convenanten met decentrale overheden) heeft plaatsgevonden.
Ultimo 2025 is geen sprake van dergelijke bestuurlijke afspraken.
D. BIJLAGEN
Bijlage 1: Instandhouding
In deze bijlage bij het jaarverslag van het Mobiliteitsfonds en van het Deltafonds wordt een toelichting gegeven op de instandhouding van de netwerken die onder verantwoordelijkheid van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat vallen. Onderdeel A gaat in op de instandhouding van de netwerken die door Rijkswaterstaat worden beheerd. Dit betreft het Hoofdwegennet (HWN), het Hoofdvaarwegennet (HVWN) en het Hoofdwatersysteem (HWS). Onderdeel B gaat in op de instandhouding van de Hoofdspoorweginfrastructuur (HSWI) welke beheerd wordt door ProRail.
Bij instandhouding van de infrastructuur gaat het om het behouden van de huidige functie van de infrastructuur op het afgesproken kwaliteitsniveau. Hieronder vallen alle activiteiten op het vlak van exploitatie, onderhoud en vernieuwing van de bestaande infrastructuur.
– Tot het domein van de exploitatie (voorheen ‘beheer’) behoren activiteiten die gericht zijn op het reguleren van het gebruik: verkeersleiding en capaciteitsmanagement, verkeersmanagement en watermanagement;
– Onderhoud betreft de activiteiten die erop zijn gericht de beoogde (ontwerp)levensduur van de infrastructuur te realiseren;
– Vernieuwing (voorheen ’vervanging’ en/of ‘renovatie’) is gericht op het begin van een nieuwe levenscyclus van een nieuw object of het verlengen van de levensduur van het bestaande object. Het gaat bij vernieuwing expliciet niet om activiteiten die gericht zijn op toevoeging van functies of om aanleg van nieuwe of uitbreiding van bestaande infrastructuur (ontwikkeling).
1 Onderdeel A - Instandhouding van de netwerken van Rijkswaterstaat
Het basiskwaliteitsniveau is het uitgangspunt voor de uitvoering van exploitatie, onderhoud en vernieuwing (instandhouding) door Rijkswaterstaat (RWS) op het hoofdwegennet, hoofdvaarwegennet en hoofdwatersysteem. De instandhouding van de netwerken is erop gericht om de prestaties van de netwerken op peil te houden. Het zijn de prestaties – de beschikbaarheid, betrouwbaarheid, duurzaamheid en veiligheid van de infrastructuur – die de gebruikers direct ervaren. Eerst wordt een overzicht gegeven van de geleverde prestaties op de netwerken. Vervolgens wordt de omvang van het areaal in beheer bij RWS, de gerealiseerde budgetten voor instandhouding, de ontwikkeling van de balanspost ‘saldo op ontvangen bijdragen’ en het uitgesteld en achterstallig onderhoud toegelicht. Over de duurzaamheidsprestaties wordt gerapporteerd via het IenW Duurzaamheidsverslag.
Prestaties
De prestaties van de infrastructuur worden gemeten en uitgedrukt in prestatie-indicatoren. In de begroting 2025 is aangegeven dat voor de netwerken in beheer van RWS de afspraken over het basiskwaliteitsniveau nog worden vertaald naar nieuwe indicatoren en streefwaarden. Voor het vegetatiebeheer in de uiterwaarden is in 2025 de prestatieafspraak ‘voldoen aan de vegetatielegger’ toegevoegd. Verder vergt de vertaling naar nieuwe indicatoren en streefwaarden nog verdere uitwerking, daarom wordt nog uitgegaan van de prestatieafspraken vanuit de Service Level Agreement (SLA) 2022-2023. De Tweede Kamer zal worden gerapporteerd over hoe gescoord wordt op de prestatie-indicatoren, maar het is zoals ook gold voor de SLA niet mogelijk om te sturen op het behalen van de streefwaarden. Het basiskwaliteitsniveau is het uitgangspunt voor het werk in voorbereiding en de uitvoering door RWS.
Tabel 38 Prestatie-indicatoren RWS
Prestatie-indicator
Streefwaarde 2022-2025
Realisatie 2022
Realisatie 2023
Realisatie 2024
Realisatie 2025
Toelichting
Hoofdwegennet
1
Beschikbaarheid
Technische beschikbaarheid van de weg
90%
98%
99%
99%
98%
Files door Werk in Uitvoering als gevolg van aanleg en gepland onderhoud in:
Voertuigverliesuren (vanaf 2018)
10%
3%
4%
7%
9%
Levering verkeersgegevens:
– Beschikbaarheid data voor derden
90%
93%
91%
91%
92%
– Actualiteit data voor derden
95%
100%
99%
99%
nvt
Veiligheid
– Voldoen aan norm voor verhardingen
99,7%
99,7%
99,6%
99,4%
99,7%
– Voldoen aan norm voor gladheidbestrijding
95%
99%
99%
99%
100%
Hoofdvaarwegennet
2
Beschikbaarheid / Betrouwbaarheid
Stremmingen gepland onderhoud
0,8%
0,9%
0,6%
0,7%
1,1%
Stremmingen ongepland onderhoud
0,2%
2,4%
1,2%
1,2%
0,7%
Tijdig melden ongeplande stremmingen
97%
98%
97%
98%
97%
Vaargeul op orde (% oppervlakte op orde)
– Toegangsgeulen
99%
100%
100%
100%
100%
– Hoofdtransportassen
90%
93%
93%
96%
96%
– Hoofdvaarwegen
85%
82%
84%
83%
88%
– Overige vaarwegen
85%
83%
95%
96%
97%
Veiligheid
Vaarwegmarkering op orde
95%
89%
94%
96%
97%
Hoofdwatersysteem
3
Waterveiligheid
Handhaving kustlijn
90%
91%
93%
94%
94%
Beschikbaarheid stormvloedkeringen
100%
83%
100%
83%
67%
Waterhuishouding op orde in alle peilgereguleerde gebieden
100%
75%
100%
100%
100%
Betrouwbaarheid informatievoorziening
95%
100%
99%
96%
97%
Voldoen aan de vegetatielegger uiterwaardengebied
95%
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
93%
Bron: RWS, 2026
1. Toelichting prestaties Hoofdwegennet
Alle indicatoren voldoen aan de streefwaarde.
– Bij de indicator ‘Files door Werk in Uitvoering’ worden alleen de files meegeteld die een snelheid hebben lager dan 50 km/uur en een lengte van minstens 2 km. In 2025 was 9% van alle files het gevolg van aanleg en geplande onderhoudswerkzaamheden (werk in uitvoering). Deze score is onder de streefwaarde van 10%. De score is gestegen ten opzichte van 2024, doordat in 2025 meer productie is gedraaid. Het totale reistijdverlies is met 62 miljoen hetzelfde gebleven als 2024, maar het aandeel files door werk in uitvoering is gestegen van 4,5 miljoen naar 5,5 miljoen voertuigverliesuren.
– Het voldoen aan de veiligheidsnormen voor verhardingen wordt gemonitord aan de hand van de schadekenmerken stroefheid en spoorvorming. In 2025 voldeed 99,7% van de wegverhardingen aan deze normen. Daarmee wordt weer aan de streefwaarde voldaan. Het scherpstellen van de interne norm voor alleen dichte deklagen en het uitvoeren van meer onderhoud heeft ervoor gezorgd dat de score omhoog is gegaan.
2. Toelichting prestaties Hoofdvaarwegennet
De indicatoren 'tijdig melden van stremmingen', «vaargeul op orde» en «vaarwegmarkering op orde» voldoen aan de streefwaarde. De afgelopen jaren voldeed de indicator «Vaargeul op orde voor hoofdvaarwegen» niet aan de streefwaarde. In 2025 voldoet deze wel. Dit is hoofdzakelijk het gevolg van een verbetering in de datakwaliteit over het IJsselmeer, Markermeer en Zwarte Meer waardoor de scores zijn aangepast.
De overige twee indicatoren halen de streefwaarden niet:
– 'De indicator «Stremmingen gepland onderhoud» voldoet niet aan de streefwaarde en is gestegen ten opzichte van 2024. Deze stijging wordt verklaard door de toename in onderhoudswerkzaamheden.
– De indicator «Stremmingen ongepland onderhoud» is lager dan in 2024, maar nog steeds ruim drie maal hoger dan de streefwaarde. Ouderdom van de kunstwerken en uitstel van onderhoud en vernieuwing zijn oorzaken van deze score.
3. Toelichting prestaties Hoofdwatersysteem
De indicatoren ‘handhaving kustlijn’, ‘waterhuishouding op orde in alle peilgereguleerde gebieden’ en ‘betrouwbaarheid informatievoorziening’ voldoen aan de streefwaarden. De overige twee indicatoren halen de streefwaarden niet:
– De indicator ‘beschikbaarheid stormvloedkeringen’ voldeed niet aan de streefwaarde. Van de zes stormvloedkeringen voldoen er twee niet aan de faalkanseis. Op het peilmoment van 1 oktober 2025 was de betrouwbaarheid van het sluiten van de sluisdeuren van de Hartelsluis, onderdeel van de Hartelkering, onvoldoende wegens een manco in het besturingssysteem. De deuren staan sinds medio januari 2026 standaard in stormvloedkerende stand, tot het manco verholpen is. Bij de Maeslantkering kon niet aantoonbaar worden gemaakt of deze op het peilmoment voldeed. Technische gebreken liggen hieraan ten grondslag. Begin 2026 zullen de problemen nader geanalyseerd zijn om deze vervolgens adequaat te kunnen aanpakken.
– De indicator ‘voldoen aan de vegetatielegger uiterwaardengebied’ is een nieuwe indicator. Er is sprake van een achterstand op het vegetatieonderhoud in de uiterwaarden. De verwachting is dat de streefwaarde in 2028 door reeds in gang gezette maatregelen gehaald wordt.
Omvang van het areaal
Hieronder wordt inzicht gegeven in de omvang van het areaal in beheer bij RWS per verantwoording 2025.
Tabel 39 Areaal netwerken RWS
Eenheid
Realisatie 2022
Realisatie 2023
Realisatie 2024
Realisatie 2025
Toelichting
Hoofdwegennet
1
Rijbaanlengte
– Hoofdrijbaan
km
5.846
5.858
5.862
5.878
– Verbindingswegen en op- en afritten
km
1.612
1.612
1.623
1.632
Areaal asfalt
– Hoofdrijbaan
km2
77
77
78
78
– Verbindingswegen en op- en afritten
km2
14
14
15
15
Groen areaal
km2
184
188
188
189
Verkeerssignalering op rijbanen
km
2.931
2.964
3.003
3.036
Verkeerscentrales
stuks
6
6
6
6
Bediende objecten
– Spitsstroken
km
308
293
281
244
– Bruggen Beweegbaar
stuks
50
48
48
48
– Tunnelcomplexen
stuks
20
20
21
23
– Aanleginrichtingen (veren)
stuks
14
12
12
12
Aquaducten
stuks
17
17
17
17
Ecoducten
stuks
56
38
38
38
Hoofdvaarwegennet
2
Vaarwegen
km
7.071
7.394
7.273
7.271
– waarvan binnenvaart
km
3.426
3.540
3.415
3.413
– waarvan zeevaart
km
3.646
3.854
3.858
3.858
Begeleide vaarweg
km
592
857
858
848
Verkeersposten
stuks
12
12
12
12
Vuurtorens (incl. BES-eilanden)
stuks
24
23
23
23
Bediende objecten
– Schutsluiskolken
stuks
131
127
126
126
– Bruggen beweegbaar
stuks
112
107
109
107
Hoofdwatersysteem
3
Watermanagement wateroppervlak
km2
90.219
90.213
90.132
90.019
Kustlijn
km
293
293
294
294
Dammen, dijken en duinen, uiterwaarden w.o.:
– Dijken, dammen en duinen, primaire waterkeringen
km
201
202
203
202
– Niet primaire waterkeringen/duinen
km
604
604
508
507
– Uiterwaarden in beheer Rijk
ha
5.182
5.183
5.185
5.186
Binnenwateren
km2
3.030
3.024
2.992
2.991
Bediende objecten:
– Stormvloedkeringen
stuks
6
6
6
6
– Spui- en uitwateringssluiskolken
stuks
86
86
88
88
– Stuwcomplexen
stuks
10
10
10
10
– Gemalen
stuks
19
21
20
20
Bron: RWS, 2026
1. Toelichting areaalgegevens Hoofdwegennet
Algemeen beeld 2022-2025
– De omvang van het hoofdwegennet is de afgelopen jaren toegenomen door grote verbredingsprojecten, zoals de A1 Oost (2019-2021) en grote reconstructies van wegen zoals de A7 Zuidelijke Ringweg Groningen. Daarnaast worden nieuwe wegen gefaseerd opengesteld, zoals de A16 Rotterdam (2023-2025) en de A24 Blankenburgverbinding (2022-2024). Door deze projecten is ook de lengte van de signalering toegenomen. Ook is de Sluiskiltunnel in de N62 overgenomen van de provincie Zeeland.
– De op- en afritten en verbindingswegen zijn de laatste jaren toegenomen door de nieuwe knooppunten Vlaardingen (A20/A24) en Rozenburg (A15/A24) van de Blankenburgverbinding (A24). Ook de nieuwe parallelstructuur op de A44 ter hoogte van de aansluiting van de Rijnlandroute en het vernieuwde knooppunt Julianaplein (A28/A7) zorgen voor een toename. De openstelling van de A16 Rotterdam en overname van de N62 Sluiskiltunnel hebben ook gezorgd voor een toename van op- en afritten en verbindingswegen. Verder zijn nieuwe aansluitingen aangelegd en bestaande aansluitingen verruimd.
– De lengte spitsstroken neemt af. In de projecten A1 Oost tussen Twello en Beekbergen, A27 Houten - Hooipolder, A2 Het Vonderen - Kerensheide en A10 Zuidasdok (zuidbaan) zijn de spitsstroken omgezet naar permanente rijstroken. Op de A15 ter hoogte van het knooppunt Rozenburg (A15/A24) zijn de spitsstroken, met de openstelling van de A24 Blankenburgverbinding, weer teruggebracht in hun oorspronkelijke staat als vluchtstrook.
– Het groen areaal is in 2025 toegenomen als gevolg van een herziening van de beheergrenzen in Oost-Nederland.
– De afname van de beweegbare bruggen betreft voornamelijk bruggen die niet meer worden bediend en worden vervangen door vaste bruggen met een hogere doorvaarthoogte, zoals de drie Giessenbruggen in de A20 en de twee Oude Rijnbruggen in de A44.
– De afname in 2023 van zowel het aantal ecoducten als het aantal aanleginrichtingen voor de veerbindingen heeft een administratieve oorzaak, namelijk een nieuwe inventarisatie met verbeterde uniforme definities.
Specifiek 2025
– In 2025 heeft de eindopenstelling plaatsgevonden van de A16 Rotterdam. Deze zorgt voor de toename van één tunnel, te weten de Rottemerentunnel (landtunnel). Deze openstelling zorgt ook voor extra verkeerssignalering. Ook zijn de eerste deelopenstellingen gerealiseerd in het project A9 Badhoevedorp - Holendrecht (Amstelveen). Daarnaast heeft de provincie Zeeland de Sluiskiltunnel in de N62 overgedragen aan RWS. De verbindingswegen en op- en afritten zijn ook toegenomen door deze openstellingen en overdracht.
– De toename van het groen areaal in 2025 wordt veroorzaakt door verbeterde vastlegging in de bron.
– De lengte spitsstroken is in 2025 afgenomen doordat in de projecten A27 Houten - Hooipolder en A2 Het Vonderen - Kerensheide de spitsstroken permanent zijn opengesteld als versmalde reguliere rijstroken.
2. Toelichting areaalgegevens Hoofdvaarwegennet
Algemeen beeld 2022-2025
– In 2023 is er een toename doorgevoerd in het verkeersscheidingsstelsel voor de kust van Zeeland en de vaargeulen in de Waddenzee. Tevens is de lengte op de Grensmaas toegenomen als gevolg van het opnemen van het deel van de Maas waar alleen recreatieverkeer is toegestaan. In 2024 is er een grote afname hoofdzakelijk veroorzaakt door wijzigingen van de vaarroutes op het IJsselmeer en Markermeer. Daarnaast is er een kleine toename van vaarroutes op zee, door aanpassingen voor de kust van Zeeland.
– In 2024 was er een kleine toename van de begeleide vaarweg, door verschuivingen van de getijdegeulen in de Westerschelde.
– Het aantal vuurtorens nam in 2023 af door het buiten gebruik stellen van Lichtplatform Goeree.
– In 2022 is de Zeesluis bij IJmuiden in gebruik genomen. In 2023 is de Roggebotsluis gesloopt en zijn er 4 schutsluizen overgedragen langs kanaal Lemmer-Delfzijl. In 2024 is de nieuwe Zeesluis in Terneuzen gerealiseerd; het totale aantal schutsluizen nam dat jaar met twee af door een overdracht aan de gemeente en aanpassing van de classificatie van schutsluis naar spuisluis.
– Het aantal bediende bruggen neemt geleidelijk af: in 2023 is de brug over de Roggebotsluis gesloopt, en zijn vier bruggen langs het kanaal Lemmer-Delfzijl overgedragen. In 2024 zijn ook de 2 beweegbare bruggen over de nieuwe Zeesluis in Terneuzen in gebruik genomen.
Specifiek 2025
– In 2025 is er een kleine afname van de beheerde vaarweg, die werd veroorzaakt door een correctie rond de havens van Harderwijk. De lengte van de beheerde vaarweg op zee is niet veranderd.
– In 2025 is de begeleide vaarweg in totaal 10 km afgenomen, door verbeterde afbakening (voornamelijk rond de havens) van de Vessel Traffic Services (VTS) sectoren.
– In 2025 zijn de 2 beweegbare bruggen over de oude Middensluis in Terneuzen inmiddels gesloopt en nu pas uit de bron verwijderd. De functie hiervan is overgenomen door de 2 beweegbare bruggen over de nieuwe Zeesluis, die in 2024 zijn opgeleverd.
3. Toelichting areaalgegevens Hoofdwatersysteem
Algemeen beeld 2022-2025
– De omvang van het hoofdwatersysteem varieert. De afname van het wateroppervlak in 2023 komt voornamelijk door het Strandeiland en Markerwadden in het Markermeer. In 2024 was er een afname van het wateroppervlak in de Oosterschelde en Westerschelde ten gunste van kwelders en schorren en door een nieuwe inventarisatie van de gehele IJssel (in bijbehorende uiterwaarden).
– De lengtes van de primaire en niet-primaire keringen variëren. In 2024 heeft een administratieve correctie bij de Afsluitdijk (Friese zijde) tot een kleine toename geleid van de primaire kering. Bij de niet-primaire keringen is in 2024 een kleine toename door de realisatie van de verruiming van de Twentekanalen (fase 2). Daarnaast was er in 2024 een grote afname van de niet-primaire duinen op de Waddeneilanden. Een deel ervan is integraal onderdeel geworden van de bestaande, erachter gelegen primaire kering. Een ander deel betreft niet-primaire duinen op de zandplaten. Die hebben formeel geen kerende functie meer, hier vindt alleen nog natuurbeheer plaats.
– De omvang van de uiterwaarden varieert. Dit komt door zowel aanleg van bijvoorbeeld nevengeulen, overnachtingshavens als overdrachten en verbeterde registratie.
– Het aantal spui- en uitwateringssluiskolken varieert. In 2023 zijn de twee Roggebotspuisluizen gesloopt en is de classificatie van twee objecten overgegaan naar spuisluis. In 2024 nam het aantal spui- en uitwateringsluizen toe door een verbeterde registratie bij de Oranjesluizen.
– In 2023 is het aantal gemalen met twee toegenomen door een aanpassing van de classificatie van twee objecten. In 2024 is er een afname door een overdracht aan een gemeente.
Specifiek 2025
– In 2025 is het wateroppervlak met 113 km2 afgenomen rond de BES-Eilanden. Dit komt door het herberekenen van de zeegrenzen (equidistantielijn) met de Virgin Islands van de Verenigde Staten, in het kader van de onderhandelingen over deze grens. Tevens is er een kleine toename van het wateroppervlak door de realisatie van de verbreding van het Julianakanaal. Door diverse verbeteringen in de bron is er in de afronding een kleine afname van het binnenwater.
– In 2025 is er een kleine afname geweest in de primaire keringen. Dit komt door de verwerking van de aanpassing rond het Middensluiseiland in IJmuiden (realisatie Zeesluis) en een administratieve correctie rond de kering van Marken.
– In 2025 is een kleine afname van de niet-primaire keringen door een administratieve correctie langs de oevers van het Amsterdam-Rijnkanaal.
– In 2025 is er een kleine toename van het uiterwaarden oppervlak, door diverse administratieve verbeteringen in de bron.
– In 2025 zijn er bij de bediende objecten geen wijzigingen.
Budgetten exploitatie en onderhoud Hoofdwegennet, Hoofdvaarwegennet en Hoofdwatersysteem
In onderstaande tabel zijn de begrote en gerealiseerde budgetten op exploitatie en onderhoud in 2025 toegelicht.
Tabel 40 Budgetten Exploitatie en Onderhoud Hoofdwegennet, Hoofdvaarwegennet en Hoofdwatersysteem (bedragen x € 1.000)
Realisatie
Begroting
Verschil
Artikelonderdeel
2025
2025
2025
Toelichting
Hoofdwegennet
MF 12.01
Exploitatie
9.939
5.676
4.263
1
MF 12.02.01
Onderhoud
1.132.227
983.801
148.426
2
MF 12.06.02
Overige netwerkgebonden kosten
141.147
115.558
25.589
3
Totaal realisatie Exploitatie en Onderhoud Hoofdwegen
1.283.313
1.105.035
178.278
Hoofdvaarwegennet
MF 15.01
Exploitatie
8.902
10.528
‒ 1.626
4
MF 15.02.01
Onderhoud
558.194
544.905
13.289
5
MF 15.06.02
Overige netwerkgebonden kosten
34.710
35.704
‒ 994
6
Totaal realisatie Exploitatie en Onderhoud Hoofdvaarwegen
601.806
591.137
10.669
Hoofdwatersysteem
DF 3.01.01
Watermanagement
8.558
8.261
297
DF 3.02.01
Onderhoud Waterveiligheid
354.613
325.625
28.988
7
DF 3.02.02
Onderhoud Zoetwatervoorziening
34.579
32.418
2.161
8
DF 5.02.01
Overige netwerkgebonden uitgaven
74.197
73.224
973
9
Totaal realisatie Watermanagement en Onderhoud Hoofdwatersysteem
471.947
439.528
32.419
Totaal realisatie Exploitatie, Watermanagement en Onderhoud RWS
2.357.066
2.135.700
221.366
Toelichting
Onderstaand wordt een toelichting gegeven op de verschillen tussen de begroting en de realisatie. Het betreft de realisatie van de agentschapsbijdrage van het moederdepartement aan RWS.
Hoofdwegennet
1. Het verschil van € 4,3 miljoen bestaat uit:
– € 1,4 miljoen voor draaiend houden van de ringwegen fase 1.
– € 2,9 miljoen voor diverse mutaties van < € 1 miljoen.
2. Het verschil van € 148,4 miljoen bestaat uit:
– € 121,5 miljoen ter dekking van excessieve prijsstijgingen voor Exploitatie en Onderhoud.
– € 5,0 miljoen voor ongeplande kosten die voortkomen uit maatregelen.
– € 5,8 miljoen voor verkeersveiligheid N18, voortvloeiend uit het amendement Koerthuis en van der Graaf.
– - € 10,4 miljoen voor overheveling van het onderhoudsbudget aan het uitvoeringsproject Maasvlakte Vaanplein.
– € 19,7 miljoen voor ontvangen loon- en prijsbijstelling.
– € 6,8 miljoen voor diverse mutaties van < € 5 miljoen.
3. Het verschil van € 25,6 miljoen bestaat uit:
– € 13,4 miljoen voor Schoon en Emissieloos Bouwen (SEB) ten behoeve van laadinfra en batterijsystemen op de bouwplaats.
– € 5,3 miljoen voor draaiend houden van de ringwegen fase 1.
– € 4,3 miljoen ter dekking van uitgaven op het asfaltdossier in het kader van Klimaatneutrale en Circulaire Infrastructuur (KCI).
– € 3,2 miljoen uit het Klimaatakkoord omtrent stimulering hergebruik en recyclaat in bouwmaterialen in de Grond-, Weg- en Waterbouw.
– € 2,1 miljoen ontvangen loon- en prijsbijstelling 2025.
– - € 2,7 miljoen diverse mutaties < € 2 miljoen.
Hoofdvaarwegennet
4. Het verschil van € - 1,6 miljoen bestaat uit:
– - € 1,6 miljoen voor de voortzetting van het impulsprogramma Beter Bediend, ten behoeve van het apparaat RWS.
5. Het verschil van € 13,3 miljoen bestaat uit:
– € 9,7 miljoen voor ontvangen loon- en prijsbijstelling 2025.
– € 3,6 miljoen diverse mutaties < € 5 miljoen.
6. Het verschil van € 1,2 miljoen bestaat uit:
– - € 1,0 miljoen diverse mutaties < € 1 miljoen.
Hoofdwatersysteem
7. Verschil van € 29,0 miljoen bestaat uit:
– € 18,0 miljoen ter dekking van de exogene tegenvaller calamiteit overlaatdam Bosscherveld.
– € 11,3 miljoen ontvangen loon- en prijsbijstelling 2025.
– - € 0,3 miljoen diverse mutaties < € 1 miljoen.
8. Verschil van € 2,2 miljoen bestaat uit:
– € 1,1 miljoen ontvangen loon- en prijsbijstelling 2025.
– € 1.1 miljoen diverse mutaties < € 1 miljoen.
9. Verschil van € 1,0 miljoen bestaat uit:
– € 3,2 miljoen bijdrage voor beheer en onderhoud van het modelinstrumentarium van Deltares.
– ‒ € 2,2 miljoen diverse mutaties < € 1 miljoen.
Budgetten Vernieuwing Hoofdwegennet, Hoofdvaarwegennet en Hoofd watersysteem
In onderstaande tabel zijn de begrote en gerealiseerde budgetten op vernieuwing in het jaar 2025 toegelicht. Met € 514 miljoen is de productie in 2025 fors gestegen ten opzichte van 2024 (€ 328 miljoen). Daarmee ligt het in lijn met de afspraak om de productie te verhogen van € 300 miljoen in 2023, naar € 500 miljoen in 2025 en uiteindelijk naar € 800 miljoen vanaf 2028 (Validatie Rebel Group, TK 29 385, nr. 139).
De productie blijft nog achter bij het beschikbare bedrag in de begroting ( ‒ € 151,3 miljoen). Dit wordt deels verklaard door de afboeking van € 65,7 miljoen waarvan € 55,4 miljoen ter dekking van uitgaven aan de verbreding van het Julianakanaal. Het resterende bedrag van € 85,6 miljoen wordt verklaard bij de toelichting. Met de ingezette stijging van de productie, de portfolioaanpak en meerjarige zekerheid over beschikbaar budget en capaciteit is de verwachting dat de productie de komende jaren verder zal stijgen naar het afgesproken niveau van € 800 miljoen in 2028.
Tabel 41 Budgetten Vernieuwing Hoofdwegennet, Hoofdvaarwegennet en Hoofdwatersysteem (bedragen x € 1.000)
Artikelonderdeel
Realisatie
Begroting
Verschil
2025
2025
2025
Toelichting
MF 12.02.04
Vernieuwing Hoofdwegennet
287.614
385.522
‒ 97.908
1
MF 15.02.04
Vernieuwing Hoofdvaarwegennet
204.765
248.537
‒ 43.772
2
DF 3.02.03
Vernieuwing Hoofdwatersysteem
21.301
30.919
‒ 9.618
3
Totaal realisatie Vernieuwing Rijkswaterstaat
513.680
664.978
‒ 151.298
Toelichting
1. Hoofdwegennet
Het verschil van ‒ € 97,9 miljoen bestaat uit:
– Groot Variabel Onderhoud Renovatie (- € 68,1 miljoen): lagere uitgaven hoofdzakelijk veroorzaakt doordat de kasreeksen over de jaren van de projecten in uitvoering in lijn zijn gebracht met het meest actuele beeld van projecten die in uitvoering zijn n.a.v. genomen beslismoment (1) plan- en (2) realisatiefase.
– Intelligente wegkantsystemen (- € 34 miljoen): lagere uitgaven door vertraging van werkzaamheden. De aannemer heeft maar één uitvoeringsteam beschikbaar met als gevolg dat de uitvoering naar 2029 en verder verschuift.
– Brandwerendheid tunnels (€ 2,8 miljoen) betreft met name extra uitgaven herstelwerkzaamheden aan de Tweede Coentunnel.
– Toegekende prijsbijstelling 2025 (€ 5,9 miljoen).
– Het verschil betreft mutaties < € 5 miljoen (- € 4,5 miljoen).
2. Hoofdvaarwegennet
Het verschil van ‒ € 43,8 miljoen bestaat uit:
– Diverse kasschuiven (- € 42,2 miljoen): Dit betreft een actualisatie van het programma Vernieuwing.
– Voor de reservering van Vernieuwing (- € 15,9 miljoen): dit betreft budgetoverhevelingen waarbij het grootste gedeelte wordt verklaard door toegekend budget voor werkzaamheden aan het Julianakanaal (- € 65,7 miljoen). Verder zijn er diverse schuiven geweest om de programmering te actualiseren (€ 49,8 miljoen).
– Aanvullende budget (€ 10,4 miljoen): wordt grotendeels verklaard door aanvullende budgetten bij projecten zoals, Tilburg 3 (€ 3,1 miljoen), Renovatie Verkeersbrug Dordrecht (€ 2,6 miljoen), Brug Urmond (€ 1,9 miljoen) en Bediening en besturing Maasobjecten (€ 1,8 miljoen).
– Toegekende prijsbijstelling 2025: (€ 4,0 miljoen)
– Het restant wordt verklaard door diverse kleine mutaties (- € 0,1 miljoen).
3. Hoofdwatersysteem
De lagere realisatie op vernieuwing (- € 9,6 miljoen) is met name het gevolg van vertragingen in besluitvorming, inkoop en uitvoering, gebrek aan capaciteit en aanpassing in de planningen. Dit speelde met name bij de projecten Prinses Marijkesluis, Vervanging Stuwen Maas HWS, Sluis- en Gemaalcomplex IJmuiden, Maasbediening, Landelijk Meetnet Water en de renovatie van de Krammersluizen.
Saldo op ontvangen bijdragen
In navolging van de aanbeveling uit het rapport doorlichting agentschap Rijkswaterstaat (2021) en toezegging aan de Tweede Kamer over het gebruik en de naamgeving van de balanspost Nog Uit Te Voeren Werkzaamheden (NUTW) zijn de afspraken over het gebruik van de NUTW post opnieuw geformaliseerd. Hierbij is besloten om met ingang van 2024 de NUTW te splitsen in een post gerelateerd aan de bekostiging van de maatregelen ten behoeve van het basiskwaliteitsniveau voor Exploitatie en Onderhoud en een post voor overige werkzaamheden gefinancierd vanuit EPK-BLS, respectievelijk «Saldo op ontvangen bijdragen voor exploitatie en onderhoud» en «Saldo op ontvangen bijdragen voor te verlenen diensten».
– Saldo op ontvangen bijdragen voor exploitatie en onderhoud: onder dit saldo vallen de ontvangsten en uitgaven die samenhangen met afspraken over het basiskwaliteitsniveau.
– Saldo op ontvangen bijdragen voor te verlenen diensten: onder dit saldo vallen de ontvangsten en uitgaven in het kader van planstudies, Caribisch Nederland, werken voor en met partners, aanvullende opdrachten van het moederdepartement die niet tot het basiskwaliteitsniveau behoren en overige opdrachten.
Balanspost Saldo op ontvangen bijdragen voor exploitatie en onderhoud
RWS is een agentschap met een baten lasten administratie. Bij de instelling van het agentschap is met het ministerie van Financiën afgesproken dat RWS geen resultaat (verlies of winst) mag behalen op de kosten die worden gemaakt voor activiteiten die door de markt worden verricht. De middelen die aan het einde van een boekjaar tekort of over zijn en samenhangen met afspraken over het basiskwaliteitsniveau, worden op de balans van RWS verantwoord onder de post Saldo Op Ontvangen Bijdragen voor Exploitatie en Onderhoud (SOOB E&O).
Via deze balanspost kunnen middelen eerder of later worden aangewend dan oorspronkelijk voorzien. Deze werkwijze is analoog aan de werkwijze die wordt gevolgd op het Deltafonds en het Mobiliteitsfonds. Daar wordt immers een saldo dat in enig jaar ontstaat meegenomen naar of verrekend met het volgende begrotingsjaar.
De balanspost SOOB E&O omvat overigens meer. Onder andere ook de mee- en tegenvallers op exploitatie- en onderhoudscontracten komen in deze balanspost. Oorzaken voor mee- en tegenvallers en het eerder of later inzetten van middelen dan voorzien zijn bijvoorbeeld:
– Tijdens de voorbereiding en uitvoering van werkzaamheden kan blijken dat deze op een later of eerder moment gerealiseerd zullen worden dan bij het opstellen van de programmering en begroting was voorzien;
– Het moeten inpassen van maatregelen die niet waren voorzien;
– Wijzigende marktomstandigheden, met kostprijzen die sneller stijgen dan eerder geraamd. Dit leidt tot aanbestedingstegenvallers;
– Gebrek aan beschikbare capaciteit bij de uitvoeringsorganisatie of op de markt.
De mutatie op deze balanspost wordt aan het eind van ieder jaar bepaald door de kosten in dat jaar van de opbrengsten af te trekken. De balanspost wordt in een volgend jaar weer aan de opbrengsten toegevoegd.
Hieronder worden de belangrijkste posten toegelicht die de opbouw van de post SOOB E&O per ultimo 2025 bepalen.
Tabel 42 Ontwikkeling post SOOB E&O RWS (bedragen x € 1 miljoen)
Omschrijving
2023
2024
2025
Toelichting
Exploitatie en Onderhoud
1) Hoofdwegennet
388
186
26
1
2) Hoofdvaarwegennet
143
260
329
2
3) Hoofdwatersysteem
289
265
214
3
Totaal
820
711
569
Toelichting
1. Hoofdwegennet
Het saldo per eind 2025 is lager dan het saldo per eind 2024. Dit wordt voor € 13 miljoen verklaard door de saldi voor een deel van Servicepakketten waarvan in 2025 besloten is dat ze beschikbaar zijn voor E&O in het kader van de herplantplicht. Voorheen telden deze saldi mee bij de post overig/Te Verlenen Diensten.
Ten opzichte van 2024 zijn de kosten gestegen. De hogere realisatie is het gevolg van intensivering op Onderhoud en Exploitatie door RWS, en is in lijn met de afspraken over het verhogen van de productie die RWS heeft gemaakt in de instandhoudingsafspraak.
De opbrengsten zijn ook gestegen ten opzichte van 2024, als gevolg van bovengenoemde afspraken.
De totale kosten in 2025 zijn echter hoger dan de opbrengsten en daardoor is het saldo gedaald. Het saldo van € 26 miljoen per eind 2025 gaat in de komende jaren gebruikt worden voor noodzakelijke onderhoudsmaatregelen ten behoeve van het basiskwaliteitsniveau.
2. Hoofdvaarwegennet
Het saldo per eind 2025 is hoger dan het saldo per eind 2024.
In 2025 waren de kosten hoger dan de kosten in 2024. De hogere realisatie is het gevolg van intensivering op Onderhoud en Exploitatie door RWS, en is in lijn met de afspraken over het verhogen van de productie die RWS heeft gemaakt in de instandhoudingsafspraak. De opbrengsten zijn ook gestegen, als gevolg van bovengenoemde afspraken.
Omdat de totale kosten in 2025 lager zijn dan de opbrengsten is het saldo gestegen.
Het saldo van € 324 miljoen per eind 2025 gaat in de komende jaren gebruikt worden voor noodzakelijke onderhoudsmaatregelen ten behoeve van het basiskwaliteitsniveau.
3. Hoofdwatersysteem
Het saldo per eind 2025 is lager dan het saldo per eind 2024.
Ten opzichte van 2024 zijn de kosten gestegen. De hogere realisatie is het gevolg van intensivering op Onderhoud en Exploitatie door RWS, en is in lijn met de afspraken over het verhogen van de productie die RWS heeft gemaakt in de instandhoudingsafspraak.
De kosten zijn in 2025 hoger dan de opbrengsten en daardoor is het saldo gedaald.
Het saldo van € 214 miljoen per eind 2025 gaat in de komende jaren gebruikt worden voor noodzakelijke onderhoudsmaatregelen ten behoeve van het basiskwaliteitsniveau.
Balanspost Saldo op ontvangen bijdragen voor Te Verlenen Diensten
RWS is een agentschap met een baten lasten administratie. Bij de instelling van het agentschap is met het ministerie van Financiën afgesproken dat RWS geen resultaat (verlies of winst) mag behalen op de kosten die worden gemaakt voor activiteiten die door de markt worden verricht. De middelen die aan het einde van een boekjaar tekort of over zijn en betrekking hebben op de Te Verlenen Diensten, worden op de balans van RWS verantwoord onder de post Saldo Op Ontvangen Bijdragen voor Te Verlenen Diensten (SOOB TVD).
Via deze balanspost kunnen middelen eerder of later worden aangewend dan oorspronkelijk voorzien. Deze werkwijze is analoog aan de werkwijze die wordt gevolgd op het Deltafonds en het Mobiliteitsfonds. Daar wordt immers een saldo dat in enig jaar ontstaat meegenomen naar of verrekend met het volgende begrotingsjaar.
De balanspost SOOB TVD omvat overigens meer. Onder andere ook de mee- en tegenvallers op de contracten komen in deze balanspost.
Oorzaken voor mee- en tegenvallers en het eerder of later inzetten van middelen dan voorzien zijn bijvoorbeeld:
– Tijdens de voorbereiding en uitvoering van werkzaamheden kan blijken dat deze op een later of eerder moment gerealiseerd zullen worden dan bij het opstellen van de begroting was voorzien.
– Wijzigende marktomstandigheden, met kostprijzen die sneller stijgen dan eerder geraamd. Dit leidt tot aanbestedingstegenvallers;
– Gebrek aan beschikbare capaciteit bij de uitvoeringsorganisatie of op de markt.
De mutatie op deze balanspost wordt aan het eind van ieder jaar bepaald door de kosten in dat jaar van de opbrengsten af te trekken. De balanspost wordt in een volgend jaar weer aan de opbrengsten toegevoegd.
Hieronder worden de belangrijkste posten toegelicht die de opbouw van de post SOOB TVD per ultimo 2025 bepalen.
Tabel 43 Ontwikkeling post SOOB TVD RWS (bedragen x € 1 miljoen)
Omschrijving
Bedrag x € 1 miljoen
2023
2024
2025
Toelichting
Te verlenen diensten
4) Hoofdwegennet
199
202
193
1
5) Hoofdvaarwegennet
75
45
48
2
6) Hoofdwatersysteem
78
77
75
3
7) Overig
63
23
21
4
Totaal
415
347
336
Toelichting
1. Hoofdwegennet
Het saldo eind 2025 van € 193 miljoen is lager dan eind 2024 (€ 202 miljoen). Van het saldo van € 193 miljoen voor Hoofdwegennet, is € 94 miljoen bestemd voor servicepakketten en € 16 miljoen voor file-aanpak. Dit is lager dan eind 2024, omdat een deel van het SOOB-saldo voor servicepakketten beschikbaar is gesteld aan E&O in het kader van de herplantplicht.
Het bevat ook een saldo van € 56 miljoen voor planuitwerkingen en van € 27 miljoen voor aanvullende opdrachten beheer en onderhoud . Dit is hoger dan eind 2024. Er zijn minder planuitwerkingen uitgevoerd dan begroot, onder mee als gevolg van de stikstofproblematiek. Bij de aanvullende opdrachten is er in 2025 meer budget ontvangen dan er kosten zijn gemaakt.
2. Hoofdvaarwegennet
Het saldo van € 48 miljoen op Hoofdvaarwegennet is iets hoger dan eind 2024 (€ 45 miljoen).
Het saldo van € 48 miljoen heeft voor € 16 miljoen op Planuitwerkingen en voor € 32 miljoen betrekking op aanvullende opdrachten, zoals MIVSP en Afdekken slibdepot Lateraalkanaal.
3. Hoofdwatersysteem
Het saldo eind 2025 van € 75 miljoen is lager dan eind 2024 (77 miljoen).
In het saldo zit € 19 miljoen voor Kader Richtlijn Water (Verruiming vaargeul Westerschelde, natuurcompensatie Perkpolder), € 26 miljoen op Planuitwerkingen en € 22 miljoen voor Wind op Zee. Het saldo voor Wind op Zee is hoger dan eind 2024 omdat er in 2025 meer ontvangen is van EZK dan er kosten zijn gemaakt.
4. Overig
Het saldo op de post overig heeft betrekking projecten die Rijkswaterstaat uitvoert in Caribisch Nederland. Het saldo is lager dan eind 2024 omdat het gebruikt is ter dekking van de kosten van de projecten in Caribisch Nederland.
Uitgesteld en achterstallig onderhoud
Bij het in stand houden van de infrastructuur staat veiligheid altijd voorop. Op basis van de veiligheid en technische staat wordt bekeken wat een goed moment is voor onderhoud of vernieuwing (levenscycluskosten optimaal). De uitvoering van onderhoud of vernieuwing vindt niet altijd plaats op het moment dat het was voorzien. Voor een deel gebeurt dit om de werkzaamheden te combineren met ander onderhoudswerk of grotere vernieuwings- of aanlegprojecten, of om de hinder voor de gebruikers te beperken. Voor een ander deel gebeurt dit omdat onvoorziene gebeurtenissen plaatsvinden en er maatregelen met prioriteit moeten worden ingepast die niet waren voorzien. Dit zorgt ervoor dat een deel van het onderhoud wordt uitgesteld naar latere jaren.
Het bepalen van de omvang van het uitgesteld onderhoud is geoperationaliseerd door te kijken welke onderhoudsmaatregelen per 1 januari van enig jaar op basis van het gebruikte onderhoudsregime een geadviseerd onderhoudsmoment hadden voor dat jaar. Voor het bepalen van de omvang van het achterstallig onderhoud is van de uitgestelde onderhoudsmaatregelen beoordeeld of de assets niet meer voldoen aan de geldende veiligheidsnormen en/of prestatieafspraken. In onderstaande tabel is de totale omvang van het volume aan uitgesteld en achterstallig onderhoud per netwerk van eind 2021 tot eind 2025 weergeven.
Tabel 44 Uitgesteld en achterstallig onderhoud (bedragen x € 1 miljoen)
2021
2022
2023
2024
2025
Volume uitgesteld onderhoud
Waarvan achterstallig
Volume uitgesteld onderhoud
Waarvan achterstallig
Volume uitgesteld onderhoud
Waarvan achterstallig
Volume uitgesteld onderhoud
Waarvan achterstallig
Volume uitgesteld onderhoud
Waarvan achterstallig
Hoofdwegennet
649
19
905
14
893
15
1.019
20
1.133
107
Hoofdvaarwegen
494
3
686
7
723
30
871
75
1.015
26
Hoofdwatersysteem1
190
3
249
16
260
30
270
25
377
30
Totaal
1.333
25
1.840
37
1.876
75
2.160
120
2.525
163
X Noot
1
Hierbij zijn de kosten voor de kustlijnzorg buiten beschouwing gelaten. Dit is gedaan omdat de opdrachtnemer de vrijheid heeft de suppleties uit te voeren binnen de door het contract bepaalde periode, met een beperkte mogelijkheid tot uitloop.
ToelichtingVoor alle netwerken geldt dat het uitgesteld onderhoud is gestegen. De grootste toename aan uitgesteld onderhoud is te zien bij de kunstwerken (stuwen, gemalen, bruggen), op verhardingen, bij oevers (damwanden) en bij bodems (baggerwerk). De oploop wordt verder veroorzaakt door diverse grote tegenvallers, waaronder werk aan stuwen Grave en Borgharen, overbruggingsmaatregelen vanwege uitstel van vernieuwing voor verschillende objecten zoals de Haringvlietbrug, de conditie van stalen bruggen met tanden-nokconstructies en de energiekosten. Dit maakt dat ander werk moest worden uitgesteld. Daarnaast is sprake van prijsstijgingen – hoger dan IBOI compensatie. En is het beschikbaar budget voor het basiskwaliteitsniveau nog niet in lijn met het benodigd budget. De stijging van het uitgesteld onderhoud is in lijn met de stijging over de jaren 2020-2024 en ook in lijn met eerdere prognoses, onder meer in de rapportage van Rebel Group (TK 29 385, nr. 139) en de Staat van de Infrastructuur.
Het achterstallig onderhoud is eveneens gestegen, maar niet op alle netwerken. De grootste stijging is op het hoofdwegennet, voornamelijk veroorzaakt door de Schinkelbrug (de brug kan niet meer open voor (hoog) scheepvaartverkeer) en de Wijkertunnel (niet werkende ventilatie). Daarnaast is het achterstallig onderhoud op het hoofdwatersysteem iets gestegen, met name door het niet meer functioneren van verschillende meetpalen van het Landelijk Meetnet Water. Op het hoofdvaarwegennet is het achterstallig onderhoud gedaald. Dit wordt veroorzaakt doordat beheersmaatregelen aan de brug Uitwellingerga zijn getroffen. De val is vervangen door een (tijdelijke) vaste overspanning waardoor de brug weer beperkt beschikbaar is voor (scheepvaart) verkeer.
In 2023 bent u geïnformeerd over het basiskwaliteitsniveau voor de netwerken in beheer van RWS (TK 29 385, nr. 119). Er wordt toegewerkt naar een balans in prestaties en beschikbaar budget, rekening houdend met maakbaarheid door de capaciteit bij RWS en marktpartijen. Om RWS te ondersteunen in het realiseren van deze opgave, is de sturing verder geoptimaliseerd. Een achtjarige opdracht in combinatie met verdere optimalisatie van de agentschapssturing, maakt het mogelijk om meer efficiëntievoordelen te realiseren. RWS is hierdoor beter in staat gesteld om kostenefficiënt over de gehele levenscyclus uit te voeren, slim werk-met-werk te maken en effectievere contractvormen in de markt te zetten, zoals basisonderhoudscontracten en portfoliocontracten. De effecten van reeds ingezette verbetermaatregelen en in te zetten besparingen vanuit het basiskwaliteitsniveau moeten daarbij zichtbaar worden. De areaaldata wordt verbeterd middels het Ontwikkelplan Assetmanagement en met een marktaanpak wordt er gewerkt aan effectieve contractvormen en een goede samenwerking met de markt.
Na het definiëren van het basiskwaliteitsniveau is er nog steeds sprake van onzekerheid. De infrastructuur veroudert waardoor meer objecten onder verscherpt toezicht staan en steeds meer en duurdere beheersmaatregelen nodig zijn om de netwerken veilig en functioneel te houden. De kans op storingen neemt daarbij verder toe. Door onvoorziene ontwikkelingen worden noodzakelijke werkzaamheden naar achteren geschoven in de programmering. In het Meerjarenplan Instandhouding RWS (TK 29 385, nr. 143) en de Staat van de Infrastructuur (TK 36 800a, nr. 9) is reeds aangegeven dat de opgave groter is dan wat budgettair beschikbaar en maakbaar is. De Algemene Rekenkamer heeft dit becijferd op € 34,5 miljard. Ondanks de hogere productie in 2026, leidt dit de komende periode tot oplopend uitgesteld onderhoud. De ingezette maatregelen worden daarom periodiek gevalideerd en gemonitord. Wanneer er additionele maatregelen nodig blijken te zijn, dan zullen er keuzes moeten worden gemaakt om binnen de kaders te blijven – zowel wat betreft financiële middelen als capaciteit.
2 Onderdeel B - Instandhouding netwerk ProRail (Hoofdspoorweginfrastructuur)
Op grond van richtlijn nr. 91/440/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschap van 29 juli 1991 is ProRail via de beheerconcessie belast met het beheer en onderhoud van de landelijke spoorweginfrastructuur.
De subsidie die aan ProRail wordt verleend voor instandhouding van de landelijke spoorweginfrastructuur wordt jaarlijks vastgesteld met een beschikking overeenkomstig het bepaalde in de Wet Mobiliteitsfonds en de Subsidieregeling taakuitoefening beheerders van de HSWI. De subsidie wordt door ProRail aangewend voor het in een goede gebruikstoestand houden van de landelijke spoorinfrastructuur.
In het najaar van 2023 is de externe validatie op de door ProRail herijkte instandhoudingskosten van het spoor afgerond (Kamerstuk 36 410 A, nr. 16). Mede op basis hiervan is in 2024 samen met ProRail een basiskwaliteitsniveau voor het spoor gedefinieerd, in analogie van de basiskwaliteitsniveaus die eerder voor de RWS-netwerken zijn vastgesteld. In het voorjaar van 2024 is de Kamer geïnformeerd over de denkrichtingen voor het BKN spoor (Kamerstuk 29984, nr. 1184). Hierover is eind maart met de Kamer gesproken in het debat ‘Strategische keuzes bereikbaarheid’. In juni 2024 is het BKN spoor inhoudelijk vastgeklikt (Kamerstuk 29984, nr. 1202). Op dat moment resteerde nog een dekkingsopgave waarvan het Kabinet Rutte IV het op dat moment niet passend vond daarover nog te beslissen. Het kabinet Schoof heeft de dekkingsopgave bij de Ontwerpbegroting 2025 ingevuld en het BKN Spoor definitief vastgesteld (Kamerstuk 29984, nr. 1213). Het basiskwaliteitsniveau is een stabiel, langjarig en robuust instandhoudingsniveau van de Nederlandse spoorinfrastructuur vanaf 2026, dat haalbaar en maakbaar is en waarbij een constructief veilig en betrouwbaar spoornetwerk onverminderd wordt geborgd. Het BKN spoor biedt langjarige duidelijkheid over de basiskwaliteit in het hele land en creëert daarmee voorspelbaarheid richting ProRail, aannemers en vervoerders.
De aansturing van ProRail vindt door het ministerie van IenW plaats door een gecombineerde prestatiesturing op basis van de beheerconcessie en een financiële sturing via de subsidieverlening voor de instandhouding van het spoor. Dat betekent dat de minister van IenW op basis van de beheerconcessie afspraken met ProRail heeft gemaakt over kernprestatie-indicatoren (KPI’s) en de bijbehorende bodem- en streefwaardes. De Tweede Kamer wordt (half)jaarlijks in een separate brief over de (half)jaarverantwoording van ProRail en de gerealiseerde prestaties geïnformeerd. Indien er een aanleiding is, kan er gedeeltelijk worden overgegaan op inputsturing door middel van (verbeter-)programma’s onder de concessie.
Hieronder wordt ingegaan op de door ProRail geleverde prestaties, de areaalgegevens, de gerealiseerde budgetten instandhouding en op het uitgesteld en achterstallig onderhoud.
Prestaties ProRail
De prestaties van de Hoofdspoorweginfrastructuur worden gemeten en uitgedrukt in prestatie-indicatoren. De actuele prestatieafspraken met ProRail zijn terug te vinden in het (addendum op) het beheerplan van ProRail. De actuele prestaties zijn real-time in te zien op prestaties.prorail.nl. In 2024 heeft ProRail de prestaties gerealiseerd zoals opgenomen in Tabel 46.
Tabel 45 Prestatie indicatoren ProRail
Kern Prestatie-indicator
Bodem-waarde1
Streef-waarde
Realisatie 2024
Klantoordeel reizigersvervoerders
6
7
7
Klantoordeel goederenvervoerders
6
7
6
Reizigerspunctualiteit HRN 5 minuten (gezamenlijk met NS)
88,90%
91,50%
89,40%
Reizigerspunctualiteit HRN 15 minuten (gezamenlijk met NS)
96,70%
97,40%
97,10%
Reizigerspunctualiteit HSL 5 minuten (gezamenlijk met NS)
82,10%
84,20%
69,00%
Betrouwbaarheid regionale series 3 minuten
90,70%
93,70%
90,70%
Impactvolle verstoringen
520
450
507
Bron: jaarrekening ProRail 2024
X Noot
1
Toelichting bodemwaarde: Waarde voor het jaarlijks minimaal te realiseren prestatieniveau op een prestatie indicator. In het geval van de prestatie indicator ‘Impactvolle storingen op de infra’ geldt een maximum.
Toelichting
Ten tijde van het opstellen van deze bijlage is er nog geen vastgesteld jaarverslag van ProRail over 2025 beschikbaar. Het vastgestelde jaarverslag wordt separaat aan de Tweede Kamer gestuurd. De informatie over 2025 zal eveneens aan de Tweede Kamer worden aangeboden in de bijlage bij de Ontwerpbegroting 2027.
ProRail en NS hebben gezamenlijk drie prestatie-indicatoren met bijbehorende bodem- en streefwaarden. ProRail heeft in 2024 de bodemwaarde van alle prestatie-indicatoren gehaald, met uitzondering van Reizigerspunctualiteit 5 minuten HSL. Hiervoor heeft ProRail een rechtvaardigingsgrond ingediend. De rechtvaardigingsgrond is onderbouwd door middel van een gezamenlijke analyse met de NS (Kamerstuk 29984, nr. 1244). De conclusie van de analyse is dat het aannemelijk is dat de bodemwaarde wel zou zijn gehaald zonder de directe en indirecte gevolgen van de tijdelijke snelheidsbeperkingen op de HSL. De tijdelijke snelheidsbeperkingen zijn het gevolg van ontwerpfouten en betonschade aan de HSL. IenW heeft geoordeeld dat er sprake is van een geldigde rechtvaardigingsgrond van ProRail en geen boete opgelegd.
Ontwikkeling van het areaal ProRail
Hieronder wordt inzicht gegeven in de omvang van het areaal in beheer bij ProRail.
Tabel 46 Areaal netwerken ProRail
Onderdeel
Eenheid
31-12-2024
Spoorlengte
km
6.990
Wissels
stuks
5.988
Overwegen
stuks
2.262
Seinen
stuks
11.616
Stations
stuks
398
Beweegbare bruggen
stuks
68
Tunnels
stuks
27
Bron: jaarrekening ProRail 2024
Toelichting
Ten tijde van het opstellen van deze bijlage is er nog geen vastgesteld jaarverslag van ProRail over 2025 beschikbaar. Het vastgestelde jaarverslag wordt separaat aan de Tweede Kamer gestuurd. De informatie over 2025 zal eveneens aan de Tweede Kamer worden aangeboden in de bijlage bij de Ontwerpbegroting 2027.
Uit het jaarverslag 2024 blijkt dat in de afgelopen jaren de spoorlengte, het aantal wissels, overwegen is verminderd. Het aantal stations, seinen, beweegbare bruggen en tunnels is stabiel gebleven. Hieronder wordt nader ingegaan op deze onderdelen van het areaal.
De lengte van het spoor is in afgelopen jaren verminderd. Dit komt deels vanwege de werkzaamheden in de havens waar de sporen zijn weggehaald om een betere bereikbaarheid te bewerkstelligen voor de brandweer.
ProRail heeft in de afgelopen jaren wissels gesaneerd die niet meer nodig zijn voor de dienstregeling en de bijsturing. ProRail doet dit op het moment dat die wissels het einde van de levensduur hebben bereikt. Dus in plaats van het vervangen van overbodige wissels, worden de wissels gesaneerd. Daarnaast zijn er grote functiewijzigingsprojecten (bijvoorbeeld PHS Amsterdam en ombouw Den Haag) die veel minder wissels gaan terugleggen dan er nu liggen. Wissels zijn grote kostendrivers vanwege de kosten voor vervanging, onderhoud en het verhelpen van storingen. Als gevolg van het vereenvoudigen van de spoorinfrastructuur nemen de kosten af en vermindert de kans op storingen.
Met het oog op het verbeteren van de overwegveiligheid zijn veel overwegen opgeheven of beveiligd. Nieuwe overwegen zijn in principe niet toegestaan, waardoor het aantal overwegen jaarlijks afneemt. Binnen het programma Niet-Actief Beveiligde Overwegen (NABO) zijn tussen 2018 en november 2025 171 onbeveiligde overwegen veiliger gemaakt, waarvan 11 sinds december 2024. Ondertussen worden maatregelen voorbereid om de resterende 9 onbeveiligde overwegen in het NABO-programma aan te pakken. Naast het beveiligen van overwegen is ook op veel locaties gekozen voor het realiseren van alternatieve ontsluitingen richting beveiligde overwegen of voor het aanleggen van voetgangersbruggen of veetunnels. In het Landelijk Verbeterprogramma Overwegen (LVO) zijn een aantal risicovolle overwegen vervangen door onderdoorgangen. Om de gevolgen van toenemende trein- of wegverkeersintensiteiten tegen te gaan worden elders ook verschillende overwegen ingrijpend aangepast of vervangen door een onderdoorgang. In 2025 zijn onder meer de onderdoorgang Vierpaardjes in Venlo en de afgewaardeerde overweg Hoge Larenseweg in Hilversum geopend, en zijn de werkzaamheden van onderdoorgangen in Rijen en in Wolfheze gestart. Nu de overwegverbeterprogramma’s aflopen worden de resterende middelen benut om risicogestuurd kleine kosteneffectieve maatregelen te nemen op overwegen als onderdeel van de structurele overwegverbeteraanpak (SOVA).
Het aantal seinen is, met wat kleine variaties, over de jaren stabiel gebleven (circa 11,6 duizend). Oude seinen worden vervangen door modernere varianten, zoals de Nieuwe Generatie Seinen (NG-seinen), die compacter en duurzamer zijn.
Budgetten instandhouding ProRail
In onderstaand overzicht is het verschil tussen de vastgestelde begroting en de realisatie opgenomen. In bijlage 1 van dit jaarverslag is nadere informatie opgenomen over de betalingen door IenW aan ProRail.
Tabel 47 Budget en realisatie instandhouding ProRail (bedragen x € 1 miljoen)
Artikelonderdeel
Begroting
Realisatie
Verschil
MF 13.02
2.246
2.562
315
Toelichting
In 2025 is €315 miljoen meer subsidie aan ProRail betaald dan oorspronkelijk was begroot. In tabel 24 zijn de mutaties in 2025 tussen begroting en realisatie opgenomen. De uiteindelijke afrekening van de EOV-subsidie 2025 vindt plaats via de vaststelling van de subsidie na afloop van het jaar.
Uitgesteld en achterstallig onderhoud
De toestand van het spoorareaal wordt jaarlijks gemonitord via de rapportage ‘Staat van de infrastructuur’. In de rapportage Staat van de infrastructuur 2024 concludeert ProRail dat de technische staat van de infrastructuur over 2024, net als in 2021-2023, ruim voldoende is (Kamerstuk 36800-A, nr. 9). Dankzij de huidige onderhouds- en vervangingsregimes blijft de infrastructuur op een stabiel niveau. De afgelopen jaren is de productie bij ProRail verhoogd, in lijn met de toenemende instandhoudingsopgave. De gemiddelde resterende levensduur van assets neemt volgens de rapportage nog af. Deze veroudering past binnen het onderhoudsregime om waarbij assets pas rond het einde van hun levensduur worden vervangen. De afname van de gemiddelde restlevensduur laat zien dat steeds meer assets die fase naderen en dat de vervangingsopgave de komende jaren onverminderd hoog blijft.
Er is - op enkele plekken op de Havenspoorlijn na - geen achterstand bij de instandhouding van de Nederlandse spoorweginfrastructuur. Voor het aanpakken van de achterstanden op de Havenspoorlijn is het programma Zee-Zevenaar ingericht. Daarnaast stuurt ProRail met het Masterplan ‘Integrale programmering van projectmatig werk aan het spoor’ vroegtijdig op het integraal programmeren van het projectenportfolio en het maakbaar realiseren van de instandhoudingsopgave en nauwe samenwerking met aannemers. Hiermee wordt de maakbaarheid vergroot en worden mogelijke achterstanden in de toekomst zo veel mogelijk voorkomen.
Balansposten ProRail
Tussen IenW en ProRail is sprake van een subsidierelatie waarbij is afgesproken dat:
• Overschotten en tekorten bij ProRail op uitgevoerde werkzaamheden (prijsverschillen, zoals aanbestedingsmeevallers) worden toegevoegd c.q. onttrokken aan de egalisatiereserve op de balans bij ProRail. De egalisatiereserve mag maximaal + of ‒ 5% van de (vijfjaars gemiddelde) subsidie bedragen.
• Overschotten bij ProRail die betrekking hebben op verleende subsidies die pas later in de tijd benodigd blijken te zijn (hoeveelheidsverschillen), worden jaarlijks, na vaststelling van de subsidie, terugbetaald aan IenW en weer toegevoegd aan de middelen in het Mobiliteitsfonds, waarna ze door ProRail weer kunnen worden aangevraagd in het jaar dat deze middelen alsnog benodigd zijn.
Tabel 48 Kasstroomoverzicht ProRail (bedragen x € 1 miljoen)
Kasstroomoverzicht ProRail 2024 (Bron: jaarrekening ProRail 2024)
Operationele activiteiten
Investerings-activiteiten
Totaal
Ontvangsten uit Mobiliteitsfonds
1.601
1.625
3.226
Ontvangsten van vervoerders
419
0
419
Ontvangsten van derden
149
219
368
Ontvangsten totaal
2.169
1.844
4.013
Betalingen aan leveranciers
1.532
1.705
3.237
Betalingen aan werknemers
431
129
560
Betalingen aan banken (rente en aflossing)
‒ 17
0
‒ 17
Afdracht BTW aan fiscus
54
0
54
Betalingen totaal
2.000
1.834
3.834
Mutatie liquide middelen
169
10
178
Liquide middelen per 31-12-2024
468
Liquide middelen per 31-12-2023
290
Toename liquide middelen 2024
178
Bron: jaarrekening ProRail 2024
Tabel 49 Balansposten ProRail (bedragen x € 1 miljoen)
Liquide middelen ProRail 2024
EOV
Aanleg
Totaal
Vooruit ontvangen bijdragen van derden
225
81
306
Vooruit ontvangen bijdragen van IenW
104
‒ 7
96
Vooruit ontvangen bijdragen
329
74
402
Nog te egaliseren investeringsbijdragen
5
51
56
Nog te egaliseren exploitatiebijdragen
‒ 36
‒ 6
‒ 42
Nog te egaliseren bijdragen
‒ 31
45
14
Getroffen voorzieningen en overige reserves
70
Saldo nog te betalen / vooruit betaalde kosten
‒ 18
Nog te betalen kosten
52
Liquide middelen per 31-12-2024
468
Toelichting
Ten tijde van het opstellen van deze bijlage is er nog geen vastgestelde jaarrekening van ProRail over 2025 beschikbaar. De vastgestelde jaarrekening wordt separaat aan de Tweede Kamer gestuurd. De informatie over 2025 zal eveneens aan de Tweede Kamer worden aangeboden in de bijlage bij de ontwerpbegroting 2027.
Bijlage 2: Lijst van afkortingen
Tabel 50 Lijst van afkortingen
BenO
Beheer en Onderhoud
BOI
Beoordelings- en Ontwerpinstrumentarium
BOV
Beheer, Onderhoud en Vervanging
BPRW
Beheer- en Ontwikkelplan voor de Rijkswateren
DBFM
Design, Build, Finance and Maintain
DF
Deltafonds
DP
Deltaprogramma
EHS
Ecologische Hoofdstructuur
HWBP
Hoogwaterbeschermingsprogramma
HWBP-2
Tweede Hoogwaterbeschermingsprogramma
IBOI
Index Bruto Overheidsinvesteringen
IenW
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
KRW
Kaderrichtlijn Water
LVVN
Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
LRT3
Derde Landelijke Rapportage Toetsing primaire waterkeringen
MIRT
Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport
NCSA
Nationale Cybersecuritystrategie Agenda
NKWK
Nationaal Kennis- en innovatieprogramma Water en Klimaat
NURG
Nadere Uitwerking Rivieren Gebied
NUTW
Nog uit te voeren werkzaamheden
NWO
Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek
PKB
Planologische Kernbeslissing
PPS
Publiek-private samenwerking
RvdR
Ruimte voor de Rivier
RWS
Rijkswaterstaat
SCM
Strategische Capaciteitsmanagement
TTW
Toegepaste en Technische Wetenschappen
VenR
Vervanging en Renovatie
VNAC
Versterking van de Nationale aanpak Cybersecurity
WB21
Waterbeleid voor de 21e eeuw
WBI
Wettelijk BeoordelingsInstrumentarium
Ondertekenaars
V.P.G. Karremans, minister van Infrastructuur en Waterstaat
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.