Brief regering : Afronding Kennisprogramma zeespiegelstijgin
36 800 J Vaststelling van de begrotingsstaat van het Deltafonds voor het jaar 2026
Nr. 28
BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 19 juni 2026
Met wereldwijd toonaangevend waterbeheer is Nederland al eeuwenlang de best beschermde
en meest productieve delta ter wereld. Dat willen we zo houden. Vanzelfsprekend is
dat niet, want de zeespiegel stijgt en dat heeft directe gevolgen voor de veiligheid
en leefbaarheid van ons land. Het is van groot belang om ons hierop voor te bereiden.
Voor welke vraagstukken zeespiegelstijging ons stelt en hoe we hiermee om kunnen gaan,
is onderzocht in het Kennisprogramma Zeespiegelstijging in opdracht van de Minister
van Infrastructuur en Waterstaat en de Deltacommissaris.
Na zes jaar onderzoek is het kennisprogramma nu afgerond. Bijgaand bied ik u het einddocument
aan. De hoofdlijnen treft u in deze brief. Ook informeer ik u over de voortgang van
eerder gemaakte beleidsafspraken en de voorbereiding van de vervolgstappen. Voor onderliggende
informatie wordt verwezen naar de website van het kennisprogramma1.
De Kamer is eerder op diverse momenten geïnformeerd over de tussenresultaten van het
kennisprogramma en beleidsafspraken die op grond daarvan zijn gemaakt.2
Doel kennisprogramma Zeespiegelstijging
Het doel was om voor het hoofdwatersysteem te onderzoeken hoe we Nederland kunnen
blijven beschermen tegen overstromingen en verzilting op basis van huidige beleidsuitgangspunten.
Om deze vraag te beantwoorden is de robuustheid onderzocht van de huidige aanpak voor
waterveiligheid (waterkeringen en kunstwerken), de zandige Noordzeekust en de zoetwaterbeschikbaarheid
bij verschillende meters zeespiegelstijging tussen 0,5 m en 5 m.
Voor de lange termijn (na 2100) zijn alternatieve denkrichtingen verkend: Meegroeien, Meebewegen, Zeewaarts en Beschermen met open of gesloten verbindingen naar zee. Via een impactanalyse zijn globaal de
effecten op gebruiksfuncties zoals landbouw, natuur en scheepvaart in beeld gebracht.
Scenario onafhankelijk onderzoek
Naar aanleiding van de actualiteit over het bijstellen van de broeikasgasemissiescenario’s,
is het van belang om aan te geven dat het onderzoek van het kennisprogramma onafhankelijk
van klimaatscenario’s is uitgevoerd. Er is onderzoek gedaan aan de hand van waterstanden:
vaste waarden voor zeespiegelstijging variërend van een halve tot 5 meter, onafhankelijk
van het moment waarop die waterstanden optreden. Voor deze aanpak is in 2019 bewust
gekozen, omdat de klimaatscenario’s met enige regelmaat worden geactualiseerd. Toekomstige
wijziging van scenario’s heeft daardoor geen effect op de inhoudelijke uitkomsten
van het kennisprogramma.
De meest recente KNMI klimaatscenario’s zijn wel benut om de bandbreedte in de tijd
aan te geven over wanneer de onderzochte waterstanden (bijvoorbeeld 1 m zeespiegelstijging)
kunnen optreden. Dat is van belang om inzichtelijk te maken wanneer gestart moet worden
met voorbereiding van besluitvorming over maatregelen. Door versmalling van de bandbreedte
van de uitstootscenario’s aan de onder- en bovenkant verandert de tijdshorizon mee.
Dat kan betekenen dat bepaalde waterstanden later in de tijd optreden, als de zeespiegel
minder hard stijgt. Omdat de zeespiegelstijging ook bij lagere CO2-uitstoot doorgaat, blijft voorbereiding van maatregelen noodzakelijk om Nederland
veilig en leefbaar te houden. Een minder snelle stijging van de zeespiegel betekent
dat we deze met het nemen van maatregelen mogelijk beter kunnen bijhouden.
1. Hoofdlijnen uit het Kennisprogramma Zeespiegelstijging
Wat levert het kennisprogramma op?
Het Kennisprogramma Zeespiegelstijging laat zien dat de huidige beschermingsstrategie
met primaire waterkeringen en open-afsluitbare stormvloedkeringen nog lange tijd houdbaar
is, mits daarvoor genoeg ruimte, grondstoffen (zand en klei voor kustsuppleties en
versterking waterkeringen), financiële middelen en uitvoeringskracht beschikbaar is.
Daarnaast laat het programma zien dat er verschillende mogelijkheden zijn die gecombineerd
kunnen worden toegepast om Nederland veilig en leefbaar te houden. In alle gevallen
is het van belang dat we actief doorwerken aan de bescherming tegen overstromingen
en dat we leren leven met vaker langere periodes met minder zoetwater.
Naarmate de zeespiegel verder stijgt zijn meer ingrijpende keuzes nodig. Daarop moeten
we ons tijdig voorbereiden omdat de voorbereidings- en uitvoeringstijd van maatregelen
lang is en omdat ruimtelijke en maatschappelijke functies, zoals woningbouw of landgebruik,
duidelijkheid nodig hebben over de toekomstige inrichting en ruimtebehoefte van het
hoofdwatersysteem.
Verzilting en zoutindringing
Het aanbod en de vraag naar zoetwater raakt als gevolg van klimaatverandering steeds
verder uit balans. Tot 0,5 m zeespiegelstijging is dit watertekort voornamelijk het
gevolg van droogte en lagere rivierafvoer. Daarboven versterkt zeespiegelstijging
de verzilting doordat meer zout kwelwater in de sloten komt en meer zeewater verder
de rivieren op dringt. Er is veel meer rivierwater nodig om dit te bestrijden dan
nu, terwijl de aanvoer van rivierwater afneemt. Met verschillende maatregelen kunnen
we de verzilting lokaal of regionaal wel blijven beperken, maar niet tot op het huidige
niveau. Het water wordt onvermijdelijk zouter, waardoor aanpassing van het landgebruik
nodig is.
Waterafvoer
De mogelijkheid om water onder vrij verval naar zee te spuien wordt al beperkt bij
minder dan 0,5 m zeespiegelstijging. Steeds vaker moeten aanvullend pompen ingezet
worden om wateroverlast in de achterliggende gebieden te voorkomen of om de zoutindringing
bij de zee- en spuisluizen tegen te gaan. Uiteindelijk zijn we volledig op pompen
aangewezen om onze spuicapaciteit te vervangen, bijvoorbeeld bij IJmuiden (vanaf 0,4
m zeespiegelstijging), de Afsluitdijk (vanaf 0,8 m – 1,0 m zeespiegelstijging), de
Krammersluizen (vanaf 1,5 m zeespiegelstijging) en Bath (vanaf circa 2,5 m zeespiegelstijging).
Waterveiligheid
Zoals met de Kamer is gedeeld bij de presentatie van de Tussenbalans van het kennisprogramma
(2023)3, kunnen we de zeespiegelstijging met de huidige aanpak voor waterveiligheid en kustbeheer
technisch tot zeker 3 m aan. Vervolgonderzoek naar strategie-verlengende maatregelen
en de uitwerking van de lange termijn denkrichtingen voor extreme zeespiegelstijging
laten zien dat er aanvullende mogelijkheden zijn om Nederland te blijven beschermen
tegen overstromingen.
Besluiten over de aanpassing van de huidige voorkeursstrategie met open-afsluitbare
stormvloedkeringen zijn voor waterveiligheid vanwege de zeespiegelstijging deze eeuw nog niet aan de orde. Bij de eerste vervanging van de stormvloedkeringen
is het einde van de levensduur van de huidige keringen de bepalende factor, niet zeespiegelstijging.
Dit geldt voor de vervanging van de Maeslantkering en de Oosterscheldekering in de
periode 2070–2100. Deze periode valt naar verwachting samen met een stijging van de
zeespiegel van circa 70 cm. Toch zijn al wel eerder effecten merkbaar van zeespiegelstijging:
vanaf 60 cm zeespiegelstijging zullen de huidige stormvloedkeringen vaker sluiten
om het achterland te beschermen. Dat heeft effect op de keringen zelf (beheer) en
het heeft toenemende gevolgen voor de scheepvaart op de Nieuwe Waterweg en getijdennatuur
in de Oosterschelde. De buitendijkse gebieden in het Rijnmond-Drechtstedengebied krijgen
door zeespiegelstijging steeds vaker te maken met wateroverlast. Dit effect wordt
groter als we de sluitpeilen van de stormvloedkeringen verhogen.
Ruimtelijke en bestuurlijke uitdaging
Alle mogelijke maatregelen vragen ruimte en investeringen en hebben effect op maatschappelijke
functies. De baten voor de samenleving als geheel zijn een veilig en leefbaar land.
Maar de lasten pakken voor ieder maatregelenpakket regionaal en voor verschillende
sectoren anders uit. Dat maakt voorbereiden op zeespiegelstijging niet alleen een
technisch vraagstuk maar vooral een ruimtelijke en bestuurlijke uitdaging en een verdelingsvraagstuk
waar we voortdurend mee aan de slag zullen blijven.
2. Voortgang eerder gemaakte beleidsafspraken
De resultaten van het kennisprogramma zijn recent benut voor het opstellen van de
Ontwerp Nota Ruimte (2025) en de nu lopende herijking van het Deltaprogramma (2026).
De uitwerking van het actuele waterbeleid vindt momenteel plaats in het kader van
de actualisatie van het Nationaal Waterprogramma 2028–2033 (NWP).
Eerder hebben tussenresultaten geleid tot beleidsafspraken in het kader van Water
en Bodem Sturend en de Tussenbalans kennisprogramma zeespiegelstijging4. De uitwerking hiervan is in gang gezet. Dit betreft:
– Zorgvuldig omgaan met zandvoorraden op de Noordzee.Deze structurerende keuze uit Water Bodem Sturend is opgenomen in de Ontwerp Nota
Ruimte5. De beleidsmatige uitwerking komt in het Programma Noordzee, onderdeel van het Nationaal
Waterprogramma 2028–2033. De huidige manier van kustonderhoud met zandsuppleties is
robuust tot 5 m zeespiegelstijging, maar dat vraagt fors meer zandwinning op de Noordzee.
De beschikbare ruimte voor zandwinning staat onder druk door intensivering van het
ruimtegebruik op zee. We onderzoeken de mogelijkheden om de winbare zandvoorraad te
vergroten.
– Actualiseren profielen van vrije ruimte voor toekomstige versterking van de primaire
waterkeringen. In december 2024 zijn bestuurlijke afspraken gemaakt over het actualiseren van deze
ruimtereservering op basis van uniforme uitgangspunten. De uitwerking hiervan is in
gang gezet.
– Continueren van de huidige aanpak waterveiligheid. Het kennisprogramma toont aan dat voor de waterveiligheid de huidige aanpak met primaire
waterkeringen en open-afsluitbare stormvloedkeringen een goede (kosten)efficiënte
basis is om de overstromingsrisico’s te beperken. Deze aanpak continueren we met de
uitvoering van het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) en met onderhoud en verbetering
van de stormvloedkeringen. Dijkversterkingen blijven ook na afronding van het HWBP
op lange termijn noodzakelijk als gevolg van hogere rivierafvoer en bodemdaling. Zeespiegelstijging
vergroot deze opgave: bij 1 m zeespiegelstijging moet 60% van de primaire waterkeringen
hoger en breder zijn dan in 2050. Dat betreft ruim 2.100 km.
– Er zijn proefprojecten uitgevoerd met een klimaatrobuustheidstoets en adaptief werkenin drie waterkering-versterkingsprojecten. Hierin is onderzocht wat de verwachte klimaatontwikkeling
betekent voor toekomstige versterkingsrondes en de wijze waarop hiermee al in de huidige
versterking rekening gehouden kan worden. Het uitgangspunt hiervoor is adaptief ontwerpen
zodat maatregelen opschaalbaar en uitbreidbaar zijn onder uiteenlopende klimaatscenario’s.
Bezien wordt hoe deze kennis structureel bij dijkversterkingsprojecten kan worden
toegepast.
3. Voorbereiding van vervolgstappen waterbeleid
De uitkomsten van het kennisprogramma kunnen worden benut voor toekomstige herijkingen
van het Deltaprogramma en de actualisatie van het waterbeleid. In het eerstvolgende
Nationaal Waterprogramma 2028–2033 (NWP) nemen we de vervolgstappen op voor de voorbereiding
van keuzes die nu en later nodig zijn.
De actualisatie van beleid heeft voor waterveiligheid betrekking op de huidige strategie
en de uitwerking van de bovengenoemde beleidsafspraken. Aanvullend werken we aan een
beleidsaanpak voor de lange termijn waterveiligheid waarin voor rivieren, kust en
deltawateren de uitwerking van de stappen in samenhang wordt opgetuigd. Inzicht in
de keuzemomenten en voorbereidende stappen is van belang om mede richting te geven
aan ruimtelijke (gebieds)keuzes. Welke aanpak het beste is of het moment waarop de
keuze wordt gemaakt, hangt niet alleen af van wat aantrekkelijk is voor het waterbeheer,
maar ook van ruimtelijke, economische en maatschappelijke wensen en ontwikkelingen.
Voor zoetwaterbeschikbaarheid hebben de beleidskeuzes betrekking op de landelijke
waterverdeling bij lage wateraanvoer, de zoetwaterbuffer in het IJsselmeergebied,
gebiedsgerichte adaptatiestrategieën voor verziltingsbestrijding en maatregelen om
zoutindringing te beperken. Het Kennisprogramma was gericht op het hoofdwatersysteem.
De directe gevolgen van zeespiegelstijging treden daar als eerste op, maar de hogere
waterstanden hebben vervolgens effect op het beheer van de regionale watersystemen.
Met de kennis die is opgedaan, is het mogelijk om deze effecten beter te onderzoeken.
De interactie tussen de gevolgen van zeespiegelstijging in het hoofdwatersysteem en
het beheer van het regionale watersysteem is daarom een aandachtspunt voor nadere
uitwerking. Dat gebeurt in samenhang met de afspraken die volgen uit de bovenregionale
stresstesten (voor wateroverlast).
4. Onderwerpen voor vervolg kennisontwikkeling zeespiegelstijging
Advies van expertisenetwerken
Tijdens de uitvoering van het kennisprogramma zijn het Expertisenetwerk zoetwater
en droogte (ENZD) en het Expertisenetwerk Waterveiligheid (ENW) om reflectie en advies
gevraagd. Bij de afronding van het programma zijn zij gevraagd om aanbevelingen voor
het vervolg. De adviezen die in reactie daarop zijn ontvangen worden betrokken bij
de voorbereiding van vervolgstappen. Hieronder is een beknopt overzicht van de adviezen
opgenomen. Zie voor meer informatie de volledige adviezen op www.deltaprogramma.nl/kennisprogramma-zeespiegelstijging.
Het ENZD vraagt aandacht voor de urgentie van de zoetwateropgave en adviseert nader
onderzoek rondom de effecten van samengestelde gebeurtenissen die de opgave kunnen
vergroten, interactie van het hoofdwatersysteem met de wateraanvoer en -vraag vanuit
het regionale watersysteem, de kwaliteit en reikwijdte van het modelinstrumentarium
en kwantificering van onzekerheden.
Het ENW vraagt aandacht voor blijvende inspanningen voor de bescherming tegen overstromingen
en beveelt aan om regionale uitwerkingen te maken van combinaties van maatregelen
uit de verschillende onderzochte richtingen. Ter onderbouwing van toekomstige beleidskeuzes
pleit het ENW voor een brede beleidsanalyse waarin meerdere strategieën worden uitgewerkt
voor de komende 100–150 jaar. Daarin kan de afweging van (water)systeemmaatregelen
worden gekoppeld aan kennis van het fysieke systeem, de ecologie en de brede maatschappelijke
kosten en baten van maatregelen. Aanvullend doet het ENW aanbevelingen voor praktijkonderzoek
voor het kustbeheer en effecten van grootschalige ingrepen uit de lange termijn denkrichtingen
Meegroeien en Beschermen.
Betrokkenheid en reflectie van maatschappelijke klankbordgroep
Tijdens de uitvoering van het kennisprogramma is met enige regelmaat afgestemd met
een maatschappelijke klankbordgroep. In deze groep was een groot aantal belangengroepen
en externe organisaties vertegenwoordigd. De klankbordgroep is in de loop van de tijd
geïnformeerd over de bevindingen uit het kennisprogramma. Met deze groep is in een
aantal overleggen specifiek gesproken over de resultaten van de impactanalyse over
de gevolgen van zeespiegelstijging voor diverse gebruiksfuncties. Op basis daarvan
heeft de klankbordgroep een reflectie opgesteld. Daarin geeft zij aan dat de impactanalyse
uitnodigt tot regionale uitwerking zodat een verdiepingsslag mogelijk is, naast concretisering
in regionale verhaallijnen om zeespiegelstijging te koppelen aan ruimtelijke ontwikkelingen,
functies en belangen. Dat maakt volgens de klankbordgroep de resultaten bespreekbaar
voor een bredere doelgroep, zodat het een startpunt kan zijn van een maatschappelijke
dialoog over zeespiegelstijging en de inrichting van Nederland. Zie voor meer informatie
de verslagen van de overleggen en de reflectie op de website van het kennisprogramma.
Vervolg onderzoek zeespiegelstijging in opdracht van IenW
Om de gevolgen van zeespiegelstijging voor het water- en kustbeheer te blijven bepalen,
continueren we het reguliere beleidsonderzoek voor de monitoring en ontwikkeling van
de zeespiegelstijging. Daaronder valt het maatwerkonderzoek dat voor het kennisprogramma
is gestart bij het KNMI. Dit omvat onderzoek naar het afsmelten van de ijskap op Antarctica,
de doorwerking hiervan in onze regio en de koppeling van deze kennis met de klimaatmodellen
en de mogelijke veranderingen in de oceaancirculatie (Atlantic meridional overturning
circulation, AMOC).
5. Tot slot
Het kennisprogramma heeft een waardevolle kennisbasis gelegd voor het omgaan met zeespiegelstijging
in het hoofdwatersysteem. Met de bouwstenen kunnen we de komende jaren richting geven
aan de uitwerking van een breder perspectief voor de delta. Zo blijven we anticiperen
op zeespiegelstijging, voor een veilig en leefbaar Nederland.
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,
V.P.G. Karremans
Ondertekenaars
V.P.G. Karremans, minister van Infrastructuur en Waterstaat