Brief regering : Voortgang strafrechtketen
29 279 Rechtsstaat en Rechtsorde
Nr. 1043
BRIEF VAN DE MINISTER EN STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 22 juni 2026
Binnen de strafrechtketen wordt dag en nacht hard gewerkt aan opsporing, vervolging
en berechting van daders en een goede uitvoering van straffen. Daarmee is de strafrechtketen
een belangrijk onderdeel van onze rechtsstaat. De strafrechtketen dient de doelen
van het strafrecht: vergelding, afschrikking, voorkomen van herhaling en bescherming
van de maatschappij. Daarbij is het belangrijk dat het strafrecht effectief en rechtvaardig
is en strafzaken de keten tijdig doorlopen, zodat zaken bestendig opgelost worden,
verdachten weten waar ze aan toe zijn en ook slachtoffers niet te lang in onzekerheid
leven.
Er wordt al lange tijd gewerkt aan het verbeteren van de prestaties in de strafrechtketen.
Op 20 mei jl. publiceerde de Algemene Rekenkamer (AR) haar verantwoordingsonderzoek
2025 naar de genomen maatregelen. De AR komt in het onderzoek tot de conclusie dat
er nog steeds onvoldoende coördinatie is in en op de strafrechtketen. Doorlooptijden
zijn nog steeds te lang en het ontbreekt aan een goed verbeterplan om de problemen
aan te pakken. De AR kwalificeert de coördinatie op de prestaties in de strafrechtketen
als een ernstige onvolkomenheid. Ook uw Kamer is kritisch op het functioneren van
de strafrechtketen en verzoekt in de motie Mutluer c.s.1 om een «deltaplan» voor de strafrechtketen.
Wij nemen de bevindingen van de AR serieus en gaan hier, samen met de keten, volop
mee aan de slag. Daarbij omarmen wij de motie Mutluer en werken wij aan een deltaplan
voor de strafrechtketen, dat wij in het eerste kwartaal van 2027 aan uw Kamer sturen.
Met het deltaplan zal enerzijds gewerkt worden aan het concretiseren van de bestaande
maatregelen in lijn met de bevindingen van de AR, anderzijds zal dit plan een breder
perspectief op de strafrechtketen bevatten. We willen de prestaties van de strafrechtketen
meer omvattend beoordelen. Naast tijdigheid betrekken we daarbij bijvoorbeeld ook
aspecten als voorspelbaarheid, (maatschappelijke) effectiviteit, procedurele rechtvaardigheid,
gelijkheid, de informatiepositie en herstelbehoefte van procespartijen en slachtoffers,
een persoonsgerichte behandeling en het realistisch omgaan met de bestaande schaarste
aan middelen binnen de keten.
In de eerste paragraaf van deze brief schetsen wij kort de contouren van het te ontwikkelen
deltaplan, waarbij wij naar aanleiding van de genoemde motie Mutluer ook zullen ingaan
op het vraagstuk van de aanwijzingsbevoegdheid. In de tweede paragraaf informeren
wij uw Kamer over de prestaties in de strafrechtketen in het afgelopen jaar aan de
hand van de jaarlijkse factsheet strafrechtketenmonitor, die wij bij deze brief aan
uw Kamer aanbieden. Daarbij zullen wij kort stilstaan bij de voortgang ten aanzien
van de geprioriteerde zaakstromen zeden, jeugd en zaken van veel voorkomende criminaliteit.
1. Deltaplan strafrechtketen
De eerste aanbeveling van de AR vraagt een probleem- en oorzakenanalyse uit te voeren
naar enerzijds de lange doorlooptijden en anderzijds waarom het niet lukt om de doorlooptijden
te verkorten. Hiervoor doen we twee verschillende onderzoeken. Het eerste onderzoek
is een systeemonderzoek van TNO. Dit onderzoek moet inzicht gaan bieden in waarom
bepaalde knelpunten in de strafrechtketen, ondanks jarenlange inzet, steeds opnieuw
ontstaan of blijven bestaan. Het tweede onderzoek sluit aan bij de aanbeveling van
de AR om samen met de ketenpartners een probleem- en oorzakenanalyse uit te voeren.
Voor beide onderzoeken en de opvolging daarvan geldt dat wij het van belang vinden
dat er met een bredere blik naar de prestaties van de strafrechtketen wordt gekeken
dan alleen naar de doorlooptijden binnen een aantal zaakstromen. Er is een brede visie
op het functioneren van het strafrecht nodig om het functioneren van de strafrechtketen
goed te kunnen beoordelen en duurzaam te verbeteren. Straffen worden enerzijds opgelegd
ter vergelding van aangericht leed en anderzijds om te voorkomen dat herhaling optreedt.
Het is daarbij belangrijk om de juiste zaken, in passende volumes en in verhouding
tot het criminaliteitsbeeld, adequaat op te sporen en te vervolgen. Door oog te hebben
voor dit bredere perspectief kan een meer omvattend beeld van het functioneren van
de strafrechtketen worden geschetst. Deze bredere blik helpt ook bij het verbeteren
van de prestaties ten aanzien van de genormeerde doorlooptijden.
De volgende acties zijn ondernomen:
– TNO is opdracht verleend tot het verrichten van een systeemanalyse waarbij wordt gekeken
naar de samenhang, samenwerking, en knelpunten die zich tussen de verschillende organisaties
voordoen, en die uiteindelijk van invloed zijn op de prestaties in de gehele keten.
– Er wordt samen met de ketenpartners een probleem- en oorzakenanalyse opgesteld. Op
basis van de uitkomsten van deze analyse zullen verdere maatregelen worden genomen
om het functioneren van de strafrechtketen verder te versterken.
De AR is daarnaast kritisch over de informatievoorziening in de keten. Binnen het
deltaplan gaan we verder werken aan een beter inzicht in de prestaties van de strafrechtketen
door betere informatievoorziening en monitoring van de voortgang. Om de informatievoorziening
en monitoring in de keten te verbeteren worden de volgende acties in gang gezet.
– Het Bestuurlijk Ketenberaad (BKB) heeft in reactie op de bevindingen van de AR afgesproken
dat het CJIB als lid van het BKB een verkenning gaat uitvoeren naar de mogelijkheid
van het ontwikkelen van een strafrechtketen breed dashboard en een bijbehorend systeem
van besturen voor de geprioriteerde zaakstromen zeden, jeugd en veelvoorkomende criminaliteit
(vvc). Deze zal naar verwachting dit najaar worden afgerond.
– Het is gelukt om op het terrein van jeugd een doorbraak te bereiken in het delen van
data, waardoor er kan worden gewerkt aan ketenbrede informatie over de doorlooptijden
ten aanzien van deze zaakstroom. Dit gaat de komende jaren helpen in het monitoren
van zaken en het bevorderen van inzicht in de knelpunten, ook ten aanzien van de andere
geprioriteerde zaakstromen zeden en vvc. De eerste resultaten zijn in het tweede kwartaal
van 2026 beschikbaar en kunnen naar verwachting in het najaar gedeeld worden met uw
Kamer.
Daarnaast zullen we binnen het deltaplan aandacht besteden aan de omgang met schaarste
en scherpere prioritering, selectiviteit en opportuniteit. Samen met de ketenorganisaties
zullen wij kijken hoe het in het coalitieakkoord afgesproken instrument politiestrafbeschikking
en een uitbreiding van de inzet van OM-strafbeschikkingen – met inachtneming van de
toezeggingen die hierover aan de Tweede Kamer zijn gedaan – daarbij behulpzaam kunnen
zijn.2
Gezien de schaarste bij de ketenpartners, is het noodzakelijk dat prioriteiten worden
gesteld. Zoals toegezegd zal de Staatssecretaris voor de zomer een Actieplan gevangeniswezen
aan uw Kamer sturen. In dit actieplan wordt uiteengezet welke maatregelen het kabinet
wil treffen om de langdurige schaarse gevangeniscapaciteit op korte termijn op te
vangen en op lange termijn weer meer te gaan beheersen. Als onderdeel van het deltaplan
voorzien wij ook dat bepaalde maatregelen van invloed kunnen zijn op de druk op de
sanctiecapaciteit. Wij zullen beide plannen in verbinding met elkaar blijven bezien,
omdat maatregelen die worden getroffen aan de «voorkant» van de strafrechtketen effect
hebben op de opgave van de tenuitvoerleggingsketen, en andersom.
Ook blijft JenV zich inzetten voor het aanbrengen van prioritering in beleids- en
wetgevingsinitiatieven met impact op de strafrechtketen. Dit draagt bij aan het vergroten
van het gezamenlijk inzicht en aan het realiseren van een uitvoerbaar en beheersbaar
implementatietraject van nieuwe (beleids)initiatieven in de strafrechtketen.
De verwachting is dat de probleem- en oorzakenanalyse en het TNO-onderzoek aan het
einde van dit jaar gereed zullen zijn. De uitkomsten van deze onderzoeken zijn randvoorwaardelijk
voor het verder ontwikkelen en concretiseren van het deltaplan. Samen met de ketenorganisaties
gaan wij dit deltaplan opstellen. Het deltaplan dient te gaan voldoen aan de eisen
die uw Kamer en de AR daaraan stellen. We steven ernaar dit plan in het eerste kwartaal
van 2027 aan uw Kamer te sturen.
Algemene aanwijzingsbevoegdheid Minister van Justitie en Veiligheid
Met de motie Mutluer c.s. verzoekt uw Kamer om uitgewerkte scenario’s voor de mogelijke
inzet van de aanwijzingsbevoegdheid van de Minister, gericht op organisatieoverstijgende
bedrijfsvoering in de strafrechtketen.
Wij constateren dat verbeteringen in de strafrechtketen moeizaam tot stand komen en
dat de knelpunten weerbarstig zijn. Naar onze overtuiging is dat geen gevolg van onwil
van betrokken partners. Mocht zich een situatie voordoen waarin het behulpzaam kan
zijn een aanwijzing te geven om het functioneren van de keten te verbeteren zullen
wij niet twijfelen deze te geven. Een dergelijke aanwijzing zal kunnen zien op procedurele
randvoorwaarden en het creëren van ketenvoorzieningen ter bevordering van het functioneren
van de keten als geheel (zoals gegevensuitwisseling, gezamenlijke prognoses en ketenplanning).
De huidige omstandigheden geven ons echter geen aanleiding nu een dergelijke aanwijzing
te overwegen. Wij zien dat alle partijen binnen de strafrechtketen zeer gemotiveerd
zijn om de prestaties in de keten in brede zin te verbeteren. Internationale vergelijkingen
laten wat doorlooptijden betreft overigens een gemengd beeld zien. In eerste aanleg
presteert Nederland relatief goed. In hoger beroep en bij complexere strafzaken zijn
doorlooptijden gemiddeld langer.3 Deze bevindingen duiden op verbeterpotentieel, maar niet op een uitzonderlijke of
acute situatie die inzet van de aanwijzingsbevoegdheid bijvoorbeeld richting de Raad
voor de Rechtspraak zou kunnen rechtvaardigen.
De materie is complex en weerbarstig en kan niet met een druk op de knop worden opgelost.
De verwachting is dat met een grondige probleem- en oorzakenanalyse en het TNO-onderzoek
maatregelen in het deltaplan kunnen worden gedefinieerd die tot een verdere verbetering
van de prestaties in de strafrechtketen zullen leiden.
2. Cijfers Strafrechtketenmonitor 2025
De Factsheet strafrechtketen over 2025 is als bijlage bij deze brief gevoegd. Ook
het afgelopen jaar hebben de ketenorganisaties een grote hoeveelheid strafzaken behandeld.
Het gaat daarbij zowel om misdrijven als overtredingen. De ketenorganisaties hebben
zich ingezet om in zoveel mogelijk strafzaken tijdig recht te doen. Dat is een enorme
opgave, zeker gezien de aanhoudende druk op de strafrechtketen en de bestaande personeelskrapte.
De prestaties in de keten laten desondanks een verbetering zien: verschillende doorlooptijden
laten een lichte verbetering zien en de voorraad oude zaken neemt af. Dat laatste
duidt niet alleen op een afname van de werkvoorraden, maar ook op een positief beeld
voor de doorlooptijden in de nabije toekomst. Doorlooptijden worden immers pas vastgesteld
als de zaak volledig is afgedaan. Als de zaken in een voorraad jonger zijn dan voorheen
is de verwachting gerechtvaardigd dat de doorlooptijden na het afdoen van deze jongere
zaken zal dalen.
Afgesproken streefnormen
Voordat wij nader ingaan op de cijfers van de drie geprioriteerde zaakstromen, zeden,
jeugd en veel voorkomende criminaliteit, hechten wij eraan het volgende op te merken.
In 2019 hebben de ketenorganisaties streefnormen afgesproken voor zeven typen zaken,
waaronder voor de doorlooptijden van jeugd- en zedenzaken. Deze normen zijn tot stand
gekomen op basis van de eigen wens van de ketenorganisaties om de doorlooptijden van
de geprioriteerde zaakstromen aanzienlijk te verkorten en de voorraden te verminderen.
Bij het formuleren van de streefnormen is gekeken naar de actuele realisatie van de
doorlooptijden in 2019 en zijn de streefnormen bijgesteld met de ambitie een substantieel
snellere afdoening van zaken voor slachtoffers en verdachten te realiseren. Het behalen
van de streefnormen is daarbij gekoppeld aan de randvoorwaarde dat voldoende capaciteit
beschikbaar is. De capaciteitsbeperkingen, mede als gevolg van de inzet op andere
zaken dan strafrecht, zoals openbare ordevraagstukken of vreemdelingenrecht en het
steeds complexer worden van zaken, maakt dat de streefnormen met de huidige capaciteit
in veel gevallen niet haalbaar zijn in de komende jaren. Steeds zal de strafrechtketen
keuzes moeten maken als gevolg van schaarste.
Uiteraard laat dit onverlet dat wij samen met de ketenorganisaties ervan overtuigd
zijn dat de doorlooptijden ook met de huidige capaciteit verbeterd kunnen en moeten
worden door het nemen van maatregelen. Daarbij is het goed om te melden dat onvoorziene
omstandigheden zich altijd kunnen voordoen en zich ook de afgelopen jaren hebben voorgedaan.
Zo is de coronaperiode een uitdaging gebleken voor de strafrechtketen en heeft ook
de IT-verstoring bij het OM in de zomer van 2025 gevolgen gehad voor voorraden en
doorlooptijden.
Hoewel het realiseren van alle streefnormen in de komende paar jaar niet realistisch
is, blijven we de bestaande ambitieuze streefnormen voorlopig hanteren. Juist omdat
deze normen het nastreven waard zijn, gelet op de grote belangen van de betrokken
slachtoffers, verdachten en andere betrokkenen. Tegelijkertijd wordt hiermee ook voor
iedereen de urgentie blijvend benadrukt.
Wij zullen samen met de ketenorganisaties blijven werken aan de verbetering van de
ketenprestaties, aan beter zicht krijgen op de voortgang en de knelpunten om de mogelijkheden
te vergroten dat tijdig kan worden bijgestuurd, in het bijzonder op de geprioriteerde
zaakstromen zeden en jeugd. Verderop in deze brief gaan wij nader in op wat daar wat
ons betreft voor nodig is de komende periode.
Zeden
Eind 2022 is gestart met het actieplan versterken ketenaanpak in zedenzaken. Het Actieplan
heeft een brede werking gehad en was gericht op het versterken van de ketenaanpak
in zedenzaken, met als pijlers het verbeteren van de doorlooptijden en het aanbieden
van betekenisvolle interventies. De doorlooptijden zijn ook daadwerkelijk verbeterd,
tegen een achtergrond van een sterke stijging van het aantal zaken, veroorzaakt door
publiciteit waardoor kennelijk de meldingsbereidheid omhoog is gegaan en door nieuwe
wetgeving. Bij de politie en het OM zijn de doorlooptijden sinds 2022 sterk verbeterd.
Bij het traject van aangifte tot inzenden naar het OM ging in 2022 48% in 180 dagen,
in 2025 is dat 56% (norm voor 2025 is 70%, voor 2028 80%). Bij het OM is het traject
van instroom tot beoordelen dagvaarden verbeterd van 45% naar 72% binnen 60 dagen
(norm 2025 70% en 2028 80%). Op het koppelvlak tussen OM en rechtspraak is er nog
geen verbetering te zien (van beoordeling dagvaarden tot eerste zitting blijft het
percentage dat dit traject in 120 dagen haalt steken op 42%), wel zitten er nog veel
maatregelen in de pijplijn op dit koppelvlak die nog uitgevoerd moeten worden. Goed
om te melden is ook dat de voorraden tussen OM en rechtspraak zijn verminderd (van
2.316 naar 1.534 zaken) en dat de rechtspraak in 2025 in veel meer zedenzaken uitspraak
heeft gedaan dan in 2022 (van 575 naar 740). Daarnaast zijn professionals opgeleid
om betekenisvolle interventies aan te bieden aan verdachten (en slachtoffers) en worden
deze interventies ook veel meer aangeboden en uitgevoerd. Voorbeelden daarvan zijn:
herstelbemiddeling, mediation, OM-strafbeschikking en de waarschuwing. Ook de monitoring
van zedenzaken is verbeterd: er is een landelijke, tweejaarlijkse sturingsmonitor
ontwikkeld en een regionale, ketenbrede zedenmonitor die in de regio kan worden gebruikt.
Ten slotte is de samenwerking tussen politie en OM op het gebied van selecteren en
prioriteren enorm verbeterd. In december 2025 is het Actieplan afgerond. De structuur
die met het Actieplan is opgezet is echter nog actief, in de vorm van een ketenexpertgroep
die op gezette tijden bijeenkomt om te monitoren op de cijfers en de voortgang van
de maatregelen van organisaties. Vanuit deze structuur kan bijgestuurd worden indien
cijfers daartoe aanleiding geven.
Als gevolg van de invoering van de nieuwe wet seksuele misdrijven is er sprake van
een grote toename van het aantal zaken. Daarnaast is er een toename van het aantal
digitale zedenmisdrijven ten opzichte van de klassieke fysieke zedenmisdrijven. Kenmerkend
aan digitale zedenmisdrijven is dat een enkele verdachte het misdrijf tegen een soms
groot aantal slachtoffers pleegt, waardoor er sprake kan zijn van vele aangiftes en
vorderingen benadeelde partijen. Deze omstandigheden hebben tot gevolg dat de ketenorganisaties
ons hebben laten weten dat de norm van 80% realisatie die voor 2028 is afgesproken
voor deze zaken, onder de huidige omstandigheden niet haalbaar zal zijn. Er zal worden
gekeken wat de precieze gevolgen zijn voor de afgesproken streefnormen.
Jeugd
Bij de jeugdzaken zijn in 2024 de normen herijkt, waarbij een realistisch groeipad
is ontwikkeld.
De cijfers worden iets beter, maar de cijfers stemmen nog niet tot tevredenheid. Minstens
zo belangrijk is dat inzichtelijk is waardoor dat komt en waar maatregelen kunnen
bijdragen om de normen te halen. Positief is dat, zoals eerder in deze brief aangegeven,
er op het terrein van jeugd een doorbraak is bereikt op het delen van data, waardoor
er kan worden gewerkt aan ketenbrede informatie over de doorlooptijden. Verwachting
is dat dit een belangrijke en essentiële bijdrage gaat leveren aan het verder verbeteren
van de doorlooptijden in jeugdzaken.
Het is belangrijk dat de doorlooptijden in jeugdstrafzaken verbeteren. De jeugdstrafrechtketen
heeft een pedagogisch uitgangspunt. Wanneer een straf of interventie te laat volgt
op een delict verliest deze zijn pedagogische werking omdat de koppeling tussen gedrag
en gevolg zwakker wordt. Hierdoor neemt de kans toe dat jongeren verder afglijden
of opnieuw de fout ingaan. Het pedagogisch karakter en de effectiviteit van het jeugdstrafrecht
neemt hierdoor dus af.
Tegelijkertijd leidt langdurige onzekerheid tot stress en onduidelijkheid bij jongeren
en ouders, tot minder vertrouwen in overheid en rechtspraak, en een gevoel van willekeur
of afstand.
Het is evident en ook goed uit te leggen aan de samenleving dat sommige zaken een
langere behandeltijd vergen, juist vanuit het oogpunt van zorgvuldigheid naar het
slachtoffer (en verdachte). Daarom moet de focus niet alleen liggen op het behalen
van de professionele streefnorm. De focus ligt ook op de vraag hoe je als organisaties
vanuit ieders verantwoordelijkheid kunt samenwerken zodat ieder slachtoffer en verdachte
de beste behandeling krijgt die nodig en geboden is. En die (tijdig) recht doet aan
de belangen van betrokken partijen.
Om het groeipad te behalen en de cijfers te verbeteren en recht te doen aan bovenstaand
uitgangspunt in jeugdzaken is gestart met een aanpak om te komen tot een Actieplan
versterken ketenaanpak in jeugdzaken. Door middel van een oorzaak- en probleemanalyse
zijn de knelpunten in de strafrechtketen met betrekking tot jeugdzaken gedetecteerd.
Door een groep van professionals uit de ketenorganisaties is de impact op de doorlooptijden
van deze knelpunten vastgesteld en zijn maatregelen geformuleerd en geprioriteerd
om deze knelpunten op te lossen. Het Actieplan bevindt zich nog in conceptfase en
zal in de herfst van 2026 worden vastgesteld door het Coördinerend Beraad Jeugd en
het Bestuurlijk Ketenberaad.
Veel voorkomende criminaliteit (vvc)-zaken
Hier worden op voorraden grote stappen gezet, waardoor de doorlooptijden voor burgers
naar beneden gaan. De totale voorraad te plannen politierechterzaken (PR-zaken) is
tussen 1 januari 2026 en 1 mei 2026 met 22% toegenomen van 18.764 naar 22.935 zaken.
Het eindbeeld van 2025 werd echter nog beïnvloed door de ICT-verstoring; de achterstand
in het binnenhalen van nieuwe zaken was nog niet volledig weggewerkt. Maar dat is
niet de enige oorzaak van de sterke stijging van de voorraad. In 2026 zijn er ook
minder PR-zittingen beschikbaar. Daarnaast daalde de gemiddelde output per zitting
enigszins.
De voorraad te plannen PR-zaken is in het afgelopen jaar een stuk minder oud geworden.
Dit geldt zowel voor het landelijke beeld, als voor de verschillende regio's. De ongewenste
voorraad (d.w.z. ouder dan 180 dagen na de beslissing tot dagvaarding) bedraagt momenteel
36% van de totale voorraad. Ter vergelijking: in januari 2025 bedroeg de ongewenste
voorraad 55% van de totale voorraad.
Het percentage (super)snelrechtzaken van alle uitgestroomde PR zaken is in de eerste
vier maanden van 2026 licht toegenomen (van 12% naar 14%). Vooral in de regio Den
Haag is er in de periode januari t/m april 2026 een opvallende stijging in het aandeel
snelrecht (van 16% naar 27%).
In 2025 was het aandeel (super)snelrechtzaken lager dan normaal, onder andere doordat
er in juli en augustus in verband met de ICT verstoring geen snelrechtzittingen plaatsvonden.
Momenteel lopen binnen de politie en het OM verschillende trajecten om de aanpak van
vvc te versterken. Het gaat daarbij om meerdere programma’s. Het gaat met name om:
– Opportuniteit: de uitgangspunten op opportuniteit, om af te bakenen welke zaken dienen
in te stromen in het strafrecht;
– Versterking opsporen in de basisteams: de waarborging dat opsporing in met name de
basisteams voldoende is toegerust op VVC-zaken, zowel in kwantitatieve als kwalitatieve
zin;
– Aanpak Gedigitaliseerde criminaliteit: het in lijn brengen van de instroom van zaken
met een digitale of online component met het werkelijke criminaliteitsbeeld in de
samenleving;
– ZSM: de optimalisering van de inrichting van ZSM, om deze zaken na selectie en instroom
juridisch goed en voortvarend af te doen.
Eind 2025 hebben de Korpsleiding en het OM afgesproken om in deze lopende trajecten
en programma’s meer strategische samenhang te brengen. Het doel is gezamenlijke sturing
op ambities en resultaten, zonder de lopende trajecten onnodig te verstoren en de
voortgang er wel goed in te houden, opdat deze in 2027 gaan renderen en samenkomen
om tot instroomafspraken te komen. Die gezamenlijke ambitie voor 2027 voor de VVC-zaakstroom
luidt: «de juiste zaken, in passende volumes en in verhouding tot het criminaliteitsbeeld,
adequaat en voortvarend op te sporen en te vervolgen.»
3. Tot slot
Het belang van een goede werking van de strafrechtketen staat buiten kijf. Wij zijn
ons bewust van urgentie om met concrete plannen de prestaties van de strafrechtketen
te verbeteren. In deze brief hebben wij de contouren van het deltaplan voor de strafrechtketen
geschetst. Met dit deltaplan en de maatregelen die wij in de tussentijd nemen, verwachten
wij op termijn het inzicht en de voorspelbaarheid in de strafrechtketen te verbeteren.
Dit zal naar verwachting helpen de prestaties te verbeteren. Wij blijven de voortgang
nauwgezet monitoren en tussentijds bijsturen waar dat mogelijk is. Over de vorderingen
zullen wij uw Kamer in de voortgangsbrieven informeren. Wij gaan graag met uw Kamer
in gesprek over onze plannen.
De Minister van Justitie en Veiligheid,
D.M. van Weel
De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
K.T. van Bruggen
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid -
Mede ondertekenaar
K.T. van Bruggen, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid