Brief regering : Geannoteerde agenda bijeenkomst van EU- transportministers 8 juni 2026 te Luxemburg
21 501-33 Raad voor Vervoer, Telecommunicatie en Energie
Nr. 1201
BRIEF VAN DE MINISTER EN STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 20 mei 2026
Hierbij ontvangt u de geannoteerde agenda van de Transportraad van 8 juni a.s. te
Luxemburg.
De inhoud van deze geannoteerde agenda geeft de meest recente stand van zaken weer
omdat er nog geen officiële agenda is voor deze Transportraad. Mocht de formele agenda
op belangrijke punten veranderen, dan wordt u hierover geïnformeerd tijdens het Commissiedebat
dat gepland staat op 26 mei a.s.
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,
V.P.G. Karremans
De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,
A.W.H. Bertram
Geannoteerde agenda
Het Cypriotisch voorzitterschap heeft een voorlopige agenda bekend gemaakt voor de
Transportraad van 8 juni a.s. Het voorzitterschap organiseert een beleidsdebat over
militaire mobiliteit alsook over de situatie in het Midden-Oosten en de impact van
de energiecrisis op de transportsector. Daarnaast zal de Europese Commissie (hierna:
Commissie) een voortgangsrapportage presenteren over het voorstel Verduurzamen zakelijke
voertuigen (Clean Corporate Vehicles) en zal er een gedachtewisseling plaatsvinden
over decarbonisatie van de transportsector na 2030. Tevens zijn er raadsconclusies
voorzien voor de Maritieme Maakindustrie en de EU Havenstrategie.
Daarnaast zal het voorzitterschap op een aantal dossiers informatie delen over de
voortgang van de trilogen. Dit betreft Connecting Europe Facility, het voorstel voor de Richtlijn Gewichten en Afmetingen Zware Wegvoertuigen, de Verordening
Handhaving Passagiersrechten, de Verordening Passagiersrechten voor Intermodaal Reizen
en de Verordening Passagiersrechten voor de Luchtvaart in combinatie met de Verordening
inzake aansprakelijkheid luchtvervoerders, het Roadworthiness Package, de Richtlijn Kentekenbewijzen en de Eurovignetrichtlijn.
Tot slot staat ook de roadmap voor het Clean Transport Corridor Initiative (CTCI) geagendeerd. Dit betreft een initiatief van lidstaten en de Commissie om de
uitrol van laadinfrastructuur voor elektrische bedrijfsvoertuigen langs het Trans-Europese
transportnetwerk (TEN-T) te versnellen. En marge van de Transportraad is een ondertekening
van de roadmap voorzien door deelnemende lidstaten, waaronder Nederland.
Militaire Mobiliteit
Inhoud
Tijdens de Transportraad wordt de Militaire Mobiliteitsverordening voor het eerst
in een beleidsdebat besproken, waarbij de focus naar verwachting zal liggen op de
transportonderdelen van de verordening, namelijk de weerbaarheid van de infrastructuur
en de aanpassing van bestaande transportwetgeving.
Inzet Nederland
De Tweede Kamer is geïnformeerd over de inzet van Nederland middels het BNC-fiche
EU Militaire Mobiliteitspakket1, en heeft schriftelijk vragen gesteld en beantwoord ontvangen bij het Schriftelijk
Overleg van de Raad Buitenlandse Zaken – Defensie.2
Krachtenveld
Het krachtenveld is nog niet uitgekristalliseerd. Wel is duidelijk dat een groot aantal
lidstaten tegen het verplichtend karakter van militaire vereisten is, en een financieel
voorbehoud voor het implementeren van deze vereisten verwelkomt.
Situatie in het Midden-Oosten
Inhoud
Naar aanleiding van de energiecrisis die is ontstaan in het Midden-Oosten heeft de
Commissie op 22 april 2026 j.l. de AccelerateEU-mededeling gepresenteerd, een mededeling
waarmee de Commissie lidstaten ondersteunt in het beperken van de economische gevolgen
hiervan. De Commissie geeft aan dat, gelet op de volatiliteit in prijzen als gevolg
van de schaarste aan fossiele brandstoffen zoals olie en gas, directe steun nodig
kan zijn voor huishoudens, maar dat deze gericht, tijdig en tijdelijk moet zijn en
rekening moet houden met oplossingen die op langere termijn bijdragen aan het vergroten
van de weerbaarheid. Tijdens de Transportraad zal er gesproken worden over de effecten
op de transportsector en de maatregelen voor deze sector.
Inzet Nederland
De uitgangspunten van AcceleratieEU en de voorgestelde maatregelen sluiten grotendeels
aan bij de aanpak van het kabinet en het op 20 april gepresenteerde pakket aan maatregelen.3 Een appreciatie van de communicatie van de Europese Commissie staat beschreven in
de recente Kamerbrief AccelerateEU.4 Naast de in de appreciatie beschreven inzet zal het kabinet de Commissie oproepen
om de monitoring van de voorraden te verbeteren en om de huidige flexibiliteit in
het Europese wetgevende kader voor luchtvaart helder in kaart te brengen en te benutten.
Daarnaast zal het kabinet de Commissie vragen om voorbereid te zijn op het uitgeven
van een slotwaiver en het versoepelen van de anti-tankering regelgeving. Dit stelt
luchtvaartmaatschappijen in staat om brandstof te besparen.
Krachtenveld
De meerderheid van de lidstaten is naar verwachting positief over de AccelerateEU-mededeling.
Tegelijkertijd vragen sommige lidstaten aandacht voor de snelle verdere uitwerking
van een aantal zaken, waaronder de mogelijkheid om specifieke sectoren tijdelijk te
steunen. Lidstaten zijn de afgelopen periode al met verschillende eigen maatregelenpakketten
gekomen, soms ook van meer generieke en daarmee vraagstimulerende aard. Zo verlaagden
Duitsland, Italië en Hongarije de accijnzen op brandstoffen, terwijl België en Frankrijk
via maximumprijzen de stijgingen proberen te beperken.
Verduurzamen zakelijke voertuigen
Inhoud
Op 16 december 2025 heeft de Commissie als onderdeel van het Automobiel Pakket een
voorstel voor een Clean Corporate Vehicles-verordening gepubliceerd. Het wetgevingsvoorstel houdt in dat lidstaten moeten zorgen
voor een minimaal aandeel laag- en nul-emissie voertuigen in de nieuwe registraties
door grote ondernemingen. Het voorstel richt zich daarmee expliciet niet op het MKB.
Het wetgevingsvoorstel heeft drie doelen. Ten eerste de vraag naar laag- en nul-emissie
voertuigen in het zakelijke segment te stimuleren. Ten tweede het verminderen van
de uitgaven van gebruikers aan fossiele brandstoffen in het wegvervoer. Ten derde
het vergroten en versnellen van de beschikbaarheid van ZEVs en LEVs op de tweedehandsmarkt.
Tijdens de Transportraad presenteert de Commissie een voortgangsrapportage.
Inzet Nederland
Het kabinet steunt de bovengenoemde doelen en is in algemene zin daarom positief over
het voorstel. In lijn met het BNC-fiche over verduurzamen zakelijke voertuigen5 heeft het kabinet in Raadsverband gepleit voor een hoger ambitieniveau aangezien
veel lidstaten, waaronder Nederland, de doelen met bestaand beleid al zullen overstijgen.
Met het oog op het krachtenveld zet het kabinet daarom in op het behoud van ambitie
in samenspraak met gelijkgestemde lidstaten. Daarbij zet het kabinet zich in om eventuele
gevolgen voor het MKB en in de uitvoering zoveel mogelijk te beperken. In verband
met een inventarisatie van eventuele gevolgen voor de uitvoering heeft het kabinet
in de onderhandelingen een studievoorbehoud geplaatst bij artikel 4 van het wetgevingsvoorstel.
Dit artikel stelt voor dat lidstaten enkel nog financiële steun mogen geven aan voertuigen
die laag- of zero-emissie zijn en voldoen aan het EU-voorkeursprincipe uit de
Industrial Accelerator Act.6
Krachtenveld
Bij de eerste besprekingen van het wetgevingsvoorstel bleek dat een meerderheid van
de lidstaten zeer kritisch is op het Commissievoorstel. Vrijwel alle lidstaten hebben
zorgen over hoe de rapportageverplichting georganiseerd kan worden en welke voertuigen
precies binnen de reikwijdte van de verordening vallen. Een deel van deze lidstaten
vindt het voorgestelde ambitieniveau van de Commissie te hoog. Een kleine groep lidstaten,
waaronder Nederland, pleit juist voor het behoud van ambitie en het belang van bindende
doelstellingen. Enkele lidstaten pleiten voor het belang van het EU-voorkeursprincipe
binnen het wetgevingsvoorstel.
Decarbonisatie van de transportsector na 2030
Inhoud
Tijdens de Transportraad zal er mogelijk een eerste gedachtewisseling over de decarbonisatie
van de transportsector post 2030 plaatsvinden. Om invulling te geven aan de recent
gewijzigde EU klimaatwet7, zal de Commissie later dit jaar verschillende voorstellen doen waarmee de EU het
2040-doel op weg naar klimaatneutraliteit in 2050 kan bereiken.
Inzet Nederland
Het kabinet spant zich in voor een ambitieus Europees pakket om invulling te geven
aan het doel van 90% in 2040 op weg naar klimaatneutraliteit in 2050. Een Europees
pakket komt ook ten behoeve van een gelijk speelveld binnen en buiten de EU. Hiermee
wordt investeringszekerheid geboden voor burgers en bedrijven. Een dergelijk pakket
kan bovendien bijdragen aan concurrentievermogen en weerbaarheid in Nederland en Europa.
In aanloop naar klimaatneutraliteit in 2050 blijven de bestaande onderdelen uit het
Fit for 55-pakket8 een cruciale rol spelen. Zo heeft het kabinet op de Milieuraad van 17 maart jl. reeds
gepleit voor het belang van een zo sterk en ambitieus mogelijk Europees emissiehandelssysteem
(ETS). Met name het ETS voor de gebouwde omgeving en het wegvervoer (ETS-2) speelt
een cruciale rol in de decarbonisatie van de transportsector post-2030.
Op het gebied van vervoer en mobiliteit kijkt het kabinet primair naar lopende onderhandelingen,
zoals de wetgevingsvoorstellen uit het Automobiel Pakket, en de te verwachten wetgevingsvoorstellen,
zoals de herziening van de Alternative Fuels Infrastructure Regulation (AFIR) eind 2026. Bij de bovengenoemde Milieuraad van 17 maart heeft het kabinet
eerder al benadrukt dat elektrificatie de voornaamste drijfveer is voor het langetermijn-concurrentievermogen
van de EU auto-industrie, het verminderen van uitlaatemissies binnen de wegvervoersector
en innovatie die de betaalbaarheid van mobiliteit bevordert.
Krachtenveld
Aangezien de voorstellen ten behoeve van decarbonisatie post-2030 nog niet zijn verschenen,
zijn de posities van lidstaten nog niet volledig duidelijk. Op basis van de lopende
onderhandelingen over de CO2-emissienormen voor personen- en bestelauto’s kan er in brede zin gezegd worden dat
een groep lidstaten consequent pleit voor verregaande aanpassingen en uitstel van
bestaande wetgeving. Een kleine groep lidstaten pleit bovendien voor een opschaling
van de toepassing van hernieuwbare brandstoffen binnen het wegvervoer. Een andere
groep lidstaten, waaronder Nederland, pleitte eerder voor investeringszekerheid en
het behouden van een prikkel tot elektrificatie van het wegvervoer. Meerdere lidstaten,
waaronder Nederland, benadrukken daarbij een integrale benadering tot decarbonisatie
van het wegvervoer, waarbij de schaarse grondstoffen voor de productie van hernieuwbare
brandstoffen met name nodig zijn voor de hard to abate sectoren9 zoals de lucht- en scheepvaart.
Maritieme Maakindustrie
Inhoud
Op 4 maart 2026 heeft de Commissie de European Industry Maritime Strategy (hierna: EIMS) uitgebracht. Over de inhoud van de EIMS en de Nederlandse inzet is
de Tweede Kamer reeds geïnformeerd via het BNC-fiche.10 De strategie beoogt de concurrentiekracht van de sector te consolideren en te versterken,
met name in hoogwaardige marktsegmenten waar Europa momenteel een technologische voorsprong
heeft. De strategie is opgebouwd rond zes pijlers: drie thematische pijlers (industrie,
transport en veiligheid) en drie horizontale pijlers (innovatie, financiering en vaardigheden).
Tijdens de Transportraad zal het voorzitterschap raadsconclusies agenderen.
Inzet Nederland
Het kabinet steunt de doelstellingen die zijn opgenomen in de strategie om de concurrentiekracht
van de maritieme industrie te versterken. In de Raadsverband heeft Nederland aandacht
gevraagd voor het gelijke speelveld binnen de EU, het strategische belang van de offshore
en baggersector en voldoende strategische dokcapaciteit. Daarnaast zijn de punten
uit het BNC-fiche en de antwoorden uit het schriftelijk overleg over de Informele
Transportraad van 28–29 april j.l.11 in de discussie naar voren gebracht en naar de mening van het kabinet wordt deze
inzet in de raadsconclusies goed gereflecteerd. Bovendien zal er ook na vaststelling
van de raadsconclusies voldoende ruimte zijn om het Nederlands standpunt naar voren
te brengen bij de verdere uitwerking van de initiatieven die in de EIMS worden aangekondigd.
De discussie is nog niet geheel afgerond, maar zoals het er nu naar uitziet gaat Nederland
akkoord met de Raadsconclusies.
Krachtenveld
Naar verwachting gaan alle lidstaten akkoord met de strategie en worden de ambities
van de Commissie gesteund. Een belangrijk discussiepunt betreft nog het criterium
Made in EU. Een aantal lidstaten, waaronder Nederland, is hier geen voorstander van.
Na het verschijnen van de EIMS is in de raadswerkgroepen gewerkt aan raadsconclusies
over de strategie, die tijdens deze Transportraad zullen worden vastgesteld. Bij het
schrijven van deze geannoteerde agenda is de discussie over de raadsconclusies nog
niet afgerond. In algemene zin kan echter worden gezegd dat de lidstaten de komst
van de EIMS verwelkomen. De Raad roept de Commissie en de lidstaten op om de acties
die in de EIMS aan hen worden toebedeeld voortvarend op te pakken.
EU Havenstrategie
Inhoud
Op 4 maart publiceerde de Commissie de EU Havenstrategie. Over de inhoud van de EU
Havenstrategie en de Nederlandse inzet is de Tweede Kamer reeds geïnformeerd via het
BNC-fiche.12 Over dit voorstel zullen tijdens de Transportraad raadsconclusies worden vastgesteld.
In de strategie benadrukt de Commissie dat Europese havens cruciale pijlers zijn binnen
onze economie, samenleving, veiligheid en strategische autonomie. Daarbij worden ook
de achterlandverbindingen (vaarwegen en spoor) en specifiek een versterkte positionering
van de binnenhavens meegenomen als focuspunten. Tegen deze achtergrond beoogt de strategie
samenhang te brengen in lopende en nieuwe initiatieven en deze te versterken. De strategie
stelt geen nieuwe Europese regelgeving voor, maar verwijst naar lopende en voorgenomen
initiatieven die de Commissie op korte of middellange termijn zal ontplooien met raakvlakken
voor havens in de EU-lidstaten.
Inzet Nederland
De discussie is nog niet geheel afgerond, maar zoals het er nu naar uitziet gaat Nederland
akkoord met de Raadsconclusies. Er spelen geen discussies tussen de lidstaten waarvan
de verwachting is dat die tijdens de Transportraad moeten worden beslecht. Conform
het BNC-fiche en de antwoorden uit het schriftelijk overleg over de Informele Transportraad
van 28–29 april j.l.13 heeft Nederland onder andere aandacht gevraagd voor de aanpak van Foreign Direct Investments, het beperken van regeldruk, het waarborgen van een level playing field en de positie
van binnenhavens. Deze punten worden in de raadsconclusies naar de mening van het
kabinet goed gereflecteerd. Ook hier geldt dat na vaststelling van de raadsconclusies
voldoende ruimte zal zijn om het Nederlands standpunt naar voren te brengen bij de
verdere uitwerking van de initiatieven die in de EU Havenstrategie worden aangekondigd.
Krachtenveld
In algemene zin kan worden gezegd dat de lidstaten de EU Havenstrategie verwelkomen.
De Raad roept de Europese Commissie en de lidstaten op om de acties die in de EU Havenstrategie
aan hen worden toebedeeld voortvarend op te pakken. Naar verwachting gaan alle lidstaten
akkoord.
Diversenpunten
Stand van zaken lopende wetgevende voorstellen
Het voorzitterschap zal bij de diversenpunten informatie geven over enkele lopende
trilogen:
Richtlijn Gewichten en Afmetingen Zware Wegvoertuigen
Op 11 juli 2023 heeft de Commissie de herziening van de Richtlijn Gewichten en Afmetingen
Zware Wegvoertuigen gepubliceerd als onderdeel van het Vergroening van Vervoer-pakket.14 Tijdens de Transportraad van 4 december 2025 is er een algemene oriëntatie bereikt.
Het Cypriotisch voorzitterschap is de triloog over deze richtlijn gestart, maar heeft
die niet kunnen afronden en heeft daarom besloten de triloog door te schuiven naar
het Iers voorzitterschap.
Het kabinet is positief over het raadsvoorstel zoals dat nu in de triloog wordt besproken
en de mogelijkheden die het biedt voor de harmonisatie van de vereisten voor zware
voertuigen in het goederenvervoer. Het kabinet zet zich conform het aan uw Kamer toegestuurde
BNC-fiche15 ook in de triloogfase in voor het behoud van dimensies die passen binnen de huidige
infrastructuur, met een maximale aslast van 11,5 ton en een maximale hoogte van 4,00 meter.
In het huidige voorstel in de triloog zijn deze maxima behouden.
Het kabinet ziet ruimte voor meer ambitie in de verduurzaming van het zware wegtransport
en daarmee meer ruimte voor ondernemers, in lijn met de klimaatdoelstellingen, maar
het kabinet waardeert dat het raadsvoorstel meer gewicht en lengte toestaat voor emissieloze
vrachtwagens en daarmee de vergroening van het vrachtwagenpark stimuleert.
Onder het Deens voorzitterschap is er tijdens de Transportraad van 4 december 2025
een akkoord bereikt. De triloog is niet tot een conclusie gekomen onder het Cypriotische
voorzitterschap vanwege uiteenlopende meningen tussen de Raad en het Europees Parlement
op het gebied van o.a. harmonisering en monitoring van het wegtransport.
Verordening Handhaving Passagiersrechten
Tijdens het Cypriotisch voorzitterschap is met name veel voortgang op de Verordening
Passagiersrechten in de Luchtvaart in combinatie met de Verordening inzake aansprakelijkheid
voor luchtvervoerders geboekt. De Verordening Handhaving Passagiersrechten hangt hier
ook mee samen, maar de prioriteit en voortgang lagen in deze periode op de passagiersrechten
in de luchtvaart, mede in afwachting van verdere ontwikkelingen daarop. In de komende
periode pakt het Cypriotisch voorzitterschap ook de besprekingen over de handhaving
van passagiersrechten in eerste lezing op, waarbij een politieke triloog met het Europees
Parlement in Straatsburg wordt gepland. Nederland ondersteunt verdere voortgang en
kijkt daarbij goed naar de onderlinge samenhang tussen de verordeningen. Het kabinet
zet zich in voor meer uniforme handhaving, eenvoudiger en beter afgestemde klachten-
en claimprocedures, en het terugdringen van administratieve lasten voor overheden.
Duidelijke en geharmoniseerde EU-regels zijn van groot belang voor reizigers, vervoerders
en toezichthouders.
Verordening Passagiersrechten in de Luchtvaart i.c.m. de verordening inzake aansprakelijkheid
luchtvervoerders
De onderhandelingen over de Verordening Passagiersrechten in de Luchtvaart zijn onder
het Cypriotisch voorzitterschap overgegaan naar de bemiddelingsfase, omdat de Raad
niet kon instemmen met de ruim 200 amendementen van het Europees Parlement in de tweede
lezing. Binnen deze fase staat een tweede vergadering van het bemiddelingscomité gepland.
Het kabinet vindt het belangrijk dat er voortgang wordt geboekt op dit dossier en
zal zich blijven inzetten voor een evenwichtige balans tussen passagiersbescherming
enerzijds en de beperking van administratieve en financiële lasten voor luchtvaartmaatschappijen
anderzijds.
Verordening Passagiersrechten voor Intermodaal Reizen
De onderhandelingen inzake de nieuwe Verordening Passagiersrechten voor Intermodaal
Reizen liggen stil onder het Cypriotisch voorzitterschap. Naar verwachting zullen
er geen inhoudelijke ontwikkelingen vermeld worden op dit dossier.
Roadworthiness Package
Het Roadworthiness package (RWP) bestaat uit drie EU-richtlijnen op het gebied van
periodieke technische controles (APK), technische controles langs de weg en kentekenregistratie
en -bewijzen van motorvoertuigen. Het doel van het RWP is het verbeteren van de verkeersveiligheid,
het bevorderen van duurzame mobiliteit en het harmoniseren van voertuigregistratie
binnen de EU. Het pakket wordt momenteel middels twee richtlijnen herzien: 1) een
richtlijn die de richtlijnen wegkantcontroles en APK herziet en 2) een richtlijn die
de richtlijn kentekenregistratie en -bewijzen vervangt. Tijdens de Transportraad van
4 december j.l. is er een algemene oriëntatie bereikt, waarover u bent geïnformeerd.
Het Europees Parlement heeft in april en mei goedkeuring gegeven voor het starten
van de onderhandelingen tussen de Europese Commissie, de Raad en het Europees Parlement
voor beide richtlijnen. Er is nog geen officiële datum bekend voor de start van de
onderhandelingen. Het kabinet zal in de triloog-onderhandelingen grotendeels de lijn
van de algemene oriëntatie volgen. Daarnaast zal het kabinet tijdens de triloog-onderhandeling
een aantal punten opnieuw aan de orde stellen, waaronder de uitvoerbaarheid van een
voorafgaande controle bij herregistratie met mobiel kentekenbewijs, de proportionaliteit
bij wegkantinspecties, en de uitvoerbaarheid van de stikstof-emissietest bij de APK
en een deugdelijke implementatietermijn.
Connecting Europe Facility (CEF)
Tijdens de Transportraad van 5 december 2025 is er een algemene oriëntatie bereikt
op het voorstel voor de Connecting Europe Facility (CEF). De Nederlandse positie is
uiteengezet in het BNC-fiche, waarover de Tweede Kamer in september 2025 geïnformeerd
is.16 Nederland steunt een tijdige afronding van de trilogen onder Iers voorzitterschap
en zal pleiten voor behoud van de Raadspositie. Nederland bevindt zich in de groep
ambitieuze lidstaten, die pleit voor grensoverschrijdende samenwerking en het belangrijk
acht om projecten op basis van inhoud te beoordelen. Een andere groep lidstaten in
de EU pleiten voor een geografische balans bij het toekennen van projecten. De Raad
is eensgezind in de boodschap dat het CEF als instrument moet blijven bestaan binnen
het MFK. De afgelopen maanden heeft het Europees Parlement zich beraad op een positie,
welke nog niet definitief is. Naar verwachting zullen de trilogen vanaf juli 2026
onder het Iers voorzitterschap aanvangen.
Eurovignetrichtlijn
Het Cypriotisch voorzitterschap heeft voortgang geboekt met de behandeling van het
voorstel tot wijziging van de Eurovignetrichtlijn. Het in oktober 2025 gepresenteerde
voorstel beoogde te bereiken dat tolheffingssystemen (zoals de vrachtwagenheffing)
met de tariefstelling rekening moeten houden met het effect van aanhangwagens en opleggers
op de CO2-uitstoot van zware bedrijfsvoertuigen. Conform de kabinetsinzet heeft Nederland met
succes gepleit voor het schrappen van deze bepalingen uit het voorstel, omdat ze vragen
om ingrijpende en kostbare wijzigingen aan de vrachtwagenheffing om uitvoerbaar en
handhaafbaar te zijn en bovendien hoge uitvoeringslasten voor de gebruikers met zich
meebrengen. Het voorstel bevatte daarnaast enkele vereenvoudigingen en verduidelijkingen
van de richtlijn vanwege de relatie met andere (reeds vastgestelde) Europese verordeningen
over de CO2-emissies van het wegtransport. Deze bepalingen zijn in aangepaste vorm gehandhaafd
in de laatst bekende tekst. Op dit moment is het wachten op de positie van het Europees
Parlement, waarna de triloog-onderhandelingen kunnen starten.
Clean Transport Corridor Initiative
Naar verwachting agendeert de Commissie bij de Transportraad het Clean Transport Corridor
Initiative (CTCI). Dit is een initiatief van lidstaten en de Commissie om de uitrol
van laadinfrastructuur voor elektrische zware bedrijfsvoertuigen langs het Trans-Europees
transportnetwerk te versnellen. Het is een concrete maatregel uit het Actieplan voor
de Europese auto-industrie van 5 maart 2025.17 De Commissie zal naar verwachting de roadmap voor de North Sea-Baltic corridor presenteren waar Nederland ook onder valt. Deze roadmap is een niet-bindend, optioneel
instrument waarmee lidstaten en Commissie concrete maatregelen uiteen zetten die de
randvoorwaarden creëren om sneller laadlocaties voor zwaar wegvervoer te realiseren.
Het kabinet is voornemens om bij de Transportraad opnieuw steun uit te spreken voor
CTCI. Daarbij is er ook voorzien dat de roadmap en marge van de Transportraad namens
Nederland ondertekend wordt. De roadmap adresseert immers ook knelpunten die voor
Nederland spelen. Het grootste belang voor Nederland is dat andere Europese lidstaten
zich ook committeren aan de uitrol van laadinfrastructuur langs de corridors. Dat
is van groot belang voor de Nederlandse lange-afstandsvervoerders en voertuigproducenten.
Er kan gerekend worden op brede steun vanuit de lidstaten voor deze roadmap. Deze roadmap komt voort uit het samenwerkingsovereenkomst voor CTCI dat in september 2025 is ondertekend
door negen lidstaten: België, Denemarken, Duitsland, Litouwen, Malta, Oostenrijk,
Polen en Nederland. Daarbij heeft het initiatief ook steun uit de Europese en Nederlandse
koepelorganisaties voor voertuigproducenten, aanbieders van laadinfrastructuur, vervoerders
en verladers.
Gezamenlijke intentieverklaring grensoverschrijdende testen geautomatiseerde voertuigen
Naar verwachting zal het Cypriotisch voorzitterschap een Joint Declaration of Intent
(gezamenlijke intentieverklaring) voor grensoverschrijdende «test beds» voor geautomatiseerde
voertuigen agenderen, met als doel een impuls te geven aan grensoverschrijdend testen
met geautomatiseerd vervoer. Deze gezamenlijke intentieverklaring volgt op het op
5 maart 2025 door de Commissie gelanceerde Action Plan for the Automotive Industry. Dit actieplan heeft als doel de Europese voertuigproducenten te ondersteunen in
het richting geven aan de mondiale transitie naar emissievrije, digitale en in toenemende
mate geautomatiseerde voertuigen. Hierover heeft u op 9 mei 2025 het BNC-fiche ontvangen.18
Voertuigautomatisering is een van de speerpunten uit dit actieplan met als specifieke
«flagship action» het faciliteren van grootschalige grensoverschrijdende testen. Met
deze gezamenlijke intentieverklaring wordt de eerste formele stap gezet doordat ondertekenende
lidstaten zich gaan inspannen om dit mogelijk te maken. Nederland is positief over
de intentieverklaring, maar heeft in besprekingen aangegeven dat de verantwoordelijkheid
voor het toelaten van voertuigen voor deze testen een nationale bevoegdheid blijft,
en wederzijdse erkenning dus niet van toepassing is. Nederland is wel in gesprek met
medeondertekenaars over waar nationale procedures beter op elkaar kunnen worden aangesloten.
Indieners
-
Indiener
V.P.G. Karremans, minister van Infrastructuur en Waterstaat -
Medeindiener
A.W.H. Bertram, staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.