Brief regering : Beleidsreactie op het WODC-rapport 'Onderzoek naar de aard en omvang van schade door online fraude bij bedrijven'
29 911 Bestrijding georganiseerde criminaliteit
31 388
Signaleren van fraude
Nr. 506
BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 15 juni 2026
Hierbij bied ik uw Kamer de uitkomsten van het onderzoek van het Wetenschappelijk
Onderzoek- en Documentatiecentrum (hierna: WODC) naar «Aard en omvang van schade door
online fraude bij bedrijven» aan.
Het WODC heeft dit onderzoek op verzoek van mijn ministerie laten uitvoeren door Dialogic.
Doel onderzoek
Online fraude is in recente jaren een steeds belangrijker en actueler onderwerp geworden,
ook voor het Nederlandse bedrijfsleven. Criminelen hebben de laatste jaren door ontwikkelingen
en verdere digitalisering van bedrijfsprocessen en communicatiemiddelen meer mogelijkheden
gekregen voor het plegen van online fraude delicten bij bedrijven. Tot nu toe ontbreekt
het aan actuele en betrouwbare kennis over de aard en omvang van online fraude bij
bedrijven en over de directe financiële schade die bedrijven hierdoor lijden. Deze
kennis is noodzakelijk om gerichte evidence based beleidsmaatregelen te kunnen ontwikkelen en om bedrijven die slachtoffer worden van
online fraude beter te kunnen ondersteunen en weerbaarder te maken. Het doel van dit
onderzoek was dan ook om inzicht te krijgen in de aard en omvang van de schade door
online fraude bij bedrijven in Nederland.
Methoden van onderzoek
De onderzoekers hebben naast een literatuuronderzoek ook een inventarisatie van beschikbare
databronnen gedaan, waarbij de mogelijkheden en beperkingen van deze bronnen tevens
in kaart zijn gebracht. Deze databronnen betreffen de politieregistraties, Fraudehelpdesk
Zakelijk, een enquête die is uitgezet onder een ondernemerspanel en een enquête die
is uitgezet onder de ondernemerspopulatie. Uit dit onderzoek is gebleken dat de geraadpleegde
databronnen duidelijke beperkingen kennen waardoor de onderzoekers uiteindelijk geen
betrouwbare schatting hebben kunnen maken van de aard en omvang van schade door online
fraude bij bedrijven. De schattingen op basis van registerdata (Fraudehelpdesk Zakelijk
en politieregistraties) in combinatie met de gerapporteerde meldingspercentages in
de enquête (multipliermethode) zijn vele malen lager dan de schatting op basis van
extrapolatie van de enquêteresultaten. Daarbij komt dat wederom is gebleken dat ondernemers
een lastige doelgroep zijn om te bereiken met een enquête. Tot slot komt uit dit onderzoek
naar voren dat bij bedrijven de meest geregistreerde en gerapporteerde incidenten
aan- en verkoopfraude betroffen.
Aanbevelingen en beleidsreactie
Voor de aanpak van online fraude is het van wezenlijk belang dat er in de toekomst
een goed beeld komt van de aard en omvang van dit criminaliteitsfenomeen bij bedrijven.
Alleen dan is het mogelijk om evidence based beleid te ontwikkelen op dit thema. Voor het verkrijgen van een beter inzicht zijn
volgens de onderzoekers een aantal zaken nodig zoals: het verbeteren van de registratiepraktijk
van de politie, het hanteren van een gezamenlijke definitie voor online fraude en
het aanpassen van de registratie door Fraudehelpdesk Zakelijk.
In de huidige politieregistraties ontbreekt informatie over van welke directe financiële
schade er sprake is en of het slachtoffer een burger of een bedrijf betreft. Deze
informatie is nodig om gedegen onderzoek naar inzicht in slachtofferschap van online
fraude in het bedrijfsleven te kunnen doen. Daarnaast is het hanteren van één definitie
van vormen van online fraude noodzakelijk om data van verschillende organisaties te
kunnen vergelijken en te duiden. Tot slot adviseren de onderzoekers om vanuit Fraudehelpdesk
Zakelijk meer informatie over bedrijven te registreren, zoals de bedrijfssector en
de bedrijfsgrootte. Indien er meer informatie over slachtoffertypes voorhanden is
wordt het makkelijker om daar gerichte interventies voor te ontwikkelen.
De aanbevelingen gaan over partijen waar mijn ministerie intensief mee samenwerkt
binnen de publiek private samenwerking in de aanpak van online fraude, de integrale
aanpak online fraude, alsook binnen het Nationaal Platform Criminaliteitsbeheersing.
Ik zal op basis van deze belangrijke aanbevelingen in gesprek gaan om te bezien op
welke manier er verbeteringen kunnen worden aangebracht in de registratie en taxonomie
van online fraude in het bedrijfsleven. Daarnaast werkt mijn ministerie aan een monitor
voor criminaliteit tegen het bedrijfsleven. Deze monitor zal naar verwachting een
beter beeld kunnen scheppen van de aard en omvang van online fraude in het bedrijfsleven.
Deze inzichten zullen dan vervolgens worden benut om meer evidence based gericht beleid te ontwikkelen in de strijd tegen online fraude. De eerste resultaten
van deze monitor worden eind van dit jaar verwacht.
De Minister van Justitie en Veiligheid,
D.M. van Weel
Indieners
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid