Brief regering : Situatie vogelgriep en aanpassingen maatregelen
28 807 Vogelpest (Aviaire influenza)
Nr. 327
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN LANDBOUW, VISSERIJ, VOEDSELZEKERHEID EN NATUUR
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 11 juni 2026
Met deze brief informeer ik uw Kamer over de laatste ontwikkelingen in de vogelgriepsituatie.
Ik ga in op de laatste risicobeoordeling van de Deskundigengroep Dierziekten, het
intrekken van de ophok- en afschermplicht in de Gelderse Vallei en het versoepelen
van het tentoonstellingsverbod voor risicovogels en het tijdspad voor de bestrijding
van boviene virus diarree (BVD).
Actuele situatie vogelgriep
De vogelgriepsituatie in Nederland heeft de afgelopen periode een dalende trend laten
zien. Zo blijft het aantal meldingen van wilde vogels met vogelgriep dalen. Ook in
de rest van Europa lopen de aantallen besmette wilde vogels sterk terug. Daarnaast
is ook het aantal besmette commerciële pluimveelocaties sterk afgenomen in de rest
van Europa. Helaas is op 14 mei jl. na een periode van 2 maanden een besmetting geconstateerd
op een commercieel pluimveebedrijf in Biddinghuizen en was er op 23 mei jl. een uitbraak
bij een pluimveebedrijf in Marrum. Deze uitbraken passen binnen het huidige beeld
waarin het virus op laag niveau aanwezig blijft in het milieu en incidenteel kan leiden
tot besmettingen in de pluimveehouderij.
De Deskundigengroep Dierziekten heeft op 20 mei jl. een nieuwe risicobeoordeling gegeven
van het vogelgrieprisico in Nederland. Zij hebben het risico op een besmetting van
een Nederlands pluimveebedrijf naar beneden bijgesteld van «matig» naar «laag tot
matig», met een zekere mate van onzekerheid. De deskundigen verwachten dat, mede dankzij
de oplopende buitentemperaturen en het einde van de voorjaarstrek, het risico op een
besmetting van een pluimveebedrijf de komende weken verder af zal nemen. Het verslag
van de Deskundigengroep Dierziekten kunt u in de bijlage lezen.
Mede op basis van deze beoordeling heb ik besloten mijn beleid aan te passen door
een aantal maatregelen op te heffen.
Opheffen ophok- en afschermplicht in de Gelderse Vallei
Op 21 april jl. heb ik de Tweede Kamer gemeld dat ik de afscherm- en ophokplicht grotendeels
heb ingetrokken (Kamerstuk 28 807 nr. 325). Er was enkel nog een ophok- dan wel afschermplicht in het pluimveedichte gebied
rond de Gelderse Vallei en in de beperkingsgebieden rondom de uitbraken in Biddinghuizen
en Marrum.
Voor een besluit om maatregelen te versoepelen of aan te scherpen maak ik onder andere
gebruik van de risicobeoordeling van de Deskundigengroep Dierziekten. Mede op basis
van deze risicobeoordeling heb ik besloten de ophok- en afschermplicht nu ook in de
Gelderse Vallei in te trekken. Ik neem bij mijn besluit de maatschappelijke wens mee
dat er in Nederland ruimte is voor een vrije-uitloopsector voor pluimvee. Echter,
de realiteit is dat vogelgriep niet meer verdwijnt uit Nederland. We hebben bij eerdere
intrekkingen gezien dat de situatie snel kan veranderen en dat vogelgriep onvoorspelbaar
is. Om die reden blijft ik de situatie nauwlettend in de gaten houden. Nieuwe ontwikkelingen
kunnen aanleiding geven om maatregelen weer aan te scherpen.
Versoepelen tentoonstellingsverbod risicovogels
Sinds 16 oktober 2025 geldt er een landelijk tentoonstellingsverbod voor risicovogels
(hoenderachtigen, watervogels en loopvogels) (Kamerstuk 28 807, nr. 309). Voor hobbyfokkers is dit een zware maatregel. De tentoonstellingen zijn van groot
belang voor de hobbyfokkerij omdat ze bij kunnen dragen aan de instandhouding van
(zeldzame) vogelrassen, als ook het behouden van genetische diversiteit binnen rassen.
Daarnaast hebben de tentoonstellingen en evenementen een sociale en educatieve waarde.
Daarom heb ik, nu de Deskundigengroep Dierziekten het risico heeft ingeschat als «laag
tot matig», besloten de maatregel te heroverwegen. De kans op een besmetting tijdens
een tentoonstelling is erg klein. De potentiële gevolgen van een besmetting kunnen
echter groot zijn.
Na afweging van enerzijds het risico op besmetting en anderzijds de belangen van de
hobbyhouders en fokkers, heb ik besloten tentoonstellingen onder strikte voorwaarden
weer toe te staan. Die strikte voorwaarden zijn bijvoorbeeld dat er niet meer dan
30 houders mogen deelnemen aan een tentoonstelling. Ook moeten de dieren na terugkomst
van een evenement minstens zeven dagen op de plaats van herkomst blijven. Daarnaast
mogen watervogels niet gelijktijdig met andere risicovogels (hoenderachtigen of loopvogels)
op een evenement aanwezig zijn. Ook zal ik hobbyhouders nogmaals vragen alert te blijven
op de mogelijke risico’s. Op deze manier worden de potentiële gevolgen van een besmetting
op een tentoonstelling zoveel als mogelijk ingeperkt. Alle voorwaarden zijn te vinden
in de bijgevoegde regeling, de website van de Rijksoverheid1 en op Dierziekteviewer2. Ik zal ook hier de situatie nauwgezet in de gaten houden en als de situatie dusdanig
verandert extra maatregelen instellen.
Tijdpad bestrijding boviene virus diarree
Via de Kamerbrief van 20 december 2024 (Kamerstuk 28 286, nr. 1376) heeft mijn voorganger uw Kamer geïnformeerd over de aanpak en het tijdpad voor het
bestrijdingsprogramma voor boviene virus diarree (BVD) bij runderen. Hierin staat
dat het bestrijdingsprogramma op zijn vroegst op 1 januari 2027 in werking zou kunnen
treden. Samen met sectorpartijen ben ik overeengekomen dat dit tijdspad niet haalbaar
is en hebben we besloten tot een andere aanpak. We streven naar inwerkingtreding van
een nationaal bestrijdingsprogramma overeenkomstig de Europese vereisten per 1 januari
2028 en het programma zal uiterlijk 1 januari 2030 ter goedkeuring worden voorgelegd
aan de Europese Commissie.
Het bestrijdingsprogramma zal, anders dan eerder gecommuniceerd, meteen conform de
Europese vereisten zijn. Deze aanpak is anders dan het bestrijdingsprogramma infectieuze
boviene rhinotracheïtis (IBR) dat aansluit bij het bestaande private programma van
de zuivel. Het voordeel van deze werkwijze is dat op deze manier Nederland sneller
vrij zal worden van BVD en een EU-vrijstatus kan verkrijgen. Voor deze aanpak is breed
draagvlak onder de verschillende groepen rundveehouders.
Na goedkeuring van het bestrijdingsprogramma door de Europese Commissie gaan handelsvoorwaarden
gelden voor runderen die komen uit lidstaten of inrichtingen zonder een EU-vrijstatus.
Wel kunnen al eerder privaat afspraken worden gemaakt om de handel in BVD-dragers
te beperken en kunnen de betrokken partijen hier alvast hun handelsstromen op aanpassen.
Sectoren hebben aangegeven het belang hiervan te zien. De kalversector heeft toegezegd
enkel BVD-vrije runderen aan te voeren zodra het nationale bestrijdingsprogramma in
werking treedt.
Voor het aanvragen van een EU-vrijstatus moeten 99,8% van de inrichtingen, die ten
minste 99,9% van de runderpopulatie vertegenwoordigen vrij zijn van BVD, mag er gedurende
achttien maanden geen BVD zijn aangetoond bij een gehouden rund en moet vaccinatie
tegen BVD verboden zijn voor gehouden runderen. Dit zou bij goed verloop van het bestrijdingsprogramma
binnen drie tot vijf jaar haalbaar moeten zijn na inwerkingtreding van het bestrijdingsprogramma.
Tot slot
Vogelgriep is blijvend aanwezig in Nederland. Ook hebben we de afgelopen jaren gezien
dat vogelgriep erg onvoorspelbaar is. Ik wil alle betrokkenen danken voor hun inzet
en vragen waakzaam te blijven.
De Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, S.P.A. Erkens
Ondertekenaars
S.P.A. Erkens, staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur