Brief regering : Reactie op toezegging gedaan tijdens het Commissiedebat over verkeersveiligheid van 21 mei 2026 inzake stikstofemissie wegverkeer
31 305 Mobiliteitsbeleid
35 334
Problematiek rondom stikstof en PFAS
Nr. 562
BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 30 juni 2026
Met deze brief wordt uitvoering gegeven aan een toezegging die is gedaan aan de Kamer
tijdens het commissiedebat Verkeersveiligheid van 21 mei 2026. Het gaat om de toezegging
aan het lid Prickaertz om de cijfers over de (afname van de) uitstoot van stikstof
door wegverkeer aan de Kamer te doen toekomen.
Stikstofemissie door wegverkeer
Wegverkeer draagt bij aan de emissie (uitstoot) van stikstof en daarmee aan de neerslag
van stikstof (stikstofdepositie) in natuurgebieden. Deze stikstofemissie omvat met
name stikstofoxiden (NOX), maar wegverkeer zorgt ook voor emissie van ammoniak (NH3). De bijdrage van wegverkeer aan de stikstofdepositie in Natura-2000-gebieden was
in 2023 gemiddeld 5,7%.
Figuur 1. Bijdrage aan gemiddelde totale stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden
in 20231
1 RIVM. Monitor Stikstofdepositie 2025. RIVM-MIL_Depositieverdeling-gemiddeld_M2025_20251007.xlsx
De totale uitstoot van stikstof door wegverkeer is de achterliggende decennia, ondanks
de groei in het goederen- en personenvervoer, sterk gedaald en zal richting de toekomst
verder afnemen. Onderstaande figuur toont de verwachte ontwikkeling van de totale
stikstofemissie door wegverkeer.
Figuur 2. Stikstofemissie wegverkeer (kiloton/jaar)1
1 PBL. 2025. https://www.pbl.nl/publicaties/lichte-actualisatie-van-de-emissieraming…. Tabellenbijlage: tabel 10b.
De afname van de stikstofemissie door wegverkeer leidt ook tot een afname van de bijdrage
van wegverkeer aan de stikstofdepositie. Onderstaande figuur toont de (verwachte)
ontwikkeling van de stikstofdepositie op Nederlandse natuurgebieden door het wegverkeer
in Nederland.
Figuur 3. Stikstofdepositie door wegverkeer op stikstofgevoelige natuur in Natura
2000-gebieden (mol/ha/jaar)1
1 RIVM. Monitor Stikstofdepositie 2025. RIVM-MIL_Depositieverdeling-gemiddeld_M2025_20251007.xlsx
De daling van de NOX-emissie in het wegverkeer kan voor een groot deel worden toegeschreven aan bronmaatregelen
op Europees niveau: de Europese emissienormen voor nieuwe wegvoertuigen die in de
afgelopen decennia stapsgewijs zijn aangescherpt. Ook nationale en lokale maatregelen
om de instroom van schone voertuigen en de uitstroom van vervuilende voertuigen uit
het wagenpark te stimuleren, dragen bij aan deze daling1. Een voorbeeld hiervan is de vrachtwagenheffing en het gebruik van de opbrengst hiervan
voor verduurzaming van de vervoerssector.
De elektrificatie van het wegverkeer draagt ook bij aan de verdere daling van de NOX-emissie, met name na 2030.
De geleidelijke vervanging van oudere voertuigen door nieuwe en schonere auto’s zorgt
voor een verschoning van het wagenpark en een afname van de totale stikstofemissies
door wegverkeer. De daling van de NOX-emissie door wegverkeer is groter dan de daling van de NH3-emissie. De emissie van NH3 hangt onder meer samen met de toepassing van de SCR-katalysator bij vrachtauto’s
en diesel personen- en bestelauto’s. Deze katalysator zorgt ervoor dat de NOX -emissie sterk afneemt, maar ook dat de NH3-emissie iets toeneemt. Per saldo zorgen deze katalysatoren voor een afname van de
stikstofemissie door wegverkeer. De instroom van elektrische voertuigen zorgt vanzelfsprekend
voor een afname van zowel de NOX-emissie als de NH3-emissie.
Onderstaande figuur toont de ontwikkeling van de gemiddelde NOX-emissie per gereden kilometer door personenauto’s op Nederlandse wegen in de periode
tot en met 2024. Hieruit volgt dat de NOx-emissie per gereden kilometer in de afgelopen 20 jaar met meer dan 60% is afgenomen.
Figuur 4. Gemiddelde NOX-emissie door personenauto’s op Nederlandse wegen (gram/voertuigkilometer)1
1 https://opendata.cbs.nl/#/CBS/nl/dataset/85347NED/table?dl=D588C
De verdere verschoning van personenauto’s in 2025 blijkt uit de toename van het aandeel
elektrische en hybride voertuigen in de nieuwverkopen: in 2025 was – zoals het lid
Prickaertz ook aangaf – ongeveer 85% van de nieuw verkochte voertuigen volledig elektrisch
of hybride.2 Hierdoor waren er begin 2026 ruim 2 miljoen auto’s volledig elektrisch of hybride.
Dat is bijna een kwart meer dan een jaar eerder. Daardoor rijdt momenteel ruim 1 op
de 5 personenauto’s geheel of gedeeltelijk elektrisch.3
De stikstofuitstoot van personenauto’s, bestelauto’s en motoren verschilt per locatie
en is onder meer afhankelijk van het snelheidsregime. Onderstaande figuur toont de
gemiddelde NOX-emissie per gereden kilometer op snelwegen, bij verschillende geldende maximumsnelheden.
Figuur 5. Gemiddelde NOX-emissie door personenauto’s, bestelauto’s en motoren op snelwegen (gram/voertuigkilometer)1
1 TNO. Emissiefactoren 2026.https://publications.tno.nl/publication/34645855/QaoTaHsi/TNO-2026-emis…. Dit is de NOX-emissie van wegverkeer op een weg met die maximumsnelheid, rekening houdend met de
werkelijk gereden snelheid en dynamiek. Dit is dus niet de emissie die hoort bij een
rijsnelheid die overeenkomt met de aangegeven maximumsnelheid. Er is uitgegaan van
emissiefactoren op een snelweg zonder trajectcontrole.
Uit bovenstaande figuur volgt een duidelijk verschil in gemiddelde NOX-emissie op wegen waar een maximumsnelheid geldt van 120 km/uur of 130 km/uur en waar
een maximumsnelheid geldt van 100 km/uur. Door de verschoning van het wagenpark neemt
het absolute verschil in emissie af richting de toekomst, maar een verhoging van de
maximumsnelheid van bijvoorbeeld 100 km/uur naar 130 km/uur blijft voorlopig leiden
tot een toename van de NOX-emissie en daarmee veelal ook tot een toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden.
Naast stikstof zijn in voorkomende gevallen ook geluidsnormen en weginrichting belemmeringen
voor het verhogen van de maximumsnelheid. Een verkeersbesluit voor het verhogen van
de maximumsnelheid kan vanzelfsprekend alleen worden vastgesteld als dit niet leidt
tot onaanvaardbare effecten met betrekking tot verkeersveiligheid, klimaat of natuur
en met inachtneming van de normen voor luchtkwaliteit en de geluidsproductieplafonds.
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,
V.P.G. Karremans
Ondertekenaars
V.P.G. Karremans, minister van Infrastructuur en Waterstaat