Brief regering : Verslag van de Raad Buitenlandse Zaken van 13 juli 2026
21 501-02 Raad Algemene Zaken en Raad Buitenlandse Zaken
Nr. 3461
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 22 juli 2026
Hierbij bied ik u, mede namens de Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking,
het verslag aan van de Raad Buitenlandse Zaken van 13 juli 2026.
De Minister van Buitenlandse Zaken,
T.B.W. Berendsen
VERSLAG RAAD BUITENLANDSE ZAKEN VAN 13 JULI 2026
Op maandag 13 juli 2026 heeft de Minister van Buitenlandse Zaken deelgenomen aan de
Raad Buitenlandse Zaken (RBZ) in Brussel. Op de agenda stonden de volgende onderwerpen:
de Russische agressie tegen Oekraïne, de situatie in het Midden-Oosten en de Zwarte
Zee. Onder lopende zaken werd besproken: de EU-VN relatie, Bosnië en Herzegovina,
en de lancering van de civiele GVDB-missie in Armenië. Tevens vond en marge van de
RBZ het EU-Gulf Cooperation Council (GCC) High Level Forum plaats. Verder wordt middels dit verslag teruggekomen op een toezegging. Tot slot
is een verslag opgenomen over het bezoek van de Minister van Buitenlandse Handel en
Ontwikkelingssamenwerking aan China van 7 tot en met 9 juli jl.
Russische agressie tegen Oekraïne
De Raad stond stil bij de voortdurende Russische agressieoorlog tegen Oekraïne, de
noodzaak van voortgezette steun aan Oekraïne en manieren om de druk op Rusland verder
op te voeren waarbij Hoge Vertegenwoordiger (HV) Kallas het versterken van de Oekraïense
energiesector en het aanpakken van de Russische schaduwvloot als prioritaire onderwerpen
benoemde. De Oekraïense Minister van Buitenlandse Zaken Sybiha sloot aan bij het eerste
deel van het overleg. Door vrijwel alle lidstaten werd het belang van de voortdurende
steun aan Oekraïne benadrukt, in het bijzonder op het gebied van luchtverdediging
en steun aan de energiesector in aanloop naar de aankomende winter. Enkele lidstaten,
waaronder Nederland, pleitten daarbij om bilaterale steun naast EU-steun te handhaven
en riepen op tot verbeterde verdeling van de lasten. De Oekraïense Minister van Buitenlandse
Zaken sprak over de noodzaak tot het onderzoeken van mogelijkheden voor het gebruik
van geïmmobiliseerde Russische Centrale Banktegoeden. Het merendeel van de lidstaten
gaf aan uit te zien naar het openen van cluster zes (externe betrekkingen) als onderdeel
van het toetredingsproces van Oekraïne en marge van de Raad Algemene Zaken (RAZ) van
14 juli1, waarbij enkele lidstaten het belang van een op merites gebaseerde aanpak onderstreepten.
Bijna alle lidstaten, waaronder Nederland, benadrukten de noodzaak om een akkoord
te bereiken op het 21e sanctiepakket en dat er nu doorgepakt moet worden op het opvoeren van de druk op
Rusland. Meerdere lidstaten, waaronder Nederland, noemden het betreurenswaardig dat
Russische deelname aan sportevenementen weer wordt genormaliseerd. HV Kallas zegde
toe met voorstellen voor handelingsopties te komen. Een lidstaat gaf aan deelname
aan het agressie tribunaal te overwegen. Tot slot kondigde Estland aan de volgende
Oekraïne wederopbouwconferentie in 2027 te organiseren. Er werd tevens een sanctiepakket
aangenomen met een cyberattributie aan Rusland. De HV bracht in de ochtend een statement2 uit namens EU27. Deze werd ook gesteund door Australië, Nieuw-Zeeland, Oekraïne,
Noorwegen en Canada.
Situatie in het Midden-Oosten
De Raad sprak over de situatie in Iran en de bredere regio, waaronder het belang van
het waarborgen van de vrije doorvaart door de Straat van Hormuz, in overeenstemming
met het internationaal zeerecht. Daarbij werd opnieuw benadrukt dat de vrijheid van
navigatie in de Straat van Hormuz van essentieel belang is voor zowel de regionale
als de mondiale economie. Voorts bevestigden Ministers het belang van het actief onderhouden
van contacten, en nauwe coördinatie met de partnerlanden in de Golfregio. In dat kader
kwam ook het EU-GCC High Level Forum bijeen tijdens de RBZ.
De Raad sprak daarnaast over de situatie in Israël en de Palestijnse Gebieden. Mede
op initiatief van Nederland, in lijn met de motie Piri3 en de motie Van Baarle4, zette de Raad de discussie over handel met illegale Israëlische nederzettingen voort.
De discussie vond plaats op basis van de door de Commissie gepresenteerde opties voor
mogelijke EU-handelsmaatregelen en een beoordeling van de reikwijdte van kwesties
die verband houden met de oorsprongsregels van producten uit de illegale nederzettingen.
Nederland onderstreepte in het kader van de verplichtingen onder het internationaal
recht te werken aan nationale maatregelen. In het kader van het internationaal recht
acht Nederland het van belang dat de EU tot een vergelijkbare handelsmaatregel overgaat,
ook omdat deze effectiever zijn. Hoewel deze oproep van Nederland steun kreeg van
meerdere lidstaten, bestaat voor geen van de besproken opties op dit moment voldoende
draagvlak. De discussie hierover zal worden voortgezet op het niveau van Permanente
Vertegenwoordigers bij de EU. De Raad sprak ook over de situatie in Gaza en de implementatie
van het vredesplan, waarbij zowel de HV als lidstaten onderstreepten dat er te weinig
voortgang wordt geboekt. Lidstaten, waaronder Nederland, vroegen daarbij aandacht
voor de catastrofale humanitaire situatie in de Gazastrook, hetgeen mede wordt verergerd
door voortdurende restricties voor hulporganisaties. Nederland onderstreepte zorgen
over de Israëlische NGO-wetgeving, de noodzaak om alle grensovergangen te openen,
evenals de medische corridor tussen Gaza en de Westelijke Jordaanoever. Nederland
onderstreepte ook het belang van aanvullende maatregelen tegen Hamas.
Palestine Donor Group
En marge van de RBZ vond ook een bijeenkomst van de door de EU geïnitieerde Palestine Donor Group (PDG) plaats. De bijeenkomst stond in het teken van de hervormingsagenda van de Palestijnse
Autoriteit (PA) en de uitvoering van VN Veiligheidsraadresolutie 2803. Ruim zestig
internationale en regionale donoren namen deel aan de bijeenkomst, waaronder EU-lidstaten,
de Verenigde Staten, Arabische partners, vertegenwoordigers van de Board of Peace, en financiële instellingen, om de implementatie van VNVR-resolutie 2803 en de hervormingsagenda
van de PA te ondersteunen. De Commissie lanceerde in het kader van vroegtijdig herstel
en de wederopbouw van Gaza het Team Gaza Initiative. Met dit initiatief brengt de Commissie bestaande en toekomstige financiële steun vanuit
de EU, en EU-lidstaten, bijeen met de intentie coördinatie te verbeteren, onder andere
ter ondersteuning van de uitwerking en implementatie van de VNVR-resolutie 2803. Nederland
heeft zich hierbij aangesloten.
Nederland verwelkomde de gemaakte voortgang in de Palestijnse hervormingsagenda en
moedigde de PA aan hiermee door te gaan, specifiek op het gebied van gevangenenbetalingen
en schoolboeken. Nederland onderstreepte dat een sterke en hervormde PA een noodzakelijke
vereiste is voor een toekomstige Palestijnse staat. De financiële situatie van de
PA bevindt zich op een historisch dieptepunt, onder meer door ingehouden belastinginkomsten
en de banking waiver die niet duurzaam wordt verlengd. In dit kader kondigde Nederland aan EUR 5 mln.
bij te gaan dragen aan het Europese PEGASE mechanisme.
Soedan
De Raad besloot unaniem om het EU-sanctieregime Soedan te versterken door de goudhandel
aan te pakken. Nieuwe sectorale maatregelen zien op de oorlogseconomie. Het besluit
bevat een verbod op de aankoop, invoer of overdracht van goud afkomstig uit Soedan,
tevens als dat op indirecte wijze via derde landen gebeurt. Het verbiedt ook de verkoop,
levering, overdracht of uitvoer van kwik en cyanide naar Soedan. Deze chemicaliën
worden veelvuldig gebruikt bij de goudwinning en -exploitatie. Met deze stap is tegemoetgekomen
aan de Motie Ceder5 over het verstevigen van de controle op mineralen en metalen zoals goud afkomstig
uit Soedan. Tevens gaf de Commissie onder AOB, mede op verzoek van Nederland, een
update over de zorgelijke situatie in El Obeid. Een groep lidstaten, waaronder Nederland,
sprak zorgen uit en benadrukte het belang van het waarborgen van respect voor internationaal
humanitair recht en een actievere EU opstelling om bij te dragen aan de beëindiging
van het conflict.
Zwarte Zee
De HV informeerde de Raad over de implementatie van de Zwarte Zee-strategie en zegde
steun toe aan Roemenië en Bulgarije bij de oprichting van de Maritime Security Hub om de veiligheid en weerbaarheid van de EU in de Zwarte Zee te bevorderen. Commissaris
Kos wees op de economische belangen van de EU in de Zwarte Zee, zoals voor de energietoevoer
en handelsroute naar Centraal-Azië. Mede namens België en Luxemburg onderstreepte
Nederland het belang van veiligheid in de Zwarte Zee, bijvoorbeeld door de Russische
schaduwvloot aan te pakken, een hierbij nauw met Oekraïne en Turkije samen te werken.
Ook wees Nederland op versterking van de rechtsstaat en goed bestuur in landen rond
de Zwarte Zee met het oog op Europese investeringen in energiesamenwerking en handel.
Lopende zaken: EU-VN relaties en Bosnië en Herzegovina.
De Raad sprak over de aankomende Algemene Vergadering van de Verenigde Naties (AVVN),
waarvan de inleidende ministeriële week (de «High-level Week») plaatsvindt van 21
tot 27 september jl. De HV riep hierbij op om de EU-invloed in multilaterale fora
maximaal aan te wenden en bruggen te slaan richting partners. Daarnaast werden Raadsconclusies
aangenomen met de EU-prioriteiten voor de 81e AVVN (september 2026 – september 2027).6 Tevens werden Ministers geïnformeerd over de stand van zaken rondom de benoeming
van de Hoge Vertegenwoordiger voor Bosnië en Herzegovina.
Lancering civiele GVDB-missie Armenië
De Raad besloot de nieuwe civiele Gemeenschappelijk Veiligheids- en Defensiebeleid
(GVDB)-missie in Armenië te lanceren. Daarmee is de op 21 april jl. opgerichte European Union Partnership Mission Armenia officieel van start gegaan. De missie draagt bij aan de Armeense weerbaarheid op
het gebied van hybride- en cyberdreiging. Zoals gecommuniceerd in het RBZ verslag
van 11 mei jl., zal Nederland met een nationaal kader van circa vijf civiele functionarissen
bijdragen.7
EU-GCC High Level Forum
Tijdens het jaarlijkse EU-GCC High Level Forum stond de sterk verslechterde veiligheidssituatie
in de Golfregio centraal. Zowel de EU als de GCC veroordeelden de Iraanse aanvallen
op GCC-landen en benadrukten hun steun voor het recente VS-Iran Memorandum of Understanding. Vrijheid van navigatie, in het bijzonder in de Straat van Hormuz, werd aangemerkt
als een gedeeld strategisch belang, waarbij iedere belemmering van de vrije doorvaart
onacceptabel werd genoemd. Daarnaast bestond brede overeenstemming dat de huidige
geopolitieke ontwikkelingen vragen om een intensivering en modernisering van de EU-GCC
samenwerking, met concrete resultaten richting de EU-GCC Top in oktober dit jaar.
De EU onderstreepte haar bereidheid hieraan bij te dragen, onder meer via een toekomstige
veiligheidsdialoog met de GCC, versterkte maritieme samenwerking, de opening van een
EU-delegatie in Oman, en verdere uitwerking van strategische partnerschappen met de
Golfregio.
Toezegging aan het lid Van der Werf over modaliteiten van de heropening van een diplomatieke
vertegenwoordiging in Syrië
Tijdens het Commissiedebat Raad Buitenlandse van 10 juni jl. heeft de Minister van
Buitenlandse Zaken toegezegd terug te komen op de modaliteiten van de heropening van
een diplomatieke vertegenwoordiging in Syrië.8
Een versterkte diplomatieke aanwezigheid in Damascus stelt Nederland beter in staat
de Nederlandse belangen in Syrië te behartigen door ontwikkelingen ter plaatse nauwgezet
te volgen en contacten met de Syrische autoriteiten en andere relevante gesprekspartners
te onderhouden. Dit is onder meer van belang voor de inzet op terugkeer, evenals voor
de inzet op wederopbouw, stabilisatie, mensenrechten en de bredere bilaterale relatie.
Het bezoek van de Ministers van Buitenlandse Zaken en Asiel en Migratie aan Syrië
eind juni markeert een volgende stap in het herstellen van de diplomatieke betrekkingen
met Syrië.
Tegen deze achtergrond kiest het kabinet voor een gefaseerde intensivering van de
diplomatieke aanwezigheid in Damascus. Het afgelopen jaar heeft het kabinet de Nederlandse
diplomatieke aanwezigheid in Damascus kunnen uitbreiden van incidentele ad hoc bezoeken
naar periodieke meerdaagse bezoeken van de Speciaal Gezant Syrië en zijn team. De
komende periode werkt het kabinet aan het verder verhogen van de frequentie en duur,
waarbij tevens verschillende opties voor een meer structurele aanwezigheid in toekomst
– waaronder colocatie met een partnerland, huur of aankoop van een eigen gebouw –
zullen worden onderzocht. In dat licht is de meest recente stap het benoemen van de
Syriëgezant als tijdelijk zaakgelastigde met een team opererend vanuit Beiroet. Deze
gefaseerde aanpak biedt de benodigde flexibiliteit om de diplomatieke presentie in
Damascus verder uit te bouwen, rekening houdend met de veiligheidssituatie, veiligheid
van het personeel, operationele randvoorwaarden en beschikbare financiële middelen.
Verslag van het bezoek aan China
Van 7 tot en met 9 juli jl. bracht de Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking
samen met vertegenwoordigers van VNO-NCW en zeventien Nederlandse bedrijven een bezoek
aan China in het kader van de Joint Economic Committee (JEC). Met de JEC-bijeenkomst werd na zes jaar weer invulling gegeven aan de bilaterale
economische consultaties. Naast de wens van beide landen om bilaterale handel en investeringen
te intensiveren, werd ook de noodzaak van een gebalanceerde handelsrelatie tussen
beide landen benadrukt. In dit kader werd tevens aandacht gevraagd voor het belang
van dialoog tussen de EU en China om handelsspanningen en oneerlijke handelspraktijken
te adresseren, wederkerige markttoegang te bevorderen en nieuwe handelsbelemmeringen
te voorkomen. Hiermee is ook invulling gegeven aan de motie Hoogeveen.9
Voorafgaand aan de JEC vond een bilateraal gesprek plaats met de Chinese Minister
van Handel, Wang Wentao. In dit gesprek kwamen onder andere de Nederlandse zorgen
over Chinese steun aan Rusland en sanctie-omzeiling aan bod. Ook werden zorgen over
de conformiteit van het Chinese exportcontrolebeleid t.a.v. kritieke grondstoffen
met internationale standaarden overgebracht. Van Chinese zijde werd de Nederlandse
exportcontroles betreffende halfgeleiderproductieapparatuur opgebracht en zorgen geuit
over de toegang tot deze technologie. Beide landen kwamen overeen dat het in beider
belang is om in gesprek te blijven over de implicaties van zowel Chinese als Nederlandse
exportcontroles. Verder kwam de EU Anti-dwangarbeidverordening en het belang van transparante
waardeketens ter sprake. In het kader van Internationaal Maatschappelijk Verantwoord
Ondernemen (IMVO) voor het bedrijfsleven zijn ook de zorgen op het gebied Oeigoerse
dwangarbeid overgebracht conform motie Van Baarle.10 Ten aanzien van Nexperia is het belang benadrukt dat het bedrijf zélf een goede lange
termijn oplossing vindt, waarbij beide overheden een faciliterende rol kunnen spelen.
Na het bilaterale gesprek en de JEC werd door beide Ministers een Memorandum of Understanding (MoU) ondertekend voor de oprichting van een bilaterale business council. Deze vormt
een flexibel platform om de samenwerking tussen het bedrijfsleven in beide landen
te stimuleren. Aansluitend vond met deelname van de bedrijvendelegatie uit de logistieke,
landbouw en hightech sector de Inaugural Meeting of the China-Netherlands CEO Council plaats. Het Nederlandse bedrijfsleven vroeg aandacht voor het belang van een gelijk
speelveld en de zorgen over de Chinese beperkingen ten aanzien van markttoegang. Na
afloop spraken beide zijden af de JEC en voorbereidende werkgroepen frequenter te
laten plaatsvinden.
Op de tweede dag werden de Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking
en de meereizende Nederlandse CEO’s ontvangen door de viceburgemeester van Shanghai
Lu Shan en in de avond vond een trade dinner plaats in aanwezigheid van de bedrijvendelegatie en relaties van het diplomatieke
netwerk in China. De laatste dag stond in het teken van bedrijfsbezoeken aan een innovatieve
Chinese startup Stairmed (medtech), het Nederlandse bedrijf Paques (waterzuivering)
en verdiepende gesprekken met experts.
Indieners
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.