Brief regering : Geannoteerde Agenda van de Raad Algemene Zaken van 14 juli 2026
21 501-02 Raad Algemene Zaken en Raad Buitenlandse Zaken
Nr. 3453
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 30 juni 2026
Hierbij bied ik u de geannoteerde agenda aan voor de Raad Algemene Zaken van 14 juli
2026.
De Minister van Buitenlandse Zaken,
T.B.W. Berendsen
GEANNOTEERDE AGENDA RAAD ALGEMENE ZAKEN VAN 14 juli 2026
De Raad Algemene Zaken (RAZ) vindt plaats op dinsdag 14 juli in Brussel. Op de agenda
staan het Meerjarig Financieel Kader (MFK), de prioriteiten van het Ierse voorzitterschap,
en de omnibus versimpeling regelgeving. Tevens informeert het kabinet middels deze
brief de Kamer over hoofdstukken in de Montenegrijnse en Albanese toetredingsprocessen
die onder voorbehoud gesloten worden.
MFK
Het Ierse voorzitterschap zal de Raad informeren over de voortgang van de werkzaamheden
met betrekking tot het MFK 2028–2034. Het kabinet zet tijdens de MFK-onderhandelingen
in op het beperken van de stijging van de EU-afdrachten en modernisering van het MFK,
conform de geformuleerde inzet in de meest recente MFK-brief.1 Het Ierse voorzitterschap heeft de ambitie uitgesproken om in de Europese Raad overeenstemming
te bereiken over het volgend MFK voor het einde van dit jaar. Voor het kabinet geldt
dat de inhoud belangrijker is dan de snelheid van de onderhandelingen.
Op 26 juni jl. is in Coreper een gedeeltelijke algemene oriëntatie (PGA) bereikt over
het prestatiekader, het kader voor het meten van de prestaties en uitgaven voor alle
pijlers uit het MFK. Het doel van een PGA is het voorlopige standpunt van de Raad
vaststellen met betrekking tot bepaalde onderdelen van de Commissiewetgevingsvoorstellen
en om het formele onderhandelingsproces tussen de Commissie, de Raad en het Europees
parlement te versnellen en te vergemakkelijken. Het kabinet verwelkomt het bereiken
van deze PGA. Een sterk prestatiekader is van belang om de doeltreffendheid, transparantie
en verantwoording van de besteding van EU-middelen te versterken en beter inzicht
te geven in de resultaten die met Europese middelen worden bereikt.
Eerder werd overeenstemming bereikt over PGA’s op de verordeningen voor het Fonds
voor Nationale en Regionale Partnerschapsplannen (NRPP), het Europees Concurrentievermogenfonds
(ECF) en Europa in de Wereld (Global Europe; GE). De voorgestelde PGA’s zien met name
op de technisch-inhoudelijke vormgeving van de programma’s. De onderhandelingen over
de financiële en budgettaire aspecten en de meest politieke punten vinden in de ER
plaats via de negotiating box.
Iers voorzitterschap
Tijdens de RAZ informeert het Ierse voorzitterschap de Raad over zijn prioriteiten
voor de komende voorzitterschapsperiode, waarna een gedachtewisseling plaatsvindt.
Ierland bekleedt van 1 juli tot en met 31 december 2026 voor de achtste keer het voorzitterschap
van de Raad van de EU. Het Ierse voorzitterschap richt zich daarbij op drie hoofdthema's:
concurrentievermogen, waarden en veiligheid en defensie. Deze prioriteiten worden
door het kabinet onderschreven.
Omnibus versimpeling regelgeving
Tijdens de RAZ zal besproken worden hoe het concurrentievermogen van Europa kan worden
verbeterd door regelgeving te vereenvoudigen en te stroomlijnen door middel van zogenoemde
Omnibuspakketten. Het kabinet verwelkomt de inzet van de Commissie om met Omnibusvoorstellen
en andere vereenvoudigingsinitiatieven onnodige regeldruk terug te dringen. Het aanpakken
van onnodige regeldruk is voor het kabinet een prioriteit. De Nederlandse inzet bij
de Omnibusvoorstellen is in brede zin om regelgeving te verduidelijken en te stroomlijnen,
terwijl de doelen van de wetgeving overeind blijven.
De Omnibusvoorstellen die sinds februari 2025 zijn gepresenteerd in het kader van
de vereenvoudigingsopgaven beperken zich niet per definitie tot technische wijzigingen.
Het kabinet heeft daartegen geen bezwaar mits eventuele inhoudelijke wijzigingen passen
binnen de doelstelling om regelgeving eenvoudiger, duidelijker en beter uitvoerbaar
te maken en de onderliggende beleidsdoelen overeind blijven.
Het kabinet acht het wenselijk dat impactvolle voorstellen met een effectbeoordeling
worden gepresenteerd. Zo heeft het kabinet via het non-paper over de vergaande wijzigingen
aan de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) dat op 8 april jl. met uw Kamer
gedeeld is bepleit dat wijzigingen die verder gaan dan de vereenvoudiging van regelgeving
vergezeld zouden moeten zijn van een effectbeoordeling.2 In dat kader heeft het kabinet ook contact gezocht met gelijkgestemde lidstaten.
De Commissie onderschrijft het belang van effectbeoordelingen en bevestigt het uitgangspunt
dat ook voorstellen die gericht zijn op vereenvoudiging van bestaande regelgeving
– zoals de Omnibusvoorstellen – voorzien zouden moeten zijn van een effectbeoordeling.
De Commissie geeft aan ervoor te willen zorgen dat deze voortaan in meer gevallen
worden uitgevoerd.
EU-toetredingsproces Albanië: onder voorbehoud sluiten van drie hoofdstukken
De Commissie heeft voorgesteld om in de toetredingsonderhandelingen met Albanië hoofdstuk
25 (wetenschap en onderzoek), hoofdstuk 26 (onderwijs en cultuur) en hoofdstuk 30
(externe betrekkingen) onder voorbehoud te sluiten. Afhankelijk van instemming van
EU-lidstaten zal en marge van de RAZ een intergouvernementele conferentie (IGC) worden
georganiseerd om deze stap te markeren.
De Commissie concludeert dat Albanië voldoet aan de benchmarks, die onder andere zien op sterke wetenschaps- en onderzoeksystemen, een institutioneel
en beleidsraamwerk voor de EU-doelstellingen op onderwijs en cultuur en het in lijn
brengen van het wettelijk raamwerk met EU-verordeningen op exportcontrole en FDI-screening.
Het kabinet deelt de analyse dat Albanië aan deze benchmarks voldaan heeft en is daarom
voornemens om in te stemmen met het onder voorbehoud sluiten van deze hoofdstukken.
Ten aanzien van de rechtsstaat verwacht het kabinet dat Albanië verder gaat met het
opbouwen van een track record en implementatie, in het bijzonder op het gebied van onafhankelijke rechtspraak,
bestrijding van corruptie en georganiseerde misdaad en fundamentele rechten. Het krachtenveld
in de Raad beweegt zich richting unanieme steun voor deze stap.
EU-toetredingsproces Montenegro: onder voorbehoud sluiten van drie hoofdstukken
De Commissie heeft voorgesteld om in de toetredingsonderhandelingen met Montenegro
hoofdstuk 8 (mededingingsbeleid), hoofdstuk 14 (vervoersbeleid) en hoofdstuk 29 (douane-unie)
onder voorbehoud te sluiten. Deze hoofdstukken omvatten onder andere het EU-acquis
over mededinging, fusies, staatssteun, wegtransport, spoorvervoer, passagiersrechten
en douanezaken. Afhankelijk van instemming van EU-lidstaten zal een IGC worden georganiseerd
om deze stap te markeren.
De Commissie concludeert dat Montenegro voldoet aan de benchmarks. Voor hoofdstuk 8 zien deze onder meer op adequate administratieve en gerechtelijke
capaciteit voor mededingingsrecht, fusies en toezicht op staatssteun, en het realiseren
van een track record op handhaving. Voor hoofdstuk 29 betreft het onder andere consistente en efficiënte
toepassing van regels door douaneautoriteiten. Voor hoofdstuk 14 zien de benchmarks onder andere op het overnemen van sociaal acquis voor wegtransport, EU-acquis voor
passagiersrechten en het realiseren van een onafhankelijk en effectieve instantie
voor toezicht op het spoor en spoorveiligheid.
Het kabinet weegt de bredere (rechtsstaats-)situatie in Montenegro zodanig dat het
een kritisch-constructieve grondhouding heeft ten aanzien van voorstellen van de Commissie
voor het onder voorbehoud sluiten van individuele hoofdstukken. Het kabinet kan deze
steunen, mits Montenegro blijvend investeert in versterking van de administratieve
en personele capaciteit, en aan de beleidsinhoudelijke closing benchmarks voor individuele hoofdstukken is voldaan.3 Het kabinet deelt de analyse dat Montenegro aan deze benchmarks voldaan heeft en is daarom voornemens om in te stemmen met het onder voorbehoud sluiten
van deze hoofdstukken. Het krachtenveld in de Raad beweegt zich richting unanieme
steun voor deze stap.
Ondertekenaars
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken