Brief regering : Sluiscontinuering lecanemab, upadacitinib en osimertinib, voortgangsupdate eerdere sluiscontinuering, en de sluiskandidatenbrief eind 2026
29 477 Geneesmiddelenbeleid
Nr. 978
BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 15 juni 2026
Met deze brief informeert het kabinet de Kamer over een aantal geneesmiddelen die,
als gevolg van negatieve advisering tot pakketopname door Zorginstituut Nederland
(hierna: het Zorginstituut), voorlopig in de zogenoemde sluis voor dure geneesmiddelen
blijven staan en daardoor niet vergoed worden vanuit het basispakket van de zorgverzekering.
De Kamer is eerder over vergelijkbare casus geïnformeerd bij brief van 7 november
2024.1 De volgende geneesmiddelen blijven uitgezonderd van het basispakket:
• Lecanemab (merknaam: Leqembi) voor de behandeling van Alzheimer;
• Upadacitinib (merknaam: Rinvoq) voor de behandeling van reuscelarteriitis (RCA), een
vorm van ontsteking van de bloedvaten;
• Osimertinib (merknaam: Tagrisso) voor de behandeling van lokaal gevorderde niet-kleincellige
longkanker (NSCLC), een vorm van longkanker.
Lecanemab, upadacitinib en osimertinib zijn – als onderdeel van de sluisprocedure2 – beoordeeld door het Zorginstituut, zie bijlage 1 t/m 3.3 Dit is een andere toetsing dan de EMA (European Medicines Agency) uitvoert voorafgaand
aan het verlenen van de handelsvergunning. De EMA toetst op kwaliteit, werkzaamheid
en veiligheid. Uit de beoordeling door het Zorginstituut blijkt dat de effectiviteit
van lecanemab en upadacitinib niet is bewezen en dat deze middelen dus niet voldoen
aan het wettelijke criterium «stand van de wetenschap en praktijk» (SWP).4 Dat betekent dat deze middelen op basis van het wetenschappelijk bewijs geen therapeutische
meerwaarde of gelijke waarde hebben ten opzichte van de standaardbehandeling. Deze
middelen komen hierdoor niet in aanmerking voor vergoeding uit het basispakket.
Voor osimertinib geldt dat wel wordt voldaan aan de SWP, maar dat de kosteneffectiviteitsanalyse
die de leverancier heeft aangeleverd van onvoldoende kwaliteit is. Het Zorginstituut
kan daardoor geen uitspraak doen over de vraag of het middel voldoet aan het criterium
kosteneffectiviteit en adviseert om het middel niet op te nemen in het basispakket.
Het kabinet neemt dit advies over.
Het Zorginstituut heeft vanwege de therapeutische meerwaarde van dit geneesmiddel
ten opzichte van de standaardbehandeling (het actief volgen-beleid), de leverancier
verzocht om zo spoedig mogelijk een nieuwe kosteneffectiviteitsanalyse aan te leveren.
Als gevolg hiervan blijven de genoemde geneesmiddelen in de sluis. Hierdoor blijven
patiënten voorlopig aangewezen op de standaardbehandeling. Het kabinet kan zich voorstellen
dat dit teleurstellend is voor patiënten en zorgverleners die hun hoop op deze geneesmiddelen
hadden gevestigd. Maar het kabinet vindt het van uiterst belang om alleen zorg te
vergoeden uit het basispakket, die tenminste net zo effectief is als de standaardbehandeling.
Zo borgt het kabinet dat passende zorg de norm is.
Daarnaast kan vergoeding van niet-kosteneffectieve zorg leiden tot verdringing van
andere, (kosten)effectievere zorg. Het kabinet vindt het belangrijk dat we in de zorg,
gegeven een beperkt zorgbudget en beperkte zorgcapaciteit, doelmatige en rechtvaardige
keuzes maken. Bij dure geneesmiddelen is hiervoor een advies van het Zorginstituut
over de kosteneffectiviteit nodig.
Het kabinet wijst er tenslotte op dat het indienen van aanvullende of nieuwe gegevens
door de leveranciers bij het Zorginstituut aanleiding kan geven tot herbeoordeling,
wat kan resulteren in een aangepast advies.
Voortgangsupdate inzake Kamerbrief 2024
In de eerdere Kamerbrief uit 20245 is bericht dat de sluis gecontinueerd werd voor onder andere de geneesmiddelen teclistamab
(merknaam: Tecvayli) voor de behandeling van Multipel Myeloom (MM) en glofitamab (merknaam:
Columvi) voor de behandeling van diffuus grootcellig B-cellymfoom (DLBCL). Voor teclistamab
was de kosteneffectiviteitsanalyse destijds van onvoldoende kwaliteit. Voor glofitamab
werd niet voldaan aan de SWP.
Inmiddels hebben beide leveranciers nieuwe gegevens aangeleverd, welk voor teclistamab
voor de genoemde indicatie tot een herbeoordeling door het Zorginstituut heeft geleid.
Voor teclistamab heeft het Zorginstituut op basis van de aangepaste kosteneffectiviteitsanalyse,
een prijsonderhandeling geadviseerd. Ondanks intensieve pogingen om afspraken te maken
over een maatschappelijk aanvaardbare prijs, is er helaas geen akkoord bereikt met
de leverancier, waardoor de sluis voor teclistamab wordt gecontinueerd. Hier is de
Kamer reeds onlangs over geïnformeerd.6
Voor glofitamab loopt, volgens het Dashboard Doorlooptijden7, momenteel nog een herbeoordeling door het Zorginstituut voor de betreffende indicatie.
Voor de andere geneesmiddelen die genoemd zijn in de eerdergenoemde Kamerbrief uit
2024 is er momenteel geen update te geven.
Sluiskandidatenbrief eind 2026
Met deze brief ontvangt de kamer van het kabinet bovendien een afschrift van de brief
van het Zorginstituut Nederland over de behandelingen met geneesmiddelen die op basis
van de Horizonscan Geneesmiddelen aangemerkt zijn als kandidaat voor de pakketsluis.
Het gaat in de publicatie van het Zorginstituut om behandelingen met geneesmiddelen
waarvan de goedkeuring voor Europese markttoelating wordt verwacht in de eerste helft
2026. Daarnaast licht de sluiskandidatenbrief de stand van zaken toe van de eerder
aangekondigde sluiskandidaten.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
S.T.M. Hermans
Indieners
S.T.M. Hermans, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport