Inbreng verslag schriftelijk overleg : Inbreng verslag van een schriftelijk overleg over het jaarverslag ERK over gerelateerde verplichtingen van de Gemeenschappelijke Afwikkelingsraad (GAR) 2018
2020D01312 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
De vaste commissie voor Financiën heeft op 17 januari 2020 enkele vragen en opmerkingen
aan de Minister van Financiën voorgelegd over het op 28 november 2019 door de Europese
Rekenkamer toegezonden «Jaarverslag gerelateerde verplichtingen van de Gemeenschappelijke
afwikkelingsraad» (GAR, Single Resolution Board).
De voorzitter van de commissie, Anne Mulder
De adjunct-griffier van de commissie, Schukkink
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de VVD
De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het Jaarverslag
over de gerelateerde verplichtingen van de Gemeenschappelijke Afwikkelingsraad (GAR)
2018. De leden van de VVD-fractie hebben daarover nog wel enkele vragen en/of opmerkingen.
De leden van de VVD-fractie willen allereerst graag weten wat de Minister vindt van
dit rapport van de Europese Rekenkamer.
De leden van de VVD-fractie vinden het belangrijk dat in het kader van het gemeenschappelijke
afwikkelingsmechanisme (GAM) in het EU-systeem voor het beheer van de afwikkeling
van falende banken in de eurozone, de risico’s, verplichtingen en voorzieningen voldoende
in beeld zijn en worden gemanaged. Is de Minister dat met de VVD-fractie eens? In
hoeverre wordt hieraan nu door GAR voldaan volgens de Minister?
De leden van de VVD-fractie lezen dat er in totaal 104 juridische procedures aanhangig
zijn bij de Europese Commissie en/of de GAR. Om welke banken c.q. casussen gaat het
in deze 104 juridische procedures?
De leden van de VVD-fractie willen wat dieper ingaan op de casus Banco Popular Español
S.A (BPE). Waarom voert de GAR geen redenen of argumenten aan bij de bevoordeling
van gerelateerde verplichtingen voor zaken in verband met de Banco Popular Español
S.A.? De leden van de VVD-fractie willen weten of de Minister het noodzakelijk vindt
dat er redenen of argumenten worden aangegeven door de GAR. En zo nee, waarom niet?
De Europese Rekenkamer vond geen bewijs dat de beoordeling van de GAR weersprak dat
er een gerelateerde verplichting zou moeten worden opgenomen. Is het ook niet zo dat
dat de GAR van het tegenovergestelde ook «bewijs» zou moeten opnemen om het te onderbouwen?
De leden van de VVD-fractie lezen dat de GAR 50 miljoen euro gerelateerde verplichtingen
heeft opgenomen in verband met gerechtelijke procedures inzake deze bijdragen op EU-niveau,
en nog eens 40 miljoen euro in verband met gerechtelijke procedures inzake deze bijdragen
op nationaal niveau. In hoeverre is bekend voor welke banken c.q. casussen deze verplichtingen
zijn opgenomen? En hoe staan deze verplichtingen ten opzichte van de risico’s?
Wanneer wordt een verplichting als «onwaarschijnlijk» aangemerkt? Hoe moet de GAR
dit onderbouwen? Voorts vragen de leden van de VVD-fractie waarom enkele nationale
afwikkelingsautoriteiten niet in staat zijn om te beoordelen of er sprake is van gerelateerde
verplichtingen. Wat zijn de mogelijke risico’s die daaraan verbonden zijn?
De leden van de VVD-fractie willen graag weten hoe en door wie opvolging wordt gegeven
aan de aanbevelingen van de Europese Rekenkamer. En wat gaat de Minister eraan doen
om ervoor te zorgen dat de aanbevelingen worden opgevolgd? Wat zouden de gevolgen
kunnen zijn als de aanbevelingen niet worden opgevolgd?
Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de PVV
De leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van het Jaarverslag ERK over gerelateerde
verplichtingen van de Gemeenschappelijke Afwikkelingsraad (GAR) 2018.
Naar aanleiding van het genoemde punt brengen de leden van de PVV-fractie het volgende
naar voren.
Allereerst merken de leden van de PVV-fractie op dat gesteld wordt dat de GAR naar
aanleiding van de afwikkeling van de Banco Popular Español S.A. een «procedure om
te worden gehoord» voert. In het rapport wordt gesteld dat de GAR niet kan nagaan
of er sprake is van gerelateerde verplichtingen, omdat het proces nog niet is afgerond.
De leden van de PVV-fractie willen weten of het proces inmiddels is afgerond en wat
de uitkomsten hiervan zijn.
Voorts merken de leden van de PVV-fractie op dat de Commissie andere waarschijnlijkheden
hanteert dan de GAR en de Raad. De leden van de PVV-fractie willen weten waarom de
Commissie waarschijnlijkheden anders definieert.
Verder willen de leden van de PVV-fractie weten met hoeveel het gemeenschappelijk
afwikkelingsfonds (GAF) per januari 2020 is gevuld. Kan de Minister hier een update
van geven?
Voorts merken de leden van de PVV-fractie op dat er voor de beoordeling door de GAR
van gerelateerde verplichtingen voor zaken in verband met de Banco Popular Español
S.A. geen redenen of argumenten zijn aangevoerd. De leden van de PVV-fractie vragen
of deze redenen of argumenten alsnog kunnen worden uitgelicht.
Ten slotte willen de leden van de PVV-fractie weten waarom de Europese Rekenkamer
geen aanbevelingen heeft gedaan voor de Commissie, gelet op het gegeven dat er ook
gerechtelijke procedures voor EU-rechters met betrekking tot de zaak in verband met
de Banco Popular Español S.A. lopen. Daarnaast vragen de leden van de PVV-fractie
om een appreciatie van het kabinet van de aanbevelingen van de ERK.
Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van het CDA
De leden van de CDA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het jaarverslag
ERK over gerelateerde verplichtingen van de Gemeenschappelijke Afwikkelingsraad (GAR)
2018.
Deze leden constateren met tevredenheid dat het in 2018 gelukkig niet nodig is gebleken
om een bank af te wikkelen en dat de activiteiten van de GAR daarom relatief beperkt
zijn gebleven.
De leden van de CDA-fractie vragen waarom er niet, net zoals in Nederland gebruikelijk
is bij rapporten van de Algemene Rekenkamer, de gelegenheid is geboden voor de GAR
om reeds een beleidsreactie te geven. Dat voorkomt dat pas over een jaar bij het volgende
Jaarverslag duidelijk wordt of en hoe een aanbeveling is opgevolgd. Is de Minister
het met de leden van deze fractie eens dat dit een nuttige toevoeging zou zijn, en
zo ja, hoe gaat hij dit overbrengen aan de ERK?
Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de SP
De leden van de SP-fractie hebben kennisgenomen van het jaarverslag van de Europese
Rekenkamer over de verplichtingen van de Gemeenschappelijke Afwikkelingsraad.
De leden van de SP-fractie vragen de Minister wat hij vindt van de aanbevelingen ten
aanzien van de GAR. Allereerst gaat het deze leden om de constatering dat er meer
overtuigende redenen en ondersteunende argumenten bij de beoordeling van een waarschijnlijkheid
van een uitstroom van economische middelen nodig zijn. Ten tweede gaat het hen om
de verplichting dat, wanneer nationale afwikkelingsautoriteiten niet zelf in staat
zijn de waarschijnlijkheid van verplichtingen te beoordelen, de GAR hierbij zal moeten
assisteren.
De leden van de SP-fractie vragen de Minister wat hij ervan vindt dat deze aanbevelingen
nodig lijken te zijn volgens de ERK. Dit omdat de GAR in een aantal gevallen, ten
aanzien van BPE-zaken, de uitstroom zonder argumentatie wél als onwaarschijnlijk zag.
Ziet de Minister hier ook risico’s in ook ten aanzien van Nederland, zo vragen de
leden van de SP-fractie.
II Reactie van de Minister
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
A. (Anne) Mulder, voorzitter van de vaste commissie voor Financiën -
Mede ondertekenaar
M. Schukkink, adjunct-griffier