Brief regering : Voedselverspilling bij Consumenten Thuis in 2025
31 532 Voedingsbeleid
Nr. 307
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN LANDBOUW, VISSERIJ, VOEDSELZEKERHEID EN NATUUR
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 9 juni 2026
Het terugdringen van voedselverspilling is een wezenlijk onderdeel van de transitie
naar een toekomstgericht voedselsysteem. Minder verspilling draagt bij aan een duurzamer
voedselsysteem, versterkt de voedselzekerheid en helpt huishoudens en bedrijven kosten
te besparen. De Nederlandse beleidsdoelstelling is daarom helder: Halveren van de
voedselverspilling in de gehele keten in 2030 ten opzichte van 2015.
Op 4 september jl. informeerde mijn voorganger uw Kamer over de stand van zaken rond
voedselverspilling in de gehele voedselketen (Kamerstuk 31 352, nr. 299). Vandaag verschijnt de monitor van het Voedingscentrum Voedselverspilling bij consumenten thuis in Nederland in 2025 (zie bijlage). Dit rapport brengt de ontwikkeling van voedselverspilling bij huishoudens
in beeld.
Voedselverspilling bij huishoudens in 2025
Uit de nieuwe monitor «Voedselverspilling bij consumenten thuis in Nederland in 2025»
van het Voedingscentrum blijkt dat Nederlanders gemiddeld 25,5 kilogram voedsel per
persoon per jaar verspilden. Dit staat gelijk aan ongeveer 55 grote maaltijden per
jaar. De financiële waarde van de voedselverspilling in huishoudens is gemiddeld gelijk
aan 100 euro per persoon per jaar. Dit kan voor heel Nederland een besparing opleveren
van 1,8 miljard euro per jaar. De meest verspilde productgroepen, net als eerdere
jaren, zijn brood, groente, fruit, aardappelen en zuivel. Er is in 2025 een reductie
van 29% gevonden ten opzichte van 2015. Dit is een enorme reductie maar hiermee liggen
we nog niet volledig op schema om de doelstelling te behalen. Voedselverspilling is
een complex probleem dat verder reikt dan consumentengedrag alleen. Toch hebben huishoudens
een aanzienlijk aandeel in de totale voedselverspilling (ca. 37%) en is gedragsverandering
bij consumenten een onmisbaar deel van de oplossing.
Blijvende gedragsverandering bij consumenten vraagt om meer dan kennisoverdracht en
bewustwording. De omgeving waarin consumenten keuzes maken, moet het makkelijker maken
om minder te verspillen en overconsumptie tegen te gaan. Een effectieve aanpak vraagt
daarom om samenwerking tussen consumenten, producenten, horeca en catering, winkeliers
en overheden, met als gezamenlijk doel om niets verspillen de norm te maken. Uit de
monitor Voedselverspilling bij consumenten thuis blijkt dat een effectieve aanpak
vraagt om een combinatie van structurele aandacht via campagnes (zoals de Verspillingsvrije
Week van het Voedingscentrum en Stichting Samen Tegen Voedselverspilling), educatie
en praktische ondersteuning, bijvoorbeeld door duidelijke houdbaarheidsinformatie,
hulpmiddelen in de supermarkt en passende portiegroottes. Intensivering is nodig om
het doel te behalen. In deze brief ga ik in op mijn inzet om voedselverspilling bij
huishoudens verder terug te dringen.
Niets verspillen als norm
Het kabinet zet erop in dat «niets verspillen» de norm wordt. Consumenten spelen hierin
een belangrijke rol. Bewustwording alleen leidt doorgaans niet tot blijvende verandering,
maar is wel een essentiële voorwaarde om het belang van voedselverspilling te onderkennen.
Om gedragsverandering te realiseren, is het noodzakelijk dat kernboodschappen en handelingsperspectief
op de juiste momenten worden herhaald. Ik blijf daarom inzetten op effectieve communicatie
en interventies die consumenten ondersteunen in het maken van keuzes bij het voorkomen
van verspilling, zoals de jaarlijkse Verspillingsvrije Week: de week bereikt doorgaans
30 tot 50% van de Nederlanders en onderscheidt zich door de brede, gelijktijdige inzet
van partijen uit de gehele voedselketen. Deze gezamenlijke aanpak en eenduidige boodschap
richting de consument versterken de effectiviteit van de campagne.
Daarnaast richt ik mij op het versterken van handelingsperspectief in het dagelijks
leven. Het dagelijks leven vraagt om flexibiliteit in voedselroutine, bijvoorbeeld
houdbare producten achter de hand houden om een maaltijd op te schalen of te verkleinen
of pas op het laatste moment boodschappen doen. Niet voor niets is «flexibiliteit»
dan ook het thema van de Verspillingsvrije Week dit jaar van 7 t/m 13 september. Flexibiliteit
is het vermogen om je gedrag aan te passen aan de situatie, zodat je toch een goede
maaltijd op tafel zet zonder voedsel te verspillen.
Slim omgaan met de houdbaarheidsdatum
Een belangrijke oorzaak van voedselverspilling bij huishoudens is onduidelijkheid
over houdbaarheidsdatums. Naar schatting is circa 10% van de voedselverspilling gerelateerd
aan de houdbaarheidsdatums. Dit komt overeen met ongeveer 46 miljoen kilogram voedsel
per jaar.
Ik zet daarom in op het vergroten van kennis en het bieden van duidelijke handelingsperspectieven
voor consumenten. Samen met producenten, supermarkten en maatschappelijke organisaties
ondersteun ik de inzet van de Coalitie Houdbaarheid binnen de stichting Samen Tegen
Voedselverspilling (STV). Via deze coalitie worden iconen zoals «kijk-ruik-proef»
(ter verduidelijking van de «ten minste houdbaar tot» -datum) en het handje (ter verduidelijking
van de «te gebruiken tot» -datum) op verpakkingen ingezet om consumenten te helpen
bij het beoordelen van producten. Inmiddels zijn deze iconen op meer dan 3.500 producten
te vinden, en dit aantal groeit nog steeds. Onderzoek van STV door Motivaction toont
aan dat Nederlanders positief tegenover houdbaarheidsiconen en de gezamenlijke inzet
van bedrijven binnen de Coalitie Houdbaarheid staan. Deze coalitie is daarom van belangrijke
waarde en de organisaties1 die hierbinnen samenwerken kunnen echt impact hebben. Mijn oproep aan bedrijven en
organisaties is duidelijk: sluit u aan bij de Coalitie Houdbaarheid en zet concrete
stappen om voedselverspilling terug te dringen. Veel consumenten beschikken nog niet
over voldoende kennis om houdbaarheidsdatums consequent en correct toe te passen.
Bovendien blijkt dat kennis niet altijd wordt omgezet in het juiste gedrag. Daarom
blijft gerichte inzet nodig en start, met financiering van LVVN, vanaf juni een gezamenlijke
consumentencampagne van het Voedingscentrum en STV, gericht op het juiste gebruik
van houdbaarheidsdatums. De campagne helpt consumenten voedselverspilling te verminderen,
waarbij voedselveiligheid voorop staat.
Portiegrootte als hefboom
Een krachtig maar nog onvoldoende benut aangrijpingspunt in de aanpak van voedselverspilling
bij consumenten is het sturen op portiegrootte. Te grote porties kunnen bijdragen
aan verspilling. Er zijn al goede voorbeelden van te gebruiken instrumenten, zoals
het Eetmaatje van het Voedingscentrum. Dit is een maatbeker waarmee consumenten nauwkeurig
de juiste hoeveelheid pasta, rijst of couscous kunnen afmeten2. Ook supermarkten dragen bij door het aanbieden van eenpersoonsverpakkingen en duidelijke
portie informatie op etiketten. In de horeca wordt gewerkt aan het stimuleren van
meenemen van restjes en sommige cateraars stemmen porties en inkoop slimmer af via
bestel- of dynamische prijssystemen. Door dergelijke initiatieven breder toe te passen,
creëren we een omgeving waarin niets verspillen de norm wordt en dragen we bij aan
minder verspilling en het bespaart kosten. De komende periode wil ik benutten om te
verkennen hoe dit thema verder kan worden versterkt binnen de bestaande aanpak tegen
voedselverspilling in samenwerking met ketenpartijen, op vrijwillige basis.
Versterk de lokale aanpak
Gemeenten hebben, door hun directe verbinding met inwoners en lokale partijen, een
sleutelrol in het terugdringen van voedselverspilling bij consumenten. In opdracht
van LVVN laat onderzoek van het Voedingscentrum (2023–2025) zien dat zij deze rol
effectief kunnen vervullen met de juiste kennis en instrumenten. Deze instrumenten
zijn inmiddels beschikbaar. In opdracht van de provincie Gelderland en in samenwerking
met onder andere STV en Wageningen University & Research (WUR) is een bouwstenenplan
ontwikkeld met stappen, informatie, tools en voorbeelden waarmee iedere gemeente een
eigen aanpak kan creëren om inwoners te stimuleren minder te verspillen, maar ook
bedrijven en andere organisaties.3 Hiermee is veel winst te behalen. Daarnaast is de urgentie voor afvalpreventie groot:
voedselverspilling is een van de grootste afvalstromen (circa 1,5 miljoen kilo per
gemeente per jaar) en effectieve maatregelen kunnen aanzienlijke kostenbesparingen
opleveren.4 Een sterke lokale aanpak is daarmee randvoorwaardelijk voor het behalen van nationale
doelen.
Een aantal gemeenten is zelf al actief bezig met het terugdringen van voedselverspilling,
onder meer door het ontwikkelen van beleid, het verbinden van lokale partijen en het
uitvoeren van gerichte interventies. Het is positief dat een cluster van twaalf gemeenten5, onder leiding van STV, hierin gezamenlijk optrekt om kennis en ervaringen te delen
en de aanpak verder te versnellen. Ook diverse provincies zien het belang van de lokale
aanpak en ondersteunen gemeenten actief. Een voorbeeld hiervan is de provincie Utrecht,
die sinds 2026 een subsidie aan gemeenten beschikbaar stelt voor het ontwikkelen van
voedselbeleid, waaronder het terugdringen van voedselverspilling en de verwaarding
van reststromen.
De komende tijd ga ik verkennen hoe ik gemeenten actief kan ondersteunen bij het toepassen
van bewezen effectieve interventies.
Tot slot
Voedselverspilling bij huishoudens is sinds 2015 met 29% gedaald. Dit laat zien dat
beleid, ketensamenwerking en gedragsverandering werken. Samen met het bedrijfsleven,
overheden, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en de consument is de
halvering in 2030 haalbaar. Ik blijf mij hier onverminderd voor inzetten en zal de
Kamer blijven informeren over de voortgang. In het najaar van 2026 informeer ik de
Kamer over de stand van zaken van voedselverspilling over de gehele keten.
De Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, S.P.A. Erkens
Ondertekenaars
S.P.A. Erkens, staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur