Brief regering : Voortgang IenW Uitvoeringsagenda Fiets
34 681 Fietsbeleid
31 305
Mobiliteitsbeleid
Nr. 3
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 24 juni 2026
Hierbij informeer ik uw Kamer over de voortgang van de acties vallend onder de IenW
Uitvoeringsagenda Fiets, die in april 2024 aan uw Kamer is aangeboden.1 De uitvoeringsagenda bevat zes actielijnen met meerdere acties die bijdragen aan
de realisatie van het Nationale Toekomstbeeld Fiets (NTF) en de IenW Fietsambitie
2022–2025.2 De uitvoeringsagenda geeft daarmee invulling aan de ambitie uit het coalitieakkoord
om het NTF uit te voeren. De verschillende acties worden uitgevoerd in nauwe samenwerking
met medeoverheden en maatschappelijke partners.
Het Ministerie van IenW is systeemverantwoordelijk en schept de randvoorwaarden om
actieve mobiliteit (fietsen en lopen) verder te stimuleren. Gemeenten, provincies
en vervoerregio’s zijn primair verantwoordelijk voor de inrichting en uitvoering in
de praktijk, waaronder de lokale infrastructuur en fiets- en loopverbindingen. Maatschappelijke
partners dragen bij via kennisontwikkeling, gedragsbeïnvloeding en de uitvoering van
programma’s en projecten.
Met deze brief geef ik per actielijn de actuele stand van zaken en de belangrijkste
ontwikkelingen. Waar relevant neem ik de voortgang van de acties vallend onder het
loopdossier mee, omdat lopen in de uitvoeringspraktijk onderdeel is van de bredere
opgave rond actieve mobiliteit. Hiermee kom ik tegemoet aan de toezegging uit de kamerbrief
van 25 april 2024 om de IenW Uitvoeringsagenda Fiets periodiek te actualiseren.2
Actieve mobiliteit
Het beleid voor actieve mobiliteit draagt bij aan het verbeteren van de bereikbaarheid,
leefbaarheid, gezondheid en duurzaamheid. Het speelt een belangrijke rol voor de mobiliteit
van de toekomst. Actieve mobiliteit vermindert de druk op het mobiliteitssysteem,
verbetert de luchtkwaliteit en bevordert een gezonde leefomgeving. Daarmee maakt actieve
mobiliteit onderdeel uit van de Mobiliteitsvisie en is het van belang voor het functioneren
van het mobiliteitssysteem als geheel.
Actielijn 1: Fietsen naar het werk
Deze actielijn richt zich op het vergroten van het fietsgebruik in het woon-werkverkeer
en het versterken van de rol van de fiets in de dagelijkse mobiliteitsketen. De nadruk
ligt op gedragsverandering, ketenmobiliteit en hoogwaardige fietsvoorzieningen.
Doel
Stand van zaken
Doel 1A: In 2025 pakken 100.000 extra mensen de fiets naar het werk ten opzichte van
2022.
Doelstelling (100.000 extra fietsforenzen) behaald (+240.000). Huidige inzet wordt
verder aanscherpt.
Doel 1B: Alle stations in Nederland een goede fietsenstalling.
Er is belangrijke voortgang geboekt in de uitbreiding van fietsenstallingen bij stations.
De verwachting is dat tot en met 2030 circa 600.000 stallingsplekken kunnen worden
gerealiseerd.
Tegelijkertijd blijft, gelet op de verwachte groei tot 2040, een aanvullende opgave
bestaan.
Doel 1C: Landelijk dekkend netwerk van doorfietsroutes.
Het netwerk van doorfietsroutes is het afgelopen jaren flink uitgebreid. In totaal
lag eind 2025 1.118 kilometer aan doorfietsroutes in Nederland. Het streven is voor
2040 het totaal aantal kilometers doorfietsroutes te verhogen naar 2.500 kilometer.
Voor 2024–2030 is € 42 mln. beschikbaar als rijkscofinanciering.
Nadere toelichting
– In de Uitvoeringsagenda is als doel gesteld dat in 2025 100.000 extra mensen de fiets
naar het werk nemen ten opzichte van 2022. Het fietsgebruik in het woon-werkverkeer
wordt gemonitord met het nationaal verplaatsingspanel (NVP) uitgevoerd door Goudappel
en Dat.Mobility.3 Eind 2025 lag het aantal fietsforenzen op bijna 2,7 miljoen. Dit is een toename van
240.000 ten opzichte van 2022.4 De groei in de periode 2022–2025 komt voort uit de toename van het aantal werkenden
die de fiets en het openbaar vervoer combineren. Hoewel de beoogde groei van het aantal
fietsforenzen ruimschoots gehaald is, zien we tegelijkertijd dat het percentage fietsritten
in het woon-werkverkeer niet gestegen is. Op basis van de jaarrapportage 2025 en de
aanvullende enquête wordt de inzet verder aangescherpt, met nadruk op het vergroten
van de effectiviteit van de maatregelen in het woon-werkverkeer, het beter bereiken
van relevante doelgroepen en het adresseren regionale verschillen.
– Sinds 2018 bestaat het netwerk van Fietsambassadeurs om het fietsgebruik door werkgevers
te activeren, kennis te delen en het fietsgebruik binnen organisaties te normaliseren
en faciliteren. Het netwerk is inmiddels uitgegroeid tot ongeveer twintig organisaties.
Het betreft een diverse groep werkgevers verspreid over Nederland (waaronder a.s.r.,
Schiphol, de Efteling, het UMCG, de Radboud Universiteit en ASML) die goede fietsregelingen
en -voorzieningen voor hun medewerkers hebben ingericht. Vitaliteit, gezondheid en
bereikbaarheid zijn daarbij belangrijke drijfveren. De deelnemende organisaties fungeren
niet alleen als voorbeeld voor hun medewerkers, maar ook binnen hun sector en op bedrijventerreinen.
– Binnen de aanpak voor «Spitsspreiden en -mijden»5 is fietsstimulering expliciet meegenomen. De fiets maakt daarmee onderdeel uit van
bredere gedragsaanpakken voor woon-werk- en zakelijk verkeer, en bij de hinderopgave.
– De landelijke campagne «Kort ritje? Da’s zo gefietst!» wordt voortgezet en regionaal toegepast. De focus ligt op verdere activatie en het
stimuleren van daadwerkelijk reisgedrag.
– De fiets is een veel gebruikt voor- en natransportmiddel en speelt daarmee een sleutelrol
in de ketenmobiliteit. Bijna de helft van alle treinreizigers gaat met de fiets naar
het station.6 Zonder goede fietsenstallingen is het openbaar vervoer voor veel mensen minder goed
bereikbaar en daardoor minder aantrekkelijk. Daarom is als doel gesteld dat alle stations
in Nederland beschikken over goede fietsenstallingen. IenW werkt hiervoor samen met
ProRail, gemeenten en NS aan het programma «Fietsparkeren bij Stations», waarmee wordt ingespeeld op de groeiende behoefte aan fietsparkeerplaatsen. ProRail
verwacht in 2040 in totaal 640.000 tot 680.000 fietsparkeerplaatsen bij stations nodig
te hebben. Dit is een toename van 40.000 tot 80.000 fietsparkeerplaatsen ten opzichte
van 2022. In de periode 2020–2024 is op 40 locaties de fietsparkeercapaciteit vergroot.
Op basis van de huidige beschikbare middelen wordt verwacht dat tot en met 2030 circa
600.000 stallingsplekken kunnen worden gerealiseerd.
– Doorfietsroutes zijn hoogwaardige, doorgaande fietsroutes die steden en omliggende
kernen via OV-knooppunten (stations) met elkaar verbinden. De routes zijn bedoeld
voor langere afstanden dan standaard stedelijke fietspaden en faciliteren vlot, comfortabel
en veilig fietsen over afstanden van circa 5 tot 30 kilometer. Decentrale overheden
investeren jaarlijks miljoenen in het verbeteren van fietsinfrastructuur en de realisatie
van een landelijk dekkend netwerk van doorfietsroutes. Het netwerk van doorfietsroutes
is de afgelopen jaren flink uitgebreid. Voor de jaren 2024–2030 is in totaal € 42
miljoen beschikbaar vanuit het Rijk als cofinanciering voor de realisatie van dit
netwerk. In 2024 zijn afspraken gemaakt over een eerste tranche van € 18 miljoen voor
cofinanciering aan medeoverheden voor de aanleg van 12 doorfietsroutes. Voor de tweede
tranche van € 24 miljoen kunnen provincies en vervoerregio’s tot eind juni 2026 aanvragen
indienen. Beoordeling vindt plaats in juli en augustus. De besluitvorming is voorzien
in het Bestuurlijke Overleggen MIRT dit najaar. Het streven is het aantal kilometers
doorfietsroutes voor 2040 te verhogen naar 2.500. Dit is een verdubbeling van het
aantal kilometers ten opzichte van de stand eind 2025.
Actielijn 2: Fiets in woningbouw
Goede bereikbaarheid van woningen is een belangrijke randvoorwaarde voor wonen, leven
en werken. Binnen deze actielijn staat centraal dat fietsen en lopen vanaf de start
worden meegenomen bij ruimtelijke ontwikkeling en woningbouw. Nieuwe woongebieden
moeten veilig, gezond en duurzaam bereikbaar zijn, met fietsen en lopen als vanzelfsprekend
uitgangspunt.
Doel
Stand van zaken
Doel 2: Bij nieuwe woningbouw worden consequent de voordelen die de fiets kan bieden
bij de ontsluiting daarvan benut.
Het benutten van de fiets bij de ontsluiting van nieuwe woningbouw is beleidsmatig
en financieel geborgd, maar de uitvoering is nog in ontwikkeling.
Van de in totaal € 10 mld. die afgelopen twee kabinetten beschikbaar is gesteld voor
de ontsluiting van woningbouwlocaties, is ca. 13% vanuit het Rijk toegekend aan fiets-
en loopmaatregelen. Dit is exclusief regionale cofinanciering.
Nadere toelichting
– Voor de ontsluiting van woningbouwlocaties is met het coalitieakkoord van het kabinet-Rutte
IV € 7,5 mld. beschikbaar gesteld. In 2022 is hiervan circa € 780 mln. toegekend aan
fiets- en loopmaatregelen, onder meer voor fietsaansluitingen, doorfietsroutes en
fietsstallingen. Inclusief regionale cofinanciering betreft dit ruim € 1,1 mld. Daarnaast
is in het Regeerprogramma van het kabinet-Schoof circa € 500 mln. beschikbaar gekomen
voor fietsmaatregelen. Daarmee wordt een substantieel deel van de middelen gericht
ingezet voor actieve mobiliteit. Deze investeringen zijn erop gericht meer verplaatsingen
per fiets en te voet mogelijk te maken, de druk op het wegennet te beperken en een
duurzame modal shift te ondersteunen rondom nieuwe woningbouwontwikkelingen.
– De Europese regels over energieprestaties van gebouwen (de herziene Energy Performance
of Buildings Directive (EPBD)) zijn omgezet in Nederlandse bouwregels. Voor fietsparkeren
betekent dit dat bij nieuwe bedrijfsgebouwen voortaan een minimumeis voor fietsparkeervoorzieningen
wordt opgenomen, die wordt vastgelegd in het omgevingsplan van gemeenten (de lokale
ruimtelijke regels van gemeenten).
Actielijn 3: Fietsen voor iedereen
In het coalitieakkoord is opgenomen dat de fiets een praktisch én gezond vervoersmiddel
is. De fiets biedt daarnaast ook vrijheid en zelfstandigheid. Deze actielijn heeft
als doel om de fiets toegankelijk te houden voor alle doelgroepen. Het gaat zowel
om betaalbaarheid en beschikbaarheid van de fiets, als om veilig kunnen blijven fietsen
gedurende verschillende levensfasen.
Doel
Stand van zaken
Doel 3: Zorgen dat mensen die wel willen fietsen maar nu niet kunnen fietsen op de
fiets te krijgen en ouderen langer laten (door)fietsen.
Het doel is in uitvoering, met concrete programma’s gericht op toegang tot de fiets
en het langer laten doorfietsen van ouderen, en flankerend beleid gericht op het terugdringen
van fietsdiefstal.
Met de Citydeal «Fietsen voor Iedereen» wordt ingezet op uitbreiding van het aantal fietslessen met minimaal 10% en de uitgifte
van fietsen met minimaal 10% in 2027.
Het programma «Doortrappen» is, naast alle provincies, uitgebreid naar meer dan 300 gemeenten.
Nadere toelichting
– De City Deal «Fietsen voor Iedereen» richt zich op het vergroten van de toegang tot de fiets voor mensen met een laag
inkomen, kinderen en mensen die nooit hebben leren fietsen. In Nederland heeft circa
één op de tien mensen geen fiets en fietst één op de vijf mensen niet of nauwelijks.
In steden heeft gemiddeld 2 kinderen per klas geen fiets, en fietst 1 op de 11 kinderen
nooit of nauwelijks. De City Deal wordt uitgevoerd met 33 partners, waaronder departementen,
provincies, gemeenten, maatschappelijke organisaties en bedrijven. De Citydeal loopt
tot en met 2027.
– Oudere fietsers zijn oververtegenwoordigd in de verkeersongevallen en -doden. Het
programma «Doortrappen» richt zich op het langer en veiliger laten fietsen van ouderen via een bewustwordings-
en gedragsveranderingsaanpak. Het programma is uitgebreid naar inmiddels meer dan
300 gemeenten die actief zijn. Ook is het aanbod aan interventies en communicatie
verbreed. Door de brede adoptie verschuift de landelijke focus van stimuleren naar
faciliteren van medeoverheden.
– Fietsdiefstal heeft een negatief effect op het fietsgebruik. Het aantal fietsdiefstallen
daalde jarenlang, maar neemt nu weer toe. In 2023 werden bijna een miljoen fietsen
gestolen met een totale waarde van € 698 mln. Ter vergelijking: de schade door autodiefstal
bedroeg dat jaar € 138 mln. Fietsdiefstal is daarmee het meest voorkomende vermogensdelict
waarmee 5% van de Nederlanders jaarlijks te maken heeft. Het karakter van fietsdiefstal
verandert, doordat steeds vaker duurdere fietsen (zoals e-bikes) worden gestolen welke
aantrekkelijk zijn voor professionele bendes. Om fietsdiefstal te bestrijden is in
het najaar van 2025 besloten het fietsenregister bij de RDW uit te breiden. De werking
van het register wordt verbeterd door verzekerde fietsen vooraf te registreren in
het register en een vermissingssignaal toe te voegen voorafgaand aan een diefstalsignaal.
De RDW voorziet implementatie in 2027. Daarnaast wordt in Benelux-verband gewerkt
aan een grensoverschrijdende aanpak van fietsdiefstal.
Actielijn 4: Nederland wereldwijd fietsland nummer één
Nederland heeft internationaal veel kennis en ervaring op het gebied van fietsen en
fietsbeleid. IenW ondersteunt internationale kennisuitwisseling via onder meer de
Dutch Cycling Embassy (DCE), internationale samenwerkingsverbanden en Europese initiatieven
op het gebied van actieve mobiliteit. Hiermee wordt kennis gedeeld, samenwerking bevorderd
en worden mogelijkheden verkend voor de Nederlandse fietssector. IenW werkt hierbij
samen met onder andere de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) en de DCE.
Doel
Stand van zaken
Doel 4: Stimuleren van actieve mobiliteit op internationaal niveau.
In uitvoering en internationaal verankerd via diverse samenwerkingsverbanden en programma’s.
Nadere toelichting
– Tijdens het Benelux-voorzitterschap dit jaar wordt ingezet op grensoverschrijdende
samenwerking, onder andere op het gebied van internationale fietsroutes, fietsinfrastructuur,
preventie van fietsdiefstal en inzicht in het economische potentieel van de fietssector.
– In april 2024 is de Europese fietsverklaring aangenomen. Naar aanleiding hiervan is
een Europese werkgroep opgericht waarin alle lidstaten zijn vertegenwoordigd en die
zich richt op de verdere ontwikkeling van fietsbeleid op nationaal en Europees niveau.
– In lijn met de eerdere toezegging aan uw Kamer wordt samen met medeoverheden verkent
hoe Europese financiering kan worden ingezet voor actieve mobiliteitsprojecten,7 waaronder middelen uit het Europese Interreg-programma.8
– IenW ondersteunt het ACTIVE-programma dat zich richt op internationale kennisontwikkeling
en capaciteitsopbouw rondom actieve mobiliteit.
– De DCE ondersteunt, mede met IenW-subsidie, de internationale positionering van Nederland
als fietsland door het delen van kennis over fietsbeleid en -infrastructuur. De organisatie
fungeert als loket voor buitenlandse overheden en faciliteert kennisuitwisseling via
onder meer studiebezoeken.
– De Nederlandse fietssector vertegenwoordigde in 2022 een exportwaarde van € 2,4 miljard.
RVO actualiseert momenteel het onderzoek naar de economische betekenis van de sector.
Eerste resultaten laten zien dat de sector na een periode van sterke groei sinds 2023
een fase van normalisering doormaakt. De werkgelegenheid bedraagt circa 14.000 fte.
Daarbij blijft een tekort aan technisch geschoold personeel een aandachtspunt. De
geactualiseerde resultaten worden dit najaar gepubliceerd.
– Nederland neemt deel aan internationale samenwerkingsverbanden, waaronder het Transport,
Health and Environment Pan-European Programme (THE PEP) van de UNECE en de WHO/Europe.
Dit programma richt zich op lopen, fietsen en duurzame mobiliteit. Nederland is co-voorzitter
van de werkgroep Healthy Active Mobility.
Actielijn 5: Fiets in het mobiliteitssysteem
Deze actielijn draagt bij aan een sterkere verankering van het oplossende vermogen
van de fiets bij nationale afwegingen in het mobiliteitssysteem. De inzet draagt bij
aan de doelstelling om in 2027 minimaal 20% en in 2040 40% meer fietskilometers te
realiseren ten opzichte van 2017, zoals vastgelegd in het NTF.
Doel
Stand van zaken
Doel 5: Het oplossend vermogen van de fiets standaard onderdeel wordt in afwegingen
die nationaal gemaakt worden in het mobiliteitssysteem.
De fiets wordt steeds nadrukkelijker meegenomen. De verdere verankering van het oplossend
vermogen van de fiets in het mobiliteitssysteem is in uitvoering.
Nadere toelichting
– In 2025 is vanuit de Mobiliteitsvisie 2050 en Bereikbaarheid op Peil een eerste landelijke
0-meting uitgevoerd naar de bereikbaarheid van banen en voorzieningen per vervoerswijze.
Actieve mobiliteit in combinatie met het openbaar vervoer is hierin meegenomen.
– IenW werkt aan een nieuwe Integrale Mobiliteitsanalyse (IMA 2026), die op basis van
de Welvaart en Leefomgeving-scenario’s van het Planbureau voor de Leefomgeving de
verwachte opgaven richting 2050 in beeld brengt. Daarin wordt onder meer gekeken naar
de rol van de fiets in de bereikbaarheid van banen en voorzieningen en in de verkeersveiligheid.
Nieuw zijn het inzicht in de gezondheidseffecten van fietsen in het woon-werkverkeer
en een indicator voor de robuustheid van het regionale fietsnetwerk.
– Er is onderzoek gedaan naar de omvang en kwaliteit van de fietsinfrastructuur op gronden
van IenW.9 De volgende stap is inzicht te verkrijgen in welk deel van het RWS-areaal als fietsinfrastructuur
fungeert en hoe dit is geborgd binnen de onderhoudscontracten van RWS.
– Binnen het Mobiliteitsfonds en het Deltafonds vindt momenteel een omvangrijke prioriteringsopgave
plaats. Daarbij is sprake van een investeringsopgave van meer dan € 80 miljard over
de looptijd van de fondsen.10 Het netwerk Fiets wordt hierbij meegenomen.
– Een belangrijke ontwikkeling is publieke mobiliteit, waarbij openbaar vervoer en doelgroepenvervoer
beter op elkaar worden afgestemd.11 In de provincie Zeeland is begin 2025 gestart met de introductie van publieke mobiliteit.
Met «De Flex» is een netwerk van busjes actief dat voor alle reizigers op afroep beschikbaar
is. Veilige en toegankelijke loop- en fietsverbindingen zijn daarbij van belang om
haltes en hubs goed te kunnen bereiken en verlaten, en vormen daarmee een essentieel
onderdeel van de keten.
Actielijn 6: Samenwerking, kennisontwikkeling en monitoring
Goede samenwerking, monitoring en kennisontwikkeling vormen een belangrijke randvoorwaarde
voor het realiseren van de fietsambities. Binnen deze actielijn staat het versterken
van de samenwerking tussen overheden, maatschappelijke organisaties en kennisinstellingen
centraal.
Doel
Stand van zaken
Doel 6: Nationale samenwerking en kennisuitwisseling tussen verschillende overheden
en stakeholders.
Er is sprake van een breed en goed functionerend stelsel van nationale samenwerking
en kennisuitwisseling tussen overheden en stakeholders, dat verder is versterkt en
geformaliseerd. De inzet wordt voortgezet en verder ontwikkeld.
De toegevoegde waarde van het brede samenwerkingsverband voor de fiets «Tour de Force» wordt breed onderschreven. Gemiddeld geven de betrokkenen het samenwerkingsverband
een 7,5.
Nadere toelichting
– De Landelijke Fietstafel is geformaliseerd. Aan deze tafel stemmen Rijk, provincies,
gemeenten en vervoerregio’s de fietsopgaven en investeringen gezamenlijk af. De Fietstafel
dient als bestuurlijke voorbereiding op de Bestuurlijke Overleggen Leefomgeving en
de Bestuurlijke Overleggen MIRT, waardoor besluitvorming over fietsmaatregelen steviger
is verankerd in de bredere mobiliteits- en leefomgevingsagenda.
– Tour de Force is het brede samenwerkingsverband voor de fiets, waarin Rijk, medeoverheden,
maatschappelijke partners en kennisinstellingen gezamenlijk werken aan de fietsambities
en het NTF. De effectiviteit van deze samenwerking is het afgelopen jaar geëvalueerd.
De evaluatie bevestigt de waarde van de samenwerking en geeft samengevat drie richtingen
mee: (1) de samenwerking voortzetten, (2) de gezamenlijke doelen en prioriteiten aanscherpen
en (3) vaker reflecteren op de samenwerking. Deze uitkomsten worden meegenomen in
de uitvoeringsagenda NTF.
– De monitoring van de gezamenlijke doelstellingen uit het NTF loopt door. Daarbij worden
de ontwikkeling van het fietsgebruik en de voortgang op de gemaakte afspraken gevolgd,
zodat tijdig kan worden bijgestuurd. Daarnaast wordt geïnvesteerd in bredere kennisontwikkeling
op fietsgebied, gericht op nieuwe inzichten voor beleid en uitvoering.
– In 2025 zijn meerdere kennisproducten opgeleverd. De CROW-Fietsberaadnotitie «Door met doorfietsroutes»12 actualiseert de richtlijnen voor het plannen, ontwerpen en beheren van doorfietsroutes
en ondersteunt medeoverheden bij de aanleg van een samenhangend netwerk. Het onderzoek
«Invloed van de elektrische fiets op het fietslandschap»13 brengt in beeld hoe de snelle groei van de e-fiets het fietsgebruik, de actieradius
en de mobiliteitspatronen verandert, met gevolgen voor onder meer ketenmobiliteit
en fietsinfrastructuur.
– De kennisuitwisseling via kenniscafés en bijeenkomsten loopt door en wordt goed gewaardeerd.
Deze bijeenkomsten brengen beleidsmakers, uitvoerders en kennisinstellingen samen
rond actuele fietsthema’s en helpen nieuwe kennis sneller toepasbaar te maken in de
praktijk.
– Het programma «Lopen als Kans» is in uitvoering en onderdeel van breder mobiliteits- en ruimtelijk beleid. De aandacht
voor lopen is daarbij versterkt via samenwerking met medeoverheden en kennisontwikkeling,
onder meer met de City Deal «Ruimte voor Lopen». In deze City Deal werken Rijk, gemeenten, provincies, kennisinstellingen en maatschappelijke
partners samen aan een sterkere positie van de voetganger. Binnen dit samenwerkingsverband
is eind 2024 een eerste «Nationaal Masterplan Lopen» uitgewerkt, met dertig concrete acties tot 2030 gericht op voetgangersvriendelijke
inrichting, het stimuleren van loopgedrag en kennis- en beleidsontwikkeling. De Citydeal
loopt tot en met 2027. De kennis uit het programma «Lopen als Kans» en het «Nationaal Masterplan Lopen», tezamen met de kennis en ervaring van partners in het loopdomein, wordt gebundeld
in een nationale Uitvoeringsagenda Lopen die eind dit jaar wordt opgeleverd. Voor
de volledigheid is het «Nationaal Masterplan Lopen» als bijlage bij deze brief opgenomen.
Tot slot
De IenW Uitvoeringsagenda Fiets is breed in uitvoering en levert op meerdere terreinen
concrete resultaten op.
Tegelijkertijd vergt het veranderen van mobiliteitspatronen en het versterken van
actieve mobiliteit tijd. Daarbij krijgen fietsplannen een steeds belangrijkere rol
binnen de regionale bereikbaarheidsopgaven. De uitvoeringsagenda NTF, die eind dit
jaar aan uw Kamer wordt aangeboden, gaat hier nader op in en bevat de prioriteiten
voor de komende periode. Daarmee wordt de ingezette lijn verder geconcretiseerd en
richting gegeven aan de volgende fase van uitvoering.
We blijven samen werken aan het versterken van actieve mobiliteit.
De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,
A.W.H. Bertram
Ondertekenaars
A.W.H. Bertram, staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat