Lijst van vragen en antwoorden : Lijst van vragen en antwoorden, gesteld aan de regering, over het rapport Staat van de rijksverantwoording 2025 (Kamerstuk 36945-3)
36 945 Financieel Jaarverslag van het Rijk 2025
Nr. 6
LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN
Vastgesteld 1 juni 2026
De vaste commissie voor Rijksuitgaven heeft een aantal vragen voorgelegd aan de Minister
van Financiën over de brief van 20 mei 2026 over het rapport Staat van de rijksverantwoording
2025 (Kamerstuk 36 945, nr. 3)
De Minister heeft deze vragen beantwoord bij brief van 1 juni 2026. Vragen en antwoorden
zijn hierna afgedrukt.
De voorzitter van de commissie, Sneller
Adjunct-griffier van de commissie, Van der Steur
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Waarom wordt de aangenomen motie Blok (Kamerstuk 29 540, nr. 105) niet meer uitgevoerd, dat wil zeggen een Verantwoordingsdebat met het voltallige
kabinet?
Antwoord op vraag 1
De motie Blok is gericht aan het presidium. De Tweede Kamer bepaalt zelf welke bewindspersonen
worden uitgenodigd voor een debat. Dit jaar zijn de Minister van Financiën en de Minister
president door uw Kamer uitgenodigd en derhalve aanwezig bij het debat.
Vraag 2
Erkent u dat dit kabinet onvoldoende doet om de klimaatdoelen te halen? Wanneer komt
u met aanvullend beleid om de doelen wél te halen?
Antwoord op vraag 2
Het halen van het klimaatdoel van 2030 is een lastige opgave, maar we houden de ambitie
vast. Het kabinet gaat door met de realisatie van afgesproken maatregelen en versnellen
doorbraken waar mogelijk. Zie ook de Voorjaarsbrief klimaat1. Eind dit jaar is er een beter beeld met welke maatregelen de Europese Unie (EU)
komt voor 2040. Het kabinet zet in Europa in op een ambitieus pakket dat investeringszekerheid,
marktvertrouwen en een gelijk speelveld biedt. Waar nodig komt het kabinet met aanvullend
nationaal geborgde maatregelen bij de Voorjaarsnota 2027. Uiterlijk op Prinsjesdag
wordt de actualisatie van het Nationaal Plan Energiesysteem (NPE) gepubliceerd, alsmede
de Klimaat- en Energienota, met daarin de concrete keuzes die nodig zijn richting
2040 en transitiepaden naar klimaatneutraliteit per sector in 2050.
Vraag 3
Erkent u dat dit kabinet onvoldoende doet om de natuurdoelen te halen? Wanneer komt
u met aanvullend beleid om de doelen wél te halen?
Antwoord op vraag 3
In het coalitieakkoord heeft het kabinet zich gecommitteerd aan het reduceren van
stikstofuitstoot en het uitvoeren van de Natuurherstelverordening. Het kabinet heeft
20 miljard euro beschikbaar gesteld voor aanvullend beleid. Het kabinet werkt op dit
moment in de Taskforce Landbouw, Natuur en Stikstof aan de verdere uitwerking van
de aanpak. Zoals aangekondigd in de Kamerbrief «Samenhangende aanpak Landbouw, Natuur
en Stikstof» (Kamerstuk 36 800-XIV-80) zal deze uitwerking vóór de zomer met de Kamer worden gedeeld.
Vraag 4
Erkent u dat dit kabinet onvoldoende doet om de waterdoelen te halen? Wanneer komt
u met aanvullend beleid om de doelen wél te halen?
Antwoord op vraag 4
Het kabinet erkent dat er opgaves zijn binnen het waterbeleid, maar ook dat al veel
in gang is gezet om verschillende doelen op het gebied van water, waaronder doelen
voor waterveiligheid en waterkwaliteit te behalen.
Dit kabinet heeft de ambitie om de waterkwaliteit structureel te verbeteren. In het
coalitieakkoord is tot en met 2035 1,25 miljard euro gereserveerd voor maatregelen
in de landbouwsector ten behoeve van de doelen van de Kader-richtlijn Water (KRW).
Daarnaast zet het kabinet bij de herziening van de Kaderrichtlijn Water in op simplificatie,
met als doel een ambitieuze en realistische richtlijn om de waterkwaliteit te verbeteren.
Voor het waarborgen van de waterveiligheid wordt onder meer gewerkt aan een herijking
van het Hoogwaterbeschermingsprogramma en een herijking van het programma Ruimte voor
de Rivier 2.0.
De Kamer wordt in juni, voorafgaand aan het commissiedebat Water, geïnformeerd over
de laatste stand van zaken rondom het behalen van verschillende doelen op het gebied
van water.
Vraag 5
Erkent u dat dit kabinet onvoldoende doet om de woondoelen te halen? Wanneer komt
u met aanvullend beleid om de doelen wél te halen?
Antwoord op vraag 5
Het kabinet geeft de aanpak van het woningtekort hoge prioriteit. Het kabinet heeft
de Ministeriële Taskforce Versnelling Woningbouw opgericht om versneld tot de bouw
van 100.000 woningen per jaar te komen. Dit doen we onder andere door nieuwe grootschalige
woningbouwgebieden aan te wijzen en belemmeringen voor
woningbouw weg te nemen. In separate trajecten zet het kabinet zich in om randvoorwaardelijke
knelpunten zoals stikstof en netcongestie op te lossen. De eerste resultaten van de
Taskforce zijn reeds gedeeld met uw Kamer.2 Het Actieplan Versnelling Woningbouw wordt in september met uw Kamer gedeeld.
Bovendien heeft het kabinet voor het stimuleren van het bouwen van betaalbare woningen
1 miljard euro per jaar vrijgemaakt vanaf 2029 tot en met 2035. Over de invulling
van deze middelen wordt op een later budgettair besluitvormingsmoment besloten. Tot
en met 2029 zijn er middelen voor de aanpak van de woningbouwopgave beschikbaar op
de VRO-begroting.
Vraag 6
Voor welke begroting(en) van 2026 heeft u nog steeds geen steun geregeld? Waarom duurt
dit zo lang en per wanneer gaat u dit wél geregeld hebben?
Antwoord op vraag 6
De ontwerpbegrotingen zijn ingediend op Prinsjesdag 16 september 2025. Na het verkiezingsreces
is op 24 maart ingestemd met alle ontwerpbegrotingen in de Tweede Kamer. De volgende
ontwerpbegrotingen zijn geautoriseerd (peildatum 1 juni 2026) door de Eerste Kamer:
I – De Koning,
IIA – Staten-Generaal,
III – Algemene Zaken,
IV – Koninkrijksrelaties en BES,
V – Buitenlandse Zaken,
VI – Justitie en Veiligheid,
VII – Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
IX – Financiën en Nationale Schuld,
XX – Asiel en Migratie,
J – Deltafonds,
L – Nationaal Groeifonds.
De overige begrotingen liggen voor ter behandeling en vervolgens stemming in de Eerste
Kamer.
Vraag 7
Waarom reageert de Minister van Defensie zo defensief op de analyse van de Algemene
Rekenkamer? Waarom wil het kabinet niet leren van fouten op dit terrein?
Antwoord op vraag 7
Het Ministerie van Defensie neemt de geconstateerde onvolkomenheden serieus en zet
in op het oplossen hiervan. Defensie heeft de opdracht om zo snel mogelijk het militair
vermogen versterken, waarbij Defensie ook moet toezien op de doelmatige, rechtmatige
en navolgbare besteding van overheidsmiddelen.
3,6 miljard euro van de geconstateerde 4,4 miljard euro volgt uit een onzekerheid
over de rechtmatigheid bijeen aantal inkoopdossiers waarbij gebruik is gemaakt van
een uitzonderingsbepaling van de Europese aanbeste-dingswetgeving. De betreffende
inkoopdossiers zijn naar het oordeel van de Algemene Rekenkamer onvoldoende zelfdragend
onderbouwd, waardoor zij deze dossiers als onzekerheid in de rechtmatigheid hebben
beoordeeld. De overige onrechtmatigheden betreffen onder meer escalatiedossiers bij
verwerving (bewuste afwijking van aanbestedingsregels bij onontkoombare noodzaak tot
aanbesteding) en zogenaamde geïmporteerde onrechtma-tigheden doordat wordt afgeroepen
op onrechtmatig afgesloten rijksbrede (overbruggings)overeenkomsten door inkoopuitvoeringscentra
van andere departementen.
Deze week staat op initiatief van Defensie een hoogambtelijk overleg gepland tussen
het Ministerie van Defensie, Auditdienst Rijk, Algemene Rekenkamer en het Ministerie
van Financiën. Daarnaast gaat een team van de Algemene Rekenkamer, de Auditdienst
Defensie en Defensie aan de slag met als doel afspraken te maken over de onderbouwing
van de inkoopdossiers om nieuwe onzekerheden te voorkomen. Defensie maakt hier extra
capaciteit voor beschikbaar. De Minister van Defensie heeft over de opvolging van
de aanbevelingen uit het Verantwoordingsonderzoek 2025 op 1 juni een Kamerbrief gestuurd.
In het Audit Committee van Defensie zal de in gang te zetten verbetering worden gevolgd.
Vraag 8
Erkent u dat dit kabinet onvoldoende doet om de stikstofdoelen te halen? Wanneer komt
u met aanvullend beleid om de doelen wél te halen?
Antwoord op vraag 8
Zie het antwoord op vraag 3.
Vraag 9
Wat gaat u doen met de analyse van de Algemene Rekenkamer dat er jaarlijks tientallen
miljarden worden uitgedeeld aan onverstandige belastingkortingen?
Antwoord op vraag 9
Het kabinet heeft in de begrotingsregels als uitgangspunt opgenomen om, indien een
fiscale regeling negatief geëvalueerd wordt, deze regeling zodanig aan te passen dat
tegemoet wordt gekomen aan de aanbevelingen van de evaluatie of af te schaffen. Ook
uit het coalitieakkoord blijkt dat kabinet bereid is om kritisch te kijken naar negatief
geëvalueerde regelingen. In het coalitieakkoord komt het voornemen terug om twee negatief
geëvalueerde regelingen af te schaffen3. Daarnaast worden twee andere negatief beoordeelde fiscale regelingen afgeschaft
als dekking voor het weerbaarheidspakket4. Verder zal het kabinet ook terugkomen op de motie Dassen5 waarin verzocht is om als alternatief voor de lastenverzwaring op arbeid alternatieve
dekkingsopties uit te werken op basis van ondoelmatige en ondoeltreffende fiscale
regelingen.
Vraag 10
Hoe gaat u aan de slag met de Hoogrisicolijst van de Algemene Rekenkamer?
Antwoord op vraag 10
Aandacht voor risico’s is van belang om weloverwogen beleidskeuzes te kunnen maken.
In de lijn met de verzoeken hiertoe van uw Kamer ben ik voornemens om vanaf de ontwerpbegroting
2027 structureel aandacht te besteden aan doelen, resultaten en risico’s.
Vraag 11
Erkent u dat het niet halen van de stikstofdoelen leidt tot een jaarlijkse schade
van 12 miljard euro tot 15 miljard euro?
Antwoord op vraag 11
Deze vraag refereert aan de bevindingen van het rapport «Stikstofuitstoot en Stikstofbeperkingen»
dat SEO en CE Delft vorig jaar hebben gepubliceerd in opdracht van kabinet Rutte IV.
Het kabinet erkent dat het stikstofprobleem de ontwikkeling van de economie belemmert,
ten koste gaat van de natuur, en de agrarische sector in grote onzekerheid houdt.
Dit sluit aan bij de strekking van dit rapport. Daarom werkt het kabinet op dit moment
in de Taskforce Landbouw Natuur en Stikstof aan een brede en samenhangende aanpak
van de stikstofproblematiek waarover de Kamer voor de zomer wordt geïnformeerd.
Vraag 12
Erkent u dat de netcongestie kan zorgen tot een economische schade van 14 miljard
euro per jaar vanaf 2026?
Antwoord op vraag 12
Ik erken dat er door netcongestie economische schade ontstaat. In het Interdepartementaal
Beleidsonderzoek Schakelen naar de toekomst6 is benoemd dat het oplossen van netcongestie zo’n 10 tot 40 miljard euro per jaar
kan opleveren.
Vraag 13
Waarom heeft de rijksoverheid in 2025 zoveel doelen niet gehaald?
Antwoord op vraag 13
In 2025 zijn niet alle gestelde doelen gehaald, mede door de val van het kabinet,
verkiezingen en formatie. In het coalitieakkoord heeft het nieuwe kabinet op diverse
thema’s ambities en doelen geformuleerd.
Vraag 14
Welke concrete doelen zijn in 2025 niet gehaald?
Antwoord op vraag 14
Zie het antwoord op vraag 13.
Vraag 15
Wat waren per geval de belangrijkste oorzaken van het falen?
Antwoord op vraag 15
Zie het antwoord op vraag 13.
Vraag 16
Waarom worden er nog steeds doelen gesteld die niet uitvoerbaar blijken?
Antwoord op vraag 16
In het coalitieakkoord hebben de regeringspartijen afspraken gemaakt over maatregelen
die nodig zijn om Nederland vooruit te krijgen en welke middelen het kabinet daarvoor
beschikbaar stelt. Zowel voor de korte als de lange termijn. De beleidsbrieven die
per ministerie zijn opgesteld en verstuurd naar de Tweede Kamer zijn daar een uitwerking
van op specifieke beleidsonderwerpen. Daarbij wordt ook rekening gehouden met de uitvoerbaarheid
van maatregelen. Vanaf de ontwerpbegroting 2027 krijgen de hoofddoelen een vaste plaats
in begrotingsstukken. Hierbij wordt ook aandacht besteed aan risico’s, bijvoorbeeld
in de uitvoering, en de beheersing daarvan. De jaarverslagen over 2027 zullen een
reflectie bevatten van de in de ontwerpbegrotingen opgenomen doelen en risico’s.
Vraag 17
Welke maatregelen neemt het kabinet om dit structureel te verbeteren?
Antwoord op vraag 17
Zie het antwoord op vraag 16.
Vraag 18
Hoe voorkomt het kabinet dat geld wordt uitgegeven zonder aantoonbaar resultaat?
Antwoord op vraag 18
Zie het antwoord op vraag 16.
Vraag 19
Waarom raken de langetermijndoelen van het kabinet steeds verder uit zicht?
Antwoord op vraag 19
Zie het antwoord op vraag 16.
Vraag 20
Welke departementen presteren volgens de Rekenkamer het slechtst?
Antwoord op vraag 20
De ministeries met de meeste onvolkomenheden in de bedrijfsvoering zijn Defensie (8),
Financiën (8) en Justitie en Veiligheid (8). Ernstige onvolkomenheden geconstateerd
zijn bij de ministeries van Defensie, Justitie en Veiligheid en Buitenlandse Zaken.
De begrotingshoofdstukken met de meest omvangrijke onrechtmatigheden zijn Defensie
(onzekerheid bij rechtma-tigheid inkopen 4,4 miljard euro) en SZW (onzekerheid rechtmatigheid
Wajong-uitkeringen 4,4 miljard euro).
Vraag 21
Hoe gaat u de informatievoorziening aan de Kamer verbeteren?
Antwoord op vraag 21
Vanaf de ontwerpbegrotingen 2027, die aanstaande Prinsjesdag worden ingediend, nemen
departementen in de beleidsagenda doelen op die volgen uit het coalitieakkoord. In
de beleidsagenda wordt ook aandacht besteed aan risico’s en de beheersing hiervan.
In het jaarverslag over het begrotingsjaar 2027 wordt geflecteerd op de in de ontwerpbegroting
opgenomen doelen en risico’s. Hiermee wordt invulling gegeven aan de motie Van der
Lee c.s. (Kamerstuk 36 740, nr. 7), over het opnemen van hoofddoelen en hoofdresultaten in de begrotings- en verantwoordingsstukken.
Ook wordt invulling gegeven aan de motie Van der Lee c.s. (Kamerstuk 36 740, nr. 8) en het verzoek van de Tweede Kamer (Kamerstuk 31 865, nr. 284) om meer aandacht te besteden aan risico’s en de beheersing hiervan.
Vraag 22
Waarom waren er bij Defensie in 2025 zoveel fouten en onzekerheden in de uitgaven?
Antwoord op vraag 22
Zie het antwoord op vraag 7.
Vraag 23
Hoe kan het dat Defensie 4,4 miljard euro niet volgens de regels uitgaf?
Antwoord op vraag 23
Zie het antwoord op vraag 7.
Vraag 24
Welke stappen zet u om de rechtmatigheid bij Defensie te herstellen?
Antwoord op vraag 24
Zie het antwoord op vraag 7.
Vraag 25
Wat gaat u als Minister van Financiën doen om de onzekerheden van miljarden bij directe
gunningen door de Minister van Defensie aan te pakken? Deelt u de urgentie van de
Algemene Rekenkamer wel?
Antwoord op vraag 25
Zie het antwoord op vraag 7.
Vraag 26
Kunt u uitgebreid ingaan op de 6,7 miljard euro aan fouten en onzekerheden? Waar bestaat
dit bedrag precies uit? Hoe verhoudt het zich tot eerdere jaren? Is Defensie verantwoordelijk
voor 4,4 miljard euro (pagina 29) of 3,6 miljard euro hiervan (pagina 27)?
Antwoord op vraag 26
De 6,7 miljard euro aan fouten en onzekerheden betreft de optelsom aan fouten en onzekerheden
in de rechtma-tigheid en getrouwheid in de verplichtingen die bij de diverse begrotingshoofdstukken
zijn geconstateerd.
De meest omvangrijke fouten en onzekerheden van de 6,7 miljard euro in de verplichtingen
bestaan uit:
4,4 miljard euro aan inkooponrechtmatigheden bij Defensie, waarvan 3,6 miljard vanwege
onvoldoende zelfdragende onderbouwing in de inkoopdossiers bij gebruik maken van uitzonderingsbepalingen
in de aanbe-stedingswetgeving;
Circa 850 miljoen euro bij verschillende departementen vanwege het niet naleven van
de aanbestedingsregels, waaronder escalatiedossiers en afroepen op onrechtmatig afgesloten
rijksbrede overeenkomsten door inkoo-puitvoeringscentra.
In eerdere jaren was het totaalbedrag aan fouten en onzekerheden in de verplichtingen
(in financiële omvang en procentueel):
2025: 6,7 miljard euro (1,33%)
2024: 4,7 miljard euro (1,06%)
2023: 4,5 miljard euro (1,11%)
2022: 4,6 miljard euro (1,22%)
2021: 15,5 miljard euro (4,83%)
2020: 9,1 miljard euro (2,48%)
Vraag 27
Kunt u bij alle hoge risico's aangeven wat het kabinet gaat doen om dit aan te pakken?
Antwoord op vraag 27
Zie het antwoord op vraag 10.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
J.C. Sneller, voorzitter van de commissie voor de Rijksuitgaven -
Mede ondertekenaar
R.A. van der Steur, adjunct-griffier