Brief regering : Voortgangsrapportage 2024-2025 Nationaal Actieplan Vrouwen, Vrede en Veiligheid
26 150 Algemene Vergadering der Verenigde Naties
36 180
Doen waar Nederland goed in is – Strategie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking
Nr. 247
BRIEF VAN DE MINISTERS VAN BUITENLANDSE ZAKEN EN VAN BUITENLANDSE HANDEL EN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 24 augustus 2026
Hierbij informeren wij uw Kamer, mede namens de Ministers van Defensie, Justitie en
Veiligheid en Asiel en Migratie over de voortgang van het vierde Nationaal Actieplan
13251 Vrouwen, Vrede en Veiligheid (hierna: NAP1325-IV) over de jaren 2024 en 2025.
Het NAP1325-IV (2021–2027) geeft uitvoering aan de Vrouwen, Vrede en Veiligheid-agenda
(ofwel Women, Peace and Security/WPS-agenda) op basis van Resolutie 1325 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties
(VNVR), die betrekking heeft op de positie, rechten en rol van vrouwen in relatie
tot vrede en veiligheid. In de bijlage bij deze brief treft u per ministerie een nadere
toelichting op de implementatie van het NAP1325-IV in de afgelopen twee jaren.
Hieronder wordt uiteengezet hoe dit kabinet de komende periode invulling geeft aan
de WPS-agenda, conform de beleidsambities uit het coalitieakkoord.2 Zoals daarin is vastgelegd, zet dit kabinet zich actief in voor vrouwenrechten en
intensiveert het de inzet op dit terrein. In een tijd van toenemende conflicten betekent
dit ook extra aandacht voor de rol van vrouwen in vrede, veiligheid en stabiliteit.
Het NAP1325-IV is daarbij leidend. De positie van vrouwen vormt een belangrijke graadmeter
voor de stabiliteit en welvaart van een samenleving: landen met meer gendergelijkheid
kennen doorgaans minder conflicten en stabielere samenlevingen. Daarom richt de Nederlandse
inzet op de WPS-agenda zich op het versterken van de rol van vrouwen in het bevorderen
van vrede en veiligheid. Ook op nationaal niveau wordt, via het NAP1325-IV, gewerkt
aan de verwezenlijking van de WPS-agenda. Kenmerkend voor de Nederlandse inzet is
de structurele samenwerking met het maatschappelijk middenveld in de uitvoering en
verdere ontwikkeling van de agenda.
Internationale inzet
Naast bilaterale samenwerking is de multilaterale inzet gericht op de Europese Unie
en de Verenigde Naties. Binnen de EU zet het kabinet zich in voor een sterk EU WPS
actieplan (2028–2034), met speciale aandacht voor conflict-gerelateerd seksueel geweld.
Als lid van de UN Peacebuilding Commission (2025–2026) pleit Nederland voor een mensgerichte en lokaal-geleide benadering op
vredesopbouw. Daarbij staan de behoeften, perspectieven en oplossingsrichtingen van
mensen die direct door conflict worden geraakt centraal. Deze inzet is gebaseerd op
de overtuiging dat duurzame vrede alleen kan worden bereikt wanneer lokale gemeenschappen
eigenaarschap hebben over vredesprocessen. Nederland heeft daarbij speciale aandacht
voor de rol van vrouwen. Via de Nederlandse bijdrage aan het VN Peacebuilding Fund wordt actief geïnvesteerd in initiatieven die de rol van vrouwen in conflictpreventie
ondersteunen. Tegelijkertijd intensiveert Nederland zijn inzet op conflictbemiddeling,
mede in het licht van de groeiende complexiteit en duur van hedendaagse conflicten.
Deze inzet is in lijn met de Kamerbrief over conflictbemiddeling van 17 juli 2025.3 Dit voorjaar richt het Ministerie van Buitenlandse Zaken een Mediation Support Unit op om dat werk te ondersteunen. De unit hanteert een gendersensitieve lens – in lijn
met de doelstellingen van het NAP1325-IV – en zet actief in op de deelname en representatie
van vrouwen in conflictbemiddeling en vredesprocessen.
Het kabinet zet zich actief in om straffeloosheid voor ernstige en grootschalige mensenrechtenschendingen
en internationale misdrijven tegen te gaan (accountability).4 Nederland intensiveert de internationale inzet ter bestrijding van conflict-gerelateerd
seksueel geweld.5 In dit kader ondersteunt Nederland onder meer de organisatie van de regionale conferentie
voor openbaar aanklagers die wordt gehouden in Nairobi in oktober 2026.6 En Nederland zal lid worden van de internationale alliantie om seksueel geweld in
conflict te voorkomen (PSVI). In humanitaire situaties en crisisrespons blijft Nederland
zich inzetten als voortrekker voor de integratie van geestelijke gezondheidszorg en
psychosociale steun (MHPSS).
In 2026 start een nieuw, vijfjarig WPS-financieringsinstrument7 (40 miljoen euro) onder het subsidiebeleidskader Femfocus. Dit instrument is gericht op de ondersteuning van vrouwen- en vrouwenrechtenorganisaties
in (post)conflictlanden, teneinde hun rol in vredes- en veiligheidsprocessen te versterken
en hun bijdrage aan de preventie en bestrijding van conflict-gerelateerd seksueel
geweld te vergroten. Ook steunt Nederland, via het Ukrainian Women’s Fund, lokale initiatieven die vrouwen, jongeren en kwetsbare groepen actief betrekken
bij het herstel en de wederopbouw van Oekraïne.
Het Ministerie van Justitie en Veiligheid zet de aanpak van internationale misdrijven,
waaronder oorlogsmisdrijven en misdrijven tegen de menselijkheid, onverminderd voort
om straffeloosheid te bestrijden.8 Bij dergelijke misdrijven tijdens conflicten worden burgers, waaronder vrouwen en
kinderen, vaak het slachtoffer. Er is in de aanpak hiervan in toenemende mate aandacht
voor conflict en gender-gerelateerd seksueel geweld. De inzet van politie en openbaar
ministerie heeft er de afgelopen jaren toe geleid dat er verdachten zijn gedagvaard
voor slavernij als misdrijf tegen de menselijkheid en seksueel geweld als misdrijf
tegen de menselijkheid. Het is de eerste keer dat hiervoor in Nederland vervolging
plaatsvindt.9
Er is blijvende aandacht voor gendermainstreaming in de buitenlandse missies en operaties
waar Nederlandse politiefunctionarissen actief zijn. Het Ministerie van Justitie en
Veiligheid en de politie blijven streven naar minimaal 40% Nederlandse politievrouwen
op uitzending. Het streven om zoveel mogelijk uitgezonden politiefunctionarissen gender focal point te maken is onveranderd. Daarnaast zullen er projecten ontplooid blijven worden gericht
op het verbeteren van de positie van (politie)vrouwen in de uitzendgebieden.
Voor het Ministerie van Defensie is de integratie van het genderperspectief een randvoorwaarde
voor effectief militair optreden. In moderne conflicten is inzicht in het zogeheten
menselijk domein – waaronder gendergerelateerde patronen en dynamieken – essentieel
voor effectieve militaire besluitvorming. Door deze factoren te integreren in analyse,
planning en uitvoering van missies en operaties wordt het situationeel bewustzijn
vergroot en de operationele effectiviteit versterkt. Waar relevant wordt hierbij gebruik
gemaakt van inzichten uit het maatschappelijk middenveld en het netwerk van NAP-partners.
Om beter aan te sluiten bij het huidige dreigingsbeeld en de hernieuwde focus op afschrikking
en verdediging wordt het Defensie Actieplan 1325 momenteel herschreven. Daarnaast
blijft Defensie zich inzetten voor het vergroten van de deelname van vrouwen binnen
de organisatie, met als doel om uiterlijk in 2030 een aandeel van 30% vrouwen te bereiken.
Dit draagt bij aan de inzetbaarheid en het aanpassingsvermogen van de krijgsmacht.
Nationale inzet
Op het gebied van asiel- en migratiebeleid wordt aandacht besteed aan het vergroten
van de veiligheid en het verbeteren van de psychosociale ondersteuning van vrouwen
en meisjes op COA-locaties, met name voor hen die gender- en/of conflict-gerelateerd
geweld hebben meegemaakt. De nationale politie en de koninklijke marechaussee hebben
een Directeur Versterking aanpak geweld tegen vrouwen aangesteld die zich actief voor
gendermainstreaming binnen deze organisaties zal inzetten.
Tenslotte
In een wereld die wordt geteisterd door conflict en instabiliteit – ook in Europa
– blijft de WPS-agenda onverminderd relevant. Structurele deelname van vrouwen aan
vrede en veiligheid en het bestrijden van geweld dragen aantoonbaar bij aan sterkere,
weerbaardere samenlevingen. De inzet voor meer deelname van vrouwen aan vrede- en
veiligheidsprocessen en voor de bestrijding van seksueel en gendergerelateerd geweld
in (post-)conflictgebieden zijn blijvend gericht bij te dragen aan mondiale veiligheid
en stabiliteit.
De Minister van Buitenlandse Zaken,
T.B.W. Berendsen
De Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking,
S.W. Sjoerdsma
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken -
Mede ondertekenaar
S.W. Sjoerdsma, minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.