Verslag van een schriftelijk overleg : Verslag van een schriftelijk overleg over o.a. Verslag van de OVSE Ministeriële Raad op 5 en 6 december 2024 (Kamerstuk 36600-V-58)
36 800 V Vaststelling van de begrotingsstaat van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (V) voor het jaar 2026
28 676 NAVO
Nr. 22 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
Vastgesteld 27 november 2025
De vaste commissie voor Buitenlandse Zaken heeft een aantal vragen en opmerkingen
voorgelegd aan de Minister van Buitenlandse Zaken over de brieven van 18 november
2025 over de Geannoteerde agenda voor de NAVO Foreign Ministers Meeting van 3 december
2025 (Kamerstuk 28 676, nr. 555) en over de Geannoteerde agenda voor de OVSE Ministeriële Raad van 4 en 5 december
2025 (Kamerstuk 36 800 V, nr. 21), over de brief van over de brief van 10 juli 2025 over het Verslag van de NAVO-top
van 24-25 juni 2025 (Kamerstuk 28 676, nr. 550) en over de brief van 13 december 2024 over het Verslag van de OVSE Ministeriële
Raad op 5 en 6 december 2024 (Kamerstuk 36 600 V, nr. 58).
De vragen en opmerkingen zijn op 25 november 2025 aan de Minister van Buitenlandse
Zaken voorgelegd. Bij brief van 27 november 2025 zijn de vragen beantwoord.
De fungerend voorzitter van de commissie, Klaver
Adjunct-griffier van de commissie, Dekker
Inhoudsopgave
Vragen en opmerkingen vanuit de fracties en reactie van de bewindspersoon
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie en reactie van de bewindspersoon
2
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie en reactie van de bewindspersoon
6
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie en reactie van de
bewindspersoon
10
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie en reactie van de bewindspersoon
16
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie en reactie van de bewindspersoon
18
Vragen en opmerkingen van de leden van de SGP-fractie en reactie van de bewindspersoon
21
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie en reactie van de bewindspersoon
5% NAVO Norm
De leden van de D66-fractie constateren dat tijdens de NAVO-top in Den Haag afspraken
zijn gemaakt over het The Hague Defence Investment Plan, waaronder de verplichting
voor bondgenoten om uiterlijk in 2035 jaarlijks 5% van het bbp te investeren in defensie
en bredere veiligheid, waarvan 1,5% vrij te besteden is aan onder meer civiele paraatheid,
kritieke infrastructuur, innovatie en de defensie-industrie (Kamerstuk 28 676, nr. 550). Deze leden wijzen erop dat het grootste deel van de huidige defensie-investeringen
nu al grotendeels terechtkomt bij Amerikaanse leveranciers. Dit leidt tot een groeiende
strategische afhankelijkheid.
De leden van de D66-fractie vragen de Minister daarom op welke wijze Nederland, en
Europa als geheel, gaat borgen dat de forse verhoging van de defensie-uitgaven daadwerkelijk
ten goede komt aan de Europese strategische autonomie en aan de versterking van de
Europese defensie-industrie, in plaats van te resulteren in een verdere kapitaaluitstroom
naar de Verenigde Staten.
1. Antwoord van het kabinet:
Het kabinet onderschrijft het belang van het vergroten van de strategische autonomie
van Europa en het afbouwen van risicovolle afhankelijkheden. Defensie hecht daardoor
bij nieuwe materieelaankopen meer belang aan de locatie van de productie (Nederlands
of Europees). Dit moet ertoe leiden dat een groter deel van de Nederlandse defensie-uitgaven
aan materieel in Nederland en Europa wordt uitgegeven en daarmee de Europese defensie-industrie
stimuleert. Op Europees niveau dragen diverse initiatieven bij aan het vergroten van
het aandeel materieelaankoop binnen Europa. In zowel het Security Action for Europe-instrument als het Europees Defensie-Industrie Programma wordt afgedwongen dat aankopen
die met deze instrumenten worden bekostigd, worden gedaan bij Europese defensiebedrijven.
Tegelijk moet hierbij aangemerkt worden dat er meerdere factoren afgewogen worden
bij nieuwe materieelaankopen, zoals de verwachte levertijd, de kwaliteit en de prijs.
Het huidige dreigingsbeeld vraagt bovendien dat we onze capaciteiten versneld (her)opbouwen.
Deze combinatie van factoren maakt het noodzakelijk dat Nederland materieel kan aanschaffen
waar dit het meest effectief en tijdig beschikbaar is. Daarnaast is de trans-Atlantische
relatie van strategisch belang voor onze veiligheid. Capaciteitssamenwerking en industriële
samenwerking tussen Europese en Amerikaanse partners blijft noodzakelijk en kan bijdragen
aan het verdiepen en versterken van deze relatie.
Daarnaast vragen deze leden hoe de Minister gaat voorkomen dat de uitgaven binnen
de 1,5%-categorie slechts administratief worden ingezet ter dekking van reeds voorziene
civiele infrastructuurprojecten. Zij verzoeken de Minister te waarborgen dat deze
middelen bovenal een concrete impuls vormen voor projecten die de militaire doorvoercapaciteit
van het Nederlandse netwerk aantoonbaar versterken.
2. Antwoord van het kabinet:
De 1,5% van het bpp voor bredere veiligheid- en defensiegerelateerde uitgaven is onder
meer gericht op bescherming van de kritieke infrastructuur, het beschermen van onze
netwerken, maatschappelijke weerbaarheid, aanjagen van innovatie, en versterken van
onze defensie-industrie. De nationale implementatie van de tijdens de NAVO-Top in
Den Haag gemaakte afspraken over de 1,5% is aan het nieuwe kabinet.
Caribisch Gebied
De leden van de D66-fractie constateren dat de in Den Haag gemaakte afspraken ten
goede moeten komen aan de versterking van de geloofwaardigheid van het bondgenootschap
en aan het onderhoud van het wederzijdse vertrouwen met de Verenigde Staten. In dat
licht maken deze leden zich zorgen over recente berichten over Amerikaanse operaties
in Caribische wateren, waarbij in het kader van de bestrijding van drugscriminaliteit
vergaand, en volgens experts en bondgenoten buitenrechtelijk, geweld wordt ingezet.
De leden van de D66-fractie benadrukken het belang dat alle bondgenoten, inclusief
de Verenigde Staten, hun operaties uitvoeren binnen de grenzen van het internationaal
recht. Zij zijn van mening dat Nederland nooit direct of indirect betrokken mag raken
bij operaties waarbij vermoedelijke drugscriminelen op open zee zonder proces of juridische
basis worden beschoten of anderszins met onherroepelijk dodelijk geweld worden geconfronteerd.
Deze leden vragen of de Minister kan garanderen dat Nederlandse middelen of inlichtingen
op geen enkele wijzen worden ingezet in Amerikaanse operaties waarbij boten in het
Caribisch gebied worden beschoten of tot zinken worden gebracht.
3. Antwoord van het kabinet:
Het Koninkrijk der Nederlanden is niet betrokken bij de huidige militaire operatie
van de VS in het Caribisch gebied. Nederland werkt al geruime tijd samen met de VS
op het gebied van counterdrugsoperaties in het Caribisch gebied binnen de Joint Interagency Taskforce South (JIATF-S). Deze samenwerking staat los van de huidige nationaal-aangestuurde militaire
operatie van de VS.
In de contacten met de Verenigde Staten wordt het belang benadrukt van het meewegen
van de gevolgen voor de regio, waaronder het Caribisch deel van het Koninkrijk. Het
Koninkrijk der Nederlanden zet zich onverminderd in voor stabiliteit en veiligheid
in het Caribisch gebied. Het kabinet benadrukt dat alle partijen zich moeten inspannen
om verdere escalatie te voorkomen en zich dienen te houden aan het internationaal
recht.
Gaza Peace Plan
De leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van het Amerikaanse vredesplan voor
Gaza door de VN-Veiligheidsraad. Deze leden achten het positief dat er een internationaal
mandaat ligt waarmee de internationale gemeenschap verder kan. Tegelijkertijd maken
zij zich zorgen over aan aantal aspecten van het plan. Zo wordt Israël nergens bindend
verantwoordelijk gehouden voor de snelle toelating van de vastgestelde hoeveelheden
noodhulp, terwijl de behoefte daaraan urgent is. Daarnaast constateren deze leden
dat onduidelijk blijft op welke wijze Israël verantwoordelijk kan worden gehouden
voor de naleving van het staakt-het-vuren, eventuele schendingen daarvan en het lange-termijnsucces
van het proces, terwijl dit wel als essentieel wordt gezien voor duurzame veiligheid
en stabiliteit.
De leden van de D66-fractie vragen hoe de Minister deze resolutie duidt, en hoe Nederland
zich ervoor zal inzetten dat alle betrokken partijen verantwoordelijk kunnen worden
gehouden voor zowel de acute hulpverplichting en de naleving van het staakt-het-vuren
als het welslagen van het proces op de langere termijn. Ook is nog onduidelijk of
wederopbouw, herstel en puinruiming daadwerkelijk ten goede zullen komen aan álle
delen van Gaza, inclusief de zwaarst getroffen zones. In het vredesplan lijkt het
erop dat de Palestijnen zelf nauwelijks een actieve stem lijken te hebben in de implementatie
van het plan en het bestuur over de regio. Deze leden zijn van mening dat een internationale
missie in Gaza alleen kan slagen wanneer het mandaat, de verantwoordelijkheden, de
gezagsstructuur en de betrokkenheid van alle betrokken internationale en lokale actoren
van begin af aan helder zijn.
4. Antwoord van het kabinet:
Het Amerikaanse vredesplan voor Gaza staat niet op de agenda van de FMM. Het kabinet
verwelkomt het akkoord over de eerste fase van het vredesplan van president Trump.
De inzet van het kabinet is primair gericht op het laten slagen van dat vredesplan.
Het kabinet beziet hoe het, zowel bilateraal als via de EU en andere multilaterale
kanalen, op de meest effectieve wijze kan bijdragen aan de implementatie en uitwerking
van het vredesplan.
Het akkoord over de eerste fase, waar onder meer het staakt-het-vuren en het toelaten
en opschalen van humanitaire hulp onder vallen, is fragiel. Het kabinet roept partijen
op om de afspraken te implementeren en te werken aan verdere uitwerking van het plan.
Daarvoor blijft druk op beide partijen essentieel. De aanname van VNVR-resolutie 2803
over de toekomst van de Gazastrook is een belangrijke en positieve stap. De resolutie
bevat elementen, waaronder het mandaat van de International Stabilization Force (ISF). Tegelijk zijn er ook vragen over hoe aan de resolutie en de uitvoering daarvan
invulling zal worden gegeven. Het kabinet volgt de implementatie van de resolutie
nauwgezet en staat in voortdurend contact met internationale partners over de verdere
uitwerking ervan. Mede hierom heeft Nederland ook twee liaisons geplaats bij het Civil Military Coordination Center (CMCC).
De leden van de D66-fractie vragen de Minister of hij voornemens is zich ervoor in
te zetten dat Palestijnen een grotere en betekenisvolle zeggenschap krijgen binnen
de uitwerking en uitvoering van het akkoord, en zo ja, op welke wijze hij dit concreet
wil bevorderen.
5. Antwoord van het kabinet:
Het Amerikaanse vredesplan voor Gaza staat niet op de agenda van de FMM. Voor Nederland
geldt dat een duurzame oplossing voor het Israëlisch-Palestijns conflict een gedragen
tweestatenoplossing is, waar Palestijnen en Israëliërs veilig in vrede naast elkaar
kunnen leven. Het kabinet onderstreept daarnaast dat Hamas de wapens moet neerleggen
en geen rol mag spelen in de toekomst van Gaza. Het kabinet onderstreept deze boodschap
consistent, ook in multilateraal verband.
Palestijnse betrokkenheid is van belang voor het slagen van het vredesplan, hetgeen
Nederland ook uitdraagt naar betrokken partijen. Het kabinet vindt het cruciaal dat
de Palestijnse Autoriteit (PA) zowel het vredesplan van president Trump als de VNVR-resolutie
heeft verwelkomd. Voor een toekomstige rol is het belangrijk dat de PA haar hervormingsagenda
implementeert. Het kabinet steunt de hervormingen van de PA, verwelkomt de voortgang
die is gemaakt, en spreekt hierover zowel bilateraal als in multilateraal verband
met de PA, bijvoorbeeld recent tijdens de Europese Palestine Donor Group (PDG).
Daarnaast vragen deze leden welke concrete stappen Nederland ziet om te voorkomen
dat het plan verzandt in een open-einde-operatie zonder duidelijke doelen, tijdspad
of tastbare vooruitgang richting een houdbare tweestatenoplossing.
6. Antwoord van het kabinet:
Alles is er aan gelegen om dit vredesplan te doen slagen; daar is de Nederlandse inzet,
bilateraal en multilateraal, op gericht. Het kabinet beziet voortdurend hoe het een
constructieve bijdrage kan leveren aan het plan, waarbij het doel tastbare vooruitgang
is. Tegelijkertijd is de situatie op de grond complex en diffuus wat ook verantwoordt
dat niet alles al volledig is uitgewerkt. Momenteel heeft Nederland twee civiele liaisons
bij het Civil-Military Coordination Center (CMCC). Eveneens zijn de Nederlandse vertegenwoordigingen in Ramallah en Tel Aviv goed aangesloten.
Het CMCC is opgetuigd als onderdeel van het vredesplan voor Gaza, om richting te geven
aan de internationale inzet voor stabiliteit, humanitaire hulp en wederopbouw. Hiernaast
draagt het kabinet bij aan de EU-missies EUBAM Rafah en EUPOL COPPS, alsook de VS
geleide OSC-missie. Tot slot zijn herstel en wederopbouw van Gaza belangrijke onderdelen.
Nederland is samen met enkele andere landen door Egypte gevraagd als medeorganisator
van een conferentie over wederopbouw.
Turkije
De leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van het feit dat Turkije deelneemt
aan de OVSE-ministeriële bijeenkomst van 4 en 5 december 2025. Deze leden benadrukken
dat Turkije niet alleen een volwaardige OVSE-deelnemer is, maar tevens NAVO-bondgenoot
en kandidaat-lidstaat van de EU.
Tegen deze achtergrond maken de leden van de D66-fractie zich grote zorgen over de
recente binnenlandse ontwikkelingen in Turkije. Waaronder over de burgemeester van
Istanbul, Ekrem İmamoğlu, die meer dan 2.000 jaar gevangenisstraf riskeert. Daarnaast
constateren deze leden dat sinds de vorige lokale verkiezingen 18 andere democratisch
gekozen oppositieburgemeesters zijn gearresteerd of uit hun functies zijn gezet. Deze
leden vragen de Minister of hij bereid is om tijdens de komende OVSE-bijeenkomst deze
ontwikkelingen aan de orde te stellen.
7. Antwoord van het kabinet:
Het kabinet heeft serieuze zorgen over de arrestatie van de burgemeester van Istanbul
en andere oppositieleden in Turkije. Deze zorgen zijn reeds zowel in bilateraal verband
als in EU-verband overgebracht aan de Turkse autoriteiten. Het kabinet zal dat blijven
doen. Diplomaten, waaronder Nederlandse, zijn daarnaast aanwezig geweest bij zittingen
in de rechtszaken tegen burgemeester İmamoğlu.
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie en reactie van de bewindspersoon
De leden van de VVD-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de geannoteerde
agenda’s voor de NAVO- en OVSE-bijeenkomst van Ministers van Buitenlandse Zaken en
hebben hierover de volgende vragen en opmerkingen.
NAVO
De leden van de VVD-fractie constateren dat de recente ontwikkelingen rondom het Trump
stappenplan voor vrede tussen Rusland en Oekraïne elkaar snel opvolgen. Deze leden
lezen dat het Trump stappenplan voorstelt een pad naar NAVO-lidmaatschap in de Grondwet
van Oekraïne in toekomst uit te sluiten. Hoe kijkt de Minister naar deze berichtgeving?
Op welke manier kan de NAVO, volgens de Minister, Oekraïne militair het best blijven
ondersteunen tot een staakt-het-vuren of vredesakkoord?
8. Antwoord van het kabinet:
Op dit moment is niet duidelijk hoe een eventueel vredesplan eruit komt te zien en
het kabinet wil hier niet op vooruit lopen. Het is van belang dat in NAVO-kader wordt
besloten over de NAVO. Voor Nederland staat vast dat het «Open Deurbeleid» van de
NAVO onverkort van kracht blijft. Oekraïne kan, zodra daar binnen het bondgenootschap
consensus over bestaat en aan alle voorwaarden is voldaan, toetreden tot de NAVO.
De NAVO speelt een belangrijke rol bij het ondersteunen van Oekraïne in de verdediging
tegen de Russische agressie. De door de NAVO gecoördineerde levering van militair
materieel onder Prioritised Ukraine Requirements List (PURL) is daarbij van groot belang.
Daarnaast draagt het bij in de vorm van het mechanisme NATO Security Assistance and Training for Ukraine (NSATU), dat zich toespitst op de coördinatie en facilitering van het leveren van
training en militaire steun. Ten slotte hecht het kabinet belang aan het NAVO Ukraine Comprehensive Assistance Package (UCAP) waaruit niet-letale steun aan de Oekraïense strijdkrachten wordt geleverd.
De NAVO speelt daarnaast een belangrijke rol bij het creëren van synergie tussen de
diverse initiatieven ten behoeve van militaire steun aan Oekraïne. Ook na een staakt-het-vuren
of een vredesakkoord blijft een sterk Oekraïense leger de beste garantie tegen toekomstige
Russische agressie. Alleen door Oekraïne in een zo sterk mogelijke positie te brengen,
kan een rechtvaardige en duurzame vrede worden bereikt.
Deze leden vinden dat het soevereiniteitsbeginsel op het spel staat bij een mogelijk
vredesakkoord langs de lijnen van het Trump stappenplan. Mocht de deal zoals die is
voorgesteld door president Trump worden opgedwongen aan Oekraïne, wat voor effect
heeft dit dan op het soevereiniteitsbeginsel volgens de Minister? Welke rol hoort
de NAVO volgens de Minister te krijgen na een staakt-het-vuren of vredesakkoord in
Oekraïne?
9. Antwoord van het kabinet:
Zoals in antwoord 8 genoemd, is het op dit moment is niet duidelijk hoe een eventueel
uiteindelijk vredesplan eruit komt te zien en het kabinet wil hier niet op vooruit
lopen.
Nederland heeft afgelopen zomer het eerste pakket van 500 miljoen euro uit het Prioritised
Ukraine Requirements List (PURL)-initiatief gekocht voor Oekraïne. Heeft de Minister
zicht of Oekraïne op korte termijn een nieuw pakket uit het PURL-initiatief nodig
heeft om de winter door te komen? Welke prioriteiten worden momenteel gesteld binnen
het PURL-initiatief?
10. Antwoord van het kabinet:
Ondanks de gesprekken die gevoerd worden over een vredesplan, gaan de gevechten aan
het front met grote intensiteit door en blijft Rusland onverminderd luchtaanvallen
op Oekraïne uitvoeren. Het voortzetten van de steun aan Oekraïne blijft dan ook onverminderd
van belang. Via PURL coördineert de NAVO de aankoop van cruciaal defensiematerieel
uit de VS door andere NAVO-bondgenoten. De pakketten worden samengesteld op basis
van de door Oekraïne aangegeven militaire noden en prioriteiten.
Nederland was de eerste bondgenoot die een pakket gefinancierd heeft. Sindsdien hebben
anderen al meer dan USD 2 mld. aan Amerikaanse middelen gefinancierd en toegezegd.
Op 13 november jl. werd bijvoorbeeld een pakket van USD 500 mln. aangekondigd door
Denemarken, Estland, Finland, IJsland, Letland, Litouwen, Noorwegen en Zweden. Leveringen
zijn op een rollende basis gaande en de inzet om PURL van voldoende financiering te
voorzien gaat onverminderd door. Het kabinet roept NAVO-bondgenoten op om de militaire
steun aan Oekraïne te intensiveren, waaronder via het PURL-initiatief.
Daarnaast zijn de leden van de VVD-fractie benieuwd of de Minister tijdens de volgende
NAVO-bijenkomst met zijn ambtgenoten verder praat over de invulling van de nieuwe
NAVO-norm. Deze leden lezen dat NAVO-partners in Ankara met een concreter pad moeten
komen om de nieuwe norm te behalen in 2035. Hoe wordt binnen deze invulling gekeken
naar de gezamenlijke opgave van de NAVO voor de verdediging van het grondgebied? Deze
leden vinden het met name belangrijk om gezamenlijk te investeren in de luchtverdediging
van de oostflank van het NAVO-grondgebied.
11. Antwoord van het kabinet:
Het is van belang dat bondgenoten de besluiten genomen tijdens de Top in Den Haag
zo spoedig mogelijk opvolgen, en de defensie-uitgaven stapsgewijs verhogen om de NAVO’s
capaciteiten te versterken. De defensie-uitgaven van bondgenoten zullen regelmatig
gerapporteerd blijven worden, zo ook in de aanloop naar de Top in Ankara. Het is van
belang dat de verhoogde defensie-uitgaven leiden tot een versnelde invulling van de
NAVO-capaciteitsdoelstellingen, waaronder doelstellingen voor luchtverdediging. Dit
is noodzakelijk voor zowel de uitvoerbaarheid van de NAVO-plannen, alsook als belangrijke
externe boodschap van afschrikking. Bij het invullen van de capaciteitsdoelstellingen
beziet Defensie altijd het belang van interoperabiliteit en de meerwaarde van gezamenlijk
optrekken.
Daarnaast zijn de leden van de VVD-fractie benieuwd naar de visie van het Nederlandse
kabinet op het jaarlijkse ministeriële rapport dat China duidt als «decisive enabler»
in de aggressieoorlog van Rusland tegen Oekraïne. Op welke manier hoopt de Minister
dat de NAVO concreet invulling gaat geven tegen China’s rol als systeemrivaal? Zeker
op het gebied van cyberveiligheid moet volgens deze leden de weerbaarheid van de NAVO-bondgenoten
worden vergroot tegen Chinese cyberaanvallen. Welke rol ziet de Minister hier weggelegd
voor Nederland?
12. Antwoord van het kabinet:
De NAVO spreekt China aan op diens rol als decisive enabler van de Russische agressie tegen Oekraïne. Daarnaast werkt de NAVO aan het versterken
van haar weerbaarheid, waaronder tegen cyberaanvallen. Een voorbeeld hiervan is de
Nederlandse steun voor de oprichting van het NATO Integrated Cyber Defence Centre (NICC), wat als doel heeft om de bescherming van de netwerken van de NAVO en haar
bondgenoten te versterken. Daarnaast zet Nederland ook in op een rol van de NAVO als
platform waar bondgenoten acties kunnen afstemmen om zo snel te kunnen reageren op
cyberincidenten. Daarnaast zet Nederland ook in op een rol van de NAVO als platform
waar bondgenoten acties kunnen afstemmen om zo snel te kunnen reageren op cyberincidenten.
Een belangrijk richtsnoer hiervoor is de NATO Guide met responsopties tegen kwaadwillende cyberactiviteiten.
OVSE
De leden van de VVD-fractie constateren dat de recente ontwikkelingen rondom vrede
in Oekraïne ook betrekking hebben op de bijenkomsten van de OVSE. Welke rol moet de
OVSE volgens de Minister spelen in het handhaven van een vredesbestand in Oekraïne?
13. Antwoord van het kabinet:
Op dit moment is niet duidelijk hoe een eventueel vredesplan eruit komt te zien. Het
kabinet wil hier niet op vooruit lopen. Wanneer meer details bekend worden kan beter
worden beoordeeld of een rol van de OVSE in het handhaven van een vredesovereenkomst
opportuun is, bijvoorbeeld op het gebied van monitoring, een thema waarop de OVSE
de nodige expertise heeft.
In het verleden heeft de OVSE een prominente rol gespeeld in het handhaven van een
staakt-het-vuren. Echter heeft de OVSE geen militaire capaciteit maar uitsluitend
inspectiecapaciteit. Deze leden lezen dat inspectieactiviteiten in, door en met Rusland
en Belarus zijn stilgelegd sinds 2022. Kan de Minister zich met gelijkgestemde landen
inzetten om deze stillegging te verlengen na een mogelijk vredesakkoord tussen Rusland
en Oekraïne? Met het oog op een mogelijke OVSE-missie in Oekraïne vinden deze leden
het zeer onwenselijk als Rusland of Belarus hier een bijdrage aan zouden leveren.
14. Antwoord van het kabinet:
Na de Russische inval in Oekraïne in 2022 hebben NAVO-bondgenoten op basis van het
Weens Document afgesproken geen Russische en Belarussische militairen te ontvangen
voor inspecties op NAVO-grondgebied. Andersom geldt ook dat uitnodigingen voor inspecties
die Rusland en Belarus in OVSE-verband versturen, door NAVO-bondgenoten worden afgewezen.
Het kabinet is van mening dat het terugdraaien van deze afspraken voorlopig niet aan
de orde is. Een eventuele herziening van deze afspraken, mocht dat in de toekomst
aan de orde komen, zal zorgvuldig in NAVO-verband moeten worden afgewogen.
Welke rol kan de OVSE spelen, na een staakt-het-vuren of vredesbestand, in de wederopbouw
van Oekraïne? Het gaat deze leden hier specifiek om het opruimen van niet-geëxplodeerde
explosieven, met name landmijnen, om zo gebieden langs de frontlinie bewoonbaar te
maken.
15. Antwoord van het kabinet:
Oekraïne heeft zowel nu, als na een mogelijk vredesbestand, grote behoefte aan wederopbouwsteun.
Het gaat hier om begrotingssteun (EUR 4,6 miljard), herstel en wederopbouw voor kritieke
infrastructuur zoals energie, ziekenhuizen en scholen (EUR 1,35 miljard), berechting
van oorlogsmisdaden (EUR 71 miljoen) en humanitaire hulp (EUR 128,5 miljoen) en aan
humanitaire ontmijning (EUR 55 miljoen sinds februari 2022 tot op heden).
Het de facto OVSE-veldkantoor in Oekraïne Support Programme Ukraine (SPU) speelt een belangrijke rol op het versterken van de weerbaarheid van de Oekraïense
bevolking en adviseert ook op het hervormen van de ontmijningssector. Nederland steunt
naast de OVSE verschillende internationale ngo’s en VN-organisaties voor ontmijningsactiviteiten
in Oekraïne.
Daarnaast zijn de leden van de VVD-fractie benieuwd welke rol de Minister voor de
OVSE weggelegd ziet als het gaat om het reduceren van conventionele wapens, in samenspraak
met de Oekraïense autoriteiten, die momenteel in handen zijn van burgers of zijn achtergelaten
langs de frontlinie. Onderzoek wijst uit dat vele illegale wapens in Europa afkomstig
zijn uit voormalig conflictgebieden.
16. Antwoord van het kabinet:
De OVSE ondersteunt de Oekraïense autoriteiten op het gebied van het tegengaan van
de verspreiding van lichte wapens, munitie en explosieven, zowel in het land als aan
de grens. Daarnaast voert de OVSE, onder andere via het Support Programme Ukraine, projecten uit op het gebied het ruimen van mijnen en onontplofte munitie en bewustwordingscampagnes
aan de bevolking over de risico’s van munitie en explosieven.
Naast de situatie in Oekraïne hebben de leden van de VVD-fractie nog enkele vragen
over de OVSE-begroting. Wordt er bij de bijenkomst voor Ministers gesproken over het
opstellen van een nieuwe OVSE-begroting? Deze leden vinden het onwenselijk dat er
sinds 2021 geen nieuwe begroting meer is aangenomen. Welke prioriteiten stelt de Minister
als het gaat om de hervormingen binnen de OVSE als het gaat om een nieuwe begroting?
17. Antwoord van het kabinet:
Het kabinet acht het van groot belang dat er een snel akkoord komt op het OVSE- budget.
Nederland zal deelnemende Staten tijdens de OVSE Ministeriële Raad oproepen nog dit
jaar met het budget voor 2025 in te stemmen. Het kabinet verwelkomt gesprekken over
modernisering gericht op het toekomstbestending maken van de OVSE. Hierbij staat voor
Nederland centraal dat de OVSE voldoende slagkracht moet behouden. Het kabinet acht
de koppeling van hervormingen aan de budgetonderhandelingen 2025 evenwel onwenselijk.
Daarnaast lezen de leden van de VVD-fractie dat onlangs is besloten om de Nederlandse
personele bijdragen aan het Benelux Arms Control Agency (BACA) vanaf 2026–2027 te
reduceren waardoor bijvoorbeeld de deelname aan Weens Document inspecties gepauzeerd
zullen worden. Wat heeft de Minister doen besluiten om de Nederlandse bijdrage te
reduceren? Is het in het kader van informatie-uitwisseling en ervaring niet handiger
om wel op hetzelfde niveau bij te dragen aan BACA?
18. Antwoord van het kabinet:
Het voorgenomen besluit van het Ministerie van Defensie om de Nederlandse personele
bijdrage aan de Benelux Arms Control Agency (BACA) vanaf 2026–2027 te reduceren komt voort uit de noodzaak scherpe keuzes te
maken ten aanzien van de brede en strategische inzet van personeel. Het kabinet zal
ondanks de personele reductie de verdragsverplichtingen op het gebied van wapenbeheersing
na blijven komen. Zo zal Nederland blijven voldoen aan de informatie-uitwisseling
onder het Weens Document 2011 en het in Nederland ontvangen van passieve inspecties
en evaluaties onder het Weens Document zal ook mogelijk blijven. De uitvoering van
(niet-verplichte) actieve inspecties en evaluaties door Nederland in andere landen
zal voorlopig gepauzeerd worden. De posities kunnen weer worden opgeschaald indien
de omstandigheden daar in de toekomst aanleiding toe geven.
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie en reactie van de
bewindspersoon
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda
van de NAVO Foreign Ministers Meeting (FMM) van 3 december jl. en de OVSE Ministeriële
van 4 en 5 december jl. Zij hebben hierbij nog enkele vragen en opmerkingen.
NAVO
NAVO-norm
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen aan de Minister of hij inzicht kan
geven in de lopende discussie omtrent de invulling van de 1,5% van het BBP uit de
NAVO-norm; zijn er ondertussen al concrete kaders gesteld. Zo ja, kan de Minister
deze leden van enige vuistregels voorzien waarmee kan worden bepaald of een overheidsuitgave
voldoet aan die norm? Welke uitgaven op het terrein van Buitenlandse Zaken verwacht
de Minister daarmee te kunnen toerekenen aan de 1,5%-norm?
19. Antwoord van het kabinet:
Het kabinet kondigde in de Kamerbrief van 11 juli jl.1 aan onderzoek te doen naar de nationale doorvertaling en financiële implicaties van
de aanvullende NATO Defence Investment Pledge van 1,5% bbp. Deze verkenning is nu gaande. Tijdens de NAVO-top in Den Haag hebben
de bondgenoten zich aan de Hague Defence Investment Plan gecommitteerd, bestaande uit 3,5% van het bbp voor defensie-uitgaven ter invulling
van de NAVO’s capaciteitsdoelstellingen en 1,5% voor bredere veiligheid- en defensiegerelateerde
uitgaven. Hierbij gaat het onder meer om uitgaven ten behoeve van kritieke infrastructuur,
het beschermen van onze netwerken, verzekeren van maatschappelijke weerbaarheid, aanjagen
van innovatie, en versterken van onze defensie-industrie. In lijn met motie Van der
Werf2 zal er na vaststellen van een nationale doorvertaling aan uw Kamer worden gerapporteerd
over de Nederlandse invulling van de 1,5%-norm.
Is het denkbaar dat respectievelijk het postennet, programma’s voor democratiebevordering,
bijdragen aan veiligheid-gerelateerde Internationale Organisaties en ontwikkelingssamenwerkingsprogramma’s
in fragiele of conflict-contexten onder de 1,5%-norm te scharen zijn?
20. Antwoord van het kabinet:
Het is op dit moment te vroeg om over specifieke uitgaven te spreken, maar in de begroting
van Buitenlandse Zaken staan logischerwijs verschillende posten die te scharen zijn
onder veiligheids- en defensiegerelateerde zaken.
Heeft het kabinet tevens al opties geïnventariseerd om delen van de gelden uit de
1,5%-norm te besteden aan civiele paraatheid, weerbaarheid of cyber-veiligheid? Zo
ja, kan de Minister een aantal van de beleidsopties op deze onderwerpen schetsen en
reflecteren op hun wensbaarheid, haalbaarheid en uitvoerbaarheid?
21. Antwoord van het kabinet:
Het kabinet heeft in de Kamerbrief van 11 juli jl.3 aangekondigd onderzoek te doen naar de nationale doorvertaling en financiële implicaties
van de 1,5%. Deze verkenning is nu gaande.
Oekraïne
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen de Minister of er in de Noord-Atlantische
Raad verder wordt gesproken over het leveren van financiële en operationele steun
om de kritieke energie-infrastructuur van Oekraïne te beschermen, versterken en waar
nodig weer op te bouwen. Welke steun ambieert de Minister gezamenlijk te bewerkstellingen,
en hoeveel additionele gelden vereist dergelijke steun?
22. Antwoord van het kabinet:
Rusland valt veelvuldig en doelgericht de Oekraïense energie-infrastructuur aan. Als
gevolg is de Oekraïense gasinfrastructuur grotendeels verwoest en ziet Oekraïne zich
geconfronteerd met een tekort van EUR 1,9 miljard aan gasaankopen om deze winter door
te komen. Daarnaast verzoekt Oekraïne om meer luchtverdediging en passieve bescherming
van de energie-infrastructuur. De ernst van de situatie van de Oekraïense energie-infrastructuur
wordt op lopende basis besproken binnen de NAVO en met Oekraïne. Nederland vraagt
in multilaterale fora zoals de NAVO consistent aandacht voor de toename van drone-aanvallen
die ernstige schade aanrichten aan de Oekraïense energie-infrastructuur en de noodzaak
om Oekraïne energiesteun te verstrekken. Nederland levert Oekraïne extra energiesteun
van EUR 25 miljoen waarvan EUR 10 miljoen voor gasaankopen, EUR 10 miljoen voor urgente
reparaties en passieve bescherming en EUR 5 miljoen voor het leveren van zogeheten
in kind-leveringen.
Zullen de bezwaren van België over het inzetten van bevroren Russische Centrale Banktegoeden
aan bod komen? Deze leden zijn van mening dat de België moet kunnen rekenen op eenduidige
Europese steun. Is het kabinet bereid zich voor dergelijke steun in te zetten?
23. Antwoord van het kabinet:
De discussie over financieringsopties om de urgente noden van Oekraïne te financieren,
vindt voornamelijk in EU-verband plaats, in de Ecofinraad en Europese Raad. Het kabinet
is van mening dat risico’s en lasten van eventuele herstelleningen op basis van bevroren
Russische Centrale Banktegoeden door alle EU-lidstaten moeten worden gedragen. Hierbij
is van belang dat zorgen van individuele lidstaten, inclusief die van België, worden
geadresseerd. Dit spreekt het kabinet in EU-verband en bilateraal uit. Hierbij worden
ook mogelijkheden voor Nederland om een constructieve rol te spelen in het besluitvormingsproces
over financieringsopties bezien.
NATO-Ukraine Council
Hoe beoogt de Minister zich tijdens de NATO-Ukraine Council op te stellen omtrent
het Europese tegenvoorstel op het 28-puntenplan van Poetin en Trump? Zullen de onaanvaardbare
elementen uit dit 28-puntenplan worden uitgelicht en bekritiseerd door de Minister?
Hoe verwacht hij dat een dergelijke discussie zich zal ontvouwen, gegeven het complexe
politieke speelveld binnen de NAVO?
24. Antwoord van het kabinet:
Nederland verwelkomt de Amerikaanse inspanningen om tot een staakt-het-vuren te komen
en de Russische agressie oorlog tegen Oekraïne tot een einde te brengen. De belangrijkste
voorwaarde daarbij is dat er geen besluiten over Oekraïne, zonder Oekraïne genomen
worden. Europese partners hebben in Genève met Oekraïne en de VS verder gesproken
over het vredesproces. Oekraïne werkt samen met de VS en in overleg met Europese partners
aan een vredesplan. Het kabinet wil op dit moment niet vooruitlopen over hoe een eventueel
uiteindelijk vredesplan eruit komt te zien.
China en samenwerking in het Indo-Pacifisch gebied
Welke diplomatieke acties zou de NAVO volgens de Minister kunnen nemen om de rol van
China als «decisive enabler» in de Russische agressieoorlog te verkleinen?
25. Antwoord van het kabinet:
De NAVO spreekt China aan op zijn rol als decisive enabler van de Russische agressie oorlog tegen Oekraïne. In de NAVO spreken bondgenoten over
de uitdagingen en worden handelingsperspectieven gedeeld, die grotendeels op nationaal
niveau of in EU-verband kunnen worden uitgevoerd. Zo trof de EU in afgelopen sanctiepakketten
gerichte maatregelen tegen verschillende Chinese bedrijven die betrokken zijn bij
sanctieomzeiling en grootschalige leveranties van aanvalsdrones aan het Russische
militair-industriële complex.
Zijn hier – gegeven het feit dat deze rol in aanzienlijke mate is gevormd door de
voorziening van halfgeleider-gerateerde componenten aan Rusland – ook gezamenlijke
handelspolitieke acties te bedenken?
26. Antwoord van het kabinet:
De NAVO heeft geen handelingsperspectief inzake handelspolitieke acties. Dit ligt
primair bij de EU. Wel spreekt de NAVO China aan op de levering van aanvalsdrones
en dual-use goederen door Chinese bedrijven aan Rusland. Deze steun van Chinese bedrijven
is cruciaal voor het voortzettingsvermogen van de agressieoorlog van Rusland tegen
Oekraïne.
Ook is de Russische militaire industrie voor de productie van wapensystemen tot op
zekere hoogte nog steeds afhankelijk van geïmporteerde westerse onderdelen. Nederland
zet zich zowel nationaal als in internationaal verband in om omzeiling van EU-sancties
tegen te gaan. Dit wordt consequent aangekaart in bilaterale diplomatieke gesprekken,
maar ook door de EU-sanctiegezant die hiervoor speciaal in het leven geroepen is.
Daarnaast heeft de EU serieuze stappen gezet door handelsbeperkingen op te leggen
aan buitenlandse tussenhandelaren in derde landen die meewerken aan omzeiling. Tot
slot is er vanuit de EU ook samenwerking met andere partners, waaronder NAVO-landen,
om sanctie-omzeiling tegen te gaan.
Welke rol voorziet de Minister voor de Indo-Pacific 4 in dit proces, en denkt hij
dat deze vier partnerlanden bereid zijn deze rol te vervullen? Zo ja, onder welke
voorwaarden?
27. Antwoord van het kabinet:
De Indo-Pacific Four (IP4) partnerlanden (Australië, Japan, Nieuw-Zeeland en Zuid-Korea) delen op veel
vlakken de NAVO-dreigingsperceptie. Ook hebben ze aanzienlijke stappen genomen om
Oekraïne te ondersteunen, zowel politiek, diplomatiek, economisch, humanitair als
met militair materieel. Alle IP4-landen hebben nationale sancties ingesteld tegen
Rusland. Enkele IP4-landen hebben de veiligheidszorgen over de hierboven beschreven
droneleveranties van Chinese bedrijven aan Rusland bilateraal bij China overgebracht.
Tegelijkertijd is Oekraïne op dit moment voornamelijk gebaat bij tastbare materiële
ondersteuning. Daarom worden binnen de NAVO juist hierover constructieve gesprekken
gevoerd met de IP4, bijvoorbeeld als het gaat om militaire gezondheidszorg voor Oekraïne
en andere vormen van materiële steun waar de IP in kunnen voorzien. Australië levert
bijvoorbeeld als niet-NAVO land de meeste materiële steun aan Oekraïne.
Is er verder brede steun voor nauwere samenwerking tussen deze landen en de NAVO?
28. Antwoord van het kabinet:
Veel NAVO-bondgenoten steunen verdere samenwerking tussen de NAVO en de IP4 landen.
De NAVO en de IP4 onderschrijven dat de veiligheid in beide regio’s met elkaar verbonden
is. Dit is onder andere zichtbaar door Noord-Koreaanse troepen die meevechten in de
oorlog tegen Oekraïne en Chinese hybride activiteiten tegen zowel NAVO-bondgenoten
als NAVO-partners zoals de IP4. De Individual Tailored Partnership Programs (ITPP’s) en Flag Ship projects tussen de NAVO en de IP4 illustreren de hechte veiligheidssamenwerking. Nederland
is voorstander van verdieping van samenwerking tussen de NAVO en IP4 gezien onze gezamenlijke
uitdagingen, waarden en belangen.
Wat is de status van het ministeriële rapport over China dat besproken wordt tijdens
de FMM en kan dit rapport met de Kamer gedeeld worden?
29. Antwoord van het kabinet:
Het rapport dat tijdens de FMM besproken wordt, zal met consensus zijn aangenomen
door de Noord-Atlantische Raad. Het vertegenwoordigt daarmee de gedeelde positie van
NAVO-landen op dit onderwerp. Dit rapport kan vanwege de NAVO-rubricering niet met
de Tweede Kamer worden gedeeld.
OVSE
Besluiten
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie verwelkomen de aanstelling van een Nederlandse
Hoge Commissaris inzake Nationale Minderheden. Zij horen verder graag welke prioriteiten
de heer Kamp heeft gesteld voor zijn termijn als Hoge Commissaris.
30. Antwoord van het kabinet:
De Hoge Commissaris inzake Nationale Minderheden (HCNM) vormt een kerninstrument voor
conflictpreventie. Het onafhankelijke mandaat van de HCNM is gericht op het adviseren
van OVSE-landen over hun beleid, wetgeving en praktijk ten aanzien van minderheden,
en capaciteitsopbouw op deze thema’s. Via deze stille diplomatie draagt de HCNM bij
aan conflictpreventie en het verminderen van spanningen.
In zijn prioritering kijkt de heer Kamp naar waar spanningen aanwezig zijn, de betrokkenheid
van buurlanden en de mogelijkheden om te engageren. De HCNM wil OVSE-landen ertoe
bewegen urgente, politiek-gevoelige minderheidskwesties te depolitiseren, onder andere
via inclusieve dialoog en samenwerking op praktische zaken. De HCNM benadrukt in zijn
benadering het belang van evenwichtigheid, feitelijkheid en het openhouden van deuren.
De bereidheid van OVSE-landen tot samenwerking met de HCNM op nationale minderheidskwesties
is groot. De aanpak van de heer Kamp kan dan ook onder een grote groep landen op waardering
rekenen.
Verwacht het kabinet dat één of meerdere lidstaten nogmaals de begroting van de OVSE
zullen blokkeren? Zo ja, welke lidstaten en met welke redenen? Op welke manier kan
het kabinet op deze blokkade anticiperen en deze eventueel voorkomen?
31. Antwoord van het kabinet:
Het is mogelijk dat deelnemende staten akkoord op het OVSE-budget blijven koppelen
aan modernisering van de OVSE. Het kabinet blijft inzetten op een snel akkoord over
het OVSE-budget en zal deelnemende staten tijdens de Raad oproepen om met het budget
in te stemmen. Het kabinet zal zich constructief opstellen in discussies over noodzakelijke
modernisering tijdens de Raad, maar ook oproepen dat dit consensus over het budget
niet in de weg moet staan.
Nationale verklaringen
Is de Minister van plan bij de ministeriële vergadering nogmaals op te roepen tot
het onmiddellijk vrijlaten van de drie OVSE-medewerkers die nog steeds onrechtmatig
vastzitten in Rusland?
32. Antwoord van het kabinet:
Het kabinet zal ook tijdens deze Raad oproepen tot de onmiddellijke vrijlating van
Vadym Golda, Maxim Petrov en Dmytro Shabanov, de drie OVSE-medewerkers die gevangen
zitten in door Rusland bezet gebied. Nederland bespreekt dit regelmatig met de Secretaris-Generaal
van de OVSE en diens secretariaat, die de vrijlating van zijn medewerkers hoge prioriteit
geeft. De SG heeft dit meermaals aangekaart bij Rusland en is hiervoor ook naar Moskou
afgereisd. Ook de EU roept Rusland hier met regelmaat toe op, tijdens de wekelijkse
bijeenkomsten van de OVSE. Helaas heeft dit Rusland nog niet doen besluiten de medewerkers
vrij te laten.
Verkiezingswaarneming Georgië
Kan de Minister de gevolgen van het uitblijven van een effectieve verkiezingswaarnemingsmissie
in Georgië inschatten? Hoe zal deze verzuiming van de Georgische regering worden besproken?
33. Antwoord van het kabinet:
Het is een zorgelijk signaal dat een land OVSE-verkiezingswaarneming te laat uitnodigt,
waardoor de OVSE geen verkiezingswaarneming kon verzorgen. Het kabinet maakt zich
ernstige zorgen over het democratisch gehalte van de recente lokale verkiezingen in
Georgië, vooral over arrestaties van oppositiepolitici in aanloop naar deze verkiezingen.
Het kabinet heeft op ambtelijk niveau zijn zorgen overgebracht aan de Georgische autoriteiten,
daar de politieke en hoog-ambtelijke contacten met Georgië zijn opgeschort.
Welke drukmiddelen zijn er binnen de OVSE om de Georgische regering op haar verantwoordelijkheden
te wijzen?
34. Antwoord van het kabinet:
Binnen de OVSE bestaat de mogelijkheid het Weense Mechanisme of het Moskou Mechanisme
in te roepen. Met het Weense Mechanisme kunnen formele vragen worden gesteld over
de mensenrechtensituatie in een land. Met het Moskou Mechanisme kan onafhankelijk
onderzoek worden ingesteld.
In reactie op de ernstig verslechterde mensenrechtensituatie in Georgië heeft Nederland
het initiatief genomen om het Weense Mechanisme in te roepen. Bij dit initiatief hebben
37 andere landen zich aangesloten. Nederland blijft actief betrokken bij de opvolging
hiervan. Activering van het Moskou Mechanisme is een optie die het kabinet verkent,
samen met deelnemende staten die het Weens Mechanisme hebben ingeroepen.
Hoe kan in de toekomst worden voorkomen dat een dergelijke missie geen doorgang vindt?
35. Antwoord van het kabinet:
Het is de verantwoordelijkheid van een OVSE-deelnemende staat om, indien er verkiezingen
plaatsvinden, medewerking te verlenen aan en tijdig een uitnodiging te sturen voor
een OVSE-verkiezingswaarnemingsmissie. De OVSE kan geen verkiezingswaarnemers sturen
zonder uitnodiging van een deelnemende staat en heeft tijd nodig om voorbereidingen
te treffen. Hierover communiceert de OVSE ook duidelijk. Het kabinet heeft Georgië
samen met gelijkgezinde landen binnen de OVSE herhaaldelijk verzocht een uitnodiging
te verstrekken voor het waarnemen van de verkiezingen.
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie en reactie van de bewindspersoon
De leden van de CDA-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de geannoteerde
agenda voor de NAVO-bijeenkomst van Ministers van Buitenlandse Zaken en de geannoteerde
agenda van de OVSE-bijeenkomst van Ministers van Buitenlandse Zaken en maken graag
van de gelegenheid gebruik om daar nog enkele vragen over te stellen.
De leden van de CDA-fractie lezen met waardering dat Nederland de urgentie van voldoende
steun aan Oekraïne zal benadrukken. Ook lezen deze leden dat Nederland het belang
van gelijke lastenverdeling zal onderstrepen, dit vinden deze leden ook belangrijk,
maar zij vragen daarbij wel aan de Minister of de Nederlandse inzet voor steun aan
Oekraïne ook afhankelijk is van de mate van gelijke lastenverdeling.
36. Antwoord van het kabinet:
Nederland blijft Oekraïne politiek, militair, financieel en moreel actief en onverminderd
steunen in tijd van oorlog, herstel en wederopbouw, zolang als dat nodig is. Het kabinet
acht het van belang de lasten gelijk te verdelen en zal hier tijdens de NAVO- en OVSE
bijeenkomsten toe oproepen. Dit betekent niet dat Nederland de eigen bijdrage afhankelijk
maakt van steun van andere landen. Oekraïne heeft deze steun nodig om zich tegen de
Russische agressie te kunnen blijven verdedigen. Blijvende steun is in het belang
van Oekraïne, alsook van de Europese veiligheid.
De leden van de CDA-fractie vragen hoe de Minister de recente stijging in het aantal
hybride acties vanuit Rusland duidt, en of hij de drone aanwezigheid boven Nederlandse
vliegvelden ook in dit kader beziet.
37. Antwoord van het kabinet:
Statelijke dreiging in het hybride domein is onverminderd aanwezig en Rusland is een
van de primaire dreigingsactoren. Rusland onderneemt onder andere spionageactiviteiten,
voert sabotageacties uit en verspreidt desinformatie. Deze activiteiten hebben waarschijnlijk
tot doel onrust in Europa aan te wakkeren en de Westerse steun aan Oekraïne te ondermijnen.
Europa wordt geconfronteerd met de toenemende inzet van (ongeïdentificeerde) drones.
De recente incidenten met Russische drones in Polen en Roemenië, alsmede de detectie
van kleine en goedkope drones boven kritieke infrastructuur van NAVO-bondgenoten en
recentelijk ook in Nederland, zijn zorgelijke ontwikkelingen.
Verschillende landen waaronder Nederland doen nader onderzoek naar de herkomst van
de waargenomen drones.
De leden van de CDA-fractie vragen welke diplomatieke reacties er zouden moeten komen
vanuit NAVO-lidstaten die met groeiende hybride acties vanuit Rusland geconfronteerd
worden.
38. Antwoord van het kabinet:
Het kabinet werkt in EU- en NAVO-verband aan de respons op Russische activiteiten
in het hybride domein. Deze respons bestaat uit maatregelen om de weerbaarheid te
verhogen en het aanspreken van Rusland op toegeschreven hybride acties. Daarnaast
is het kabinet in contact met bondgenoten over additionele mogelijke tegenmaatregelen,
waaronder sancties, visumrestricties en diplomatieke stappen. Verschillende bondgenoten
hebben Russische inlichtingenofficieren met diplomatieke accreditatie uitgezet, Russische
diplomatieke vertegenwoordigingen gesloten en wordt een notificatieplicht opgelegd
aan Russische diplomaten die willen reizen binnen het Schengengebied. De diplomatieke
reactie op hybride activiteiten blijft onderdeel van het bredere palet aan maatregelen
dat kan worden genomen om hybride dreigingen tegen te gaan. Hierbij moet in ogenschouw
genomen dat dergelijke maatregelen ook onze eigen diplomatieke belangen kunnen raken.
Deze leden vragen welke diplomatieke acties het NAVO-bondgenootschap zou kunnen ondernemen
om de rol van China als «decisive enabler» van de oorlog in Rusland te kunnen verkleinen.
39. Antwoord van het kabinet:
Zie het antwoord op vraag 25.
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie en reactie van de bewindspersoon
De leden van de BBB-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de geannoteerde
agenda van de OVSE-Ministeriële Raad.
De leden van de BBB-fractie constateren dat de OVSE reeds vier jaar opereert zonder
nieuw budget en dat hierdoor taken worden uitgevoerd op basis van het niveau van 2021.
Deze leden vragen hoe het kabinet de risico’s beoordeelt die deze langdurige begrotingsimpasse
met zich meebrengt voor de effectiviteit van de OVSE, en of Nederland inzicht heeft
in de specifieke programma’s en missies die door deze financiële stagnatie onder druk
staan. Ook vragen deze leden hoe het kabinet inschat dat de voortdurende koppeling
van hervormingswensen aan het budget door sommige lidstaten de slagkracht van de organisatie
ondermijnt.
40. Antwoord van het kabinet:
De OVSE heeft zich – ondanks uitblijven van een nieuw budget – onverminderd toegelegd
op haar belangrijke werk aangaande conflictpreventie, veiligheidssamenwerking, het
handhaven van democratie en mensenrechten, en het verdiepen van economische en milieusamenwerking.
Voor nieuwe initiatieven wordt nu vaker gekeken naar extra-budgettaire bijdragen.
Om deze extra-budgettaire bijdragen te stroomlijnen is een fonds opgericht. Nederland
zit bij de kopgroep (van veertien landen), die reeds heeft bijgedragen met een totaal
van EUR 16,5 miljoen. De Nederlandse bijdrage behelst EUR 500.000.
De gesprekken over hervormingen bieden een kans de OVSE efficiënter en toekomstbestendiger
te maken. Het kabinet acht de koppeling tussen hervormingen en de budgetonderhandelingen
echter niet wenselijk. Het kabinet zal tijdens de OVSE Ministeriële Raad oproepen
tot een snelle aanname van de OVSE-begroting van 2025.
De leden van de BBB-fractie lezen dat Nederland inzet op hervormingen, maar deze niet
wil verbinden aan de begrotingsconferentie. Deze leden vragen welke concrete hervormingsvoorstellen
momenteel op tafel liggen, in hoeverre Nederland deze steunt, en welke gevolgen het
zou hebben als een compromis over hervormingen opnieuw niet kan worden bereikt. Ook
vragen zij of het kabinet scenario’s heeft uitgewerkt voor het geval de OVSE wederom
geen budget kan aannemen.
41. Antwoord van het kabinet:
Het kabinet omarmt de gesprekken over hervormingen, gericht op het toekomstbestending
maken van de OVSE. Hervormingen waar over gesproken worden zijn onder andere consolidatie
van personeel en het stroomlijnen van processen, bijvoorbeeld door te werken met meerjarige
budgetten. Een aantal hervormingen zou al doorgevoerd kunnen worden, maar voor sommige
voorstellen is mogelijk consensus nodig. Nederland zal inzetten op maatregelen die
de OVSE efficiënter maken, maar die de slagkracht van de OVSE niet negatief beïnvloeden.
Als ook dit jaar consensus uitblijft, blijft de OVSE het werk voortzetten, zoals het
de afgelopen vier jaar ook heeft gedaan.
De leden van de BBB-fractie noteren dat de OVSE het primaire forum blijft waar de
internationale gemeenschap Rusland rechtstreeks kan aanspreken. Deze leden vragen
hoe het kabinet beoordeelt dat van «echte dialoog» geen sprake meer is, maar dat de
OVSE wel als diplomatiek kanaal in stand blijft. Zij vragen hoe de toegevoegde waarde
van de OVSE in deze fase wordt gewogen, en of het kabinet inzicht heeft in welke concrete
resultaten de OVSE het afgelopen jaar heeft kunnen behalen ondanks de Russische obstructie.
42. Antwoord van het kabinet:
De OVSE werkt aan stabiliteit in Europa via het brede concept van comprehensive security, met daaronder de drie dimensies politiek-militair, economie en klimaat, en mensenrechten.
De toegevoegde waarde van de OVSE is daarmee breder dan alleen een platform voor dialoog
met Rusland.
Via de veldkantoren draagt de OVSE bijvoorbeeld bij aan veiligheid en stabiliteit
in de Westelijke Balkan, Moldavië en Centraal-Azië. Ook de onafhankelijke instellingen
dragen bij aan veiligheid en stabiliteit via mensenrechten en democratie (Office of Democratic Institutions and Human Rights), nationale minderheden (High Commissioner on National Minorities) en vrijheid van meningsuiting (Representative Freedom of the Media).
Door de aanhoudende agressie tegen Oekraïne is een dialoog met Rusland over Europese
veiligheid inderdaad niet mogelijk. De OVSE wordt in de praktijk gebruikt om boodschappen
aan Rusland af te geven, zorgen uit te spreken en het land op te roepen zich weer
aan internationaal recht te houden. Ook is de organisatie een vehikel voor waarheidsvinding,
bijvoorbeeld via inzet van het Moskou Mechanisme. Dit jaar richtte dit mechanisme
zich op de situatie van krijgsgevangenen, terwijl eerder werd gerapporteerd over de
ontvoering van Oekraïense kinderen.
Als de relatie met Rusland in de toekomst verandert heeft de OVSE de instrumenten
om weer voorzichtig aan herstel van wederzijds vertrouwen te werken. Hoewel deze optie
voor nu ver weg lijkt, is het van belang om deze instrumenten te behouden.
De leden van de BBB-fractie onderstrepen het belang van mensenrechten en democratische
normen, maar vragen hoe wordt voorkomen dat het gebruik van mechanismen zoals het
Moskou Mechanisme en het Weense Mechanisme, die onder andere door Nederland zijn ingezet,
verdere polarisatie binnen de OVSE veroorzaken. Deze leden vragen in hoeverre dergelijke
instrumenten nog effectief kunnen functioneren in een organisatie waarin consensus
onder druk staat, en of alternatieven of parallelle kanalen worden overwogen voor
het geval het functioneren van deze mechanismen verder wordt geblokkeerd.
43. Antwoord van het kabinet:
Het Weense Mechanisme en het Moskou Mechanisme kunnen een belangrijke bijdrage leveren
aan het ter verantwoording roepen van deelnemende staten voor mensenrechtenschendingen.
Zo heeft het inroepen van het Moskou Mechanisme – met hulp van Nederland – ernstige
Russische schendingen van humanitair en oorlogsrecht aan het licht gebracht, ondanks
gebrek aan medewerking van Rusland.
Voor inzet van deze instrumenten is geen consensus nodig, maar volstaat de aanvraag
door een enkele deelnemende staat (Weens mechanisme) of een groep van minimaal tien
staten (Moskou Mechanisme).
De leden van de BBB-fractie nemen kennis van de Nederlandse bijdrage aan verkiezingswaarneming
door de OVSE, maar vragen hoe het kabinet beoordeelt dat steeds meer landen waarnemingsmissies
weigeren of beperken. Deze leden vragen welke gevolgen dit heeft voor de legitimiteit
van het waarnemingsstelsel en hoe Nederland omgaat met landen die verkiezingen organiseren
zonder OVSE-waarneming, zoals recent Georgië.
44. Antwoord van het kabinet:
Het is een zorgelijk signaal wanneer de OVSE vanwege niet of te laat uitnodigen, geen
verkiezingswaarnemingsmissie kan uitvoeren, zoals bijvoorbeeld bij Rusland, Belarus
en recentelijk Georgië is gebeurd. Het overgrote deel van de OVSE-deelnemende Staten
nodigt de OVSE tijdig uit om verkiezingen waar te nemen. OVSE-verkiezingswaarnemingsmissies
blijven daarom een belangrijk instrument voor het monitoren van de mate waarin verkiezingen
vrij en eerlijk verlopen en evaluatie over mogelijke verbeteringen op dit vlak. Ook
bij de analyse van open en eerlijke verkiezingen, geeft de OVSE nuttig advies hoe
het proces verbeterd kan worden.
Het kabinet kan ook zonder verkiezingswaarneming zorgen uiten over de rechtmatigheid
van de verkiezingen, wanneer het dit nodig acht.
Tot slot vragen de leden van de BBB-fractie hoe het kabinet de voorgenomen reductie
van Nederlandse personele inzet bij het BACA beoordeelt, en specifiek hoe dit zich
verhoudt tot de groeiende behoefte aan inspecties en transparantie onder het Weens
Document en het Open Skies Verdrag. Deze leden vrezen dat een reductie de Nederlandse
rol in conventionele wapenbeheersing verzwakt en vragen om een onderbouwing hoe deze
keuze past binnen de bredere Nederlandse strategie voor militaire transparantie en
wapenbeheersing in Europa.
45. Antwoord van het kabinet:
Het voorgenomen besluit van het Ministerie van Defensie om de Nederlandse personele
bijdrage aan de Benelux Arms Control Agency (BACA) vanaf 2026–2027 te reduceren komt voort uit een noodzaak om scherpe keuzes
te maken ten aanzien van de brede en strategische inzet van personeel. Het kabinet
zal ondanks de personele reductie de verdragsverplichtingen op het gebied van wapenbeheersing
na blijven komen. Zo zal Nederland blijven voldoen aan de informatie-uitwisseling
onder het Weens Document 2011 en het ontvangen van passieve inspecties en evaluaties
onder het Weens Document in Nederland zal ook mogelijk blijven. De uitvoering van
(niet-verplichte) actieve inspecties en evaluaties door Nederland in andere landen
zal voorlopig gepauzeerd worden. De posities kunnen weer worden opgeschaald indien
de omstandigheden daar in de toekomst aanleiding toe geven.
Vragen en opmerkingen van de leden van de SGP-fractie en reactie van de bewindspersoon
De leden van de SGP-fractie maken graag van de gelegenheid gebruik om enkele vragen
te stellen over de ministeriële raden van respectievelijk de NAVO en de OVSE.
NAVO
De leden van de SGP-fractie vragen of de Minister een nadere duiding kan geven van
de invulling van de 1,5%-norm?
46. Antwoord van het kabinet:
Het kabinet heeft in de Kamerbrief van 11 juli jl.4 aangekondigd onderzoek te doen naar de nationale doorvertaling en financiële implicaties
van de 1,5%-doelstelling. Deze verkenning is nu gaande. Het betreft een Rijksbrede
verkenning, waar ook het Ministerie van Buitenlandse Zaken bij betrokken is. Het Ministerie
van Justitie en Veiligheid heeft hierbij de coördinerende rol.
Deze leden begrijpen dat de precieze invulling overgelaten wordt aan het volgende
kabinet. Brengt de Minister hiervoor echter wel opties in kaart? Voor welke uitgaven
op het terrein van Buitenlandse Zaken denkt de Minister dat deze toegerekend kunnen
worden aan de 1,5%-norm? Werkt de Minister voor de invulling van de 1,5% ook samen
met andere ministeries en zo ja, welke?
47. Antwoord van het kabinet:
Zie het antwoord op vraag 46.
Kan de Minister aangeven of andere landen al meer duidelijkheid hebben over hoe zij
de 1,5% in willen vullen? Welke keuzes maken landen hierin?
48. Antwoord van het kabinet:
Het is aan de bondgenoten zelf hoe zij invulling geven aan de 1,5%-doelstelling, waarbij
de binnen de NAVO afgesproken kaders leidend zijn.
De leden van de SGP-fractie vragen hoe de Minister de recente stijging duidt in het
aantal hybride acties en schendingen van het NAVO-luchtruim vanuit Rusland. Heeft
de Minister concrete aanwijzingen dat dergelijke acties ook al in Nederland plaatsvinden?
Welke diplomatieke acties zouden er volgens de Minister moeten worden genomen in reactie
op de acties vanuit Rusland in de diverse NAVO-lidstaten? Kan hij het krachtenveld
hiervoor binnen de NAVO schetsen?
49. Antwoord van het kabinet:
De recente schendingen van het NAVO-luchtruim door Russische gevechts- en transportvliegtuigen
lijken te passen in de bredere context van toegenomen Russische risicobereidheid.
Daarnaast is de dreiging die uitgaat van statelijke actoren in het hybride domein
is onverminderd aanwezig, ook in Nederland. Veel acties in het hybride domein kunnen
niet worden toegeschreven aan een statelijke dreigingsactor. Voor de reactie op aan
Rusland toegeschreven hybride activiteiten: zie het antwoord op vraag 38.
De leden van de SGP-fractie vragen welke diplomatieke acties de NAVO volgens de Minister
kan ondernemen om de rol van China in het mogelijk maken van de Russische agressieoorlog
tegen te gaan? Welke risico’s kleven er aan een eventuele diplomatieke reactie vanuit
de NAVO?
50. Antwoord van het kabinet:
De NAVO spreekt China aan op zijn rol als decisive enabler van de Russische agressie tegen Oekraïne. Het handelingsperspectief van de NAVO is
beperkt, zie daarover ook het antwoord op vraag 25. Verdergaande diplomatieke respons
vanuit de NAVO zou voor China een trigger kunnen zijn die kan leiden tot asymmetrische
respons richting de NAVO of individuele bondgenoten.
OVSE
De leden van de SGP-fractie vragen hoe de Minister de toekomst van de OVSE voor zich
ziet. Kan de OVSE naar het oordeel van de Minister geloofwaardig en effectief functioneren
zolang er sprake is van Russische dreiging? Wat betekent dit op termijn voor Russische
deelname aan de OVSE?
51. Antwoord van het kabinet:
De Russische agressie tegen Oekraïne heeft impact op het functioneren van de OVSE.
De organisatie is opgericht om veiligheid en samenwerking te bevorderen, en hier is
in de relatie met Rusland op dit moment geen sprake van. Tegelijkertijd kan de OVSE
wel degelijk effectief functioneren via de veldkantoren en de autonome instellingen.
Het werk dat hier verricht wordt draagt bij aan veiligheid en stabiliteit in de OVSE-regio
en zeker ook in de Westelijke Balkan, Zuidelijke Kaukasus en Centraal-Azië.
Het kabinet voorziet geen terugtreding van Rusland op de korte termijn. Hoewel het
forum gebruikt wordt om het land telkens opnieuw aan te spreken op de schendingen
van het internationaal recht, is dit voor Rusland ook het forum waar het wekelijks
contact onderhoudt met neutrale staten, zoals Centraal-Azië. Ook voor het kabinet
is het van belang om Rusland als deelnemende staat in de OVSE te houden. Als de relatie
met Rusland in een toekomstig scenario verandert, heeft de OVSE de instrumenten om
weer voorzichtig aan herstel van wederzijds vertrouwen te werken. Het is van belang
om naast de harde afschrikking van de NAVO, ook deze communicatielijn open te houden.
Hoe denkt de Minister ervoor te zorgen dat de blokkade van het budget opgeheven kan
worden?
52. Antwoord van het kabinet:
Het kabinet acht het van groot belang dat er een snel akkoord komt op het OVSE- budget.
Nederland zal deelnemende staten tijdens de OVSE Ministeriële Raad oproepen om nog
dit jaar met het budget in te stemmen. Het is mogelijk dat desalniettemin dit jaar
geen consensus zal worden gevonden tijdens de Raad. In dat geval zal het kabinet actief
met het OVSE-voorzitterschap samenwerken om volgend jaar wel consensus te bereiken.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
J.F. Klaver, voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken -
Mede ondertekenaar
S.L. Dekker, adjunct-griffier