Brief regering : € 49-ticket voor de trein en beroep op art. 2.27 Comptabiliteitswet
36 933 Noodpakket energie, mobiliteit en economie
29 984
Spoor: vervoer- en beheerplan
Nr. 39
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 22 mei 2026
In het debat over de hoge energie en brandstofprijzen op 22 april is de motie-Klaver1 c.s. ingediend. Deze motie verzoekt het kabinet om deze zomer een eerste stap te
zetten met een ticket van € 49 per maand voor de trein in de daluren voor een periode
van drie maanden. Deze motie is vervolgens op 23 april met ruime meerderheid van stemmen
aangenomen door de Tweede Kamer.
De kosten voor een dergelijk ticket voor alle binnenlandse spoorvervoerders worden
geraamd op circa € 118 mln. De motie verzoekt het kabinet om voor de dekking van deze
maatregel te kijken naar ongebruikte middelen in het Klimaatfonds en het Mobiliteitsfonds.
Er zijn geen vrije middelen, dus het vrijmaken van budget vergt keuzes in ambities.
Het kabinet kiest er daarbij voor om middelen gereserveerd voor risico’s op artikel
11 van het Mobiliteitsfonds alternatief aan te wenden, deels om te buigen op een algemene
reservering voor openbaar vervoer uit het Klimaat- en energiefonds en het restant
te dekken uit middelen bestemd voor kennisopbouw stralingsbescherming en het onderzoeksprogramma
eindberging radioactief afval uit het Klimaat- en energiefonds.
Deze middelen worden vanuit de respectievelijke begrotingen middels nota’s van wijziging
op de 1e suppletoire begrotingen van het Klimaat- en energiefonds en het Mobiliteitsfonds
toegevoegd aan begrotingsartikel 16 van de beleidsbegroting van het Ministerie van
IenW. Van daaruit worden de middelen beschikt aan de NS, die vervolgens de verdere
verrekening met de overige spoorvervoerders op zich neemt.
De parlementaire goedkeuring van de eerste suppletoire begroting en de nota van wijziging
op de eerste suppletoire begroting van het Ministerie van IenW door beide Kamers zal
naar verwachting rond of na het zomerreces zijn, terwijl de opdracht aan NS zo snel
mogelijk verstrekt moet worden om implementatie op de beoogde ingangsdatum, 21 juni,
nog te halen. Aangezien parlementaire goedkeuring van de eerste suppletoire begroting
van IenW (Kamerstuk 36 915-XII) niet voorzien is voor uiterlijk 21 juni (start van de zomer), ben ik genoodzaakt
een beroep te doen op artikel 2.27, lid twee van de Comptabiliteitswet. Conform het
amendement van het lid Heinen c.s. licht ik met deze brief de hieraan ten grondslag
liggende motivatie en het belang van het Rijk nader toe.2
Toelichting op spoed
Normaliter wordt beleid met consequenties voor de begroting pas in uitvoering genomen
nadat de Staten-Generaal de betreffende begrotingswet heeft geautoriseerd. Om geen
verdere vertraging op te lopen en te streven naar inwerkingtreding op uiterlijk 21 juni
2026 van het € 49-ticket wordt er middels deze brief voor gekozen om een beroep te
doen op artikel 2.27, lid 2 van de Comptabiliteitswet en autorisatie van de Kamer
van de nota van wijziging niet af te wachten.
De afgelopen tijd is er gewerkt aan de voorbereidingen van het € 49-ticket. Tijdens
het Bestuurlijk Overleg (BO) NOVB is afgesproken om de uitvoering van de motie samen
met de sector op te pakken in een op te richten Taskforce Betaalbaarheid OV. Deze
taskforce is sinds eind april wekelijks samen gekomen. Deelnemers zijn vervoerders,
DOVA, IenW en OVPay. Ook de komende periode zal de Taskforce Betaalbaarheid OV benut
worden om nadere uitwerking van het € 49-ticket vorm te geven.
Gezien de voorwaarden van de motie is overeenstemming gevonden dat uitvoering op deze
korte termijn enkel haalbaar is via het aanpassen van de prijs van het bestaande product
«Flex dal vrij» van NS, met enkele minimale aanpassingen daarin. Dat betekent dat
reizigers hiervan gedurende de zomer gebruik kunnen maken voor € 49 per maand. Daarmee
kan de reiziger in de daluren (doordeweeks tussen 9–16 en 18.30–6.30 en weekenden
en feestdagen de hele dag) onbeperkt vrij reizen in alle treinen in Nederland die
binnen een concessie rijden. Het product zal enkel tijdelijk zijn en wordt zowel in
looptijd (tot 1 september) als budget (€ 118 miljoen) taakstellend begrensd.
Rijk en vervoerders benadrukken dat deze maatregel na de zomer niet geprolongeerd
kan worden door de migratie naar OVPay. Mocht deze proef een succes zijn dan zullen
die inzichten meegenomen worden in de verkenning naar een landelijk ov-ticket, zoals
ook de oproep is in de motie-Klaver. Voor de zomer stuur ik een brief over betaalbaar
ov en hoe ik dat uitwerk voor de korte termijn met dit € 49-ticket en met een doorkijk
naar de middellange en lange termijn. In deze brief zal ook worden ingegaan op de
definitieve vormgeving van het € 49-ticket, de opdrachtverlening aan NS en de monitoring
en evaluatie.
Voor deze maatregel kan geen gebruik worden gemaakt van andere budgettaire begrotingsmomenten.
Indien tot na parlementaire behandeling gewacht moet worden op autorisatie van de
nota van wijziging op de eerste suppletoire begrotingswet van IenW door beide Kamers,
is het onvermijdelijk dat het kortingsticket met vertraging wordt ingevoerd. Hierdoor
kan een groot deel van de zomer niet met de kortingskaart worden gereisd. Het kabinet
heeft als alternatief ook overwogen om een Incidentele Suppletoire Begroting (ISB)
te sturen op de Ontwerpbegroting 2026, echter kiest het hier niet voor omdat de Eerste
Kamer de Ontwerpbegroting 2026 van IenW nog moet behandelen en vaststellen. Procesmatig
zou deze werkwijze meer tijd vragen dan een beroep op artikel 2.27 lid 2 van de CW.
Gezien de door de Tweede Kamer benadrukte urgentie om nu tot maatregelen te komen
die de gevolgen van de energiecrisis en de hoge prijzen aan de pomp verlichten is
dit niet in het belang van de Staat en daarmee in lijn met de motie.
Om de opdracht aan NS zo snel mogelijk te kunnen ondertekenen, is tijdige instemming
van beide Kamers nodig. Ik verzoek u conform artikel 2.27 lid 2 CW deze brief zo snel
mogelijk na ontvangst af te handelen met een voorstel tot agendering en besluitvorming
door beide Kamers.
De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,
A.W.H. Bertram
Indieners
A.W.H. Bertram, staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat