Brief regering : Plan van aanpak wegwerken openstaande asielaanvragen IND
19 637 Vreemdelingenbeleid
Nr. 3566
BRIEF VAN DE MINISTER VAN ASIEL EN MIGRATIE
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 5 juni 2026
Aanleiding
Op 26 mei jl. heeft de Eerste Kamer de Uitvoerings- en implementatiewet Asiel- en
migratiepact 2026 (hierna: Pact) aanvaard. In debat met uw Kamers hierover, schetste
ik al voor welke uitdagingen de uitvoering staat vanaf 12 juni 2026. Eén van deze
specifieke uitdagingen is het bijhouden van de beslistermijnen onder het Pact en het
beslissen op de openstaande aanvragen van voor 12 juni 2026. Met deze brief schets
ik uw beider Kamers op welke wijze ik hieraan invulling geef. Het uitgangspunt is
het structureel bijhouden van de beslistermijnen van nieuwe asielaanvragen vanaf 12 juni
2026. Tegelijk beschrijf ik hoe ik op een verantwoorde wijze de behandeling wil inrichten
van de asielaanvragen die zijn ingediend voor 12 juni 2026. De IND heeft hiervoor,
op mijn verzoek, een plan van aanpak aangeleverd, dat als bijlage bij deze brief is
gevoegd. Ik kom hiermee ook tegemoet aan de motie-Westerveld/Ceder1, waarin de Tweede Kamer het kabinet heeft opgeroepen om tot een realistisch plan
van aanpak te komen voor het wegwerken van de openstaande aanvragen en het verkorten
van de doorlooptijden bij de IND.
Een goede implementatie van het Pact en werking ervan in alle EU-landen, waarbij voldaan
wordt aan de nieuwe beslistermijnen, komt de beheersbaarheid van asielmigratie naar
Nederland ook ten goede. De Uitvoerings- en implementatiewet behorend bij het Pact
creëert een efficiëntere en meer gestroomlijnde asielprocedure. Daarnaast gelden,
ten aanzien van de Nederlandse asielprocedure, meerdere kortere behandeltermijnen.
In dit wetsvoorstel zitten ook belangrijke maatregelen waar de uitvoering om heeft
gevraagd. Binnen de kaders van het Pact heeft de IND een asielprocedure ingericht
die, met behoud van zorgvuldigheid, is teruggebracht tot de kernelementen en daarmee
efficiënter en sneller is en tegelijk duidelijker voor aanvragers en ketenpartners.
De IND zal daarbij prioriteit geven aan het tijdig behandelen van nieuwe asielaanvragen
binnen de geldende wettelijke beslistermijnen tot een omvang van jaarlijks 25.000
eerste asielaanvragen2. Zonder deze prioritering ontstaat de situatie dat de aanvragen ingediend vanaf 12 juni
2026 op korte termijn een doorlooptijd kennen die langer is dan door het Pact is voorgeschreven.
Naast de openstaande aanvragen zullen dan ook bij de aanvragen na het Pact de beslistermijnen
overschreden worden.
De realiteit binnen het asieldomein is weerbarstig en dat heeft op meerdere uitvoeringsorganisaties,
waaronder de IND, in de afgelopen vijf jaar, maar ook zeker daarvoor grote impact
gehad. Dit is mede de oorzaak van het opgelopen aantal openstaande asielaanvragen.
Kijkend naar een lange achterliggende periode en ondanks de nodige stappen die de
IND gezet heeft om meer zaken af te doen is het niet gelukt om de asielinstroom bij
te houden. Met de ingang van het pact moeten duidelijke keuzes gemaakt worden waardoor
de IND met de nieuwe en efficiëntere asielprocedure de nieuwe beslistermijnen kan
bijhouden. Dit is het perspectief waar de IND voor staat en ook om vraagt. Ik vind
het daarom van groot belang om de IND daartoe in staat te stellen.
Aanpak openstaande asielaanvragen ingediend bij inwerkingtreding Pact
De IND kampt al jaren met lange wachttijden bij asiel- en nareisaanvragen. De realiteit
van dit moment is dat de behandeling van veel asielaanvragen een doorlooptijd kent
die ver uitgaat boven de wettelijke beslistermijn. Hier zijn verschillende oorzaken
voor te noemen, waaronder de aanhoudende druk op de migratieketen, de substantiële
asielinstroom van de afgelopen jaren en het ontbreken van stabiele financiering. Dit
heeft tot grote uitdagingen geleid binnen de organisaties van de migratieketen en
de inrichting daarvan. Dat is om te beginnen zeer onwenselijk voor de aanvragers zelf.
Ook voor de IND is dit ongewenst. Hoe langer een zaak in behandeling is, hoe complexer
de zaak over het algemeen wordt, omdat sprake is van nieuwe informatie of veranderde
omstandigheden. Daarnaast heeft dit sterke negatieve gevolgen voor de verdere asiel-
en opvangketen; bijvoorbeeld betekent een langere behandelduur ook een langere verblijfsduur
in de opvang.
Deze opgave, in combinatie met de mogelijkheid om de procedure te versnellen onder
het pact, hebben gemaakt dat ik de IND gevraagd heb om binnen maximaal drie jaar na
12 juni 2026 de asielaanvragen van voor die datum zoveel mogelijk van een eerste besluit
te voorzien. Deze termijn van drie jaar omvat niet de eventuele behandeling van een
beroepsprocedure tegen een besluit van de IND. Mede door de voorbereidingen die getroffen
dienen te worden, ook met partijen uit de migratieketen, verwacht de IND ná omsteltijd
op 1 oktober 2026 van start te gaan. Maar dat betekent niet dat er geen zaken worden
behandeld in deze periode deze worden volgens het reguliere proces met inachtneming
van de vereenvoudigde asielprocedure onder het Pact afgedaan.
Ik besef dat deze termijn van drie jaar voor de personen in kwestie alsnog lang is.
Asielzoekers hebben recht op duidelijkheid over hun aanvraag en ook voor het COA is
dit van groot belang. Op dit punt zijn daarom de voornemens van het kabinet van belang.
Daarmee krijgen asielzoekers met een goede kans op een vergunning na drie maanden
in de asielprocedure het recht om aan het werk te gaan. Zij krijgen hulp en bemiddeling
naar werk om te kunnen meedoen en bij te kunnen dragen aan de opvang.
Basis van het plan van aanpak
De nieuwe Pact-wetgeving zorgt voor een asielprocedure die, met behoud van zorgvuldigheid,
wordt teruggebracht tot de kernelementen en daarmee efficiënter en sneller is voor
zowel de nieuwe aanvragen als de openstaande aanvragen. De onmiddellijke werking levert
meteen een versnelling op in behandeling van asielaanvragen. Dit is een noodzakelijke
versnelling boven op de versnelling die de IND al heeft ingezet met de ambitie 2028.
Hiertoe heeft de IND een brede analyse gemaakt van de openstaande aanvragen. Op basis
van deze analyse kunnen deze aanvragen worden onderverdeeld in verschillende categorieën,
waarbij onder andere gekeken is naar het inwilligingspercentage, het gevoerde landenbeleid
en de complexiteit van de beoordeling voor de IND. Er is gezocht naar een categorisering
die het mogelijk maakt om, voor (een deel van) het werkproces van de IND, te komen
tot specialisatie of standaardisering en daarmee een snellere behandeling van de aanvragen.
Ik merk hierbij op dat de aanpak van overlastgevende asielzoekers de hoogste prioriteit
blijft houden en dat deze groep net als nu het geval is, met een versnelde procedure
door het proces gaat en daarmee los staat van dit plan van aanpak. Ook zullen asielaanvragen
van asielzoekers uit de veilige landen van herkomst, net als momenteel het geval is,
met prioriteit worden afgehandeld. Voor amv’s geldt dat deze buiten de categorieën
van het plan van aanpak vallen en net als nu met prioriteit worden behandeld. Gezien
de bijzondere kwetsbaarheid van deze groep heb ik aan die bestaande prioritering geen
afbreuk willen doen. In opvolging van de motie-Van Zanten (Kamerstukken II 2024–2025
19 637, nr. 3484) over herhaalde asielaanvragen en beroepszaken waarbij kinderen betrokken zijn worden
deze met voorrang behandeld. In uitvoering van mijn eerdere toezegging aan lid Ellian
van de VVD in het commissiedebat van 23 april jl. zal voorts gestart worden met de
categorie van personen uit landen waarvoor het niet zeer waarschijnlijk is dat hun
aanvraag wordt ingewilligd op basis van het landenbeleid. Hiermee worden de Syrische
aanvragen met prioriteit meenomen.
De beoordeling of asielzoekers in Nederland het recht hebben om te mogen blijven is
bij benadering in te delen in aanvragers die volgens het geldende landenbeleid in
aanmerking komen voor bescherming of juist weinig kans hebben om bescherming te krijgen,
of aanvragers waarbij, mede vanwege uiteenlopende motieven, een uitgebreide beoordeling
noodzakelijk is. De IND zal op basis van de uitgangspunten zoals beschreven in het
plan van aanpak een verdeling maken per categorie.
De categorisering is primair gericht om te komen tot zoveel mogelijk voorbereidende
handelingen die de overeenkomsten tussen zaken die specialisatie of standaardisering
voordelig kunnen maken. De mate waarin dit mogelijk is en de wijze waarop zal verschillen
per categorie. Vooraf wordt steeds gezorgd dat beslisdossiers compleet zijn door de
benodigde informatie vooraf actief te verzamelen. Hiertoe wordt een voorfase ingericht
waarin de vreemdeling wordt uitgenodigd om de aanvraag compleet te maken en wordt
de vreemdeling gevraagd op papier te zetten wat het asielmotief is. Daarnaast kunnen
in deze voorfase eventuele onderzoeken verricht worden. Op die manier kunnen zaken
daarna efficiënter worden ingepland en afgehandeld doordat de beslismedewerkers zich
volledig richten op de inhoudelijke beslissing.
Binnen deze categorisering is het door risico gestuurd te werken naar verwachting
mogelijk om versnelling aan te brengen door schriftelijk uitvraag te doen naar het
asielmotief en meer toegespitst te de procedure te doorlopen. Door het horen en beslissen
toe te spitsen op de elementen die op grond van het landgebondenbeleid het meest relevant
zijn, is tijdwinst te boeken.
Monitoring voortgang
De inzet is om met deze werkwijze op alle aanvragen van voor 12 juni 2026 binnen drie
jaar een beslissing te nemen. Omdat de effecten van de maatregelen in de toekomst
liggen is het lastig om hier een precieze doorrekening van te maken. Daarbij geldt
ook dat wisselende omstandigheden of beleidsmatige aanpassingen in de toekomst hierop
van invloed kunnen zijn. Daarom monitor ik de voortgang hiervan doorlopend en zal
ik ook uw Kamers over de voortgang informeren. Op basis van deze monitoring wordt
periodiek bezien of bijsturing op de gegeven opdracht noodzakelijk is en of aanvullende
maatregelen nodig zijn. De motie van het lid Diederik van Dijk3 verzoekt de regering per kwartaal de Tweede Kamer hierover te infomeren. Ik vind
het heel belangrijk om open en transparant te zijn over de voortgang van deze opgave.De
IND zal maandelijks de voortgang van de behandeling van openstaande aanvragen, én
het bijhouden van de nieuwe beslistermijnen op een inzichtelijke en vernieuwende wijze
publiceren op haar website. Daarnaast zal ik uw Kamers tweemaal per jaar uitgebreid
infomeren, te weten bij de vaststelling van de Meerjaren Productie Prognose (MPP)
in het najaar van 2026 en bij de vaststelling van de kernprognose in het voorjaar.
In het plan van aanpak in de bijlage staat concreet beschreven op welke punten expliciet
gerapporteerd zal worden. Ik zal de Kamer aanvullend informeren in de periodieke voortgangsbrief
over de implementatie van het pact.
Keteneffecten
Vanwege de sterk onderlinge afhankelijkheden binnen de migratieketen hebben ontwikkelingen
bij één ketenpartner vaak effecten elders in de keten. Afhandeling van de openstaande
asielaanvragen bij de IND vormt dan ook een uitdaging voor organisaties in de rest
van de migratieketen, zoals bijvoorbeeld COA, Raad voor de Rechtspraak, de advocatuur
en de Dienst Terugkeer en Vertrek. De gekozen aanpak bestaat uit een gerichte werkwijze
en procesmaatregelen, zowel intern bij de IND als in samenhang met ketenpartners om
aanvragen systematisch voor te bereiden en af te handelen. In het proces zitten afhankelijkheden
en risico’s: wijzigingen kunnen gevolgen hebben voor de productie bij de IND, wachttijden
en de positie en processen van ketenpartners. Geconcentreerde afdoeningen kunnen tijdelijke
pieken veroorzaken in nareisaanvragen, terugkeerplichtigen of procedures bij de rechtbank
of hogere rechtspraak. Door oplopende doorlooptijden kan bovendien onrust onder aanvragers
ontstaan. Een duidelijke plancyclus en goede communicatie met ketenpartners en aanvragers
zijn nodig om deze effecten in balans te houden. De komende periode zullen de belangrijkste
effecten samen met de ketenpartners verder in beeld worden gebracht en gemonitord.
Ik zal dit meenemen in mijn periodieke rapportage aan uw Kamers.
Tot slot
Ik realiseer me dat de opgave die in deze brief én in het plan van aanpak staat beschreven
zeer ambitieus en groot is. Zeker in het licht van de forse uitdagingen waar de migratieketen
voor staat. Dat neemt niet weg dat ik alles op alles wil zetten om te komen tot structurele
oplossingen voor de IND en een stabiele asielketen. Een duidelijke koers en heldere
keuzes zijn nodig om meer grip op migratie te krijgen.
De Minister van Asiel en Migratie,
G. van den Brink
Ondertekenaars
G. van den Brink, minister van Asiel en Migratie