Lijst van vragen en antwoorden : Lijst van vragen en antwoorden over aanvullend artikel 100-brief over verlenging Nederlandse inzet in de Middellandse Zee (Kamerstuk 29521-513)
29 521 Nederlandse deelname aan vredesmissies
Nr. 516
LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN
Vastgesteld 16 april 2026
De vaste commissie voor Buitenlandse Zaken heeft een aantal vragen voorgelegd aan
de Ministers van Buitenlandse Zaken en van Defensie over de brief van 2 april 2026
inzake aanvullend artikel 100-brief over verlenging Nederlandse inzet in de Middellandse
Zee (Kamerstuk 29 521, nr. 513).
De Minister heeft deze vragen beantwoord bij brief van 16 april 2026. Vragen en antwoorden
zijn hierna afgedrukt.
De voorzitter van de commissie, Klaver
De griffier van de commissie, Westerhoff
Vragen en antwoorden
1
Zou Zr. Ms. Evertsen operationeel in staat zijn om op korte termijn elders ingezet
te worden, bijvoorbeeld in de Straat van Hormuz? Zijn hier afspraken over gemaakt
in het actuele vlootverband? Zo ja, welke?
Antwoord
Een luchtverdedigings- en commandofregat (LCF) is per definitie geschikt om ingezet
te worden in een breed scala aan operatiegebieden waaronder gebieden in een hoger
geweldsspectrum.
Binnen het vlootverband zijn afspraken gemaakt over het operatiegebied en het defensieve
mandaat. Wanneer een land voornemens is af te wijken van dit operatiegebied of defensieve
mandaat, vindt hierover vooraf overleg plaats. Op basis daarvan zal het kabinet conform
het artikel 100 toetsingskader wegen hoe Nederland zich verhoudt tot de voorgestelde
wijziging.
2
Welke veranderende dreigingsrisico’s ziet u nu de Verenigde Staten en Israël verder
escaleren in de oorlog tegen Iran?
Antwoord
De risico’s en de gevolgen voor de nationale veiligheid, zoals uiteengezet in de artikel
100-brief (Kamerstuk 29 521, nr. 510 d.d. 9 maart 2026), blijven gelden voor de verlenging van de inzet.
3
Met welke scenario’s houdt u rekening met betrekking tot escalatie waar Zr. Ms. Evertsen
mee te maken kan krijgen?
Antwoord
De risico’s zijn gewogen bij zowel de initiële inzet als de verlenging. De volatiele
situatie in de regio wordt uiteraard nauw gemonitord. De eenheid is gereed en geschikt
voor de taak.
4
Heeft de bemanning op Zr. Ms. Evertsen aanvullende veiligheidsinstructies ontvangen
gezien de escalatie in de oorlog met Iran en zo ja, welke instructies zijn dat?
Antwoord
Voor aanvang van de operatie in het oostelijk deel van de Middellandse Zee heeft de
eenheid een geweldsinstructie gekregen op basis van de defensieve missie die aldaar
wordt uitgevoerd.
5
Is het defensieve mandaat van andere schepen van het vlootverband strikt hetzelfde
als die van Zr. Ms. Evertsen of zijn daarin veranderingen geweest?
Antwoord op vraag 5 en 6
Het vlootverband heeft een strikt defensief mandaat. Het kabinet spreekt zich niet
uit over de mandaten van bondgenoten. Binnen het vlootverband zijn afspraken gemaakt
over het operatiegebied en het defensieve mandaat. Wanneer een land voornemens is
af te wijken van dit operatiegebied of defensieve mandaat, vindt hierover vooraf overleg
plaats. Op basis daarvan zal het kabinet conform het artikel 100 toetsingskader wegen
hoe Nederland zich verhoudt tot de voorgestelde wijziging.
6
Wat betekenen wijzigingen van het mandaat van andere leden van het vlootverband voor
de inzet van Zr. Ms. Evertsen?
Antwoord
Zie het antwoord op vraag 5.
7
Welke lessen zijn geleerd van de inzet van Zr. Ms. Evertsen tot nu toe en hoe worden
deze lessen toegepast?
Antwoord
De snelle besluitvorming en daaropvolgende nieuwe opdracht voor het LCF zijn een goede
les en onderstrepen de noodzaak in de huidige context in te kunnen spelen op geopolitieke
ontwikkelingen. Door een hoge mate van gereedheid en wendbaarheid kunnen op operationeel
en strategisch niveau handelingsperspectieven worden geboden. Deelname aan een Europees
vlootverband stelt de Krijgsmacht in staat Europese militaire interoperabiliteit te
vergroten en tactieken en procedures continu te verbeteren.
8
Kan worden uitgesloten dat de Nederlandse bijdrage aan deze missie wordt ingezet om
Amerikaans materieel te verdedigen? Zo nee, waarom niet? Welke scenario’s liggen daarvoor
klaar?
Antwoord
Zie het antwoord op vraag 9.
9
Kan worden uitgesloten dat andere leden van het vlootverband worden ingezet om Amerikaans
materieel te verdedigen? Zo nee, waarom niet? Welke scenario’s liggen daarvoor klaar
als het gaat om de inzet van Zr. Ms. Evertsen?
Antwoord op vraag 8 en 9
Dat is niet aan de orde. Zoals vastgelegd in de artikel 100-brief van 9 maart 2026
behelst het Nederlandse mandaat de bescherming van de Carrier Strike Group (CSG), Cyprus en het bondgenootschappelijk grondgebied. Zie verder antwoord op vraag
5.
10
Vindt er informatie-uitwisseling plaats tussen Zr. Ms. Evertsen en de Amerikaanse
of Israëlische regering? Zo ja, welk soort informatie betreft dit?
Antwoord
Israël is niet betrokken bij deze inzet; er vindt geen afstemming noch samenwerking
plaats. Israël heeft geen toegang tot informatie van het LCF noch van de NAVO.
Informatie over het luchtbeeld wordt met schepen binnen het vlootverband en de NAVO
gedeeld om eventuele incidenten te voorkomen.
11
Is er een verdere verlenging van de missie van Zr. Ms. Evertsen voorzien?
Antwoord
Zoals gemeld in de Kamerbrief (Kamerstuk 29 521, nr. 513 d.d. 2 april 2026) is het kabinet voornemens de inzet van het LCF en de daarop aanwezige
militairen te verlengen tot in beginsel begin mei 2026. Een verdere verlenging is
nu niet aan de orde. In voorkomend geval wordt de Kamer tijdig conform het Toetsingskader
2014 geïnformeerd over de betreffende verlenging.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
J.F. Klaver, voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken -
Mede ondertekenaar
A.W. Westerhoff, griffier