Brief regering : Appreciatie amendement van de leden Dassen en Struijs over middelen voor onderzoek naar de kosten van discriminatie (Kamerstuk 36915-VII-6)
36 915 VII Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota)
30 950
Racisme en Discriminatie
Nr. 7
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 29 mei 2026
Op 23 april 2026 hebben de leden Dassen en Struijs een amendement ingediend op de
eerste suppletoire begroting 2026 van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.1 Dit amendement stelt voor om incidenteel in 2026 het budget voor de Nationaal Coördinator
tegen Discriminatie en Racisme (NCDR) met € 250.000 te verhogen om onderzoek te doen
naar de kosten van discriminatie. De dekking wordt gevonden in de middelen voor informatiesamenleving
op artikel 6.2 (Overheidsdienstverlening, informatiebeleid en informatiesamenleving)
van de begroting van het Ministerie van BZK.
Met deze brief voorzie ik dit amendement, mede namens de Staatssecretaris van Economische
Zaken en Klimaat, van een appreciatie voor de stemmingen op dinsdag 9 juni 2026.
Discriminatie is bij wet verboden, maar komt in Nederland nog steeds voor en heeft
grote gevolgen voor de sociale veiligheid, het welzijn van burgers en mogelijk ook
de economie. In Nederland ontbreekt momenteel integraal inzicht in de economische,
maatschappelijke en zorgkosten van discriminatie en racisme. Onderzoek hiernaar is
nodig om deze impact in kaart te brengen en op basis daarvan beleid gericht te versterken.
Het uitvoeren van dit onderzoek is eerder opgenomen als denkrichting in het Nationaal
Programma tegen Discriminatie en Racisme dat op 12 december 2025 met uw Kamer is gedeeld.2 Zulk onderzoek is tot op heden nog niet in Nederland uitgevoerd en hiervoor zijn
op dit moment ook geen middelen beschikbaar.
Indien dit amendement wordt aangenomen kan het onderzoek naar de kosten van discriminatie
wel uitgevoerd worden en dat acht ik waardevol. Door inzicht te verkrijgen in zowel
de (maatschappelijke) kosten van discriminatie en racisme als de baten van de bestrijding
ervan, worden de maatschappelijke en economische implicaties in beeld gebracht. Op
basis van de resultaten kan ik bekijken of passende maatregelen noodzakelijk zijn
om nieuw beleid te ontwikkelen of bestaand beleid aan te passen.
Artikel 6.2 van de begroting van het Ministerie van BZK bevat middelen voor een groot
aantal digitale opgaven, waaronder online discriminatie. Voorgesteld wordt dit onderzoek
te financieren vanuit deze middelen, specifiek de middelen voor de uitvoering van
het Plan van Aanpak Online Discriminatie dat op 4 juli 2025 naar uw Kamer is gezonden.3 Het beschikbare budget hiervoor is structureel € 1 miljoen per jaar. Als gevolg van
het voorliggende amendement wordt dit budget in 2026 incidenteel met € 0,25 miljoen
verlaagd.
Deze aanpak richt zich op online discriminatie, het beter ondersteunen van slachtoffers,
het vergroten van bewustwording rondom online discriminatie, het beter registreren
van online discriminatie, betere samenwerking en beter toezicht op internetpartijen
en vaker en zichtbaardere consequenties voor daders. Zo willen we dat er in Nederland
een onafhankelijk geschillenbeslechtingsorgaan voor online content komt, zodat burgers
online hun recht kunnen halen. Concreet zijn de implicaties van dit amendement dat
er eenmalig in 2026 minder middelen zijn voor het organiseren van maatschappelijk
debat over online discriminatie en minder middelen voor de ondersteuning van maatschappelijke
organisaties en partijen.
Zowel het Plan van Aanpak als het voorgestelde NCDR-onderzoek leveren een belangrijke
bijdrage aan het tegengaan van discriminatie. Beide benaderingen acht ik waardevol
en passend binnen de inzet om discriminatie effectief aan te pakken en beleid verder
te versterken. Indien het bij een eenmalige alternatieve aanwending van de middelen
voor het Plan van Aanpak blijft, wordt het mogelijk om op korte termijn meer inzicht
te verkrijgen in de maatschappelijke, economische en zorggerelateerde impact van discriminatie
en racisme in Nederland, terwijl de uitvoering van het Plan van Aanpak in 2026 grotendeels
standhoudt.
Met inachtneming van bovenstaande geef ik dit amendement de appreciatie oordeel Kamer.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
P.E. Heerma
Indieners
P.E. Heerma, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties